logo_musiczine_nl

Talen

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
dEUS - 19/03/20...

Down The Rabbit Hole 2016 – overzicht van het driedaags festival

Geschreven door - Jasper Verfaillie -

Down The Rabbit Hole 2016 – overzicht van het driedaags festival
Down The Rabbit Hole 2016
Groene Heuvels
Beuningen
2016-06-24 t/m 2016-06-26
Jasper Verfaillie

De derde editie van het Nederlandse festival Down The Rabbit Hole kende op zijn zachts gezegd een turbulente start. Normaalgezien waren de festivalgangers al welkom op donderdag en zou de drukte van de kampeerders mooi over twee dagen gespreid worden. Maar het weer gooide roet in het eten en zorgde voor onder water gelopen delen van de camping en drassige parkings. Zo moest de organisatie andere parkeerplaatsen zoeken – die vonden ze zo’n 13 kilometer verder – en de opening van de camping uitstellen. Dat leidde vrijdagochtend tot enorme wachtrijen voor de pendelbussen aan het station en aan de parkings. Enkelingen dachten de wachtrijen te slim af te zijn door een taxi te bellen, maar die stropten dan weer het verkeer op waardoor de bussen er moeilijker doorheen geraakten …

dag 1 – vrijdag 24 juni 2016

En zo zijn we maar net op tijd om Sun Kil Moon mee te pikken in de Fuzzy Lop, de kleinste van drie tenten op Down The Rabbit Hole. Frontman Mark Kozelek wierp zich op als een pafferige predikant voor een luidruchtig publiek. Tot drie keer toe maande hij het publiek aan wat stiller te zijn, evenveel keren ving hij bot. Eventjes leek het er op dat Kozelek zijn geduld ging verliezen, maar hij koelde zijn woede met “Me We”, een nieuw nummer over gun control, de schietpartij in Orlando en ook iets over Muhammad Ali. Op zijn best is Kozelek intrigerend en meeslepend, zoals een scheurende versie van ‘Richard Ramirez died today of natural causes’.  Andere nummers leken dan weer drie keer langer te duren dan de gemiddelde aandachtsspanne van het publiek.

Beginnen met het tien minuten durend instrumentaal openingsnummer van je nieuwe plaat, het getuigt van heel wat lef en geloof in eigen kunnen. In een intiem zaalconcert kan dat nog werken, in de grote Hotot tent gaat de subtiele solo van Michael Kiwanuka een beetje verloren in het geroezemoes. Daarmee wordt meteen ook het grootste pijnpunt van Kiwanuka blootgelegd. Al te vaak monden zijn nummers uit in (te) lange jams en solo’s die spankracht missen. Toch kan hij met zijn warme soulvolle stem het publiek inpakken; zo tekende hij met “Black Man in A White World” voor een ongemakkelijke meezinger en afsluiter “Love and Hate” bleef de hele dag nazinderen in je hoofd.

De invloed van Tame Impala rijkt tot ver buiten Australië. Al van bij de eerste noten is het duidelijk dat de Nederlanders van PAUW hun sound schatplichtig zijn aan de Australiërs (en bij uitbreiding ook aan Temples, Pink Floyd). Een gebrek aan eigen smoel hoeft niet zo nodig een nadeel te zijn, zolang de nummers lekker weg luisteren. “Twee jaar geleden stonden we hier in het publiek,” gaf frontman Brian Pots mee halverwege de set. “En nu staan we hier als band, hoe vet is dat!” Net zo vet als hun leren jassen, hoedjes en haarstijl. Met mindere songs zou het al snel als een farce aanvoelen, hier past het perfect in het plaatje. En wanneer ze op het einde nog eens alle registers opentrekken met die geweldige riff van “Shambala” vindt niemand het nog erg dat hun sound zo sterk lijkt op die andere psychedelische rockbands.

Op papier leek Nathaniel Ratecliff & The Night Sweats best een interessant concert te worden. Een gouden stem, een heerlijke vintage sound en een stevige backing band; we hebben al uitmuntende concerten gezien met minder troeven op tafel. Al heel vroeg in de set kreeg Ratecliff en zijn band de hele Hotot aan het dansen met het radiohitje “I need never get old”. Daarna zakte het echter als een pudding in elkaar. Te veel eenvormige en inwisselbare nummers werden op den duur meer vervelend dan opzwepend. Op het moment dat hij zijn ander hitje “S.O.B.” in de strijd wierp, was het pleit al beslecht en was het niet meer dan een opflakkering. Hun nostalgische sound mag het dan goed doen in de hitlijsten, het kritische publiek van Down The Rabbit Hole lustte er minder pap van.

De hype voor het optreden van Courtney Barnett was voelbaar aanwezig. Elektriciteit, hoge verwachtingen, reikhalzend uitkijken … noem het hoe u wil. Het enorme applaus toen Courtney het podium betrad verraadde de intenties van het publiek. Ze waren er om de Australische tegen het hart te drukken en niet meer los te laten. De cartooneske visuals van opener “Dead Fox” vertelden dan weer wat Barnett van plan was: no nonsense rock met tongue-in-cheek lyrics. Eventjes leek het alsof ze het teveel van hetzelfde ging worden, maar het scheurende “Small Poppies” schudde het publiek opnieuw wakker. Met een loepzuivere hattrick (“Elevator Operator”, “Avant Gardener” en “Nobody Really Cares If You Don’t Go To The Party”) zette Barnett een stevig orgelpunt aan haar set.

“One, two, three, four!” We beginnen onze recensie van Mac DeMarco zoals hij haast elk nummer begint. Het is het eerste concert van hun tour en dat is er aan te merken. De sfeer tussen de bandleden is nog optimaal. De bandmanager moet zelfs halverwege de biertjes komen bijvullen. En waar bier rijkelijk vloeit, worden ook flauwe moppen gemaakt en gitaarduels uitgevochten. Aan hun mopjes - een ode aan de joppie saus en een raar verhaal over een bootje opblazen op het meer – moeten DeMarco en zijn band nog wat werken, hun sound zat wel al heel strak. Zomers, zonnig, beschonken en ten gepaste tijde eens uit de bocht vliegend. Het verleide Mac tot zatte en zotte solo’s met de gitaar in de nek en één voet op de versterker. Hij kan goed tot vier tellen, maar nog beter plezier maken.

In een ideale wereld worden de hitlijsten gedomineerd door artiesten die popsongs schrijven met teksten en beats die niet onderling inwisselbaar zijn. In een ideale wereld is Everything Everything de grootste headliner van de planeet. De realiteit is echter ietsje anders. De aalvlugge lyrics van frontman Jonathan Higgs gaan over evolutie, nucleaire radiatie, wetenschap, technologie en filosofie, maar dat ontgaat de modale festivalganger. Gelukkig koppelen ze die slimme lyrics aan al even intelligente en aanstekelijke nummers. Live staat hun math rock ook als een huis. “Blast Doors” was nog een schuchtere start. “Get To Heaven” zette hen op het juiste pad en vanaf “Spring/Sun/Winter/Dread” was het één en al extase tot het einde.

De headliner van de eerste dag is er meteen ook eentje die al haar sporen heeft verdiend in de muziekgeschiedenis. Het spreekt boekdelen dat PJ Harvey zich niet laat verleiden tot een greatest hits concert en gewoon haar eigenzinnige zelf blijft. Het gros van de set staat dan ook in het teken van haar nieuwe plaat ‘The Hope Six Demolition Project’. Met een saxofoon in de hand en bijgestaan door haar mannelijke en tienkoppige band leek PJ Harvey meer op een bandlid dan op een frontvrouw. Schijn bedriegt, want na enkele nummers was het wel duidelijk dat zij en niemand anders het tempo bepaalde.
De songs van haar nieuwste album werd sterk beïnvloed door haar reizen naar Washington D.C. en conflictgebieden Kosovo en Afghanistan. Toch maakt Harvey ook eventjes tijd voor dat andere conflictgebied Groot-Brittannië. Ze leest het pakkende gedicht ‘No Man is an Island’ van John Donne voor als een klaagzang over de Brexit. Als tegenwicht voor al dat geklaag speelt ze op het einde toch nog enkele klassiekers (“Down By The Water”, “To Bring You My Love” en “50ft Queenie”). Het publiek was haar heel dankbaar voor die beloning.

dag 2 – zaterdag 25 juni 2016
Soms vermoeden we dat de organisatie van Down The Rabbit Hole bands programmeert enkel op basis van hun naam. Zo trapte Woods de tweede dag op gang in de Fuzzy Lop, een tent die niet geheel toevallig te midden het bos staat. De Amerikaanse folk rockers wisten dat je zo vroeg op de middag best niet te moeilijk doet en begon hun set met enkele vrolijke folksongs. Gaandeweg sloop er meer dreiging in de nummers. Alsof er een gevaarlijk dier op de loer lag in het struikgewas en zich klaar maakte om zijn prooi aan te vallen. Dat beest krijgen we pas helemaal op het einde te zien en te horen, wanneer de Amerikanen nog eens alles los gooien.

Slechts drie Belgische bands zakten er afgelopen weekend af naar Down The Rabbit Hole. Die werden netjes per dag verdeeld. Na Douglas Firs op dag 1 was het op dag 2 de beurt aan de Waals-Congolese rapper Baloji met zijn Orchestre De La Katuba. Die probeerde met zijn mix van rap en Afrikaanse ritmes de Teddy Widder aan het dansen te krijgen. Aanvankelijk lukte dat ook, al moest hij zelf het goeie voorbeeld geven. Even later vertelt hij dat hij vijftien jaar geleden een nummer schreef over de problemen in Ivoorkust. “Ondertussen kan je Ivoorkust vervangen door eender welk Afrikaans land,” ging hij verder en hij gaf meteen heel wat voorbeelden die vreemd genoeg op gejuich en applaus werden onthaald. Malawi! Gejuich. Somalië! Applaus. Ofwel was het publiek ietsje te overenthousiast, ofwel wisten ze gewoon niet dat de situatie in Afrika geen hoerastemming verdient.

Of Whitney hun naam ontleent aan wijlen Whitney Houston is ons niet bekend. Wel weten we dat hun muziek verder geen enkele gelijkenissen bevat. Langer dan 40 minuten houdt de band het niet vol, logisch , gezien hun debuutplaat nog maar net uit is. Maar wat we in die 40 minuten te horen kregen, stemt ons meer dan tevreden. Hun fluwelen popsongs worden gesteund door de gouden stem van zingende drummer Julien Ehrlich en een subtiele trompet die gaandeweg vaker de hoofdrol kwam opeisen. Twee covers van Bob Dylan en The Everly Brothers wisten ons ook nog te vertellen wie hun grootste invloeden zijn.

Voor wie Eefje De Visser leerde kennen als een intieme en introverte singer-songwriter was het even schrikken. Op Down The Rabbit Hole kwam Eefje veel extraverter voor de dag. Met haar laatste album ‘Nachtlicht’ duikt ze ook letterlijk het nachtleven in. En Eefje had er duidelijk zelf zin in. Ze stond te trappelen op haar benen en als ze geen gitaar speelde, haalde ze haar meest sensuele dansmoves boven. Tussendoor vertelde Eefje dat ze zowat overal in België en Nederland had opgetreden en hun concertreeks ging afsluiten in de Carré in Amsterdam. Het is tekenend voor het vertrouwen waarmee Eefje en haar band op het podium stond en dat straalde af op het concert en het publiek. Om het met een cliché uit de voetbalwereld te zeggen: een ploeg met vertrouwen speelt altijd beter.

Een jazz-combo op een rockfestival programmeren is altijd een wilde gok. The Cinematic Orchestra had heel wat moeite om te overtuigen in de Teddy Widder. Van de kakofonische opener met geloopte saxofoon tot een haast onherkenbare gitaarversie van “To Build a Home”, de puzzelstukjes wilden maar niet in elkaar vallen. Een cinematische ervaring werd het evenmin, want de band werkte de set af zonder noemenswaardige visuals. En ook vaak zonder echte frontman. Oprichter Jason Swinscoe werd verbannen achter een turntable aan de zijkant van het podium. Als de saxofonist en achtergrondzangeressen niets te doen hadden, stapten ze van het podium en creëerden ze zo een gapend gat in het midden van het podium. Zo kreeg je het gevoel dat je naar een band zonder stuurman zat te kijken en dat is nooit een goed teken.

Zeggen dat De Staat een thuismatch speelde op Down The Rabbit Hole is een understatement van het grootste kaliber. De Nederlanders zijn niet alleen afkomstig uit Nijmegen (waar DTRH ook plaatsvindt), ze zijn ondertussen ook zowat de populairste band bij onze noorderburen. Bewijs daarvan waren hun twee zinderende optredens op Pinkpop en ook nu stelden ze niet teleur. Dat kon haast niet anders met een trouwe schare fans en een uitgekiende setlist die langzaam opbouwde naar een climax met genoeg uitschieters onderweg. Zanger Torre Florim weet ondertussen ook perfect hoe je een publiek moet bespelen. Tijdens afsluiter “Witch Doctor” ging hij tussen het publiek staan in een poging om de geweldige videoclip na te bootsen. Zowat de hele tent ging of rond Torre, of rond hun zelfgekozen middelpunt draaien.

Op zaterdag zag het er naar uit dat het ergste stormweer al voorbij was. Dat was tot Savages aan hun set begon in de Teddy Widder. Zelden was een bandnaam zo sprekend voor hoe een band live te keer gaat; als wildemannen, excuseer, wildevrouwen vol passie, bezieling en agressie. Hun muziek zat even strak als hun kostuums en frontvrouw Jehnny Beths blik stond op doden. Een uur frustratie en agressie werkt aanstekelijk, maar op den duur ook vermoeiend. Savages trok dat euvel op het einde nog recht met het even bloedmooie als furieuze “Adore” en het toepasselijke “Fuckers”.

Glen Hansard hoef je niet meer te leren hoe hij een publiek moet inpakken. Van bij het eerste nummer laat hij het publiek meezingen en salueert hij bij het zien van een Ierse vlag in het publiek. Even later probeert hij John Coffee-gewijs pintjes te vangen en haalt hij zijn beste dancemoves boven. Bijgestaan door drie strijkers, drie blazers en de leden van zijn voormalige band The Frames is het logisch dat hij alles uit de kast wil halen om de volledige tent mee te krijgen. En dat lukte wonderwel. Hansard grapte en grolde en zong ook gewoon loepzuiver. Dat zijn nummers al te vaak klein beginnen en groots eindigen, nemen we er graag bij. Onderweg passeren ook Van Morrison, Marvin Gaye en knipogen naar Aretha Franklin en The Muppets. Eindigen doet hij met een cover van Daniel Johnsons “Devil Town” die hij naar eigen zeggen zelf in de Paradiso in Amsterdam aan het werk zag. En het publiek, dat laat hij na twee bisrondes smekend om meer achter.

Na het concert van The National konden we twee conclusies trekken. Conclusie 1: niemand is perfect, ook de leden van The National niet. Opener en tevens eerste nieuw nummer in de set “Find A Way (Iris)” werd al meteen halverwege opgegeven en tijdens “Fake Empire” verslikte zanger Matt Berninger zich eventjes in de lyrics. Conclusie 2: zelfs met enkele technische foutjes blijft The National één van de beste en meest consistente bands ter wereld. Daarvoor hoeven ze helemaal geen vuurwerk of indrukwekkende visuals boven te halen. The National brengt concerten terug naar waar het eigenlijk om gaat: steengoede nummers spelen. Als je vier albums vol van zo’n nummers hebt, is het niet zo moeilijk om een publiek te overtuigen. En de fans kunnen zich nu al in de handen wrijven want twee andere nieuwe nummers die The National wel tot een goed einde bracht, klonken vertrouwd in de oren.

Met Savages en De Staat stonden er zaterdag al twee stevige bands geprogrammeerd. Toch werden die rond half twaalf ’s avonds verwezen tot plaatsen twee en drie want toen bestegen Ty Segall and The Muggers de overtreffende trap in allesvernietigende garagerock. Ty’s dream team bestond uit leden van Caïro Gang en Wand en met vrienden Mikal Cronin op saxofoon en King Tuff op gitaar. Genoeg talent om een enorme wall of sound mee te bouwen die tegelijk diepgang en variatie vertoont. Op die manier had Ty zelf eens de handen vrij. Voor hem was dat het teken om helemaal loos te gaan en het publiek op te jutten met moshpits, crowdsurfers en gelukkige geen zwaargewonden tot gevolg.

Sommige hypes zijn volkomen terecht (zie Courtney Barnett), andere zijn ietsje minder terecht. In welke categorie Flume valt, is voor discussie vatbaar. Het publiek in een overvolle Teddy Widder plaatste hem duidelijk in categorie één en wie zijn wij om hen ongelijk te geven. Met zijn nieuwe plaat ‘Skin’ lijkt de jonge Australiër maar één doel te hebben: een zo groot mogelijke massa aan het dansen brengen. En wat je ook denkt van de man en zijn muziek, het lukt hem wonderwel. Dat zijn zoete EDM op maat van jonge adolescenten is en hij nogal vaak dezelfde opbouw en climax trucjes gebruikt, vergeet en vergeeft het extatische publiek hem.

dag 3 – zondag 26 juni 2016

Het is geen cadeau om de laatste festivaldag op gang te moeten trappen. Ondanks het vroege uur en de vermoeide benen stond de Fuzzy Lop tent al aardig vol voor Howard. Al kon dat ook veel te maken hebben met het nakende onweer. De Amerikaanse band deed met zijn duistere doch dansbare grooves ook wel denken aan een donker wolkendek waar af en toe de zon door kwam piepen. Toen zanger Howard Feibusch een nummer dat “Religion” heette aankondigde, verslapte de aandacht zienderogen. Of het aan de titel, het thema of de muziek lag, blijft tot op heden een raadsel.

Na De Staat en Eefje De Visser stond er met Kovacs ook nog een derde Nederlandse trots op de line-up van Down The Rabbit Hole. Zo goed als we die eerste twee vonden, zo onverschillig bleven we bij het optreden van de jonge Sharon Kovacs. Podiumprésence heeft ze te over, maar iets te vaak verloor ze zichzelf in haar eigen pathetiek. Met twee strijkers en een drummer achter glas probeerde ze telkens songs vol drama en passie op te bouwen. Maar trop is te veel. Tekenend was de reactie toen Kovacs haar enorme bonten kap afzette en er onder die outfit een heel frêle meisje bleek te zitten. Het leukste moment van het optreden? Toen de gitarist een strandbal uit het publiek tegen zijn hoofd kreeg!

Dat Frightened Rabbit ooit op Down The Rabbit Hole moest spelen, stond in de sterren geschreven. Of in het notitieboekje van iedere programmator die de energieke Schotten ooit al eens aan het werk mocht zien. Want dat hun indie power rock geknipt is voor festivals, is een waarheid als een koe (of een konijn). De lads kwamen zowat rechtstreeks van Glastonbury en gaven toe dat ze al vier dagen niet meer gedoucht hadden. Iets dat ze gemeen hadden met het publiek, want toen frontman Scott Hutchinson vroeg “Who stinks like shit?” weerklonk een volmondig ja. Toch kon die eerlijkheid niet vermijden dat hun set op den duur eenvormig en eentonig begon te klinken. Op het einde hadden de Schotten wel nog goeie raad over voor het publiek met “Keep Yourself Warm”. Advies dat zeker opgevolgd werd.

Uitstekende optredens geven is altijd makkelijker met een uitstekende plaat onder de arm. Car Seat Headrest heeft er met ‘Teens of Style’ en ‘Teens of Denial’ zo twee in even veel jaar uitgebracht.  Al was die eerste een best of van zijn 7(!) voorgaande bandcamp albums. Aanvankelijk begon frontman en bezieler Will Toledo wat aarzelend aan de set en met zijn brekende stem en nerdy brilletje komt hij vooral stuntelig over. Tot hij aan het magistrale drieluik “Fill in the Blank”- “Vincent” – “Drunk Drivers/Killer Whales” begon. Dan ontpopt hij zich tot een indierockheld pur sang. Mocht het publiek daarna nog twijfelen, overhaalde hij zelfs de laatste criticasters met het bloedmooie “Sober To Death”, meezinger “Unforgiving Girl” en het scheurende “Something Soon”. “I need something soon”,  zong Toledo. Wat het publiek nodig had, was meer Car Seat Headrest.

Voor één keer had de Nederlandse presentatrice die de bands aankondigde in de Teddy Widder tent iets zinnigs te zeggen. “De band vroeg dat wie op Geert Wilders heeft gestemd, de tent zou willen verlaten”, zo kondigde ze het Bosnische Dubioza Kolektiv aan. Daarna volgde nog een dienstmededeling van de band zelf. Een computerstem liet ons in het Nederlands weten dat “Klappen verplicht is en het nuttigen van marihuana tijdens het concert ten strengste aan te raden is.” Zo wist je meteen ook al wat je te wachten stond: een mix van ska, hip hop en Balkan muziek met even grappige als politiek geëngageerde teksten. Het ging van The Pirate Bay, over Eurosong en de EU tot een nummer over aliens. Prettig gestoord en vooral een dik feestje!

Op een dag dat de Belgen op het EK spelen is het poepsimpel om onze landgenoten te spotten op een Nederlands festival. Het leek zelfs alsof ze allemaal samengetroept stonden in de Fuzzy Lop tent voor het optreden van The Sore Losers. Met de steun van het zwart-geel-en-rode publiek was het dan ook een makkie om een dijk van een concert neer te zetten. De Limburgers doen al jaren zowat elk festival en dus hebben we ze dat al meerdere keren zien doen. Het heilige rockvuur is nog lang niet gedoofd en de losers bleken een perfecte opwarmer om later op de avond onze Rode Duivels op een klein smartphoneschermpje te zien winnen van Hongarije.

Wie helemaal achteraan de tent stond tijdens het optreden van Daughter is het misschien ontgaan. Toen zangeres Elena Tonra na het intense “Doing The Right Thing” eventjes van het podium stapte, was dat niet om eventjes te gaan overleggen met de tourmanager, maar wel om haar tranen te drogen. En ze was wellicht niet de enige die het niet droog kon houden doorheen de set. De vrees dat hun breekbare folk pop het zou moeten afleggen tegen een rumoerig publiek bleek al snel ongegrond. Live wordt het drietal bijgestaan door een extra bassist die de nodige spierballen toevoegde. De weidse sound vormde een mooi contrast met de diepgaande en persoonlijke teksten die meermaals een krop in de keel bezorgden. Denk maar aan het bloedmooie “Smother”, het hartverscheurende “New Ways” of het massaal meegezongen “Youth”. Gelukkig zorgde Daughter met “Fossa” voor een opbeurende afsluiter. Zo werden de traantjes gelukkig gedroogd, er lag immers al genoeg modder op het festivalterrein.

Afgelopen weken bracht de Deense deerne MØ twee nieuwe singles uit. Die heten “Final Song” en “Goodbye” en daarmee is het moeilijk om er geen boodschap achter te zoeken. Het zou wel jammer zijn moest Karen Marie Aagaard Ørsted Andersen (want zo heet ze voluit) er nu al de brui aan geven. Haar optreden was dan wel verre van perfect, we zien wel nog een rooskleurige toekomst voor MØ. Ook al probeerde de Deense iedereen aan het dansen te krijgen – na drie nummers sprong ze zelf in het publiek om het goeie voorbeeld te tonen – het lukte haar nog het best als ze gewoon goeie nummers speelde. Met “Kamikaze”, “Waste of Time” en dat nieuwe “Final Song” kreeg ze moeiteloos de meest rigide stok aan het dansen. Toch lijden haar nummers aan het hit-or-miss syndroom. Voor elk goed nummer zijn er twee mindere. Eens MØ die balans kan omkeren, zullen haar optredens echt onvergetelijke feestjes worden.

Artiesten met politiek getinte nummers zijn dun bezaaid en als ze het dan proberen is het moeilijk om niet te vervallen in platte clichés. PJ Harvey gaf vrijdagavond al het goeie voorbeeld en ANOHNI (ook wel bekend als Anthony van Anthony and The Johnsons) deed er nog een schepje bovenop. Op Facebook gaat ze tekeer tegen de Oscars en de Brexit, op Down The Rabbit Hole richt ze haar pijlen op de American Dream, de NSA, drones, de opwarming van het klimaat en drie keer raden wie er van langs krijgt in het nummer “Obama”. Het is confronterend, intens en ongemakkelijk en dat wordt nog eens versterkt door de enorme karakterkoppen op het scherm die meelippen met de teksten. Zo is het niet ANOHNI maar vrouwen van alle leeftijden en uit alle uithoeken van de wereld die je ongemakkelijke vragen stellen als “Why did you seperate me from the earty?” of “If I killed your mother with a drone bomb, how would you feel?” ANONHI’s nummers verdelen en heersen. Op den duur worden al die huilende gezichten misschien wat van het goede te veel. Maar de boodschap blijft hangen. Zeker wanneer een aboriginal vrouw het laatste woord krijgt in een korte maar krachtige monoloog: “How are we going to make the world a better place?”

Na al die maatschappijkritiek van ANOHNI zou je haast verlangen naar puur hersenloos vertier. Kritiek is goed, maar het geeft wel een negatieve invloed op het festivalgevoel. Gelukkig konden de heren van White Denim ons meteen weer weg van de grauwe realiteit voeren. Hun rock met een goeie scheut soul en funk geeft de aftrap voor een losbandig slotfeestje. Speels en ongedwongen banen ze zich een weg door de set. Het publiek heeft duidelijk nog energie over en torsten de ene na de andere crowdsurfer. Na afloop weten we zelfs niet meer welke nummers ze nu juist gespeeld hebben. Alles ging verloren in een energieke en euforische waas. De psychedelica van Down The Rabbit Hole is ons na drie dagen naar het hoofd gestegen.

In hun 20 jaar lange carrière is Down The Rabbit Hole wellicht niet het eerste festival dat  de Fun Lovin’ Criminals mogen afsluiten. De New Yorkers weten ondertussen wel hoe je plezier koppelt aan stevige muziek en de nodige grappen en grollen. Ze schommelen tussen stevige rock, hip hop, een vleug reggae en op het einde ook een ode aan Barry White. Echt wereldschokkend en diepgaand is het allemaal niet (zie de lyrics van “Big Night Out” of “Scooby Snacks”), dolle pret is het des te meer. Na drie dagen vol ijzersterke bands en opvallende acts mag de riem wel wat losser.

Wie geen behoefte had aan nog een optreden kon ook gewoon plezier maken met één van de talloze dj’s en andere acts verspreid over het terrein. Terwijl de koning van de opbouw John Talabot aan zijn set begon in de Teddy Widder tent kon je op het idyllische veld terecht voor een sensueel feestje. Even verder kon je los gaan op de beste pop/rock hits op het vueige veld. Helemaal aan de andere kant van het festivalterrein kon je getuige zijn van een Indische bruiloft op het vurige veld en daarna met de bruid en bruidegom het avondfeest inzetten.

Down The Rabbit Hole 2016 was ondanks de regen en de modder opnieuw een feest der ontdekking. Een festival voor de zintuigen die geprikkeld werden door het lekkere eten, de uitdagende muziek of de verborgen hoekjes en kantjes van het festivalterrein. Het prikte aan de ogen toen we na drie dagen uit het konijnenhol kwamen gekropen. De realiteit zag er plots weer grijzer en saaier uit. Volgend jaar opnieuw met minder modder en regen?

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/down-the-rabbit-hole-2016/

Organisatie: Down the rabbit hole (Mojo) , Beuningen   

 

Aanvullende informatie

  • Datum: 2016-06-29
  • Festivalnaam: Down The Rabbit Hole 2016
  • Festivalplaats: Groene Heuvels
  • Stad (festival): Beuningen
  • Beoordeling: 4
Gelezen: 1197 keer