logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Zara Larsson 25...
Manu Chao - Bau...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 21 mei 2009 03:00

Olivia Ruiz - concert AB op 19 mei 2009

De Franse songschrijfster Olivia Ruiz (geboren Olivia Blanc) kon haar muzikaal talent al aan het grote publiek voorstellen met de French TV Show ‘Star Academy’. Naast haar solocarrière, die zich centraliseert in het Franse chanson en pop, werkte ze reeds samen met diverse Franse songschrijvers en is een veel gevraagde zangeres voor duetten . Ze was te gast voor een concert in de AB. Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

vrijdag 24 april 2009 03:00

Away from weathering sun

Airport City Express is een band ut Luik. Ze behaalden in 2007 al een finaleplaats van het Waalse Pure Demo; bij onze Franstalige vrienden is dit alvast een puik resultaat. Hun vijf indiepop songs refereren aan het te vroeg heen gegane Orange Black en Grandaddy door de psychedelica toets en Girls In Hawaii door de lichthese zang. De groep zweert trouw aan een lofi Pavement aanpak. Dromerige, broeierige, aanstekelijk en frisse pop, die intrigeert en overtuigt. Ze debuteerden op het Jaune Orange Records
Info op http://www.collectiefjauneorange.net

donderdag 14 mei 2009 03:00

21st Century Breakdown

Vijf jaar na ‘American Idiot’ is het Amerikaanse punkrocktrio Green Day, onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewijzen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen: catchy, vaardig en gedreven. 18 songs vinden we terug, die ‘oude’ bands als The Offspring, Rancid en reeds teloorgegane Blink 182 en Sum 41 het nakijken geven. En jonge bands mogen opkijken naar deze ‘dolle’ veertigers …
De meeste songs liggen in dezelfde lijn als hun snedige single”Know your enemy”, maar af en toe gaat men richting melige ballad, “Last night on earth” en “21 guns”, “Restless heart syndrome” begint op dezelfde wijze, maar al gauw wordt het overstelpt door de 1-2-3 gitaar, een opzwepende bas en drums; een country inslag horen we dan op “Peacemaker” en “Viva la gloria (little girl)”. Het zorgt voor een gepaste variatie op dit album. “American Eulogy”, dat in twee stukken is onderverdeeld, verwijst naar de punkrockopera van de vorige cd.
Dit is Muzikaal Speelplezier en Entertainment vol Emotie. Puik werk van deze gasten.

David M Stith: een talentrijk singer/songwriter die z’n complexe leefwereld vertaalde in de ‘Heavy ghost’ plaat, opvolger van de verschenen EP ‘Curtain Speech’: het zijn intrigerende composities, meeslepend en intiem van aard, dromerig, gevoelig als - door het klankuniversum van drumroffels, strijkers (celliste/violiste) en mans bezwerende zang (een ietwat engelachtige stem) -, onheilspellend en mysterieus. Ze hebben een intense songopbouw, een broeierige spanning en klinken boeiend door de aanzwellende partijen. Vroeger kon Stith z’n creativiteit via poëzie en beeldende kunst kwijt. Na enkele muzikale omzwervingen werkte hij samen met Shara Worden (My Brightest Diamond), kwam in contact met Sufjan Stevens, en begon dan aan eigen werk.

Een charismatisch artiest zonder rockallures, een student ‘lookalike’, wat nerveus, twijfelend als worstelend op het podium, maar éénmaal een song wordt aangevat, nam hij een zelfverzekerde houding aan van z’n adembenemend soms bevreemdend materiaal, wat het wereldje van Sufjan Stevens en Bon Iver opriep. Hij maakte z’n debuut op Belgische bodem …
Een klein uur lang wist deze jonge gast ons in z’n greep te houden: “Pity dance” opende sfeervol en dan kwam de warm, innemende sound en de ritmische uitbarstingen op “Thanksgiving moon” en “Around the lion legs”: Stith zette ze sober in, liet ze mooi aanzwellen, bouwde de instrumentatie op en tot slot dreven de tromroffels de onvoorspelbaarheid op. Of hij liet ons wegdromen met songs als “Pigs” en “Fire of birds”, “Morning glory cloud” en “Brad of voices”, die zelfs aardig in de buurt kwam van Simon & Garfunkel: een spaarzame begeleiding en een fijngevoelig samenspel, gedragen door Stith’s impressionant zachte tot soms hoog uithalende vocals. Het afsluitende “Just once”, van z’n EP, ontroerde door de resonantie van spookachtige soundscapes van rode, flexibele plastieken buizen (door het zwaaien begonnen ze op een boemerang te lijken).

Een onderhouden set, die de wisselende emoties van op de plaat moeiteloos kon weergeven, tekenend voor een groots artiest in wording; hij wist de puike composities geniaal met z’n begeleidingsband te spelen. Juweeltjes van een te koesteren artiest.

Ook de singer/songschrijfster en violiste Marla Hansen overbrugde de afstand naar het publiek met haar zacht, ingetogen materiaal, bepaald door vioolgetokkel, een akoestische gitaar en een spaarzame cello, gedragen door haar lichthese, emotievolle stem (nauw verwant aan Suzanne Vega). Samen met de celliste maakte ze deel uit van Stith’s band en speelde ze al een rolletje bij The National, My Brightest Diamond en Sufjan Stevens. Het ging er erg gemoedelijk aan toe op het podium. Ze liet ruimte voor spontaniteit, wat een warm, sfeervolle set opleverde. Ook de U2 cover “One tree hill” klonk sober en elegant in deze muzikale outfit. En op het eind kwam Stith met de zijnen nog de sound verstevigen. Een gezellig onderonsje door de freakende folkpop aanpak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

donderdag 07 mei 2009 03:00

Dance Mother

Uit Brooklyn, NY, hebben we het jonge bandje Telepathe, waarvan de stemmenpracht en de samenzang opvalt van Melissa Livaudais en Busy Gagnes. De plaat was in productie van Dave Sitek van TV On The Radio, die de band graag liet stoeien op hun toetsen, zonder de melodie en toegankelijkheid uit het oog te verliezen. Ze bewegen zich tussen pop, dance en wave en brengen sfeervolle, dromerige elektronicapop, waarvan “In your line” en “Can’t stand it” de uitschieters zijn. We horen een krachtiger beat op “Lights go down”. Een vleugje Cocorosie is hier op z’n plaats qua speelsheid en frisheid van het materiaal en qua samenzang. ‘Dance Mother’ is een fijn, leuk tweede plaatje van dit gezelschap!

donderdag 07 mei 2009 03:00

Checkmate Savage

Een verrassend plaatje is het debuut ‘ Checkmate Savage’ van het Schotse aimabele The Phantom Band. Vlot kunnen we ons laten meeslepen in hun goed opgebouwde en intens broeierige composities van  bezwerende pop met een tikje postrock, rootsrock en groove. De groep haalt uit alle stijlen wel iets, wat een boeiende geluidscollage oplevert, en gooit er zweverige vocals en meerstemmige backing zang tegenaan. Spannend songmateriaal dus. Check het maar even zelf: de opbouwende opener “The howling” klokt al boven de zes minuten , “Burial sound” refereert door z’n repetitieve opbouw en spaarzame begeleiding aan Slint en we horen de americana van bluesslides op “Halfhound”, “Islands” en “Throwing bones”. Ook het instrumentaal filmische “Folk song oblivion” past mooi binnen het veelzijdige kader van de band. Tot slot is er het afsluitende “The whole is on my side”, een bijna acht minuten durende bezwerende, dromerige trip om dan plots wakker geschud en geconfronteerd te worden met de dagdagelijkse realiteit. Een gevarieerde plaat en te koesteren debuterend bandje.

Een avondje electro’clashende’ pop van drie voorname exponenten van strak om het lijf hangende electrodancerock: Naive New Beaters, We Are Wolves en Metronomy, waarvan het Canadese We Are Wolves het haalde op punten…Tja, niet voor niks had de organisatie al een Nuits Quebec geprogrammeerd in één van de zaaltjes om de Canadese pop te duiden …Er leeft daar duidelijk wat …

Het Frans-Amerikaanse Naive New Beaters trok alle registers open met aanstekelijke beats, vibes, nu rave, hiphop, indierockende gitaarloop en opzwepende raps. Hun debuut verschijnt eerstdaags. Plaats bands als Klaxons, The Rapture en Friendly Fires binnen hun stijl en je hebt als uitkomst deze jonge Fransen …

Het Canadese We Are Wolves is één van de hippe bands voor de toekomst. Ze zijn toe aan hun derde cd. ‘Nous Sommes Loupes’ houden de electropop erg boeiend. Eerst hoorden we invloeden van uit de Electronic Body hoek van ‘80’s Front 242 en Neon Judgement, dan hadden we een strakkere electro aanpak in een rockconcept, en tot slot kregen we bruisende postpunk met krachtige synthbeats. Gracieus besloten ze met “Magique”, gelaagd aan het dreunende Suicide onder een declamerende zang en vocoder vocals. Alternatief toegankelijk. Het trio zijn ook fervente kunstliefhebbers, hetgeen te zien was in hun performance, plus dat ze een soort ‘vliegenmepperend’ hoofddeksel droegen …

We maakten kennis met het Britse Metronomy als support van Bloc Party, anderhalf jaar terug. Ze traden aan in een bijna totaal nieuwe bezetting. Ze zijn uitgebreid tot een kwartet en na het vertrek van één van de elektrotechneuten zijn ze nu geëvolueerd tot een volwaardige live band. Een voller geluid hoorden we, waarbij de elektronica en laptopsounds wat op het achterplan zijn geraakt. Heerlijk frisse indie-elektronica, die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. We zagen dansende eerste rijen en heupwiegende fans op “Heart rate rapid” en “Holiday”. “Radio Ladio” en “A thing for me” benaderden de sfeervolle, hartverwarmende pop van het kwartet en ze verhoogden het tempo opnieuw met “Heart breaker” en “What do I do now, overstelpt met Kraftwerk synths.
Met ”The end of U2” en “On danceflooors” trok het kwartet de kaart van groovy, pompende dance, die samen met “You could easily have me” in de bis grootse dancefloorkillers waren. Ze werden heel sterk onthaald. En btw onze Franstalige vrienden zijn er hevig fan.

We Are Wolves haalde het op variëteit en originaliteit, Metronomy op toegankelijkheid en dance.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

De nieuwe plaat ‘ Sun gangs’ is nog maar pas uit of daar zijn The Veils van zanger/gitarist/pianist Finn Andrews op tournee na ruim twee jaar om de plaat kracht bij te zetten. Met de twee vorige cd’s ‘The runaway found’ (‘04) en ‘Nux Vomica’ (‘06) (wereldplaat trouwens!) waren we al goed vertrouwd, maar net als het publiek, moesten we het ‘pretty new material’ nog wat over ons heen laten komen.
The Veils zijn alvast meesters in het brengen van contrasten van lieflijke, breekbare pop tot weerbarstige americana, ergens tussen Cave, 16 Horsepower, The Triffids en V.U. Uit de tracks die we al konden horen van de nieuwe plaat, moeten we terug dat sublieme evenwicht van broeierige rootsrock en meeslepende emotionaliteit en intimiteit concluderen, onder Andrews pakkende, doorleefde stem.

Ook live werd die gevarieerde aanpak beklemtoond. De groep - intussen uitgebreid met een backing vocaliste (had een maagdelijk wit kleedje aan) - trok meteen de aandacht met de bezwerende rocker “Three sisters” uit de recentste cd. Even gepassioneerd en gedreven klonk “The letter” om dan de eerste herkenbare tunes te spelen van het opbouwende “Calliope”.
In het eerste contact met z’n publiek excuseerde frontnam Andrews zich. Een hese, krakende stem en keelproblemen …. Maar geen nood, vanuit het publiek kreeg hij onmiddellijk een pint om de keel te smeren, wat hij in dank aanvaardde. Het ijs was doorbroken om het publiek in de rest van de set te betrekken.
Door Andrews intense pianospel en z’n licht klaaglijke zang was de factor gevoeligheid hoog op de indringende, sfeervolle songs “It hits deep”, “Pan” en “The house she lived in”. De dreigende emotie zetten ze met bezieling verder in pittige en frisse versies van “Advice for the young mothers to be” en “Jesus for the jugular”, net de twee meesterlijke songs van de ‘Nux Vomica’ plaat.
Ondanks de doordachte aanpak van hun nummers gaf de nonchalance waarmee Andrews sukkelde met z’n microfoon en om z’n gitaar in te pluggen, het geheel wat spontane charme. Op de afsluitende song “Larkspur” kwamen ze zelfs aardig in de buurt van de bezwerende spanning en dreiging van Woven Hand. Ze leverden knap werk af om de acht minuten sfeerschepping (surplus Andrews declamerende zangstijl deze keer) van op de plaat live te brengen.
Na een klein uur was het muzikale avontuur bijna over, maar dit was de buiten de waard gerekend dat Andrews, naast een obligate bis, waar we het sobere “Scarecrow” en de spannende rootsrockende “Nux Vomica” hoorden, begon aan een soloperformance. Hij liet de keuze aan de fans. Hij was eerder verbaasd dat nummers gevraagd werden van het debuut, maar in de onderhandelingsronde kwam het tot één nummer van elke plaat, waaronder we een prachtversie van “Livinia” en “Sun gangs”, de titelsong van de recente plaat noteerden. Het onderstreepte de vriendelijke uitstraling van de man, die meteen ook aantoonde hoe z’n songs tot stand kwamen.

The Veils slaagden er moeiteloos hun publiek te laten meeslepen in hun indringende americana/roots/poprock en toonden nogmaals aan dat ze er live staan … U bent gewaarschuwd om hen zeker eens aan het werk te zien … Met een knipoog van één van hun dierbaarste fans van de site, die goedgemutst op hen neerkeek …

Support was multi-instrumentalist Richard Swift, die op tournee is met een full band; z’n spaarzame lofi pop/elektronica kreeg hiermee wat meer armslag. Hij stoeide maar al te graag met z’n stem, die op de afsluitende song door de reverbs het sterkst tot z’n recht kwam.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 256 van 296