logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

DAF - Bimfest 2...
ufomammut_4ad_0...
Festivalreviews

Gent Jazz Festival 2008: Erykah Badu

Geschreven door

Een overvolle tent … misschien ook vanwege het druilerige weer en … de terrasjes waren bijna zo goed als leeg. Erykah zelf had een half uur vertraging … ‘technical problems’.
De band zette in met een DJ en hoewel de muziek opzwepend was, was ik bang dat dit de toon van het concert zou zetten ( makkelijk werk). Na 2 nummers werd de platenboer verwezen naar de achtergrond, waar hij nog steeds puik werk leverde. De band (met 2 sexy backing vocalistes) kwam nu volledig tot zijn recht, wat door de komst van Erykah nog iets later, werd bevestigd.
Maar wat voor een verschijning … een Nubian Queen die met haar stem kon uithalen en wiens lichaamsbeweging zo gracieus was; zoiets mocht ik nog maar weinig aanschouwen.

Wat volgde was een concert met heel veel enthousiasme en een publiek dat daar volledig in mee ging. Wat me opviel, was dat het publiek hier jonger was. De sowieso al puike en vlekkeloze organisatie had dit heel goed bekeken. Zo konden de jongere snaken ook proeven van de roots en fusion jazz van dame Erykah!

Al bij al een toffe ontdekking en een sterke set van een wijf met kloten, die een voortreffelijke mix van soul, hiphop en r&b bracht. Maar ondergetekende als ‘oudere’ zak kende haar net iets te weinig om écht te beklijven. Toch sliep ik héél goed. Laat me zeggen dat ik haar in het begin het einde vond….

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info: http://www.gentjazz.com
fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Cactusfestival Brugge 2008: zondag 13 juli 2008

Geschreven door

De afsluitende dag vatten we aan met Devotchka. Het Amerikaanse gezelschap was al te zien op Pukkelpop en Werchter, en begonnen meteen met een uniek showtje, want de dame van het gezelschap haalde enkele halsbrekende toeren uit, naast haar trombone en viool. Rootsrock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country zijn de muzikale ingrediënten om het zondag loungy gevoel te doorbreken. Een zinderende sound, ondanks de stille versterking; hun passage viel meer dan behoorlijk mee. De ambiance en een dankbaar publiek ontroerde de band.

De beloftevolle live band Shantel & The Bucovina Club Orkestar loste de verwachtingen in op een groots podium ,na de clubconcerten. Zij voerden het tempo van Devotcha op en legden de klemtoon op de zigeuner/Balkan beats en punk, met behoud voor de Oost-Europese authenticiteit. Een welig ‘Disco Partizani’ vertier van blazers, drums en violen. Fans van Gogol Bordello, Think Of One en Balkan Beat Box hebben er een aardig bandje bij!

En het bleef kleurrijk aan het Minnewaterpark tijdens deze zomers dag. Publiekstrekker Arsenal kon rekenen op een sterke respons. Hun multi- culturele sound klinkt met de nieuwe cd ‘Lotuk’ iets directer. Ze bewezen terug één van de trekpleisters te zijn. Een gevarieerde set , waarbij ze ons van het ene naar het andere sfeertje dropten, een smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak. John Roan en vaste backing vocaliste Leonie Gysel betrokken telkens het publiek bij hun aanstekelijke, zuiderse zomerpop; een elektronisch tapijt, pulserende beats en een warme samenzang.
Ze trokken al meteen de aandacht met twee puike nieuwe songs “Turn me loose” en “Estupendo”; het tempo bleef hoog met de opbouwende groove van “Switch”, “Lotuk” en “Longee”. Na het aangename rustpunt “Either”, wat akoestisch werd toongezet, kon de band het ganse park inpalmen met “Personne ne bouge”(zonder Baloji weliswaar! ), “Saudade” en de opzwepende en ophitsende bisklassiekers “Mr Doorman” en “A volta”.
Arsenal werd enthousiast onthaald en was meteen de uitschieter van deze namiddag.

De garagerockabillyblues van het Brits/Amerikaanse duo Jamie ’Hotel’ Hince en Alison ‘VV’ Mosshart, The Kills,  was totaal andere koek na de hoempapa/zuiderse pop van de vorige bands. We hadden te maken met een rauwe, rudimentaire rocksound, en de doorleefde, verbeten, soms krijsende zang van Alison, aangevuld met op voorhand opgenomen drumbeats en elektronica. Gejaagd en lieflijk materiaal van het duo: “Pull A.U.”, “Black rooster”, “Cheap & cheerful”, “Kissy kissy”, “URA fever” en “The good ones”. Een trashy gitaar van Captain Beefhearts “Dropout boogie” besloot na meer dan een uur de zompige, smerige, rommelige en rammelende Killsrock’n’roll met een dosis fuzz en noise.

Sophia, onder Robin Proper-Sheppard, is een vaste klant van de Cactus organisatie. Innemend nam hij al een solo en met z’n band het park in.
We zagen hem nu voor de tweede keer met z’n String Section, die de nummers wat meer orkestratie en ademruimte voorzagen, wat de melancholie, die in de songs schuilt, onderstreepte. Z’n indrukken lijmden de nummers aan elkaar. Een sfeervolle, rustige benadering hadden o.a. “The sea”, “Oh my love” en “So slow”. “Birds” en “Lost (she believed in ..)” klonken donker en dreigender. En tenslotte verraadden “The desert song” en het afsluitende “The river song” het oude God Machine met een repetitieve, pittige en krachtige opbouw. Kortom, Sophia met strijkers stond garant voor intimiteit met een dromerig, donker en rockend karakter.

Het huisorkest van James Brown, de trombonist Fred Wesley en de funkende basvirtuoos Bootsy Collins stonden op 1 podium voor een uniek concert te België. Afspraak voor de funk- en soul liefhebbers, die een selectie JB songs, een JB imitator, en enkele virtuoze soli van Collins te horen kregen. Het duurde ruim een kwartier voor hij er zelf op het podium aan begon; de heupwiegende handclapping eerste rijen waren duidelijk te vinden voor die diepe funk. Na een lang uitgesponnen “Sex maxhine”, vond Bootsy het tijd om dicht bij zijn fans te zijn. Hij klom over het dranghekken en dompelde het publiek minutenlang onder een groovende party van “We got to funk, so sing it loud”. Bootsy Collins & The Hardest Working Band overtuigde voor de ene meute enthousiastelingen, voor anderen was dit gimmick.

Paul Weller had een paar maand geleden z’n optreden gecancelled. In de plaats kwam de Senegalees Youssou N’Dour met z’n vijftienkoppige Etoile de Dakar. De man werd onderweg opgehouden, waardoor hij een ruim half uur te laat aan z’n set kon beginnen. Z’n warme Afroworldpop kon maar matig boeien; hoogtepunt is en blijft mans “7 seconds”, die hij zong met een even indrukwekkende vocaliste; Warmte en intensiteit ok, maar geen befaamde als wervelende afsluiter.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: zaterdag 12 juli 2008

Geschreven door

Het Belgische beloftevolle Headphone uit Gent vatte overtuigend de tweede dag aan van het festival. De groep intrigeerde met een pak goede dromerige songs. De toetsen, trompet en de heldere stem van songschrijver Ian Mariën waren een duidelijke meerwaarde. “She’s electric”, “Ghostwriter, Moneylender en PJ Harvey’s “Down by the water” waren een subtiele, toegankelijke flirt met Notwist en Radiohead.

Saul Williams op z’n beurt schudde ons meteen wakker. De woeste Maxi Jazz was geschminkt als een Indiaan. Ook z’n muzikanten moesten niet onderdoen om die militante, loeiharde, bedwelmende beats, elektronicagefreak, hiphop drum’n’bass en dubstep, onder de fel verbeten raps van Williams, elan te geven, waaronder we “Sunday Bloody Sunday” van U2 herkenden. Harde en retestrakke set. Overdonderend vlijmscherp geratel. Op oorlogspad, nota bene! Tussen enkele nummers las Williams declamerende voordrachten van z’n dichtbundels. De man waande zich zelfs in Brussel, wat schaterlachend werd onthaald.

Het nomadencollectief Tinariwen uit Mali, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Saharawoestijn, brak vorig jaar definitief door met hun derde cd ‘Aman Iman’. De typische Arabische klederdracht met amuletten droegen bij tot hun muzikaal concept. Het repeterend bluesy gitaargetokkel en de bezwerende djembé geraakten net niet een tandje hoger. Hun frisse, aanstekelijke en opzwepende ritme en de gepassioneerde danspassen en golvende armbewegingen van de dames bleven grotendeels uit, wat ervoor zorgde dat hun exotische woestijn worldpop minder pittig en broeierig klonk. Deze keer geen dansende mensen, maar eerder een genietend publiek.

Pinback is een graag geziene band op het festival. Net vier jaar terug trad de uit San Diego afkomstige band, rond Armistead Smith en Rob Crow, ook al op. Behouden blijft het sfeervol, dromerig materiaal doordrenkt van melancholie: subtiel gitaargetokkel, een wrakkig klinkend orgeltje, een diepe bas, een droge percussie en een goed op elkaar afgestemde en afwisselende zang. Hun instant klassiekers “Penelope”, “Boo”, “Tripoli” en “Loro” zaten mooi verborgen in de boeiende set, die tav vroeger de klemtoon op de rock bracht, snedig en krachtiger. En als toemaatje kregen we een stevig “AFK”.

Het zeskoppig Britse gezelschap The Cinematic Orchestra was ideale achtergrondmuziek voor op een terras met een frisse pint bier in de hand, genietend van hun avontuurlijk, filmische lounge, triphop en free jazz. Een atmosferisch warm klanktapijt en een breed muzikaal landschap waarbij af en toe een vrouwelijke soulzang te horen was. Een ingetogen, zweverige geluid, dat iets te vroeg op de avond was geprogrammeerd. Zwoele zomeravondmuziek …!

Dinosaur Jr is nu al een tweetal jaar bezig in de originele bezetting van J.Mascis, Murph en Lou Barlow. Ze brachten nog een nieuwe plaat uit ‘Beyond’. Deze grungepioniers zetten als vanouds de versterkers open en drukten de pedaaleffecten in om te genieten van een stevig brok gitaargeweld: de meesterlijke soli van J Mascis, het martelend basspel van Barlow en de strakke, opzwepende drums van Murph. Een overwaaiende geluidsbrij van fuzz, noise, en aardige soli.
Hun roemrijke verleden kwam ruimschoots aan bod: gekende songs als “Out there”, “Feel the pain” en “The wagon” combineerden ze met jaren ’80 oudjes “Severed lips”, “Raisans”, “Little fury things” en “Freakscene”, overspoeld van talrijke gitaar’wahwah’golven. Het nieuwe materiaal “Been there all the time”, “Back to your heart” en “Pick me up” waren iets minder spannend en bedreven. Ze gooiden er zelfs nog The Cure’s “Just like heaven” bovenop. Een messcherp optreden!
Deze veertigers blijven zich jong voelen in hun gitaargeweld. Na Pukkelpop 2007 opnieuw overtuigend op Cactus.

Nog zo iemand die nog maar weinig wilde haren kwijt is, is Arno. We hoorden een vertrouwde set van frisse en ingetogen funkende rock (met een knipoog naar z’n vroegere TC Matic), meezingnummers en een ‘godverdoemme’ tussendoortje. Hij blijft z’n publiek even dankvaar als vroeger, maar laat z’n welwillend commentaar meer achterwege. Minder van zeg tussendoor dus.
Maar de bezieling blijft, want energie en ‘jus’ hebben hij en z’n band nog ten over. Arno beschikt over een nieuwe gitarist die Jeffrey Burton goed heeft weten te vervangen. Net als Dinosaur Jr was er sprake van een afwisselende set van het recente ‘Jus de box’, een paar klassiekers en TC Matic stuff .Tijdloze rock met een funky sausje: van een stevige “Enleve ta langue”, “From Hero to Zero”, “Que passa” en “l’Union fait la farce”, naar een poppy “Mourir à plusieurs”, “Ratata” en “’Bathroom singer” (opgezweept door cymbalen!), die moeiteloos overgingen naar de intieme “Lonesome Zorro” en “Des yeux de ma mère” tot de classics “Oh la la”, Putain putain” en “Les filles du bord de la mer”.

Melodieuze poprock, intens broeierig en soms met een stevig randje, hoorden we van het sympathieke Starsailor, onder songschrijver/gitarist James Walsh. Ze staken meteen van wal met tweede emotievolle oudjes “Poor misguided fool” en “Alcoholic”. “Tell me it’s not over” en “Boy in waiting” (hulde aan Johnny Cash) leidden de nog te verschijnen nieuwe plaat in .Vóór de rockende apotheose van “Four to the floor” (met een vleugje Winehouse!), “Tie up my hands” en “Good souls” speelden ze warme, fijne songs als “Fever”, “Keep us together” en “Love is here”, waarbij Walsh z’n goed humeur naar boven haalde. Een stomende “Silence is easy” besloot op elegante, sobere wijze een rockend Cactus.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: vrijdag 11 juli 2008

Geschreven door

Het festival te Brugge was aan z’n 27ste editie toe. Het blijft steevast één van de gezelligste festivals in één van de mooiste parken. Eén podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, met de versmelting van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreepte.
De organisatie kon rekenen op ongeveer 20000 bezoekers het ganse weekend. Goed weer, goede muziek, een paar blijvers en beklijvers maar … ook een paar ontgoochelingen!

dag 1: vrijdag 11 juli 2008

Sharon Jones & The Dap Kings gaven de aftrap, waarbij de begeleidingsband zich beduidend makkelijker voelde bij Jones, dan bij de grillige persoonlijkheid van Amy Winehouse. Een doorleefde sound van funk, soul, en een overtuigende aftrap.

Het Amerikaanse collectief The Brooklyn Funk Essentials deden al in het voorjaar eens een korte clubtournee. Een enig concert in de MaZ. Ze zetten een zomerse avondzon in te Brugge, met hun aanstekelijke, groovy dansbare mix van funk, jazz, soul, hiphop en reggae, die kleur kreeg door blazers, toetsen, raps en een(soul) zang. De songs jamden ze aan elkaar en ze stoeiden met evergreens en 70’s/‘80’s klassiekers als Sly Stone’s “I want to take you higher” in hun smeltkroes aan stijlen. Stomend concertje voor de eerste rijen, een aangename sound voor wie rond kuierde in het park.

Na een succesvolle theatertournee besloten Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans, hun intrigerende kruisbestuiving van modern klassiek, pop en jazz, gedragen door de warme stem van Rios, op enkele festivals uit te proberen. Maar deze vernuftige combinatie heeft het openlucht moeilijker te boeien naar een breed publiek.
De elegante sfeervolle en avontuurlijk aanpak en het intense samenspel van Neve’s beheerste pianospel, de droge drums van Proesmans en Rios’ gitaargetokkel, om eigen songs, covers  (waaronder “Voodoo Chile”) en Rios’ materiaal o.a. “Stay” en “I’ m gonna die tonight, in een ander arrangement te stoppen, hadden niet dezelfde uitstraling en impact als in de clubs. Net iets te hoog gegrepen?

De organisatie had al jaren de ogen gericht op de The world’s greatest party band The B 52’s. De band rond Fred Schneider en z’n vrouwelijke vocalistes Pierson/Wilson, bracht na 15 jaar een nieuwe plaat uit, ‘Funplex’, die nog altijd een zeker party gevoel uitstraalt, doch niet meer over dezelfde begeestering beschikt van hun jaren ’90 groovende rock.
Ze hadden er een korte nacht opzitten en live was dit aan te zien want de passie en het vuur stonden maar op een laag pitje. De nieuwe songs “Ultraviolet”, “Hot corner”, “Love in the year 3000” en de titelsong deden de aandacht verslappen. Het waren “Juliet of the spirits” en de oudjes “Planet Claire”, “Roam”, “Private Idaho”, “Love shack” en “Rock lobster” die net op de tijd de verveling tegengingen binnen het rommelige concept. We misten een partysfeertje, de krijsende ‘doowaddydees’ en de juiste versnelling funk, wave en rock, die het kwintet terecht hadden groots hadden gemaakt. Geen “Channel Z” en “Good stuff” als meestampers! The B 52’s zijn veel van hun prikkelende energie kwijt en sloten eerder mak, troosteloos, gelaten en routineus de eerste avond van het festival af.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Gent Jazz festival 2008: Pat Metheny: muzikaal geniaal

Geschreven door

Stefano Dit Battista had de eer de tweede festivaldag te openen. Wat een concert!  Hij speelde het klaar om als opener een  staande ovatie af te dwingen in een halfvolle tent, dit in tegenstelling tot het saaie en freewheelende Trio Grande, die met alle respect voor de muzikale genialiteit van de individuele muzikanten, nooit echt kon bekoren. Het zal wel mijn ding niet zijn…

Wat dient nog gezegd te worden over het fenomeen Metheny? Met welke superlatieven kan men nog uit de hoek komen, zonder steeds weer in herhaling te vallen?
Mijn zoveelste ervaring met deze meester-gitarist, was wellicht de meest overrompelende. De afwezigheid van zijn ‘group’, zette de gitarist en zijn twee muzikanten dusdanig in de spotlights, dat zijn virtuositeit nog meer uit de verf kwam.
Soms vraagt een mens zich af hoe hij het in godsnaam klaarspeelt om zo de sterren uit de hemel  te spelen? Een nachtelijke nakaarting met vrienden muzikanten leverde ons het antwoord: oefenen, oefenen en nog eens oefenen, maar het meest nog in het bezit zijn van een goddelijk natuurtalent. Vooral met dit laatste is Pat Metheny gezegend.
Een half uurtje intro, waarbij Metheny solo op scene stond. Zo werd dit aangekondigd, en meteen wist je wat Metheny uit zijn mouw ging schudden. De akoestische gitaar werd uitgehaald, ouder en nieuwer materiaal werd afgewisseld. Op het einde maakte hij wat tijd om zij speciale sitar-gitaar boven te halen. Een geweldig  - zelf ontworpen – instrument, waarop Metheny zijn uitmuntendheid tentoon kan spreiden. De mens speelt foutloos, en slaagt erin de overvolle tent op de Bijloke muisstil te krijgen.
Samen met Christian McBride op akoestische bas, en Antonio Sanchez  - vaste drummer uit zijn groep – werd een anderhalf uur durende vinnige show ten berde gebracht. Metheny toverde hemelse klanktapijten uit zijn Ibanez, en wat later op zijn bekende Roland gitaar-synthesizer. Voornamelijk recent werk uit zijn ‘Day trip’ was te horen.
Steeds opnieuw maakt Metheny  ruimte om de composities tot zijn recht te laten komen. Ook voor McBride en Sanchez maakt hij vaak ruimte om hun muzikaliteit te laten horen.

Een goeie passage van Metheny - door collega’s perslui afgeschilderd als een moeilijk en nors man, maar wie dit kan, mag dan al eens iets op zijn neus zetten me dunkt – die de tweede avond van het Gent Jazz festival in grote muzikaliteit afsluit.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: Herbie Hancock: Herbie rides again

Geschreven door

De doortocht van meneer Herbie Hancock op Gent Jazz is niet stilletjes aan ons voorbijgegaan. Dat is het minste wat men kan zeggen van dit memorabel concert.
De eerste concertdag van Gent Jazz beloofde veel goeds. Het was echter wachten op Lionel Leouke voor het eerste vuurwerk van de dag. Zijn (te) korte set (een half uur) – en het opwarmertje voor Herbie, want Leouke maakt tevens deel uit van Herbie’s band – was om duimen en vingers bij af te likken. Een gitaarvirtuoos van Afrikaanse afkomst, met dito vocale mogelijkheden en een techniek van jewelste. Zijn adieu aan Afrika en opleiding aan het befaamde Berkeley, heeft alles nog wat verfijnd en heeft ertoe geleid tot wat hij nu is: een fenomeen! Hier horen we nog meer van…

Voorgangers Pascal Mohy – niet onverdienstelijk, getalenteerd pianist, maar opener dus lauw publiek en dito belangstelling, en Django d’or van 2007 Pierre van Dormael met extra gitarist Herve Samb, konden wel bekoren. Het laatste was me wat te lang en op den duur slaapverwekkend. Tijd om de innerlijke mens te spijzen in afwachting van zijne godheid.

Herbie Hancock: Hij maakte de afgelopen jaren twee nieuwe platen, ‘The River’ en ‘Possibillities’. Samen levert dit een concerttournee onder de noemer ‘The River of possibillities’. Maar wat een band! Vinnie Colaiuta op drums, Dave Holland op bas (ja, zelfs op een elektrische), Chris Potter op saxofoon en zoals eerder vermeld Lionel Leouke op gitaar. Herbie himself op piano en synth, en ten gepaste tijde bijgestaan door twee formidabele zangeressen, Amey Keys en Sonya Mitchell.
Er kwamen nogal wat tributes to Joni Mitchell aan te pas, waarbij laatstgenoemden bij momenten hunner keelgaten konden openzetten; Maar op sublieme wijze, bijgestaan door een goed geoliede band; Tuurlijk, Herbie speelt al jaren met Holland en Colaiuta.
Opener “Actual Hero” sloeg in als een bom. Een welkom geschenk na de vele slaapverwekkende voorprogramma’s. Als er al bomen stonden op de site van de Bijloke, wil ik morgen wel eens het resultaat zien van de restanten na zo’n opening. Colaiuta sloeg erop los alsof hij net animal uit de Muppets had gezien, en Herbie raasde als een bezetene over zijn piano. Fantastisch, gevolgd door enkele tributes en wat standards van Herbie himself. “When love comes to town” was hierop een vervolg en een moment de gloire voor onze twee superbe vocals. De tent stond op zijn kop.
Herbie legt na ieder nummer het concert stil. Een wat vervelende gewoonte als je het mij vraagt. Geef die man een micro in de hand, en hij is niet meer te stoppen. Nu, veel had hij niet te vertellen, met uitzondering dan van de titel van het volgende nummer en hoe fantastisch zijn muzikanten wel waren. Een uitloper van jewelste die uitmondt in “Cantaloop Island” was voor mij een hoogtepunt.

Een eerste jazzdag in Gent werd in schoonheid afgesloten met een geslaagd concert. En ja, bijna vergeten: Dré Pallemaerts kreeg de Django d’or voor gevestigde waarde van het jaar 2008. Een verdiende prijs voor een uitmuntend Vlaams muzikant-drummer.
! Tip aan de organisatie: laat de raaskallende en storende Duvel-drinkende VIPS in hun biotoop. Geef ze desnoods alles wat ze maar willen, maar laat ze niet aan de zijkant van de concerttent de resten van hun Duvels uitzuipen. En nee, “Cantaloop Island” is geen cover van US3, zoals een groepje onverlaten achter mijn rug beweerden. Herbie owns the song, you bastards!

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L.Knaepen

Rock Werchter 2008: zondag 6 juli

Geschreven door

John Butler Trio (Mainstage) mocht de laatste festivaldag aftrappen. Het trio imponeerde vorig jaar nog op Leffingeleuren. De sympathieke gitaarvirtuoos John Butler was al onder de indruk van de belangstelling op dit vroege uur. Met z’n plaknagels tokkelde hij op z’n gitaar en steelpedal het ene na het andere akkoord, - slide en -soli. Rootsrock/blues te situeren ergens tussen Jimi Hendrickx, G Love, Ben Harper en Jeff Healey; en een zang die kon gelinkt worden aan Garland Jeffreys; iedereen verbleekte toen hij ruim vijf minuten lang op een twaalfsnarige gitaar een soli ten beste gaf. Meesterlijke, begeesterende gitaarmuziek, ondersteund door contrabas en percussie (ook al met een solo ten beste!). De toetsen van een vierde man gaven nog wat kleur aan het geheel. Fijn concertje op dit middaguur.

Een ander tof bandje was het Amerikaanse Devotchka (Pyramid Marquee), die met een divers en uitgebreid instrumentarium een aanstekelijke, groovy en dromerige, donkere mix brachten van rock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country. Het bandje zinderde met hun rijke, boeiende sound!

Eren glimp zagen we van het Amerikaanse Panic At The Disco (Mainstage), die samen met bands als Fall Out Boy en My Chemical Romance de TMF/Jim TV ’s kunnen ontsieren met hun emoglamrock. Op het podium zagen we een ordinary band, die eenvoudig melodieuze, afgelijnde rock speelde, net iets te hoog gegrepen op het hoofdpodium. Hun songs beklijfden niet … te ordinary waarschijnlijk?!

Tim Vanhamel (Pyramid Marquee) heeft z’n Millionaire een goed jaartje opgeborgen om z’n droom een soloplaat uit te brengen te realiseren. We horen melancholische, melodieuze pop van een jonge Lou Reed lookalike (met grote zonnebril en leren jekker). Live hadden we een strakker en krachtiger geluid. Catchy gitaarrock , waarbij Vanhamel wordt begeleid door een voortreffelijke band. Vanhamel & Co stonden er na de intense vingeroefening in het clubcircuit. Ook vocaal kwam hij er goed uit. “Until I found you” en “Like a fire” konden rekenen op heel wat respons; op de andere nummers onderging het publiek eerder de rockaanpak.

Een klein half uurtje konden we Anouk (Mainstage) nog aan het werk zien. De dame is er bij elke nieuwe plaat bij te Werchter. Haar songs kregen met de backing vocalisten een voller geluid; na “Lost” kwam haar  zoontje Benjamin op “Modern world” eerder onwennig wat jammen op gitaar. De moeder - kind band sprak voor zich. Na enkele slowsongs kon de hitmachine worden aangezet.

Het Amerikaanse dance collectief Hercules & The Love Affair (Pyramid Marquee) dreunde er een uurtje op los met ‘80’s disco/electropop. Knoppenfreak Andy Butler werd geruggensteund door twee zangeressen, waaronder de ene (met Braziliaanse roots?) sensuele danspassen maakte en af en toe wat onvast zong; en de andere gaf de nummers een soulfulle inslag. Allemaal een beetje teveel van hetzelfde waarbij enkel de single “Blind”, “Raise me up” en de cover “Don’t fear the reaper” opvielen. En daar kon een blazerpartij en een verschoten Hercules pijl weinig verandering in brengen …

Het Britse kwartet The Kooks, onder zanger/gitarist Luke Pritchard, (Mainstage) toonde in het voorjaar al aan dat ze aan een nieuwe veroveringstocht zijn begonnen met de tweede cd ‘Konk’ die niet zonder slag of stoot tot stand kwam. De vorige keer op Werchter klonken ze loom en mak, deze namiddag speelden ze een uurtje hapklare, aanstekelijke gitaarrock’n’roll. Al meteen zat er vaart in de set met de huidige single “Always where I need to been” en hielden ze het boeiend met “Ooh la” en “Sway”. “She moves in her own way” was de aanzet van een zegetocht: “Do you wanna”, “So naïeve” en “Shine on”. Een innemende “On the seaside” solo overtuigde, wat het feestje verder zette met “See the sun”, “Stormy weather” en “Sofa song”. Toen Pritchard zich naar de voorste rijen begaf, werden de kleren haast van zijn lijf gescheurd. Z’n plat dialect namen we er op zo’n moment graag bij. Hoe
rock’n’roll en wereldfaam dicht bijeen kunen liggen.

In afwachting van Grinderman zagen we in de Pyramid Marquee een uitzinnige meute op Mark Ronson en zijn ensemble (blazers, strijkers en backing vocalisten). Deze producer doopte andermans songs in eigen versies. Dolle pret op het podium en in de tent! Schitterende versies waren er nog van “Valerie”, “Stop me/you just keep me hanging on” en een introotje van “Sweet child o’ mine”.

Cave werd vijftig. De man gaat al een paar jaar een tweede jeugd tegemoet met het epos ‘Abattoir Blues/The Lyre of Orpheus’ (’04) en de recente cd ‘Dig Lazarus !!! Dig’. En vorig jaar was er het Grinderman project (Pyramid Marquee).
Als een stomende, dolle twintiger wordt muziek van in z’n Birthday Party dagen gespeeld: rauwe, smerige en zompige rock’n’roll blues. Cave op gitaar en toetsen, geruggensteund door Ellis’ knarsende, tokkelende viool en mokerslagen op pauken, de diepe repeterende bas van Casey en het strakke drumspel van Sclavunas.
Ze speelden een magistrale set, een verschroeiende sound, bedreven, opzwepend, spannend en ingehouden, waarin het tot felle uitbarstingen kwam. Een Cave - Ellis in overdrive, die de pedaaleffecten stevig ingedrukt hielden op songs als “Depth charge ethel”, “Get it on”, “Grinderman”, “When my loves comes down” en “Honeybee”. Enkel “Man in the moon” en het nieuwe “Dream” klonken sfeervoller en leunden aan bij z’n Bad Seeds werk.
Grinderman pakte iedereen bij het nekvel, en trakteerde op een beklijvend “No pussy blues”. Tot wat vijftigers allemaal in staat zijn …

De Franse scene na Daft Punk en Cassius is verzekerd met het duo Gaspard Augé en Xavier de Rosnazy, met name Justice (Pyramid Marquee). Een uitgelaten jonge menigte onderging de discotunes, de vettige, schurende basses, de electro, funk, trance, ronkende noise , drum’n’bass, punkfunk en de stampende beats. Het duo ging totaal loos achter hun draaitafels en elektronica-apparatuur. In het midden stond een groot oplichtend wit kruis. Sommige fans hadden zelf hun kruisje gemaakt en baanden zich een weg dor de dansende menigte, met de hoop een glimp op te vangen van hun twee ‘Messias-sianen’. Een resem danskrakers passeerden de revue: “Phantom”, “D.A.N.C.E.” en “Tthhee Ppaarrttyy”, maar hun ‘Justice’-rock was compleet toen ze Simians versie “Never be alone” remixten en scandeerden. “We are your friend, we are never going to be alone again” en de woohwoohs werd luidkeels gescandeerd op de harde, bonkende beats. Een geflipte kerkdienst op zondagavond volgens het evangelie van Justice …

’Modern Guilt’ is de nieuwe cd van Beck, die de eerder onopvallende ‘Guero’ en ‘The information’ opvolgt. Beck Hansen (Mainstage) leek de reïncarnatie van Kurt Cobain wel, lang haar, grote opvallende flashy zonnebril, houthakkershemd en een rechttoe-rechtaan (grunge) rock aanpak. Opnieuw anders dan z’n ingetogen ‘Johnny Cash’s Man In Black’ en de poppenkastgig op Pukkelpop. In een klein anderhalf uur hoorden we meer dan twintig songs die snel op elkaar volgden. Beck boeide en bracht een indrukwekkend oeuvre: hij verdeelde z’n hits “Loser” (opener), “Nausea”, “No pollution”, “Timebomb”, “Devil’s haircut”, “Where’s it at” en “E-Pro” binnen z’n subhits en nieuw materiaal “Gamma ray”, “Soul of a man”, “Youthless”, “Walls” en “Chem. trails”. Retrorock, psychedelica, hiphop, soul, funk en singsongwriting. En intimiti kregen “I think I’m in love”, “Lost cause” en The Korgis’ one-hit wonder “Everybody’s got to learn sometimes”.

En tenslotte was er ons eigen dEUS (Mainstage), die hun nieuwe plaat ‘Vantage point’ simpelweg naar hun huisstudio hebben vernoemd. De band heeft sinds 2005 een ‘tabula rasa’ ondergaan en klinkt venijnig, messcherp, broeierig en poppy. Barman heeft een sterke sectie achter zich met Mauro als rechterhand, die op z’n beurt nummers grilligheid en intensiteit geeft.
Op Werchter zagen we een subtielere versie van hun korte clubtournee eind april – begin mei , waarbij de nieuwe nummers ruim aan bod kwamen: “Slow” opende, “Oh my God, “Is a robot”, “The vanishing of Maria Schneider” en “Favourite game” werden mooi afgewisseld met melige pop als “Smokers reflect”, “Nothing really ends” en “Instant street, dat schitterend uitdeinde. Hun instant klassiekers “Fell off the floor man”, “Theme from Turnpike”, “The architect” en “Sun ra” waren de rode draad van broeierige spanning binnen de anderhalf uur durende set. Een puike finalereeks kregen we met “Roses”, een kinderkoor op “Popular culture”, en de moeiteloze overgang van “Suds & soda” in “Bad timing”. Dansende kinderen en het knallende vuurwerk besloten. Moet er nog zand zijn …?

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: zaterdag 5 juli

Geschreven door

Het jonge trio uit Athens, Georgia (btw hometown van R.E.M.!) The Whigs (Mainstage) openden. Het trio kwam langzaam op dreef met hun opbouwende, broeierige soms bedreven americana/Britpop. Inderdaad, het trio bundelde groepen als The Verve, Oasis en Stone Roses samen met The Band Of Horses en My Morning Jacket tot een boeiend geheel, waarvan de single “Violet furs” op herkenning kon rekenen.

Een bizar beloftevol bandje uit New Orleans zagen we met Galactic (Pyramid Marquee), die twee stijlen muziek lanceerden: er was de frisse, energieke, stuwende en groovende funkrock met soul, jazz en hiphop, onder een opzwepende rap (Boots Riley?) en sax die ‘90’s bands als Fun Lovin’ Criminals, Digable Planets, Beastie Boys en Living Colour samenbracht. “My favourite munity”, “Gunsmoke”, “5 million ways to kill” en “CEO” overtuigden.
In het tweede deel hoorden we ‘real old school’ hiphop (met Lyrics Born ?), wat minder boeide en al te veel gehoord was; oude trucjes haalde hij naar boven om het publiek te doen meezingen. Een half geslaagd Galactic dus.

In afwachting van MGMT konden we een klein half uur de set van het Amerikaanse kwartet uit Portland The Gossip (Mainstage) meepikken. Het gezelschap staat bekend voor hun opwindende clubconcerten, want hun  rauwe melodieuze rock’n’roll heeft een dance injectie, waarvan “Standing in the way of control” totnutoe de meeste waardering kreeg.
De uiterst sympathieke vlezige dame Beth Ditto huppelde met haar kilo’s op het podium en gaf de songs zeggingskracht door haar heldere stem. In de opener “Listen up” hoorden we Talking Heads “Psycho Killer” en in “Jealousy girls” flirtte ze met “Crazy” van Gnarls Barkley. De groep speelde sfeervolle en rauwe rock’n’roll, maar kwam on the mainstage niet écht op dreef …

Het New Yorkse Management ‘MGMT’ (Pyramid Marquee) haalt voor hun dromerige, psychedelische dancetrips Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain aan; Indiase sounds voegen ze eraan toe.
Geestesverruimende muziek en een op elkaar afgestemde zang en zegrap, die door de fleurige kledij van de heren nog wat kracht werd bijgezet. Hun poppsychedelica klonk kleurrijk en werkte in op de dansspieren; “Electric feel”, “Time to pretend “en “Kids” waren absolute toppers.

Band Of Horses (Pyramid Marquee)uit Seattle, onder multi-instrumentalist Ben Bridwell, brak definitief door naar een breder publiek met de tweede plaat ‘Cease to begin’. Doch de klemtoon viel live vooral op het debuut ‘Everything all the time’, aangevuld met enkele nieuwe warme, intens meeslepende, dromerige americanapop, onder die melancholische bedwelmende stem van Bridwell.
My Morning Jacket, Wilco en Arcade Fire zijn de band in het geheugen gegrift, maar ook ‘80’s Triffids, Green On Red en The Long Ryders zijn te horen.
De band kreeg een duwtje in de rug door de talrijke ‘woohwoohs’, wat de  paarden écht van stal bracht om een boeiend, gevarieerd en tof concert af te leveren: rockende versies van “Is there a ghost”, “Too soon” en “For free”, en sfeervol, broeierig materiaal als “The great salt laken”, “The weed party”, “The funeral” en “Detlef schremph”. De goed in het gehoor liggende songs werden smaakvol ontvangen, wat de band uiterst tevreden stemde.

Vorig jaar brak het Britse Editors (Mainstage) definitief door met het ijzersterke ‘An end has a start’; hun optredens op een goed jaar tijd (Pukkelpop en vier zaal optredens) kregen steeds goede recensies.Editors kon het niet beter lukken, want het 1000e optreden tijdens het rockfestival was op hun naam. En opnieuw speelden ze een krachtige set ‘80’s Britwave; een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder zang van Tom Smith, uitgegroeid tot een groots podiumbeest: “All sparks”, “Blood”, “Bullets”, “Munich”, “Fingers in the factories” en “Smokers outside the hospital doors”. Op geen moment boetten ze in aan dynamiek en speelplezier. ”Bones”, “Racing rats”, “Escape the nest” en “An end has a start” laten een bredere sound horen en met “Weight of the world” en het nieuwe, eerder flauwe “No sound in the wind” zorgden ze voor twee rustpunten binnen hun frisse set.

De jonge Britse Kate Nash (Pyramid Marquee) werd net 21jaar en is op een goed jaar tijd een grootse artieste geworden. Een nokvolle tent om een klein uurtje lang haar feelgood flower/bubblegumpop te ondergaan. Een set van leuke, luchtige en innemende songs, onder haar praktisch onnavolgbare miauw praatzang (met een knipoog naar Ani Difranco).
Het was niet steeds even boeiend wat ze bracht, maar ze werd op handen gedragen door een uitzinnig publiek, die haar koste wat kost een hug (knuffel) wou geven. “Pumpkin soup” en “Shit song” hadden vaart door haar bedreven pianospel; een eerder smaakloze “We get on” en “Birds” counterde de dynamiek. Haar tienerfrustraties zong ze van zich af met vrolijk swingende songs als “Mouthwash”, “Mariella” en “Skeleton song”. “Model Behaviour” behield z’n punkdoorslagje. Al bij de eerste toets van “Foundations” kon het gegil en gekir niet op. Om tenslotte met “Merry happy” lieftallig te eindigen.

Vrouwenpop boven in de Pyramid Marquee want na Kate Nash was het de beurt aan de Schotse KT Tunstall, die ook al kon rekenen op heel wat belangstelling van haar onschuldige, prettig in het gehoor liggende, sfeervolle gitaarpop, die iets mee had van Melissa Etheridge. Van de lichtvoetige en hitgevoelige “Hold on”, “Black horse & the cherry tree (solo ingezet!)”, “Another place to fall”, “Saving my face” en “Suddenly I see” was ze onder de indruk van de talloze woohwoohs en handclapping.
Zelfverzekerde dame die alvast een sterkere set neerpootte dan dit voorjaar in de AB.

Een gewaagde, doch geslaagde keuze maakte de organisatie voor de topacts Sigur Ros en Radiohead op het hoofdpodium. Het deed me terugdenken toen beide bands acht jaar terug te zien waren in een speciale tent op het festivalterrein.
Het IJslandse Sigur Ros (Mainstage) is in die tussentijd een grote, respectabele band geworden en heeft na drie uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast, hun meest radiovriendelijke poppy plaat uit ‘Med sud I eyrum vid spilum endalaust’. Hun indringende, melancholische, soms niet te doorgronden (grensverleggende) sound, onder de onverstaanbare zang van Jon Por Birgisson, kreeg kleur in een decor van lichtballen, confetti en een fijn uitgedoste gekostumeerde band, blazersectie en het Amiina string kwartet. Het leek wel een Adam & The Ants bal en een Flaming Lips concert samen.
Het aparte, unieke van hun sprookjesachtige doch mysterieuze en carnavaleske sound kon rekenen op heel wat belangstellenden. Het gezelschap speelde aanzwellende partijen, orkestraties en geselde gitaarsnaren met strijkstok op oudjes als “Svegn-g-englar”, “Glosoli” en “Saeglopur”. Ze klonken directer op “Inni mer syngur” of haalden een vleugje experiment en zalvende beats aan van Einstürzende Neubauten. De huidige single “Gobbledigook” toonde een fanfare aan in een speelgoeddoosje.

Een pracht van een playlist werd samengesteld door Radiohead (Mainstage) die vernuftig materiaal bracht met elektronica, bleeps, neurotische beats, gitaareffectbejag en pop. Ze dompelden het geheel onder in onverwachtse wendingen, grillige tempowisselingen, experiment en subtiele melodieën. De groep grossierde in hun indrukwekkende oeuvre van ‘OK Computer’, ‘Kid A’, ‘Amnesiac’ en het recente (gratis te downloaden trouwens) ‘In rainbows’.
Meer dan anderhalf uur lang maakten we kennis met Yorke’s /Greenwoods muzikale ideeënrijkdom, gaande van “Weird fishes/Arpeggi”, “National anthem”, “Nude”, “How to disappear …”, “Reckoner”, “Idiotheque” en het fors rockende “Bodysnatchers”. Met de poppy songs “Lucky” en “Just” tuimelden we in Radioheads roemrijke verleden.
Ze hadden er duidelijk zin in en speelden maar liefst vijf songs in de bis, wat respect afdwong. Ook al was Yorke niet veel van zeg, telkens kon er een glimlach vanaf en kregen we af en toe eens een schuchtere ‘thank you very much’ te horen. “Paranoid android” en “Everything’s in it’s right place” besloten en verve Radioheads concert .

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: vrijdag 4 juli

Geschreven door

Een paar jaar terug kregen ze al een verdiende ereplaats op Humo’s Rock Rally. Het duo The Black Box Revelation (Mainstage) doen knallers als The Kills, The White Stripes en The Black Keys verbleken en stelden zich meteen naast een Blood Red Shoes. Op een losse, ontspannende wijze speelden ze fris en ongedwongen hun rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues: “Gravity blues”, “I think I like you” en een schitterend gespeelde “Set your heart on fire” wisselden ze moeiteloos af met een beklijvend “Never alone/always together”. Het jonge duo ging intens en vakkundig te werk op het hoofdpodium. En het leek er op alsof ze daar met twee gitaristen en drummers waren. Wat een puike prestatie!

The Cool Kids (Pyramid Marquee) hitsten het publiek op met hun ‘old school’ hiphop, een mixmax van Cypress Hill, Beastie Boys, Eric B & Rakim, gelinkt aan de funk van Snoop Dogg en enkele ‘80’s klassiekers; van heftiger beats en grooves naar een meer softere aanpak. Niks nieuws , maar goed als opener in de Marquee.

En strak bezielde en een goed geoliede Monza (Mainstage), onder Stijn Meuris, toonde aan dat de Nederlandstalige rock staande bleef op het hoofdpodium. Een snedige aanpak, wat fuzz en een knipoog naar de ‘80’s Belgenpop, met songs als “Tanken in Luxemburg”, “Attica” en “Schuld van de deejay”. “Van God Los” klonk meeslepend, en de meezingers op dit vroege uur waren “Gigant” (één van de Noordkaap klassiekers) en “Wie danst er nog?”.

Met ‘Close to Paradise’ kreeg de Canadese songwriter Patrick Watson (Pyramid Marquee) menig recensent achter zich. Hij schrijft grillige, gesofistikeerde en subtiele verfijnde droomsongs, die onverwachtse wendingen kunnen ondergaan, zonder in te boeten aan intensiteit en gekruid zijn met een vleugje jazz en freefolk.
Het jeugdige enthousiasme van de band bracht hen niet van hun voetstuk. Zelfs niet toen een stroomspanne hen velde en de eerste harde tonen van Slayer op het hoofdpodium te horen waren. Nee, Watson begaf zich onder z’n publiek, en net als tijdens de clubconcerten, jamde hij zonder versterking met enkele bandleden er rustig op los, wat ontwapenend mooi was! Respect! Kippenvelmomenten waren “Weight of the world”, “Luscious life” en de titelsong van z’n plaat. Ergens tussen Buckley, Waits, Devandra Banhart en Radiohead en The Residents te situeren.

Op de duivelse thrashmetal van Slayer (Mainstage) is er na al die jaren nog geen sleet (al van ’82 actief nota bene!). We hoorden een ‘wall of sound’ van het kwartet (wat een versterkers!), die de eer aan zichzelf hielden met een Slayer t-shirt, kettingen en tatoeages. Hun praktisch niet te evenaren gitaarsoli en drumpartijen dwongen respect af. In schril contrast met hun muziek en teksten van satanisme, chaos en terreur kon er bij zanger Tom Araya na elk nummer een verlegen glimlach vanaf, over schouwde hij z’n publiek met z’n indringende blik en gaf  op het einde doodleuk de gouden tip mee “Celebrate life”. Ze haalden enkele klassiekers aan: “Chemical warface”, “Ghosts of war”, “War ensemble”, “Mandatory suicide” en “Angel of death”. Een professioneel coole en beheerste aanpak, wat weinigen hen maar kunnen nadoen.

We bliezen even uit op de vermakelijke, speelse, vrolijke pop van Ben Folds (Pyramid Marquee). Folds ging gretig tekeer en kon praktisch niet stilzitten op zijn piano. De broeierige pianopop kreeg live een forse injectie. Hij kon rekenen op een sterke respons. Zijn Folds Five behoren tot het verleden, maar met z’n huidige band leverde hij een stomend, opzwepende setje af.

Ondertussen verraste op het hoofdpodium Air Traffic (Mainstage) een tweede keer, ter vervanging van Pete Doherty’s Babyshambles.

Het nodige spelplezier beleefde het Amerikaanse My Morning Jacket in de Pyramid Marquee. Deze indie/americana band geeft de laatste jaren hun songs een stevige, krachtige prik mee en laat ze dikwijls ontsporen. Ze onderscheiden zich als een jonge Neil Young & Crazy Horse.
De band, onder zanger/gitarist Jim James, speelde een boeiende set, waarbij ze in eerste instantie fel en hard klonken met “Magheeta”, “Off the record” en “Gideon”, vaart afnamen met sfeervoller werk als “Way he sings”, “Smokin from shooting” en “Evil urges”, titelsong van de nieuwe cd, gedragen door de zalvende, hemelse en melancholische stem van James. My Morning Jacket tekende voor een pittig, bedreven setje.

Duffy ( Pyramid Marquee) maakt deel ut van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse en refereert aan ‘60’s Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele soulpop met jazzy loops van een jonge, aantrekkelijke blonde zangeres, - kortgerokt, hoge hakken en verleidelijke blik -, uit Wales, die over een nachtegalenstem beschikte, en menig mannenhartje sneller deed slaan in de komende midzomernachten. “Syrup & honey” en “Rockferry” waren de groovy openers, “Serious” en “Breaking my own heart” het sfeervolle middendeel en “No mercy “en “Distant dreamer” het zwoele slotstuk.

De comeback van The Verve (Mainstage), onder Richard Ashcroft, is er eentje van gemengde gevoelens. De songs kwamen niet echt uit en de groep kon maar schitteren in het tweede deel van de set toen ze enkele klassiekers speelden: “The drugs don’t work”, “Lucky man” en de instant klassieker “Bittersweet symphony”, samen met de huidige single “Love is noise”. Te pas en te onpas straalt Ashcroft een Gallagher mentaliteit uit. Ok, ook “Sonnet” en het nieuwe “Sit & wonder” overtuigden door hun sterke opbouw.
Het ontbrak The Verve aan elan en uitstraling (hoewel Ashcroft een knalgele t- shirt aanhad!). Kortom, een goede, doch weinig spraakmakende set.

Onder de slogan ‘rock’n’roll will never die’ rekenen we twee muziekiconen van de ‘60’s, nl Iggy Pop (die er al was op TW Classic) en Neil Young. Neil Young (Mainstage) was onlangs nog te zien voor een twee uur intense set ifv z’n ‘Continental Tour’; op z’n gezegende leeftijd van 62 jaar boette hij nog niks in van z’n begeesterende, verschroeiende gitaarsoli en doorleefde zang. Voor wie geen (duur en duurzaam) ticket kon bemachtigen tijdens deze clubtournee, was het nu een uitgelezen kans om onze veteraan met vrouwlief Pegi aan het werk te zien. Hij speelde met een tweede generatie Crazy Horse leden een zorgvuldige, uitgekiende en bezielde set, waarbij een pak songs werden gespeeld uit de ‘Harvest’ plaat (’72), waaronder het ingetogen materiaal “Needle & damage done”, “Heart of gold” “Old man” en “Words”. Hij beet van zich af met rockende windvlagen op “Love & only love” en “Hey hey, my my” en varieerde met sfeervoller werk als “Everybody knows this is nowhere” en het recente “Spirit road”. Hij nam de draad opnieuw op met “Fuckin’ up” en Dylans “All along the watchtower”. Ook z’n country roots verloochende hij niet, want hij selecteerde “Get back to the country”. Hij trakteerde, samen met z’n goed op elkaar ingespeelde band, op twintig minuten spelplezier van “No hidden path” uit het recente ‘Chrome Dreams II’.
En verve besloot hij met een unieke Beatles klassieker “A day in the life”, een gierend gitaarspel, waarbij de gaspedaal stevig ingedrukt bleef…
Een grootse prestatie, een levende legende en een rocker met grote R voor jong & oud …

Het Britse kwintet Hot Chip (Pyramid Marquee), onder de tandem Taylor/Goddard, trok de kaart van aanstekelijke popelektronicadeuntjes, bleeps en beats. De soms vreemde wendingen, onverwachtse melodielijnen en dwarrelende sounds van op plaat werden opgeborgen. Ze kozen voor ambiance: heupwiegende en springende dancepop, groovende ritmes en funky loops op songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. Hot Chip deinde de party uit met een origineel aangepakte “Nothings compares to U”, die hun andere, eerder zalvende aanpak onderstreepte. Fijne set.

Waar the Chemical Brothers niet in slaagden, was wel weggelegd voor Moby (Mainstage). Hij toverde de wei om in een discotheek! en zorgde voor een dansfeestje om de tweede nacht te besluiten. Vooraf aangekondigd werden z’n hits geremixt en bepaald door keyboards, drums en beats , waarover de gelaagde soulzang zweefde van Joy Malcolm, af en toe geruggensteund door de onvaste stem van Moby, die met het nodige effectbejag het geheel aanscherpte.
Anderhalf uur lang, zonder rust en adempauze, stelden ze er in snelvaarttempo z’n ‘very best of’ voor: “Honey”, “In my heart”, “In this world”, “Go”, “Porcelain”, “Natural blues”, een ophitsende “Lift me up”, “We are all made of stars” en “Why does my heart feel so bad”. Enkele nieuwe songs waaronder “Disco lies” (wel geen “I live to move in here”?) zaten mooi verweven tussen de hits. Te bewonderen waren de drumster en een hyperkinetische Moby (liep als een bezetene over het podium), die het strakke tempo aanhielden. “Bodyrock” (scherpe gitaren ) en “feelin’ so real” werden luidkeels meegezongen. Zegetocht voor hitmachine Moby!

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: donderdag 3 juli

Geschreven door

Het vierdaagse festival Rock Werchter had een sterke, gevarieerde affiche klaargestoomd en kon rekenen op een massale belangstelling van telkens 80.000 muziekfans. De headliners buiten The Chemical Brothers bevestigden, wat de  twee plensbuien al gauw deden vergeten.
Een divers publiek - jong en oud - genoten, de cameraman op de wei zorgde voor animatie van het publiek zelf, er waren de free hugs en …Rock Werchter heeft internationale uitstraling want de buitenlandse aanwezigheid was groot (Britten, Scandinaviërs en Australiërs).
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en een tevreden reporter. Mooi toch …

dag 1: donderdag 3 juli 2008

Vorig jaar al ontpopte het sympathieke Britse Air Traffic (Mainstage) zich als een aangename ontdekking op Rock Werchter. De jonge spruit van bands als Starsailor, Muse en Coldplay is in tussentijd uitgegroeid tot één van de ‘coming bands’. Ze waren onverwachts drie keer te gast op Werchter: als openingsact, op de camping en op dag 2 vervingen ze Pete Doherty’s Babyshambles, die al ettelijke malen verstek liet. Na een overtuigend cluboptreden dit voorjaar, bevestigde dit jonge kwartet opnieuw. Ze behielden hun jeugdig enthousiasme en stonden dicht bij hun fans. De songs van het ijzersterke debuut ‘Fractured life’ stonden als een huis. Chris Wall zong de longen uit zijn lijf, stapte moeiteloos over van gitaar naar piano en speelde met de andere bandleden krachtige en emotievolle pop. Van “Charlotte”, “Just abuse me”, ”Time goes by” tot “No more running away” en “Shooting stars”, wat al meteen gillende keelgaten en meezingrefreinen opleverde. Eens te meer een mooi afgewerkt concert van deze kereltjes uit Bournemouth, Zuid-Engeland.

Het NewYorkse jonge gezelschap Vampire Weekend (Pyramid Marquee) nodigde uit op een versmelting van Rock Werchter met Couleur Café. Inderdaad, hun melodieus, creatief aanstekelijke gitaarpop , met swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco en klassiek gaf de indruk dat ze met meer dan vier op het podium stonden. Fris sprankelend songmateriaal in een gevarieerde, uiterst genietbare set: “Campus”, “Cape Cod Kwassa Kwassa”, “M79”, “Oxford Comma” en “Walcott. Deze nummers met een positive vibe werden mooi afgewisseld met de sfeervolle psychedelica van “Mansard roof” en “I stand corrected”. Origineel en sterk!

Het was eventjes wennen aan de zachtere aanpak van Counting Crows (Mainstage). De band, onder charismatische zanger met dreadlocks Adam Duritz, speelde overwegend een sfeervolle set met songs uit de recentste cd ‘Saturday nights & sunday mornings’, die ze gepast varieerden met enkele paraltjes als “Mr Jones”, “Round here”, “Big yellow taxi” van Joni Mitchell, “A long december” en “Hangingaround”. Maar de Mainstage was wel wat te hoog gegrepen, want we hoorden te weinig straf spul om de aandacht te behouden.

Mika (Mainstage) op z’n beurt was het zonnetje in de plensbuien. Vorig jaar cancellede de 23 jarige Libanese/Britse popartiest z’n optreden op Werchter. Z’n Basement Jaxx getinte carnaval en speelse, vrolijke kitsch van discopop werkten in op de dansspieren en boden aangenaam vertier. Er viel veel te beleven met een bloemetjesgordijn, dansende Rio dames, vlezige soulzangeressen en een heen en weer hotsende Mika. Eenvoudige feelgood pop met een meezinggehalte: “Relax, take it easy”, “Big girl, you’re beautiful”, Depeche Mode’s “I just can’t get enough”, “Happy ending” en een uitgesponnen “Love today” (met Mika aka Fred Astaire “I’m singing in the rain”). Het sprookjesachtige “Lollipop” mocht de set besluiten.

Shameboy (Pyramid Marquee) maakt deel uit van de vernieuwende trends in techno en elektro landschap. Ze waren vanavond de aanzet voor een avondje clubdance en rave met een Soulwax /2 Many DJ’s concept. De tweede plaat ‘Heartcore’ komt vervaarlijk in de lijn van de kanonnen Justice, Alter Ego en Digitalism. De knoppenfreaks Luuk Cox en DJ Bobby Ewing deden de Marquee daveren met hun beukende en stampende beats, trance, vettige en schurende basses, chemical breakbeats en elektronicableeps op “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” en “Heartcore”; hartverwarmend waren de massale ‘woowoos’ op de funkende synthloops van “Rechoque”, “Strobot” en “Splend it”.

’It’s time for a love revolution’ is de comeback plaat voor Lenny Kravitz (Mainstage). Weg zijn de tierlantijntjes van orkestraties, gospel, oeverloos soleren en gekostumeerde pakken. In leren jekker leverden Kravitz en de zijnen een goed strak concert af. Enkel in “I’ll be waiting” en “Let love rule” verloor hij zichzelf even. Een retrorock’n’roll hart spreekt de man opnieuw aan: “Bring it on”, “Always on the run”, “Dig in”, “Fields of joy” en “Dancin’ till dawn”; wat hij afwisselde met ingetogen, sfeervoller werk: “It ain’t over till it’s over”, “Stillness of heart” en “I’ll be waiting”. Kravitz breidde een energieke finale met de Guess Who klassieker “American Woman” en “Fly away”; “Are you gonna go my way “ en een massaal meegezongen (en uitgesponnen) “Let love rule”, waarbij Kravitz z’n fans handjes schudde zette het rockfeestje verder in de bis. Kortom, hij bracht het ‘Mama said’ album samen met songs van de recentste cd.

In Soulwax (Nite Versions) (Pyramid Marquee) hebben de broertjes Stephen en David Dewaele de gitaren aan de haak gehouden en resoluut de kaart gekozen van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals, opgezweept door een diepe bas en drums, waarin herkenbare tunes en samples te horen waren (waaronder Kraftwerk, Robbie Williams, Klaxons en Justice).
Een herhaling van hun Xmas feestje weliswaar, onder hun motto ‘Part of the weekend never dies’, wat de logische aanzet was van hun 2 Many DJ set.

R.E.M. (Mainstage) heeft een nieuwe plaat uit ‘Accelerate’, die een directer en strakker aanpak heeft dan hun platen van kortweg de laatste tien jaar. Een wildcard voor Werchter 2008 hadden ze meteen op zak. Het trio Stipe – Mills - Buck & band traden voor de zevende keer aan en konden putten uit hun al indrukwekkende oeuvre. Ze speelden een gevarieerde rockset; ze namen af en toe wat vaart af, doch behielden de aandacht net op tijd door sterke oudjes “Orange crush”, “What’s the frequency Kenneth”, “Bad day”, “The one I love”, “Begin the begin” en “Fall on me” af te wisselen met sfeervol, dromerig werk als “Drive”, “Imitation of life” en “Electrolyte” (wat een wonderbaarlijke pianotoets!) en een handworp nieuwe rocksongs: “Living well is the best revenge”, “Man sized wreath” en de singles “Hollow man” en “Supernatural superserious” , wat het mindere materiaal deed vergeten.
In de bis werd door de herkenbare mandolinetune “Losing my religion” ingezet en het refrein luidkeels meegezongen; de set besloten ze traditioneel met “Man on the moon”.

The Chemical Brothers (Mainstage) zetten de nacht in, maar het écht late uur speelde Rowlands/Simons parten, want de geluidstovenaars legden de klemtoon op een meer chillende trancegerichte aanpak en lange overgangen, wat de uitbundigheid en vuurwerk ontnam. Minder dansbare, pompende beats, wat deels door hun lasers, flashlights en projecties werd gecompenseerd. Een ‘push the button’- injectie hoorden we nog met “Galvanize”, “Do it again/get yourself high”, “Hey boy hey girl”, “Out of control”, “Believe” en “We are the night”.
Tijdens de set waren al vele (vermoeide ) bezoekers richting tent. De Britten besloten zelf moeizaam met “The golden path” en “Chemical beats”.
Een feestje bleef uit, ook al werden we mooi bedankt door onze Chemische Broeders.

Organisatie: Live Nation

Pagina 107 van 111