logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Manu Chao - Bau...
Manu Chao - Bau...
Lode Vanassche

Lode Vanassche

Geachte B.S.,  Je bent ongetwijfeld mijn favoriete recensent en heb steeds genoten van uw vlotte pen en uw kritische maar ook objectieve oren. Altijd een referentie voor mij geweest. Helaas kan ik maar niet begrijpen waarom je dEUS in de Lotto zo teleurstellend vond. In Vorst waren Tom en Co (wat mij betreft Mauro en Co) duidelijk in de vorm van hun leven, zodat ik mij  nauwelijks kan voorstellen dat deze goden de dag voorheen een slappe vertoning gehad hebben in hun thuishaven.

Zowat alles uit het overigens heel goed onthaalde ‘Keep you close’ (platina) werd gespeeld en kon zonder veel moeite naast hun klassiekers staan. Vanuit de ruwe donkere dEUS-kelders borrelde een retestrakke, gedreven en vooral goed gespeelde set op die door het publiek zéér enthousiast werd onthaald. Het geluid is inderdaad beter dan wat van de Lotto Arena gewoon zijn. Mauro stond daar als een volleerde professional gezellig zijn duivels te ontbinden met zijn typische ‘coolness’, als was het dat hij net een onderonsje had met Nick Cave. Zijn subliem gitaarspel werd dan nog eens geruggesteund door een dijk van een percussie. Zijne Nimmer Last Van Bescheidenheid Hebbende Tom Barman liet met plezier even de aandacht aan Zijne Niet direct Spraakwatervallige Mauro.
De magie bereikte al dra een eerste hoogtepunt met een beklijvende versie van “The architect”. In een sober maar efficiënt gordijn- en lichtdecor stormde de groep ‘rustig’ verder met een gevarieerde set en maakte ondergetekende en zowat heel het publiek redelijk knetter met een joekel van een “Instant street” (Mauro again!) De outtro mocht wel langer geduurd hebben. Nog een paar rake mokerslagen en/of uppercuts met “If you don’t get wat you want”, “Darks sets in’ en “Ghost” en het feest kon niet meer stuk.

Ok, “Sister dew” ontgoochelde even, maar de goddelijke duivels wisten zich ogenblikkelijk te herpakken. Twee heuse bisrondes met onder andere een fantastische “Suds and Soda” en “Sun ra” werd iedereen tevreden naar huis gestuurd, ook al had dEUS “Roses” niet gespeeld. 

Organisatie: Live Nation

Lokerse Feesten 2011: DAG 01: Goose – Kelis – Primal Scream – Das Pop
Lang leve het oude en eenvoudige concept van de LF! Geen 250 groepen door je strot geramd op drie dagen, maar 45 acts netjes na elkaar en verspreid over 10 dagen.  Onze hoofdredacteur was zo goed om mij de eerste dag naar Lokeren te sturen waardoor ik  mijn favoriet Iggy and The Stooges moest missen. Maar het is hem nu al vergeven…  We hebben kunnen genieten van een puike openingsdag met weliswaar een ietwat tam publiek dat ondanks de kwaliteit heel  moeilijk op te warmen bleek.

Het plein was nog gezapig aan het vollopen toen DAS POP alle registers open trok. Bent had een heerlijk fout pakje met dito zonnebril aan en had al ras elk hoekje van het podium verkend om ons te kunnen ophitsen. Als een ware volksmenner, met meestal grappige maar ook pikante bindteksten liet hij nummers als “Kiss is not a crime”, “Fools for love”, het Beatles-eske “Flowers in the dirt”, “You” en “Can’t get enough of your love” op ons los. Je zou ervan versteld staan hoeveel pareltjes Das Pop al heeft geschreven.  Het publiek moest en zou meegaan en dit is dan Das Pop ook enigszins gelukt. Dat Van Looy een groot performer was, wisten we al en werd bij deze nogmaals bevestigd.  De band brengt melodieuze songs ( da’s pop, hé) ondersteund door een  gedreven percussie en explosieve eindes. De drummer slaat er niet bepaald naast . Met “Can’t… kregen we een heuse apotheose toen Bent na het gooien in het publiek van gigantische dobbelstenen de drummer vervoegde en ze met tweeën het drumstel zowat naar de kl**n speelden. Het makke publiek kreeg het eindelijk warm. Toen begon het zowat oude wijven te regenen en waren Bent en Co eraan voor de moeite.

Een kwart eeuw geleden richtte de voormalige drummer van The Jesus and Mary Chain  Bobbie  Gillespie Primal Scream op om vijf jaar later het baanbrekende ‘Screamadelica’  uit te brengen, een duidelijk onder invloed geschreven conceptplaat die psychedelica, elektronica en indierock mooi met elkaar  verzoende.  Nu twintig jaar later kwam Primal Scream dit nog eens clean overdoen. Met opener “Movin’ on up” , met een heerlijke souldiva, werd de toon gezet: Bobbie laat de muziek voor zich spreken, trekt zich het ene moment niets aan van het publiek om dan aan de andere kant al het mogelijke te doen om dat (weer afgekoelde) publiek mee te krijgen.  Het gitaarwerk is duidelijk geschoeid op de leest van hun grote helden: The Rolling Stones . Zoals Keith en Ron hun solo en slaggitaarwerk  subliem aan elkaar uitwisselen, gaan Robert en Andrew krek hetzelfde doen. De boel viel even stil met een ingelast en fout gebracht stukje “Who Do You Love” van Bo Diddley, maar we konden genieten van enkele hoogtepunten (vooral het onverslijtbare “Loaded”) en  een onvervalst indierock apotheose. Als kers op de taart kregen we nog “Rocks”, niet uit ‘Screamadelic’a, wel uit ‘Give out but don’t give up.’ Dit laatste weze een boodschap aan het publiek.

De laatste cd ‘Flesh Tone’  van Kelis was niet veel soeps en er werd terecht gevreesd voor een minder concert. Muzikaal gezien kunnen we absoluut niet van een optreden spreken. Alles valt te herleiden tot één beat. Er stond slechts één volwaardig instrument op het podium: Een drumstel. Die arme drummer heeft dus drie kwartier lang –gelukkig duurde het optreden niet langer- hetzelfde moeten drummen. Alles werd ondersteund door een blonde dame die ervan overtuigd is dat ze ooit mooi was en nog steeds is en die een aantal knoppen , pc’s, samplers  en allerlei bediende. Kelis zelf droeg een flauw tijgerpakje, heeft wel een goede stem en komt zeker in aanmerking om wereldkampioen-serieus-in- het-publiek-kijken-terwijl-men-zingt te worden .  Vreemd genoeg droeg het publiek deze uit fake en plastiek opgetrokken dance act op handen, ook al vertelde Hare Arrogantie dat ze niet voor het publiek was gekomen, maar het enkel voor zichzelf deed.

Tornado Goose moest nog beginnen toen het publiek reeds uit volle borst “Synrise” aan het scanderen was. En daarmee begonnen onze voormalige rock rally winnaars ook.  Een heel zacht begin met dat fameuze riedeltje van “Synrise”, om dan enkele seconden later de boel te doen ontploffen om niet meer los te laten. Toepasselijk was hun tweede dan ook “Can’t Stop me now”. Jonge en oude nummers wisselden elkaar  af met als resultaat een zeer uitgekiende, gedreven set zonder maar een zwak momentje te bespeuren.  Reken daar nog een uitstekend artwork en decor bij en je weet al dat deze Kortrijkse knapen hun wervelende passages van eerder (Werchter) met de vingers in de neus overdeden. Het ietwat tamme Lokerse publiek is zonder veel moeite klaarwakker geworden.
Ja, Dave en Co, The States are ready to have Goose.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

maandag 23 mei 2011 02:00

Zita Swoon (Group) - Zieta Soon!

 

Ok, laat ons eerlijk zijn: Ik heb al altijd moeite gehad met voor-zichzelf-ontwerpende-kleren-en-soepjurk-dragende-de getormenteerde-ziel-uithangende-zie-me-alternatief-en-exentriek-zijn-zielen zoals Stef Kamiel er een is. Tuurlijk had ik het weer bij het verkeerde eind. The Lady en ik hebben dus een avondje kunnen genieten van puur vakmanschap. Met zijn Burkinese vrienden bracht Zita een overheerlijke mix tussen blues, Beefheart en Afrikaanse muziek. Wie dus kwam voor de Moondog en Zita klassiekers was er aan voor de moeite.

Met een minimaal decor en belichting waanden we ons ergens in ‘de Congo’. Kamiel en co begonnen euh..Kamielfoo: Ingetogen, minimalistisch en begeesterend. De toon werd alras gezet, zeker toen, na de baladist – Afrikaans voor xylofonist -, ook de zangeres Awa Démé op ons werd losgelaten. Carlens laat op een subtiele, sublieme en weergaloze wijze Afrikaanse muziek in zijn muziek binnensluipen.
De Stef vult alles heerlijk aan met Engelse en soms Franse teksten en brengt ietwat verlegen en ingetogen zijn bindteksten. Door de zo pure en perfect geperform-de begeesterende muziek heen worden thema’s zoals armoede, migratie, hypocriete vleierij, vuur en water, het obligate protest tegen het kappen van bomen, verkeerde vriendschappen en zo verder aangekaart. Na het vierde nummer begint onze Stef zowaar een heus gebed aan te heffen! Vreemd genoeg komt hij ook hiermee weg. Het ritme varieert van ingetogen, opzwepend, dansend ot zelfs stormachtig. dEUS- en Beefheartinvloeden zijn uiteraard niet ver te zoeken.
Alles eindigt in een apotheose waar het speelplezier duidelijk merkbaar is. De eeuwig klagerige Stef konden we zowaar zien glimlachen, de overigens meer dan schitterende band speelt met de vingers en de neus en de bewogen drumster doet wat Mo Tucker een dikke veertig jaar bij The Velvet ook deed: rechtopstaand drummen.
De bis bestaat uit een baladistische Mamadou solo en een Awa zangsolootje, om dan retestrak op tijd ons nog eens te tracteren op de nu al typische stampende en gelaagd opgebouwde Afrikaans-West-Europees-Blues-Amerikaanse en andere ritmes. Of laat ze ons gewoon Zita Swoon noemen. Ze hebben een eigen genre bedacht en zouden niet misstaan op de Sfinxen, Dranouters en Cactussen die ons landje rijk is.

Op muzikaal vlak valt er op dit hartverwarmend concert absoluut niets aan te merken. Maar laten we dat Sting-gewijs de wereld willen verbeteren en ons een geweten schoppen achterwege laten. Toch: maximaal aantal sterren.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

vrijdag 25 maart 2011 01:00

Jools Rules!

Na zijn overigens sublieme passage enkele jaren geleden in de Handelsbeurs in Gent verwachtte ik veel van onze Jools. Hij heeft alle verwachtingen overtroffen.

We kregen als voorgerechtje ene Sarrah Perri voorgeschoteld. Deze Vlaamse Italiaanse had voor de gelegenheid haar zeskoppig bandje niet meegebracht, maar wel haar zus als tweede stem en een gitarist Jan die zichzelf her en der ‘loopte’. Sarrah heeft een heel mooie stem (denk aan een betere Dani Klein versie), zingt ook in die richting. Het geheel heeft echter een ‘arty farty’ sfeertje en zou niet misstaan in een of andere jazzkroeg, bevolkt door een Knacklezend pseudo-intellectueel publiekje. In Brugge mocht ze slecht enkele beleefdheidsapplausjes ontvangen.

Stipt op tijd werd door de puike organisatie het grote feest aangekondigd.  Jools Holland and his rhythm and blues orchestra hebben maar een boodschap: Muziek is feest. Punt. Jools had naast enkele gastzangeressen een slordige negentien muzikanten mee van alle rassen, leeftijden en kledingstijlen. Wat op het eerste zicht overkomt als een bont allegaartje, blijkt dan wel een stel stuk voor stuk professionele muzikanten te zijn: 12 blazers, 2 toetsenisten (Jools incluis), 1 drum (Gilson Lavis), 1 bassist, 1 gitarist en 2 besjes van zangeresjes.

Het hoeft geen betoog dat deze band er meteen invloog met een heerlijke boogie woogie en het overigens zeer verscheiden publiek meteen volgde en na enkele nummers uiteraard niet meer kon stilzitten. Wat kan die Jools spelen, man! ‘Eat your heart out Jerry en co’. En wat zo heerlijk is: het warm water wordt niet heruitgevonden en speelplezier troef. In die mate dat Jools blijkbaar niets verkeerd kan doen en dat zelfs zijn scheten worden onthaald op applaus.
Met het derde nummer, Muddy Waters’ “Mojo”, kwam de eerste gastzangeres Rosin May ons kippenvel bezorgen met een bloedstollende versie. Vervolgens alweer een portie van wat Jools voor de gelegenheid “Bruges Woogie” noemde, waarbij iedereen eens mocht tonen hoe goed ze wel konden spelen. Resultaat: Het publiek begint zowat aan het plafond te hangen.
Jools schuift zich dan achter zijn Fender Rhodes en laat ons met onvervalste jaren vijftig blues met tweede gastzangeres Louise Marchal gedurende een drie tal nummers de nekharen rijzen. Dan trakteert de waanzinnige drummer Lavis (Squeeze) ons zo maar even op een drumsolo zoals het hoort: perfect, niet te veel en retestrak. De prettig gestoorde schuiftrompettist Rico Rodrigues maakt van “What A Wonderfull World” een loepzuivere reggae.
Onze Jules kan ook een aardig handje weg met de gitaar en zorgt ervoor dat blijven zitten (toch jammer dat er stoelen stonden) onmogelijk blijkt. Tijd dan maar voor de ultieme gast. Een brok (ook letterlijk) Boogie Woogie Queen: Ruby Turner. Deze rondborstige uiteraard zwarte lady heeft meer soul, blues en boogie woogie in haar kleine teen dan haar naamgenote Tina. CC rider “Cry me a river en een handvol andere klassiekers passeren door deze misthoorn.

En zo gaat het feest lekker stomend door tot de obligate climax in de bisronde. Is er dan geen enkele kritische noot? Neen. Ze spelen inderdaad reeds geschreven nummers, soms eigen nummers, we horen her en der van die clichés – je weet wel: “Do you feel ok?’, ‘oh my soul!” – en de obligate solo’s waarbij iedereen eens zijn ding mag doen,  bijster origineel zijn ze niet, maar alles gebeurt met zo’n enthousiasme en ongeforceerd speelplezier. Ze voelen zich geen gram beter dan hun publiek, en dat is het hem nu net wat zo aanstekelijk werkt. Vijf sterren dus.

Cultuurcentrum Brugge, Brugge


Gent Jazz Festival 2010: Gil Scott-Heron en Madness
ROOT
Line up: Dominique Vantomme (Fender Rhodes, organ), Mirko Banovic (Bass & samples), Geert Roelofs (drums).
Wat mij betreft weer een rake opener. Het trio rond Vantomme liet ons zweven tussen free, classic, experimenten, psychedelica en puike harmonieen. Niet zomaar in een of ander vakje te stoppen. Mirko, gekend als bassist van Arno en Arsenal kon hier gerust zijn veelzijdigheid bewijzen op zijn bas, maar ook met zijn samples, die de schijnbare uitersten tussen de verschillende stijlen tot een uiterst genietbare maar niet pottenbrekende set smeedden. Belgie heeft nu ook zijn Herbie Hancock.

Gill SCOTT-HERON
Line up: Gill Scott-Heron (spoken word, vocals, keyboards), Glen Turner (mouth organ), Tony Duncanson (percussion), Carl Cornwell (saxophone, flute, keyboards)
Het publiek verwachtte veel van deze pionier van hip hop die enkele jaren geleden nog gezellig in een of andere goot of cel vertoefde. Hij begon de set alleen met zijn gammele Fender Rhodes en stak heel wat opa-humor in zijn bindteksten. Vergelijk het met de zatte nonkel op familiefeesten die altijd dezelfde moppen verteld. Zo hoorden we dezelfde anekdotes als op zijn passage eerder in Brussel. Deze ouwe knar met zijn schuurpapieren soulstem deed me zwaar aan Richie Heavens op Woodstock denken (we zitten wel op Gentjazz, hé). Zijn boodschappen zijn niet meer rebels, maar zeemzoeterig over love, peace en summertime. Pas tijdens het derde nummer kwam de rest  van de band op de proppen. Puike percussie en veelzijdige Cornwell. We kregen een onderhoudende en wat langdradige en voorspelbare set waarbij het geroezemoes vaak het optreden overtrof. Gill Scott-Heron werd door de betere pers sterk aanbevolen, maar heeft het niet kunnen waarmaken, op een miniclimaxje na in “We almost lost Detroit”.

MADNESS
Reeds dertig jaar geleden richtten Suggs en zijn eeuwige vriend Chas Madness op. Vandaag lijken ze nog geen haar veranderd en hebben ze nog niets van hun pluimen verloren. Het beloofde feest is er gekomen en was letterlijk waanzinnig, zodat we alweer een hoogtepunt kunnen inschrijven in de annalen van Gentjazz. Je kan natuurlijk bedenken wat ze uiteindelijk met jazz te maken hebben, zoals Suggs zelf opmerkte, maar laat u zich daardoor niet hinderen. Deze verbreding werkt wel degelijk prima.
De vlam zat er al meteen in met opener One Step Beyond, gevolgd door een hele resem hits (tsjonge, wat hebben die er véél) zoals, Embaressement”, “Our house”, “Baggy trousers”, om er maar enkele te noemen. Madness was niet te betrappen op zwakkere momenten en bleef er de pees op leggen, ook met minder bekende en recentere nummers die trouwens waardig naast hun hits konden staan. Jammer dat ze een gehuurde bassist mee hadden en dat de ‘bridges’ vaak wat rommelig overkwamen. Dat Suggs in deze oecemenische crisistijden enkele jonge knapen op het podium riep en ‘stay for ever young’ debiteerde nemen we er graag bij en kon de feestvreugde geenszins bederven. Madness kwam, zong en overwon en de afgeladen volle tent pogode. De finale misthoorn in “Nightboat to Cairo” liet symbolisch de Gentse Feesten beginnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2010: Joe Bonamassa en Trixie Whitley
SOIL & PIMP SESSIONS
Line up: Shacho (agitator, spirit), Tabu zombie (trompet), Motoharu (sax), Josei (piano), Akita Goldman (bas), Midorin (drums)
Waar ze vorig jaar een dag hebben afgesloten, mochten deze bende vrolijke Japanners nu eens openen. Deze Funkadelic of zelfs Madness van de jazz zorgden inderdaad voor een zinderend concert, zoals in de persmap werd aangekondigd. Ze maken van jazz pure ambiance en hebben lak aan het pseudo-intellectueel op stoeltjes zittende,  een briloor in de mond houdende en met licht goedkeurende kennersknikjes beleefdheidapplaudiserend publiek. Shacho leek net uit een foute maffiafilm gestapt en animeerde, agiteerde, delegeerde en dirigeerde dat het geen naam had, alsof hij het feest van Madness van de vorige avond gewoon verder zette en weer naar de jazz bracht. Tabu blaast de ziel uit zijn lijf, Midorin drumt voor vier, en ga zo maar door. Voor de bisronde(s) kregen we nog een beklijvende jam te horen tussen de overigens virtuose pianist, contrabassist en drummer. Als dessert nog een heerlijke portie dub jazz met een funky inslag, en de afsluitende avond van Gentjazz kon niet meer stuk.

JOE BONAMASSA
Joe is 36 en speelt al 32 jaar gitaar, beheerste op zijn zevende alle partijen van Stevie Ray Vaughan, op  zijn twaalfde ging hij mee de hort op met BB King, en stond al naast andere goden zoals een zekere Clapton. Dat zou moeten volstaan om u te kunnen overtuigen dat we te maken hebben met een van de grootste gitaristen in het blues/rockgenre die op deze aardkloot rondlopen. We kregen zowat alle bluestandards te horen en het talrijk speciaal voor hem opgekomen publiek stond meer dan vaak met opengesperde en kwijlende mond letterlijk te gapen. Ook de overige clichés passeerden vlotjes de revue: ieder nummer een andere gitaar, uiteraard Gibson, met dichtgeknepen ogen geluidsloos oerschreeuwend soleren (‘Zie me spelen’), de obligate bas- en drumsolo’s (hoewel, de Hammond toetsenist kreeg niet veel ruimte want is vooral Joe’s optreden) en vooral de getormenteerde ziel uithangen. Heel vaak moest ik aan Alvin Lee denken. Het was genieten en ontroerend toen naast mij een vader met zijn 12-jarige zoon alles aan het beluisteren, bespreken en aan het bedisselen waren. Als je dan nog eens een stuk uit “Dazed and Confused” ven Led mag horen waar Page himself jaloers zou zijn, kan je maar een ding besluiten: Genialiteit, maar je moet er voor zijn.

TRIXIE WHITLEY
Line up: Trixie Whitley (zang, gitaar, keyboards), Marc Ribot (gitaar), Mark Kelley (bas), Chocolate Genius (gitaar & backing vocals), Yuval Lion (drums).
Kirke strijkkwartet: Joanna Vlaeminck (viool), Saartje De Muynck (viool), Evelien Vandeweerdt (altviool), Jozefien Peelman (cello
)
Trixie, dochter van Chris (+2005), ging als kind mee naar de verschillende studio’s en kreeg de muziek met de paplepel binnen. Gezegend met een misthoorn van een stem speelt ze daarbij nog verschillende instrumenten. Ze moest het zonder de verontschuldigde Daniel Lanois doen, schaarde vrienden rond haar en startte zo haar ‘special project’.  En ja, het was een dijk van een afsluiter van het overigens weer zeer geslaagde festival meer beduidend meer pieken dan dalen (sorry Els Pynoo).
Terug naar Trixie: Gelukkig werd dit timide ogende maar enorm sympathiek meisje al vlug haar zenuwen de baas en we konden genieten van ingetogen, beklijvende set, kippenvelfactor 10. Zelden zo’n goede muzikanten gezien : alweer een sublieme gitarist: We kennen Ribot via Tom Waits, Costello en John Zorn. Al snel waren we de arrogantie en pretentie van Joe Bonamassa vergeten en konden we getuigen dat sublieme muziek ook in aller bescheidenheid kan gebracht worden. Ondergetekende werd tot tranen toe bewogen. Woorden schieten tekort. Laat de Jossen  Stone en de Norah Jones maar goed uit hun doppen kijken.Trixie is wereldtop. Punt. Tot volgend jaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

dinsdag 13 juli 2010 02:00

Werchter Boutique 2010 – Prince

Hij Die Vaak Een Kopstoot Van Een Gans Krijgt mocht persoonlijk de heilige grond van Werchter in vuur en vlam zetten. En wat voor een feest hebben wei gehad!

Om te beginnen met opener Jamie Lidell. Na zijn feestvolle en energieke passage op Gentjazz vorig jaar was het maar de vraag of dit onze nieuwe Jamiroquai zou lukken op een festival weide. Onze immer energieke Brit heeft er een serieuze lap op gegeven en is er met verve in geslaagd de ondankbare taak om voor zo’n – nou ja – grootheid het binnenkomend publiek meteen in vuur en vlam te zetten. Deze tyfoon sleurde ons mee door zijn hits (o.a. “Compass”, “Multiply” en “Another day”) en heeft dit nog diezelfde avond als headliner overgedaan op Cactus.

Over Mint Condition kunnen we kort zijn: Oeverloos, inspiratieloos ,amateuristisch en overbodig theatraal gejam, wat zou moeten doorgaan voor free hiphop funk. Ideaal dus om te gaan bikken, drinken en ...

Larry Graham, basgitarist van dé Sly & Family Stone deed met zijn band en Shelby Jones wat iedere funksoul hoort te doen: Oldschool funk spelen, tonen wat feesten en jammen is en de weide in brand te steken. Dat het op dat moment oude wijven begon te regenen kon mij en duizenden anderen niet deren. Genieten was de boodschap.

Eindigen met een Sly @ Family Stone en onmiddellijk zich vervoegen bij onze Prince. Zijne Ongeschikheid Voor Basket begon er zowat direct en dus en half uur te vroeg mee, zodat de helft van het publiek het niet eens door had. “Lets go crazy”, “1999” en “Little Red Corvette” zette meteen de toon: een Prince die perfect gitaar kan spelen, zich weet te omringen met de beste muzikanten en eigenlijk maar te kiezen heeft uit een enorm arsenaal aan nummers ( heeft Zijne Gratis In Plopsaland Binnenmogende ooit al een slecht nummer geschreven? Weet dat zijn ‘slechtste’ nummers nog boven de middelmaat uitsteken). Jammer dat het volume niet zo hoog stond.
Bovengenoemde Shelby kreeg van Prince een kans met “Angel”, maar van het publiek blijkbaar niet: Ze waren gekomen voor Hij Die Er Nog Steeds Vijfentwintig Uitziet.
Toen Prince het einde van de regen aankondigde begon het net oude wijven te gieten en zette hij dan maar een beklijvende versie van “Purple Rain” in. Beeldt u een achtergrond in met ietwat zon (in de verte) en boven uw hoofd dreigend zwarte en gietende wolken met talrijke bliksemschichten die de weide mede, euh…paars kleurden: onvergetelijk. Ook hier paste onze Jehovagetuige (helaas) enige zelfcensuur toe.
Zijne In Pyama Gehuldheid speelde nog klassiekers als “Kiss” (weer Bijbels gekuist) en “Mountain”, vervolgens een Jacksoncover ,om dan onze Funkmeister Graham weer op de voorgrond te roepen en zichzelf en de weide te laten stomen op regelrechte Sly-klassiekers “Shake Your Body”, “Everyday People” en “I wanna take you higher”.
Dat Zijn Op Een Kinderstoel Aan Tafel Aanschuivende zou durven gedacht hebben zomaar te kunnen afdruipen om ergens in Brussel aan een afterparty te kunnen beginnen, was buiten het publiek gerekend, dat drie bisrondes afdwong. Voor de een wat lauwer dan de eerste ronde, voor de andere juist interessanter en zoniet nog stomender vanwege meer jam en improvisatie, en minder commerce. We hoorden ook enkele flarden uit zijn nieuwe (niet meer baanbrekend), om te eindigen met een heuse jam, gestoeld op “Love Rollercoaster” (Ohio Players ). Nog even “Peach” en zijn ode aan God met ‘God’ en weg was Onze Letterlijk Kleine Maar Toch O Zo Grote Man. Na dik twee uur.

Organisatie: Werchter Boutique – Live Nation

Toots Thielemans - Line up: Toots Thielemans (mouth organ) , Kenny Werner (piano), Oscar Castro-Neves  (guitar).
Onze immer sympathieke en ‘slechts’ 88-jarige Marollien kan uiteraard voor een thuispubliek niets verkeerds doen, en dat heeft hij ook niet gedaan. Begeleid door zijn trouwe vrienden Kenny en Oscar kreeg hij de afgeladen volle tent meteen stil . Het trio heeft gedurende de ganse set niet eens het wereldberoemde “Bluesette” nodig gehad om ons in te pakken.
Hij wandelde door en koos uit een breed gamma van stukken die hem na aan het hart liggen, van het “I love You Porky” over “C-jam”, ”Smile” en een Sinatra-medley tot een waardevolle afsluiter “What a wonderfull world”. Het was in ieder geval een ‘wonderfull ‘ concert.
Valt er dan niets op te merken? Helaas wel. De leeftijd heeft zijn virtuositeit afgenomen. Let wel, er is nog bakken vol emotie en muzikaliteit, maar de vingervlugheid en notenkunstenarij zijn danig getaand. Ik hoorde kwatongen zelfs fluisteren of het niet beter zou zijn er mee op te houden, wat dan ook weer té is. Neem Toots zijn muziek niet af en neem ons zijn muziek niet af.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

De Jeugd Van Tegenwoordig is uiteraard ideaal voor ‘de jeugd van tegenwoordig’: Slechts één beat en oeverloos gelul en gemix, demagogie en geforceerde ambiance troef. We mochten tot vervelends horen dat we in het heerlijke België toefden en dat ze zelf zo goed bezig waren. Kortom, beter dan K3, de ideale sfeer voor mijn flink puberende 14-jarige dochter, maar géén muziek.
Tenslotte valt het echt niet goed te keuren om voor zo’n jong publiek reclame te maken voor wiet en andere verboden vruchten. En het sommeren van alle alternatieve woorden voor vagina en penis kan me niet bekoren en heeft ook weinig te maken met de Lokerse Feesten (neen, mijn naam is niet kardinaal Danneels).

Bij Cypress Hill kregen we van hetzelfde laken een broek aangemeten. De aangepaste arafatsjaaltjes, de foute hoedjes en de vingertjes in de lucht waren alom aanwezig. Een waar ‘hiphop’-feest dat kan bekoren, maar helaas niet het niveau van  DJVT kon overstijgen. Let wel, de tent (nou ja) stond wel degelijk op stelten, maar ja, die rakkers hoeven enkel maar een scheet te laten om hun jonge publiek te overtuigen. Goede lichtshow, vloeistofdia’s in digitale versie incluis, goede sound, maar op “Insane” na nog steeds geen spoor van nummers en real stuff te bespeuren. Komt er nog een kentering?.

And now, for something completely different: Primal Scream. Drummer Bobby Gillespie verlaat in 1984 The Jesus And Mary Chain om zelf met de Stone Roses gitarist Duffy de hort op te gaan. De rest is (wereld)geschiedenis. Wat kan je live verwachten van een groep die gospel, psychedelica, rock, R&B, funk, punk en electro speelt? Veel dus. En ze hebben met verve een mix van dit alles gebracht, met een opeenvolging van hoogtepunten. Beginnen met een stevige rocker gestoeld op het klassieke bluesschema, dan meteen “Lucifer” uit ‘Evil Heat’, vervolgens een zorgvuldig uitgekozen playlist uit hun complete repertoire afwerken. Wat mij opviel is dat nummers uit de laatste, toch iets mindere, ‘Beautifull Future’ live gerust naast nummers uit hun legendarische ‘Screamadelica’ (“Jailbird” en “Rocks”) kunnen staan. Tevens mochten we een ijzingwekkend goede rockversie horen van hun gospel klassieker  “Movin’ on Up”. Hun sound deed heel vaak aan the Stones denken, en daar is uiteraard niets verkeerd mee. Gitarist Young blijkt trouwens qua looks en stijl een kloon van Ronnie Wood te zijn.
Toch dit schoonheidsfoutje: De arrogantie en de stem van mijn held Bobby Gillespie liet hier en daar te wensen over. Toch een van dé hoogtepunten van de Lokerse Feesten..

Arsenal was zoals te verwachten prima en een zeer goede afsluiter. Vergelijk het gerust met hun passage in Werchter. Live behoort Arsenal al jaren tot het spannendste wat je in België op een podium kunt zien. Ze slagen erin verschillende invloeden tot een coherent geheel te versmelten met een eerder internationale sound. Zo start bijvoorbeeld “Estupendo” als een heerlijke popsong om dan door een strakke rockgitaar doorsneden te worden, “I’m not a Man” brengt u even naar de jaren tachtig, enz..: Jammer dat het tamme publiek deze verfrissende groep niet met de volle teugen heeft willen smaken.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

 

Na de verdienstelijke opwarming van het zootje prettig gestoord ongeregeld van The Hicky Underworld bestegen de reeds ouwe rotten in het vak van The Manic Street Preachers het podium. We kregen meteen hun absolute wereldhit “Motorcicle Emptyness” voorgeschoteld, zodat ze er maar meteen vanaf waren. Vervolgens een stevige set met begeesterde en zeer goede muzikanten. Je zou vergeten hoeveel hits deze knapen bij elkaar geschreven hebben.
Ze eindigden voorspelbaar met “If you can tolerate this, then …’’ Vreemd dat het publiek stond mee te krijsen als was het een of ander zomerhitje: Is men dan de betekenis van dit lied volledig kwijt?

Peter Doherty
Zoals reeds beschreven in de bespreking van zijn laatste Grace/Wastelands: PD behoort tot de groten der aarde. Gewapend met slechts een akoestische gitaar, zijn ‘mulleschuiver’ en de obligate fles wijn profileerde Ons Wandelend Laboratorium zich als een meester singer/songwriter  en liet hij ons proeven van beklijvende versies van een hele resem klassiekers van The Libertines over The Babyshambles tot en met zijn solowerk. Weet dat deze getormenteerde ziel amper 30 is. Bovendien kwam Hij Die Kieth Richards Een Poepje Laat Ruiken mooi op tijd aan , zag er relatief fris uit en speelde voortreffelijk gitaar. Even tussendoor communiceren met het publiek, dan nog eens ‘’The Needle…’’ van Onzen Niel coveren om dan vast te stellen dat zijn fles wijn op is en dan enkele nummers later te besluiten met ‘Fuck Forever’. Pure arrogante wereldklasse.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Pagina 13 van 16