logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events 2024 - 14 febr: Sprints, English teacher - 14 febr: Alessandra (ism Live Nation) - 15 febr: Junior, Stoop Kid - 16 febr: Thrice - 20 th anniversary tour - 16 febr: Emo night Antwerp - 17 febr: Maksim (ism Live Nation) - 17 febr: Dikke…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Depeche Mode - ...
Civic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

zaterdag 23 februari 2008 01:00

Een generale repetitie van Pere Ubu

Pere Ubu is al 30 jaar de band rond de imposante singer/songwriter David Thomas uit Cleveland, Ohio. Avantgarde/psychedelicapop, waarbij de songs een broeierige spanning hebben, onverwachtse wendingen ondergaan en een portie avontuur en experiment bevatten. Het zijn vaudeville songs op z’n Tom Waits, die zeggingskracht krijgen door de neuzelende, neurotische klaag/praatzang van Thomas en mans afdwalende blik. Memorabele platen in het oeuvre waren het debuut ‘The modern dance’ en ‘The song of the bailing man’. Thomas nam pas in 2006 de draad terug op met Pere Ubu, want hij had tussenin de handen vol met het muzikaal project van The Two Pale Boys, met vaste rechterhand/gitarist Keith Moliné.
Pere Ubu concerteerde anderhalf jaar om hun laatste cd ‘Why I hate women’ voor te stellen. Een nieuwe cd blijft voorlopig uit en zo te horen van Thomas gaan ze pas in het najaar opnieuw de studio in.

Spijtig genoeg zagen en hoorden we weinig nieuws (de klemtoon kwam op de laatste twee cd’s ‘Why I hate women’ en ‘St. Arkansas’); natuurlijk is het altijd wel leuk Thomas aan het werk te zien: regenjas aan, hoed op, de ogen halfopen - verzonken in z’n dwarrelende leefwereld -, een glimp naar z’n tekstboek en naar het publiek, een flesje wijn bij de hand, de paar pinten op het podium en z’n stoel, waarop hij af en toe eens uitrustte toen de anderen soleerden.
Meteen begon Thomas met een niet voor de hand liggende song “Texas Overture, een lang nummer, afsluiter van de laatste plaat, bepaald door een onheilspellend, dreigende opbouw en mans praatzang. De soundtrack voor een David Lynch film.  “Babylonian warehouses” had een repetitief karakter en liet Thomas horen door een telefoonmodule . Directer en meer rechttoe –rechtaan klonk “Caroleen”. Vervolgens grossierde hij in z’n oeuvre met “Stolen cadillac”, “Folly of youth”, “Perfume”, “Phone home Jonah”, “Sad txt” (trouwens één van z’n favorieten, een trieste liefdesverklaring maar tevens ook afwijzing!) en “The modern dance” die de set al na een uur besloot. In de bis hoorden we dezelfde songs als anderhalf jaar terug: “Dark”, “Final solution”, “Street waves” en  “We have the technology”, sommige mooi uitgesponnen, waarbij Thomas z’n muzikanten de vrije loop liet; vooral de experimenteerdrift van leden Moliné (op gitaar) en Wheeler (vervormde geluidjes en bleeps op synths en resonantie) maakte van Pere Ubu een te onderscheiden band.
Af en toe verliet Thomas zelfs de set, of bewoog rusteloos op het podium, of plofte zich neer op z’n stoel, nippend aan de fles wijn of een pint bier.
Hij was minder van zeg dan vorige keer. De interacties waren koeler, maar na het optreden herkenden we die vriendelijke weirdo man van warme contacten.

Ondanks de origineel unieke sound, gaf Pere Ubu in de Ha eerder een opwarmertje van een generale repetitie.

Support was Kawada uit Merchtem, die begin maart hun debuut (op Keremos label) zullen uithebben en al wat fraais lieten horen op hun anderhalf jaar geleden verschenen EP. De band brengt avontuurlijke, sfeervolle poprock, met blazers, toetsen en viool. Spil is zanger/componist /pianist Joeri Cnapelinckx, die vocaal leunt aan Bent Van Looy. Trouwens, de invloeden van Das Pop en Absynthe Minded waren te horen bij deze beloftevolle band, die broeierig en gevarieerd songmateriaal voorstelde.
Het wordt uitkijken naar deze band, die zich al eens in de kijker speelde op één van de vroegere préselecties van Humo’s Rock Rally.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

donderdag 14 februari 2008 01:00

Neil Young: zestig plusser bijt van zich af

Muziekicoon Neil Young, de zestig voorbij, leverde vorig jaar nog een behoorlijke plaat af ‘Chrome Dreams II’, die z’n superieure gitaarspel en z’n emotievolle vocals in de schijnwerpers plaatste. Te Antwerpen vatte hij z’n Europese ‘Continental Tour’ aan .

Het eerste deel van de set van deze Canadese Amerikaan was akoestisch. Als een mooi uitgedoste gitaarkoning pootte hij zich neer op zijn troon, omringd door een zevental gitaren en een piano. Hij kon meteen rekenen op een warm onthaal toen hij “From Hank to Hendrickx” begon. Op de olf folky song “Ambulance blues” kon het publiek al genieten van z’n bedreven gitaarspel, en op “Sad movies” en “Harvest” gaf hij de indruk in je knusse huiskamer te spelen. “A man needs a maid” en “No one seems to know” klonken sfeervol door toetsen. Een mooie afwisseling. Hij behield de intimiteit op “Love art blues” en “Mellow my mind”, die elan kreeg door dobro .
Neil groef diep in het verleden toen hij met de van Stephen Stills verkregen gitaar “Out on the weekend” inzette. Tenslotte besloot hij met “Love is a rose”.
Een uurtje doorwinterde singer/songwriterpop.
Na een kleine pauze kon het elektrische deel beginnen. Young speelde zo’n anderhalf uur met vaste bandleden Keith, Rosas, Molina en Crawford, naast vrouwlief Pegi Young.
Een snedige rockaanpak hoorden we op “Mr Soul” en het nieuwe grungy klinkende “Dirty old man”; Het subtiele gitaarspel van Young kwam naar voor, misschien met iets minder punch dan vroeger, maar voor een man op zijn leeftijd slaagde hij er nog steeds in van zich af te bijten! “Spirit road”, “Winterlong” en “The believer” klonken dromerig en ingetogen. Het waren aangename rustpunten in de set. Tenslotte konden we genieten van uitgesponnen versies van “No hidden path”, “Cinnamon girl” en “Cortez the killer”, die een schitterende apotheose vormden. Een staande ovatie was het logische gevolg voor Neil Young en z’n band.
Tussenin was een schilder op het podium bezig, die aan elk nummer een doek wijdde. Fijn gevonden!

Een pak klassiekers liet Young thuis, doch dit deed geen afbreuk aan de prestatie van deze begenadigde singer/songwriter. Ondanks de hoge ticketprijs was zijn stop te België een absolute aanrader.

Vrouwlief Pegi Young kon rekenen op enkele muzikanten uit Neils stal en speelde aanstekelijke alt.country songs in een volleerde Emmylou Harris stijl. Een uitgebreid instrumentarium van gitaar, dobro, steelpedal en modharmonica ondersteunden deze muzikale aanpak.
 
Organisatie: Live Nation

donderdag 14 februari 2008 01:00

The day after

Drie jaar terug debuteerde De La Vega met ‘Falling into place’. Ze kwamen eerder nog in de belangstelling met de superzwoele single “Surely”. De La Vega bracht een veelheid van invloeden samen tot een eigen geluid: een groovy, sfeervolle, innemende en broeierige sound. Vocaal wordt de sound op de tweede cd moeiteloos opgevangen door Elke Bruyneel, die Lize Accoe vervangt.
De La Vega staat garant voor dromerige, romantische en loungy soulpop met een jazzy tint: “One time”, “The day after (part I)”, “Dance baby” en “Once in a lifetime”. De opener “Charlatan”en “La derniere guitare”, gedragen door de zwoele praatstem van de Franse radiomaker Mark Isaye, lijken regelrecht de soundtrack van een Franse avonturenfilm in de sixties. Ozark Henry stond in voor “Little clouds”, het sterkste nummer van de plaat .
‘The day after’ is op plaat in drie stukken verdeeld en klinkt meer afgelijnd en eenduidiger dan de vorige cd , maar boet niks van de warme sensualiteit . Puike cd van de band.

Het Antwerpse kwartet Belgian Asociality (Mechelen, Keerbergen) bestaat twintig jaar. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige pop’, Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), zijn opnieuw wakker geworden en zullen binnen enkele maanden een nieuwe ‘worp’ klaar hebben na ‘Belgian Asociality, ‘Astamblieft!’, ‘ATP’ en ‘Wakker worre’. Korte, krachtige, opzwepende songs met humoristische en cynische no-nonsens teksten, die meezing- en meebrulbaar zijn. Invloeden uit de hardcore, ska, metal en country worden aangehaald. “Zonder schroom, zeggen wat je denkt”! Maw dit is prettig gestoorde, rammelende pretpunk! Hen wordt amateurisme verweten van eenvoudige, simpele muziek, doch ze slagen er telkens in een feestje te bouwen, waar gretig kan gestagedived en gepintelierd worden.
In Zaal Black Horse was dit ook het geval. Meteen zat de vonk erin; wat wil je met songs als “Stagediv”, “De gefrustreerde automobilist”, “Boerderie”, “Morregen”, “Feasty boys”, “België” (met persiflage van het volkslied op z’n Leterme’s), “Jupiler”, “Bompa punk”, “Wodka”, “Van mijn erf” en “Non non, rien ne va changer, tout va continuer”.
Een klein anderhalf uur lang hielden ze het tempo hoog, ondergingen de songs leuke, soms onverwachtse, wendingen en ontpopte den Mark zich als een ‘Sergio’entertainbeest.
Ze speelden een best of, waarbij af en toe eens een nieuw nummer werd voorgesteld, waaronder “Die van ons”. Op die manier wordt het dus nog eventjes afwachten hoe de nieuwe plaat zal klinken “Het is gedaan” en “’t’Is weer goe geweest” in overtuigende acapella stijl, besloten de set.

Belgian Asociality heeft na 20 jaar nog niks ingeboet van hun ‘boereleute’ mentaliteit. Zoals ze zelf zeggen “Wa minder haar, moar nog ne even grote smoel”.

Het jonge plaatselijke gezelschap ICTC gooide er een pak ACDC covers tegenaan, waarbij de zanger en de gitarist zich als een jonge Johnson en  A.Young onderscheidden. Ze hielden het publiek in hun greep met puike covers als “Back in black”, “If you want blood, you’ve …”, “Thunderstruck”, “For those about to rock”, “Highway to hell”, “Rock’n’roll damnation” en “Whole lotta Rosie”. Tof bandje.

Organisatie: The Unforgiven ’motorcycle’ Brotherhood, Oudenaarde-Ename

Het Amerikaanse The Von Bondies liet in 2004 van zich horen met de single “C’mon C’mon” uit hun  tweede cd ‘Pawn shoppe heart’. Een fris, gedreven, energieke poppy rock’n’roll sound. Frontman is Jason Stollmeister, vocaal bijgestaan door de twee mooi ogende dames Gbur/Banks. Op Werchter, vier jaar terug, was er sprake van een lauw, rommelig concertje en staken ze onvoldoende dynamiek in de set. Het was trouwens niet de meest happy periode, want naast de wisselende concerten, kwam Stollmeister in conflict met boezemvriend Jack White, wat Jason –en  z’n band - in een negatief daglicht plaatste.

De voorbije jaren was het stil rond deze beloftevolle band. Ze ondernemen momenteel een korte tournee om de binnenkort nieuwe cd ‘Love, hate and then there’s you’ te promoten.
Een uitverkochte Rotonde bewees dat de band nog niet in een godvergeten hoekje werd geplaatst. Een opvallend jong publiek genoot van een kwintet die op scherp speelde: een goed geoliede band, snedig strakke rocksongs - onder diverse tempowisselingen -, enkele puike soli en tenslotte de sterke zang en  vrouwelijke backing vocals. De songs volgden elkaar in sneltempo. De oude Datsuns leken wel herboren. Stollmeister en z’n bandje waren onder de indruk van de respons en lieten zelfs op het eind de eerste rijen op het podium toe.
Het oude “It came from Japan” uit hun debuut ‘Lack of communication’ (nog geproduced door Jack White!) zette de garagerock’n’roll toon. Ze hielden het tempo hoog met songs als “Tell me what you see” en “Fever”. Af en toe was er ruimte voor enkele nieuwe songs als “Pale bride” en “Rock’n’roll nurse” (door de drummer gezongen).
De cd ’Pawn shoppe heart’ was de rode draad doorheen de korte, stevige set: “Not that social”, waar de dames Gbur/Banks de vocalen op zich namen, “Been swank”, “Pawnshopped heart”, en de single “C’mon C’mon”.
Enkel in het eerste nummer van de bis, de titelsong “Lack of communication”, klonken The Von Bondies ingetogen, pakkend en breekbaar, bepaald door de mooie samenzang van Stollsteimer/Banks. Het rock’n’roll hart sprak “No regrets” en “Broken man”, die de set op wervelende wijze besloten.

Het kwartet werd sterk onthaald en uitvoerig bedankt. Van een beginnend rommelig, rammelend bandje was er geen sprake meer.

The Hickey Underworld, winnaars van de voorbije Humo’s Rock Rally, openden. Ze speelden een strak setje emocore à la Quiksand. Ze lieten een goede indruk na. Ze zijn bezig aan hun debuut, en na de overtuigende live prestatie betekent dit … in het oog houden!

Organisatie: Botanique, Brussel

Githead is het nieuwe muzikale project van Colin Newman, ex Wire. Dertig jaar terug lag hij met z’n band aan de basis van de huidige postpunk; in 2003 was er zelfs een nieuw teken van leven met de ‘Read & Burn’ EP’s en de cd ‘Send’. Op Pukkelpop 2003 gaven deze vijftigers de upcoming jonge postpunkbandjes (van toen) het nakijken, met hun rechttoe-rechtaan, snedige, punky melodieuze gitaarrock. Ze speelden een hels moordend tempo.
Githead klinkt verfijnder, subtieler en toegankelijker en kruist Wire’s postpunk en Yo la Tengo’s indiepop. In Githeads geluid horen we Wire’s melodieuze opbouw en pakkende refreintjes.
Newman heeft als tweede gitarist Robin Rimbaud (aka Scanner), bassiste (en vrouwlief) Malka Spigel en drummer Max Franken (beiden ex Minimal Compact) in de band.

Een klein anderhalf uur lang speelde het kwartet songs van hun reeds twee verschenen cd’s ‘Profile’ (’05) en het recente ‘Art Pop’(’07): broeierige gitaarpoprock, een diepe bas, opzwepende percussie, enkele puike soli en een melancholische zang.
In het begin hoorden we met “Alpha”, “On your own” en “Fake corpses” een intens, meeslepende sound. Ze zetten een tandje bij, want “Drop” en “Drive by” klonken steviger. Spigel nam de vocals op zich op het meer ingetogen wave elektronica getinte “Lifeloops”. Het was de aanzet naar enkele dromerig sfeervolle indiepop songs waaronder ‘To have & to hold” en “Craft is dead”; een sterke samenzang kleurde het geheel.“All set up/comprehension” en “Live in your head” onderstreepten de kwalitatieve sterkte van  Newman’s songschrijven, vaardige, mooi uitgesponnen nummers die een hoogtepunt vormden in de set.
Het Britse kwartet kon rekenen op een sterke respons. Tweemaal keerden ze terug met een snedig klinkende “Profile”, een op z’n Yo La Tengo’s weemoedige “Raining down” met de stem van Spigel, en tenslotte een reprise van de single “All set up/comprehension”.

De groep heeft een serieus stuk underground geschiedenis achter de rug van vier fraaie artiesten. Ze zorgden voor een niet onaardige, afgewerkte set, die af en toe krachtiger klonk.

Het Mexicaanse Los Llamarada kon het etiket van ‘beloftevol bandje’ onvoldoende waarmaken. Hun rauwe postpunk met feedbackgeraas en de afwisselende mannelijke en vrouwelijke schreeuwzang, boden te weinig spanning, wat de interesse deed afnemen. Het kwartet had wel iets van PIL, maar stootte op te weinig hecht boeiend songmateriaal. Op plaat klinken ze geolied en gedurfd, live chaotisch en rauw, rammelend die de bocht van ‘jong inspiratievol’ miste.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

dinsdag 22 januari 2008 01:00

Morrissey twintig jaar aan het werk

Het muzikaal avontuur van het songschrijversduo Johnny Marr en Steven Morrissey,The Smiths, één van de exponenten van de (huidige) Britpop, werd stopgezet in 1987.
Morrissey is momenteel twintig jaar solo actief, wat wordt gevierd met een compilatie cd, een nieuwe cd in het najaar en een (mini)tournee. Deze nobele, die wat nors neigende trekjes heeft van Van Morrison, hield halt te Lille.
In de zomer van 2006 trad hij op in de AB te Brussel; we onthielden een frisse, aanstekelijke set en een aangenaam, vriendelijke man.

De set werd ingeleid met zwart/wit fragmenten van artiesten, 40 jaar terug in de tijd: James Dean, Sacha Distel, Claude Brasseur, Brigitte Bardot en New York Dolls. De rock’n’roll twist en de Morrissey ‘lookalikes’ zweepten het publiek op; Morrissey kon rekenen op een horde ‘die hard’ fans, die geen glimp van hun ‘80’s idool wilden missen, en z’n naam scandeerden.
Samen met een jongere begeleidingsband, mooi uitgedost met wit hemd en das - én waarbij we op de drums ‘Some of us is turning nasty’ opmerkten -, vatte Morrissey een twee uur durende set aan, die snedig, bedreven als sfeervol, melancholisch klonk.
Morrissey, half open ogen en het gezicht half gekeerd naar publiek en band, laveerde als een échte nobele Britse gentlemen over het podium; hij was goedgeluimd, schudde handjes met z’n fans op de eerste rij en boog eerbiedig het hoofd na de sterke respons op de songs. Z’n stem heeft nog niks ingeboet aan emotionaliteit: weemoedig, warm en overtuigend.
Morrissey opende ijzersterk met een Smiths klassieker “How soon is now?”: mooi uitgesponnen en een krachtig klinkende opbouw. Trouwens, hij speelde een paar Smiths songs - “You’ve heard this one before”, “Stretch out & wait” en “Death of a disco dancer” -, die aan de set een frisse injectiestoot en een fijne ‘80’s trip gaven.
Morrissey grossierde in z’n uitgebreid oeuvre, doch de klemtoon lag vooral op de recente cd’s ‘You are the quarry’, ‘Ringleaders of the tormentors’ en prijsbeest ‘Vauxhall & I’: “The first of the gang to die”, “I just want to see the boy happy”, “Billy Budd”, “Life is a pigsty” en “Why don’t you find out yourself?”. Hij lichtte dikwijls een tip van de sluier van het nieuwe veelbelovende materiaal: “That’s how people grow up” (nieuwe single!), “All you need is me”, “Something is squeezing my skull”, “I’m throwing my arms around Paris” en “Mama lay softly on the riverbed”; Sfeervolle, dromerige songs met een stevig scherp randje.
Morrissey stevende naar een climax en werd door een paar fanatiekelingen beloond op het podium, die hun ‘80’s icoon omhelsden. Een subtiel opgebouwd ”Irish blood, English heart” sloot de set af.
In de bis hoorden we geen “Everyday is like a sunday”, maar een volledig uitgediepte instant klassieker “The last of the famous international playboys”, wat eervol en overtuigend de avond beëindigde.

Zoals oude kratten wijn, wordt Morrissey er met de jaren beter op. Een weemoedige ondertoon kenmerkt twintig jaar Morrissey, zonder dat de drive verloren gaat.

De uit San Antonio, Texas afkomstige ‘girl’band Girl In A Coma, gehaald van Girlfriend in a coma (?) van The Smiths, wist op z’n  Joan Jett’s en Sleater-Kinney’s rauw, rommelige punky gitaarrock te spelen. De zangeres, met een indringende blik en een felle schreeuwzang, werd geruggensteund door twee corpulente zussen; ze stelden enkele songs van hun debuut ‘Both before I’m gone’ voor.

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

donderdag 10 januari 2008 01:00

Trees outside the academy

Thurston Moore is één van de belangrijkste songwriters van het gitaarrammelende noisepop gezelschap Sonic Youth . Deze bijna vijftiger bracht naast SY-werk al enkele samenwerkingsverbanden uit, en heeft na ‘Psychic Hearts‘ (’95) z’n eerste soloplaat uit.
We horen fijnzinnige, sfeervolle songs van de rauwe dwarrelende gitaarpop van SY, semi-akoestisch werk, sferische instrumentaaltjes en enkele tapes. Af en toe kan het wat krachtiger en bedreven klinken, en is het eerder een SY concept, zoals op “Wonderful witches/language meanies” en de titelsong. “The shape is in a trance”, “Frozen guitar”, “Honest james” en “Silver blue” zijn uiterst aangename songs (staan op het eerste deel van de cd!) en “Thurston@13” is een gestofte tape toen hij dertien was. Het tweede deel is beduidend minder boeiend.
De plaat werd opgenomen in de huisstudio van J. Mascis en naast hem, hielp SY drummer Steve Shelley mee en zijn er vioolpartijen van Samara Lubelski.
De plaat beantwoordt nauw aan wat Pavement medio de jaren ‘90 afleverde.
Besluit: een soloplaat met enkele fraaie songs van deze frontman, wat een aangename verpozing is binnen het oeuvre van SY.

donderdag 27 december 2007 01:00

Arquettes EP

Het Gentse Arquettes debuteert met een weerbarstig plaatje van vijf songs. Rauw melodieuze, broeierige rock’n roll en sfeervolle toetsen , ergens tussen een venijnig klinkende Das Pop, The Van Jets en een bedreven Sparklehorse, onder een bitterzoete samenzang, siert dit viertal.
De EP kwam tot stand met Pascal Deweze van Sukilove (en talloze andere projecten). Ze onderscheiden zich al met songs als “It’a relief” en “Feehler”. “The great diverse” en “Dress” behouden dezelfde vaardige, snedige aanpak. Het semi-akoestische “Her Party” besluit de EP en zorgt voor een aangename verfrissing van dit beloftevol sympathiek bandje.

Info op www.myspace.com/arquettes

donderdag 27 december 2007 01:00

The Shepherd’s Dog

Iron & Wine is het muzikaal project van de bebaarde Amerikaanse singer/songwriter Sam Beam. De huidige aanpak is duidelijk breder dan op de vorige cd’s, die eerder ingetogen americana/folk ‘haardvuur’songs waren.
’The Shepherd’s Dog’ brengt artiest én band op het voorplan; luister maar eens naar “Pagan, Angel and a Borrowed car”, “Carousel”, “Innocent bones”, “Wolves”, “Boy with a coin”, “The devil never sleeps” en “Peace beneath the city”. Ze staan garant voor mooi afwisselend en kwalitatief sterk songmateriaal: fris, vaardig, dromerig, sfeervol, intiem pakkend of door de psychedelica klinkend als een indieband.
De sterkte van de cd ligt in de gemoedsrust, wat ervoor zorgt dat dit een uiterst aangename, genietbare cd is.

Pagina 261 van 278