logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

mass_hysteria_a...
Vive La Fête - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 01 mei 2008 03:00

The President of the LSD Golfclub

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, en blikte terug naar het debuut ‘a new stereophonic sound spectacular’, toen onder  de naam Hoover uitgebracht. Het was de aanzet van het nieuwe album ‘The President of the LSD Golfclub, onder de spil Callier/Geerts. De plaat onderscheidt zich van de fijn uitgebalanceerde , soms rijkelijk georkestreerde trippop van de voorbije cd’s.
’60’s gitaarrock’n’roll, ‘70s psychedelicatoetsen, ‘80’s wave en een diepe bas staan voorop, gedragen door de hemels breekbare, ijle, betoverende doch soms ook onheilspellende en betoverende stem van Geike Arnaert.
De plaat heeft een poppy dromerige en een filmisch bevreemdende, dreigende sound.
Een sfeervolle, soms donkere aanpak is te horen op “Circles”, “The eclipse song”, “Billie” en “Strictly out of phase”. Op “50 watt” en “Gentle storm”  zingt Callier mee. “Expedition Impossible” en “Black marble tiles” klinken zijn regelrechte songs voor een soundtrack van een fatalistisch romantiek/suspensefilm. En opener “Stranger” en  afsluiter “Bohemian daughter” kruiden deze sound nog meer!
Hooverphonic vond zichzelf opnieuw uit, een nieuw geluid dat er terecht mag zijn.

donderdag 01 mei 2008 03:00

Dig, Lazarus, Dig !!!

In 2004 kwam Cave aandraven met ‘Abattoir Blues / The lyre of Orpheus’, een dubbel meesterwerk, die een vruchtbare creatieve periode inluidde. De afwisselende plaat bevatte broeierig, gedreven als ingetogen en innemend songmateriaal. Die lijn zet hij met z’n Bad Seeds alvast door op ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’. Tussendoor onderstreepte hij z’n songkwaliteit op Grinderman, die nauw aan de weirdo rauwe zompige psychorock’n’roll blues sound van z’n vroegere Birthday Party leunde.
De nieuwe plaat laat een goede, frisse indruk na van broeierige, aanstekelijke rocksongs, die mooi uitgewerkt zijn. Cave, in z’n declamerende praatzangstijl, creëert telkens een apart sfeertje, gepast en gevat ingenomen door z’n Bad Seeds.
”Albert goes West” en “Lie down here & be my girl” zijn de rockers op de plaat. En in “Today’s land”, “We call upon the author” en afsluiter “More news from nowhere” overheersen de toetsen. “Night of the lotus eaters” is de meest avontuurlijke song en kan meteen op de laatste plaat worden gezet van Blixa’s Einstürzende Neubauten. De groove zit “em in de titelsong en de overige nummers hebben een spannende opbouw, wat doet besluiten dat de aandacht behouden blijft op de elf songs.
Cave’s songwriterschap en de muzikale sterkte van z’n begeleidingsband worden optimaal onderstreept; nogmaals een bewijs dat Cave en z’n Cave-ianen op scherp staan en bijzonder relevant zijn voor de popmuziek.

donderdag 01 mei 2008 03:00

Ill Seen Ill Sung

Timesbold staat al vijf jaar garant voor verzorgde melancholische americanapop. Spil Jason Merritt spant samen met Bonnie ‘Prince’ Billy en Dave Eugene Edwards de kroon binnen deze muzikale stijl. Dit is intens broeierige muziek, kleur gegeven door een instrumentarium als akoestische gitaar, banjo, steel pedal, zingende zaag, piano, toetsen, strijkers, xylofoon en een softe percussie. Dertien songs, gedrenkt in weemoed. Ingetogen materiaal waarvan “Takeaway” “Mama”, “Recover ring” en het afsluitende “Far to strange”door de sobere aanpak beklijven. Tweemaal klinkt Timesbold iets krachtiger: “Any lethal storm” en “Fencepost”.
De plaat getuigt van een enorm bekwaam en groots singer/songschrijver, die Timesbold heeft als groep en Whip onderhoudt als soloproject. Overtuigend Duyster-voer!

donderdag 24 april 2008 03:00

In the future (2)

De Canadese band was met hun debuut drie jaar terug aan ons voorbij gegaan, maar vorig jaar waren we sterk onder de indruk van hun optreden, die de tweede cd ‘In the future’ voorafging.
Black Mountain intrigeerde door die mixmax van retrorock, stoner, ’70’s psychedelica, americana en postrock, waarbij sprake is van begeesterende gitarsoli, een bezwerende, zweverige zang en bedwelmende toetsen.
De groep laveert ergens tussen Black Sabbath, Led Zeppelin, Pavlov’s Dog, Hawkwind en Pink Floyd.
Live klinkt de band adembenemend en overweldigend, op plaat gematigder. Het zijn net de lange, soms uitgesponnen, songs die overtuigen en al die verschillende stijlen samenpersen: “Tyrants”, “Wucan”, “Queens will play” en “Bright lights”; niet-van-deze-wereld muziek, dynamisch, slepend en opbouwend met onverwachtse wendingen.
De andere songs zitten melodieuzer in elkaar, waarbij de band de klemtoon legt op americana en stoner. De zang van Stephen McBean en Amber Webber past mooi in het plaatje van deze hippe alternatieve band.

zondag 27 april 2008 03:00

Vertrouwd Ozark Henry

We waren al van de partij toen Ozark Henry ‘The soft machine’ te Vorst en op Pukkelpop voorstelde, en we ontbraken niet tijdens de clubtournee, toen hij z’n songs op sobere wijze bracht.
Ozark Henry, onder multi-instrumentalist en singer/songwriter Piet Goddaer, is nu toe aan ‘A decade’, het overzicht van mans oeuvre van vijf platen. Net als op de laatste clubtournee speelden ze zonder gitarist. Een vakkundige aanpak door toetsen, elektronica, piano, bas en percussie.
Het kwartet stelde een mooie compilatie voor vanaf de doorbraakcd ‘Birthmarks’ (’01); het memorabel debuut ‘I’m seeking smth that has already found’, dat bol staat van elektronicagestoei, lieten ze volledig links; geen “Rosamund is dead”, “Dogs & dogsman” of “Hope is a dope”. We hoorden pareltjes van subtiele melodieuze songs, uiterst sfeervol, meeslepend en uitgebalanceerd; af en toe klonken ze iets krachtiger, gedragen door Piet’s lichthese, warme stem. De perfecte geluidskwaliteit was alvast een meerwaarde. Een decor van laaghangende takken zorgde voor de gezelligheid. Voor de eerste keer trad Goddaer in een witte outfit aan, in schril contrast van de zwarte kledij van de band …

Goddaer vatte aan op toetsen met de huidige single “Godspeed”. “Play politics”, “Inhaling” en de instrumental “Echo as metaphor” werden bepaald door ingenieuze elektronica, toetsen en piano. En dan kwam het grote werk, pop en elektronica, waarmee Ozark Henry het grote publiek bereikte: “Word up” (met twee op piano!), een ingetogen “Weekenders” en “Vespertine” (solo) en de poppy singles “Rescue me”, “Sweet instigator” en “Intersexual”. In het oude “Ocean” en het recente “Sun dance” staken ze meer groove, beats en was er een strakke percussie; ze klonken aanstekelijk en werkten in op de dansspieren. Tenslotte mocht een uitgesponnen “These days” overtuigend de set besluiten. Het warme onthaal bracht de band zelfs tweemaal terug: “La donna e mobile” dompelden ze onder in techno en trancegerichte beats, wat iedereen op de stoeltjes deed recht veren. Opmerkzaam was de naadloze overstap naar het sfeervolle karakter van het nummer. “At sea” en “Give yourself a chance” hadden een stevige noot en een pittig gedreven “Indian summer” beëindigde na goed anderhalf uur het ‘A decade’ concert.

Kortom, een sterk op elkaar ingespeelde band speelde een vertrouwde, afgewerkte set.

Organisatie: Live Nation

zaterdag 26 april 2008 03:00

Aanstekelijk The Long Blondes

Uit het Arctic Monkey landschap Sheffield komt het door vrouwen gedomineerde kwintet The Long Blondes. Ze debuteerden met frisse indie  postpunk ‘Someone to drive you home’, leunend aan andere vrouw-man groepen als The Subways, The Hot Puppies, Juliette & The Licks en niet te vergeten Blondie! Onlangs kwam de opvolger ‘Couples’ uit, waarbij de groep ‘80’s wave en retropop integreert in hun dynamische gitaarpop.

Ze speelden, voor een veel te weinige opkomst, een aanstekelijke, pittige set van wel zestien korte nummers in een klein uur, waaronder  toch enkele ups & downs te noteren waren door de matige songstructuur.
The Long Blondes zijn toch wel een apart bandje: er was de extraverte, kortgerokte zangeres Kate Jackson, die sensuele danspasjes maakte op het podium, de energieke drummer Screech Louder, een op en top geconcentreerde gitarist Dorian Cox en tenslotte de twee overige dames, bassiste Reenie Hollis straalde een pak-me-dan-maar-je-krijgt-me-niet attitude uit en toetseniste/gitariste Emma Chaplin gunde het publiek amper een blik en speelde maar de hoogst belangrijke noten.
De songs van de eerste plaat onderscheidden zich duidelijk van het breder concept van ‘Couples’, en kregen de sterkste erkenning. Opener “Round the hairpin” was een regelrechte tuimelperte naar de ‘80’s Human League; daartegenover een strak, springerig “Weekend without make-up”; de oudjes “Separated by motorways” en “You could have both” zaten mooi verborgen in enkele mindere nieuwe songs, “Erin O’Connor” en “Too clever by half”. Er was de aanstekelijke single “Century “ en het bezwerende “Here comes the serious bit” door de psychedelica toetsen. De groep stevende af op een sterk einde met het energieke “Once & never again”, het opbouwende “I’m going to hell” met enkele intrigerende pianopartijen en een broeierig gedreven “Giddy startospheres”. “Guilt” was een aangenaam rustpunt binnen de snedige, frisse aanpak. Het warme onthaal apprecieerden ze , wat een intrigerende “Lust in the movies” uit hun onvolprezen debuut opleverde.

De support, het Amsterdamse Hit Me TV wordt in eigen landje op handen gedragen. Het singletje van het kwarrtet “Maybe the dancefloor” wordt op 3FM plat gedraaid; voor de aanwezigen in de VK was het een nobel onbekende groovy popsong door fijne gitaarlicks, een pompende, diepe bas en opzwepende percussie. De groep linkt de huidige poprock aan ‘70’s retro- en hardrock. De vocals van Jaap Warrenhoven varieerde van hoog naar direct. Niet alle songs overtuigden, maar beide bands samen, bleek net een goed gemiddelde voor een geslaagd avondje.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Ken Stringfellow en Jon Auer zijn de getalenteerde songschrijvers van  het onvolprezen The Posies die medio de jaren ’90 kwamen aandraven met drie puike platen, nl. ‘Frosting on the beater’ (’93), ‘Amazing disgrace’ (’96) en ‘Succes’ (’98). Ze slaagden in een ideale kruising van pop en grunge, wat resulteerde in sprankelende gitaarsongs, pittig, gedreven, meeslepend, intens en emotievol. De wegen van het duo scheidden zich na ‘98, maar in 2005 kwamen ze opnieuw bij elkaar, wat ‘Every kind of light’ opleverde, een eerder wat tegenvallende plaat. Er verscheen al eens een akoestische plaat van de heren, ‘In case you didn’t feel like pluggin‘ in’.
Het duo geniet al jaren onze sympathie: hun optredens en de los ontspannende babbels aan de toog of aan de merchandising stand staan in het geheugen gegrift en waren onderwerp van talrijke toffe herinneringen; terecht bestempelden ze ons als hun ‘ most craziest guys from Belgium’.

The Posies zijn twintig jaar actief; het songschrijversduo stipte voor deze gelegenheid drie locaties aan om een akoestische set te spelen. Die avond was het optreden in een kleine, donkere kroeg, ‘de Manuscript’, voor een 50tal mensen aan of rond de toog. Op een klein verhoog zagen we beide heren de elektrische gitaar omarmen voor een innemende set van een kleine twee uur. Ze grossierden in hun imponerende oeuvre en wisselden dit af met enkele songs van hun laatste worp. Emotioneel materiaal, ontdaan van enige franjes, en bepaald door een harmonieuze samenzang en een afwisselende fluisterzang.
Opener “Somehow everything” was een heerlijke krachtige opener. “I guess you’re right” en “fight if you want” klonken broos en kwetsbaar. En uitermate donker en melancholisch speelden ze “Hate song” en “Love comes” (zonder enige zangversterking!), een eerste hoogtepunt.
Vervolgens trakteerden ze het publiek op een best of met “Throwaway” en “Please return it”, die enkele onverwachtse wendingen hadden in het gitaarspel; klassieker van het eerste uur, het frisse, aanstekelijke “Dream all day” besloot.
Kippenvelmoment: de hymne to our close friend Jim op “Burn & shine”. Het intrigerend solipartijtje, het gebaar en hun knipoog aan Jim pakte ons emotioneel zwaar …
Het duo speelde een grootse finalereeks van broeierige gitaarpopsongs: “Flavor of the month”, “Ontario”, “Solar Sister” en het innemende “Conversations”. Tussenin smeet Stringfellow er een Beach Boys cover, “California Girls”, tegenaan en waren er talrijke anekdotes naar hun Nederlandse logies The Gasoline Brothers en ridder Arno.
In de bis hoorden we o.a. hun eerbetoon aan de powerpop van Husker Dü, “Grant Hart”, en een intieme, lang uitgesponnen “Coming right along”, afsluitende song van hun memorabele ‘Frosting on the beater’, die forser klonk naar het eind door feedbackgeraas en distortion, wat meteen ook hun akoestische set besloot.

The Posies stonden garant voor een emotionele cafégig; een sympathiek, in het hart te koesteren duo, waarop geen sleet of routine te bespeuren viel …en ‘somethere up’ was er het gevoel dat onze dierbaar overleden vriend meegenoot…

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

donderdag 17 april 2008 03:00

Shine

Na een jarenlange stilte liet de Canadese singer/songschrijfster terug van zich horen. Ze keert terug op haar besluit de muziek industrie vaarwel te zeggen. Wat we maar kunnen toejuichen want ‘Shine’ is een  fijnzinnige, sfeervolle, dromerige plaat, bepaald door een instrumentarium van piano, toetsen, elektronica, sax, steelpedal en andere. Een curieuze combinatie die z’n schoonheid verraadt!
De plaat heeft een soort ‘day and night’ side. Het instrumentale “One week last summer” brengt ons in een ideaal ochtendhumeur,  wat wordt aangehouden door “This place”, “If I had a heart” en “Bad dreams”. Haar “Big yellow taxi” (al gecoverd door Counting Crows trouwens!) pakte ze opnieuw aan en klinkt door accordeon en fluit innemend. The night side wordt letterlijk ingezet door “The night of the Iguana”.
Bezwerende muziek van een dame die zich niet meer moet bewijzen en aantoont dat ze er nog altijd staat met kwalitatief sterk luistermateriaal!

donderdag 17 april 2008 03:00

Shining Violence

Het Amerikaanse gezelschap The Low Lows, onder de weirdo zanger/gitarist Noon Parker, heeft hun tweede cd uit, opvolger van het twee jaar oude ‘fire on the bright sky’. Hun sound is te situren binnen de lofi americana, ergens tussen 16 Horsepower en My Morning Jacket,de oude indie van Galaxie 500 en ‘60’s V.U. Het kwartet is niet vies van een vleugje psychedelica en feedbackgeraas.
De eerste twee nummers “Modern romance” en “sparrows” zijn meeslepend en stralen een spannende dreiging uit, door het intense gitaargetokkel, de bezwerende percussie, ‘de ‘70’s toetsen en de zweverige hoge zang van Parker. “Five ways I didn’t die” en “Elisabeth Pier” zijn strakker en krachtiger. Traag slepend, donker materiaal horen we in “Tigers”, “Raining in Eva” en het afsluitende “Honey”. Huiveringwekkend en adembenemend.
Kortom, ’Shining Violence’ bevat aan het nekvel grijpend songmateriaal.

Het Ierse The Saw Doctors uit Tuam is al ruim 15 jaar een goed bewaard geheim binnen de folky poprock, die passen in het kader van bands als The Waterboys enThe Levellers, als aan de mooi in het gehoor liggende, frisse en intense gitaarpop van The Go Betweens en ‘60’s The Beatles.

Het kwintet speelde gedurende bijna twee uur een fijn concept van uiterst gevarieerde, speelse, vrolijke en ontspannende nummers; de aanstekelijke set had een meezinggehalte en zette zelfs aan tot een boombal. The Saw Doctors genoten ervan in de langzaam volgelopen Rotonde, en zullen hun trip in Brussel nog niet gauw vergeten.
De groep vatte aan met vrolijke klassiekers als “N17” en “MacNas Parade” en behield het zwierige tempo op “Fortunately”, “Tommy K” en “Green + red mayo”. “She’s got it” was de aanzet om wat vaart af te nemen, samen met songs als “Share the darkness”, “Galway + mayo” en “All the way ftrom Tuam”; ze vormden een sfeervolle, dromerige tussenstop en onderstreepten de muzikale veelzijdigheid en het songwriterschap van het duo Carton/Moran. “Clair Island” en “To win just one” porden aan tot een boombaldans en handgeklap vooraan; Op “Red Contina” wisselden de heren naadloos van instrument en zang, wat samen met “Joyce Country Cel Band” een hoogtepunt vormde in de set. De temperatuur steeg in het kleine, gezellige zaaltje. En songs als ”Why do I always” en “What a day” waren dan de handige subtiele remmers. Af en toe voegden de heren er een ‘60’s rocker tussenin, zoals “Ca plane pour moi in “Hey wrap”. De helder, overtuigende vocals van Davey Carton (in Irish accent) werden af en toe afgewisseld met de zang van die andere songschrijver, gitarist Leo Moran.
De groep had er na twee bissen nog niet genoeg van en begon aan een reprise van “N17”. Wat een leuke band…

De muzikaal variërende aanpak plaatsten alle zorg- en stresstoestanden opzij. Het spelplezier droop er vanaf, waarbij deze onderschatte, sympathieke band prachtmelodieën schrijft en een positieve way of thinking uitstraalt. Hun danspasjes en gitaarbewegingen à la Mud en Racey waren alvast mooi meegenomen in dit concept.

Organisatie: Botanique, Brussel


Pagina 278 van 299