logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

fat_white_famil...
MC Solaar 2024-...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

maandag 22 februari 2010 01:00

Chokebore: het verleden van Von Balthazar

Je hebt zo van die bands waarvan je het werk kent van de zanger/componist, maar niet de band kent waarvan hij deel uitmaakte … Troy ‘Bruno’ Von Balthazar vs Chokebore is er een prachtig voorbeeld van. En op de koop toe is Chokebore vooral gekend bij onze Franstalige vrienden en werd met het solowerk van Von Balthazar net de Vlaamstaligen warm gemaakt. Kijk, onze nieuwsgierigheid werd aangewakkerd om Chokebore live te zien, mede door het feit dat ze herenigd zijn en er dit jaar een nieuwe plaat zal verschijnen.

De roots van Chokebore liggen in Hawaii. Spil van deze al van in ’94 fungerende band was zanger/gitarist Troy ‘Bruno’ Von Balthazar. Het rockende kwartet haalde invloeden uit de ‘90’s grunge, gaf de songs een broeierige en donkere injectie en zorgde voor een emotionele geladenheid, wat hen zelfs richting Girls Against Boys bracht; enkele integere, gevoelige songs traden op het voorplan, wat een goede afsluitende cd in 2003 opleverde, ‘A part of life’. En de heren zijn nu terug bij elkaar. Troy verbleef zelfs een tijdje in ons land, een bron van inspiratie voor het nieuwe materiaal.
In de tussentijd hoorden we materiaal van Von Balthazar, waarbij de klemtoon viel op rauw rammelend gitaarwerk, lofipop, noise en electro, bepaald door een pak effectpedalen en weirde acts.
Chokebore betekende een kennismaking, maar waren opnieuw een Frans onderonsje. Ze brachten een afwisselende set van grillige, broeierige en integere gitaarrock, die soms een stevige, opzwepende ritmesectie meekreeg en hadden oog voor enkele ingetogen songs, onder de typerende klaagzang van Von Balthazar.
We onthouden alvast opmerkelijke songs als “Days of nothing”, “Police”, “You are the sunshine of my life” en “It could run your day”. In “Ciao LA” haalde het kwartet krachttoeren uit. Btw, ze gaven mee dat we ons altijd mochten inschrijven op hun site als we betere songtitels konden verzinnen. Na elk nummer werden ze warm onthaald. Het sterkte hen, wat de drijfveer kan zijn verder te doen.

In ons weirde landje moet de band de kans krijgen over de taalgrens te geraken, ondanks het feit dat de set in z’n geheel me niet volledig raakte en overtuigde. Maar we waren alvast getuige van de muzikale scherpte van het kwartet en hoorden een terugblik van Troy’s verleden, wat leuk meegenomen was …

Organisatie: Botanique, Brussel

De muziek van Joost Zweegers en Novastar intrigeert, slaat aan en doet menig vrouwenhartje sneller slaan. Sinds het ontstaan in ‘96 neemt de singer/songwriter steeds de tijd om aan een plaat te werken. Het debuut verscheen pas in ’99, ‘Another loney soul’ in 2004 en ‘Almost bangor’ in 2008. De weemoedige pop en de hartenpijn staan centraal, gedragen door z’n lichthese melancholische, maar kristalheldere stem. Het is puur oprechte, emotievolle sing/songwriterpop, die sfeervol, dromerig, lieflijk en innemend klinkt. Telkens valt er iets moois te ontdekken in de toegankelijke melodieuze songstructuren, die vertrouwd en spannend aanvoelen.
Live zagen we al dat hij graag met z’n band exploreert en de songs een breder concept geeft, waardoor ze krachtiger en gedreven kunnen klinken. Hij plaatst een rockend Novastar moeiteloos naast de hartverwarmende artiest. Hij ontpopte zich als een voortreffelijk songwriter en ontplooide zich als een groots performer wat succesvolle clubtours opleverde dito zomerfestivals. Na de ‘sold outs’ in de Lotto Arena en Folkdranouter bereidde hij zich voor op de solo-theaterperformances, die het ganse voorjaar in beslag nemen.
Ook de ‘Solo en Intiem ‘Le Tour Bangor’ kunnen bijna telkens rekenen op een ticketje ‘Uitverkocht’. Hij laat geen kans onbenut om z’n eigen nummers opnieuw uit te vinden en ze live als nieuw aan te voelen en te interpreteren. De inzet van de solotournee is de intimiteit van de man, zijn gitaar, zijn vleugelpiano, zijn mondharmonica … en zijn liedjes. De uitgebreide arrangementen worden dus terzijde gelaten en we zagen dé man, vijf akoestische gitaren en een vleugelpiano, in de voetsporen van grootmeester Neil Young, die het hem al overtuigend eens voordeed …

De songs werden van enige franjes ontdaan en kregen een ingetogen outfit door de sobere, spaarzame begeleiding. De intense spannende opbouw gaf een forsere en fellere stoot. Hij deelde de set op in 2x 45 minuten van 8 songs. We hoorden een afwisselende set van z’n repertoire, maar hij stelde natuurlijk wel het materiaal van de laatst verschenen cd voorop. Wat onwennig, zoekend en nerveus opende hij met de nieuwe sfeervolle poprockers op gitaar, “Bangor” en “Tunnelvision”; door een soort traporgel, naast de effectpedalen kregen ze dat extraatje sfeer-schepping. Altijd fijn om te zien zijn de talrijke houdingen van z’n gitaar en de worstelingen die hij met z’n microstatief maakt.
’Hartbrekers’ volgden … de onbereikbare liefde van “Millersan” en de spannende, breekbare pop van “Never back down” en “Where did we go wrong”. Een ingehouden en spaarzaam gehouden “When the lights go down …”, kreeg zeggingskracht door de spotlight, Neil Young’s “Sugar mountain” klonk adembenemend mooi en dromerig en ” The medicine jar” kreeg een grillige, grauwe trek mee. Hij eindige met een opwindende versie van “Mars needs woman”, waarbij hij zich op z’n gitaar, mondharmonica en effectpedalen uitleefde … een multi-instrumentalist die de elegante schoonheid van z’n songs vasthield …
Na een korte pauze hoorden we een ontstellend verhaal van het zielverzachtend genot en kracht van whisky en stilnocts … “Making waves” en “All day long” werden elektrisch gespeeld; hij stapte dan opnieuw over naar de oorstrelende ingetogen pianopop van “Sundance” en “Just because”; een gevoelige “Waiting so long” (een ‘Music For Live’ song) en “10/11 miles” volgden. “The golden slumbers” was een niet evidente Beatles cover uit hun befaamde ‘Abbey road’ (’69). “The best is yet to come” op piano besloot overtuigend de set. De song kreeg nog wat finesse en rauwheid door de daaraan gekoppelde outtro.
Het warme onthaal leverde nog twee sprankelende nummers op, een ingetogen “Lost & blown away” (voor de dames) en “Caramia”, op verzoek, klonk aangrijpend en werd lang uitgesponnen; het onderstreepte het vocale talent van een sterke songwriter, een enorm goede muzikant en een puike, sympathieke performer.

Joost Zweegers – Novastar ’Le Tour Bangor’ – Solo en Intiem serveerde heerlijke akoestische pareltjes, gaf songs een broeierige spanning mee en viel het meest op met het gekende en oude materiaal!

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge ism Greenhousetalent

donderdag 11 februari 2010 01:00

Pharmacy of love

Na zes jaar is de Nederlandse indierockende band bij uitstek Bettie Serveert terug van de partij onder de vaste drie-eenheid Van Dijk – Visser - Bunskoeke. Hun dromerige, meeslepende gitaarrock klinkt levenslustiger dan ooit.
Ze beuken letterlijk het nieuwe decennium in met “Deny all” en houden er een bruisend, dynamisch en fris tempo op na, met “Semaphore” en “Love Lee”. Ze bieden ruimte voor variëteit en diversiteit door een ingetogen sfeervolle “Mossie” en “Change4time”; ze overtuigen verder met subtiele, aanstekelijke rockers “Souls travel” en “The pharmacy”. Tot slot horen we nog twee avontuurlijke songs, het lang uitgesponnen, intens spannende en mooi opbouwende “Calling” (ruim negen minuten!) en het broeierige “What they call love”, die door de percussie meer draagkracht krijgt.
’Pharmacy of love’ plaatst zich als de terechte opvolger van topplaten ‘Palomine’ (’92) en ‘Lamprey‘(’95). Te koesteren na al die jaren …

The New Puritains slaagden er vandaag niet in de Eurotunnel te kruisen door het helse winterweer. De jonge indierockende band houdt van bezwerende elektronica, stoeit met ritmes en zorgt voor onverwachtse wendingen, zoals we het o.a. kennen van Animal Collective en Yeasayer. Hun optreden zou alvast mooi meegenomen zijn met de Londense hype The XX.
The New Puritains vormen alvast de voorhoede van een nieuwe rits beloftevolle bands in 2010 … In ons landje komen ze in de maand april en zullen waarschijnlijk dan niet meer opgehouden zijn … Intussen legden we hun puike plaat ‘Hidden’ nog eens op…

Maar niet getreurd, alles draaide vanavond rond die andere Britse band The XX. Het jonge Londense trio was nog tot vorig jaar een kwartet. Baria Qureshi (keyboards) kon de druk niet meer aan en liet band en populariteit voor wat het was. Het gemis hebben Romy Madley Croft (lichthese stem (Kim Gordon), zang/gitaar en Tracy Thorn EBTG –lookalike), Oliver Sin (zang/bas en Nitzer Ebb lookalike)  en Jamie Smith (knoppenman/producer en Lou Barlow lookalike) voldoende kunnen opvangen.
De groep kreeg niets anders dan lovende kritieken op hun debuut, die het houdt op broeierige, intense en intieme darkwave pop. Een soort ‘pop noir’, fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep: een maximum aan intensiteit creëren door een minimum aan middelen, ontdaan van alle opsmuk door het minimalisme en de intrigerende, subtiele melodieën, die een ingehouden spanning hebben, bitter en koel maar boeiend, warm en zoet.
Het trio verwezenlijkt het door de beheersing en de schoonheid van het spooky gitaarspel, - getokkel en de eenzame reverb gitaarlijnen, die sterk refereren aan de BRMC/Chris Isaak’s verdwaalde, donkere bluesrock’n’roll, de aan Joy Division wave basses en de gestripte synths, toetsen en beats. De sound krijgt nog meer richting door de prachtduetten van Madley Croft en Sim, die op het podium om elkaar cirkelen, elkaars gedachten en blikken weten aan te vullen en zingen in een soort half brabbelende vertelzang en flarden tekst uitwisselen.
Het lijkt wel een soundtrack die het vroegere Young Marble Giants, Low en de Portishead/Tricky triphop bij elkaar brengt.

We waren sterk onder de indruk van hun intieme, sfeervolle broeierige aanpak die een betoverend melancholisch plaatje opleverde van subtiliteit en finessse. Ze overtuigden me nog meer als de muzikale hype van 2009/2010.
De songs zijn te interpreteren als één geluidstapijt en één luisterervaring en, die niet zomaar kunnen geswitcht worden, waardoor de volgorde live op één song na, helemaal gerespecteerd werd. Het emotievolle “Vcr” stak ergens middenin. De intro speelden ze achter een wit doek, meteen gevolgd door de eerste single “Crystalized”, die aangaf hoe minutieus elk geluidje z’n plaats vond binnen het geheel. Donkerder en dreigender waren “Islands” en “Fantasy”, opgetrokken door een glamrockend getokkel. De gedempte spotlights, de stroboscoops en het rookgordijn bepaalden mee de donkere sfeer en romantiek. “Shelter” startte sober en ging naar een crescendo krachtige, felle opbouw. Ook de daaropvolgende “Basic space” en “Nighttime” waren in dezelfde stijl en hadden een forse electrobeat. “Vcr” deed denken aan een oude IlIketraIns song en ( het nieuwe) “Do you mind” – Kyla-cover’ onderstreepte de unieke spannende dreiging. Tot slot ging het met “Infinity” naar een apotheose door de verrassende wendingen en het avontuurlijke karakter; de song werd mooi uitgesponnen, kreeg een krachtige outtro op cymbalen en tilde het door de “Blue Hotel/Wicked game” riff en refrein (van Chris Isaak (jawel!) naar een hoger niveau.
Tussen de nummers hoorden we bedankjes zachtjes onwennig prevelen. De weinige woorden stoorden niet binnen het XX-concept.
Door het warme onthaal en de sterke respons speelden ze een ingehouden “Stars” in de bis, maar net als in het tweede deel van de set kreeg het nummer een stevige eruptie! De coversongs “U got to love” en “Teardrops” werden in de koelkast opgeborgen.

Het succes van The XX is terecht te danken aan hun eenvoud, eerlijkheid en bescheidenheid; de songs zijn ontdaan van alle bombast, pathos en tierlantijntjes. Ze raken met hun cool, catchy, timide aanpak … en soms moet dat niet meer zijn om te kunnen overtuigen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in de AB op 17.02

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Vorig jaar tijdens Les Nuits Bota waren we onder de indruk van de Britse singer/songschrijver Charlie Winston. De man palmde als muzikant en als performer probleemloos z’n publiek in; live kreeg de innemende pop een fikse injectie, gedragen door z’n fluwelen, gouden stem. We zagen een dampend, stomend concert van de lieve, charismatische songschrijver. Hij dompelde de songs en de show onder in een eigentijdse ‘50’s revival door z’n danspasjes en z’n look (ondervestje, hemd, das en hoed) en leek de reïncarnatie wel van Gene Kelly – ‘Singing in the rain’.
Hij overtuigde vooral onze Franstalige vrienden met z’n tweede plaat ‘Like a hobo’, wat niet te verwonderen is, want hij opereert vanuit Parijs, spreekt al een aardig mondje Frans, staat in de Franse top en probeert nu Europa langzamerhand te veroveren. Hij is een groots artiest in wording, die ergens het midden houdt tussen Ben Folds, Ben Harper, G Love, Andrew Dorff en Soul Coughing.

De Club van Vorst Nationaal zat goed vol met Franssprekenden om Winston en z’n band aan het werk te zien. De kennismakingsronde vorig jaar deed ons uitkijken wat hij in petto zou hebben. Aanstekelijke, frisse nummers waren “Generation spent” (die eerst apart werd ingezet door de toetsenist!), “Tongue tied”, “In your hands” en “Can we do it”.
Hij trok de kaart van de variëteit en behield met “I’m a man” en “Lonely alchemist” de intimiteit en het sfeervolle karakter van op plaat; ze werden sober ingezet en hij gaf ze dan crescendoweg een vollere instrumentatie. Of hij raakte de gevoelige ziel in ons met een akoestisch ingetogen “Soundtrack to fallin’ in love”, samen met z’n zus gezongen, een dromerig orkestrale “Boxes” (we zagen hem in een sterrenhemel op piano!), een ingenomen “Every step” en een liefdevol gepassioneerde “My name”.
De ‘do-it-all’ is een man van alle kunstjes, die gepast kon inspelen op z’n publiek. Hij gaf “Kick the bucket”, “My life as a duck” en “I love your smile vs Hands Perc” elan door een brede instrumentatie, stemvariaties, beatboxing, het neuriën van obligate “Oohoohs” en een show van gekke danspassen. Hij slaagde erin de boel op te zwepen en zorgde die momenten voor een leuk feestje. In de outtro van “Hands Perc” waren er 10 trommels en de band voerde hier zelfs een soort regendans/ voodooritueel uit, wat een uitstekende respons opleverde.
Ze hadden er na anderhalf uur nog niet genoeg van; Winston had z’n eigen instrumentale versie klaar van Morricone’s “Once upon a time” bepaald door een ingehouden gitaargetokkel en flute. De titelsong van de recente tweede cd ‘Like a hobo’, de doorbraak naar het grote publiek, klonk uiterst groovy en werd één van de hoogtepunten. “Bleeding heart” kreeg kleur door sitar en voerde ons naar een onschuldige droomwereld. Een akoestisch solo gespeelde “Calling me” besloot en verve de set, die in z’n totaliteit innemender was dan vorig jaar, maar een groots talent in de schijnwerpers plaatste! De Winston tour werd op die manier overtuigend besloten in ons landje!

Organisatie: Live Nation

donderdag 04 februari 2010 01:00

What will we be

Een goede twee jaar na ‘Smokey rolls down thunder canyon’ is er nieuw werk uit van de freakfolkgoeroe Devandra Banhart, ‘What will we be’. Hij hanteert en freewheelt in diverse stijlen, wat een gevarieerde, boeiende plaat, maar weinig samenhangende plaat oplevert. Het past bij mans concept van ‘iedereen komt & gaat’ … het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in muziek en denkpiste.
Het gaat in de veertien songs van freakende folkpop (o.a.“Can’t help but smiling, foolin”) naar mooi breekbare en betoverende droompop (waaronder “First & last song for B”, het leuke “Chin chin & muck muck” en “Walilamdzi”), Spaanstalig songmateriaal (“Brindo” en “Meet me at lookout point” en tot slot ‘70’s retrorock, “16th & Valencia Roxy Music” en “Rats”.
We horen dus een aangename, ontspannende, frisse veelkeurige stijl in een ‘big smile’ concept. We stellen alvast “Angelika” en “Baby” voorop van de fraaie composities – in – een - verknipte aanpak!

In de jaren ’90 ontstond er een ware Suede-mania rond Brett Anderson en z’n Londense band, zowel naar hun pose, uitstraling als naar hun ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. Referenties naar T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths waren op hun plaats, en het Briticoon kreeg terecht ook de gelijkenis met David Bowie opgezadeld.
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast. Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; het daaropvolgende The Tears werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!). Tot slot waagde hij zich solo. De tijd dat hij gehuld in leren jasje vetgalmende gitaarsongs stond in te zingen, behoren tot het verleden. Hij presenteert zich als een singer/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorziet. Pas met de recente derde cd ‘Slow attack’, die in de winterperiode verscheen, begon hij z’n weg te vinden; de twee vorige cd’s ‘Wilderness’ en het titelloze debuut hadden samen maar een handvol interessante songs. Hij heeft nu een echt compleet solo album uit , waarvan de nummers beter ingekleurd zijn met strijkers en blazers (cfr. vergelijk met de muzikale evolutie van Suede!). Een impressionistisch geluid die terecht Japan’s “Nightporter” en het eerste werk van David Sylvian oproept.

Live kreeg het innemende materiaal een flinke scheut Suede glamrock’n’roll mee. Anderson en de zijnen speelden een gevarieerde set, een directer geluid, zonder brede arrangementen en tierlantijntjes; de intense ingehouden en begeesterende piano- en toetsen en Anderson’s unieke heldere, overtuigende gepassioneerde stem boden de gepaste emotionaliteit.
In de goed halfgevulde zaal drumden die-hard fans om hun halfgod een handdruk te kunnen geven. Het stapje terug in kleine zalen gaf een goed gevoel en zorgde voor een nauw contact met het publiek.
De eerste songs “Hymn” en “Wheatfields” lagen in de lijn van de plaat, hadden een donkere ondertoon en waren indringend. “Hunted” toonde hoe het anders kon; een broeierige spanning, een rauwer geluid en een opbouw die krachtiger klonk. Ook zagen we een bezielde zanger die vol overgave te werk ging; z’n vroegere podiumprésence, de armbewegingen en de danspassen was hij nog niet verleerd. Dan stapte hij over naar een spaarzame “Ashes of you” en “Leave me sleeping”, bepaald en gedragen door breekbare pianotunes en emotievolle vocals.
Hij wisselde verschillende stemmingen af, onmiskenbaar was de oude Suede te horen op bedreven versies van “Julian’s eyes” en “The swans”, die konden rekenen op een warm onthaal. Het werd muisstil toen hij, gezeten op een barkruk, akoestisch “The empress” en “Clowns” speelde. Om kippenvel van te krijgen. Z’n stem alleen al fascineerde en hield je in de ban! Een ingetogen “Chinese whispers”, terug die twee-eenheid stem-piano, en een sober gehouden “A diff’rent place” volgden .In een closing final’ reeks, hoorden we ouder solowerk, “Love is dead” en “Back to you”, in een onversneden intense rockversie, voorzien van de gepaste galm en pathos. Kale nummers op plaat, die live harder en feller waren. Voor de aanwezigen was het de link naar de hoogdagen van Suede!
En of dat ze er nog zin in hadden … een ingehouden ”Scarecrows” en een intens meeslepende, verbeten “Funeral mantra” volgden in de bis. Samen met z’n band haalde hij hier krachttoeren uit, en stopte het in een grootse, stevige jam, die door de pedaaleffects, noise-erupties en repetitieve zware toetsen glans kreeg.

Op die manier tekende Anderson voor een uiterst gevarieerde, avontuurlijke set; de muzikale streken van vroeger waren goed ingebed in de huidige sound! Een oude vos verliest z’n …, maar niet z’n …

Organisatie: Trix, Antwerpen

Ongelofelijk tot wat de mooi ogende lieftallige en de immer glimlachende Britse jonge Joss Stone, nog maar 23, in staat is. Ze is al toe aan haar vierde cd, debuteerde op 16 jarige leeftijd met een aparte cover CD, ‘The soul sessions’, en viel op met haar goddelijke, doorleefde, gevoelige, soulstem in de voetsporen van de Motown sound, Aretha Franklin en Dusty Springfield. We horen gave, puntige soulsongs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums. Het geheel klinkt intens pakkend, warm, sfeervol en broeierig; de uitstapjes naar gospel en hiphop geven een fris, freakende indruk.

Wat een muzikaal talent zagen we on stage! Ze speelde een evenwichtige, gevarieerde en afwisselende set met haar puike, mooi uitgedoste begeleidingsband, die naast de traditionele opstelling aangevuld werd met bezwerende Hammond en sax, vocaal gedragen door fijne, zalvende backing vocals. Joss dompelde ons onder in een wereld van romantiek, verleidelijkheid en bonkende Valentijntjesharten door haar love & peace attitude en haar onvoorwaardelijke liefde voor muziek. Een heerlijk geluid, hoe instrumentatie en zang bij elkaar pasten. We moeten zeggen dat de black music door de jonge blanke dame met de gouden fluwelen stem geestesgenoten Amy Winehouse, Duffy en Adele achter zich liet en het moet mooi zijn om onze eigen Selah Sue te zien groeien naar dit talent.
Ze putte uit haar vier cd’s, zonder écht het recentste ‘Colour me free’ voorop te stellen. Wat wel opviel was dat het tweede album ‘Mind, body & soul’ bijna zo goed als niet aan bod kwam.
Joss trad op in een spannend bloemetjesshirt, was op blote voeten en ging gretig in op de reacties van het publiek. Middenin de set, tijdens “Victims of a foolish heart” kon ze probleemloos de microfoonproblemen omzeilen. Ze bleef even speels, optimistisch en enthousiast.
Het sfeervolle, innemende “Choking Kind” van haar debuut, opende de ruim anderhalf uur durende set. Ze zette dan meteen de zwierige, funkende groove van het schitterende “Free me” in van de huidige cd. Een happy gevoel creëerde ze bij de afwisselende, uitgesponnen versie van “Super duper love”, die niet omheen gospel kon; de ‘Say yeahs’ en de handclaps sloegen om de oren. Om kippenvel van te krijgen.
Als een volleerd fotomodel wandelde ze en als een dartelend veulen swingde ze op het podium. “Put your hands on me” ademde de sfeer van een donkere, rokerige nachtkroeg in gedempt licht en door de broeierige sax klonk de ‘50’s swingjazz door. Ze gaf haar stem meer draagkracht door de armbewegingen, die ook een teken waren over te stappen van een vollere naar een beperktere instrumentatie. Joss Stone ging gepassioneerd te werk, wat overtuigende versies gaf van subtiel uitgewerkte “Fell in love with a boy” en “Could have been you” (bezwerende pianotoets!), een heupwiegende cover van “Some kind of wonderfull” en een opwindende “You had me”. In het afsluitende “Tell me about it” stipte ze een medley aan van verschillende covers waaronder … jawel “You got to love” van Candi Station (het meest gecoverde nummer nu - is ook op de plaat te horen!), konden de groepsleden eventjes soleren en kwamen de twee backing vocalisten op het voorplan.

Joss Stone had een groot charisma en overstelpte haar fans met bloemetjes in de bis. We hoorden een swingende” Big ol’game”, waarin ze elementjes van andere covers verwerkte en “Uncredible”, die ze haar best geschreven song vindt. De twee nummers besloten de uiterst heerlijke, aangename, sfeervolle, broeierige set van een grootse, lieve dame die vooral zichzelf bleef.

Ook de support Jenny Lane mocht er best zijn. De 31 jarige Nederlandse zangeres kreeg de kans een dik half uur de debuut cd ‘Monsters’ voor te stellen. Ze won trouwens de talentenjacht in het Apollo Theatre in Harlem, NY. De vrolijke spring in ‘t veld is van vele markten thuis en brengt een warme, aanstekelijke en groovy sound van soul, pop en jazz. Ondanks de middelmatigheid van de songs, kon ze in sommige songs pit en dynamiek steken, wat ervoor zorgde dat we een prikkelende en bruisende “Say say say”, “Fear” en “Something beautiful” hoorden. De act, de podiumprésence en de sensuele danspassen waren een leuke toevoeging. Ze slaagde als een Lily Allen erin haar publiek op te hitsen en te verleiden tot meezingbare “Oohoohs” en handclaps. Kortom, iemand die je met de glimlach naar buiten deed gaan!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

De vijf Californiërs van Local Natives putten uit de traditie van warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana, die al in 2009 sterk werd onthaald met bands als Fleet Foxes, Grizzly Bear, Patrick Watson en Band Of Horses. Ook zij weten met stemmingen te werken. Aan de basis hiervan ligt de combinatie van vier zangers. Op die manier komt de huidige rits bands Megafaun en Fredo Viola na Local Natives bovendrijven.

Local Natives wist in geen mum van tijd een afgeladen Rotonde in te palmen. Ze durfden wat krachtiger en harder te gaan dan hun soortgenoten, gaven aan sommige nummers een groove door kleurrijke en zalvende toetsen, huppelende ritmes en een dubbele, opzwepende percussie, wat hen richting ‘andere geestesgenoten’ Vampire Weekend en Yeasayer bracht. We vergeten hierbij de invloed van het Canadese Arcade Fire niet, maar zeerzeker klinkt de ‘60’s traditie door van Beach Boys, Simon & Garfunkel, Crosby, Stills & Nash, en de ‘80’s funky loops van Talking Heads; niet voor niks staat “Warning sign” op hun grootse debuut ‘Gorilla Manor ‘ als cover. Het is een heel evenwichtige plaat geworden, die net als deze van Band Of Skulls (een tiental dagen eerder in de Bota te zien!) getipt wordt als één van de ontdekkingen van 2010!

Het was mooi om te zien en vooral om te horen hoe de vijf goed op elkaar waren ingespeeld, beschikten over een emotievolle stemmenpracht (vooral Ryan Hahn – Taylor Rice) en speels, gevat konden stoeien met hun instrumenten. Het kwintet kwam live heel sterk voor de dag. De sfeervolle en forser klinkende songs hadden een subtiele melodie en kregen soms een aardig leuk ritme mee.
We hoorden een afwisselende set, die stevig werd ingezet met “Camera talk”. Op het nummer hoorde je al hoe ze hun indiepop konden verfijnen en uitbalanceren. De popgroove klonk door op het opbouwende “World news” en het bezwerende en stuwende “Warning sign”, die het origineel oversteeg! En in deze outfit pasten enkele heerlijk sfeervolle parels als “Cards & quarters”, “Cubism dream” en “Stranger things”, letterlijk in de voetsporen van Simon & Garfunkel. Trouwens, in de bis speelden ze zonder versterking, ondersteund van handclaps “Cecilia” van de heren! “Wide eyes” en “Shape shifter” zaten middenin de set en vormden het hoogtepunt: gevarieerde, aanstekelijke, zwierige songs door de verrassende wendingen en de bezwerende, opzwepende percussie, sambaballen en synths; en de meerstemmige zang bood de dromerige ondertoon.
De groep breidde er een snedig slot aan met “Airplanes”, “Who knows who cares” en een mooi uitgesponnen “Sunhands”, die gekenmerkt werd door enkele instrument- en vocale explosies.

Local Natives speelde vol overgave, kon rekenen op een sterke respons en tekende alvast als één van de doorbraken voor 2010! De band moest het hebben van de wisselende stemmingen, gevoelige en bedreven instrumentatie en ontroerende vocale pracht!

Organisatie: Botanique, Brussel

De grensverleggende theatertournees ‘Code Red’, ‘The next dimension’ en ‘Frame by Frame, where art meets technology’ verweefde de Praga Khna sound van Maurice Engelen en Olivier Adams met spitsvondige technologieën van art, design, dans, choreografie en communicatie.
Moreese.com is de nieuwste productie van Maurice Engelen; hij geeft in z’n show, onder z’n toezicht, aanstormend talent de kans zich te ontplooien. Hij benadrukt het principe van ‘everybody is an artist’. De productie is trouwens gebaseerd op ‘virtuele communities’, die een brug slaan tussen de virtuele en de echte wereld, en die virtuele vrienden worden actief betrokken in de show. Hij zet zijn pionierswerk als creatieve katalysator verder. Moreese.com is een volgende stap in mans al indrukwekkende oeuvre … ‘life is art –take part of the experience’ …

’The creative adult is the child who has survived’… Moreese.com vertelt het verhaal van Vince, een jonge man op zoek naar zijn artistiek talent. De weg ligt bezaaid met doornen, maar gesteund door zijn vrienden en geïnspireerd door zijn grote voorbeelden kan Vince zijn reis tot een goed einde brengen. Mensen en beelden imponeren Vince, met vallen en opstaan, om zijn droom te verwezenlijken en iets van zijn leven te maken. Doorzettingsvermogen en vastberadenheid schenken hem de kracht en het zelfvertrouwen. Het is een gewoon verhaal, dat in een multimediale show is gegoten ….‘You can do it, Vince’ zoals Maurice telkens aanhaalt …

Op een groot scherm werd de communicatie van vrienden geprojecteerd; achteraan het podium speelden bevriende muzikanten van Maurice zachte en krachtige dromerige, sfeervolle en filmische electropop, die soms aardig kon rocken of hemels klassiek kon zijn, met een operazangeres. Wanneer Vince zich niet vooraan op het podium bevond, werd die plaats ingenomen door dansers of zagen we een (leuke) act met flashy lights, wat het geheel op een hoger niveau bracht. Een mix van beelden en gebeurtenissen en Maurice zelf, die overal eens kwam tussenfladderen en het geheel aan elkaar zong of praatte …
Ze probeerden beeld, muziek en show tot één ritmisch concept te versmelten, ondanks het feit dat het verhaal niet altijd te vatten en te volgen was …maar ja, voor niks noemt men dit postmodern entertainment.

Belangrijk was dat de creatieve uitspattingen van Maurices Facebook-vrienden en de talenten aan de captatiewagen, die de afgelopen zomer het ganse land doorkruiste, een mooie, voorname kans kregen met deze tour; een onvoorwaardelijk respect voor Maurice, die steeds opnieuw zichzelf probeert uit te vinden …

Organisatie: Kursaal, Oostende

Pagina 249 van 300