logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Kitty, Daisy & Lewis

Kitty, Daisy & Lewis – Frisse, trippende, aangename set!

Geschreven door

De familie Durham wordt gerespecteerd met hun combinatie van rockabilly, rock’n’roll, rhythm & blues, country & western, ska en doowop blues uit de ‘50s/’60s, die ons doet denken aan het onvolprezen Red Devils van de early 90s en aanzetten  tot een heupwieg en een swing’n’boogie.
Zusjes Kitty en Daisy en broer Lewis , hebben moederlief (bas/contrabas) en vader neerzittend (slide)/gitaar) mee om er een gezellig onderonsje van te maken, samen met hun publiek als uitnodigende gast in een concertzaal .

Ze hebben een nieuwe plaat uit ‘The third’, die toegankelijk en eenduidiger klinkt in het genre en een fikse stap voorwaarts kan betekenen een breder publiek te bereiken .
Een paar jaar terug plaatsten ze zich in de spotlights op het r&b festival in Peer en sindsdien rolt de bal voor de muzikale familie. Toegankelijker betekent ook dat het allemaal een poppy groove kent, wat gepolijst en mooi klinkt, en dat de rauw in whisky doordrenkte blues wat op de  achtergrond is geduwd .
Geen nood , nog steeds hebben we een uiterst aangename, leuke set en zetten nummers aan tot een hillbilly/rockabilly party , zeker op het eind met die doorleefde, huppelende bluesy slide songs als “Going up the country”, het nieuwe “Developper’s disease”, “What quid” en “Mean sun of you” ; aan de  bar in de zaal werden nog meer pintjes en Belgische streekbieren getapt … Hier staan ze dicht tegen elkaar opgesteld aan 1 micro , wat de sfeer nog meer dampend, smachtend en gezelliger maakt!
Deze werden dus mooi bewaard op het eind , maar de 50 minuten ervoor genoten we van de unieke gedrevenheid van de drie met hun familie  uit Londen. Met een Jamaicaanse trompettist op leeftijd sijpelt de ska binnen , wordt de sound  kleurrijker , en is een saloon./bar sfeertje gecreëerd , wat de menigte ophitst (o.m. met een “Turskish delight” , “Whenever you see me” en “Good looking woman”).
Eerder konden we al proeven van hun kenmerkende stijl , door de pak songs van de nieuwe plaat , “Bitchin’ in the kitchen”, “Feeling of wonder” en de ingetogen single “Baby bye bye”, die de set openden. De mondharmonica werd niet vergeten, wat eerder het materiaal in een zompige blues onderdompelde.
Er wordt nogal veel van instrument gewisseld bij de drie, maar het enthousiasme , gretigheid, freakness , speelsheid, spontaniteit en kunde van het combo is en blijft ongenaakbaar. Ze zetten een “Never get back”, “No action” of “Whisky” op sobere wijze in , maar dan werd de ritmiek al gauw aangescherpt door de bredere omlijsting en de uptempo’s. Die intens spannende opbouw brengt de songs live op een hoger niveau .

En de set vloog snel voorbij op die manier .
Een Brian Setzer, Stray cats, Jon Spencer of Heavy trash hebben met de familie Durham een leuk speeltje erbij  . Ze staken voldoende variatie in hun spel, wat een uiterst boeiende, aangename, frisse, trippende, dansbare en ontspannende set opleverde …

Rock’n roll pur sang op z’n The Darkness kregen we met het andere Britse combo The Dash;
rechttoe-rechtaan, met een punky attitude zorgen ze voor een fucking crazy sfeertje, wat uiterst sterk werd onthaald door onze Franstalige vrienden . Een hoofdrol was weggelegd voor podiumbeest Marc Hayward , die dweepte met de voorste rijen . Fun & pleasure , met een knipoog naar The Clash , The Ramones en Iggy . Cheers mate!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Kitty, Daisy & Lewis

Kitty, Daisy & Lewis - Rockabilly Party in da House!

Geschreven door

Het deed deugd, meer dan deugd om in deze winterkoude te kijken, voelen, luisteren, genieten, dansen van de  hitsige, swingende, dampende en zompige songs van de twee zussen Kitty, Daisy en hun broer Lewis (tussen de 18 en 22 jaar) uit Londen. Klassieke rootsmuziek, een Retro Radio Modern, rockabilly, rock’n’roll, rhythm & blues, country & western, ska en doowop blues uit de ‘50s/’60s, die ons uitnodigen tot een heupwieg en een swing’n’boogie  danspasje met z’n twee.

Hier kon je niet stilstaan, heerlijk was het op zo’n barre winteravond … De ganse familie is hier meegereisd, want pa Graeme speelt gitaar , banjo en moeder Ingrid (Weiss) contrabas. En tot slot een Jamaicaanse trompettist Edward ‘Tan Tan’ Thornton kleurt en siert het gezelschap.
Ze zijn toe aan de tweede cd ‘Smoking in heaven ‘ , na het titelloze debuut van een pak opmerkzame covers . Na hun set op het R&B Fest in Peer en de daaropvolgende gig in de AB zijn ze uitgegroeid tot één van de hipste groepjes van het moment. De Handelsbeurs werd onmiddellijk omgetoverd tot een rokerige nachtkroeg … zonder rokers weliswaar…
Jeugdig enthousiasme, freakness, speelsheid, spontaniteit en kunde ! zijn de eerste woorden die opborrelden. Broer en zussen wisselden van instrument alsof het een fluitje van een cent was . Wat een energie, dynamiek, friste en gemotiveerde ingesteldheid! Ze gingen er letterlijk voor. Zus Kitty viel nog het meest op door met haar hele lijf ritmisch op de drumkit te meppen als de vrouwelijke Animal uit de Muppet show …Wat een “Wo-man” hoorde ik naast me. 
Natuurlijk kwam de recente plaat in de spotlight. De bluesy instrumental “Smoking in heaven”  was de ideale sfeermaker om het publiek op te warmen. Meteen kwamen er dan al een paar knallers als “I’m going back”  en “Will Iever” . Op “Tomorrow” zette de trompettist letterlijk eerst zijn keel open en blies er dan beheerst op los.
Het gezelschap tekende voor een ‘Rockabilly Party in da House!’, waarbij het poppy “Messing with my life , de publiekslieveling “Going up my country” en de classic “Hillbilly music “ niet ontbraken; we konden genieten van de  boogieswings “Baby don’t you know”  en “You’ll soon be here” , van de oubollige countryblues “I’m coming home”  en van een handvol instrumentals als “Paan man boogie”  en het lang uitgesponnen, groovende “What quid” in de bis. Iedereen liet hier zich eens  lekker gaan. En Lewis lijkt een jonge G. Love  als je hem bezig hoort op “Don’t make a fool out of me” .

De familie Durham hield het uitermate gezellig en zorgde voor voldoende variatie in hun spel, wat een boeiende, aangename, dansbare en ontspannende set opleverde … Een ideaal avondje uit om het weekend te besluiten … Af en toe speelden of sloegen ze er een maatje naast, maar wat wil je anders als je er totaal voor gaat … Van zulke traditionele band kijken een Brian Setzer, Stray cats, Jon Spencer , Heavy trash en Boss Hog op …

Gemma Ray opende met haar band en baadde ook al in die fifties country, sixties ballads, rockabilly en hillbilly mijmerend aan de  gitaarlicks van  Poison Ivy (The Cramps). Gemma geeft  er een eigen emotievolle sing/songwriting aan , aangevuld met doorleefde‘70s Hammond toetsen, en haar indringende heldere stem . De afwisseling van het frisse, trippende en ingetogen materiaal vormde het kader in een Saloon Bar van een Q. Tarentino film . Een best leuk muzikaal recept!

Organisatie: Democrazy (ism Handelsbeurs) Gent

Kitty, Daisy & Lewis

Smoking In Heaven

Geschreven door

De familie Durham, twee zussen Kitty, Daisy en broer Lewis  uit Londen, tussen de 18 en 22 jaar, plaatsen zich in de spotlights met de tweede cd ‘Smoking in heaven’ die een sfeervolle, broeierige, hitsende  en swingende mix bevat van jaren ’50 rock’n’roll , rhythm & blues, country & western, ska en blues .
Noteerden we op hun debuut een ganse reeks covers, dan heeft de muzikale familie het deze keer gezellig op eigen composities gehouden die overwegend nog dichtst bij G Love durven aanleunen . Doorleefde bluesrootsrock, stoffig beheerst met lekkere, voortkabbelende deuntjes; af en toen eens met weerhaken en zonder echt de bocht te missen.
Openers “Tomorrow” en “Will I ever” geven de toon aan; “Baby don’t you know” is er dan eentje met een repetitief Hammond orgeltje en het klinkt zonniger met “I’m so sorry”. En met moeder op contrabas en vader op toetsen worden  ze geruggensteund op hun arsenaal van piano, lapsteel, banjo, ukelele, accordeon en trombone . De rokerige stem van Daisy kleurt het geheel , soms aangevuld met zus Kitty en broer Lewis, die ook een paar songs voor z’n rekening neemt .
Een paar instrumentals (“Paan Man Boogie”, “What Quid” en “I’m coming home”) zitten mooi verdeeld in de dertien songs . Een heupwieg, een swing’n’boogie danspasje, een vingerknip en een meezingrefrein … Leuk allemaal … De Durhams zorgen ervoor!