logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Paradise Lost
PUP
Ollie Nollet

Ollie Nollet

woensdag 09 november 2022 18:53

White Hills - Gitaar in spaarmodus

White Hills - Gitaar in spaarmodus

Ik was ongewoon vroeg vertrokken omdat ik een ware volkstoeloop vreesde, volkomen onterecht overigens, maar zo was ik toch net op tijd om de eerste band, die een half uur eerder dan gepland begon, te zien. S.G.A.T.V. staat voor Sick Guitars And Terror Vision en is op cassette het éénmansproject van Severin Beerli uit het Zwitserse Frauenfeld. Tot mijn niet geringe verbazing ontwaarde ik een vrolijke bende van maar liefst zes man op het podium. Ook mijn vrees voor een pot saaie synthpunk was ongegrond. Met twee gitaristen in de rangen en een eerder beperkt gebruik van synths brachten ze iets wat ze zelf UFO-punk noemen. Het was in ieder geval feestelijke punk met een zanger die zijn teksten prononceerde alsof hij door een megafoon moest roepen. Vrolijk werd ik er wel van maar lang zal het toch niet bijblijven.

Het bijna 20 jaar actieve White Hills uit New York City kende hun moment de gloire in 2010 toen Jim Jarmusch hen uitnodigde op ‘All Tomorrow’s Parties’ in New York dat hij toen cureerde. Het duo blijkt ook bijzonder productief en heeft intussen een onontwarbaar kluwen aan platen uitgebracht waarvan er zo'n zes bij het toch wel gerenommeerde Thrill Jockey verschenen.
Ik zag ze in 2013 nog schitteren in De Kreun maar hun aanhang bleek in The Pit's serieus te zijn afgekalfd. De opkomst was ontstellend laag maar dat lieten de twee niet aan hun hart komen. Er leek op het eerste zicht niet veel veranderd. Dave W. in bloemetjeshemd en Ego Sensation nog steeds in een pakje waarmee ze had kunnen poseren op de hoes van ‘Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band’. Alleen had die laatste haar bas ingeruild voor staande drums maar dat maakte de spektakelwaarde er niet minder om. Geen extra drummer dus en zo moesten ze het met zijn tweeën rooien wat aanvankelijk probleemloos lukte.
White Hills nam een feilloze start met het denderende "The instrumental head", openingsnummer van hun laatste dubbel-lp ‘The Revenge of Heads On Fire’, dat voorzien is van een Stooges drive en weidse Hawkwind gitaren. Het leek een avond vol hypnotiserende spacerock te worden maar tijdens het derde nummer liet Dave W. die stuwende drive los en koos hij voor iets wat meer op artrock leek. Een keuze die ik respecteer maar jammer genoeg kwam het daarna nooit meer echt goed. En dat had vooral te maken met de gitaar van Dave W. of het mankeren ervan. Waar ik hem negen jaar geleden nog een adembenemende gitarist vond, leek zijn gitaar nu wel in spaarmodus te staan. Veel gitaarwerk was net als de bas vooraf opgenomen zodat hij zich niet in het zweet hoefde te werken en zich kon beperken tot enkele effectvolle uithalen. Erger nog, soms was er nauwelijks een gitaar te horen waardoor de focus, veel meer dan vroeger, op zijn zang kwam te liggen terwijl hij waarschijnlijk op de laatste rij stond toen de zangtalenten werden uitgedeeld.
Bij het laatste nummer, het tenenkrullende "Honesty", gaf hij zijn gitaar aan Ego Sensation, die er een resem creepy geluiden uit kneep, en begon hijzelf wat richtingloos door de microfoon te schreeuwen. Een vals slotakkoord van een teleurstellende set met enkele hoge pieken maar helaas ook diepe dalen. Benieuwd of Jim Jarmusch nog steeds fan is.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

The Sadies - Ook zonder Dallas Good adembenemend
The Sadies + The Hanging Stars

Wat een avond! Een soiree vol verrassingen die me nog lang zal heugen …

Het was al meteen raak met The Hanging Stars uit Londen die me totaal onverwacht compleet overrompelden. Hun vierde en laatste plaat, ‘Hollow heart’, werd opgenomen in de Clashnarrow Studio's van Edwyn Collins in het verre noordoosten van Schotland, naar verluidt de heilige graal van vintage analoge opnameapparatuur, en kreeg veel media-aandacht en lovende recensies. Zelf was ik veel minder overtuigd van die plaat en had bij het beluisteren ervan telkens te neiging om in te dommelen.
Maar het leek wel een andere groep die hier op het podium stond. Ze openden met "Ava", het hypnotiserende prijsnummer van ‘Hollow heart’, en de toon was meteen gezet. Dit was ‘cosmic country’ van de adembenemendste soort: een als honing vloeiende sound die net strak genoeg gehouden werd om het ontsporen te beletten. ‘Cosmic country’, de term werd in het leven geroepen door Gram Parsons, hoewel hij het destijds ‘cosmic american music’ noemde, is de laatste jaren aan een ware heropleving toe.
Wat The Hanging Stars hier lieten horen moet de (onbestaande) definitie ervan wel heel dicht benaderen. Vijf muzikanten die hun instrument perfect beheersten met pedal steel-speler Joe Harvey-Whyte en gitarist Patrick Ralla in de bepalendste rollen. Maar het uithangbord van de band was de erg charismatische en van een heerlijke, licht haperende stem voorziene zanger Richard Olson (akoestische/ elektrische gitaar) die zonder grootse gebaren het publiek aan zich wist te kluisteren. De songs waren, op één enkele uitzondering na, stuk voor stuk pareltjes en diegene die ik kende , klonken een stuk steviger en beter dan op plaat. Als uitsmijter gooiden ze er nog een cover van mijn favoriete Gun Club song, "Mother of earth", tegenaan. Dit fantastische nummer werd in 2001 ook door The Sadies opgenomen en werd door Richard Olson met veel respect opgedragen aan de betreurde Dallas Good.

The Sadies uit het Canadese Toronto mogen 24 jaar na hun eerste plaat stilaan als een monument beschouwd worden en dat niet in het minst door hun opvallende collaboraties. Zo maakten ze platen samen met John Doe (X), Jon Langford, Gord Downie (The Tragically Hip), Neil Young, Neko Case en notoire viespeuk Andre Williams.
Hun laatste plaat, ‘Colder streams’, waarop ook Jon Spencer een handje toesteekt is misschien wel de beste die ze ooit maakten maar noch voor de plaat uitkwam sloeg het noodlot toe. Kort nadat bij hem hartproblemen waren vastgesteld overleed op 17 februari dit jaar totaal onverwacht op 48-jarige leeftijd medeoprichter Dallas Good. Meer dan een kwarteeuw lang vormde hij met zijn broer Travis (beiden zang en gitaar) de spil van The Sadies. Deze tragedie leek dan ook het einde van de groep te bezegelen. Nadat eerder hun optreden op Sjock gecancelled werd, kondigde de band tot ieders verrassing dan toch een nieuwe tournee aan die hen dus ook naar Leffinge bracht. De leegte naast Travis Good moet enorm zijn maar The Sadies, met Mike Belitsky op drums en Sean Dean op bas, trokken zich aardig uit de slag. Meer nog, dit werd een schitterend concert.
Natuurlijk miste ik Dallas Good, zijn eeuwig stoïcijnse blik alleen al maakte hem onmisbaar.  Achteraan het podium was een vlag met een iconische foto van de twee broers opgehangen, een mooi gebaar. Er werd geopend met "Stop and start", tevens het eerste en meteen ook het beste nummer van hun laatste plaat, ‘Colder streams’, waarop ook The Sadies ‘cosmic country’ omarmen, zij het dan een wat stevigere soort. Met een verbetenheid die je meestal enkel ziet bij beginnende artiesten beet Travis Good zich telkens vast in zijn songs waarvan er vele uit die laatste plaat kwamen.
Maar ook het oudere werk kwam ruimschoots aan bod en daaruit bleek hoe veelzijdig The Sadies wel zijn. Psychedelica, garagerock, country and western en zelfs uitzinnige folk met een Travis Good op fiddle werden afgewisseld met enkele halsbrekende instrumentals die er ons aan herinnerden dat hij ook een begenadigd gitarist is.
Na een klein half uurtje volgde dan de verrassing van de avond. Plots nodigde Travis Kacy & Clayton uit om hen te vervoegen. Waarop het Canadese folk/roots duo, waar ik al jaren wild van ben, effectief het podium op wandelde om er de rest van de avond te blijven. Het concert kreeg meteen een andere wending want het gat dat Dallas Good achterliet werd nu gevuld. Kacy, af en toe op akoestische gitaar, zorgde voor een sensuele tweede stem terwijl Clayton met een verrassend stevig klinkende gitaar voor een vollere sound zorgde.
Eén keer mochten alle spots op Kacy gericht worden toen ze ons ontroerde met een angelieke vertolking van "Fist city", een song van de ons onlangs ontvallen Loretta Lynn. Later volgde nog een opmerkelijke cover met "Wasn't born to follow", een nummer van Carole King dat ze ook opnam met haar kortbestaande groep The City maar veel bekender is in de versie van The Byrds.
Verder bleef het parels regenen kriskras geplukt uit het omvangrijke archief van The Sadies. Na een erg lange set vond Travis Good toch nog de energie om een drietal bisnummers af te werken.

Tijdens het laatste, "Dark eyes", een Spaans aandoende instrumental, haalde hij nog eens alles uit zijn Gretsch-gitaar door voor elk couplet een versnelling hoger te schakelen. Een spectaculair slotakkoord van een memorabel optreden dat ongetwijfeld in de annalen van De Zwerver gegrift zal staan. De afwezigen hadden weer eens ongelijk maar het leidde er wel toe dat we dit in de intieme setting van het café mochten meemaken. 

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Gus Englehorn + Bat eyes - Lichtelijk gestoorde finesse

Nadat ik eerder kennismaakte met Gallus en Mystic Peach in de 4AD zag ik in Leffinge opnieuw twee groepen die hun kunnen hadden mogen bewijzen op Left Of The Dial, een driedaags festival voor opkomende alternatieve bands in Rotterdam. Bat Eyes en Gus Englehorn hadden elkaar daar zelfs tegen het lijf gelopen en ontmoetten elkaar nu opnieuw in een mooi gevuld café De Zwerver.

Het Gentse Bat Eyes mocht deze mooie double bill openen en deden dat met een tomeloos enthousiasme. Met een aanstekelijke gretigheid loodste Koen Wijnants, voorheen actief bij Arquettes, zijn groep door een bijzonder fris klinkende set waar het spelplezier van afdroop. Naast hem bedwelmde een al even stralende bassiste, Luna De Bruyne, ons af en toe met een knappe tweede stem terwijl Birger Ameys zijn gitaar liet fonkelen.
De vier weifelden tussen indierock en powerpop waarbij de balans meestal naar dat laatste door sloeg. Niet meteen mijn ding want slechts weinige groepen kunnen in dit segment van de muziek op mijn goedkeurend geknor rekenen. Toch wist Bat Eyes zich aardig uit de slag te trekken dankzij een handvol clevere songs, ik herinner me het trage "I don't mind", en de pittige gitaren, vooral wanneer die even de vrije teugel kregen.

Daarna strompelde een schlemiel het podium op. Zo leek het toch. Met zijn verwaaid kapsel, verwilderde blik en gehuld in iets dat het midden hield tussen een kimono en de regenjas van inspector Clouseau zag Gus Englehorn er niet meteen uit als een hippe rockster. Je zou het hem niet nageven maar de in Alaska geboren maar tegenwoordig in Quebec City residerende Englehorn was voor zijn muzikantenbestaan een professioneel snowboarder. Blijkbaar was niets wat het leek bij deze kerel.
Hij opende zijn set met een extreem lofi gebrachte song, gezongen met een gek stemmetje. Niet meteen een knaller en ik zag al een doemscenario opduiken waarbij het optreden verzandde in oeverloos gepingel en gepruts. Maar ook hier werd ik op het verkeerde been gezet. De nummers die erop volgden werden steeds beter terwijl een stevig drummende Estée Preda (mevrouw Englehorn) ervoor zorgde dat onze Gus down to earth bleef. De bizarre songs, waarvan het overgrote deel geplukt uit zijn tweede en laatste plaat ‘Dungeon master’, waren zowel griezelig als vertederend en nogal surrealistisch van aard en leken wel geknipt voor deze Halloweenavond.
Zijn sobere gitaarbegeleiding was inventiever dan ik eerst geneigd was te denken en vertoonde sporen uit zowel de eighties gitaarrock als de garagerock terwijl de drums van Estée, die soms voor een heerlijke tweede stem zorgde, het rock-'n-roll gehalte aanwakkerde.
Wie aanknopingspunten zoekt, kan ik verwijzen naar Jeffrey Lewis, Daniel Johnston of Adam Green terwijl ik tijdens "Exercise your demons" zelfs aan Roky Erickson moest denken en dat niet alleen door het onderwerp van de song.

Dit was de laatste dag van een zes weken durende tour maar dat was er absoluut niet aan te zien. De twee straalden een positieve energie uit waar niet aan te ontkomen viel en zorgden met een lichtelijk gestoorde set voor één van de verrassendste optredens van het jaar.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

The Dream Syndicate - Debuutplaat heeft na 40 jaar nog niets aan frisheid ingeboet

Steve Wynn blijft een graag geziene gast in onze contreien. Nadat hij eerder dit jaar in De Zwerver solo te bewonderen was mocht hij dit keer met The Dream Syndicate opdraven. Dat is de band waarmee hij in de jaren '80 deel uitmaakte van de Paisley Underground, een muziekstroming, ontstaan in Californië, die klassieke gitaarrock combineerde met de energie van prille garagerock of punk.
Dankzij enkele uitstekende platen werd The Dream Syndicate al snel één van de boegbeelden maar net zoals de meeste andere bands van die beweging was de groep geen lang leven beschoren. In 1989 was het sprookje voorbij maar na talloze andere projecten floot Steve Wynn in 2012 The Dream Syndicate opnieuw bijeen en intussen zijn ze nu reeds langer samen dan in de originele bezetting.

The Dream Syndicate had twee uitstekende redenen voor deze tour: een nieuwe plaat, ‘Ultraviolet battle hymns and true confessions’ en de veertigste verjaardag van hun debuut ‘The days of wine and roses’.
Ze verschenen met zijn vieren (Steve Wynn, gitarist Jason Victor, bassist Mark Walton en drummer van het eerste uur Dennis Duck) op het podium, nieuwste lid en toetsenist Chris Cacavas (Green On Red) was er niet bij.
Het werd verre van een blitzstart, openingsnummer "Bullet holes" klonk eerder als een sof. Maar meteen daarna werd met "Out of my head" het een en ander rechtgezet en klonk The Dream Syndicate zoals ze hoort te klinken dankzij een stevige song, strak gebracht en voorzien van een eerste, explosieve gitaareruptie van Jason Victor.
Dit leek de echte start te worden van een stomend concertje maar helaas diende er ook een nieuwe plaat voorgesteld te worden wat de vaart in de set aanzienlijk belemmerde.
De Zwerver mag dan al ter promotie een mandje vol lovende recensies bij elkaar gesprokkeld hebben, ‘Ultraviolet battle hymns and true confessions’ kan ik bezwaarlijk een goeie plaat noemen. Een stap in de goede richting na het onverteerbare ‘The universe inside’, dat wel. Er werd opnieuw gekozen voor compactere songs maar die bleken helaas op een enkele uitzondering na nog steeds mijlenver verwijderd van hun werk in de jaren tachtig. Het eerste nummer dat ze hieruit presenteerden, "Damian",  kon ik eigenlijk best wel smaken maar dat kwam vooral door het gitaarloopje dat geleend leek bij "Satisfied fool", een wonderlijke song van Nathaniel Mayer die maar blijft roteren in mijn denkbeeldige jukebox. Ook "Trying to get over", vintage Dream Syndicate voorzien van een venijnige gitaar stond terecht op de setlist maar dat kon minder makkelijk gezegd worden van het slaapverwekkende "Hard to say goodbye" of het suikeren "Every time you came around".
Het waren enkele moeilijke momenten maar eenmaal hier doorheen geworsteld werden we beloond met een ronduit magistrale versie van "How did I find myself here?", titeltrack van de eerste plaat na de reünie en ook de enige ‘nieuwe’ die naast het oudere werk niet verbleekt. Het werd een uitgesponnen en zinderend gitaarepos waarin Wynn en Victor jongensachtig, dicht bij elkaar duelleerden wat onvermijdelijk deed denken aan Crazy Horse. "Glide" van diezelfde plaat uit 2017 werd de afsluiter van de eerste set waarin de songkeuze niet altijd even gelukkig was. Zo werd het garagerockachtige "Straight lines", één van de betere nummers op hun laatste schromelijk over het hoofd gezien.

Na de pauze volgde een tijdreis (dixit Steve Wynn) waarin ‘The days of wine and roses’ integraal en in exact dezelfde volgorde als op plaat vertolkt werd. Het contrast met het eerste deel van de avond was groot. Hier geen slappe momenten, dit bleef vanaf de eerste noten van "Tell me when it's over" tot de laatste van de titeltrack even opwindend.
De plaat bleek na veertig jaar niets aan frisheid te hebben ingeboet. Het leek wel, wanneer we de ogen even sloten uiteraard, alsof er een stel jonge honden op het podium stond die nog alles te bewijzen had. Wat klonk dit snedig en energiek! Aan wervelende gitaren geen gebrek terwijl de songs zonder moeite pal overeind bleven.
Meer nog dan op vinyl hoorde je in die subliem rammelende sound invloeden van The Velvet Underground. Het New Yorkse kwartet was zeker niet alleen een bron van inspiratie voor hun naam (een pre Velvet Underground project van John Cale met La Monte Young) waardoor ze eigenlijk atypisch klonken voor de Paisley Underground waarvan de meeste groepen hun inspiratie vonden bij de Westcoast psychedelica.
‘The days of wine and roses’ is zo'n plaat die een groep maar één keer kan maken en in de meeste gevallen gaat het dan om het debuut, net als hier dus als we even die eerste EP buiten beschouwing laten. Iets van dit kaliber komt er uiteraard nooit meer maar ik prijs me gelukkig dat ik deze buitenkans om dit live mee te maken niet heb laten liggen.
Alsof dit alles niet genoeg was trakteerde de band ons nog op een toetje dat bestond uit twee heerlijke Dream Syndicate klassiekers: "Still holding on to you" en "Boston".

Na een ietwat teleurstellende passage enkele jaren geleden in de 4AD lijkt het vuur van weleer teruggevonden.

Pics homepag @Chris Sikich

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

The Others Of Invention - Frank Zappa tribute - Met liefde voor de artiest

Ik heb nog al eens een optreden meegemaakt waar er weinig volk was maar wat ik zaterdag mocht beleven tart alle verbeelding. Voor het optreden van de Zappa tributeband The Others Of Invention uit het Nederlandse Zoetermeer daagden welgeteld twee mensen op, ik en mijn maat. Gebrek aan promotie zal wellicht één van de oorzaken zijn maar ik denk dat ze domweg op de verkeerde plaats stonden in een club die het vooral van metal moet hebben, geprangd tussen een Marilyn Manson en een Rammstein tribute. Doodzonde want het werd een fantastisch concert!

Normaal moet ik eigenlijk niets hebben van tributes  maar als het om Frank Zappa gaat, maak ik graag een uitzondering. Bij een eerbetoon aan the moustache weet je, dankzij zijn onoverzichtelijke oeuvre, immers nooit van te voren wat het gaat worden in tegenstelling tot andere tributes die gewoonlijk doodsaai en o zo voorspelbaar zijn. Bovendien biedt zijn muziek veel ruimte voor eigen interpretatie wat voor de nodige spanning kan zorgen.
The Others Of Invention hadden niets aan het toeval overgelaten en waren met een complete bezetting (2 gitaren, bas, drums, zang, toetsen, tenorsax, klarinet en trombone) naar Eernegem afgereisd. Er stond dus letterlijk meer volk op het podium dan in de zaal waarin we naast de twee bezoekers helemaal achteraan ook nog de soundman, iemand van de club en een roadie konden ontwaren.
Maar het bonte gezelschap liet dit niet aan het hart komen en speelde zich maar liefst een uur en veertig minuten de naad uit de broek. Soms werd er wel eens verwezen naar de nogal lage opkomst ("dit was ons eerste internationale optreden en meteen ook ons laatste") maar voor de rest leek het alsof ze voor een bomvolle club speelden.
De set werd geopend met het soulvolle "City of tiny lites" gevolgd door "Easy meat" waarin de blazerssectie een eerste keer in alle glorie mocht schitteren. Qua songkeuze lag de nadruk op de eerste helft van de jaren zeventig met maar liefst zes van de zeven nummers uit ‘Over-Nite Sensation’. Terecht want ook ik vond dit zijn creatiefste periode. Heikel punt bij een onderneming als dit is uiteraard de zang. Zappa liet zich immers altijd omringen door een stel uitnemende zangers maar Jorgen van de Burgt wist zich aardig uit de slag te trekken. "Village of the sun" was misschien net iets te hoog gegrepen maar zijn geforceerd gruizig en rauw klinkende stem in "Fifty-Fifty" en "Zomby Woof"  maakte zeer veel goed en moest echt niet onderdoen voor Ricky Lancelotti destijds.
Verrassendste keuze vond ik het hilarische "Stick it out" uit ‘Joe’s garage’ waarin een poging werd gedaan om het Duitstalige gedeelte van de tekst in het Vlaams te zingen. Dit waren stuk voor stuk schitterende muzikanten waarvan ik er twee een extra pluim wil toewerpen: toetsenist Peter Caspers die geregeld origineel en onvoorspelbaar uit de hoek kwam en gitarist Marcel Chrétien, de bezieler van dit project.
Dit in meerdere opzichten wonderlijke optreden werd afgesloten met een uitzinnig "Muffin man".  Wat heb ik hier zoveel meer van genoten dan van The Bizarre World Of Frank Zappa, het megalomane project van Ahmet Zappa dat ik enkele jaren geleden zag in het Kursaal, Oostende. Hier was geen plaats voor egotripperij of gepruts met hologrammen maar werd de muziek van Zappa zonder gezever en met veel liefde levend gehouden.

Setlist: 1 City of tiny lites 2 Easy meat 3 Trouble every day 4 Village of the sun 5 My guitar wants to kill your mama 6 I'm the slime 7 Cletus Awreetus-Awrightus 8 Zomby Woof 9 Uncle Remus 10 Dinah-Moe Humm 11 onbekende instrumental + flard Don't eat the yellow snow 12 Fifty-Fifty 13 Montana 14 Peaches en regalia 15 Big Leg Emma 16 Stick it out 17 Oh no 18 Catholic girls 19 Dancin' fool 20 Camarillo Brillo 21 Muffin man

Organisatie: B52, Eernegem

zondag 25 september 2022 22:50

The Spyrals - Bluesy psychrock

The Spyrals - Bluesy psychrock

Nu de Meat Puppets hun concert in De Zwerver voor de zoveelste keer uitstelden kwam er een plaatsje vrij in mijn agenda en trok ik nog eens naar Podium De Piek, een gezellig zaaltje in Vlissingen dat al 52 jaar bestaat. Wat meteen opviel was dat het overgrote deel van de aanwezigen eruit zag alsof ze de opening destijds nog meegemaakt hadden. De vorige keer dat ik er was had ik er ook al op gelet maar toen stonden er een bende grijsaards (Captain Beefheart's Magic Band) op het podium en dacht ik: 'hmm, allemaal Beefheart kenners!'.

Dit keer stond er een relatief jonge band op datzelfde podium maar dat had duidelijk geen invloed op de opkomst. Nu spelen The Spyrals wel het soort muziek dat een oudere jongere best nog kan pruimen. Ik zag dit trio uit L.A. precies een week eerder nog schitteren in Lille en hoopte op een herhaling. Dat gebeurde net niet. De bluesy psychrock waarin de vintage klinkende gitaar terecht alle ruimte kreeg, kon me weer mateloos bekoren maar de euforie bleef toch uit.
De drie hadden er een vermoeiende reis uit Engeland opzitten maar dat leek me niet echt de oorzaak. Zanger-gitarist Jeff Lewis zag er in Lille trouwens minstens even vermoeid uit. Hoofdoorzaak was de geluidsmix die op zijn zachtst gezegd soms wat sputterde. De ene keer stond het orgeltje van Georgia Feroce veel te hard, een ander moment hoorden we nauwelijks de gitaar en de zang maakte soms de gekste bokkensprongen alsof er iemand met het volumeknopje zat te spelen. Achteraf vertelde Lewis me dat de klank op het podium abominabel was. Gelukkig liet hij daar tijdens de set niets van merken en viel het eigenlijk al bij al nog best mee.
De setlist (die er in feite niet was) werd flink door elkaar geschud en ik hoorde op zijn minst één nummer dat er de vorige keer niet bij was. Dat alleen al maakte mijn verplaatsing meer dan de moeite waard. Lewis ging opnieuw volledig op in zijn onweerstaanbare, psychedelisch klinkende gitaarspel terwijl de heerlijk roffelende drums van Dash Borinstein en de zoemende sixtiesklanken uit het orgel van Georgia Feroce ervoor zorgden dat de rock-'n-roll factor overeind bleef.
Dit had uren mogen duren maar Jeff Lewis maakte er verrassend vlug een einde aan waarna het applaus ook al meteen uitstierf en de muziek aanfloepte. Gelukkig riep de presentator van dienst hen terug en kregen we nog twee schitterende bissen. Wat niet zonder slag of stoot gebeurde want de nieuwe gitaar die hij omgorde deed het niet naar behoren zodat hij terug naar zijn Fender Mustang moest grijpen waarop een snaar ontbrak. Daarbij kloeg hij wat over vervelende technische problemen maar vertelde er niet bij dat hij de gewoonte heeft om na de laatste noten zijn gitaar rond te zwieren en in de lucht te gooien. Dat deed hij hier niet maar wel in Lille waar hij het ding miste bij het opvangen en het kletterend op de planken smakte. Intrigerende kerel, die Lewis!

Organisatie: Podium De Piek, Vlissingen

vrijdag 23 september 2022 09:47

The Cavemen - Onbesuisde garagepunk

The Cavemen - Onbesuisde garagepunk

The Cavemen - Mijn favoriete Nieuw-Zeelandse groep was nog eens in het land en dat was een feestje dat ik absoluut niet wou missen. Plaats van de afspraak: The Pit's, waar anders?

Easy Ego, het soloproject van het Brusselse fenomeen, Max Poelmann, die ik onlangs nog met Warm Exit aan het werk zag op Rock Zerkegem, mocht openen maar haakte in laatste instantie af. Zo werden de lokale helden, Chiff Chaffs, nog eens opgetrommeld. Een vorige keer, zowat een jaar geleden, konden ze me maar matig enthousiasmeren maar hier leken ze duidelijk van plan om me dat te laten vergeten.
Met een duivelse grijns beet zanger-gitarist Gilles Deschamps zich vast in het stompende openingsnummer. Dit was het soort ranzige rock-'n-roll waar ook The Cramps een patent op hadden. Gestuwd door een dwingende bas en strak roffelende drums kon Deschamps zich naar hartelust uitleven op zijn bekoorlijk authentiek klinkende gitaar in de rug gedekt door een dreinend orgeltje. Lappen smerige rock-'n-roll werden afgewisseld met wat minder furieuze surf. Met het spookachtig klinkende "Red light" hadden ze een zelfs een knaller bij die in de jaren zestig een novelty hit had kunnen zijn. Dat momentum konden ze helaas niet vasthouden en naar het einde van de set toe begon die mooi opgebouwde intensiteit wat af te brokkelen en daar kon zelfs een korte, nijdige punk song, gezongen door de bassist niets aan veranderen.

Eerste nummer van The Cavemen bestond uit welgeteld één zin die voortdurend herhaald werd: "Who's gonna win the war" (geen Hawkwind cover). Meteen werd duidelijk dat we The Cavemen niet al te serieus moeten nemen.
De vier uit Auckland hebben nog steeds hetzelfde doel voor ogen als toen ze tien jaar geleden begonnen: lol trappen op een podium mits wilde rock-'n-roll. Iets wat met een podiumbeest als Paul Caveman altijd lukt. Opgesmukt met een weergaloos glamour hemdje en een hondenhalsband dook hij al snel van het podium om met het publiek kennis te maken.
Met een krachtige, schorre stem sleurde hij zijn al even gretige kompanen mee door een set onbesuisde garagepunk. Daarin hoorden we duidelijk invloeden uit de seventiespunk en af en toe ook, net als bij Amyl and The Sniffers, uit de hardrock van diezelfde periode. Hun razende energie werd gebald in korte, explosieve, niet zelden meebrulbare songs.
Eén nummer werd opgedragen aan Fred Cole en Andrew Loomis, de gevallen helden van Dead Moon. Een Dead Moon cover wellicht (die ik niet meteen kan thuiswijzen) want de groep speelde ooit (in 2013 konden we lezen op het t-shirt van de drummer) op een ‘Dead Moon Night’ in Auckland. Intussen waren de aanwezigen genoeg opgehitst om uitzinnig te gaan hossen.
In een tumultueus slot trakteerde de Chiff Chaffs-drummer me nog op een spuitende bierdouche die ongelukkigerwijs pal in mijn ogen terecht kwam. Nadat ik heel even het noorden kwijt was, werd ik daarna meteen geconfronteerd met een door mijn stramme botten gevreesde "sit down" (de vierde in amper twee weken tijd). Het zijn de risico's die erbij horen maar toen ik druipend van het bier naar buiten wandelde, overwoog ik toch of ik een volgende keer niet in regenkledij moet komen.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Strawberry Festival 2022 - Psychedelica troef!
Strawberry Festival 2022
Maison Folie Moulins
Lille
2022-09-16
Ollie Nollet

Strawberry Festival is een bescheiden festival met een voorliefde voor psychrock en neo-psychedelica. Twee avonden met telkens vier groepen plus op zaterdagmiddag enkele gratis acts. Na drie jaar te zijn uitgeweken naar Villeneuve-d'Ascq keerde het festival dit jaar terug naar Lille, meer bepaald naar Maison Folie Moulins, een mooie zaal met een capaciteit van 600 man annex een bar (La Bulle Café) waar ook geregeld optredens plaatsvinden. Op vrijdagavond hadden ze dit jaar een line-up in elkaar geknutseld waaraan ik niet kon weerstaan.

vrijdag 16 september 2022 - Eerste groep die ik zag was The Kundalini Genie, een vijftal uit Glasgow dat reeds een vijftal jaar actief is en evenveel platen heeft gemaakt. Zanger Robbie Wilson zag eruit alsof hij net terug was uit Woodstock met zijn hoed en lange jas met bontranden. Na het eerste nummer vlogen die evenwel in de hoek. We hoorden behoorlijk strak gespeelde neo-psychedelica die heel hard aan The Brian Jonestown Massacre deed denken zonder daarbij een kopie van die band te zijn. Vier enthousiaste jongens (twee gitaren, bas en drums) en een meisje, dat er een beetje als een verwelkt kamerplantje bijstond, op toetsen boden ons lekker deinende psychedelische rock die bleef boeien tot de laatste noot met als toetje een gesmaakte versie van "Oh! Sweet nuthin'" van The Velvet Underground, inclusief een flard " Hey Jude" en enkele ooh oohs van de Stones.

De belangrijkste reden van mijn aanwezigheid waren The Spyrals uit L.A.. Ik was die groep op 3 februari 2020 al eens gaan zien in de Pit's waar ze toen verstek moesten geven wegens gestrand in Engeland door een defecte camionette. Een hartgrondige vloek volgde pas enkele maanden later toen hun plaat ‘Same old line’ verscheen want dat bleek een echte parel te zijn. Het was ook die plaat die ze nu kwamen voorstellen. Het werd wel even wennen want bassist Michael McDougal bleek vervangen door een toetseniste, Georgia Feroce, wat toch voor een andere sound zorgde terwijl ik zijn stem, die hier heel wat omfloerster klonk, ook niet meteen herkende.
Na een korte aanpassing kon ik toch volop genieten van deze heerlijke band. Zanger Jeff Lewis keek voortdurend bijzonder ernstig en liet zich niet één keer betrappen op een glimlachje. Maar wat hij bracht met zijn behoorlijk vintage sixties klinkende Fender Mustang was van een adembenemende schoonheid. Het sixties gevoel werd nog versterkt door het orgeltje van Georgia Feroce.
Toch bleef dit hedendaags klinkende en af en toe van een flinke portie fuzz voorziene bluesy psychrock die down to earth gehouden werd door de roffelende drums van Dash Borinstein. Hoogtepunt was ongetwijfeld "Same old line" waarvoor Jeff Lewis zijn mondharmonica opduikelde. Even later gebruikte hij dat kleinood als slide. Lewis was intussen zodanig goed op dreef dat hij een druk gesticulerende organisator, die wou dat het voorbij was, niet eens opmerkte. Feroce die het wel zag had gelukkig niet het lef om haar baas hier attent op te maken tot grote frustratie van de man aan de zijlijn. Schitterend einde van een schitterende set!

Het was de tweede keer in zes dagen tijd dat ik de uit Toronto afkomstige maar tegenwoordig in Londen wonende Tess Parks aan het werk zag. Alhoewel ‘zag’ veel gezegd is want op Leffingeleuren waren er enkel wat vage silhouetten in een fel rood tegenlicht te zien. Gelukkig was dat hier anders en kon ik nu eindelijk ontwaren wie er in Leffinge ons die hallucinante trip bezorgde. De vijf musiceerden hier voor een groot wit scherm waarop versneld groeiende paddenstoelen en andere natuurbeelden geprojecteerd werden waardoor ze hun anonimiteit te grabbel gooiden. De setlist zal wellicht identiek geweest zijn als die in Leffinge, toch was het opnieuw zalig wegglijden in die psychedelische roes. Nu zag ik dat een Mellotron (van de Italiaan Francesco Perini) verantwoordelijk was voor die warme synth klanken en Mike Sutton die altijd verfijnde gitaarriedels fabriceren. En Tess Parks zelf, die bleef verbazen met die diepe, hese stem die je helemaal niet verwacht bij zo'n jonge, tengere vrouw. De songs waren evenredig geplukt uit haar vier platen met als uitschieters "Right on" en "Please never die".
Deze set was, nu we de muzikanten zagen, wat minder mystiek maar toch minstens even sterk als in Leffinge.

Organaistie: Bains de minuit productions, Lille

woensdag 14 september 2022 16:25

Leffingeleuren 2022 - Eclectischer dan ooit

Leffingeleuren 2022 - Eclectischer dan ooit
Leffingeleuren 2022
Festivalterrein
Leffinge
2022-09-09 t-m 2022-09-11
Ollie Nollet

Na twee jaar behelpen met afgeslankte corona-edities kon Leffingeleuren dit jaar opnieuw uitpakken met een volwaardig festival. Vooraf had ik nog enige twijfels over de affiche maar na afloop bleken die, zoals gewoonlijk trouwens in Leffinge, totaal onnodig geweest te zijn.
Het werd een meer dan geslaagde jaargang met veel volk en een rijk palet aan muzikale stijlen.
Op vrijdag konden de gevestigde waarden me niet echt overtuigen maar werd ik wel verrast door enkele sterke Belgische groepen. Zaterdag kende met Tess Parks en Triptides twee absolute hoogtepunten. Op zondag werden we van het ene uiteinde van het muzikale landschap naar het andere geslingerd wat niet kon beletten dat dit veruit de mooiste dag was met als apotheose een overdonderend Clamm.

dag 1 - vrijdag 9 september 2022
Allereerste band dit jaar was Heisa, een drietal uit het Limburgse Hoeselt onder leiding van bassist Jacques Nomdefamille, iemand die we de laatste jaren vooral aan het werk zagen met het onvolprezen Peuk. De drummer verscheen op krukken maar dat bleek gelukkig geen belemmering te vormen want Heisa pootte een dijk van een set neer. Met zo'n groepsnaam verwacht je misschien vooral veel herrie maar dat viel best mee. Heisa creëerde een weidse sound vol verrassende wendingen en ziedende uitbarstingen waarin ik af en toe zelfs wat prog invloeden meende te horen. Een nummer dat mank liep werd opnieuw ingezet wat loonde want het bleek één van de beste uit een set die van de eerste tot de laatste noot bol stond van de spanning. Dit was meteen het beste wat ik zag op vrijdag.

Dali Muru & The Polyphonic Swarm bleek vervangen door het Brusselse duo Kidiot. De eerste twee nummers werden vooruitgestuwd door de verrassend rudimentair klinkende gitaar van Bart Ostyn (Absynthe Minded) wat zorgde voor scheurende garagerock waarin zanger Nick Defour, voorzien van een indrukwekkend nektapijt, alle duivels in zich losliet. Daarna schoof Ostyn zijn gitaar aan de kant ten faveure van een synthesizer die al even rudimentair klonk maar helaas ook voor spuuglelijke klanken zorgde. Die schelle elektronische sound joeg me de gordijnen in.

Party Dozen, een duo uit Sydney, nam een indrukwekkende start. Drummer Jonathan Boulet boetseerde met zijn samples een onheilspellend zware sound, verwant met doommetal, terwijl Kirsty Tickle als een bezetene tekeer mocht gaan op sax. Maar de twee beperkten zich niet tot dat ene kunstje en zochten geregeld andere oorden op als dub, triphop of zwoele nachtclub jazz. Niet alle samples waren even gelukkig gekozen maar de immer rondhossende Tickle, die haar sax langs twee kanten gebruikte (bovenaan om in te zingen), bleef me begeesteren. En tijdens "Macca the mutt" hoorden we zelfs Nick Cave! Hoewel zijn inbreng beperkt bleef tot het herhalen van dat ene zinnetje "I got a mutt called Macca" prijkt Nick Cave toch maar mooi op hun loonlijst!

Meetsysteem staat voor zanger-toetsenist Ricky Cherim uit Amsterdam. Bijgestaan door een bassist en een drummer zorgde hij voor perfectionistische, Nederlandstalige pop. Dromerige synths werden afgewisseld met authentieke Fender Rhodes klanken, het had zeker wat. Helaas bleek mijn naar opwinding hunkerende ziel het geduld niet te hebben om hier lang naar te luisteren.

Met Protomartyr en Millionaire stonden vrijdag twee min of meer gerenommeerde groepen op de affiche die zo goed als volledig aan me voorbijgegaan zijn en daar zal waarschijnlijk niet meteen verandering in komen. Protomartyr uit Detroit is sinds 2010 actief en kwam er hun vijfde plaat ‘Ultimate success today’ voorstellen. Het viertal werd voor die gelegenheid aangevuld met Kelley Deal (The Breeders) op toetsen. We werden ondergedompeld in een unieke, deprimerende sound waarin zanger Joe Casey, voortdurend een pilsje in het vuistje gekneld, alle vrijheid kreeg om zijn teksten wat zeurderig te declameren. Wringende postpunk met aan Mark E. Smith schatplichtige vocals waarin nauwelijks plaats was voor variatie. Velen genoten er wellicht met volle teugen van terwijl ik vooral die schaarse momenten wanneer ze uit dat keurslijf ontsnapten (meestal wanneer Kelley Deal voor een heerlijke tweede stem mocht zorgen) koesterde. 

Vervolgens zag ik op de gratis toegankelijke Busker Stage Barno Koevoet (uit Brugge). "& The Duijmschpijkers" is blijkbaar uit de naam geschrapt want ze stonden wel degelijk met zijn vijven op het krappe podium. Dit nieuwe project van Arno Vanhoutte (Budget Trash) belaagde ons met brutale, no nonsense punk gegoten in korte, explosieve nummers. Niet alles was even sterk, vooral die nummers waar ze de punk even lieten voor wat het was en ze het tempo danig lieten zakken durfden al eens sputteren. Maar dat zag ik graag door de vingers want dit was gewoon een feestje en dat hadden ze vooraan, waar het er nogal wild aan toe ging, goed begrepen.

Millionaire was al een tijdje bezig toen ik arriveerde maar rouwig zal ik daarom niet zijn. Ik heb alle respect voor Tim Vanhamel maar de set van Millionaire liet me toch grotendeels koud. De sound klonk veel te gezwollen en had dringend nood aan een liposuctie. Nummers als "Los Romanticos" en "Champagne" hadden daar iets minder last van maar zelfs dat kon me niet opbeuren.

Na die lichte ontgoocheling verbeet ik de vermoeidheid en trok naar het café voor een laatste optreden en dat heb ik me zeker niet beklaagd. Maze ontstond meer dat tien jaar geleden in Brugge maar hebben nu met zijn vieren hun thuisbasis in Gent. De eerste twee nummers vond ik nog doordeweekse postpunk maar gaandeweg wist Maze me meer en meer te verbazen. Dit bleek plots allesbehalve doordeweeks terwijl postpunk de lading eigenlijk niet volledig dekte. Een zoemende bas en een snedige gitaar gecombineerd met de getormenteerd galmende zang zorgde voor een niet aflatende spanning. Waar zanger Arjen Verswijfelt eerst nog wat zenuwachtig leek, ontpopte hij zich plots als een echt podiumdier. Maar dan één die vooral voor het podium actief was terwijl hij zelfs niet te beroerd was om een poging tot crowdsurfen te wagen. Zo viel er totaal onverwacht nog een parel uit de kast.

dag 2 - zaterdag 10 september 2022
Mijn zaterdag begon in de Kapel met The Lounge Society uit het Britse Hebden Bridge (West Yorkshire). Vier frisse, jonge snaken die elk hun instrument perfect beheersten, gaven er het beste van zichzelf. Gemakshalve bij de postpunk geclassificeerd, ik hoorde eerder britpop met funk invloeden die toch wat te arty klonk.

Van dat laatste had Opus Kink, een zestal uit Brighton, alvast geen last. Zij lieten ons proeven van een originele, aanstekelijke mix van punk, jazz en folk. Voorman Angus Rogers, in blote bast en op blote voeten, haalde daarbij alles uit de kast. Hij dook af en toe het publiek in waar hij dan theatraal op zijn knieën neerzeeg. Later verdween hij plots in de coulissen om enkel in een slip, hoog genoeg opgetrokken om zijn billen de vrije baan te geven, terug te keren en zo een spectaculair dansje uit te voeren bij een drumsolo. Naast die fratsen werd er ook nog muziek gespeeld die soms wat hoekig klonk, duidelijke Balkan sporen vertoonde en geregeld in een deugddoende chaos belandde. Hun grootste troef waren evenwel de twee blazers (trompet en sax) die voor een wat feestelijke sfeer zorgden.

Aan ambitie hebben de jongens van Famous (Londen) geen gebrek. Hun naam alleen al! Zo gaven ze net als The Beatles een rooftop concert in Londen. Waarom niet! In de rug gesteund door een bas, drums en vooral een tape zwalpte zanger Jack Merrett met een zelfverzekerde grijns over het podium. Ook al gecatalogeerd bij de postpunk terwijl Merritt me eerder deed denken aan een dronken crooner. Terwijl we een volgestouwde sound horen viel er niet zo gek veel te beleven op het podium waardoor ik uiteindelijk het hazenpad koos. Onterecht liet ik me vertellen want Famous zou dan toch nog enkele hele knappe nummers uit hun hoed getoverd hebben.

De muziek van The Mysterines uit Liverpool wordt omschreven als grunge of fuzzy rock. Ik hoorde iets wat ik gewoon rock zou noemen en vraag me af of dat eigenlijk nog kan. Duidelijke invloeden uit zowel de seventies als the nineties, in een klassieke bezetting (twee gitaren, bas en drums) zonder al te veel franjes. Met Lia Metcalfe hebben ze een fantastische zangeres in huis en voor de rest moeten The Mysterines het enkel hebben van de muziek. Bindteksten waren er niet buiten "The next song is..." en statischer kan een optreden nooit worden. De vier openden met het fabelachtig mooie "Under your skin" en helaas was daarmee hun beste kruit reeds verschoten. Slecht werd het zeker nooit en la Metcalfe bleef bezielen maar het bleef vergeefs wachten op een even mooie parel als die eerste song. Misschien de setlist even omgooien?

Tess Parks uit Toronto heeft vier platen gemaakt waarvan twee met Anton Newcombe van Brian Jonestown Massacre. Zo weet je meteen ook in welke richting je het moet gaan zoeken: neo-psychedelica. De langzaam voortschrijdende nummers werden gestut door een onwrikbare psychedelische muur waarin de immer subtiele gitaar en de warme synths of piano de opvallendste onderdelen waren. Uiteraard was de hoofdrol voor de laconieke zang van Tess Parks met haar uit duizenden herkenbare hese, lage stem. Toch kan ik heel goed begrijpen dat sommigen hier op afknapten. Met een beetje kwade wil zou je kunnen stellen dat Tess Parks slechts één song heeft. Veel variatie was er inderdaad niet en sommige songs bleken perfect inwisselbaar. Tot overmaat van ramp zagen we door dat felle rode tegenlicht enkel donkere silhouetten op het podium (van de drummer was er zelfs helemaal geen spoor te bekennen). Maar wie in staat was die bezwaren aan de kant te schuiven werd meegezogen in een roes van zaligmakende psychedelica waarbij alle genotmiddelen verbleekten. Een hallucinante trip die nog lang zal nazinderen.

De Gentse weirdo's van Shht klutsten allerlei genres door elkaar met als resultaat iets dat eerder op een kermis thuishoorde. Er viel wel wat te beleven. Zanger James De Graef, een adonis enkel in korte broek gehuld, beklom alles wat er te beklimmen viel. Maar aan hun muziek beleefde ik evenveel plezier als aan een rotte kies. Zo hoorde ik onder meer een Emerson, Lake & Palmer pastiche en een slaapverwekkende drumsolo.

Ook dit jaar was er een editie (de derde) van Duyster Live in de kerk met naast de plaatjes van Eppo Janssen een viertal sessies waarvan ik de laatste meepikte. Mess Esque is een Australisch duo dat bestaat uit Helen Franzman (ook gekend als McKisko) en Mick Turner (naast Warren Ellis en Jim White ooit lid van het befaamde Dirty Three). Voor deze sessie werden ze verrassend bijgestaan door twee extra muzikanten (een bassiste en een drummer). Het werd een moment van rust waarbij de dromerige vocals van Franzman als een warm dekentje aanvoelden. En natuurlijk was het leuk om Mick Turner nog eens terug te zien hoewel zijn gitaar slechts voor wat rimpelingen zorgde, zij het hele mooie dan.

Na deze ingetogen sessie volgde meteen het brute geweld van Ditz, een vijftal nozems uit Brighton. Ditz is een groep die opkomt voor de rechten van de LGBTQ+-gemeenschap, vandaar misschien dat zanger Cal Francis erbij liep als een keurig schoolmeisje. De set kwam bijzonder moeizaam, met veel te veel haperingen, op gang. Net toen ik begon te twijfelen of ik wel zou blijven dook Francis het publiek in om er tot helemaal achteraan te blijven ronddolen. Blijkbaar het sein voor de rest van de band om zich te herpakken. Plots klonk hun noisepunk met beukende drums en gekartelde gitaarriffs bijzonder strak. Loeihard maar tevens steeds melodieus terwijl Francis bewees, in tegenstelling met de meeste andere zangers van dit soort groepen, dat hij wel degelijk kon zingen. Bijna sloeg het noodlot toe toen hij tijdens een verkenning van de uithoeken van het podium plots met een ferme smak op de begane grond terecht kwam. Gelukkig zonder erg want uiteindelijk werd dit toch nog een memorabel optreden.

Het Oostends-Leffinges i am batman speelde een thuismatch op de Busker Stage wat bijzonder veel volk op de been bracht. De vier tapten uit verschillende muzikale vaatjes maar waren op hun best wanneer ze de seventies pot leeg schraapten. Zou hier een nieuwe Jerry Garcia zijn opgestaan? De looks heeft Lieven Verkouille alvast.

En dan werd het stilaan tijd voor het fenomeen Willy Organ, de redder van het Vlaamse levenslied. Niet dat mijn verwachtingen hooggespannen waren want zo'n reddingsactie vond ik niet meteen noodzakelijk. Toch keek ik hier naar uit omdat ik Willy Organ ken uit een vorig leven toen hij nog de charismatische voorman was van het schromelijk ondergewaardeerde garage/roots bandje The Tubs van wie ik een hondstrouwe fan was. Zo'n vier jaar geleden zette hij The Tubs op non-actief en begon totaal iets anders. Na een paar jaar ploeteren krijgt hij nu eindelijk hetgeen hij nooit kreeg met zijn groep: aandacht en succes. Tot mijn verbazing verscheen hij niet alleen op het podium. Aan een enorme mixtafel volgestouwd met pintjes herkenden we zowaar Bart Cocquyt van Pink Room die tevens voor de tweede stem zorgde. Qua credibility kon dit alvast tellen.
Maar dat veranderde uiteraard niets aan de muziek. Die bleef wat het was: spitsvondige, humoristische teksten gegoten in goedkope, meezingbare songs telkens voorzien van een luide, banale discodreun. Dat laatste ergerde me mateloos terwijl het publiek er met volle teugen van genoot en werkelijk uit zijn hand at. Toen Willy, badend in het zweet, plots besefte dat hij zijn handdoek vergeten was kreeg hij onmiddellijk een truitje toegeworpen van iemand van vrouwelijke kunne. Ganse nummers werden door voornamelijk vrouwelijke fans meegezongen alsof we ons op een schlagerfestival bevonden. Toch leek één nummer min of meer aan de banaliteit te kunnen ontsnappen: "Vlaamse stoverij" met een marcherende en met een Duitse punthelm getooide vedette. Willy Organ gaf het publiek wat het wou en heerste moeiteloos over Leffingeleuren.

Bij Triptides uit L.A. ging het er heel wat verfijnder aan toe maar zij waren dan ook veroordeeld tot het café. Het drietal heeft reeds negen platen uit waarvan ik slechts de laatste twee ken. Die klinken mooi en veelbelovend maar soms ook wat te braaf en te perfectionistisch. Vanaf de eerste noten al werd duidelijk dat Triptides live veel beter uit de verf zou komen. In een aanstekelijke mix van West Coast pop en psychedelische rock mocht de gitaar van Glenn Brigman hoogtij vieren. De infectieuze grooves en de opzwepende harmonieën tussen Brigman en bassist Stephen Burns waren van een bedwelmende schoonheid. Eigenlijk was dit een set met niets dan hoogtepunten, toch wil ik er een paar songs uitpikken. "I won't hurt you" waarin Brigman met zijn twaalfsnarige Dillion gitaar akelig dicht in de buurt van The Byrds kwam en het fenomenale "Revelation blues" waaraan een duizelingwekkende gitaarsolo werd gebreid die op de plaat niet terug te vinden is. Verder hoorden we ook nog een smaakvolle Tom Petty cover. Dit overtrof mijn stoutste verwachtingen.

Tegen beter weten in ben ik daarna nog even Lebanon Hanover (Berlijn/Newcastle) gaan zien. Even dacht ik nog, gezien de talloze kaarsen, bij een herdenkingsplechtigheid van de queen te zijn terechtgekomen maar dit waren wel degelijk Larissa Iceglass (gitaar, synths) en William Maybelline (bas). Even uit hun kerker losgelaten bestookten ze ons met het soort gothic new wave waarvan ik dacht dat het al jaren uitgestorven was. Zeggen dat dit gedateerd klonk is een understatement. Vluchten leek me de enige optie.

dag 3 - zondag 11 september 2022
Vito (uit Gent) was dit jaar de enige vertegenwoordiger van americana op Leffingeleuren. Vito is nog steeds de groep van Vito Dhaenens, zoon van Derek (van Derek And The Dirt). Een uitgebreid gezelschap met maar liefst vier gitaristen en zus Ciska, die voor de tweede stem zorgde, kwam er hun debuutelpee ‘The Restless Kind’ voorstellen. Derek heeft een mooie doorleefde stem terwijl de band duidelijk alle knepen van het vak onder de knie had. Dat resulteerde in bloedmooie americana of liever belgicana die genoeg gevarieerd was om te blijven boeien. Met Mauro Bentein hadden ze bovendien een heel expressieve gitarist bij die af en toe vreemde bokkensprongen maakte. Zo viel er visueel ook nog wat te beleven. Eén Tess Parks was immers meer dan voldoende.

Milk TV uit Brussel is het vehikel van de Franse bassist Matthieu Peyraud die voorheen ook al actief was bij die andere intrigerende Brusselse groep, Phoenician Drive. Samen met gitarist Casper De Geus (Moar, Brorlab, O'Grady) en drummer Thomas Vaccargin zorgde hij vroeg op de middag al voor het nodige vuurwerk in de Kapel. Moeilijk vast te pinnen, ik hou het maar bij een mix van punk en no wave. De zenuwslopende grooves gecombineerd met exotische ritmes waren niet altijd even behapbaar maar spannend bleef het in ieder geval wel. Met die afgeknepen noten hadden ze iets van Devo maar dan zonder de elektronica. Fascinerende set.

Met Ill Considered zagen we vervolgens weer totaal iets anders: impro jazz uit Londen. Ik ben absoluut geen jazzkenner maar ik hou er wel van. Wat ik hier zag leek me van een meer dan bovengemiddelde klasse. Idris Rahman nam ons met zijn wonderlijke sax mee langs onbekende maar toverachtige wegen. Hier was geen ontkomen aan. Sherpa's van dienst waren twee uitzonderlijk knappe muzikanten: een hypnotiserende bassist en een drummer die tijdens enkele explosieve momenten wel van een andere wereld leek te komen. Ill Considered bewees met deze schitterende set dat ook jazz zijn plaatsje verdient op Leffingeleuren.

Beduidend wat minder talent op het podium daarna maar dat maakte het niet minder straf. Joe & The Shitboys zijn een stel plattelandsjongens van de Faeröer eilanden die uit pure verveling een punkbandje hebben opgericht. Zelf noemen ze zich a band of bisexual vegan punks. Wellicht een reactie op het ultraconservatieve klimaat op de eilanden waar de homohaat nog welig tiert. Ook zijn groezelige t-shirt met opschrift "Wrestling Gay" zal waarschijnlijk een sneer zijn in die richting. Joe bleek een imponerende persoonlijkheid die voortdurend provoceerde, geen blad voor de mond nam en het ene politieke statement na het ander de zaal in vuurde. "If you believe in eating meat start with your dog" was er maar eentje van. Bovendien wist hij handig het publiek te bespelen door bijvoorbeeld iedereen eens een grondige "fuck you" door zijn microfoon te laten roepen of de toeschouwers dicht bij zich te roepen, ze vervolgens te laten zitten om ze daarna te laten rechtveren en dansen. Dit was trouwens na Ditz en Willy Organ reeds de derde ‘sit-down’, als dat maar geen nieuwe trend wordt. De haveloos geklede Shitboys lieten hun punk rauw en primitief klinken terwijl de nummers uiterst kort bleven. Het kortste klokte af op twee seconden en bestond uit één welgemikte vloek. Joe & The Shitboys: punk zoals het ooit bedoeld was!

Eblis Alvarez (Bogota, Colombia) moet een handige jongen zijn. De platen van zowel Meridian Brothers als zijn andere groep, die ik dit jaar nog in de 4AD aan het werk zag, Los Pirañas neemt hij helemaal in zijn eentje op. Hier met  de Meridian Brothers liet hij zich omringen door vier muzikanten om een wervelende show vol opwindende roots salsa ten beste te geven. Ik heb altijd een beetje moeite met Latijnse muziek maar hun cover van "Son of a preacher man" vond ik zelfs beter dan het origineel van Dusty Springfield. 

Naar aanleiding van het pas verschenen ‘Crackdown’ van GA-20 gewaagden enkele recensenten van een heuse blues revival waardoor ik wel erg benieuwd geworden was of Zach Person (Austin, Texas) daar deel van zou uitmaken. De oeropstelling, gitaar en drums, liet alvast het beste vermoeden. Person begon indrukwekkend met een smerige garageversie van Jimi Hendrix maar vanaf het derde nummer zakte mijn aanvankelijke enthousiasme tot ver onder nul.
Van die oeropstelling bleek helemaal geen sprake want er liep voortdurend een tape mee waarop we zelfs achtergrondzangeressen konden horen. Resultaat was een sound die veel te pompeus klonk en nog maar eens leek te bevestigen dat de blues doodziek is. Maar het kon nog erger. Zo verscheen er plots een special guest op het podium die niemand minder dan Shtevil bleek te zijn. Een gitaarbeul uit Mechelen die zo vol is van zichzelf dat hij het niet eens zou merken als de tent leegliep (wat ook gedeeltelijk gebeurde). Een nummer dat gepresenteerd werd als de nieuwe single lag volledig in de stijl van The Black Keys, ook al een groep die een tijdje het noorden kwijt is. De laatste twee songs brachten opnieuw wat beterschap maar dat kon mijn immense teleurstelling niet wegspoelen.

Het eerste nummer dat ik van de Berlijnse Derya Yildirim en haar Grup Simsek hoorde was een lange psychedelische instrumental met nogal wat vreemde klanken. Het smaakte beslist naar meer maar wat volgde waren meestal Anatolische folksongs waarin de psychedelica iets minder nadrukkelijk aanwezig was. Het bleef wel mooi met de uitermate sympathieke Yildirim op baglama (Turkse luit) die ook nog eens, misschien net iets te veel, wat uitleg gaf bij de gebrachte nummers.

Vanishing Twin uit Londen is de groep rond Cathy Lucas die je zou kunnen kennen van Fanfarlo. De groepsnaam verwijst naar het vanishing twin syndrome (verloren tweeling syndroom) waarbij tijdens de zwangerschap van een tweeling één foetus verdwijnt. Cathy Lucas zelf is zo een alleen geboren tweeling. Op het podium hield de groep het bij experimentele pop met een licht psychedelische inslag. Op een gegeven moment zetten de groepsleden roze maskers op terwijl Lucas zich omdraaide en haar masker op haar achterovergeslagen hoed plaatste. Wat voor een bevreemdend effect zorgde. Intussen sloop er nogal wat gepingel in de muziek en werd het me net iets te artistiekerig. 

De verwachtingen waren hoog voor het Australische Clamm (Melbourne). De groep wordt immers vaak in één adem genoemd met Stiff Richards en Amyl & The Sniffers, twee groepen die live een onuitwisbare indruk op me nalieten. De drie groepen zijn ook bevriend met elkaar hoewel ze muzikaal toch een eind uit elkaar liggen. Zo mixt Amyl haar punk met een neut ouderwetse hardrock terwijl Stiff Richards dan weer zweert bij no nonsense seventies punk. Clamm houdt het bij powerpunk in de traditie van landgenoten Cosmic Psychos. Het was een wat vreemd beeld hoe de drie daar ietwat bedeesd op het podium stonden terwijl ze een muur van bruut geweld aan het bouwen waren en de lijven vooraan tegen een steeds hogere snelheid tegen elkaar botsten. Terwijl de beukende drums van Miles Harding en de onwrikbare bas van Maisie Everett een onstuitbare pletwals fabriceerden zorgde Jack Summers voor de nodige nuances met een soms versplinterd klinkende gitaar waarbij hij zijn in wanhoop gebottelde teksten uitspoog. Niet dat ik er zoveel van verstaan heb maar het gevoel dat we hier met een unieke groep te maken hadden was er zeker.
Dit was de gedroomde afsluiter van Leffingeleuren hoewel er anderen waren die die rol Sylvie Kreusch toedichtten.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge  

Rock Zerkegem 2022 - Einde in schoonheid
Rock Zerkegem 2022
Festivalweide (aan de Schooiweg)
2022-07-23
Zerkegem
Ollie Nollet

Na vijftien jaar gooien organisatoren Jonas en Pieter-Jan de handdoek in de ring maar niet zonder nog één keer alles te geven. Het werd een einde in schoonheid want dit was misschien (ik was er niet altijd bij) wel de beste editie ooit. Zeer veel volk, een zalig weertje en vooral goeie muziek met als uitschieters Tuff Guac en Tramhaus.
Vooraf was er even sprake van een lichte prijsverhoging maar uiteindelijk bleef alles bij het oude en werden de pintjes er aan één euro geserveerd wat altijd hét uithangbord is geweest van Rock Zerkegem.
Missen zullen we het zeker maar het is vooral jammer voor die groepen die anders enkel in groezelige cafeetjes of in het beste geval in het voorprogramma van een wat grotere band mogen spelen en hier eens mochten aantreden voor een ruimer en altijd even enthousiast publiek.

Eerste band, I Am Batman, hoorde ik enkel van ver terwijl ik stond aan te schuiven aan de ingang, waar een doodsprentje op ons lag te wachten. Nooit eerder meegemaakt hier maar blijkbaar wou iedereen er deze laatste keer vroeg bij zijn. 

Eerste groep die ik zag was het Gentse viertal Nimbus Cart en wat ik hoorde deed toch even mijn wenkbrauwen fronsen. Seventies rock! Bijna schreef ik 'belegen' maar dat was het niet en daar zorgde vooral Janis voor, een fenomenale frontvrouw die haar naam niet gestolen had. Wat een strot en wat een attitude! Zo presteerde ze het om al vroeg in de set voor één nummer een dwarsfluit op te duikelen, niet meteen het instrument waarmee je veel vrienden maakt in de rock-'n-roll maar dat kon haar geen reet schelen. De laatste die ik het zag gebruiken in een rockgroep moet John Dwyer van Thee Oh Sees geweest zijn. Mocht dit een referentie zijn dan was het er alvast één die kon tellen.

Met Purrses uit Brussel zagen we opnieuw een kwartet met een zangeres in de frontlinie, zij het van een geheel andere orde. Zelf noemen ze het daddy's rock, ik hoorde vooral soulvolle indiepop met veel stijl gezongen door de charmante zangeres Laura, afkomstig uit Marseille. Naast een dartele cover van "My girl" (The Temptations) mocht er al eens een nummer in het Frans gezongen worden terwijl Laura tussendoor ook nog eens bewees een aardig deuntje te kunnen fluiten. Knap allemaal maar toch net iets te vrijblijvend.

Meteen daarna ontpopte de drummer van Purrses zich op het hoofdpodium tot de hyperkinetische frontman van Warm Exit (Brussel). Gehuld in een korte broek en een opvallend "FBI" topje stuiterde Max Poelmann, zo heet hij, met zijn basgitaar over het podium. Samen met zanger-gitarist Valentino Sacchi en drummer Martin Tafani ploegde hij zich door een set razende postpunk waar de energie vanaf droop. Toch kwam het mooiste moment er toen Poelmann zijn bas ruilde voor de gitaar van Sacchi en Tafani zijn drumstel verliet om aan de synths een donker en dreigend nummer te zingen. Schitterende groep!

Met de tongbreker Kalaallit Nunaat (wat staat voor Groenland in de taal van de Inuit) kregen we een trio uit Rotterdam te zien. Met een grote gretigheid beten ze zich vast in nietsontziende, met veel noise doorweven postpunk. Een door merg en been snijdende gitaar, een doldraaiende bas en voortjakkerende drums stoffeerden de explosieve nummers die soms deden denken aan Metz en een enkele keer aan Wire. Maar helemaal overtuigen deden ze niet. Spelbrekers waren de te monotone zang en het geluid dat nooit echt goed zat.

De podiumtruck raakte goed gevuld met het negenkoppige Antwerpse gezelschap Condor Gruppe. Met in de indrukwekkende line up drie gitaren, bas ,drums, conga's, orgel/ synths, trompet, sax en bariton sax dompelden ze de weide onder relaxerende vibes.
De groep heeft een volstrekt unieke sound gecreëerd die bestaat uit een amalgaam aan stijlen en invloeden zoals psychedelica, seventies exotica, krautrock, surf, Calexico of Ennio Morricone. Heel mooi allemaal maar soms iets te kabbelend zodat ik stiekem hoopte op wat vuurwerk. Daar hadden de drie uitstekende blazers, die naar mijn gevoel te weinig aan bod kwamen, beslist voor kunnen zorgen.
Ach, het was slechts een kleine oprisping die trouwens volledig werd weggespoeld door het hypnotiserende slotnummer met Nicolas Mortelmans op sitar.

Het was reeds de derde keer in ruim een half jaar tijd dat ik het Antwerpse Tuff Guac aan het werk zag en ik kan alleen maar constateren dat ik ze steeds beter vind. Op plaat is Tuff Guac het soloproject van ‘Belly Button Records’ baas Rafael Valles Hilario maar op het podium zagen we toch een solide, steeds beter geoliede groep met naast Hilario bassist Jasper Suys, drummer Gert-Jan Van Damme (beiden Mogo) en de telkens opnieuw begeesterende Wim De Busser (King Dick, Zita Swoon, Helmut Lotti,...) op gitaar en toetsen. Hun aanstekelijk rammelende mix van bubblegum pop en garagerock liet de tent ontploffen terwijl ze nu, dankzij de verplichte oefening op Humo's Rock Rally, met "Sitting on the dock of the bay" ook een song bij hadden die iedereen kon meezingen of meefluiten. Opgejut door het kluwen van beukende lijven voor hen overtrof Tuff Guac alle verwachtingen. Ze werden slechts in laatste instantie na het wegvallen van het Spaanse Pódium aan de affiche toegevoegd, toch zorgden ze voor een eerste hoogtepunt.

Door een luchtvaartstaking waren The Gluts helemaal uit Milaan met de auto naar de West-Vlaamse polders gereden. Zo groot was hun enthousiasme om hier te mogen spelen en dat vertaalde zich ook op het podium. De groep begon met een heerlijke homp modern klinkende spacerock. Ik was er meteen helemaal klaar voor, helaas zorgde zanger Nicolo Campana voor een domper op de feestvreugde. Gebrek aan inzet kon je hem moeilijk verwijten - hij smeet zich letterlijk in het publiek - maar zijn totaal ontspoorde gebrul raakte kant noch wal. Gelukkig was er nog de smerige en af en toe aan The Stooges refererende gitaar van broer Marco tot die ongeveer halverwege de set besloot zijn instrument enkel nog als stoorzender te gebruiken. Wat wel overeind bleef was de strak spelende ritmesectie, bestaande uit bassiste Claudia Cesena (een Italiaanse Kim Gordon) en drummer Dario Bassi, die verhinderde dat het schip helemaal de dieperik in ging.

Tramhaus, genoemd naar een legendarisch tramhuis in hun thuisstad dat nu dienst doet als eettent, is een vijftal uit Rotterdam waarvan de leden reeds eerder aan het werk waren bij groepen met ronkende namen als Vulva, Pig Frenzy of Nagasaki Swim.
Ik had al veel lovende woorden over deze groep gehoord en die bleken stuk voor stuk te kloppen. Tramhaus wordt meestal gecatalogeerd onder de noemer postpunk maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Buiten die donkere, giftige zang vond ik hun bijzonder heldere sound eerder glibberen tussen noiserock en punk. In ieder geval wisten ze met een adembenemende set de tent te transformeren in een kolkende heksenketel. Zanger Lukas Jansen, die de uitstraling had van een jonge Mick Jagger gekruist met Jim Morrison, stuiterde met een ongeziene naturel over het podium. Iemand waarvan je meteen weet dat hij geboren is om op de planken te staan. Achter hem zorgden twee jongens en twee meisjes voor een strakke, sprankelende sound waardoor de gitaren verrassend melodieus mochten kronkelen. Dit klonk bedrieglijk eenvoudig en tegelijkertijd verbijsterend uniek. Het tragere, dreigende "I don't sweat", het explosieve "Karen is a punk" en het van een wonderlijke gitaar voorziene "Amour amour" waren maar enkele van de parels die ons naar adem deden happen.

Het aantal nieuwe jonge en uitstekende punkbands uit Australië is stilaan niet meer bij te houden. Denk maar aan Amyl and The Sniffers, Civic, Stiff Richards en het al wat oudere Eddy Current Suppression Ring van wie Mickey Young de platen van Vintage Crop telkens mag mixen en masteren. We hoopten Vintage Crop, niet te verwarren met het legendarische racepaard, aan dat rijtje te kunnen toevoegen maar dat zou toch wat te veel eer zijn voor dit zootje uit Melbourne. Nochtans deden ze er alles aan om een waardige afsluiter te zijn als laatste groep ooit op Zerkegem.
Het begon ook heel mooi met de nu al legendarische aankondiging van de gitarist: "We are an Australian band from Australia". Daarna beten de vier zich vast in stampende  postpunk opgejaagd door de nijdige zang van frontman Jack Cherry. Intussen kon ik het geeuwen nog amper onderdrukken en dat kwam niet alleen door het late uur.
Met de nummers van Vintage Crop was op zich niet veel mis mee maar ze waren onderling veel te inwisselbaar om te blijven boeien.

Rock Zerkegem, bedankt!

Organisatie: Rock Zerkegem

Pagina 1 van 18