logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Filip Van der Linden

Filip Van der Linden

donderdag 29 maart 2018 02:00

The Magnificent Planet Of Alien Vampiro II

‘The Magnificent Planet of Alien Vampiro II’ is het tweede album van Häxxan (uit te spreken als chasan). Het trio komt uit Tel Aviv, maar probeert sinds kort vanuit Berlijn Europa te veroveren met zijn psychedelische, naïeve retro-powerrock, met uitstapjes naar garage, noise en seventies-hardrock.

"Silk Worms" heeft een melodie die zich met weerhaken vastzet in je hoofd. Op "Hunter" gaat Häxxan van een grappige beschrijving van het gebroken hart van een schooljongen naar een muur van distortion waar Ty Segall jaloers op zou zijn. In hun meest catchy versie, zoals op het up-tempo “Jeff Casanova”, komt Häxxan in de buurt van L7 en The Breeders, maar dan met rommelig-esoterische vocalen.

Op het instrumentale “Circle Of Quantum” klinken deze Israëliërs als Sonic Youth op een lsd-trip. Hawkwind? Jefferson Airplane en Girlschool komen ook een paar keer langs als referentie, o.m. bij “Snakes In My Hair”. Het tekstvel bij de CD verraadt dat de lyrics vanuit een andere taal naar het Engels vertaald zijn. Grammatisch klopt het allemaal nog net, maar de zinsconstructie en woordkeuze zorgen soms voor grappige momenten. Maar je kan hier vooral perfect van genieten zonder tekstvel. En dan eerder met een pretsigaret of na een paar glazen wijn op een zonovergoten zomerse avond.

‘The Magnificent Planet of Alien Vampiro II’ is een ideale soundtrack voor wie heimwee heeft naar Woodstock en het hele summer of love-verhaal. Of voor fans van The Narcotic Daffodils en Schocking Blue, maar dan met meer gitaren en met meer ballen.

https://www.facebook.com/xhaxxanx/


 

donderdag 29 maart 2018 02:00

Ever Since I Got To This Town (single)

Vito is de nieuwe Gentse band van Vito Dhaenens, die het eerst solo probeerde. Ze werden al opgemerkt in talentenjachten als De Nieuwe Lichting van StuBru en Westtalent. Het melancholische “Ever Since I Got To This Town” is hun eerste single.

Zelf zoeken ze inspiratie bij Neil Young, Kurt Vile en Patti Smith, maar dat komt er op de eerste single van dit vijftal nog niet helemaal uit. Het nummer drijft op de beat van wat een drumcomputer lijkt, gecompenseerd door warme gitaren en een melancholisch orgeltje. Vito heeft bovendien hetzelfde warme en soms weemoedige stemtimbre als zijn vader (Dirk Dhaenens van Derek And The Dirt).

Van hun grote voorbeelden zitten ze nog enkele stappen verwijderd, maar met deze worp zitten ze toch al in het spoor van And Then Came Fall, Mooneye en Mark Lanegan. Met een meer klassiek drum-geluid zou zelfs The War On Drugs een referentie geweest kunnen zijn, maar alle respect voor een jonge band die zijn eigen weg zoekt.

Hoe Vito het er live vanaf brengt, kan je op 22 april zelf gaan checken in de Charlatan in Gent.

https://www.youtube.com/watch?v=3wYjTRPsD7Q

woensdag 04 april 2018 13:31

Firepower

‘Firepower’ is zo goed als een afscheidsalbum voor Judas Priest. De creatieve tandem Rob Halford en Richie Faulkner zal het voortaan zonder Glenn Tipton moeten doen. Gitarist Tipton lijdt aan Parkinson. Bij de komende optredens als Graspop, laat Tipton zich daarom vervangen door Andy Sneap van Hell. Maar op dit album speelt Tipton nog mee.
Sneap is behalve interimgitarist ook één van de producers van ‘Firepower’, naast oudgediende Tom Allom. Beiden weten hun stempel te drukken op het album. Bij de openingstracks “Firepower” en “Lightning Strike” waan je je even terug in de tijd van British Steel en dat is toch al goed 50 jaar geleden. Het tempo ligt hoog en de solo’s worden op het scherpst van de snee gespeeld. Daarna gaat de voet van het gaspedaal en zorgen enkel het vakmanschap van Halford, Faulkner en Tipton ervoor dat songs als “Evil Never Dies”, “Never the Heroes” en “Children Of The Sun” overeind blijven en zelfs weten te begeesteren.
De oude honden van Judas Priest kan je misschien geen nieuwe trucjes leren, maar ze laten zich ook niet snel op fouten betrappen. “Traitors Gate” en “Spectre” kan je niet slecht noemen,  maar die twee songs halen niet het niveau van de rest op ‘Firepower’.

“Necromancer” doet de passie weer oplaaien. Faulkner en Tipton laten hun tanden zien en hun gitaren spreken. “Rising From Ruins”, “Flame Thrower”, “Lone Wolf” en “Sea Of Red” zijn ook bovengemiddeld goed.
‘Firepower’ bewijst dat Judas Priest nog lang niet op pensioen moet. Zonder Glenn Tipton zal de band niet hetzelfde zijn, maar met een Andy Sneap die zich warm loopt en een Rob Halford die op zijn gezegende leeftijd nog steeds mee kan met de besten in het genre, kan deze legendarische band best nog een paar tournees en albums mee.

donderdag 22 maart 2018 01:00

Terug Naar Zee

Jaap Boots is nog onbekend in Vlaanderen en dat is best jammer. Boots brengt Nederlandstalige pop en rock die op zijn beste momenten doet denken aan de jaren toen Boudewijn De Groot, Kris De Bruyne, Hans De Booij, Jan De Wilde en Peter Koelewijn nog volop op onze nationale radio’s gespeeld werden. Hij heeft voor ‘Terug Naar Zee’ twaalf pareltjes opgenomen die zich stuk voor stuk kunnen meten met “Zoutelande” van Blof en Geike Arnaert.
Jaap Boots is in de eerste plaats een journalist, een man van het geschreven woord. Dat hij ook een verdienstelijk zanger en gitarist is, werd pas later duidelijk. Het is allemaal niet hoogdravend of moeilijk, niet in de teksten en niet in de muziek.
Boots’ materiaal is heel toegankelijk en meestal zo vrolijk dat het zelfs aanstekelijk is. “Roep Van Het Wild” drijft op bijna dezelfde tonen als “Jet Airliner” van de Steve Miller Band. Het is toch allemaal niet zo oppervlakkig als je op het eerste gehoor zou denken. Er zit best wel wat stof tot nadenken in de schijnbaar eenvoudige teksten. “Heeft Iemand Mijn Ziel Gezien” had zelfs best kunnen ontsporen in overspannen melodrama, maar dat countert Boots muzikaal met swingende blues. “Hein” gaat over de dood die op de loer ligt, en dat is dan ook de donkerste verf waar Boots zijn teksten mee schildert, maar ook dit uitdagen van de dood zit verpakt in frisse, vrolijke camouflagekleuren.
Jaap Boots tapt voorts uit vaatjes als zomerse folk, zonnige pop en country, maar hij rijgt alles zo handig aan elkaar dat je als luisteraar niet doorhebt dat hij al eens het geweer van schouder verandert. Dat doet hij in de eerste plaats door zijn zachte, heldere stem en de waarachtige en soms een beetje grappige teksten centraal te zetten.
Elk van de twaalf liedjes op ‘Terug Naar Zee’ zou een single kunnen zijn en zou het goed moeten doen op Radio 1 en Radio 2.

donderdag 22 maart 2018 01:00

Aliens (single)

De Zweedse Linnea Vikström is de dochter van Thomas Vikström, vast bandlid van de metalband Therion. Linnea zingt al een tijdje bij als gastzangeres bij Therion, zowel live als bij opnames. Maar ze kan het ook zonder hulp van papa: ze zong ook reeds live bij Kamelot en bij opnames van o.m. Dynatzty. Met drie leden van Dynazty vormde ze zopas de nieuwe band Quantum Field Theory. Die band bracht zopas “Aliens” uit als eerste single.

Het groepsgeluid van Quantum Field Theory ligt op deze single niet helemaal in het verlengde van wat Linnea Vikström doet bij Therion of Kamelot en ook van Dynazty is het een heel eind verwijderd. Het is een stuk minder symfonisch dan Therion, maar nog wel bombastisch en met veel power. De krachtige, heldere van Vikström staat mooi centraal. Het thema van de lyrics van deze single is sci-fi, maar dan op een jaren ’50 en ’60-manier. Het veelbelovende “Aliens” is de voorloper van het album ‘Live in Space’, dat in mei wordt uitgebracht.

https://open.spotify.com/album/2YhNiURMFiEEQ74acjOgcW?si=XiGIR631TpGmz3xOW73aLw

donderdag 15 maart 2018 01:00

Shadow In The Well (EP)

De oudere metalheads kennen Tommy Stewart misschien nog van Hallows Eve, de Amerikaanse thrashband die in de jaren ’80 o.m. Drie albums uitbracht op Metal Blade Records. Sindsdien gaat het Stewart minder voor de wind.
Met Tommy Stewart’s Dyerwulf zit de Amerikaan ook op een ander spoor dan dat van de thrash. Dit startte als eenmansproject, maar werd na de eerste release aangevuld met drummer Eric Vogt van Armed Chaos. De single “Shadow In The Well” is de voorbode van het tweede album van Tommy Stewart’s Dyerwulf, dat pas in november zal uitgebracht worden. Het duo brengt hierop slepende doom met cleane vocalen. Het ritme van drum en bas heeft het iets van postmetal, al had het ook stoner of sludge kunnen zijn, maar de vocalen en gitaren duwen het toch een andere richting uit, meer naar het atmosferische.
Ook best te genieten voor wie niet elke dag een plak doom tussen zijn boterhammen legt.
https://tommystewartsdyerwulf.bandcamp.com/

 

 

donderdag 15 maart 2018 01:00

Invaders

Voor wie heimwee heeft naar de soundtracks bij films als Top Gun, Ghostbusters, Fame of Flashdance kunnen we ‘Invaders’ van Hollywood Burns aanbevelen. Dit project van Parijzenaar Emeric Levardon recycleert de meest verguisde elementen uit de cinematografische disco met synthwave en eurodance. Het is onvoorwaardelijk dansbaar, bijzonder aanstekelijk en het klinkt alsof je de hele tijd op een ‘foute’ party staat.
Zelf zegt hij de mosterd te halen bij films als ‘Psycho’ en ‘Alien’, maar creepy wordt het nergens. Voor wie op zijn Facebookpagina zegt dat hij Dimmu Borgir goed vindt, had het allemaal wat extremer mogen klinken. Dan klinkt dit toch eerder als Harold Faltermeyer, Jean-Michel Jarre, John Williams of Giorgio Moroder.
Een beetje jammer dat hij voor zijn retro-elektro bijna nergens afwijkt van zijn standaard-formule. Zo zijn bijna alle tracks instrumentaal, behalve “Came To Annihilate” (met een stemvervormer die weinig heel laat van de vocalen) en een sample van een stem op “Revenge Of The Black Saucers”.  De enige echt als dusdanig herkenbare vocale bijdrage staat op “Survivor”, meteen ook de beste track van dit album. Het niet-echt overtuigende Engels nemen we er dan graag bij.
Een paar gastzangers of zangeressen had dit project naar een veel hoger niveau kunnen tillen. Of een of andere metalgitarist die een stevige solo komt geven. Levardon kent zijn klassiekers en zijn formule om die te recycleren tot iets nieuws is buitengewoon efficiënt. Maar zonder goede vocalen blijft het wat hangen in vrijblijvend slaapkamergeknutsel.
Voor fans van Perturbator en Dan Terminus en voor fans van soundtracks uit de jaren ’70 en ’80.
https://www.youtube.com/watch?v=fR4sOLWlJ_Y&feature=youtu.be

donderdag 15 maart 2018 01:00

Whistle Down The Wind

‘Whistle Down The Wind’ is het eerste studio-album sinds ‘Day After Tomorrow’ uit 2008 van de legendarische Amerikaanse folkzangeres, songwriter en activiste Joan Baez. Ze heeft aangekondigd dat dit tevens haar laatste album is. Bij het album hoort ook een afscheidstournee die haar twee maal naar België brengt.
Op 77-jarige leeftijd en na meer dan 50 jaar in de business is het tijd voor rust en warmte in het hart van Baez. Ze heeft lang genoeg op de barricaden gestaan en dit album mag ook nog eens gewoon in het teken van de muziek staan. Het afscheidsalbum werd geproduceerd door Joe Henry en bevat covers van Tom Waits (twee), Josh Ritter, Anohni, Joe Henry, Mary Chapin Carpenter, Zoe Mulford, Eliza Gilkyson, Tim Eriksen en Richard Thompson.
Producer Henry schildert spaarzaam met akoestische instrumenten rond die kenmerkende stem. Het zijn allemaal warme, helende klanken met o.a. borsteldrums en piano.
De tijd heeft duidelijk sporen nagelaten op de stem van Baez, maar dat voegt eigenlijk nog iets toe aan het geheel. Het maakt dat je als luisteraar uitkijkt naar elk woord. De teksten zijn voor Baez duidelijk belangrijker dan haar eigen vocale prestatie, ook al roept niet elke song op tot revolutie. Die revolutie is Baez wel nooit ontgroeid.
Het moet Baez zwaar vallen om onder Donald Trump afscheid te moeten nemen van haar publiek. Liever dan hem rechtstreeks aan te vallen, geeft ze op ‘Whistle Down The Wind’ nieuwe zuurstof aan de oude idealen waar ze al die tijd voor gevochten heeft.
“I am the last leaf on the tree” (uit “Last Leaf”) vat het mooi samen.

donderdag 15 maart 2018 01:00

Teabag

Beech, het Aalsterse trio rond Kristof Souvagie, heeft een eerste album uit. ‘Teabag’ komt uit op het Belgische cassettelabel Gazer Tapes, maar is ook gewoon als download  te krijgen. Het universum van Beech bestaat uit zomerse, rammelende slackerpop. Denk aan Pavement, Dinosaur Jr, Weezer, de Lemonheads en Eels.

Het absolute prijsbeest op ‘Teabag’ is “Fifteen Years”. Die loopt over van bedrieglijke eenvoud en die schijnbaar-verveelde zanglijnen. Dat kunstje herhalen die van Beech nog een paar keer, op “Overlooked” en “Vultures”. “Heaven” is van een andere orde. Op die track zitten ook de lo-fi-gitaarsolo’s heel raak in de songopbouw en dat zorgt voor een extra dimensie. Dat hadden ze ook in de andere songs wat meer aan bod mogen laten komen.

“In My Hands” is een beetje de vreemde eend in de bijt. Hier geen slackerpop, maar dankzij die akoestische gitaar eerder iets tussen de Wolf Banes en The Jam in. Het is ook veruit het vrolijkste en meest zomerse nummer van dit album.

Mooi dat een band uitzonderlijk eens voor slacker kiest, en er dan toch nog zijn eigen ding mee doet.

 

donderdag 01 maart 2018 01:00

It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1

De Nederlanders van Claw Boys Claw scoorden hun grootste hit in Vlaanderen met “Rosie”. Dat was in 1992. Het waren de hoogdagen van de eigenzinnige Nederlandse gitaarrock met o.a. Fatal Flowers, Julia P. Herscheimer, Daryll-Ann en Bettie Serveert. Daarna ebde de aandacht voor Claw Boys Claw in Vlaanderen langzaam weg. Ondertussen zijn we 26 jaar verder en de band bestaat nog steeds. Peter Te Bos is nog steeds de zanger van de band, John Cameron is nog steeds de gitarist. Drummer Jeroen Kleijn (o.a. Daryll-An, Spinvis) kwam er pas bij in 2013.

Vijf jaar na het bij het Belgische label Play It Again Sam uitgebrachte album ‘Hammer’ komt de iconische Nederlandse band nu met het splinternieuwe album ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’ bij Butler Records.

'It's Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1' is inmiddels de twaalfde langspeler van de band. Het is een herkenbaar Claw Boys Claw-album waarin de garagerock van de jaren ’60 en ’70  nog eens heruitgevonden wordt. Dat wordt dan gekoppeld aan een hoop heerlijke weerbarstigheid waarvan we dachten dat wij er in de Vlaamse rock het patent op hadden.

Single “Polly Maggoo” start als een retestrakke indierocksong zoals we die in de jaren ’90 kenden, verzandt dan in wat psychedelica en neemt een tweede, akoestische start. Het nummer maakt duidelijk dat Claw Boys Claw nog steeds en meer dan ooit de band is van Peter Te Bos. In alles van deze song merk je zijn hand en zijn uit duizend herkenbare stem draagt de song volledig.

Neem alle muziek weg en met enkel zijn stem weet Te Bos je aandacht nog steeds vast te houden. Hij valt grofweg te vergelijken met Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club, maar ook met een jonge Roland Van Campenhout of een norse versie van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt.

Niet alle tracks op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’zijn zo sterk als “Polly Maggoo”. De titeltrack is een gejaagde rocker, maar over de betekenis achter de bizarre titel word je geen haar wijzer. Dat hoeft ook niet. “Red Letter” en het gejaagde “Suck Up the Mountain” hebben vaag iets van Midnight Oil en de Tragically Hip. Op “Throw Me A Bone” kruipt Te Bos een beetje meer in de schaduw en mag Cameron iets meer op de voorgrond, maar voorts zijn de rollen duidelijk verdeeld.

Een nieuwe “Rosie” staat er niet op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’, maar daar zaten we misschien ook niet op te wachten. Toch is dit één van de beste gitaarrockalbums van het moment. Degelijk zoals ze dat in de jaren ’90 deden.

Hopelijk wil Vlaanderen Claw Boys Claw opnieuw in de armen sluiten, want voorlopig laten ze ons links liggen voor optredens.

 

Pagina 70 van 73