AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 2024 01-02-24 - Beast in Black & Gloryhammer, brothers of metal (Org: Cobra) 01-02-24 – Martha Da’ro 02-02-24 – The sound of the Belgian Underground (Org: AB + Different class) 03-02-24 - Kiefer 03-02-24 –…

logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk - events

Wilde Westen, Kortrijk - events Concerten 2024 01 + 02 + 03-02 Brihang@Départ (supports: Deadbeat Larry, Alois & VLB) 02-02 Into the open: Liesbeth Gruwez, Voetvolk 08-02 Powerplant, Coaur à l’index (ism The Pit’s) 15-02 Ghostwoman 21 t-m 25-02 Festival…

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2024 James Holden, Hieroglyphic being, (special guests…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Depeche Mode - ...
The Sisters of ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

dinsdag 05 juni 2007 04:11

About what you know

Little Man Tate is afkomstig uit de Mekka stad van Arctic Monkeys Sheffield. Het jonge dynamische Britse viertal brengt poppy gitaarrock, leunend aan de postpunk en de ‘90’s Blur/Oasis Britpop: rauw en springerig op nummers als “Man I hate your band”, “European lover” en “Sexy in Latin; “This must be love”, “House party at Boothy’s” en “Court report” is subtiel, fijne pop en “Who inventend this lists”, “3 day rule”  en “This girl isn’t my girlfriend” zijn aanstekelijk, frisse songs.
‘About what you know’ is een aardig klinkend plaatje over wat elke jongere bezighoudt …in zijn vrije tijd: meisjes, uitgaan, drinken, voetbal en plezier maken…of niet?!

 

dinsdag 05 juni 2007 04:06

Bend to the breaks

The Five O’Clock Heroes zijn een half Amerikaanse, half Britse band; vier jonge gasten van nog geen twintig debuteren met frisse, kernachtige catchy rock’n’roll popsongs. Ze passen niet direct in het rijtje van de huidige postpunk. De groepsnaam werd gehaald van één van de songs van The Jam en zij refereren met hun broeierige en aanstekelijke sound naar ‘70’s The Clash, Joe Jackson Band, The Ramones , The Police en natuurlijk Paul Wellers The Jam.
Ze bezitten alvast de kunst goede melodieuze rocksongs te schrijven; luister maar naar “Head games”, “Anybody home”, “Time on my hands”, “Run to her”, “Good lovers”, “Skin deep” en “Got to give up”. “Corporate boys”, “White girls” en de semi-akoestische extra track zitten verfijnder en subtieler in elkaar.
Band die alle troeven heeft om door te breken...

Welkom in het wereldje van de (alt.)country/americanapop. Twee interessante bands stonden geprogrammeerd in de Trix te Antwerpen en bezorgden ons door hun doorleefde, meeslepende, broeierige en aanstekelijke emotievolle sound een fijne avond.
The Hellsayers
leunden het nauwst  aan het sfeervolle Calexico en My Morning Jacket, mede door de aan Jim James refererende hemelse stem. Het vijftal heeft een tragere muzikale aanpak dan Band Of Horses. Ze namen evenveel ‘speelrecht’ voor handen. Een dromerige, pakkende sound die af en toe iets krachtiger klonk. We hoorden een paar pareltjes als “Island of Malta” en “The lonesome sea”. Op het eind vervoegde de toetsenist van Band Of Horses hen, wat de sound kleurrijker maakte.

Uit Seattle, USA,  is er de band rond Benjamin Bridwell, Band Of Horses. De band grijpt terug naar de sound van eind’80’s groepen als Green On Red, The Long Ryders en The Triffids, en onderscheidt zich van My Morning Jacket, Wilco en landgenoten Arcade Fire: emotievolle songs, die verslavend inwerken en een prachtige opbouw hebben. Vorig jaar verscheen hun debuut ‘Everything all the time’; de band werkt nu naarstig aan de tweede plaat. Het zijn mannen met baarden, houthakkershemden en een lichaam vol tatoeages. Het zijn lieve, spontane en relaxte gasten, die er een fijn en (te) kort feestje van maakten (een klein uur!). Het was een enthousiaste band, die duidelijk genoot van de respons.
Net zoals My Morning Jacket bij hun laatste doortocht (op Pukkelpop) koos voor een snedige, fel bedreven en subtiele aanpak, deed Band Of Horses het hen wonderbaarlijk na: fijne melodieën, een puik gitaarspel en een sterke zang. “The great salt lake” en “the weed party” kregen een extravert tintje.
Zanger Bridwell wisselde verschillende malen van gitaar, speelde steelpedal of  - zoals op “Monsters” - een 3 snarige bas, waarbij de band refereerde naar Morphine. Naar een hoogtepunt gingen ze met de single “Funeral”, die een schitterende opbouw had: van intiem, sfeervol tot krachtig en dynamisch.
Bridwell en z’n band schudden songs uit hun mouw alsof het kinderspel was; ze stelden voor de helft van de set nieuwe songs voor,  warme intense en fel bedreven americanapop die het publiek boeide.
De band speelde twee nieuwe songs in de bis, “Writers” en “Ronnie”, waarbij de toetsen op het voorplan kwamen en er zelfs een vleugje gospel was te horen.

Overtuigende sets van twee bands die een ticket doorbraak verdienen!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Opvallend veel jong volk met (bakke)baarden kwam afgelopen vrijdagavond afgezakt naar de Trix Club voor de eerste showcase van Built To Spill op Belgische bodem sinds hun doortocht op Rock Herk in 1999. Liefhebbers van de betere independent indierock keken dus halsreikend uit naar de komst van deze semi-legendarische groep, wiens geluid sinds jaar en dag wordt getypeerd door de melancholische en breekbare stem van frontman en opperbaard Doug Martsch en de meerlagige lang uitgesponnen gitaarpartijen.

Net als Neil Young & Crazy Horse verstaat Built To Spill de kunst om dromen en emoties over verlies en verlangen te integreren in epische gitaarnummers. Niet toevallig dus dat Martsch & co live wel eens durven uitpakken met een 20 minuten durende versie van Young’s ‘Cortez the Killer’! Martsch verklaarde bij aanvang van het optreden dat zijn band geen playlist had samengesteld, waarop het publiek dolenthousiast reageerde met een regen van verzoeknummers. Ondanks herhaaldelijk aandringen werd ‘Cortez the Killer’ dan toch niet ingezet, maar een uitgebreide bloemlezing uit hun zes studioalbums maakte dit verzoek al snel overbodig. Uit het klassieke album ‘Perfect From Now On’ (1997) onthouden we vooral “Randy Described Eternity” en “Made-up Dreams”, stuk voor stuk memorabele gitaarbrokken die live afklokken op ruim 6 minuten. Op recentere albums opteert de groep eerder voor compacte gitaarsongs zoals “Center of the Universe”, “Carry the Zero” en “You Were Right”die allen op eenvoudig verzoek in de setlist opdoken. Tot die laatste categorie behoort ongetwijfeld ook de huidige single “Conventional Wisdom”, nu al één van de gitaarparels uit 2007 en live goed voor een versie van net geen 10 minuten waarbij drie gitaristen ‘duel eerden’ alsof Sebadoh en Dinosaur Jr. tegelijk naar huis moesten gespeeld worden.  Tussen de nummers door werd ruimschoots de tijd genomen om geluid (en licht) bij te stellen en het gitaarzweet even weg te vegen, maar echt storend kon je dit bezwaarlijk noemen. Na goed anderhalf uur werden Marthsch & co uiteraard teruggeschreeuwd voor meer ... en meer kregen we. Het laatste bisnummer, waarvan ondergetekende spijtig genoeg (nog) geen titel op de kop kon tikken, mondde uit in een jamsessie van een goed kwartiur waar de groep een laatste maal haar epische gitaarkunsten kon demonstreren om vervolgens het publiek verweesd achter te laten.
Laat het aub geen acht jaar meer duren vooraleer deze zeer sympathieke indierockers nog eens voet zetten op Vlaamse concertbodem!

Enkel afgaand op het laatste deel van de set van opwarmer The Arquettes bleek dat de meeste laatkomers ongelijk hadden. De melodieuze doch niet van scherpe randjes gespeende powerrock kwam bijzonder goed uit de verf op het podium van de Trix Club. Bovendien beschikt dit talent van eigen bodem met zijn vrouwelijke bassiste en de harmonische samenzang à la Posies en Beatles over twee sterke troeven voor de toekomst.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Shellac, de band van de bekende producer Steve Albini, al zo’n 15 jaar bezig, en nota bene nog maar vier cd’s uitgebracht, is muzikaal een goed bewaard alternatief geheim. Ze zijn gegroeid uit de hardcore/noiserockscene van Big Black (Albini’s eerste groep), No Means No, Black Flag (Henry Rollins), Fugazi, Sonic Youth, Butthole Surfers, Helmet en latere bands The Jesus Lizard en  Barkmarket.

Shellac zette alvast deze muzikale stijl verder: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (een ‘prikkeldraadgitaarklank’), een grommende, dreunende, repeterende, diepe bas en gortdroge powerdrums. Shellac, al van in het begin onder de vaste bezetting Albini (zang/gitaar), Bob Weston (bas/zang) en Todd Trainer (drums), weren publiciteit en promo af. Ze besloten een korte Europese tournee in te lassen waarbij ze tweemaal halt hielden te Nederland, De Vooruit te Gent (www.vooruit.be) en Le Grand Mix te Tourcoing, nav de te verschijnen vierde cd ‘Excellent Italian Greyhound’. Fijn om zo’n unieke band in een straal van 250 km vier keren aan het werk te kunnen zien!

Het drietal, dicht bij elkaar opgesteld, beschikt over aluminium (oubollig) lijkende versterkers en een eenvoudig aan Dead Moon denkend drumstel. Het draait ‘em om ‘geluid’ bij Shellac; ze stralen power en oerkracht uit. Intrigerend! Ze boeiden een kleine twee uur lang, waarbij ze putten uit hun oeuvre van vier minutensongs, een paar instrumentale tussendoortjes en soms lang uitgesponnen nummers, gebaseerd op die repetitieve bastune, Albini’s unieke gitaarspel (stevig en snedig, snaren doen afzien en er zelfs z’n tanden inzetten!),  z’n blik op oneindig en z’n rauwe onvaste zegzang, opgezweept door de harde, strakke drumslagen. Verbazingwekkend toch wat het trio aan het uitvoeren was. Albini’s hoofd- of vingerknikje naar de anderen deed een song van tempo  veranderen of zorgde voor een onverwachtse wending. Da’s Shellac live dus. Een greep uit het songmateriaal: “Pull the cup”, “The Black Ass” en “Minute” van ‘At Action Parc’, een prachtig uitgewerkt  “Didn’t we deserve a look at you…” en “Canada” uit ‘Terraform’,  de oudjes “Rambler song”, “Billiard player song” en de dubieuze “Doris” en “Wingwalker”, combineerden ze met een pak ‘1000 Hurt’ songs: “Prayer to God”, “Squirrel Song”, “Mama Gina” en “Shoe Song”. Nieuw waren alvast “Steady as he goes” en “The end of radio”. Afsluiter “Watch song” (opnieuw van ‘1000 Hurts’) mondde uit  op een cymbalenveldslag!
De teksten van Albini zijn soms à l’improviste, en kunnen sarcastisch en bizar zijn zoals de monoloog over kleine meisjes en bejaarde vrouwen (“Mama Gina”) en vogels en vliegtuigen. En dan is er Weston, grappenmaker van het drietal, die een tweetal maal een vragenronde hield: “Are there any intelligent questions that you wanna know ‘bout us?“. Intelligent questions met een vleugje zottigheid!

We hadden te maken met een donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s, die sterk op elkaar waren ingespeeld; de eigenwijze drie-éénheid Shellac was een adembenemende belevenis.

Organisatie: Le Grand Mix, Tourcoing


vrijdag 25 mei 2007 04:00

Slint performs ‘Spiderland’

Slint, uit Louisville, Kentucky, werd in ’87 opgericht en bracht met de tweede cd ‘Spiderland’ (’91) , als ik even de recensie van toen nakijk, een mysterieuze plaat uit van fijn doordachte, breed uitgesponnen composities, die repetitief opbouwend waren, soms onverwachtse wendingen ondergingen en een noise injectie kregen: spannend, bedreven, donker en beeldrijk. Het Amerikaanse viertal had lang aan de cd gewerkt, en net toen deze undergroundband door z’n muzikale creativiteit kon doorbreken, hielden ze op te bestaan. De band lag aan de oorsprong van de huidige postrock, die momenteel met groepen als Mogwai, Explosions In The Sky en 65daysofstatic door een alternatief minded luisterpubliek sterk wordt onthaald.

Slint: Brian McMahan (gitaar/zang), Britt Walford (drums/zang), David Pajo (gitaar) en Todd Brashear (bas), live aangevuld met een extra gitarist, waren na de split actief in bands als King Kong, The For Carnation, Tortoise en Will Oldham. Trouwens, den Will stond in voor de fotosessie op de hoes van Slint.

De goed uur durende set  was een weergave van de plaat, die opende met het donker dreigende “Breadcrumb trial”, onder een diep ronkende bastune en McMahans rauwe fluister(zeg)zang. “Nosferatu man” klonk iets feller. Het bijna instrumentale “Don Aman”, in de verte af en toe een brabbelzang te horen, was gebaseerd op subtiel avontuurlijk gitaargetokkel. “Washer” ging van een traag meeslepende tot een fors, krachtige opbouw, bepaald door de zang van Walford. Het intens spannende repeterende “For dinner” leek een op het lijf geschreven filmsoundtrack song, waar over elke noot was nagedacht. Tenslotte “Good Morning Captain”, was de apotheose en slotstuk: een broeierige opbouw, een snedig klinkende gitaar, een vleugje distortion en noise en een strakke en opzwepende drums, waarbij McMahan eens z’n keelgat kon openzetten. De postrockhyme bij uitstek! De groep stelde nog drie instrumentals voor: “Glenn” en “Rhoda” van vóór ‘Spiderland’, tekenden voor een David Lynch avant la lettre.  Het nieuwe “Kings approach” (nieuw nummer) besloot op een overtuigende manier de reünie: een illustratie van een uitgekiend samenspel gitaar, bas en percussie.

Slint performs ‘Spiderland’ was, zonder dat we er toen bij stilstonden, z’n tijd ver vooruit; hun klasse en creativiteit werd pas een kleine tien jaar later beloond met bands als Mogwai, Tortoise, Trans Am en June Of 44, die definitief het postrocktijdperk inluidden.

Het avontuurlijke  Die! Die! Die! uit Nieuw-Zeeland opende fel en bedreven de avond: rauw snedige noisepop onder een opzwepende percussie en een aan Cedric Bixler referende scherpe zang.

woensdag 30 mei 2007 13:30

Introducing Joss Stone

Joss Stone verbaasde al in 2004 met ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad, en ‘Mind Body & Soul’, veertien eigen songs. Muzikaal uitgangspunt: warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar helder overtuigende stem. Inmiddels is de mooi ogende dame 19 geworden, in een volgende levensfase (levenservaring opgedaan, intense relatiebreuk verwerken) en heeft ze een nieuwe look (vuurrood haar). Er is sprake van een sterke twee eenheid met haar producer Raphael Saadiq. ‘Introducing Joss Stone’ is haar meest broeierige en dynamisch swingende plaat geworden: groovende soulpop, een vleugje hiphop en fijne harmonieën, kleur gegeven door vrouwelijke backing vocals. Aangenaam, fris, leuk en ontspannend om te horen. Ze kreeg de steun van Lauryn Hill op “Music” en Common is te horen op ”Tell me what we’re gonna do now”; een duidelijke meerwaarde! Dit is een onweerstaanbaar plaatje met een pak hitpotenties als “Guy, whey won’t believe it”, “Tell me ‘bout it” en “Put your hands on me”.   
woensdag 30 mei 2007 12:35

Ongiara

Het Canadese Great Lake Swimmers intrigeerde vorig jaar met de tweede cd ‘Bodies & Minds’. De getalenteerde singer/songwriter Tony Dekker zet de muzikale lijn door van sfeervolle en weemoedige americanapop onder z’n klaaglijke zang. De songs zijn geënt op het intiem semi-akoestische gitaarspel en  -tokkels, af en toe ondersteund door banjo, steelpedal en viool zoals op “Put there by the land”, “Where in the world are you” en “I became awake”. “Backstage with the modern dancers” en “Catcher songs” zijn de sterkste nummers en met “I am part of a large family” heeft de band een  ultieme popsong op zak. ‘Ongiara’ bevat dromerige en melancholische americana ergens tussen Timesbold, South San Gabriel, Songs: Ohio, My Morning Jacket en artiesten als Drake, Buckley en Will Oldham.

 

De sprookjes-/droomwereld van de zusjes Casady is een wonderbaarlijke wereld: hun freefolk/elektronicableeps heeft sinds 2004 een heuse beweging op gang gebracht. CocoRosie brengt een origineel en avontuurlijk geluid van schrapende elektronica, bas, piano, harp, beatbox en allerhande geluidjes, naast de twee aparte stemmen van de zusjes (Sierra heeft een klassiek geschoolde zang en operastem, en er is de kreunde zegzang/raps van Bianca, die op de huidige cd een hoofdrol inneemt) Op de derde cd klinkt CocoRosie toegankelijk, waardoor ze tav de voorbije cd’s aan belangstelling kunnen winnen. CocoRosie goes pop: de bevreemdende stemmenpracht wordt omlijst door elektronicabeats en beatbox, zonder sterkte in te boeten. CocoRosie kan meer airplay verkrijgen, met songs als “Rainbowwarriors”, “Werewolf” en “Japan”. Songs als “Bloodyturns”, “Sunshine”, “Blackpoppies”, “Houses” en de extra track “Childhood” worden gedragen door de stemmen van de zusjes. De wondere klankenwereld is te horen op “Promise”, “Raphael” en “Animals”. In het slotnummer “Miracle” komt  Antony (van The Johnsons) nog eens langs, waardoor de muzikale cirkel van CocoRosie rond is en aantoont dat we te maken hebben met een overtuigend derde cd. Toegegeven, hun muzikale magische knusse leef- en droomwereld is alvast iets waarvoor je vinden moet zijn bent. De zusjes Casady en hun harem zijn de nieuwe ‘Wizard of Oz’.

vrijdag 25 mei 2007 14:37

Fijn nostalgisch avondje met OMD

Orchestral Manoeuvres in the Dark, Andy McCluskey en Paul Humphreys, waren samen met bands als The Human League, Soft Cell, The Simple Minds, Ultravox, Gary Numann en Pet Shop Boys één van de smaakmakers van de ‘80’s synthi/electropop.  Begin ‘80’s hits “Electricity”, “Enola Gay” en de plaat ‘Architecture & Morality’ uit ’81 zorgden ervoor dat de band in verschillende top honderden aller tijden kwam te staan.

Sinds ’84 nam het duo meer afstand van de ‘new-wave’ en kwam de klemtoon op kitsch en discotunes binnen hun electropop, wat originaliteit en avontuur deed afnemen.OMD werd resoluut een hitmachine.

OMD werd geprikkeld door de voorbije elektronicarevival. Een uitverkochte AB met veel dertig- en veertigers, die zich meteen in de jaren ‘80 waanden. Trouwens, OMD was de eerste band die ik ooit live zag (Brielpoort, Deinze; zucht, waar is de tijd?!), als pogoënde tiener.

 De set werd opgedeeld met de plaat ‘Architecture & Morality’ en ander hitwerk. In een kleine twee uur speelden ze een twintigtal songs; zowel McCluskey als Humphreys hadden vocaal nog niks aan helderheid en intensiteit ingeboet. Ze waren alvast sterk onder de indruk van de respons. Een emotioneel en een happy weerzien na twintig jaar! Fijne reünie.

Een gewaagde start met het instrumentale “Architecture & Morality”, gevolgd door “Sealand” en “New stone age”. De traag meeslepende, dromerige, donker dreigende nummers en hun soundscapes/bleeps deed me stilstaan bij  ‘90’s (ambient)elektronicabands als The Orb, Orbital, The Black Dog, …Ze haalden de mosterd bij een OMD. De projecties kleurden het geheel mooi in.

“Georgia” was het eerste uptempo nummer. “She’s leaving” en “Souvenir” (Humphreys on vocals!) zorgden voor een sfeervol lentegeluid. “Joan Of Arc” en “Maid Of Orleans” waren hoogtepunten, door de herkenbare tunes, de Joan Of Arc projecties, de kruisbeelden, het lichtdecor en de stroboscoopeffects. Trouwens, de 47 jarige McCluskey demonstreerde z’n aloude pogobewegingen, waarvan hij even moest recupereren. “The beginning and the end” sloot het eerste muzikale hoofdstuk af.

“En nu tijd voor popsongs” haalde hij aan; de OMD hitmachine was een feit, origineel op gang getrokken door “Messages” uit ’79. We konden genieten van  fijne, dromerige en zorgeloze popsongs als “Forever live & die”, “If you leave” en “Talking loud & clear”, met een bloementapijt op het achterplan.

“So in love” en “The locomotion” waren samen met “Tesla girls” de meezingers en discostampers. “Sailing on the seven seas”, één van de laatste singles die ze uitbrachten (’91), leidde een vernieuwende OMD in , maar was ook meteen het muzikale einde van de band. De klassieker “Enola Gay” besloot de set; aangrijpend waren de  woorden op het scherm “Now I become death, the destroyer of the world”.

In de bis werden we getrakteerd op een OMD schlager “Walking on the milky way”; de andere instant klassieker “Electricity” volgde en definitief beëindigden ze met het traag opbouwende “Romance”. Enkel “Genetic Engineering” en “Telegraph”, twee voorname creatieve songs, misten we.

 We beleefden net als de band een fijn nostalgisch avondje. ‘The good times’ van de synthipop zijn nog niet vervlogen.

 Organisatie: Live Nation

 

Pagina 268 van 278