logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

DAF - Bimfest 2...
DAF - Bimfest 2...
Festivalreviews

Labadoux 2009: zaterdag 2 mei 2009

Geschreven door

Op een sympathiek festivalletje als Labadoux, zeg maar Dranouter in ’t klein, wil men het liefst kleinschalig houden. De optredende acts zijn een beetje ondergeschikt aan het totaalgebeuren, waarmee we willen zeggen dat de mensen sowieso toch komen opdagen los van wie er op de affiche staat. Niet allen muziek, met de nadruk dan op folk, is hier geprogrammeerd, ook de liefhebbers van dans, cabaret en comedy vinden hier hun gading, en dit alles in een los sfeertje van “alles mag, niets moet”.  Best wel leuk.

dag 2: zaterdag 2 mei 2009
Zaterdag waren wij naar Ingelmunster afgezakt voor de muziek, zoals bijvoorbeeld de blues…. De blues van Watermelon Slim & The Workers had Labadoux toch één van de bluessensaties van de laatste twee jaar geprogrammeerd. Watermelon Slim is een bleekscheet die de blues in al zijn bloedvaten lopen heeft, de man is al niet meer van de jongste en had bovendien zijn gebit achtergelaten wat hem dikwijls, en dan vooral in zijn ongetwijfeld goedbedoelde bindteksten, hopeloos onverstaanbaar maakte. So what, hij speelde zijn traditionele blues met vuur , passie en wild enthousiasme, en dit van achter zijn slide gitaar waaruit hij snedige bluessongs puurde. Ook uit zijn mondharmonica haalde hij vuurwerk en zo kreeg hij een aardige respons van het zittende publiek. Als je ’t ons vraagt, verdiende de man overduidelijk een staand publiek. Nu bleef het immers bij een weliswaar gemeend enthousiast applaus, maar op menig ander festival (Peer, bijvoorbeeld, iemand ?) had hij wel enige beentjes aan het dansen gekregen.

Maggie Riley heeft als belangrijkste wapenfeit op haar CV staan dat zij de engelenstem verzorgde op Mike Oldfield’s “Moonlight shadow” (hier uiteraard ook van de partij, de song dan, niet Mike Oldfield, of wat had u gedacht ?), voor de rest hadden wij eerlijk gezegd ook nog nooit van het mens gehoord. Ze stond een beetje onwennig op het podium en leek behoorlijk content met de opkomst en de positieve respons. Haar songs, pop met een traditioneel randje, klonken een beetje te gewoontjes maar een puike gitarist zorgde toch wel voor wat opmerkelijke momenten. Zullen we het maar houden op onderhoudend optreden, maar nooit spetterend.

Sensatie van de avond waren, en dat hadden wij op voorhand al stiekem een beetje verwacht, de Easy Star All Stars. Een bont allegaartje muzikanten, ontsproten in New York, die er niets beters hebben op gevonden dan een dub/reggae versie te maken van klassieke albums als ‘Dark side of the moon’ (Pink Floyd), ‘OK Computer ‘(Radiohead) en ‘Sergeant Pepper’s lonely hearts club band ‘(Beatles). En wat op hun versies van die platen als een origineel en knap idee klinkt, werkte ook heel aanstekelijk op een podium. Inmiddels waren in de concerttent ook de stoeltjes wat naar achter geschoven waardoor de bruisende reggae/dub cocktail van deze gezellige groovy bende voor een uitbundig feestje zorgde. Bij het publiek zat er nu wel leven in de brouwerij, kon ook niet anders met die frisse en ritmische versies van ondermeer “Paranoid Android”, “Karma Police”, “Lucy in the sky with diamonds”, “With a little help from my friends” en “Money”. Die songs hadden hier stuk voor stuk een wel heel interessante wending gekregen en de verbluffende muzikanten en dito zangeres (die iets heel moois deed met Pink Floyds “A great gig in the sky”) vertolkten deze klassiekers met het nodige respect. De Easy Stars All Stars zijn dus geen grap, wel een van de beste reggae bands die we de laatste jaren hebben gehoord.

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2009: vrijdag 1 mei 2009

Geschreven door

We fietsten over een zonovergoten Wantebrug in Ingelmunster en kregen de concerttenten van Labadoux in het vizier. Het leek wel augustus en ‘Dranouter aan de vaart’. Veelkleurige tentjes stonden langs de oevers van de vaart naar Roeselare. De geur van bbq hing nog in de lucht. Het publiek dat drie volle dagen zou blijven had er duidelijk zin in!
Op de ‘Peloeze’ (zoals ze hier het grasplein tussen de festivaltenten noemen, liep al wat volk rond, maar er was nog heel wat ruimte over. Heel wat mensen wachten de grote namen af om tot hier af te zakken. dat ze hierin ongelijk zouden hebben bleek al gauw toen het eerste optreden begon. daarom deze raad aan toekomstige festivalgangers: staar je niet blind op die bekende namen, maar probeer ook te ontdekken welke verrassingen J-P Deven en z’n crew van Labadoux voor jullie in petto had!

dag 1: vrijdag 1 mei 2009

Munnelly, Flaherty & Masure
In de concerttent speelden David Munnely, Helen Flaherty en Philip Masure zich al vanaf de eerste minuut in het zweet. De zon bleef dan schijnen dat het een lust was. Dit Iers-Schots-Vlaams ensemble was voor de gelegenheid aangevuld met bassist Fons Verhamel (ooit jarenlang lid van From Us To You). Hij speelt heel regelmatig samen met dit trio.
Met deze opener startte het festival onmiddellijk op een heel hoog niveau! Individueel is elk groepslid duidelijk door de wol geverfd, maar het groepsgeluid sprak boekdelen! De stem van Flaherty staat als een huis, Masure lijkt wel met zijn gitaar vergroeid en Munnely kon toveren, zowel op keyboards als op zijn diatonische accordeon.
Helen Flaherty verraste het publiek met haar kennis van het Nederlands. Dat ze al jaren les geeft in Antwerpen werd er wijselijk niet bij verteld. Ze vroeg of Soetkin aanwezig was. Soetkin Collier (van Urban Trad) verzorgde blijkbaar de groepsleden met voedsel en drank. Gezwind wipte die over de afsluiting en ging meteen meezingen in een gevoelige ballade. De vrouwenstemmen klonken in perfecte harmonie. Daarna stelde de sympathieke David zich voor als ‘a very funny man’. Iedereen werd ten dans genodigd op de "Mad Gig". Dat lieten heel wat koppels zich geen twee keer zeggen. De ambiance zat er meteen in!
Heel intrigerend was ook de uitvoering van "La Partida" (te vertalen als ‘het vertrek’ of beter ‘het afscheid’). Deze Zuid-Amerikaanse traditional eindigde in een hels ritme waarbij de accordeonist als bij wonder niet over zijn eigen vingers struikelde.
Het festival was met een hoogtepunt begonnen en Helen bedankte haar publiek met de verzuchting ‘en nu mogen wij ook gaan drinken’. Of deze ‘beste zangeres van de groep’ (zoals Philip haar afkondigde) koos voor een Guinness of een Kilkenny, konden we niet achterhalen. Het was hen in ieder geval ‘gejeund’!

Le Vélo Vert
Toen Yves Bondue met enkele getrouwen in maart 2006 ‘Sjchrijeuw & l'histoire du vélo vert’ uitbracht, was er meteen heel wat interesse voor deze nieuwe benadering van folk en chanson met een vleugje musette of tango. De prille An-Sofie Noppe stond naast hem op de voorgrond. Haar stem verleidt de ene keer het publiek als een sirene en schreeuwt wat later weer als een eenzame ziel om begrip. Op sopraansax en bijwijlen op gitaar staat ze haar ‘vrouwtje’ naast de accordeon en het klavier van ‘groene fietser’ Bondue. We hoorden het eerste nummer dat ze ooit schreef voor de groep, "Schommel", dat ingetogen de eenzaamheid van de jeugd beschrijft, en “Bij Jou”, dat geïnspireerd is op haar heimat Watou.
Drummer Jan De Smet bespeelt een uitgebreid assortiment instrumenten en instrumentjes en met Rudy Degryse hebben ze een gitarist en contrabassist in huis die als een rots in de branding de basislijnen uitzet, maar evenzeer vingervlugge gitaarrifs uit zijn mouwen schudt.
Op dit katholieke festival vond Bondue de bergrede een gepast onderwerp om te brengen als "Jezus met 5 pita's en 2 sushi". Hij had het publiek volledig in zijn ban en kreeg op eenvoudige aanvraag een regiment “Rode schoenen” te zien om dan via de "Achtbaan naar de zaligheid" naar de afsluiter te roetsjen: met keelklanken à la Bobby Mc Ferrin zong Ann-Sofie "Wij willen nog niet slapen". En dat wilden wij ook niet! Hopelijk gauw tot ziens, op een groene vélo!

Cécil Corbel
Deze roodharige nimf bracht met haar vijfkoppige groep Bretoense, Ierse en Schotse nummers, maar maakte daarbij ook muzikale uitstapjes naar andere muziekculturen zoals bijvoorbeeld Turkije en Israël. De klanken van haar harp voerden ons mee naar een Keltisch verleden tussen elfen en hobbits.
Haar stem klinkt als het zuiverste water van een bergbeekje dat in het Schotse hoogland de Glenns vult. In "Le vent m'emporte" bezong ze haar thuisland Bretagne dat dikwijls door de wind gegeseld wordt. Soms kwam de vader van de Bretoense harp Alan Stivell even om de hoek kijken als we een Bretoense traditional herkenden. Maar met nummers zoals het Turkse "Yarim Gitti" (dat ze vertaalde als ‘ma bien aimée’) kwamen we dan weer in de sprookjes van 1001 nacht terecht.
Dit was folk van de hoogste plank. Misschien niet voor iedereen zijn kopje thee (sommigen verlieten de tent halfweg het optreden) maar deze muziek verdient meer dan de inspanning om te blijven zitten tot de laatste klanken van de metalen snaren weggedeind zijn. Wie achteraf een Guinness ging nutten, wist nu tenminste waar het harpje als logo voor dit bier vandaan komt.

Chris Jagger’s Atcha
Wie gekomen was om het broertje van Mick te vergelijken met de Rolling Stones, wist al direct dat hij dit uit zijn hoofd mocht zetten. Zijn groep Atcha bracht ons met zydeco en cajun onmiddellijk naar de swamps van Louisiana. Hier waren geen covers van Chuck Berry of drang naar “Satisfaction” te bespeuren. De bassist met het hoedje kon qua looks nog wel doorgaan voor een jonge Keith, maar daar stopte het dan ook. Jagger tapte uit verschillende muzikale vaatjes en bond zowaar het washboard voor. En dat was niet om de was te doen! Het publiek had heel wat ‘Sympathy voor deze Devil’ en kon de mix aan muziekstijlen best smaken. Op zijn website vonden we ook twee gratis downloads. Wie er niet bij was kan daar het gemis wat goed maken. Want zoals gewoonlijk hadden de afwezigen (groot) ongelijk!


Garland Jeffreys
De Amerikaanse singer-songwriter & gitarist Garland Jeffreys is wereldwijd gekend voor zijn unieke mix van rock’n’roll, reggae, blues & soul enerzijds en zijn geëngageerde teksten anderzijds. In de voorbije 4 decennia scoorde hij telkens wel ergens één hit, wat hem veel respect opbracht van mensen zoals Bruce Springsteen. Het was vooral Europa dat hem in de armen sloot. In de VS van de republikeinen blijkt het rassenonderscheid nog altijd een te hoge drempel om muzikaal meesterschap te (h)erkennen. Het zou ons verbazen mocht er in huize Reagan of Bush een exemplaar te vinden zijn van ‘Don't Call Me Buckwheat’. Op deze cd (alweer van 1992) staat de titeltrack bol van de scheldwoorden die Jeffries zijn hele leven al mocht horen van de blanken. Gelukkig is ‘boekweit’ in onze contreien nog geen beladen woord...
In Ingelmunster geen scheldwoorden. De man werd er bijna op handen gedragen! Met zijn 65 jaar verzekerde hij ons met het openingsnummer dat hij nog springlevend is: "I'm Alive" en met James Brown zaliger zong hij luid: "I'm Black and I'm Proud". Voor de tweede keer die dag werd de tent omgetoverd in een kerk: “This is a Rock 'n’Roll church! Do I hear AMEN?” ‘Is het kerk, een moskee, een synagoge? Welke vertrouwen we?’. Deze zware thema's werden verpakt in lichtvoetige reggae of rockabilly en afgewisseld met pophits zoals "Christine".
Jeffreys had een soort helling laten bouwen aan het podium. Daarover liep hij tot als op een catwalk tot tussen zijn publiek. Dit was duidelijk meer dan een gimmick. Achteraf konden we het hem persoonlijk vragen: Ik doe dat gewoon graag. Ik wil dicht bij de mensen staan. En het publiek stond met plezier dicht bij hem!.
Een akoestisch duet met de jonge gitarist vormde een rustpunt in het optreden. Met een portie onversneden blues ("I'm a good man but a poor man", "Schoolyard Blues" en "Corina") bewees de man dat hij de gitaar ook meester was. Intussen klonk in het publiek al de roep naar "Matador", zijn grootste hit. Daar moesten we echter nog even op wachten: “You sound like my mother, Shut the door, shut the door”, was zijn antwoord. We kregen nog een resem hits met o.a. "Wild in the streets" en "96 tears". Bass en drum klonken als een Sly en Robbie en Jeffreys sprong op het podium als een jong veulen. Met "Hail hail Rock 'n Roll" bracht hij de zaal a capella aan het zingen en toen was het voorbij.
Zoals iedereen verwachtte, werd "Matador" zijn toegift. “The Dutch, The Germans, they all think they made this song a hit. But we all know, it was the Belgians who did it!”.
Deze artiest houdt van België. En de liefde is geheel wederkerig. Wat ons betreft, kon het hele weekend niet meer stuk!

De Dolfijntjes XXL
Qua aantal was dit in ieder geval de grootste band van de dag! We konden ons niet ontdoen van de bijbelse symboliek die ook nu weer opdook: Wim kwam met zijn 12 apostelen op het podium voor een bomvolle tent. De verwachtingen waren hoog gespannen en ze deden dan ook wat ze moesten doen en dat zongen ze ook: “Ik ga doen wa da'k moe doen. Wa da'k moe doen, da goa kik zeker doen! 't Zijn altid de zelste die 't moeten doen!” Hun jongste hit was meteen een meezinger van jewelste.
De elektrisch versterkte accordeons produceerden zo'n vreemde klanken dat je bij moment niet wist of je nu een jankende gitaar of een mishandelde synthesizer hoorde. Maar het beukte en het rockte als Muzikale Bella met de dollekoeienziekte!
Wim speelde op onnavolgbare manier de getormenteerde zanger met zijn accordeon om de machtige torso gegord. De blazerssectie swingde als de apen van koning Louie en de menigte in de tent werd een kolkende massa zwetende lijven die meeriepen en -zongen met de Vlaamse mix van smartlappen en liedjes uit de 'zwarte mis'.
Kortom: de Dolfijntjes waren hun eigen oude zelf en het publiek kon er niet genoeg van krijgen! Zo werd dag één pas afgesloten in de kleine uurtjes.

Nem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

D-Tuned Festival 2009: Zu, Kong: Geslaagde comeback van onze noorderburen Kong

Geschreven door

Het Belgische Swaks opende als trio de D-Tuned avond in de Nijdrop, speelde - hoofdzakelijk instrumentale - jaren '90 noise rock, en raakten de snaar van bands als Shellac en Butthole Surfers. Met hun dreigende en logge bassen, scherpe experimentele gitaarsound en bombastische Japanse Taiko-achtige drums hadden de repetitieve nummers de sfeer van een filmische soundtrack te pakken. In hun witte kokpakjes experimenteerde Swaks met een theremin en de nodige feedback, werden ze ondersteund door een geprojecteerde collage van oorlogs- en sprookjesbeelden, en konden we beschouwen dat hun geslaagde project 'af' was.

Hey Colossus uit de UK begon hun set met luide feedback en scream vocals. Wat daarna volgde was Kyuss-achtige stonerrock met een pompende wall of sound die klonk al was het Britse 'God' terug in het leven geroepen. De songs werden aaneensluitend gespeeld, de gitaristen wisselden de zanger af met scream vocals en vaak stonden de bandleden gezamelijk met hun smoel gefocused te kijken naar de drummer links in de hoek van het podium. Naar het einde toe klonk Hey Colossus soms even traag als Earth, voerde met een meer dan vijftien minuten durend epos het publiek in trance, en sluitten ze de set af met een climax waarbij je zo aan bands als Part Chimp en Helmet kon denken.

Het instrumentale trio Zu uit Italië is na talrijke passages (oa Sonic City/De Kreun, zie review 05/04) in ons landje al lang geen onbekende meer voor de liefhebbers van het genre. Het trio stelde tijdens hun ‘Carboniferous’- tour hun recentste gelijkenamige plaat (onder Ipecac '08)
voor, en deed dit, zoals gewoonlijk, op een excellente manier. Quasi de volledige plaat werd naaldfijn gespeeld met een dynamiek alsof ze hem ter plaatse opnieuw aan het opnemen waren. Het geluid zat perfect, en kleine details vielen perfect in balans met het geheel. De percussie die Luca op zijn baritonsax tijdens Chthonian bespeelde, de hondengeblaf-samples, het virtuoze bas flageolettenspel op het einde van het bisnummer “Ostia”, het zat allemaal als gegoten. De Zu mannen werden als helden onthaald en konden live zonder een Mike Patton en King Buzzo - die de plaat mee opfleuren - perfect de boel rechthouden. Een betere Europese opwarmer voor Kong kon men in dit concept niet vinden!

Na hun split in 2000 is Kong uit Nederland toe aan hun comeback, en wat voor één! En natuurlijk speelden ze in hun gekende live opzet waarbij de vier muzikanten elk in een hoek van de zaal opgesteld staan, om een zogenaamd quadrofonisch effect te bereiken! Drumster Mandy Hopman nam plaats op het podium, speelde agressief en gebald en had vanaf de eerste minuut alle vooroordelen over vrouwelijke drumsters weggemot. Tegenover haar stond de bassist, en het enige originele bandlid, Mark Drillich aan de andere kant van de zaal, achter de PA. Aan de zijkant stonden respectievelijk gitarist Tijs Keverkamp en David Kox. Aan de setlist te zien was het overduidelijk dat het Kong te doen was om de promotie van hun
nieuwe langspeler 'What It Seems Is What You Get' (2009). "Hartstikke sneu!" zou je kunnen denken, maar dit liet echter geen al te zware domper op het showgehalte na. In het begin van de show was het duidelijk dat het publiek een dergelijke opstelling niet gewoon was. De toeschouwers stonden wat onwennig rond te kijken, en leken precies gevangen te zitten in een van Francis Bacon zijn geschilderde kooien. De invloeden van industrial, noise en dub stonden in de hoofdzakelijk nieuwere nummers van hun set op de voorgrond. “Factorum Inconstantum”, “On The Contrary”, “Toa Of Eric” en “Last Hunt” volgde 'Wonderwood' uit Earminded ('96), en vanaf “M.O.N.” van hun doorbraakplaat Plegm ('92) zat de sfeer er goed in en stopte het  publiek niet meer met dansen tot aan de laatste knaller “Stockhouse”.
Op het einde van de avond/nacht konden we concluderen dat Kong na 20 jaar ons nog steeds aangenaam kon verrassen met een zeer geslaagde comeback, desondanks dat vooral het nieuwe werk centraal stond, en er slechts een viertal songs uit de oude doos afgestoft werden. De Nederlandse experimentele scène van welleer stond begin de jaren '90 ver boven het Belgische niveau, en het was dan ook met plezier dat we onze smaakpapillen na vele jaren van kroket garnaal uit de muur en patat oorlog terug konden dompelen in deze betere Hollandse keuken. Smaakt naar meer!

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

Domino 2009: The New Wine, The Invisible, Micachu And The Shapes en The Whitest Boy Alive - The Whitest Boy Alive bouwt feestje op Domino 2009

Geschreven door

The Whitest Boy Alive mocht afgelopen dinsdag een alweer geslaagde, 13de editie van het Dominofestival afsluiten. Gedurende 7 avonden werd de AB ondergedompeld in een mix van te ontdekken groepen en klanken en tot op het laatst kreeg men de mogelijkheid te proeven van enkele nieuwigheden. Met The New Wine, The Invisible, Micachu And The Shapes en The Whitest Boy Alive stonden op de finaleavond namelijk niet minder dan vier groepen geprogrammeerd, de eerste twee maakten zelfs hun debuut op een Belgisch podium.

Het Noorse The New Wine werd door The Whitest Boy Alive gevraagd om tijdens de gehele tournee het voorprogramma te verzorgen en bijgevolg stonden ze ook in de AB geprogrammeerd. Op het ogenblik dat de vier jongeren uit Bergen aan hun set begonnen, kwam het publiek nog geleidelijk de grote zaal binnengewandeld maar Stian Iversen (gitaar/zang), Johan Hatleskog (basgitaar), Geir Hermansen (synthesizer/percussie) en Adrian SØgen (drums) lieten het niet aan hun hart komen en zetten met hun vrolijk aandoende nummers vol opzwepende elektropop, dansbare beats en de bij 80’s Italo Disco aanleunende rifjes al meteen aan tot heupwiegen. Het deed ons bij momenten vooral denken aan onder meer Tahiti 80, Phoenix of Chromeo maar bovenal leunde het erg dicht aan bij jawel, … The Whitest Boy Alive. Niets nieuws of wereldschokkend maar volstrekt passend bij het mooie lenteweer. The New Wine werkt volop aan een eerste album maar enkele nummers kunnen nu reeds in demoversie beluisterd worden op hun MySpace.

Hoewel ook The Invisible voor de eerste maal te zien en te horen was op een Belgisch podium, zijn de muzikanten die deel uitmaken van dit trio echter niet aan hun proefstuk toe. Gitarist/zanger Dave Okumu maakte deel uit van Jade Fox en verleende zijn medewerking aan onder meer Matthew Herbert, bassist/zanger Tom Herbert deed hetzelfde bij Acoustic Ladyland, Jade Fox en Polar Bear, terwijl Leo Taylor al gedrumd heeft bij onder meer Gramme, Zongamin, Matthew Herbert, Bugz in the Attic, Hot Chip en Nitin Sawhney.
Sinds 2006 spelen ze ook samen als The Invisible en het gelijknamige, uitstekende debuut van deze Londenaars verscheen  recent op Accidental Records, het label van Matthew Herbert die ook meteen de productie van de plaat op zich nam. Hij zorgde mee voor een broeierige, zwoele en donkere sound met flarden soul, funk, jazz, rock en Afrikaanse ritmes. Zelf typeren ze hun muziek als Experimental Genre-Spanning Spacepop maar over het kanaal ziet de pers voor The Invisible eerder een rol weggelegd als Britse tegenhanger voor TV On The Radio.
Live kwam dit alles iets minder krachtig en doeltreffend over. Waar de zachte, soulvolle stem van zanger Dave Okumu op plaat mooi zweeft boven en tussen de instrumentatie, was deze in de AB meer onderdrukt en kwam het concert als geheel iets minder beklijvend over. De drie groepsleden werden op het podium bijgestaan door een keyboardspeler en er zou kunnen verwacht worden dat dit het geluid nog voller en steviger zou maken maar dit bleek niet het geval te zijn.
Na een kort instrumentaal stukje werden meteen de twee singles “Monster’s Waltz” en “London Girl” (met een soort gitaarrif waarop Nile Rodgers een patent heeft) gebracht en deed de muziek gaandeweg meer vergelijkingen oproepen met !!! en Foals. Naar het einde toe nam The Invisible wat gas terug via zachtere nummers als “Baby Doll” en “Passion” om na drie kwartier af te sluiten met “Jacob & The Angel” mondde uit op enkele solo’s.  
Het was zeker goed te noemen maar we misten toch wel dat extraatje om het bijzonder te noemen, mede omdat de impact van de melodieuze climaxen vaak ontbrak. Er is zeker nog groeimarge en door hun tournee als voorprogramma van The Doves en Foals zullen ook hun concerten ongetwijfeld naar een nog hoger niveau getild worden. We zien The Invisible dan ook graag binnen enkele maanden terug wanneer hun set staat als een huis. Met een imposante verschijning als Dave Okumu mag dit geen probleem opleveren.

Vijftien minuten na The Invisible maakte het vorig jaar opgericht Micachu And The Shapes hun opwachting. Ook hier betreft het een trio uit Londen dat wordt aangevoerd door de tengere, pas 21 jaar oude dj/MC Mica Levi (aka Micachu), vergezeld van Raisa Khan (synthesizer/percussie) en Marc Pell (drums) als The Shapes. Hun debuutplaat ‘Jewellery’ verscheen eveneens zopas op het label van Matthew Herbert en hij verzorgde tevens de productie. In Engeland worden ze beschouwd als één van dé acts die in 2009 potten zullen breken en onder hun fans mag ook Björk gerekend worden.
Centraal staat de ‘chu’ een door Mica zelf geprepareerd gitaar waaraan een bassnaar toegevoegd en een pedaal bevestigd werd zodat er meer glijdende geluiden voortgebracht kunnen worden. Door dit instrument te bespelen met een soort hamerklap, wordt een scherp, hoekig geluid geproduceerd dat één van de handelskenmerken van de groep is geworden. De luid rammelende muziek die ze brengen, is te situeren binnen de elektronica, garagerock en  postpunk. Hun concert in de AB was van wisselend niveau. Bij momenten strak en snedig, maar veelal ook richtingloos waarbij enkel het produceren van noise het hoofddoel leek te zijn. De bijdrage van Dave Okumu op één nummer kon daar niks aan verhelpen. De sterkste momenten waren wanneer Raisa Khan de nummers wat opsmukte via synthesizer en ‘Wrong’ voorzag van extra percussie. Micachu And The Shapes hebben talent maar het komt er op aan hiermee niet losweg te woekeren.

Om stipt 22u verscheen tenslotte de groep waar nagenoeg iedereen voor gekomen was: The Whitest Boy Alive. Opererend vanuit Berlijn en onder leiding van de Noor Erlend Øye (1/2 Kings Of Convenience en onder meer de stem achter “Poor Leno” van Röyksopp) hebben zij natuurlijk veel minder introductie nodig dan de drie voormelde want met hun combinatie van rock, pop en subtiele elektronica hebben ze al meermaals het Belgische publiek op een dansen gezet.Enkele weken terug bracht het viertal hun tweede album ‘Rules’ uit en dat werd in de AB met uitzondering van “Timebomb”(maar daar is een bepaalde reden toe zoals straks zal blijken) en het meest rustige fragment “Rollercoaster Ride” integraal voorgesteld.

Het concert begon enigszins rustig met “Keep A Secret”. Vanaf deze jazzy opener was meteen duidelijk dat de nummers van hun nieuwe plaat coherenter klinken dan op het debuut ‘Dreams’ uit 2006 en dat door het intensieve tourschema de groepsleden nog beter op elkaar ingespeeld zijn. “High On The Heels”, “Dead End”, “Intentions”, “Promise Less Or Do More” en “Gravity” volgden elkaar op en zanger/gitarist Erlend Øye, bassist Marcin Öz, de steeds sober maar doeltreffend drummende Sebastian Maschat en toetsenist Daniel Nentwig zorgden voor een gepast ritme. Bovenal Daniel Nentwig blijkt live meer en meer een nadrukkelijke rol te vertolken met zijn Fender Rhodes en Crumar synthesizer.
De sfeer bij het publiek zat er van meet af aan in en Erlend Øye die oogt als een hippe nerd met zijn steeds te grote brilmonturen maar eigenlijk een entertainer eerste klas is, pikte hier snel op in via nog meer directe interactie met het publiek. Hij vroeg humoristisch wat aerobicoefeningen te doen, polste wie onder de aanwezigen Frans, Nederlands of Spaans sprak en toen een jongen op een van de eerste rijen met een kartonnen bord stond te zwaaien met daarop ‘Show Me Love’ geschreven, was het aan de heimelijke glimlach van de groepsleden te zien dat ze snel begrepen wat hiervan de bedoeling was. Erlend Øye nam het bord tot zich en zei dat iemand uit het publiek duidelijk eenzaam was en riep de toeschouwers op om hem wat liefde te verlenen. Meteen het sein om de 90’s hit “Show Me Love” van Robin S te spelen. Deze coverversie van The Whitest Boy Alive is intussen uitgegroeid tot een ware publieklieveling. Vaak wordt deze in hun set verweven met “Timebomb” maar door in te spelen op de situatie vlak voor het podium, werd deze passage achterwege gelaten.
Tot op de balkons werd meegedanst en dit was de aanzet tot één groot feest dat ononderbroken zou duren tot de laatste noot. De groep onderstreepte hiermee nog maar eens haar livereputatie en toonde duidelijk aan de kunst te verstaan om de vaak rustige nummers op plaat op een podium om te toveren tot meezingers van formaat. “Courage” vormde daar een goed voorbeeld van. Mede door het refrein dat ontleend is aan “Push Push” van Rockers Hi-Fi en het feit dat Daniel Nentwig uit zijn Crumar synthesizer nog wat techno beats toverde, werd hieraan een extra dimensie toegevoegd. Erlend Øye hoefde zich maar tot vooraan het podium te bewegen om het publiek verder op te zwepen.
Na “Above You” ging Daniel Nentwig nog wat verder met het improviseren op zijn Crumar synthesizer. Hij toverde er wat tunes uit die zouden passen bij de ‘Star Wars’ trilogie, herhaalde op elektronische wijze de trompetklanken die Erlend Øye nabootste en zette meteen de intro in van “Out Of Space” (bekend in de versie van The Prodigy maar eigenlijk grotendeels gebaseerd op de reggaeklassieker “I Chase The Devil” van Max Romeo).
Het prachtige en onvermijdelijke “Burning” uit ‘Dreams’ sloot het eerste deel van de set af en ook hier was het nog niet afgelopen met de speelsheid. De lichten op het podium werden even gedoofd en bij het terug aanfloepen bleek dat er onder de groepsleden een wisseling van instrumenten was doorgevoerd. Erlend Øye had plaats genomen achter de Fender Rhodes, Daniel Nentwig werd gitarist, Marcin Öz was aan het drummen en Sebastian Maschat bespeelde de basgitaar. Het publiek sloeg dit alles geamuseerd gade.
Tijdens de korte pauze kwam alleen Daniel Nentwig op het podium met in zijn hand een brief. Een meisje uit Stockholm had deze aan de groep overhandigd met de vraag om dit aan haar vriend in België af te geven. De overgelukkige mocht zich prompt een weg banen richting podium en de brief in ontvangst nemen. We hebben dit nog niet veel groepen zien doen.
Na dit intermezzo was het tijd voor enkele bisnummers. Vooreerst werd The New Wine er bij gevraagd om samen met The Whitest Boy Alive de Fred Falke remix van “Golden Cage” te vertolken en dit te verweven met “Around The World” van Daft Punk. Na “Fireworks” waarbij Daniel Nentwig rechtstaande op een stoel zijn Crumar synthesizer bespeelde, werd onderhuids nog eens blijk gegeven van enige correlatie met Daft Punk door het feit dat het ritme van “1517” volledig gelijklopend is met dit van “Harder, Better, Faster, Stronger”. “Hey, You, We Just Got Started. You Can’t End This Now” riep Erlend Øye ironisch want daarna was er nog maar plaats voor nog één nummer, zijnde “Island”.

Na één uur en twintig minuten wuifde de groep het publiek en het Dominofestival uit. Er waren enkele schoonheidsfoutjes te bespeuren, het enthousiasme van de groep en het bespelen van het publiek stond soms een feilloze set in de weg maar dit is in dit geval van geen tel en wordt ook niet van een groep als The Whitest Boy Alive verwacht. De talrijke toeschouwers waren naar de AB gekomen om een extra feestavond te beleven en via dit erg goede concert, hebben ze dit zeker en vast ook gekregen. Iedereen meer dan tevreden dus!

Op naar editie 14 …
Setlist The Whitest Boy Alive: Keep A Secret, High On The Heels, Dead End, Intentions, Promise Less Or Do More, Gravity, Show Me Love (Robin S Cover), Courage, Above You, Burning
The Golden Cage, Fireworks, 1517, Island

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Domino 2009: The Notwist wikt en weegt: van hard naar zacht, van integer naar opzwepend’

Geschreven door

Wie even Googled naar The Notwist komt naast de gelijknamige Duitse groep bijna even snel uit bij een resem andere muzikale projecten waarbij de broertjes Markus en Micha Acher afgelopen jaren hun artistieke ei kwijt konden. Bands als Lali Puna, Tied & Tickled Trio, Ms. John Soda, Console, Couch en 13 & God mogen dan al hun sporen hebben verdiend in de zogenaamde Weilheim scene (genoemd naar de thuisbasis van de Achers), het blijven illustere onbekenden in vergelijking met The Notwist. Het is dus niet te verwonderen dat omwille van hun drukke bezigheden met deze nevenprojecten de Achers slechts sporadisch een album uitbrengen onder de groepsnaam The Notwist; hun jongste werkstuk, ‘The Devil, You + Me’, werd vorig jaar zonder veel tromgeroffel op de wereld losgelaten, maar leverde de groep toch een plaats op als één van de headliners van het tiendaagse Domino festival in de AB.

Het imago van frontman Markus Acher vloekt op zowat alle vlakken met dat van de archetypische Duitser: hij neuzelt en fluistert, reageert verlegen op applaus en heeft al helemaal geen boodschap aan bindteksten. Verder dan de openingszin “Hello, we are The Notwist ... and this is our music” kwam Acher niet, maar zoals de man zelf aangaf is het de groep vooral te doen om hun muzikale prestaties. Het vijftal koos hierbij van meet af aan voor een ongewoon harde aanpak, waardoor de kenmerkende mix van melancholische indierock, subtiele electronica en knetterende samples bij aanvang van de set wat verloren ging. Zo kende het anders zo rustig voortkabbelend meesterwerkje “Pick up the Phone” een prettig overstuurde finale, drongen de bastonen tijdens “Where in This World” ongewoon brutaal door tot in de onderbuik, en verloor de groep zichzelf even in onnodig noise experiment tijdens een lang uitgesponnen “This Room”.
Acher & co namen na deze blitsstart even later gelukkig wat gas terug met het intieme “Sleep” en met een volledig omgebouwde versie van “Neon Golden”, het titelnummer van hun doorbraak album uit 2002. Gebruik makend van spaarzame gitaren, krakende samples en aritmische percussie mondde dit nummer uit in een verslavende repetitieve groove die ons prompt deed denken aan het meest toegankelijke werk van zielsgenoten Neu en Can. De groep maakte vervolgens een feilloos bruggetje naar “Pilot”, dat in vergelijking met de studioversie opnieuw volledig werd verknipt, in het midden een dub injectie kreeg en na een zoveelste tempowisseling vervolgens uitgroeide tot een groovy climax. Het breekbare titelnummer uit het jongste album, “The Devil, You + Me”, zorgde voor een intimistisch slot van de eerste concerthelft.
Ietwat onwennig doch duidelijk dankbaar door de massale publieksrespons keerde de groep tot tweemaal terug voor een bisronde. Hierbij kregen de iets oudere fans eindelijk ook iets te horen uit ‘Shrink’, het album waarmee The Notwist in 1998 definitief evolueerde van illustere Dinosaur Jr. adepten tot de nieuwe helden van de Duitse indierock. Naast het obligate “Chemicals” werd ook het openingsnummer uit dit album, “Day 7”, op herkenningsapplaus onthaald.

De knetterende beats van “Consequence” sloten na bijna twee uur de negende dag van het festival af met de hoofdletter D. De ‘D’ van de grensverleggende en gedurfde DOMINO affiche, de ‘D’ van de fluwelen Ayco DUYSTER die in de foyer mooie maar vooral duystere plaatjes draaide, en de ‘D’ van ‘The DEVIL, You + Me’ die alledrie een gezegende bron van inspiratie vormen voor de unieke doch onvoorspelbare live reputatie van The Notwist.
Tot op  het Cactusfestival deze zomer zondag 12 juli!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Domino 2009: Mono, Health, Handsome Furs

Geschreven door

Handsome Furs is een Canadees echtpaar, ook wel tweederde van Wolf Parade, een andere Canadese indie band. We kregen een korte set (25 minuten) die naar meer smaakte. Drumcomputers en gitaar, een soort omgekeerde The Kills aangezien de man, Dan Broeckner, hier de vocals verzorgde in plaats van Alison Mosshart bij The Kills.

Het was heel rustig in de AB Box toen Health opkwam, maar dat zou niet lang zo blijjven. “Hi, we are Health from Los Angeles, California”, en weg waren ze voor een verschroeiend halfuurtje noise. Heel gezond voor de trommelvliezen was het niet, vooral de drummer was indrukwekkend met een salvo van dubbele basdrums waar Lars Ulrich goedkeurend zou bij knikken. De drummer mepte zowaar zijn cimbalen los. In heel wat nummers werd de drummer dan nog bijgestaan door de gitarist die een enkele drum martelde, terwijl de tweede gitarist panisch van links naar rechts schoot: Echte songs hebben we eigenlijk niet ontdekt, of het zou een  nummer met keyboards moeten geweest zijn dat naar “Baba O’ Riley” van the Who refereerde. Soms waren de jongens iets te veel met zichzelf bezig en te weinig met het publiek: of hoe moet je het noemen als er twee van de vier bandleden op hun knieën met de rug naar het publiek hun instrumenten aan het pijnigen zijn. “Hi we were Health from Los Angeles California”, na een halfuurtje was de orkaan uitgeraasd. Health lijkt me vooral een groep die live veel indruk maakt, maar waar je wellicht niet vrijwillig een volledige CD van uitzit op een zondagnamiddag.

De hoofdact van deze Domino avond, Mono, wordt wel eens de Japanse Mogwai genoemd. Dit viertal uit Tokio, kwam hun nieuwe album voorstellen, ‘Hymn to the immortal wind’. Dit vijfde album van Mono werd geproduced door Steve Albini en werd opgenomen met een strijkorkest. Een heel ambitieus album dus, van epische proporties, wat zich dan ook uit in de lengte van de nummers die gemakkelijk boven de tien minuten afklokken.
Mono had het strijkorkest thuis gelaten, maar dit zou zeker geen afbreuk doen aan de kwaliteit van hun filmische post-rock. Meestal begonnen de composities van Mono heel rustig op met een enkele gitaar, een xylofoon of keyboards, als een zomerbriesje om dan uit te groeien tot een taifoon van ware Katrina proporties. Nooit klonk die overgang van zacht naar luid echter als een goedkoop trucje, wat je soms aanvoelt bij de mindere post rock groepen. Lang uitgesponnen nummers dus, waar je zelf een verhaal kon bij verzinnen en waar hier en daar wel typische oosterse elementen in te bespeuren waren. In die zin staat Mono eigenlijk ook dichter Godspeed You Black Emperor dan bij Mogwai of 65 days of static. Na ruim anderhalf uur sloot Mono af, zonder ook maar een woord gezegd te hebben. Misschien spreken ze geen Engels, en kon er daarom misschien geen “Hi how are you” vanaf maar eigenlijk deed dat er niet toe, want de wervelende melodieën hadden voor zich zelf gesproken.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Popallure 2009 liet de Rock Rally’s herleven

Geschreven door

Popallure vierde z’n vijfde editie in  het plaatselijke zaaltje CC Nova in Nazareth-Eke. De kleinere locatie gaf, tav de vroegere Brielpoort, Belgisch beloftevolle bands en artiesten de kans beter tot hun recht te komen. De sfeer zat er goed in om - dik bijeengepakt – iedereen aan het werk te zien. De organisatie was alvast uiterst tevreden om het bordje ‘Uitverkocht’ te plaatsen van 400 man in het CC. Dit jaar programmeerden ze The Subs (live), The Hickey Underworld, Jasper Erkens, Wallace Vanborn en Dubbel G.

We sloten aan na Dubbel G, die de aftrap gaven als ‘local’ hiphoptalent en Wallace Vanborn, die de plaatselijke Popallure rockrally won.

De uit Diest afkomstige Jasper Erkens, tweede in de recentste Humo’s Rock Rally, wordt vol lof onthaald met z’n debuutplaat. Deze eenmansband van de talentrijke 16 jarige singer/songwriter raakt de gevoelige snaar met z’n sfeervolle, dromerige ‘on the road’/ akoestische gitaarsongs over verliefdheden, gedragen door z’n helder, doorleefde vocals op die jonge leeftijd. Erkens was een vlot verteller - zonder podiumvrees, maar met neigende sterallures -, en stelde tien songs voor van z’n debuut; de obligate single “Waiting like a dog” en de Gnarls Barkley cover “Crazy” ontbraken niet.
Net als Selah Sue oefent hij momenteel met een band om tegen de festivalzomer z’n songs een breder, kleurrijker concept te kunnen geven. Hij kon alvast rekenen op een sterke horde fans; de afsluiter “Stay alive” kreeg elan door de nodige ‘Oohoohs’.

De winnaars van de Humo’s Rock Rally enkele jaren terug (2006), The Hickey Underworld,  heeft na lang zwoegen hun debuut uit en stelde deze al gretig voor in de diverse clubs in ons landje. Het kwartet ging stevig, scherp en snedig te werk en gaf hun rocksongs met gemak een stevig scheut grunge en noise; “Zero hour”, “Sick O Boys”, “Blonde fires” en “Witches” overdonderden. De succesvolle single “Future words” was het meest poppy nummer. De band was sterk op elkaar afgestemd en liet een geoliede, hevige, intense set horen. De festivals lonken …

The Subs besloten en verve de vijfde editie van Popallure. Ze zorgden voor een aangename verfrissing na het gebalde rockgeweld van The Hickey Underworld. Samen met de twee vorige zijn ze de meest gevraagde band momenteel op de indoorfestivals die ons land rijk aan het worden is. Het Gentse trio bracht onlangs de cd ‘Subculture’ uit en heeft met “Kiss my trance” en “Music is the new religion” twee grootse dance club hits uit. De vibe van hun beats’n’pieces van electro/techhouse brachten ze moeiteloos over naar het enthousiaste publiek. Ergens tussen Prodigy, Bonzai en de Underworld trance. We konden de volgende dag geflipte paaseieren rapen in de tuin …

Organisatie: Popallure, Nazareth -Eke

Karma Hotel 2009: volgeboekt Karma Hotel alweer een voltreffer

De tweede editie van het Karma Hotel in het Casino Kursaal was een alweer een bruisende golf die uit de kuststad Oostende uitdeinde tot ver in het Belgische binnenland en waarop elf uur lang gesurfdancet werd door jong en iets ouder. Op een hapering bij Zombie Nation na was het dans- en rockwater van de zuiverste kwaliteit. En dat zullen de drieduizend muziekliefhebbers beaamd hebben.

De Jeugd van Tegenwoordig mocht de spits afbijten. Misschien een ondankbare beet en op zich niet lekker, maar de hap die Willie Wartaal, Vieze Fur, P. Fabergé en Bas Bron namen werd smakelijk gedeeld door een al half volgelopen main room. Om 19u al de handen op elkaar krijgen, het zijn maar ‘Hollandse hoeren’ die het kunnen.
En ze deden het. Constant. Zelf hadden ze er onwijs veel zin in, vonden het ‘kankergezellig’ en verloren er zelfs de tijd bij uit het oog. Amper veertig minuten kregen ze en met duidelijke tegenzin werden ze van het podium getrokken, niet zonder al meteen over de tijd te gaan met “Hollereer” als een soort bisnummer.
Simpel toch: een keyboard en drie micro’s. Zuinig, maar niet op hun taal, dat Amsterdamse trio. Ze geilden de Belgische jeugd van tegenwoordig (zo vroeg op de avond haast niet ouder dan twintig) met hun rappende woorden op, daagden ze voortdurend uit, overrompelden ze met beats, maar lieten hen ook delen in de sfeer van ‘een drankje links en een pil rechts’. ‘Hollandse hoeren met een hart van goud, betitelden ze zichzelf. En dat hart opent zich graag naar hun zuiderburen, zo blijkt steeds weer.
,Maak België trots’! galmde het de zaal in en onze eigenste jeugd wilde niet onderdoen voor hun naamgenoten van boven de Moerdijk. Met onder andere een lekker zomerse flamenco beat, wat later “De stofzuiger” en “Wopwopwop” spurtte de tijd onder hun heen- en weerschuifelende voeten voorbij. Ze hadden zelfs geen nood of tijd voor een “Watskebeurt”. Dat was misschien nog toepasselijk geweest, want plots was het dus over en out. Watskebeurt? Ewel, het Karma Hotel was meer dan opgewarmd.

Het is al bijna vijf jaar geleden, dat debuutalbum ‘Stop Talking ’ van Soldout, het Franstalige duo David en Charlotte. Maar ze zijn terug. Sterker, zwarter, breder en zelfs evenwichtiger durven we ‘Cuts’, hun tweede duivelskindje (mede ter wereld gebracht door Jason Boshoff van Basement Jaxx) noemen. De set die ze brachten was bijgevolg een vernieuwende, verrijkte en verrijpte electro-ervaring. Front 242 en The Neon Judgement mogen gerust zijn, het waardevol Belgisch vervolg is verzekerd. Het overwegend jonge volkje dat in Oostende de second stage verkoos boven The Hickey Underworld keek verrast zijn oren uit. En terecht.
Opgejaagde keyboarddeuntjes, versnellende drumritmes, bij momenten hijgerig-smachtend gezongen Frengels –Charlotte met de donkere zonnebril murmelt in een vette combinatie van Engels met Franse cheveux erop – en soms lichte, maar des te meer zwarte synthesisermuziek die de eighties klanken weer opzwepen en oppoetsen. Het klonk verdorie lekker.
Dat zangeres Charlotte niet de perfecte stembeheersing heeft, stoort niet eens. Wel integendeel, het smeert als het ware bewust een vette veeg lipstick boven de lippen. Er net iets over en toch juist niet kitscherig, want het is kwaliteit wat ze brengen.
Ook de act mag/mocht gezien worden. Knappe, doch sobere beelden achter het duo op een verder heel donker belicht podium. Soms met meeschreeuwende letters, zoals bij “Build it up, knock it down”. Of een zwart-witte live-projectie van Charlotte in eigenste actie.
”I don’t wanna have sex with you”, sneed diep naar binnen in. Bezwerend. ‘We are soldout’, wat een statement ! Of “I can’t wait”, ook al uit ‘Stop Talking’, simpel maar rechtuit. Geen dance pur sang, af en toe gewoon wat electrobeats en gitaren (jaja) – vooral daterend uit hun beginperiode - maar een eigen gezicht, een eigen geluid, een eigen belichaming. Ja, we hebben het voor Soldout. Uiterlijk simplistisch, maar met diepgang en performance. Te volgen. Zeker nu ze nog rijper geworden zijn.

Terwijl Sold Out op de second stage zwarte synthesiserklanken de zaal in joeg, mocht The Hickey Underworld hun eerste gitaarsnaar aanslaan op de main stage. De term ‘aanslag’ is beslist een voltrefferbenaming die voor geen enkele groep op Karma Hotel meer van toepassing was dan voor THU. Ok, dit was onze eerste live kennismaking met de ‘street gang’ van Younes Faltakh en misschien moeten we het nog eens proberen, maar door hun melodische single “Future Words” hadden we andere (betere?) verwachtingen.
Cd-gewijs – pas een maand uit trouwens hun titelloze debuut- zit het behoorlijk tot goed, al was het een tijd wachten (lees herbeluisteren) vooraleer de oester stilletjes opende en wat diepgang en oorbaarheid prijsgaf. De winnaars van de Rock  Rally anno 2006 sloegen hun set loeihard de zaal in en  de eerste rijen konden niet zien hoe achter hen de anderen zich (af en toe) wegdraaiden.
De stormgolven bleven tegen de Oostendse branding inklotsen, schuurden de niet zo vuurvaste zandkorrels snel achteruit en lieten een dampende betonvlakte achter. THU, de nieuwste hype in België? Tja, even wennen zeker. Ook voor het jonge Karmapubliek dat vooral gekomen was om te dansen. Al bewees het postpunk rock’n’roll van The Subways een uur later dat er wél laaiend enthousiasme van af kon voor gitaarriffs.
Rauw, schurend, veel geluid en weinig melodisch tussen de herrie, vonden wij, maar smaken verschillen. Wel een pluim: hun riffs, hun gitaarexpansies en de hese stem van Faltakh geven THU een eigen geluid. Smerige, vunzige en vuile energie, maar ook dàt kan mooi zijn. Herkenbaar in elk geval. En wie weet, was het niet van “Future Words” geweest, we hadden er anders tegenaan gekeken. We proberen het later nog wel eens, maar toch even laten bezinken.

De tweede band op de second stage was Madensuyu, één van de meest onderschatte bands als het op live performance aan komt, had een kenner mij verteld. Kritisch als we zijn stonden we dan ook effectief op de eerste rij toen Stijn De Gezelle (gitaar, keyboard en zang) en Pieterjan Vervondel (drums en zang) nog aan het soundchecken waren. En toen al viel op dat in hun kelen twee sterke en uiteenlopende stemmen huisden. Het zittende Gentse duo had een schijnrustige flair over zich, die hun eerste afrikadrumbeats helemaal wegsloegen.
Qua originaliteit zal Madensuyu (Turks voor bruisend, natuurlijk bronwater) veruit het hoogst gescoord hebben op het Oostendse indoorfestival. Hun muziek omschrijven heeft weinig zin, het is een eigenheid die vooral gebaseerd is op bijwijlen bezwerend ritme en dynamische tot overrompelende klanken en die laatste kunnen van allerlei aard zijn. Van gitaar en drums tot computertrucs en hun eigenste stemmen, al kwamen die nog te weinig tot hun recht.
Het tweetal, dat derde eindigde op Humo’s Rock Rally, bewijst live - net als The Kills en The White Stripes bijvoorbeeld - inderdaad dat twee muzikanten het volle geluid van een hele band kunnen maken en dragen. Nadeel op Karma Hotel was dat dat geluid afnam in sterkte en intensiteit naarmate je meer achterin de zaal trok. Om volop in de emotie van Madensuyu meegezogen te worden, moest je wel voorin staan.
Madensuyu is speciaal. Geen zware teksten, geen vaste muzikale lijn, geen diepgaande betekenis, wel klank en geluid met tempoversnellingen en vooral passie. Soms dansbaar, soms loeihard, maar altijd verrassend. ‘D is Done’ is hun nieuwe plaat, waarin je het magische onoplosbare raadsel van ‘wat is dit nu?’ ook niet kan verklaren. Niet proberen dus, gewoon luisteren.

Na het geweld van THU mocht op Karma Hotel het Engelse indie-rocktrio van The Subways de main stage op met een set die in broeierigheid het Antwerpse lawaai nog oversteeg. De ambiance zat er van noot één al meteen in en het jonge volkje voor hen had blijkbaar uitgekeken naar dat uurtje springen en schreeuwen op de postpunk zonder franjes.
Wie zich niet liet meesleuren en het een beetje van op afstand bekeek, doorzag echter al snel het show-concept van zanger en gitarist Billy Lunn in blote bovenbast . De simpele ‘Yeahs’ en ‘Ooohs’, het herhaaldelijke ‘Ostend go crazy’ en het gatlikkende ‘Belgium/Ostend you f***ing rock’ tussen zowat elke song door werkten op den duur zelfs irriterend. Het geloof in de waarde van zijn bindteksten (?) was meteen snel weggespoeld.
Maar het moet gezegd, de podiumbeesten (want ook bassiste Charlotte Cooper liet zich niet onbetuigd en steekt met haar schril stemmetje lekker af van Lunn) schieten rock‘n’roll met punkkogels de zaal in. Nummer als “Kalifornia”, “Young for Eternity”, “Mary” en “Holiday” rolden als een tsunami uit de zee het Oostendse Kursaal binnen. De energie van de groep muteerde de voorste rijen in hoog deinende golven die over alles en iedereen heen sloegen.  Veel onderscheid is er trouwens niet tussen de nummers onderling. Daarvoor ontbreekt het de groep aan variatie van muziek en muzikanten. Maar het publiek maalde er niet om, had een driekwartier vette fun en ging helemaal uit de bol. Als het aan hen gelegen had, mochten ze na hun afsluiter “Rock ’n’ roll Queen” nog eens herbeginnen. En het zouden pas de enkelingen geweest zijn die dan gehoord hadden dat ze opnieuw “Girls & Boys” en al de rest gespeeld hadden. En o ja, het watertje dat Lunn, Cooper en drummer Morgan parmantig dronken, miste ergens ook wat punkgehalte… Knipoog.

Guru’s Jazzmatazz, on the second stage, is na drie jaar opnieuw ‘on the road’. Inderdaad, het was van 2006 op FihP in Oudenaarde dat we de man en z’n crew nog aan het werk zagen. Guru maakte samen met DJ Premier deel uit van Gangstarr en gaf een verfrissende kijk op de hiphop, door een jazzy/soul/pop look. Op plaat klinkt de Jazzmatazz bende sfeervol, loungy en zwoel. Guru is aan de vierde reeks toe en was inspiratievol voor bands als The Fugees, Brand New Heavies, Us 3, Buckshot le Fonque en Blackalicious.
Onze Hip Hop Jazz Messengers klonken live heel aanstekelijk, broeierig en freaky. Een krachtige set dus, wat sterk werd geapprecieerd. Hij was vol lof over artiesten als Donald Byrd en John Coltrane en in de samples en scratches eerden ze Grandmaster Flash en Marrs. Samen met een tweede MC, DJ/scratcher, toetsenist en blazer maakten ze een compilatie van hun Jazzmatazz platen. De ‘Making noise’, ‘Keep on moving’ en ‘NY shit’ - bindteksten namen we er zonder problemen bij.

Ook een vol uur ‘speeltijd’ kregen Vive La Fête. En geen seconde daarvan verveelden Pinoo en co. Geen wonder, nomen est omen, de naam zegt het zelf: leve het feest en dat was het (alweer).
Sexy blonde vamp Els Pynoo, op de obligate high heels en een zwart pakje waar iedereen naar op moést kijken, zette met haar krolse gegil meteen de zaal in de fik na de klassieke intro van de Vier Jaargetijden. Dat de aankondiger even in de microproblemen zat ervoor was meteen vergeten.
Uit de synthesizer kitschpop rolden de voorbije tien jaar al voldoende hits om ook de minder ingewijden bijwijlen te laten meejoelen. Mommens en Pynoo haalden een strakke set boven, haast nog strakker dan het pakje van de front lady herself. Black & white en andere  contradicties met af en toe een uitschuiver naar The Cure (niet enkel muzikaal maar ook visueel on stage) of een Jesus Christ Superstar gitaargrapje.
De meezingers volgden elkaar vloeiend op en op “Maquillage” en “Ne Touche Pas” legde Pynoo nog een extra streepje diva-make-up op. De kreetjes van La Pynoo zijn trouwens zowat het waarmerk geworden van onze electrotrots, al zat ze bij de meer gezongen nummers af en toe wel even scheef.
Het einde kwam los van keyboards en het poppy imago en eindigde met vlammend gitaargeweld op ‘JC Superstar’ en het grappige melodietje van “Popcorn”. Het blijft een bont allegaartje dat intussen al wel al jaren bewijst dat een feest ook serieus kan zijn. En serieus fout is ook serieus, alle knipoogjes incluis.

Middernacht op Karma Hotel: tijd voor beats’n’pieces …
Een samensmelting tussen Starski & Tonic en Jeroen de Pessemier van Foxylane werd in 2006 The Subs. Sindsdien zijn er weinig Belgische zalen en festivals die ze nog niet aan hun lijstje hebben kunnen toevoegen. Om dan nog maar te zwijgen van hun uithuis avonturen. Enkele laptops, een paar synthesizers en een verschroeiende stem, dat zijn de wapens waarmee dit drietal ten oorlog trekt.
Het concept is gekend en dat merk je. De verrassing geraakt zoek en de ééntonigheid neemt gauw toe. De tijd dat "Kiss my Trance" een bom veroorzaakte op diverse radiostations en in menige zalen is nu ondertussen ook stilaan voorbij.De overdonderende manier waarop de videoclip voor "My Funk" is opgenomen is moeilijk te herkennen op het podium. Een bij wijlen irriterend gekrijs troeft het elektronisch talent van deze jonge muzikanten af. The Prodigy hoorden we zeggen. Goed vergelijkbaar alvast van in die prachtige beginjaren maar daarna met de tijd altijd moeten terugvallen op die vroegere successen. The Subs is nog
nauwelijks met vroeger te herkennen. Jammer, maar misschien een bewuste keuze …

Vorig jaar hadden we Tocadisco en Dada Lifa en nu hebben we Paul Kalkbrenner. Hij mag nu al als één van de DJ’s van 2009 genoemd worden. Eerlijk, wie had voordien al van gehoord van deze uit Berlijn afkomstige Duitser? Althans is deze getalenteerde DJ al jaren actief en verwierf naambekendheid van zijn releases. Maar dan heb je die ene single "Sky and sand" die de doorbraak forceerde naar het grote publiek.
De single leidde de set in en z’n dance kreeg een forse scheut electro en zalvende, trancy beats mee. Pompende technobeats bleven eerder uit. Op vrijdag 17 april staat hij geprogrammeerd in de Petrolclub waar we beslist op een andere manier zullen kijken wat onze DJ te bieden heeft.

Zombie Nation is al jaren een grote Duitse elektrofreak en is van dezelfde generatie als Kalkbrenner. Zombie Nation wordt achtervolgd door het feit dat hij een monsterhit scoorde maar het zelf nooit geweten heeft. De remix die wij kennen van "Kernkraft 400" is een wereldwijd succes maar origineel dus wel van Zombie Nation. Iedereen kent wel dit nummer, en zeker voetbalfans leggen de link met de ploeg uit Gent. En ook op ieder dance-event hoor je de bonkende beats wel eens van deze Duitser.
Maar, Zombie Nation is uiteraard meer dan zomaar één single. Door de jaren heen bouwde Florian Senfter een stevige live reputatie op waarbij hij geen schrik heeft om te experimenteren. Hij trakteerde op een stevige elektroparty en had zin voor avontuur met rock’n’roll en beats. De hapering in het begin verzwolg meteen na het aanhoren van deze freakende DJ …

Alex Gopher en Yamo mochten definitief de nacht besluiten van Karma voor de dansende menigte …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

Domino 2009: Venetian Snares en Squarepusher bouwen stomend en opwindend elektronica- feestje

Geschreven door

Een uitverkochte AB was gisteren getuige van indrukwekkende en intense liveshows van twee elektronica grootheden: Venetian Snares en Squarepusher.

Venetian Snares, het pseudoniem van de Canadees, Aaron Funk bewees waarom hij terecht de koning van de breakcore genoemd mag worden. De man die al sinds '94 actief is en talloze albums op zijn naam heeft (we zijn inmiddels de tel kwijtgeraakt), bracht een explosieve, brutale en knalharde set. De beats haalden krankzinnige snelheden en de decibels naderden de pijngrens. Het was bewonderend hoe hij de ultracomplexe en onnavolgbare (break/gabber)beats mengde met invloeden uit klassieke muziek, dub/reggae, rap, ambient en noise. Naar het einde, schakelde hij nog een versnelling hoger en kregen we pure speedcore voor de tanden. Dit was beslist niet voor gevoelige oortjes en sommige mensen keken dan ook verdwaasd op. Toch was dit best een memorabele performance en kijken we al uit naar de zijn volgende passage op Belgische bodem, nl. op het Dourfestival in juli. Don't miss it!!

Tom Jenkinson aka Squarepusher, die eind november nog te zien was in de Gentse Vooruit, ging nog een stapje verder. Centraal tijdens zijn bijna anderhalf uur durende optreden stond zijn fenomenale basvirtuositeit, waarmee hij toonde een uitzonderlijk muzikant te zijn die meer kan dan enkel aan knopjes te draaien. Bovendien werd hij voor een groot deel van het concert bijgestaan door een echte drummer die het tempo nog wat de hoogte in jaagde en zo zorgde voor een extra dosis adrenaline. Deze live-ervaring had veel weg van een rockshow en dit werd dan ook zichtbaar gewaardeerd door het uitzinnige publiek. Toch was het vooral de verdienste van Squarepusher dat het concert niet verzandde in een geluidsbrij of chaos. Hij mixte feilloos zijn fantastische basspel met elektronica, jazz, fusion, ambient en drum 'n' bass. Hij toonde dat experimentele dance-muziek zeker geen zielloze, kunstmatige en saaie aangelegenheid was en dat ze beslist bestaansrecht heeft in het huidige muzieklandschap. Much respect!!

Toch even meegeven dat we door het vroege aanvangsuur het optreden misten van Tim Exile, één van de nieuwe beloftes en aanstormende talenten van het befaamde Engelse Warp-label. Spijtig. Misschien krijgen we een herkansing tijdens één van de vele zomerfestivals.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Domino 2009: wegdromen in het tijdloos labyrint van muziekmagiërs Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannsson

Geschreven door

De openingsavond van Domino editie 13 was er meteen eentje om in te kaderen! Met Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannsson schotelde de AB drie artiesten voor die volharden in eigenzinnig muzikale diepgang. Drie artiesten die, met hun composities op de grens van elektronica en klassiek, maar weinig gelukkige aanwezigen onberoerd liet.

Jon Hopkins was voor ons een nieuwe naam. Enig opzoekingswerk resulteerde in de bevinding dat de jonge Brit reeds een indrukwekkend palmares heeft bijeengesprokkeld. Hij was o.a. medeproducer van het jongste Coldplay-album ‘Viva La Vida’ en werkte ook al samen met Brian Eno en Massive Attack. Als getalenteerd pianist en componist maakt Hopkins vooral vernieuwende elektronische muziek. Hij kan beschouwd worden als één van de belangrijkste adepten van de nieuwe generatie binnen het prestigieuze label Warp Records. Jon Hopkins stelde in de AB zijn derde en nieuwste album ‘Insides’ voor dat in mei verschijnt.
We hoorden een fantastische mix van elektronica en klassieke elementen die zich ongegeneerd als een bloedzuiger tussen de oren nestelt. De muziek laat zich bijzonder moeilijk omschrijven: we houden het bij ambient doorspekt met synths en hoogdravende baslijnen die, samen met de lyriek van piano, zorgt voor een dromerige trance. We hoorden na onze snelcursus alvast volgende nummers de revue passeren: het neerslachtige en zilte nat oproepende “The Wider Sun”, de intrieste pianoballad “Small Memory”, “Light Through The Veins” dat zich langzaam ontrafeld op een parcours naar het hart, het door een zekere funk gedreven en gelaagde “Wire” en het voor ons intussen onmisbaar geworden “Vessel”. Het optreden van Jon Hopkins, met fantastisch ondersteunende visuals van Vince Collins, was een heel erg bijzondere ervaring en dito ontdekking!

De talentvolle Oostenrijker Christian Fennesz uit de klassieke muziekhoofdstad Wenen vergaarde onvoorziene roem met zijn mijlpaal ‘Endless Summer’, maar ook zijn platen ‘Venice’ en ‘Black Sea’ kregen de nodige lof. Fennesz is een laptop- en gitaarartiest en kan ondergebracht worden bij de Weense muzikale avant-garde. Hij werkte in het verleden nauw samen met artiesten als Jim O’Rourke, David Sylvian (die de vocalen verzorgt in het nummer “Transit”), Ryuichi Sakamoto, Sparklehorse en Mike Patton van Faith No More. Naar eigen zeggen is hedendaagse klassieke muziek à la Morton Feldman van grote invloed op zijn werk. Het optreden van Fennesz moest het niet hebben van de individuele nummers, maar veeleer van de sfeerscheppende eenheid. De individuele nummers doen dan wel aan melodieuze suggestie maar geven zich niet onmiddellijk prijs. Alleen geoefende oren ontdekken in de sfeerloze kilte langzamerhand de details en de schoonheid uit een muzikaal labyrint van ruis. Onvoorstelbaar welke gelaagde sound van gitaren Fennesz uit zijn schootcomputer haalde! De schijnbaar vanzelfsprekende sereniteit en kilte maakten plaats voor warme ruis en kalme, mooi uitgewerkte subtiliteit. Het optreden van Fennesz was donker en mysterieus, maar de muziek gaf blijk van een schijnbaar vertekende en gecompliceerde structuur. Knap!

De Ijslander Jóhann Jóhannsson is naast een bekend componist en producer ook een begenadigd muzikant. Naast oprichter van het met aftandse orgels dwepende ‘Apparat Organ Quartet’ is hij groepslid van het donkere elektronicagroep ‘Evil Madness’. Solo is Jóhann Jóhannsson ook al aan zijn 5e plaat toe. Zijn jongste plaat en meesterwerk ‘Fordlandia’ balanceert op een koord tussen elektronica en klassiek. Klassieke strijkers, piano, klarinet, elektronica en percussie vertellen zonder taal het verhaal van een mislukte utopie. Met emotionele diepgang schetst Jóhannsson het mooie maar tragische verhaal van Henry Ford. De beklijvende muziek van Jóhannsson glijdt subtiel als natuurzijden wattenstaafjes je oren binnen en streelt zacht de zintuigen door de traag ontluikende composities en de vanzelfsprekend aanvoelende slowmotion.
Wat we hoorden was cinema zonder veelzeggende beelden, sterk filmisch met een bijzonder hypnotiserend effect: tegelijkertijd intens, dromerig en vertederend maar ook een weerslag van volmaakte echtheid. Jóhannsson zocht maar weinig interactie met het publiek en was bijna perfectionistisch in de weer met knoppen, zijn piano of de laptop. Verder zorgden een strijkkwartet en een man achter de elektronica, ingehouden percussie en een rieten kralendoosje voor de muzikale omlijsting. Jóhannsson putte in zijn set vooral uit ‘Fordlandia’, ‘Englabörn’ en ‘IBM 1401, A User’s Manual’ waardoor er genoeg variatie was. We hoorden met zekerheid titeltrack “Fordlandia”, “Jói & Karen”, “The Sun’s Gone Dim and The Sky’s Turned Black”, “Sálfræðingur”, “The Rocket Builder”, “The Melodia (Guidelines for a Space Propulsion Device based on Heim's Quantum Theory)”, “Flugeldar” en de prachtige engelenstem van de ontroostbare computerstem in het naar de keel grijpende en afsluitende “Odi et Amo” (naar een gedicht van de Romeinse lyricus Catullus).
Enig minpuntje die we toch ervoeren was het feit dat er na elk nummer een stilte viel waardoor het ritme naar ons gevoel ietwat werd verstoord. Vooral bij de kortere melodia-stukjes vroegen we ons af waar dit dit heen moest. Op de plaat ‘Fordlandia’ zijn deze korte stukjes essentieel voor het consistente geheel van de plaat, maar live komt het een beetje vreemd over als er niks meer volgt behalve een daverend applaus.
 Soit, hierover vallen zou muggenzifterij zijn want Jóhann Jóhannsson gaf een subliem concert dat een heel erg diepe indruk maakte. Op 31 oktober is hij te gast in het concertgebouw van Brugge in het kader van ‘Music in Mind’ in een organisatie van Muziekcentrum Cactus.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Pagina 103 van 111