Morrissey – De afstand tussen zanger en ziel
Ik zag Morrissey voor de zesde keer live aan het werk, dit keer in de Lotto Arena in Antwerpen. En hoewel ik inmiddels weet wat ik kan verwachten — de snijdende melancholie, de dwarse keuzes, de nostalgie — wist deze avond me toch weer op een andere manier te raken. Al was het, eerlijk is eerlijk, niet zijn beste optreden.
Mijn band met The Smiths begon eigenlijk pas toen het bijna te laat was: bij het uitkomen van hun laatste plaat, net voor ze uit elkaar gingen. Ik was toen ook erg into The The, en vond het fantastisch dat Johnny Marr daar even later opdook. Maar ook Morrissey’s solowerk raakte me vanaf zijn eerste soloplaat. Die plaat heb ik letterlijk grijs gedraaid. En “Everyday Is Like Sunday?”, dat nummer is sindsdien nooit meer uit mijn top 10 verdwenen — een anthem, een ode aan verveling, weemoed en schoonheid in het alledaagse, gepaard met pijn, herinnering aan de sterfelijkheid en ontgoocheling — typische en terugkerende thema’s.
Maar goed, over naar het concert. Het viel me meteen op dat de Lotto Arena niet helemaal uitverkocht was. En wat ook vreemd aanvoelde: een echte afscheiding tussen podium en publiek. Dat had ik bij mijn vorige Morrissey-concerten nog nooit meegemaakt. Geen stormloop van fans op het podium, geen fysieke nabijheid. Enkel bij één nummer slaagde een fan erin om Moz daadwerkelijk te bereiken. Morrissey — altijd scherp — merkte op dat hij intussen ‘wel in de negentig was, of tenminste zijn nek.’
Vóór het optreden begon, kregen we een montage van video’s te zien: een bonte mix van obscure clips, sixties-tv, politieke statements. De laatste jaren speelt Morrissey vaker voor een zittend publiek, maar nog voor de video gestart was, stonden de diehard fans al recht aan de barricade. Aan de linkerkant verzamelde zich duidelijk het meest fanatieke deel van de zaal — een soort devotie die bijna religieus aanvoelde.
De setlist was op zijn minst verrassend. Hij opende sterk met “Shoplifters of the World Unite”, een The Smiths-klassieker die meteen de toon zette. Tussen recente nummers (“Sure Enough”, “The Telephone Rings”, “I Ex-Love You”) en minder bekende parels (“The Loop”, “Jack the Ripper”) kregen we ook een paar publiekslievelingen. En ja, “Everyday Is Like Sunday” klonk nog altijd even machtig en tijdloos. “How Soon Is Now?” was een ander hoogtepunt: intens en bezwerend, dankij de uitstekende begeleidingsband.
Een moment dat echt bijbleef — op een andere manier — was tijdens “The Bullfighter Dies”. Op de achtergrond werden ongefilterde, gruwelijke beelden van stierengevechten geprojecteerd: bloedende dieren, doodsangst, brute klappen, het publiek in extase. Morrissey’s dieractivisme is al jaren bekend, maar deze beelden waren rauw en confronterend. De boodschap kwam binnen, hard en zonder nuance. Het nummer werd daardoor geen licht satirisch protestlied, maar een scherpe dolk in het vlees van de wreedheid die het aanklaagt.
Als bisnummer — en nadat alle bandleden één voor één het publiek waren komen bedanken — bracht hij “Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me”, een perfecte afsluiter: dramatisch, melancholisch, groots.
Toch kon ik het gevoel niet onderdrukken dat er iets ontbrak. Er zat afstand tussen Morrissey en het publiek — letterlijk en figuurlijk. De magie was er wel, maar voelde gedempt. Misschien ligt het aan de jaren, misschien aan de setting. Het was een goed concert, zeker, met sterke momenten en een krachtige stem. Maar waar Morrissey me vroeger omver blies met zijn intensiteit en onvoorspelbaarheid, bleef ik dit keer een beetje op mijn honger zitten.
Desondanks: zes keer Morrissey live, en nog geen moment spijt. Zelfs vanop afstand blijft hij uniek. En zolang hij “Everyday Is Like Sunday” blijft zingen, blijf ik komen. Ook al lag er tussen zanger en publiek een kloof waar zelfs geen liefdeslied overheen geraakt.
Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7670-morrissey-16-06-2025?Itemid=0
Organisatie: Gracia Live