logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Shaka Ponk - 14...
mass_hysteria_a...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

De Kreun te Kortrijk programmeerde een alternatief tof dubbeloptreden, Deerhunter en High Places. Twee bands het ontdekken waard.

Het Amerikaanse kwintet Deerhunter is al zo’n zeven jaar bezig en heeft drie full cd’s uit. Ze debuteerden in 2005 met ‘Turn it up faggot’.Vorig jaar verscheen ‘Cryptograms’ en binnenkort is er de opvolger ‘Microcastle’. Van deze uit Georgia, Atlanta afkomstige band zijn de graatmagere gitarist Bradford Cox en percussionist Moses Archuleta de spil. Ze zijn nauw verwant aan Electrelane, Liars en Yeah Yeah Yeahs, wat betekent dat er sprake is van langgerekte en repetitief opbouwende gitaarlagen onder een bezwerende drums. Door de snedige en slepende ritmes creëerden ze een intens spannend sfeertje, gedragen door de nasale, dromerige zang van Cox. Een wall of sound die het publiek in z’n greep hield, maar door het feit dat Cox ziek aan het optreden begon, moest hij na twee songs noodgedwongen op een stoel neerzitten om te kunnen verder spelen.
Deerhunter hield het een kleine 50 minuten vol met hun aanstekelijk materiaal, waarbij ze vooral het nieuwe werk promoten. Live klonken ze direct en ongepolijst, was er ruimte voor de instrumenten en ondergingen de songs soms frisse en verrassende wendingen. Op plaat is er eerder sprake van een breder concept, door gitaarslides, accordeon, orgel en synthesizer. Gedoseerde noiserock, met een ‘80’s gehalte, die terecht gelinkt werd aan de indie van The Feelies, iets wat ze zelf omschrijven als ‘ambient punk’.

Het uit Brooklyn, NY afkomstige duo High Places bracht een niet alledaags geluid van Caribische en exotische elektronica, zalvende, freakende grooves, trancegerichte soundscapes, dwarrelsounds en drumbeats, onder zweverige vrouwelijke vocals en stemvervorming. Het geheel klonk vrij toegankelijk, leuk, dansbaar en fijngevoelig.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

donderdag 05 juni 2008 18:36

Jukebox

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam tien jaar terug in de belangstelling door op een unieke manier op piano songs van Dylan, Nina Simone, Smog en Rolling Stones te bewerken. De songs werden ontdaan van enige franjes, kregen een warme, tedere aanpak en werden gedragen door haar hese, melancholische soms onvaste stem. Haar americanablues biedt een eerlijk, puur, oprecht en doorleefd geluid, een ‘straight from lived in bars’ geluid, kortom, ideale songs die de nacht besluiten in een donkere kroeg.
Sinds de vorige ‘The greatest’ cd beschikt ze over een meer vaste begeleidingsband, The Dirty Delta Blues.
‘Jukebox’ bevat tijdloze klassiekers van o.a. Hank Williams, James Brown, Bob Dylan, Jessie Mae Hamphill en  Billi Holliday, aangevuld met twee eigen remakes, die een eigen unieke wending krijgen. Doorleefde americana/soul/retrobluesrock, ergens tussen V.U., Black Crowes, G Love, Wilco, Joni Mitchell en Janis Joplin.
Sober en kwetsbaar klinken ”Silver stallion”, “Lord, help the poor & needy”, “Song to Bobby”, “Don’t explain”, “Woman left lonely”, “blue” en “Breathless”. Een voller geluid en een krachtiger aanpak hebben “New York”, “Rambling (wo)man”, “Metal heart” en “Aretha, sing one for me” .
’Jukebox’ is een rustige, intieme, kwetsbare als sfeervol broeierige plaat geworden en het is mooi hoe ze met haar band steeds opnieuw paden verkent om verrassende bewerkingen uit haar mouw te schudden.

donderdag 05 juni 2008 03:00

Sunday at the devil dirt

Mark Lanegan beleeft drukke tijden, want hij is een veel gevraagd gastvocalist. Onder z’n eigen band is het van 2004 geleden dat hij nog werk kon uitbrengen. Lanegan was te horen bij QOSA, Soulsavers, Creature  with the atom brain en The Twilight Singers. Dit voorjaar leverde hij met Greg Dulli zelfs onder The Gutter Twins een prachtplaat af.
En met Isobel Campbell kwam het twee jaar terug tot een samenwerking op afstand, met ’The ballad of the broken seas’ als overtuigend resultaat. Ze werden bestempeld als de ‘60’s icoontjes Lee Hazelwood en Nancy Sinatra.
‘Sunday at the devil dirt’ is het vervolgverhaal, waarbij ze deze maal samen de studio introkken. De donker dreigende sound en het dromerig, sfeervol karakter blijven behouden. Lanegan neemt met z’n grauwe, diep krakende zegzang een prominente rol in (een tweede Johnny Cash/Michael Gira), en zangeres/componiste/celliste Campbell neemt genoegen om als achtergrondzangeres te fungeren. Enkel op “Shotgun blues” is ze leading vocaliste!
Het lijkt eerder op een solo-uitstap van Lanegan die de composities van de ex Belle& Sebastian Schotse songschrijfster zingt.
”The raven” en “Come on over (turn me on)” zijn de pareltjes op de plaat. Overwegend horen we spaarzaam begeleide songs, af en toe omlijst van sfeervolle strijkers, zoals op “Seafaring song” en “Who built the road”. De country killers “Something to believe” en “Keep me in mind, sweetheart” huiveren door het akoestisch gitaargetokkel en Lanegan’s gegrom. “Back burner” en “The flame that burns” laten een andere kant van het duo horen: lekker zwoel en zwierig.
Kortom, we houden er heerlijke variaties aan over op deze tweede samenwerking.

Twee jaar terug noteerden we een opmerkelijk samenwerkingsproject tussen de Schotse Isobel Campbell, de vroegere celliste van Belle & Sebastian, en Mark Lanegan, ex Screaming Trees, een veel gevraagd gastvocalist bij talrijke bands als QOSA, Soulsavers Creature with the atom brain en Twilight Singers. En hij bracht samen met Greg Dulli, onder The Gutter Twins, ‘Saturnalia’ uit en trad onlangs in april op in het kader van het Dominofestival. Zijn eigen band staat momenteel op non actief.
’Ballad of the broken seas’ en ‘Sunday at the devil dirt’ zijn de twee worpen van het duo; ze worden door de media bestempeld als een ‘the beauty & the beast’ en ‘60’s icoontjes Nancy Sinatra en Lee Hazelwood.
Muzikaal is er sprake van een donker,dreigende en een dromerig sfeervolle sound bepaald door Lanegan’s diepe, grauwe, krakende stem en Campbell’s frêle, hemelse backing vocals en gefluit. Hun, in countryblues gedrenkte, intiem pakkende, broeierige luisterliedjes (by the way composities van Campbell!) zijn tekenend voor een soundtrack van Quentin Tarantino of een apocalyptische ‘Once upon a time’.

Ze waren spaarzaam begeleid door akoestisch gitaargetokkel, af en toe omlijst door piano, toetsen, cello en contrabas. Het duo speelde een ontwapende, innemende en beklijvende set. Het publiek bezorgde het kwintet telkens een warm onthaal, maar van interactie was er geen sprake. Lanegan stond vastgenageld aan z’n microfoonstaander, het hoofd half opzij, en dronk na elke song een klein teugje water; Campbell op haar beurt wendde haar blik van het publiek af. En tenslotte stond er een denkbeeldig ijzeren gordijn tussen de twee. Ergens middenin de set hoorden we een schuchtere dankjewel.
Een goed anderhalf uur wisselden ze af van tempo en ritme en plukten songs uit hun twee verschenen cd’s. Een sobere “Seafaring song” leidde in onder de grommende zegzang van Mark, ondersteund door het lieflijk hemels gezang van Isobel. “Deus ibi est” klonk indringend door een venijnig snedig gitaarspel. We zagen een oneindig desolaat landschap voor ogen op “Carry home”, “Who built the road” en “Back burner”. ”The false husband”, “Salvation”, “Keep me in mind, sweetheart” en het afsluitende “The circus is leaving town”, waren vaudeville countrykillers op z’n Michael Gira’s en Tom Waits.
“The flame that burns” en “Hony child what can I do” legden wat meer gemoedelijkheid aan de dag en leverden een perfecte samenzang op. Isobel Campbell kwam eventjes op het voorplan om de schitterende elfensong “Saturday’s gone” te zingen, en vulde mooi aan op “Free to walk”.
Heerlijk geslaagde variërende nummers, wat de melancholie en zwaarmoedigheid draaglijker maakte.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis van vier songs: pareltjes waren “Come on over (turn me on)” en Hank Williams’ “Ramblin’ man”, aangevuld met een integere “Revolver” en het repetitief opbouwende “Wedding dress”, die door een krachtiger gitaarspel het overtuigende concert definitief besloot.

Als een verdwaalde ziel stuurden Campbelle & Lanegan ons de nacht in, maar al gauw werden we  wakker geschud op de boulevard door enthousiaste jonge EK feestvierders …

Organisatie: Live Nation

zaterdag 07 juni 2008 03:00

De rukwindenrock van Tokyo Police Club

Tokyo Police Club is een jong beloftevol kwartet uit Toronto; ze kwamen vorig jaar in de spotlights met de EP ‘A lesson in crime’, die acht aanstekelijke, energieke twee minuten songs bevatte; kenmerkend zijn een diep ronkende bas, een scherp gitaarspel, kleurrijke toetsen en opzwepende drums onder een licht neurotische, zweverige nasale zang van David Monks (vocaal iets mee van Julian Casablancas van The Strokes!). Postpunk op z’n Futureheads, de dynamiek van Bloc Party, de frisse rock van Strange Death Of Liberal England en de retro van The Strokes; en tenslotte vullen ze aan op Pavement en Dinosaur Jr.

In een klein uur brachten ze speels, ongedwongen en rommelig bijna 20 vakkundige songs, die nogal snel op elkaar volgden; ze klonken strak, scherp en krachtig. De schreeuwerige backing vocals scherpten het jeugdig enthousiasme aan. Ze putten uit hun EP en de pas verschenen full cd ‘Elephant shell’. Ze staken voldoende afwisseling in die strakke sound: er waren de rauw springerige “In a cave”, “Sixties remake” en “Centennial” of de snedige rockers “If it works”, “Craves”, “Citizens of tomorrow”, “Tesselate”, “Shoulders & arms” en “Frames”. Intens broeierig en sfeervoller klonken opener “La ferrassie”, “Juno”, “Nursery academy” en “Nature of the experiment”.

De ‘rukwindenrock’ van Tokyo Police Club intrigeerde en raasde niet als een orkaan over je heen. Het hyperkinetische “Be good” besloot overtuigend de set. Zonder veel poeha speelden ze een kort, stevig gebald, ‘to the point’ concertje.

Het Amerikaanse The Mobius Band trad enkele maanden terug al op als support van Editors in de AB. Deze ‘lookalikes’ van Cake konden met hun broeierige indierock, elektronica geflirt en enkele avontuurlijke wendingen, maar matig boeien, ondanks het feit dat het trio er duidelijk zin in had. Het ontbrak hen doodgewoon aan aantrekkelijke songs …

Organisatie Botanique, Brussel

donderdag 29 mei 2008 03:00

The Seldom Seen Kid

De platen van het Britse Elbow uit Manchester laten zich ontdekken per luisterbeurt; ze bieden een weemoedige sound van fraai gearrangeerd, subtiel uitgewerkt materiaal. ‘The Seldom Seen Kid’ volgt ‘Leaders of the free world’ op en is vernoemd naar een bevriende singer/songwriter.
Het is een afwisselend plaatje van heerlijk muziek, grillig, sfeervol, somber als zwierig en poppy. De songs kunnen onverwachtse wendingen ondergaan. “Mirrorball” onderscheidt zich binnen de rustige, dromerige nummers. “The fix”, een duet met Richard Hawley, is leuk door toetsen; “Starlings” wordt bepaald door strijkers, er is het koortje van “One day like this”of je hoort het licht klassieke, door soundscapes gedomineerde, “Friends of ours”. In deze rij besluit “Some riot” heel intiem. “The loneliness of a tower crane driver” straalt een Twin Peaks sfeertje uit en tenslotte is er de dynamiek van de broeierige “An audience with the pope” en “Weather to fly”.
Het geheel klinkt ontroerend, stijlvol en schoon en wordt gedragen door de melancholische stem van zanger/componist Guy Garvey.
Elbow is een erg originele band, die de kunst heeft fijnzinnige pop te schrijven, zonder écht veel grootse hits.

donderdag 29 mei 2008 03:00

Vantage Point

Een goede twee jaar terug werd een nakende crash van dEUS net onderschept door Mauro, Alan Gevaert en Stephane Misseghers. De spil van dEUS, Tom Barman/ Klaas Janzoons, kon gerust zijn. ‘Pocket Revolution’ liet een band op scherp horen die op gepaste wijze een dosis avontuur stak in hun spannende songs. Live een hecht klinkende band, een geoliede machine, zonder elkaar naar de kroon te steken. Oef dus …dEUS kon opnieuw ademen.
Onder deze bezetting namen ze ‘Vantage Point’ op, genoemd naar hun huisstudio te A’pen. Het is een boeiende en gevarieerde plaat, die een intens broeierig sfeertje uitstraalt; pittig opgebouwd materiaal die een poppy inslag behoudt. De songs zitten goed in elkaar en er valt voldoende afwisseling te noteren:
”Favourite game”, “Slow” (+ vocals Karin Dreijer van The Knife) en “The architect” zijn funky en compact, nerveus en gejaagd. “Oh Your God” rockt en “When she comes down”, “Is a robot” en “The vanishing of Maria Schneider” (+ vocals Guy Garvey van Elbow) klinken bevreemdend, grillig doch aanstekelijk. Er wordt stoom afgelaten door enkele vertrouwde sfeervolle, smaakvolle typische dEUS songs: “Eternal woman”, “Smokers reflect” en het afsluitende “Popular culture”.
’Vantage Point’ is een hechte rockplaat van een homogene band.

zondag 25 mei 2008 03:00

Een ingetogen en rockend Timesbold

De inzet van het weekend werd in de MaZ gedrenkt in weemoed en melancholie door de desolate americanapop/alt.country van Timesbold (Jason Merritt) en Sleepingdog (Chantal Acda).

Timesbold is samen met Bonnie ‘Prince’ Billy, Dave Eugene Edwards, Alan Sparhawk, Robert Fischer en Conor Oberst, één van de pijlers binnen dit Duyster concept. Een intens broeierig sfeertje wordt gecreëerd door een instrumentarium van akoestisch gitaargetokkel en -slides, contrabas, toetsen/harmonium, melodica, zingende zaag en een ingehouden percussie.
Zanger/componist Jason Merritt, man met safarihoed én lookalike Finn Andrews van The Veils, schrijft geniale, beklijvende pareltjes bijeen en geeft met z’n zalvende, lichthese, krakende emotievolle stem zeggingskracht aan de songs. Hij borg momenteel z’n soloproject Whip even op.
Hij speelde, samen met de vaste crew leden Lichtenstein/Goebel en twee andere muzikanten, een klein anderhalf uur lang een boeiende en gevarieerde set: intiem,ingetogen en rockend door een snedig krachtiger aanpak. Ze zijn op tournee om de nieuwe plaat ‘Ill Seen Ill Sung’ voor te stellen; we hoorden de innemende “When I come around” en Hollow halo” als de stevige “Fencepost” en “Any lethal storm”, die live een rauw verbeten tint hadden. Op z’n Dylans ging Timesbold te werk op het oudje “Sing”. Er waren de donker, dreigende “Banish” en “Some awful man”, en het ingehouden “Whales” klonk avontuurlijk door een onverwachtse pianoswing en strijkstok op triangel. Tenslotte haalde Merritt nog solo hemels pakkend uit.
De intense spanning in de songs kon Merritt ontkrachten door enkele ludieke aanmerkingen. In de bis hoorden we dynamische melodieuze versies van “Old Hannah” en “Irene”.

Timesbold speelde een knap overtuigend concertje en gooide zoveel muzikale pracht te grabbel in een twintigtal nummers; een bij de keel grijpende; adembenemende set die en af en toe gepast en gevat kon ontladen.

Support was Sleepingdog van Chantal Acda, momenteel hoogzwanger van haar tweede kindje. Ze speelde samen met drie andere leden, in een sober geluidsdecor, een dromerig, intieme set onder haar hese fluisterzang; de songs van het recente ‘Polar Life’ verwezen naar haar IJslandse voorliefde.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

donderdag 22 mei 2008 03:00

EP

Het Gentse No Mo Trevno overrompelt met hun uptempo surf/rockabilly/gitaarrock’n’roll: een rauw, broeierig, fel bedreven en opzwepend geluid, gedragen door de helder, overtuigende souleske stem van de Amerikaanse zangeres Cindy Barg. We horen vier vaardige songs die strakke, zalige melodieuze riffs hebben. Het is een ‘60’s surfband bij uitstek die kan tekenen voor soundtracks van Quentin Tarantino. Scherp, venijnig en te situeren binnen bands als The Gossip, The Noisettes  en The Bellrays.
No Mo Trevno won al de Demopoll in 2006 en het Oost-Vlaams rockconcours en heeft alle kwaliteiten om door te breken.
Oh ja, een mooie omschrijving vonden we ‘no-nonsens kick ass sixties based surf band’. Enjoy!

Info: www.nomotrevno.com

donderdag 15 mei 2008 03:00

Hercules & The Love Affair

Hercules & The Love Affair is het muzikale project van producer Andy Butler. De band is vernoemd naar een liefdesgeschiedenis uit één van de vele Griekse mythes. De godinnen Athene en Iris vinden we op de cd al terug als songs. Hercules was de sterkste man ter wereld, maar kwetsbaar in de liefde.
James Murphy van LCD Soundsystem tekende de band voor z’n label.
Butler zorgt op dit debuut voor frisse melodieën, een fijne groove en ritmes, gelinkt aan disco, ‘80’s electro en een vleugje jazz. De ganse danscollectie van toen wordt overhoop gehaald.
Partner in crime is Antony Hegarty (van Antony & The Johnsons), die met z’n warme, donkere, melancholische stem enkele songs een gepaste vorm geeft. Luister maar naar opener “Time will”, “Easy”, “Raise me up” en de opmerkelijke single “Blind”, meteen het sterkste nummer. De zangeressen Kim Ann Foxman en Nomi (uit de kunstwereld in en rond CocoRosie) leveren gastbijdrages op “You belong” (samen met Antony), “Athene”, “Iris”, en het afsluitende “True false/fake real”. Goede plaat zondermeer!

Pagina 275 van 298