logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Zara Larsson 25...
Editors - Paasp...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

dinsdag 11 september 2007 02:00

These things move in threes

Mumm-Ra is een beloftevol jong Engels bandje, die net als Air Traffic debuteert op een major label. De groepsnaam heeft een ‘lookalike’ ruige naam, maar is gehaald van een karakter uit een Amerikaanse tekenfilmserie ‘Thundercats’. Het vijftal brengt sfeervolle, broeierige indiepopsongs, met een vleugje bombast en orkestratie; luister maar eens naar de eerste twee songs van de cd:
”She’s got you high”, “Starlight”, en “This is easy” zijn popgericht en het gezelschap klinkt strakker op “Song B”.
De groep probeert voldoende afwisseling in hun songmateriaal te brengen. Het afsluitende “Down Down Down” is alvast het hoogtepunt van de cd: beklijvende postrock en een puike opbouw.
Mumm-Ra laveert ergens Arcade Fire, Flaming Lips, Polyphonic Spree en doorsnee gitaarpopbands. Een fijn debuut. Een bandje om in het oog houden.

woensdag 05 september 2007 02:00

A lesson in crime

Tokyo Police Club is een beloftevolle band uit Toronto, Canada die met de 8 songs op de EP een beloftevol visitekaartje afleveren. 8 songs, 18 minuten, dit betekent ‘to the point’ melodieuze gitaarsongs, die energiek, krachtig, scherp, snel klinken of melodieus onderbouwd zijn. Postpunk op z’n Futureheads waarin een vleugje Bloc Party en Strokes is verwerkt in het gitaarspel en in de zang van bassist David Monks (neigt naar Julian Casablancas).
“Cheer it on”, “Nature of the experiment”, “If it works” en “Cut cut paste” zijn frisse gitaarpopsongs onder een opzwepend ritme. “Be good” en “La ferrassie” (intrigerend orgeltje en gitaarspel) lijken voor Bloc Party de afwezige nummers op hun platen en “Citizens of tomorrow” en “Shoulders and arms” zijn broeierig en hebben een puike opbouw.
‘A lesson in crime’ is een afwisselend kort, kernachtig plaatje; uitkijken wordt het naar de full CD!

woensdag 05 september 2007 02:00

Hotel Impala

Baloji was één van de vroegere rappers van de hiphopcrew Starflam. De voorbije jaren zagen we hem af en toe aan het werk als gastvocalist en hij scoorde met de mensen van Arsenal zelfs een aardig hitje “Personne ne bouge”. Bajoli heeft hard gewerkt aan z’n solodebuut; er werkten bijna 56 muzikanten aan dit heuse project, waaronder koren, strijkers, beatmakers en enkele gastartiesten als Amp Fiddler (zang/toetsen), Ella Woods (zangeres van The Platters), Gabriel Rios, Marc Moulin en Glimmers Twins.
Zijn teksten zijn aangrijpende verhalen van herinneringen en beelden van z’n kindertijd. Geboren in Lubumbashi (Congo) werd hij op 4 jarige leeftijd meegenomen naar België en groeide op in een pleeggezin waarin hij zich niet thuis voelde. Z’n fascinatie naar Franse rap en hiphop was groot en zette Starflam op de kaart!
De cd titel ‘Hotel Impala’ verwijst naar de naam van zijn vaders hotel, dat vernield werd begin jaren ’90. Een onthutsend moment, zo bleek, want de overwinning van het volk betekende net de ondergang van zijn vader.
Baloji giet al deze elementen in een consistent album, een groovy, aanstekelijke mix van hiphop, pop, jazz, soul, funk, afro en chanson.
Na “Tout ceci ne vous rendra pas le Congo”,  klinkt het eerste deel van de plaat  (17 nummers astemblieft!) uiterst sfeervolle met “Ostend transit” en “Le reste du monde”. “Entre les lignes” en “Où en sommes-nous” zijn intiem pakkend, gedragen door Baloji’s zangrap en akoestische gitaar. Er is een fris en dansbaar midden van de cd, luister maar naar “Repris de justesse” en “Coup de gaz”. Tenslotte laat Baloji de soul en jazz op het voorplan treden: “Un dernier pour la route”, “De l’autre côté de la mère” en de titelsong. “Liège Bruxelles Gand”, in drie stukken onderverdeeld, benadert de diverse stijlen op de cd in één grootse song.
Er is een muzikale ideeënrijkdom te horen op Baloji’s solodedebuut, wat een muzikaal ingenieus werkstuk oplevert. Aan u om het samen met me te waarderen!
CD voorstelling: 16.11.07 Botanique, Brussel (Orangerie) co prod Live Nation

dinsdag 31 juli 2007 02:00

Built to Spill

Built to Spill is één van de best bewaarde Amerikaanse underground grunge/indie gitaarbands onder zanger/gitarist Doug Martsch. Platen als ‘Perfect from now on’ (’97) en ‘Keep it like a secret’ (’99) beantwoorden aan het werk van Neil Young & Crazy Horse, Pavement en Dinosaur Jr. De nieuwe cd ‘You In Reverse’ doet de lauwe voorganger van 2001 ‘Ancient melodies of the future’ vergeten. 
‘You In Reverse’ is al vorig jaar verschenen in de VS, maar is pas nu in Europa beschikbaar. Trouwens, de band heeft een Europese tournee gepland, en dat was van ’99 geleden!
Tien songs zijn terug te vinden, waarvan meer dan helft zes minuten klokken. Da’s nu net Built to Spills muzikale formule: intens bedreven en sfeervol dromerige (grunge/indie)gitaarrock, door lang uitgesponnen gitaarlagen, een repetitieve bas en een bezwerende drums, onder Martsch zweverige, zalvende onvaste stem.
Opener “Goin’ against your mind” zet meteen de juiste toon op de cd en is een klasse song zonder meer van meer dan acht minuten. “Conventional wisdom” komt regelrecht uit de Dinosaur stal en met “Just a habit” is er een vervolg klaar op ‘80’s band The Feelies. “Mess with time” flirt met Jello Biafra’s Dead Kennedys en “Traces”, “Liar”, “Wherever you go” en afsluiter “The wait” zijn de sfeermakers op de plaat. 
Martsch ontpopte zich door de jaren als een fervent politicus en kunstliefhebber: zie maar de tekening op de cover en z’n moraalfilosofie van anarchie op een sociaal verantwoordelijke, coöperatieve wijze is in ons hart gegrift!

dinsdag 31 juli 2007 02:00

Three Easy Pieces

Na het laatste album ‘Smitten’ (’97) is het sympathieke trio uit Boston een kleine tien jaar later opnieuw bij elkaar. En het is alsof de tijd is blijven stilstaan bij het trio Janovitz/Colbourn/Maginnis. ‘Three Easy Pieces’ is een vervolgverhaal op de puike platen ‘Let me come over’ (’92) en ‘Big red letter day’ (’93): meeslepende en intens bedreven emotievolle gitaarpopsongs. 
Het spelplezier druipt er vanaf. Het trio heeft nog steeds de magie om sterke songs af te leveren, onder de afwisselende leadzang Janovitz/Colbourn. 
“Bord phone call”, “Bottom of the rain”, “Good girl”, “September shirt” en de titelsong zijn snedige songs;  “You’ll never catch him”, “Lost downtown”, “Renovating en  “CC and Callas” hebben een spannende, broeierige opbouw en nummers als “Pendletow”, “Gravity”  en de afsluiter “Thrown” zijn sfeervoller door toetsen en steelpedal.
Kortom, Buffalo Tom staat er opnieuw en speelt frisse Amerikaanse gitaarrock op z’n best.

dinsdag 31 juli 2007 02:00

American Doll Posse

Na een korte time- out met de geboorte van haar dochter Natashya in 2000,  heeft Tori Amos momenteel drie veelzijdige albums uit, die een lange tijdsduur hebben: ‘A scarlet’s walk’ (’02) (18 songs),  ‘The beekeeper’ (’05) met 19 songs en tenslotte het onlangs verschenen ’American Doll Posse’ met maar liefst 23 nummers. Songs die een bewijs zijn van Amos’ artistiek of die te interpreteren zijn als een handig tussendoortje. Was de voorbije plaat in het teken van zes verschillende tuinen, dan is ‘American Doll Posse’ een concept van vijf Amos’ alter ego’s die op de cd staan afgebeeld. Ze wil de verschillende kanten van een vrouw, gebaseerd op karakters van de Griekse mythologie, zichtbaar maken, waaronder de carrièrevrouw, de vriendin en de minnares. 
Amos geeft dit weer in muzikale diversiteit, de ene maal met intiem pakkende songs (“Yo George”,“Father’s son”, “Code red”, “Mr Bad Man”, “Roosterspur bridge” en “Beauty of speed”), gedragen door haar emotievolle stem en haar begeesterend pianospel, andere zijn sfeervoller (“Big wheel”, “Digital ghost”, “Dark side of the sun” en “Posse bonus”), ondersteund door een softe percussie; er is ook sprake van poprocksongs (de single “Bouncing off clouds”, “You can bring your dog”  en “Secret spell”) en avontuurlijk zijn “Teenage hustling” en “Smokey Joe”; we horen zelfs een rockende Amos op “Fat slut” en “Body & Soul”. Van creativiteit gesproken! 
Niet alle nummers zijn even sterk, maar ‘American Doll Posse’ is een plaat van boeiende luistersongs, een bewijs van Amos’ songwriterschap.
dinsdag 24 juli 2007 02:00

Nobody is illegal

Een aangename kennismaking gebeurde met de dertigjarige pianist Jef Neve, die al toe is aan de derde cd ‘Nobody is illegal’, de eerste op een major label, Universal. Z’n vaste muzikanten Piet Verbist (bas) en Teun Verbruggen (drums), hebben al een pak aardige projecten op hun cv: Piet speelde samen met zowat de heel Belgische jazz scene, en Teun speelt in allerlei projecten als Othin’ Spake met Mauro en Flat Earth Society.
Het zijn drie meesters in jazz die met durf en avontuur een brug vormen tussen pop, jazz en klassiek; ze vullen elkaar aan en zijn sterk op elkaar ingespeeld. Hun virtuositeit dwingt respect af.
De songs vloeien in elkaar over door enkele interludes. Per beluistering wint de cd aan zeggingskracht; swing, dynamiek, ontlading en ingetogenheid zijn op hun plaats en doen de cd balanceren tussen subtiliteit (o.a. “Second love”) en  complexiteit (“Nothing but a Casablanca Turtle Slideshow Diner”). Sfeermakers zijn een stel koperblazers, die het geheel een bombastisch tintje geven.
‘Nobody is illegal’ is een spannend, broeierige jazzpopplaat van een beloftevolle jazzgeneratie.

Info: www.jefneve.com of www.jazztronaut.be

donderdag 19 juli 2007 02:00

Dourfestival Dour 2007: zondag 15 juli

The Black Angels (The Last Arena) mocht de afsluitende dag opwarmen met hun meeslepende americana, die af en toe kon aanzwellen door de forser klinkende repeterende gitaarlijnen en opzwepende percussie; The Black Angels pootten een venijnig, pittig concert neer. De zweverige zang had iets mee van Jim James. Velvet Underground, Joy Division en My Morning Jacket waren alvast voorname referenties.

Zucchini Drive
( La Petite Maison dans la Prairie) Het West-Vlaamse duo zit ergens vervat tussen ‘80’s elektro en hiphop. Het duo had een moeilijke start door technische problemen, maar vond gaandeweg z’n draai, de juiste beat en groove, met snel op elkaar volgende raps.

Balthazar
(Clubcircuit Marquee) onderscheidde zich al op Humo’s Rock Rally. Het vijftal brengt fijn melodieuze poprocksongs, bepaald door viool, toetsen en een meerstemmige zang. Hun sound roept Absynthe Minded op. Broeierige pop van een jonge beloftevolle band!

Mintzkov
(Clubcircuit Marquee) heeft met de nieuwe cd ‘360 °’ een strakker geluid en hanteert dit op z’n live optredens. De band is op elk festival te zien en speelt op scherp; Op Cactus overtuigden ze, op Dour bevestigden ze! Mintzkov is een goed op elkaar ingespeelde band. Een snedig, bedreven setje met o.a. “One equals a lot” en “Ruby red” als toonbeelden.

Jerboa
(Clubcircuit Marquee), de Vlaamse DJ Shadow, stelde vooral werk voor van het recente ‘Rockit fuel’, een groovende en donkere dreigende trippopplaat, waarbij hij vooral de kaart trok van zwoele beats, ondersteund van toetsen en een opzwepende percussie. Gastvocalisten Trixie Whitley, Krewcial en Van Jets Verschaeve waren ook van de partij. De gezongen nummers boeiden:  “Just another number”, “What if” en “Number one” . Sommige  instrumentale nummers gingen verloren in een poel van beats, sounds en scratches, wat een domper was.

Het jonge 1990’s (The Last Arena) jaagden  in een snelvaart tempo hun melodieus rammelende rocksongs erdoor. Het drietal uit Glasglow, een tweede linie Arctic Monkeys, speelden op het immens grootse podium ietwat verloren. Enkele popsongs als “See you at the light” en “You’re supposed to be my friend” kunnen de band een fijne toekomst voorzien.

Het was alvast een aangename kennismaking met het Franse viertal (twee mannen – twee vrouwen) Les Ogres De Barback (The Red Frequency Stage), die een mix brachten van pop, Balkan, chanson en cabaret. Wat er allemaal te zien was op het podium en wat ze verwezenlijkten was mooi om te zien: de songs zaten avontuurlijk in elkaar en ondergingen diverse tempowisselingen. 
En net zoals bij De Nieuwe Snaar was er actie op het podium: aan een hijskraan op het podium, was een trom gebonden en hing er een trombone. De trombone werd neergehaald om te kunnen spelen en het getrommel gebeurde door een kabel, verbonden aan een fiets. 
Het viertal bracht het publiek in feeststemming met hun plattelandsmuziek, alsof de oogst deze namiddag werd ingehaald…

Black Rebel Motorcycle Club
(The Last Arena) blikt met de nieuwe cd ‘Baby 81’ terug naar hun begindagen, waarin donker dreigende, meeslepende en bedreven gitaarrock, onder een diepe bas en een vleugje fuzz en distortion wordt geserveerd. De rootsrock van de voorbije cd ‘Howl’ is op het achterplan. 
Een bezwerende start met songs als “Love burns”, “Berlin” en “Stop”, vervolgens klonk het drietal stevig en snedig met “Spread your love” en “Took out a loan”. “All you do is talk” was één van de rustige songs en “Ain’t no easy way” refereerde aan hun bluesy roots. Finalereeks: “Whatever happened …”  en “Six barrel shotgun”. Het contact met het publiek was arm , maar in ruil kregen we een potig melodieus setje.

Wilco
(The Last Arena), de band rond Jeff Tweedy, heeft een nieuwe plaat uit ‘Sky blue sky’. Hij trok met een bijna totaal vernieuwde band op tournee. 
Deze alt.country/americana groep speelde doorleefde retrorock en intieme pop, als een Neil Young & Crazy Horse, waaronder enkele magistrale gitaarsoli, zoals op het nieuwe “Impossible Germany” en het afsluitende “Spiders” uit 2004. Na een stevige start hoorden we vooral dromerige, sfeervolle songs als “Side with the seeds”, “You are my face” en “I’m trying to break your heart”, onder Tweedy’s zalvende emotievolle stem. 
Jeff Tweedy en z’n band  Wilco genoten van de respons en de belangstelling op  hun broeierig intense sound. Na enkele moeilijke jaren staat Wilco opnieuw op het voorplan. 

Dr Octagon
(Dance Hall) ontpopte zich de voorbije tien jaar als een statement binnen de underground hiphop: een avontuurlijke sound, huiveringwekkende tapes, neurotische scratches en bleeps en de fascinatie voor lugubere zaken.
Live bakte Dr Octagon er niet veel van: de creativiteit bleef uit en het leek eerder op een ‘gewone’ hiphopset, met een tweetal rappers die voor het nodige entertainment zorgden; Matige set om onze trip te Dour te besluiten…

Organisatie: Dourfestival, Dour


Voor het eerst in z’n negentienjarig bestaan mocht Dour dit jaar op voorhand het bordje ‘uitverkocht’ plaatsen. De avontuurlijk muzikale formule en de sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ wordt door de festivalganger geapprecieerd. De Vlamingen kennen sinds een paar jaar de weg naar Henegouwen. 
In totaal waren er op Dour 144000 mensen, waarvan dagelijks 32000 bezoekers op de camping, die getrakteerd werden op toffe belevenissen. Dour gaf je de kans een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren ontdekken. 
Dour plaatste zich meteen als derde groot festival in ons land. Verdiend!
Een woord van lof aan de organisatie, die erin slaagde ruim 200 acts over zes podia op tijd te laten spelen.  Puik werk, gasten. 
Door werkomstandigheden konden we maar een kleine drie dagen het festival bijwonen.

Dag 2: vrijdag 13 juli
Na een helse werkweek konden we pas Dour 2007 ’s avonds aanvatten.
Meteen werden we ondergedompeld in de rammelende garage punk/rock’n’roll sound van het Britse The Horrors (Dance Hall), die invloeden aanhaalden van The Stooges, Killing Joke, The Cramps, Jesus & Mary Chain, Jon Spencer, Misfits en Joy Division. Het vijftal debuteerde in het voorjaar met ‘Strange houses’. De Britpunkers openden met “No love lost” van Joy Division (of was het toen Warsaw). Ze trokken een muur op van noise en fuzz en er was een haast onverstaanbare, onvaste schreeuwzang. The Horrors speelden een luid en potig setje. 

Een hels tempo werd behouden door de NYse hardcore veteranen Sick Of It All (Eastpak Core Stage), live nog niks ingeboet aan dynamiek. “Step down”, doorbraak van de hardcore naar een breder publiek, een kleine vijftien jaar terug, was al vroeg een hoogtepunt; ze putten uit hun rijkelijk gevuld oeuvre en speelden een handvol songs van het recente ‘Death to tyrants’. Opzwepende songs in een snelvaart tempo! Geen band op retour dus. Op ouderdom staat geen sleet. 

Het Nederlandse duo zZz (Dance Hall) biedt op z’n beurt een puike mix van zompige rock’n’roll, psychedelica en donkere jaren ’70 wave/elektronica. Weirdo dope rock’n’roll suicide = de sound van zZz, gelinkt aan het Vega/Rev duo Suicide. Een stomend setje waarbij ze fel tekeer gingen op toetsen en drums onder een rauwe, soms galmende zang. “Ecstasy” en “Sweet sex” klonken hallucinant en “Soul” werd bepaald een dreunend repeterend orgeltje.

Clap Your Hands Say Yeah
(The Last Arena) bracht de psychedelica terug naar popnormen. De band is sterk ontvangen door onze Franstalige vrienden, remember hun optreden in de AB (februari laatstleden). CYHSY kon het opgezette feestje van de AB niet herhalen. De band speelde slordig en rommelig. Het waren “Over & over again”, “Upon this tidal wave of young blood” en “The skin of my yellow country teeth” van hun klasse debuut, die inwerkten op de dansspieren, onder de neuzelende zang van Gunworth. “In this home on ice” klonk strak en stevig. Met “Satan said dance”, de klassieker van hun tweede cd,  konden ze de set nog redden; op het podium bouwden ze een feestje met de leden van The Rapture. Knap amusant, maar CYHSY kon zich nu niet onderscheiden.

Bright Eyes
(The Red Frequency Stage) is het muzikale project van singer/songwriter Conor Oberst uit Nashville. Live is Bright Eyes momenteel een uitgebreid ensemble: twee drums, viool, toetsen, steelpedal en strijkersarrangementen vullen aan. De meeslepende, pakkende americana/ country/folkpop op het recente ‘Casadaga’ kan de doorbraak betekenen naar een breder publiek. Ze speelden, met Oberst als dirigent, een subtiel uitgewerkte en stijlvolle afwisselende set, wat deed denken aan de Devandra Banhart freefolk stijl. We waren onder de indruk van oudere songs als “First day of my life”, die de band fijn aanpaste. Ze putten rijkelijk uit de recente cd met o.a. “Soul singer in a session band” (toepasselijk in deze bezetting!) en “Four winds”. De ‘open mind’ troubadour onderhield een nauw contact met z’n publiek, wat sterk werd geapprecieerd. Uitstekende overtuigende liveset! 

Het Britse duo Simian Mobile Disco (Eastpak Core Stage) maakt met bands als The Klaxons en Shitdisco deel uit van de nu-rave. Het tweetal houdt het op de elektronica van beats, grooves, trance en dance.  De tent barstte bijna uit z’n voegen met “It’s the beat” en “I believe”. 

De oude Britse ‘rave’ ratten Zion Train (La Petite Maison dans la Prairie) intrigeerde vorig jaar nog op Krakrock te Avelgem. Hun dancehall/dubreggae en de op elkaar aanvullende rapzang, zorgde opnieuw voor een dampend feestje. Op plaat soberder, live venijnig en dansbaar. Puik werk van deze veertigers! 

Digitalism
en Blackstrobe konden de nacht besluiten in de Dance Hall en in de Eastpak Core Stage. Het Duitse Digitalism combineert rock, dance en elektro. Een aanstekelijk, opzwepende set, terwijl Blackstrobe het hield op trance en beats, wat inwerkte op de dansspieren.

Organisatie: Dourfestival, Dour
dinsdag 10 juli 2007 02:00

Volta

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang, die een dosis experiment en avontuur bevat.  Het is de richting die sinds ‘Vespertine’ definitief is ingeslagen. ‘Medulla’ van drie jaar terug, liet een minimum aan instrumentatie horen en een maximum aan stemmen.
Björk deed beroep op vaste waarde en elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO). Op ‘Volta’ zijn er talrijke samenwerkingen: Timbaland (o.a. de single “Earth intruders”), Antony (van The Johnsons ) op “The dull flame of desire”, één van de hoogtepunten van de cd,  koraspeler Toumani Diabeté (“Hope”) en de Afrikaanse groep Konono n°1.
’red is the color’ van de hoes, en binnenin staat Björk kleurrijk afgebeeld. Ze effent een pad van een avontuurlijk, intrigerend geluid en sfeervolle pop, met slepende beats, bevreemdende elektronica en een blaasorkest.
Ze staat op eenzame hoogte tav andere vrouwelijke songwriters. Een aparte dame!

Pagina 285 van 297