logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

PUP
Paradise Lost

10 Days Off 2007: DAY 04: Grooverider/Fabio

Geschreven door

Grooverider/Fabio, het onafscheidelijke duo uit de UK, was te gast in De Vooruit op de eerste van de twee drum’n’bass avonden. Sinds midden de jaren ’90 is Grooverider prominent aanwezig in de Britse dancescene. Hij wist door te breken met ‘The prototype years’, een spraakmakend album binnen de jungle/drum’n’bass. Als één van de peetvaders, kreeg hij navolging van Ed Rush & Optical, Adam F en Roni Size’s Reprazent.
Op zijn weg sloeg hij de handen in elkaar met Fabio en ze zijn ondertussen een gevestigde waarde geworden.
Een meer geselecteerde doelgroep (euh voornamelijk mannen) was aanwezig dan bij Martin Solveig en Foxylane.
Grooverider en Fabio boden een nachtje lekker harde, neurotische uptempo  beats, onder diverse tempowisselingen, met een vleugje trance en funk; donker, dreigend , groove-riding en dansbaar, wat aanstekelijk klonk en inwerkte op de dansspieren.

Op DAY 06 wordt het uitkijken naar de set Laurent Garnier ons weet voor te schotelen.

Organisatie: 5 voor 12

10 Days Off 2007: DAY 03: Foxylane, Philippe Zdar en Etienne de Crécy

Geschreven door
Foxylane, uit de Leiestad, speelde op maandag een thuismatch in De Vooruit. Gebonden aan het kleine podium van de ‘Mine White Room’, kon het 5-tal zich volledig ontplooien. Het werd één uur lang dansplezier van hun elektronisch sterk gekruide punkfunkset. Het gevoel en passie waarmee ze hun muziek brengen, onderscheidde hen. De gepaste projecties maakte het plaatje geheel. Herkenbaar voor de mensen die Soulwax Nite Versions al aan het werk zagen!

Philippe Zdar
, voor de één zal hij bekend zijn als de helft van Cassius, voor de andere als één van de pijlers van de Franse elektronische muziek.
Hij kwam tonen hoe het eraan toegaat in de wereld van de Franse dance scene en was de ideale warming-up voor zijn collega, Etienne de Crécy. Net zoals Mason en Martin Solveig, zijn Philippe Zdar en Etienne de Crécy twee handen op één buik. Een smaakvolle set.

Etienne de Crécy
is een spraakmakende naam in de Franse elektronische scène. Twee en een half uur kreeg hij een goed gevulde ‘Main Room’ aan het dansen. Het Crécy-menu van de avond: dance doorspekt met vette elektro en een vleugje house. Een set die geproefd en goed bevonden werd door de uitgelaten feestgangers. Opnieuw zorgde de muziek en het gepaste decor voor een ideale dansavond. De apotheose was niet niets, iedereen zong mee toen de Etienne de Crécy “We are friends” door de boxen deed galmen. Overtuigend.

Op naar DAY 04 voor de eerste van de twee drum’n’ bass avonden.

Organisatie: 5 voor 12

 

Boomtownlive Gent 2007: Au Revoir Simone en The Frames

Geschreven door
Afgelopen maandagavond besloten hevige regenbuien een bezoekje te brengen aan de Gentse Feesten en lieten ze bijhorend ook de 6de editie van Boomtown Live, het gratis festival dat op de Oude Beestenmarkt wordt georganiseerd, niet ongemoeid.

De timing was slecht gekozen, zeker omdat kon getwijfeld worden aan de weersbestendigheid van de uit Brooklyn (New York) afkomstige groep Au Revoir Simone. Heather D’Angelo (zang/drummachine/keyboard), Erika Forster (zang/keyboard) en Annie Hart (zang/
keyboard) zien er namelijk zo frêle uit dat het lijkt alsof iedere windstoot voldoende is om hen van het podium te blazen en ook hun dromerige elektronische pop doet meer associaties oproepen met sprookjesachtige landschappen dan met een door feestgedruis omgeven terrein dat kreunt onder de aanhoudende regen. Ook het drietal zelf leek er niet gerust in. Ze begonnen een twintigtal minuten later dan voorzien aan hun set, excuseerden zich uitgebreid voor enkele technische problemen waar ze mee af te rekenen hadden en stonden wat onbeholpen en onzeker achter hun inderhaast opgestelde keyboards en retro-drumcomputers, zich daarbij afvragend hoe de reactie zou zijn van het publiek. Toen bleek dat de aanwezigen spontaan elkaars gezelschap opzochten onder de paraplu’s en enthousiast reageerden op de romantische klanken en de meerstemmige, zoetgevooisde stemmetjes op het podium, uitten de meisjes hun grote spontane dankbaarheid en zelfs verwondering door tussen de nummers honderduit over diverse dingen te praten, niet in het minst over het weer en over de lekkere champagne die ze uit plastic bekertjes dronken.

Er werd hoofdzakelijk geput uit hun eerder dit jaar verschenen tweede album, ‘The Bird of Music’ (dat ze in februari ook kwamen voorstellen in de Botanique) maar via de meer ingetogen nummers “Through The Backyards” en “Stay Golden” kwam ook het uit 2005 daterende minialbum ‘Verses Of Comfort’ “Assurance & Salvation” even aan bod. Het klonk allemaal wat directer en minder gepolijst dan op plaat, zonder daarbij het lieflijke effect te verliezen. Na slechts 8 nummers gespeeld te hebben, werd het concert beëindigd.

David Lynch is alvast grote fan en ook liefhebbers van Young Marble Giants, Broadcast, Laika en vooral Stereolab, zouden deze band zeker eens moeten proberen.

Au Revoir Simone had aan The Frames beloofd dat ze de regen zouden ophouden en het leek hen nog eventjes te lukken ook. Maar kort voor de aanvang van hun set, stond vast dat ook de Ieren zouden moeten optornen de felle regen. Desondanks hoefden zij zich qua publieke belangstelling geen zorgen te maken, temeer daar zij kunnen rekenen op een vaste aanhang, mede gebaseerd de goede live-reputatie die The Frames hier intussen opgebouwd hebben.

Dit werd nogmaals bewezen door het feit dat de fans hun paraplu’s deden draaien op de tonen van de muziek en op verzoek van zanger, gitarist Glen Hansard spontaan met de handen wuifden of meezongen. Gezien de erg natte ondergrond breidde Glen wijselijk geen gevolg aan zijn Dourtrucje door het rechtstaande publiek beurtelings te doen zitten of liggen. Maar wie weet hadden sommigen het nog gedaan ook. 
Genietend van dit gebeuren, speelde de groep constant met de glimlach op het gezicht, een niet vlekkeloze doch wel energieke set. Sterkhouders waren opnieuw “Revelate” en “People Get Ready” dat Glen met een ruk aan zijn versterker een erg krachtige en expressief einde toebedeelde.
Zoals gebruikelijk, verweefden The Frames ook enkel covers doorheen hun eigen nummers. “Fake” dat voorzien werd van een opzwepende vioolpartij door Colm Mac Con Iomaire, werd gekoppeld aan “Always On My Mind”, “Star Star” aan “Hotel Lounge” en op het einde kwam ook nog eens een flard “Here Comes The Night” aan bod.

Net zoals de meisjes van
Au Revoir Simone die trouwens vrolijk naast ons aan het rondhuppelen waren, vormde de regen ook voor The Frames een bron van inspiratie door “Pavement Tune” tot anti regenlied te bombarderen. Tegen dan was bijna iedereen in het publiek echter zo nat geregend dat het er niet veel meer toe deed. In ruil voor het doorzettingsvermogen had men echter wel twee hartverwarmende concerten cadeau gekregen.

Organisatie: Boomtownlive, Gent


Dourfestival Dour 2007: zondag 15 juli

Geschreven door
The Black Angels (The Last Arena) mocht de afsluitende dag opwarmen met hun meeslepende americana, die af en toe kon aanzwellen door de forser klinkende repeterende gitaarlijnen en opzwepende percussie; The Black Angels pootten een venijnig, pittig concert neer. De zweverige zang had iets mee van Jim James. Velvet Underground, Joy Division en My Morning Jacket waren alvast voorname referenties.

Zucchini Drive
( La Petite Maison dans la Prairie) Het West-Vlaamse duo zit ergens vervat tussen ‘80’s elektro en hiphop. Het duo had een moeilijke start door technische problemen, maar vond gaandeweg z’n draai, de juiste beat en groove, met snel op elkaar volgende raps.

Balthazar
(Clubcircuit Marquee) onderscheidde zich al op Humo’s Rock Rally. Het vijftal brengt fijn melodieuze poprocksongs, bepaald door viool, toetsen en een meerstemmige zang. Hun sound roept Absynthe Minded op. Broeierige pop van een jonge beloftevolle band!

Mintzkov
(Clubcircuit Marquee) heeft met de nieuwe cd ‘360 °’ een strakker geluid en hanteert dit op z’n live optredens. De band is op elk festival te zien en speelt op scherp; Op Cactus overtuigden ze, op Dour bevestigden ze! Mintzkov is een goed op elkaar ingespeelde band. Een snedig, bedreven setje met o.a. “One equals a lot” en “Ruby red” als toonbeelden.

Jerboa
(Clubcircuit Marquee), de Vlaamse DJ Shadow, stelde vooral werk voor van het recente ‘Rockit fuel’, een groovende en donkere dreigende trippopplaat, waarbij hij vooral de kaart trok van zwoele beats, ondersteund van toetsen en een opzwepende percussie. Gastvocalisten Trixie Whitley, Krewcial en Van Jets Verschaeve waren ook van de partij. De gezongen nummers boeiden:  “Just another number”, “What if” en “Number one” . Sommige  instrumentale nummers gingen verloren in een poel van beats, sounds en scratches, wat een domper was.

Het jonge 1990’s (The Last Arena) jaagden  in een snelvaart tempo hun melodieus rammelende rocksongs erdoor. Het drietal uit Glasglow, een tweede linie Arctic Monkeys, speelden op het immens grootse podium ietwat verloren. Enkele popsongs als “See you at the light” en “You’re supposed to be my friend” kunnen de band een fijne toekomst voorzien.

Het was alvast een aangename kennismaking met het Franse viertal (twee mannen – twee vrouwen) Les Ogres De Barback (The Red Frequency Stage), die een mix brachten van pop, Balkan, chanson en cabaret. Wat er allemaal te zien was op het podium en wat ze verwezenlijkten was mooi om te zien: de songs zaten avontuurlijk in elkaar en ondergingen diverse tempowisselingen. 
En net zoals bij De Nieuwe Snaar was er actie op het podium: aan een hijskraan op het podium, was een trom gebonden en hing er een trombone. De trombone werd neergehaald om te kunnen spelen en het getrommel gebeurde door een kabel, verbonden aan een fiets. 
Het viertal bracht het publiek in feeststemming met hun plattelandsmuziek, alsof de oogst deze namiddag werd ingehaald…

Black Rebel Motorcycle Club
(The Last Arena) blikt met de nieuwe cd ‘Baby 81’ terug naar hun begindagen, waarin donker dreigende, meeslepende en bedreven gitaarrock, onder een diepe bas en een vleugje fuzz en distortion wordt geserveerd. De rootsrock van de voorbije cd ‘Howl’ is op het achterplan. 
Een bezwerende start met songs als “Love burns”, “Berlin” en “Stop”, vervolgens klonk het drietal stevig en snedig met “Spread your love” en “Took out a loan”. “All you do is talk” was één van de rustige songs en “Ain’t no easy way” refereerde aan hun bluesy roots. Finalereeks: “Whatever happened …”  en “Six barrel shotgun”. Het contact met het publiek was arm , maar in ruil kregen we een potig melodieus setje.

Wilco
(The Last Arena), de band rond Jeff Tweedy, heeft een nieuwe plaat uit ‘Sky blue sky’. Hij trok met een bijna totaal vernieuwde band op tournee. 
Deze alt.country/americana groep speelde doorleefde retrorock en intieme pop, als een Neil Young & Crazy Horse, waaronder enkele magistrale gitaarsoli, zoals op het nieuwe “Impossible Germany” en het afsluitende “Spiders” uit 2004. Na een stevige start hoorden we vooral dromerige, sfeervolle songs als “Side with the seeds”, “You are my face” en “I’m trying to break your heart”, onder Tweedy’s zalvende emotievolle stem. 
Jeff Tweedy en z’n band  Wilco genoten van de respons en de belangstelling op  hun broeierig intense sound. Na enkele moeilijke jaren staat Wilco opnieuw op het voorplan. 

Dr Octagon
(Dance Hall) ontpopte zich de voorbije tien jaar als een statement binnen de underground hiphop: een avontuurlijke sound, huiveringwekkende tapes, neurotische scratches en bleeps en de fascinatie voor lugubere zaken.
Live bakte Dr Octagon er niet veel van: de creativiteit bleef uit en het leek eerder op een ‘gewone’ hiphopset, met een tweetal rappers die voor het nodige entertainment zorgden; Matige set om onze trip te Dour te besluiten…

Organisatie: Dourfestival, Dour


Dourfestival Dour 2007: zaterdag 14 juli

Geschreven door

Het Franse Dirty Fonzy (The Last Arena) zegt invloeden te hebben van The Clash en Rancid, maar deed eerder denken aan onze eigen Janez Detd met hun melodieus onschuldige snedige punkrock/hardcore. Ze speelden een  pittig verzorgd optreden. 

Smaakmaker op het vroege uur was een ander Frans gezelschap Gomm (The Red Frequency Stage), die al een pak jaren bezig zijn, maar nog maar toe zijn aan een tweede plaat. Het viertal, waaronder een man - vrouw zang (drums - toetsen), verbaasde met hun weirdo postpunk, noiserock en psychedelica; Gomm situeert zich tussen de Yeah Yeah Yeahs,  Sonic Youth en de huidige sliert postpunkbands. Twee cd’s hebben ze tot nu toe uit: ‘Destroyed to perfection’ en ‘4’. Hun songs waren opzwepend, hadden onverwachtse wendingen en ondergingen diverse tempowisselingen, ondersteund door een afwisselende zang of een samenzang. De band verraste aangenaam met hun boeiende, ijzersterke set, en er was de zangeres, die totaal loos ging op haar keyboards en deed beddromen met haar gepassioneerde, sensuele zang. Beloftevolle band of waren ze dit al niet?!

Ben Westbeech (Clubcircuit Marquee) leek een herboren Johnny Hates Jazz figuur, en bracht een aanstekelijke mix van soul, funk en pop. Gaandeweg had hij het publiek in z’n greep door de groovende sound. “So good today”, “Dance with me” en “Beauty” zorgden voor een fijn setje. ‘Welcome to the best years of your life’ is de debuutcd, een titel die hij live onderstreepte. Z’n sympathieke uitstraling was als de nieuwe Mick ‘Red’ Hucknall van Simply Red.

Sioen (The Red Frequency Stage) bracht heel wat Vlamingen vooraan. Ook onze Waalse vrienden, waren te vinden voor de ‘jonge-meisjes-hartenbreker’; vakkundig gearrangeerde, indringende songs, gekenmerkt door een broeierige opbouw en gedragen door z’n warme, melancholische lichthese stem. “Too good to be true” was een muzikaal gevecht tussen violist Jeroen Baert en pianist Sioen. Sioen speelde een erg afwisselende set van emotievolle poprock, die op geen enkel moment verveelde: “Ready for your love” als eerste herkenningspunt, “Ease your mind” en “Who stole my band” de rockers, “Wild wild west” klonk grillig en avontuurlijk en “No conspiracy at all” was het intieme moment.

Joe Lally (
La Petite Maison dans la Prairie) maakte deel uit van de hardcore pioniers Fugazi, momenteel op non actief. Het solowerk van de bassist klinkt rustig. De band refereert nauw aan Morphine door Lally’s bas en een aan Dana Colley denkende sax. Een spannend, broeierige sound, met een dosis experiment en begeesterende saxpartijen.

The Frames (The Red Frequency Stage) komen graag naar ons landje. In het voorjaar speelden ze een drietal clubconcerten en ook op festivals zijn ze er bij (Dour/Boomtownlive). De Ierse band onder zangschrijver Glen Hansard spelen sfeervolle, dromerige songs, waarin een mate van dramatiek is verwerkt; live klonk het af en toe krachtiger. Luistersongs die soms aanzwollen, “Keepsake” en “God bless”, “Finally” klonk snedig en er was de uiterst sfeervolle aanpak, zoals op “Friends + Foe”. A good time gevoel hielden we over aan de broeierige set van de Ierse band.

Part Chimp (
La Petite Maison dans la Prairie) was muzikaal geënt op de stonerrock en grunge. Het drietal in houthakkershemden refereerden aan  Mudhoney, Kyuss en Sonic Youth: een pletwals van sluimerende stevige noisepop, doordrenkt van distortion, fuzz en een onverstaanbare zang. Een fel verbeten sound en noise uitbarstingen door de pedaaleffecten en in de rustige momenten zacht ingetogen.

Nicole Willis and The Soul Investigators (Clubcirquit Marquee) deed de temperatuur nog toenemen met haar warme, groovende soul/jazzypop. De echtgenote van Jimi Tenor deed ons herleven in de Motown sound van eind de jaren ’60. Ze stond garant voor een uiterst aangename, smaakvolle set. Gaandeweg was er meer swing in het optreden, kleur gegeven door een blazersectie, opzwepende percussie, intrigerende ‘70’s toetsen en de prachtig heldere soulstem van Willis. Puike set.

Het Amerikaanse tweetal Two Gallants (The Red Frequency Stage) ging van rauwe garage rock/blues, van gitaar, mondharmonica en drums, tot kippenvelmomenten door slides en soli. ‘What the toll tells’ was een meesterwerk vorig jaar. Live voelde het grootse podium misschien wat onwennig aan, wat niet belemmerde een snedig concert te geven; “Long summer day” en “Las cruces jazy” waren hoogtepunten. De handvol nieuwe nummers maakten ons nieuwsgierig naar de binnenkort te verschijnen nieuwe titelloze cd.

Michael Gira (
La Petite Maison dans la Prairie) lag aan de grondslag van de avantgarde/noise industrial sound die hij met Swans medio de jaren ’80 produceerde; met de jaren klonk Swans toegankelijk en introspectief. In ’97 werd Swans opgeheven en werkte Gira verder aan z’n record label Young God Rec. en z’n project Angels Of Light. Live hoorden we een voorsmaakje van nieuw solowerk; akoestische gitaar en z’n huiveringwekkende bariton stem droegen de intiem, broze songs. Af en toe refereerde hij naar de Swansperiode. Only for fans bleek het, want in de tent waren hoogstens een honderdtal aanwezigen. Emotievolle set.

Griots and Gods feat. The Young Gods & Dälek
(
La Petite Maison de la Prairie) zagen nog net voor hen één van de peetvaders van de industrial scene, Michael Gira.
Hun samenwerking was een avontuurlijke combinatie van donker dreigende (soms traag opbouwend) elektronische soundsapes en hiphop. Een intens, broeierige sound, die qua bezwerende, zwevende zang van Treichler en Däleks spervuur aan raps goed samen paste. Voor herhaling vatbaar!

Het Noorse trio Motorpsycho (The Red Frequency Stage) stonden als een Neil Young & The Crazy Horse opgesteld. Ze kregen ruim de tijd (bijna twee uur) om hun noise/postrock aan een breder publiek voor te stellen. Het drietal ging ervoor, stelde de recente dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ voorop en blikte terug naar hun jaren ’80 muziek. De songs werden lang uitgesponnen, en er waren de begeesterende, bij het nekvel grijpende, gitaar- en drumsoli: zacht ingetogen of fel en scherp met gierende gitaren. Een kunstje beheerste, ontregelde en ontspoorde virtuositeit.

Notwist (
La Petite Maison dans la Prairie) was duidelijk geïnspireerd door de live set van Motorpsycho, want zij  gaven hun anders zo sfeervolle indie (elektronica)rock een stevige, harde tik. Het Duitse vijftal, onder de broers Acher, lieten songs als “Chemicals”, “Pilot” en “Pick up the phone” aanzwellen; Radiohead meets Tool en Pink Floyd? Door de donkere dreigende sound, noise en soundscapes viel dit te herkennen. Na ruim vijf jaar bleek de band er duidelijk zin in te hebben, klonken ze gretig en stonden ze op scherp. Benieuwd hoe hun nieuw materiaal zal klinken…

Girls In Hawaii (The Red Frequency Stage) is de populairste Waalse band. Het zestal uit Nijvel heeft nog maar één plaat ‘From here to there’ uit, en zal in februari klaar zijn met de opvolger. Meeslepende, broeierige en dromerige gitaarpop (soms met drie gitaren), sfeervolle toetsen en een zalvende stem. “Found the ground” en “The fog” gingen er in als zoetenkoek bij onze Franstalige vrienden en het handvol nieuwe nummers waren veelbelovend. De dEUS van Wallonië?!

Voor het alternatieve dansaanbod pendelden we heen en weer tussen Autechre (
La Petite Maison dans la Prairie),  Justice (Eastpak Core Stage) en Venetian Snares (La Petite Maison dans la Prairie).
Met een groot oplichtend kruis achteraan het podium maakte het Franse duo Justice een pompende mix van ‘80’s kitschdisco, breakbeats en drum’n’bass, waarbij tracks van bekende artiesten netjes werden verbouwd; het publiek was te vinden voor dit arty dansconcept
Autechre op z’n beurt bracht abstracte (knisperende) elektronica, bleeps en soundscapes. Een niet toegankelijk geluid, waarbij het Duitse duo binnen de dance nog steeds geen enkele toegeving heeft gedaan.
Venetian Snares, het alter ego van de Canadees Aaron Funk, slaagde erin op twee jaar tijd een vijftal platen uit te brengen van elektronisch vernuft, drum’n’bass, breakbeats, hardcore  en klassiek. Een staaltje experiment voor de ‘die hards’ onder ons!

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2007: vrijdag 13 juli

Geschreven door
Voor het eerst in z’n negentienjarig bestaan mocht Dour dit jaar op voorhand het bordje ‘uitverkocht’ plaatsen. De avontuurlijk muzikale formule en de sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt door de festivalganger geapprecieerd. De Vlamingen kennen sinds een paar jaar de weg naar Henegouwen. 
In totaal waren er op Dour 144000 mensen, waarvan dagelijks 32000 bezoekers op de camping, die getrakteerd werden op toffe belevenissen. Dour gaf je de kans een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken. 
Dour plaatste zich meteen als derde groot festival in ons land. Verdiend!
Een woord van lof aan de organisatie, die erin slaagde ruim 200 acts over zes podia op tijd te laten spelen.  Puik werk, gasten. 
Door werkomstandigheden konden we maar een kleine drie dagen het festival bijwonen.

Dag 2: vrijdag 13 juli
Na een helse werkweek konden we pas Dour 2007 ’s avonds aanvatten.
Meteen werden we ondergedompeld in de rammelende garage punk/rock’n’roll sound van het Britse The Horrors (Dance Hall), die invloeden aanhaalden van The Stooges, Killing Joke, The Cramps, Jesus & Mary Chain, Jon Spencer, Misfits en Joy Division. Het vijftal debuteerde in het voorjaar met ‘Strange houses’. De Britpunkers openden met “No love lost” van Joy Division (of was het toen Warsaw). Ze trokken een muur op van noise en fuzz en er was een haast onverstaanbare, onvaste schreeuwzang. The Horrors speelden een luid en potig setje. 

Een hels tempo werd behouden door de NYse hardcore veteranen Sick Of It All (Eastpak Core Stage), live nog niks ingeboet aan dynamiek. “Step down”, doorbraak van de hardcore naar een breder publiek, een kleine vijftien jaar terug, was al vroeg een hoogtepunt; ze putten uit hun rijkelijk gevuld oeuvre en speelden een handvol songs van het recente ‘Death to tyrants’. Opzwepende songs in een snelvaart tempo! Geen band op retour dus. Op ouderdom staat geen sleet. 

Het Nederlandse duo zZz (Dance Hall) biedt op z’n beurt een puike mix van zompige rock’n’roll, psychedelica en donkere jaren ’70 wave/elektronica. Weirdo dope rock’n’roll suicide = de sound van zZz, gelinkt aan het Vega/Rev duo Suicide. Een stomend setje waarbij ze fel tekeer gingen op toetsen en drums onder een rauwe, soms galmende zang. “Ecstasy” en “Sweet sex” klonken hallucinant en “Soul” werd bepaald een dreunend repeterend orgeltje.

Clap Your Hands Say Yeah
(The Last Arena) bracht de psychedelica terug naar popnormen. De band is sterk ontvangen door onze Franstalige vrienden, remember hun optreden in de AB (februari laatstleden). CYHSY kon het opgezette feestje van de AB niet herhalen. De band speelde slordig en rommelig. Het waren “Over & over again”, “Upon this tidal wave of young blood” en “The skin of my yellow country teeth” van hun klasse debuut, die inwerkten op de dansspieren, onder de neuzelende zang van Gunworth. “In this home on ice” klonk strak en stevig. Met “Satan said dance”, de klassieker van hun tweede cd,  konden ze de set nog redden; op het podium bouwden ze een feestje met de leden van The Rapture. Knap amusant, maar CYHSY kon zich nu niet onderscheiden.

Bright Eyes
(The Red Frequency Stage) is het muzikale project van singer/songwriter Conor Oberst uit Nashville. Live is Bright Eyes momenteel een uitgebreid ensemble: twee drums, viool, toetsen, steelpedal en strijkersarrangementen vullen aan. De meeslepende, pakkende americana/ country/folkpop op het recente ‘Casadaga’ kan de doorbraak betekenen naar een breder publiek. Ze speelden, met Oberst als dirigent, een subtiel uitgewerkte en stijlvolle afwisselende set, wat deed denken aan de Devandra Banhart freefolk stijl. We waren onder de indruk van oudere songs als “First day of my life”, die de band fijn aanpaste. Ze putten rijkelijk uit de recente cd met o.a. “Soul singer in a session band” (toepasselijk in deze bezetting!) en “Four winds”. De ‘open mind’ troubadour onderhield een nauw contact met z’n publiek, wat sterk werd geapprecieerd. Uitstekende overtuigende liveset! 

Het Britse duo Simian Mobile Disco (Eastpak Core Stage) maakt met bands als The Klaxons en Shitdisco deel uit van de nu-rave. Het tweetal houdt het op de elektronica van beats, grooves, trance en dance.  De tent barstte bijna uit z’n voegen met “It’s the beat” en “I believe”. 

De oude Britse ‘rave’ ratten Zion Train (La Petite Maison dans la Prairie) intrigeerde vorig jaar nog op Krakrock te Avelgem. Hun dancehall/dubreggae en de op elkaar aanvullende rapzang, zorgde opnieuw voor een dampend feestje. Op plaat soberder, live venijnig en dansbaar. Puik werk van deze veertigers! 

Digitalism
en Blackstrobe konden de nacht besluiten in de Dance Hall en in de Eastpak Core Stage. Het Duitse Digitalism combineert rock, dance en elektro. Een aanstekelijk, opzwepende set, terwijl Blackstrobe het hield op trance en beats, wat inwerkte op de dansspieren.

Organisatie: Dourfestival, Dour

10 Days Off 2007: DAY 01: Mason en Martin Solveig

Geschreven door
In 1995 begon het allemaal met wat toen nog ‘10 Days Off Techno’ heette. In 1999 werd het dan ‘10 Days Off’ met het bekende gevolg …10 dagen lang kan je kiezen uit alles wat met elektronische muziek te maken heeft, verdeeld over drie podia. Drie podia op een prachtig ingekleed, cosy plaatsje, De Vooruit te Gent. Musiczine maakte z’n selectie.

DAY 01: Mason en Martin Solveig 

Mason
is een 23 jarige Nederlander geboren in Amsterdam met een Nederlandse moeder en een Griekse vader. Op zijn 6e was de viool zijn eerste muziekinstrument maar nadat hij Amerikaanse hiphop DJ’s aan het werk had gezien was de vioolliefde vlug over. Hij begon te draaien in een paar lokale clubs in zijn geboortestad. Eind jaren ‘90 gebeurde dit meer en meer tot hij werd opgemerkt door zijn landgenoot Tiësto. Die vroeg Mason om jaja viool te spelen in zijn sets. 
De echte grote doorbraak kwam er in het voorjaar met zijn superhit “Exceeder”. Dit was de organisatie van 10 Days Off  niet onopgemerkt en zo stond Mason op de affiche. Dat het ‘Exceeder-fenomeen’ aanspreekt was wel duidelijk. De talrijk opgekomen fuifbeesten konden genieten van een vrij elektronische set van techno/house invloeden, in een passend decor. Voor wie hem nog niet kende was de set alvast een geslaagde passage en een fijne start van de avond.

Martin Solveig,
de nu 31-jarige Fransman, kreeg op zijn 13e  zijn eerste draaitafel. Net als zijn voorganger Mason had ook Martin Solveig zijn eerste stappen gezet in de klassieke wereld. Niets voor hem bleek, “geef mij maar de grote, bekende Parijse clubs” dacht hij. De Vooruit mag je nu niet écht een dansclub noemen, maar het legde er wel aardig naar aan. Het waren dure plaatsen voor de mensen die zin hadden om ruim te dansen. En of er gedanst werd? Met zijn typische mengeling van dance en house wist hij de menigte te bekoren. Ook hier was het decor van de “B-live Room” de ideale omgeving voor een party met Martin Solveig. Drie uur fuiven op enkele van z’n gekende songs als “Madan”, “Rocking Music”, Jealousy” en “Everybody”  was snel voorbij. 

Een meer dan geslaagde eerste avond “10 Days Off”. Volgende afspraak: DAY 03 met o.a. Etienne de Crécy en Foxylane.

Organisatie: 5 voor 12

Steely Dan

Steely Dan: perfectie op het podium

Geschreven door
De muziekliefhebber die verlekkerd is op funk, soul en vooral jazz beleeft momenteel ongetwijfeld erg drukke tijden. Zo vindt er niet alleen op het terrein van de Gentse Bijloke voor de 6de maal het Blue Note Records Festival plaats, alwaar tussen 6 en 17 juli nagenoeg elke avond een uitgebreid aanbod aan nieuwe en gevestigde namen in het genre voorgeschoteld wordt, maar bovendien stond op 9 juli in Vorst Nationaal ook nog eens het gereputeerde Steely Dan geprogrammeerd; een groep die uitblinkt in verfijnde jazzy nummers doorspekt met R&B, rock, pop, funk en soul. Gelukkig hield men in Gent net die dag de deuren gesloten zodat er op dat vlak geen moeilijke keuzes gemaakt dienden te worden. Want dat zou erg jammer geweest zijn, temeer daar de mogelijkheden om Steely Dan live aan het werk te zien, niet dik gezaaid zijn.

Als opwarmer van de muzikale avond fungeerde het Sam Yahel Organ Trio. Sam Yahel mag als Hammond B-3 orgelspeler op dat vlak als één van de meest besproken artiesten van de huidige jazz scène beschouwd worden. Sinds hij in 1990 verhuisd is naar New York, heeft hij met een brede waaier aan artiesten gespeeld, zoals onder meer met saxofonisten Maceo Parker en Joshua Redman, gitarist Bill Frisell, alsook met Madeleine Peyroux, Norah Jones en Lizz Wright. Maar ook als componist en muzikant van eigen werk heeft hij intussen de nodige erkenning gekregen, getuige het feit dat hij het voorprogramma van nagenoeg het volledige Amerikaanse en Europese luik van de tour van Steely Dan mag verzorgen. In Vorst stelde hij begeleid door de Amerikaanse drummer Gregory Hutchinson en de Nederlandse gitarist Jesse Van Ruller, in de eerste plaats enkele nummers van zijn zopas verschenen vierde album ‘Truth And Beauty’ voor. Zo kwamen het gelijknamige titelnummer, "Band The Leaves" en als afsluiter het opzwepende "Saba" aan bod. Het aanwezige publiek kon dit wel appreciëren maar was toch vooral aan het wachten op wat komen zou, namelijk het feit dat na 7 jaar afwezigheid Steely Dan nog eens een concert op Belgische bodem zou geven.
En dat is al een bijzonderheid op zich omdat ondanks het feit dat de twee spilfiguren van Steely Dan, Walter Becker (57) en Donald Fagen (59), al 40 jaar ‘partners in crime’ zijn, het debuutalbum van Steely Dan 35 jaar geleden werd uitgebracht en er diverse hits werden geschoord, zij pas voor de 3de maal ons land aandeden. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen vooral ook omdat de Heavy Rollers Tour 2007 aangekondigd werd als zowat het meest prestigieuze wat zij tot nu toe hadden gedaan. De groep had namelijk een 10 koppige begeleidingsband meegebracht en reeds vanaf de instrumentale intro was duidelijk dat dit een belangrijke factor zou worden tijdens het concert.

Iets over half tien en bij het inzetten van "Time Out Of Mind" verschenen Walter Becker en Donald Fagen elk langs één kant op het podium en kon de bijna twee uur durende tocht door hun klasrijke catalogus aanvangen.  
Tijdens de set werd minimaal een nummer uit nagenoeg alle 9 uitgebrachte studioalbums, gaande van ‘Can’t Buy A Thrill' (1972) tot en met ‘Everything Must Go’ (2003), gebracht. Enkel het meesterwerk ‘Pretzel Logic’ (1974) werd jammer genoeg ongemoeid gelaten, wat betekent dat nummers zoals - het nochtans perfect in de avond passende - "Duke Ellington’s ‘East St. Louis Toodle-oo" of de top tien hit "Rikki Don’t Lose That Number" niet aan bod kwamen.
Maar Steely Dan heeft geen nood aan hits om haar waarde aan te tonen. Het ouder (en tevens meest essentiële) werk werd net als de recentere nummers, zoals "Godwhacker" en "Two Against Nature", op het podium immers steeds perfect klinkend ingekleed. 
Donald Fagen die keyboards en zang voor zijn rekening nam en de subtiele gitaar spelende Walter Becker konden daarvoor rekenen op een uitstekende begeleidingsgroep. Af en toe mochten de muzikanten individueel en ook letterlijk in de schijnwerpers staan zoals tijdens "Peg" (gitarist John Herington), "Dirty Work" (vocaal gebracht door de zangeressen Carolyn Leonhart-Escoffery en Cindy Mizelle) en het uitgesponnen, van tempowisselingen voorziene "Aja" (drummer Keith Carlock). Maar het moet gezegd dat alle tien de muzikanten collectief routineus en op een even hoog niveau stonden te spelen, volledig passend bij de superhoge standaardnorm die Walter Becker en Donald Fagen opleggen voor hun studioalbums. 
Vreemd echter dat Walter Becker voor zichzelf een uitzondering op die regel maakte want hij slaagde er in om het enige door hem gezongen nummer, "Haitian Divorce" door zijn onvaste stem te doen kapseizen. Het vormde dan ook de enige smet op de avond.
Ondertussen werden echter ijzersterke versies van "Babylon Sisters" en "Deacon Blues" gebracht en toen "Kid Charlemagne" het eerste deel van de set afsloot, werd de groep op een staande ovatie getrakteerd.
Er was ruimte voor twee bisnummers: "F.M. (No Static At All)", een bijdrage van Steely Dan aan de gelijknamige bioscoopfilm uit 1978, en afsluiter "My Old School". Intussen hadden diverse fans hun klapstoel al verlaten en zich richting podium begeven. Een tweede staande ovatie viel de groep te beurt. 

“What a night” zei Donald Fagen. Inderdaad. Prachtig concert! 

Setlist Steely Dan : Jeri (Jazz Intro), Time Out Of Mind, Godwhacker, Bad Sneakers, Two Against Nature, Hey Nineteen, Haitian Divorce, Peg, Babylon Sisters, Green Earrings, Dirty Work, Josie, Deacon Blues, Aja, Kid Charlemagne, F.M. (No Static At All), My Old School, Carolyn (Jazz Outro).

Organisatie: Live Nation

Cactusfestival Brugge 2007: zondag 8 juli

Geschreven door
De Spaanse elfkoppige bende van Ojos De Brujo bracht een zeer aanstekelijke cocktail van rap, flamenco en wereldmuziek.  Met een DJ en een rapper in de rangen weten ze ook wat te doen om hip te blijven. Het geheel was zeer ritmisch en dansbaar en de Spaanse bende had er kennelijk wel zin tot grote vreugde van het publiek.  De minpuntjes van hun set zijn de te talrijke solo uitstapjes van de bandleden. Die muzikale hoogstandjes zijn best allemaal wel leuk,  maar het haalde toch enigszins een beetje de vaart uit hun optreden en dat was des te jammer. Maar toch, het eindrapport voor deze broeierige Spaanse act is overwegend positief.

Met de rootsreggae groep  The Congos gingen we terug naar de generatie van Lee Scratch Perry en Bob Marley. The Congos zijn 4 ouwe makkers die in hun leven al tonnen joints moeten gerookt hebben, want ze zagen er toch allemaal niet te normaal meer uit. De vier hielden het bij vocale prestaties terwijl ze ondersteund werden door een veel jongere begeleidingsband die een fris potje reggae en dub speelden zoals die moet klinken, met lekker stekelige gitaren, een loodzware en diepe bas en roffelende drums en percussie. The Congos waren aangenaam vertier voor het zonnige cactus en verveelden geen moment, wat anders wel eens het geval kan zijn met reggae optredens.

Om de verscheidenheid van een festival als Cactus nog wat meer in de verf te zetten kregen we hierna iets heel anders met de gitaarrock van Buffalo Tom, die hier voor het tweede jaar op rij stonden, maar nu met een nieuw album, het eerste in tien jaar tijd. De set van Buffalo Tom was even scherp, potig en fris als die van vorig jaar. Al van bij de openingssong, het bruisende “Velvet roof” wisten we dat het goed zat. Het drietal ging ongestoord door met klassiekers als “Mineral”,”Taillights Fade”, “Summers gone”, “Tangerine”,  en “I’m allowed”  die allen nog even fris klinken als destijds. De nieuwe songs uit het overigens voortreffelijke ‘Three easy pieces’ konden de concurrentie met de oudjes aan.  Opmerkelijk en lekker stevig was de Rolling Stones cover “Stray cat blues” in de bisronde.  Een zinderend optreden van een band die aan een nieuw leven is begonnen.

Met de neerslachtige muziek van Tom Mc Rae ging de temperatuur alvast een stuk naar beneden. Fuiven was er hoegenaamd niet bij, luisteren naar zijn breekbare liedjes wel.  Mc Rae had enkel een pianist en een cellist meegebracht. Doe daarbij zijn hemelse stem en een stel sublieme songs en je hebt voldoende ingrediënten om het festival in vervoering te brengen. Dat deed Tom Mc Rae dan ook. Met dergelijke donkere muziek op een zonnige weide toch de aandacht van een ganse weide vasthouden, je moet het maar doen (in tegenstelling tot wat een getormenteerde zielenpoot als Rufus Wainwright hier vorig jaar stond te doen, had u ons toen een geweer gegeven, wij hadden die janker meteen uit zijn lijden verlost).

Gabriel Rios hebben we aan ons laten voorbijgaan. Je hoort niets anders dan dat dit een hele mooie jongen is (’t zal wel zeker) maar niemand heeft het over zijn muziek. Dus echt onvergetelijk zal het wel niet zijn, ook zijn twee plaatjes zijn bij ons niet blijven hangen.

Absolute hoogtepunt van de avond was natuurlijk The Flaming Lips. Zelden zo iets indrukwekkends gezien. De aanvang van hun set staat in ons geheugen gegrift. Tientallen grote ballonnen het volk in, tonnen confetti en papierslingers die met een kanon de weide werden ingeblazen en halve zot Wayne Coyne die in een reuzengrote ballon in het publiek ging crowdsurfen. Dat allemaal als intro van de eerste song, het prijsbeest “Race for the prize”. Van dan af kon het niet meer kapot, en dat was ook zo. The Flaming Lips bleven ons verrassen met hun energieke en avontuurlijke set met showelementen waar ze bij Pink Floyd stikjaloers van zijn. Die gelijkenissen met Pink Floyd zijn helemaal zo gek niet, want dit is Pink Floyd na een reanimatiekuur van vodka, buskruit  en de meeste vreemde plantenextracten. The Flaming Lips puurden vooral uit hun laatste drie albums, gingen geregeld een geflipte psychedelische toer op, maakten het publiek al even gek als ze zelf zijn en zorgden voor het meest indrukwekkende totaalspektakel dat we de laatste jaren gezien hebben. Je moet er bij geweest zijn om het te geloven. Een fantastische afsluiter voor Cactus 2007. Dit zal ons nog lang bijblijven.

Tracklist: race for the prize – free radicals – yoshimi battles the pink robots I & II – vein of stars – the yeah yeah yeah song – in the morning of the magicians – the wand – cow/duck jam – the spark that bled – she don’t use jelly - do you realize

Björk

Volta

Geschreven door

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang, die een dosis experiment en avontuur bevat.  Het is de richting die sinds ‘Vespertine’ definitief is ingeslagen. ‘Medulla’ van drie jaar terug, liet een minimum aan instrumentatie horen en een maximum aan stemmen.
Björk deed beroep op vaste waarde en elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO). Op ‘Volta’ zijn er talrijke samenwerkingen: Timbaland (o.a. de single “Earth intruders”), Antony (van The Johnsons ) op “The dull flame of desire”, één van de hoogtepunten van de cd,  koraspeler Toumani Diabeté (“Hope”) en de Afrikaanse groep Konono n°1.
’red is the color’ van de hoes, en binnenin staat Björk kleurrijk afgebeeld. Ze effent een pad van een avontuurlijk, intrigerend geluid en sfeervolle pop, met slepende beats, bevreemdende elektronica en een blaasorkest.
Ze staat op eenzame hoogte tav andere vrouwelijke songwriters. Een aparte dame!

Pagina 808 van 823