logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Shaka Ponk - 14...
frank_carter_an...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

maandag 14 mei 2007 05:00

Last man standing

Jerry Lee Lewis, één van de laatste rock'n'roll iconen die nog levend rondlopen op deze aardbol, heeft een nieuwe plaat gemaakt met een meer dan indrukwekkende lijst aan gastmuzikanten. De groten der aarde spelen hier op mee. Wat dacht u van Jimmy Page, Mick Jagger, Keith Richards, Bruce Springsteen, Neil Young, BB King, Eric Clapton, Buddy Guy, John Fogerty, Robbie Robertson, Ringo Starr en nog een hele rits anderen. En ondanks al deze professionals klinkt de plaat hoegenaamd niet te proper of afgelikt (wat wel eens het geval is met Amerikaanse artiesten op leeftijd) maar integendeel echt en fris, en dit voor een rocker die de 70 al voorbij is. Hoedje af.

Samen met zijn buddies reist Jerry Lee Lewis hier doorheen de wereld van rock'n'roll, blues en country. De meeste songs zijn van de hand van bovenstaande grootheden en Jerry Lee neemt op elk van deze nummers de vocals voor zijn rekening en uiteraard ook de magistrale en steeds flitsende pianoloops.

Deze plaat steekt heel toepasselijk van wal met ?rock'n'roll?, de Led Zeppelin song waar Jimmy Page en Jerry Lee een bruisend potje rock'n'roll van maken. Ook Springsteen levert met zijn eigen ?Pink Cadillac? een sterk staaltje af in het bijzijn van de grootmeester.

Neil Young brengt met ?You don't have to go? een prachtige blues en John Fogerty blaast zijn klassieker ?Travelin' band? samen met een alweer sterk op dreef zijnde Jerry Lee nieuw leven in. De song bruist en spettert als nooit tevoren. Ringo Starr rockt de pannen van het dak op ?Sweet little sixteen? en Kid Rock mag meedoen op een verrukkelijke versie van de stones- klassieker ?Honky tonk woman?. Met Little Richard is ook een generatiegenoot van de partij, de twee oudjes nemen met verve de Beatles kraker ?I saw her standing there' onder handen. ?Hadacal boogie? met Buddy Guy is het perfecte huwelijk tussen de snijdende gitaar van Guy en de spetterende piano van Jerry Lee.

De plaat is met zijn 66 minuten wel een beetje te lang en er staan ook een paar melige country nummers op (de bijdragen van Rod Stewart, Willie Nelson, Don Henley en Toby Keith hadden hier niet gemoeten) maar de eindbalans is overtuigend positief. Een heuse prestatie voor zo'n ouwe knar.

dinsdag 08 mei 2007 05:00

Devil's drive

Zware jongens uit België. Volgens dit viertal zelf maken ze muziek voor fans van Motorhead, AC/DC en Nashville Pussy. Het is inderdaad zo dat we hen in het straatje van de vette hard rock kunnen situeren en de gelijkenissen met Motorhead gaan hier soms wel op (zeker in ?Rocket to hell? en ?Maintain the species?), alhoewel zanger Dominique De Vos helemaal géén Lemmy is. Ook Nashville Pussy horen we hier inderdaad in (?Tattoo lover? en ?Go go racing?), maar AC/DC hebben we nergens gevoeld. Er wordt wel aardig doorgeramd, de sound is ranzig, vettig en luid en ballads zijn helemaal uit den boze. Vooral wilde songs dus, soms aan TGV snelheid, en met de nodige spierbundels. De clichés van het genre komen dan ook geregeld om het hoekje loeren maar deze band straalt wel voldoende brute kracht uit om ons te doen besluiten dat dit best wel een genietbare stevige brok harde rock'n'roll is.

?Satan is a woman? luidt het bij Southern Voodoo en ze staat ook afgebeeld op de hoes. Het moet leuk vertoeven zijn ,daar in de hel.

vrijdag 27 april 2007 05:00

Cansei de ser sexy

Een hippe meidengroep uit Brazilië, dat hadden we nog niet gehad. Het zal duren zolang het duurt, zegt de logica dan.

CSS is vooral plezant omdat het de nodige punch bevat, aanstekelijk en dansbaar is. U hoeft het allemaal niet te ernstig te nemen, daarvoor is dit plaatje niet gemaakt. Denk even terug aan Tom Tom Club of aan Chicks On Speed. Ook Blondie, The Bloodhound Gang en zelfs onze eigenste Vive la Fête schieten ons voor de geest. We horen geestige elektronica, af en toe een hitsig gitaartje en vooral prettig gestoorde zangeresjes met een grote bek. De frisse songs zijn net als de hele plaat kort genoeg en gaan daardoor nooit vervelen. Best aangenaam dus, maar of dit een blijver is, is maar zeer de vraag.

maandag 02 april 2007 05:00

Strange house

Ze noemen zich The Horrors, zien er uit als als gedrogeerde vleermuizen met zwarte mascara en opgeschoten New York Dolls kapsels, brouwen iets opwindends uit flarden Birthday Party, Cramps, Stranglers, Damned, Fall, Nine Inch Nails en Virgin Prunes en omschrijven die hete cocktail zelf als ?psychotic sounds for freaks and weirdos?. Als kennismaking kan dit wel tellen.

Hun garage-gothic-punk-rock mengsel bevat een gezond show- en fungehalte waaruit we afleiden dat die gasten zichzelf ook niet al te serieus nemen. We twijfelen er dan ook niet aan dat hun imago bedacht is door een gewiekste manager en dat er waarschijnlijk wel een uitgedokterde marketing strategie achter steekt. Maar laten we het spelletje meespelen, want achter de gimmicks schuilen er toch wel een handvol opzwepende songs die ons behoorlijk goedgezind stemmen, zoals het hete ?Draw Japan? en het psychotische ?Jack The Ripper?.

Bij The Ramones was Sheena nog een punkrocker, hier heet het ?Sheena is a parasite?, een geschifte lap fuzzrock van amper anderhalve minuut.

Een ophitsend orgel draaft doorheen nagenoeg alle songs, de gitaren botsen, hotsen en kotsen en de zanger bedient zich van een gepaste dosis Britse arrogantie. Allemaal leuk, als u het ons vraagt.

Het plaatje, dat maar 35 minuten duurt, heeft een gezond `80's gehalte in de zin van prettig gestoorde wave en post-punk, maar dan zonder de depri ondertonen. Dus, als u zich wil ophangen, hou het dan maar bij Joy Divison. Wij bouwen inmiddels een feestje.

woensdag 04 april 2007 19:08

Hellelujah

Rock'n'roll en fun zijn de trefwoorden bij deze Waalse gasten. `Hellelujah' barst namelijk van strakke rock'n'roll, rockabilly, garage en surftoestanden. Ga het gerust zoeken in het straatje van Jon Spencer, The Cramps, Dick Dale, Bo Diddley, The Stray Cats en The Hellacopters. Maar er is nog wat werk aan de winkel. Soms speelt het gebrekkige Engels de groep wel eens parten, of is dat nu misschien net de bedoeling geweest ? Feit is dat we op ?Gangrene blues? echt moeite moeten doen om de lachspieren in bedwang te houden. En dat The Cramps hun grote helden zijn is overduidelijk maar met de cover van `Garbage man' slaan ze de bal hier wel volledig mis.

Afgezien van een paar schoonheidsfoutjes klinkt dit bandje toch fel en aanstekelijk genoeg om onze aandacht vast te houden, en dit wijten we niet zozeer aan de zang, wel aan de fris rollende en bijwijlen punky gitaren en op tijd en stond een flitsende mondharmonica.

De krakers van dit plaatje zijn ongetwijfeld het snel scheurende ?Voodoo Rise?, met gitaren die graag de bocht uit gaan, en ?Mexico dream blues? , een vette uptempo blues die ook te vinden is op de Ex Drummer soundtrack.

`Hellelujah' is niet altijd even sterk, maar best genietbaar en het is bovendien een gezond Waals tegengif voor al die pseudo kunstzinnige en arty farty bandjes die in Vlaanderen alom aanwezig zijn.

maandag 12 maart 2007 04:00

Gutbucket music

Deze Nederlandse garage blues rockers hebben niet alleen qua sound van de Black Keys afgekeken, ook het Warhol-achtige hoesontwerp doet sterk denken aan `Thickfreakness', de song ?As I holler? is pure Black Keys, en bovendien hebben ze ook nog eens ?Work me baby? gecoverd, de song van Fat Possum lieveling Junior Kimbrough die ook staat te pronken op `Chulahoma', het eresaluut die The Black Keys hebben gebracht aan de overleden bluesman.

The Black Keys doen het wel maar met zijn tweetjes, terwijl Cuban Heels een vijftal is. Hier dus wel van de partij : een bas en een snerpende mondharmonica (van Richard Koster) die doet denken aan de rauwe rudimentaire bluesrock van de Red Devils. Songs als ?Dig me a hole? en vooral ?So unfair? hebben een Tom Waits inspuiting gekregen. De lekker rollende instrumental ?Gutbucket? is een compositie van de voortreffelijke gitarist Rico Gerfen die de hele plaat sterk op dreef is en de meest smerige riffs uit zijn instrument haalt. De andere eigen songs zijn van de hand van Jan Hidding die een overtuigende en vettige bluesstem weet neer te zetten, denk aan het vuilste van Paul Rogers, of aan Tom Waits (?Unfair?), en ook weer aan de onvermijdelijke Dan Auerbach (van The Black Keys, dat had u wel begrepen).

Naast Junior Kimbrough's ?Work me baby? zijn er ook nog twee covers van Fred Mc Dowell, waaronder nog maar eens ?you've got to move? die hier een beetje een mislukte gospel versie meekrijgt. Klein foutje op een voor de rest best wel aangenaam ronkende bluesplaat.

maandag 19 maart 2007 04:00

The weirdness

Iggy Pop is samen met de broertjes Ron en Scott Asheton als The Stooges verantwoordelijk voor twee van de meest essentiële en invloedrijke platen uit de rockgeschiedenis, zijnde hun debuut `The Stooges' uit 1969 en opvolger `Funhouse' uit 1970. Meer dan 30 jaar later hebben de heren elkaar teruggevonden wat resulteerde in een reeks weergaloze concerten die niets aan energie en intensiteit hebben ingeboet in vergelijking met vroeger. Integendeel, The Stooges kregen nu wel de erkenning die ze verdienen en konden met deze réunie wel rekenen op een massale opkomst van de fans, wat vroeger wel eens anders geweest is. Want vergeet niet, de twee albums die zij uitbrachten flopten destijds omdat ze hun tijd te ver vooruit waren en toen zo wereldvreemd klonken dat geen kat ze kocht. Het is pas jaren later dat deze twee rockmonumenten zijn uitgegroeid tot eeuwige klassiekers.

Onze verwachtingen voor de nieuwe plaat waren dus enorm hoog gespannen, zeker nadat we ze live aan het werk zagen, en we konden het geweten hebben, deze verwachtingen inlossen was gewoon onmogelijk, en zo is het ook.

Nochtans hebben ze Steve Albini binnengehaald als producer, hij die ervoor gekend is om rock'n' roll rauw en onbezonnen te laten klinken. In zekere zin is dat ook zo, The Stooges spelen hier rauw en gedreven, alles is zonder veel poespas op band gegooid, de gitaren klinken ranzig, de drums roffelen aardig rechtdoor. Het is gewoon met de songs zelf dat er iets schort, deze zijn wel rechttoe rechtaan, maar ze vallen te licht uit, klinken te simpel en bij momenten zelfs stompzinnig. Nergens is er een nummer te bespeuren die ook maar in de buurt komt van klassiekers als ?I wanna be your dog?, ?No fun?, ?Loose?, ?Down on the street?, ?Tv eye? of ?Dirt?. Met een beetje goede wil halen we er toch een paar halve krakers uit die de plaat toch nog enigszins de moeite maken (let wel, we zijn The Stooges hier vooral met zichzelf aan het vergelijken, dus deze `The weirdness' is nog altijd veel beter dan hetgeen vele kandidaat imitators op vandaag voortbrengen) : ?Trollin? is een aangename vunzige binnenkomer, ?ATM?, ?Fried? en vooral ?My idea of fun? rocken een flink stuk door en ?Mexican guy? is niet bepaald een slechte song. De overige songs, met als dieptepunt de titelsong waar Iggy zo aan het zwalpen gaat dat het niet meer om aan te horen is, missen ballen en passie en zijn de naam The Stooges onwaardig.

Iggy mist gewoon de inspiratie en de feeling om nog echt goeie en gevaarlijke songs te schrijven. Aan zijn band ligt het niet, want zij produceren nog steeds een energieke sound. Had Iggy wat betere songs geschreven, dan hadden The Stooges er ongetwijfeld dynamiet van gemaakt, want ze hebben er hoorbaar zin en staan hier steeds met een onbegrensde verbetenheid te spelen. Daarom is dit des te jammer.

Deze verzameling songs haalt slechts het niveau van Iggy's soloplaten als `Beat em up' en `Naughty little doggie' die, ook al hebben ze hun momenten, niet bepaald als zijn beste wapenfeiten kunnen worden beschouwd. We kunnen gerust stellen dat Iggy's laatste solo plaat `Skull ring' een heel pak beter en feller is dan deze `The weirdness'.

Laat Iggy misschien nog eens raad gaan vragen aan zijn ouwe gabbers van The New York Dolls, want zij zijn er wel in geslaagd om dertig jaar na hun heetste periode met hun nieuw album een geslaagde come back te maken; Iggy was er trouwens bij want op één song mocht hij zelf meedoen (?Gimme love and turn out the light? heet de song en hij is beter dan zowat alles wat hier op deze nieuwe Stooges staat, we kunnen u trouwens de volledige plaat van The New York Dolls streng aanbevelen, `One day it will please us to remember even this' heet het ding).

Moeten we The Stooges dan nu definitief begraven ? Misschien wel, maar niet vooraleer we ze nog een laatste keer op het podium zullen gezien hebben, want het is pas live dat deze band ten volle ontploft, en dat zal er niet om veranderen omdat ze nu een ietwat mindere plaat hebben gemaakt.

Als Stooges fan valt het ons zwaar om dit verdict te vellen, maar we moeten hard zijn, en vooral eerlijk.

Het is mooi geweest, maar niets blijft voor eeuwig duren.

woensdag 14 maart 2007 04:00

Shine on

Met hun debuut `Get born' werden deze Aussie rockers in 2003 alom bejubeld door de Britse pers. Waar hebben we dat nog gehoord ? Maar de Britten hadden voor één keer gelijk, de plaat rockte geweldig. Zo kwam de lat hoog te liggen, te hoog, zeg maar.

`Shine on' is in dat opzicht een zware tegenvaller. Géén idee wat Jet bezield heeft, maar om god weet welke reden willen zij op Oasis lijken, en dit resulteert in stroperige zaagballads als ?Shine on? en ?Bring it on back?, of in de halve rocker ?Come on come on? die ook al ten onder gaat in broertjes Gallagher-achtig geneuzel.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, want bij momenten wordt er evenveel met scherp geschoten als op `Get born', ondermeer op de sterke opener ?Put your money where your mouth is? en vooral op de splijtende vlam ?Rip it up?, een welgemeende kopstoot van een song, eentje zoals we er ook enkele vinden op die veelbelovende Fratellis cd . Ook ?Stand up? en ?Skin and bones? die richting Black Crowes gaan dragen onze goedkeuring weg. Maar daarmee is het vet al van de soep, de rest is lauwe pap. Jet heeft hier ook een totaal misplaatste Beatles fixatie die zich uit in werkelijk tenenkrullende ondingen als ?Shiny magazine? en ?Eleanor?, het al even Beatlesque ?All you have to do? kan er nog net mee door.

Een ontgoochelende tweede album dus van een band die wel degelijk kan rocken als ze er zin in hebben. Als ze hun platen van Oasis en The Beatles door het raam kieperen en vervangen door de voltallige AC/DC catalogus (Bon Scott periode wel te verstaan) dan kan het nog goed komen.

woensdag 14 maart 2007 04:00

Well well well

Milburn heeft pech, brute pech. En wel hierom : Arctic Monkeys waren eerst. Milburn zit in hetzelfde straatje, het zijn eveneens piepjonge gozers uit Sheffield die aanstekelijke en springerige korte rocksongs maken. Maar, ja, zoals gezegd, Arctic Monkeys waren hen voor en zijn door de Britse pers als the next hot thing binnengehaald. Milburn komt enkele maanden later af met een gelijkaardige sound en een zanger wiens stem akelig dicht ligt bij die van de zanger van Arctic Monkeys. Met andere woorden, het ligt er een beetje te vingerdik op en het groepje zal dus door de wereld genadeloos gedegradeerd worden tot imitators van The Arctic Monkeys. En zeker nu deze laatste binnenkort al met nieuw werk uitkomen zal men Milburn gewoon links laten liggen.

Nochtans is deze cd best te pruimen, het is op en top frisse Britse poprock en verdient echt wel uw aandacht. Al mag het voor ons part wel nog een beetje heviger.

Als Milburn in de toekomst zichzelf een eigen smoel kan toekennen dan zit hier potentieel in. Afwachten maar.

maandag 26 maart 2007 05:00

Brightblack Morning Light

Dit is een ietwat vreemde trance plaat met ingehouden, hypnotiserende psychedelica. The Doors op een laag toerental, Mazzy Star onder de LSD, The Pink Mountaintops zonder venijn.

De songs slepen zich soms tergend traag voort en dringen zo langzaam een mens zijn aderen binnen om zich uiteindelijk in diens hersenpan vast te bijten. De sound is repetitief en bezwerend, het klinkt soms als vreemde sixties, soms als lome jazz, maar is altijd even innemend. Sluipende gitaren, een `60's orgel, een verdwaalde dwarsfluit, piano of blazers op de achtergrond, allen houden ze zich in en zorgen voor een aparte meeslepende sound. Ook de vocals zijn de hele plaat door ingetogen, mijmerend en koel. Er wordt meer gefluisterd dan gezongen.

Dit is toch wel een indrukwekkend album van deze nieuwe band, hoegenaamd niet om op te dansen, wel om bij weg te ?deemsteren?. Heeft er iemand een jointje bij ?

Pagina 102 van 103