logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Deadletter-2026...
Festivalreviews

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent

Geschreven door

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent
FinFactor Jazz Damme 2026
De Zustertuin
Damme
2026-08-29 + 30
Erik Vandamme

Een festival hoeft niet noodzakelijk groter te worden om te groeien. Soms zit vooruitgang net in het verfijnen van een eigen identiteit. FinFactor Jazz Damme is er een mooi voorbeeld van. Wat vijf jaar geleden begon als een poging om jazz ook tijdens de zomer een plek te geven in de Brugse regio, groeide uit tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Toch blijft de organisatie bewust kiezen voor kwaliteit, intimiteit en muzikale ontdekking.
Vorig jaar maakten we gedurende één festivaldag kennis met die bijzondere formule.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie  
In de historische omgeving van Damme zagen we gevestigde waarden en jonge talenten hetzelfde podium delen, terwijl de geringe afstand tussen muzikanten en publiek voor een ongedwongen huiskamersfeer zorgde. Die eerste kennismaking smaakte naar meer.
Voor deze vijfde editie zakten we daarom het volledige weekend af naar Damme. De affiche vormde opnieuw een ontmoeting tussen verschillende generaties en uiteenlopende gezichten van de jazz. Grote Belgische namen als Philip Catherine, Nathalie Loriers, Brussels Jazz Orchestra en Lady Linn stonden er naast internationale muzikanten, avontuurlijke projecten en laureaten van de Dragon Jazz Contest.
FinFactor Jazz Damme wil geen breed popfestival met een vleugje jazz worden, maar duurzaam bouwen aan een herkenbaar jazzfestival dat nieuwsgierigheid aanwakkert zonder zijn identiteit te verliezen.
Op zaterdag 29 en zondag 30 augustus gingen we na hoe die ambitie zich op en rond de podia vertaalde.

dag 1 – zaterdag 29 augustus 2026 - Improviseren in de regen
De grote vernieuwing binnen het concept is de toevoeging van de Izzy Jazz Club Stage, een tweede en kleiner podium waar jonge Belgische jazzformaties speelkansen krijgen. Die naam is niet toevallig gekozen. Izzy Jazz Club, opgericht door Daniël Dehulster en Kobe Gregoir, organiseert in Huisbrouwerij De Halve Maan in Brugge kleinschalige jazzconcerten en vormde vijf jaar geleden de voedingsbodem voor het festival in Damme.
Op het nieuwe podium speelden twee jonge formaties telkens twee korte sets tijdens de pauzes op het hoofdpodium. Zo keert FinFactor Jazz Damme terug naar zijn oorsprong en investeert het tegelijk in de toekomst.

De eerste band op het kleine podium was Jef Chroneos Quartet (****). Aanvankelijk stonden de jonge muzikanten er nog wat onwennig bij, maar gaandeweg groeide hun zelfvertrouwen en viel alles beter op zijn plaats. Altsaxofonist Jef Chroneos trad muzikaal op de voorgrond zonder alle aandacht naar zich toe te trekken. Ook pianist Charlie Vanhoof, bassist Maxim Poppe en drummer Loes Schillebeeckx droegen nadrukkelijk hun steentje bij. Het hoogtepunt van de eerste set kwam er tijdens een ingetogen passage. Terwijl de regen neerviel, zorgden de warme saxofoonklanken voor een krop in de keel en een oprecht kippenvelmoment. Het leek alsof muziek en omgeving elkaar heel even perfect vonden. Tijdens de tweede set, vlak na het optreden van Margaux Vranken Trio, stond het kwartet zichtbaar zelfverzekerder op het podium. Trompettist Diego Torres Borghs, die later met Quintet 208 nog voor een avontuurlijke muzikale tocht zou zorgen, werd als gast uitgenodigd. Zijn inbreng gaf het geheel extra kleur en schwung.
Er blijft ruimte om verder te groeien, maar met meer podiumervaring kan dit kwartet uitgroeien tot een van de mooie nieuwe stemmen binnen de Belgische jazz.
Een naam om in het oog te houden.

Ondertussen viel de regen met bakken uit de lucht. Het publiek zocht massaal beschutting onder het grote stoffen afdak achteraan, waar gelukkig voldoende zitplaatsen waren. Voor de muzikanten moet het een surrealistisch beeld zijn geweest: de stoelen voor het podium bleven vrijwel volledig leeg, terwijl de toeschouwers zich een eind verderop hadden verzameld. Margaux Vranken Trio (*****) liet het niet aan het hart komen en kon rekenen op een bijzonder enthousiaste respons.
Nadat Lies Steppe het trio op haar bekende bevlogen wijze had aangekondigd, gingen de muzikanten inventief te werk. Margaux Vranken zocht geregeld met een kwinkslag contact met het publiek, maar vooral haar verfijnde pianospel sprak tot de verbeelding. Ingetogen pianoklanken raakten zacht de cimbalen, waarna warme contrabaslijnen ruimte creëerden voor hemelse improvisaties.
Ook de opvallende podiumopstelling droeg bij aan de beleving. De drie muzikanten zaten zij aan zij, alsof ze rechtstreeks met elkaar in gesprek waren. Dat bleek meer dan symbolisch: de grote kracht van het trio lag in de manier waarop ze elkaar aanvoelden, uitdaagden en aanvulden. Alles klonk doordacht en tegelijk bijzonder spontaan.
De muziek kon de regen niet verdrijven, maar zorgde wel voor drie kwartier groovy en intens luisterplezier. Het daverende slotapplaus maakte duidelijk dat wij lang niet de enigen waren die hiervan met volle teugen genoten.

Na de tweede set van Jef Chroneos Quartet was het de beurt aan Elly Brouckmans' MANIA (*****). Lies Steppe benadrukte bij de aankondiging dat dit bovenal een échte band is, iets wat ook Elly Brouckmans zelf meermaals onderstreepte. Dat bleek geen loze bewering. De hemelse saxofoonklanken van Brouckmans vormden een belangrijke leidraad, maar kwamen volledig tot hun recht dankzij haar medemuzikanten. De beweeglijke drums van Umberto Odone, het sprankelende pianospel van Yarno Hoedemaekers en de warme, groovy baslijnen van Toon Rumen vloeiden samen tot één organisch geheel. Zonder afbreuk te doen aan de individuele kwaliteiten - die tijdens de solomomenten duidelijk naar voren kwamen - lag de werkelijke kracht van MANIA in het collectief.
Volgens de biografie ontstond de band in een Brusselse kelder en dat clubgevoel sijpelde door in de muziek. Het kwartet bracht ritmisch prikkelende jazz die stevig aan de ribben bleef kleven, gedragen door improvisatie en zichtbaar spelplezier.
De muzikanten voelden elkaar haast blindelings aan en brachten hun enthousiasme moeiteloos op het publiek over. En zowaar: tijdens de set kwam zelfs de zon even boven de wolken piepen. Alsof ook zij van dichtbij wilde aanschouwen hoe vier muzikanten de grijze namiddag met zoveel spelvreugde van kleur voorzagen.
Mooier kon het plaatje haast niet worden.

Vervolgens was het tijd voor de tweede band op het kleine podium: Quintet 208 (*****). De jonge muzikanten stonden er alsof ze al twintig jaar samen speelden, zonder daarbij hun spontaniteit te verliezen. Vooral de wisselwerking tussen tenorsaxofonist Lucas Bakker en trompettist Diego Torres Borghs sprong in het oog. Hun instrumenten gingen een bezielde dialoog aan: bij momenten een ware match made in heaven, die herinneringen opriep aan legendarische combinaties van saxofoon en trompet uit vervlogen jazztijden. Ook het verfijnde pianospel van Charlie Vanhoof kreeg voldoende ruimte en versmolt prachtig met de warme contrabaslijnen van Floris Vandenbemden. Die kruisbestuiving werd vervolledigd door het veelzijdige drumwerk van Ada Schiettecatte, die het geheel ritmisch inkleurde zonder zich nadrukkelijk op de voorgrond te dringen.
Zo ontstond een haast tijdloze jazzbeleving waarin technische klasse en jeugdige onbevangenheid elkaar vonden. Quintet 208 keek met respect naar het rijke verleden van het genre, maar liet tegelijk horen dat jazz ook vandaag springlevend is.
We besloten alleen de eerste set mee te pikken - een mens moet tijdens zo'n lange festivaldag nu eenmaal ook even pauzeren. Wat we hoorden, volstond ruimschoots om Quintet 208 uit te roepen tot dé ontdekking van de eerste festivaldag.

De invloed van zwarte muziektradities op de hedendaagse jazz valt steeds sterker op. Dat merkten we deze zomer onder meer op Jazz Middelheim, maar ook tijdens verschillende andere concerten en festivals.
Vorig jaar waren we op FinFactor Jazz Damme nog diep onder de indruk van de poëtische set van Tutu Puoane. Ditmaal stond er opnieuw een zangeres op het podium die jazz met soul, r&b en gospel verbond.
De voor een Grammy Award genomineerde Christie Dashiell (****) liet samen met haar band de grenzen tussen die genres vervagen. Met haar warme, soulvolle stem deed ze de temperatuur gevoelsmatig naar het kookpunt stijgen. Het ene moment klonk ze breekbaar en intiem, even later krachtig en uitbundig. Ze schakelde schijnbaar moeiteloos tussen uiteenlopende registers. Toch was dit veel meer dan een vocale demonstratie. Pianist Tony Tixier, bassist Reggie Washington en drummer Yoràn Vroom legden geregeld een adembenemend klankentapijt aan haar voeten. De wisselwerking tussen stem en instrumenten maakte het plaatje compleet.
Ook Dashiell kreeg echter af te rekenen met de weersomstandigheden. Tijdens haar set gingen de hemelsluizen helemaal open, waarna het publiek massaal naar een droge plek vluchtte. Daardoor kwam het optreden helaas niet volledig tot zijn recht, zonder dat de zangeres of haar band daar iets aan kon doen. De muzikale warmte die het viertal uitstraalde, bleef ondanks de kille plensbui overeind.

Met achttien muzikanten op één podium was alleen al de opbouw voor het afsluitende concert een huzarenstuk. Daardoor begon Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers (*****) ruim een halfuur later dan gepland. Het podium stond uiteindelijk zo vol dat er voor Lies Steppe letterlijk geen plaats meer was om haar laatste aankondiging van de festivaldag te verzorgen. Dat gebrek aan ruimte temperde het enthousiasme van Nathalie Loriers allerminst. Vanachter haar piano sprak ze het publiek geregeld aan en maakte ze grapjes over haar wegwaaiende partituren - een van de risico's van spelen in openlucht.
Bovenal genoot ze zichtbaar van de wisselwerking met de muzikanten van het Brussels Jazz Orchestra. Deze internationaal vermaarde bigband is al meer dan dertig jaar actief en bestaat uit doorgewinterde muzikanten. Dat vakmanschap viel in iedere instrumentale bijdrage te horen. Zelfs de afwezigheid van artistiek leider en meestersaxofonist Frank Vaganée werd feilloos opgevangen.
Op de uitvoering en onderlinge afstemming viel werkelijk niets aan te merken. Binnen het project Envols stond de piano van Loriers nadrukkelijk centraal. Haar vaak intimistische klanken vormden geen los ornament, maar wezen het orkest de weg door haar composities en arrangementen. Toch zat de grootste kracht ook hier in het totaalpakket. Zodra alle registers werden opengetrokken, ontvouwde zich ruim een uur lang een rijk en dynamisch klankenuniversum waarin we ogen en oren tekortkwamen. Improvisatie is een kunstvorm en dit uitzonderlijke gezelschap zette dat op meesterlijke wijze in de verf.
Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers vormde de perfecte afsluiter van een regenachtige, maar bovenal bijzonder boeiende eerste festivaldag.

dag 2 – zondag 30 augustus 2026 – ‘Groovy' jazz verbindt generaties
Het viel ons tijdens de eerste festivaldag al op, maar op zondag werd het nog duidelijker: FinFactor Jazz Damme trekt een bijzonder divers publiek van alle leeftijden aan. Jongeren overtuigen om naar jazzconcerten af te zakken, blijft door het vermeende oubollige imago van het genre vaak een uitdaging. Dit festival lijkt daar opvallend goed in te slagen.
De nieuwe Izzy Jazz Club Stage speelt daarin ongetwijfeld een belangrijke rol. Vrienden en leeftijdsgenoten komen er kijken naar de prestaties van jonge muzikanten en maken ondertussen kennis met de andere artiesten op de affiche. Het kleine podium blijkt zo niet alleen een schot in de roos, maar ook een waardevolle investering in de toekomst van het festival.

Op de Izzy Jazz Club Stage werd de tweede festivaldag geopend door Bess Zuidervaart Quartet (****). De vier piepjonge muzikanten wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren. De amper zestienjarige saxofoniste Bess Zuidervaart bewoog moeiteloos tussen ingetogen, groovy en weerbarstige passages, met de zelfverzekerdheid van een doorgewinterde muzikante. Ook drummer Lowie Pallemaerts sprong in het oog. Met zijn expressieve mimiek en volledige lichamelijke overgave maakte hij het subtiele en doordachte drumwerk ook visueel bijzonder boeiend. Pianist Wannes Vingerhoets en bassist Anton Poncin gingen volop mee in de muzikale dialoog.
Het viertal verbond jeugdige onbevangenheid met een opvallend volwassen groepsgeluid en bewees zo dat de toekomst van de jazz in goede handen is.

Als laureaat van de Dragon Jazz Contest mocht Bossaferatu (*****) het hoofdpodium openen. Enkele gezichten kwamen ons ondertussen bekend voor. Drummer Loes Schillebeeckx zagen we eerder bij Jef Chroneos Quartet, terwijl saxofonist Lucas Bakker al met Quintet 208 indruk had gemaakt en later nog met zijn eigen project op de Izzy Jazz Club Stage zou aantreden.
Bossaferatu draaide echter niet alleen om instrumentale virtuositeit. Zangeres Marie-Emilie Cahay maakte met haar warme en veelzijdige stem indruk. Op sommige momenten waanden we ons in een rokerige jazzclub, waar een soulvolle zangeres het publiek langzaam maar zeker in vervoering brengt. Echo's van grootheden als Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan kwamen spontaan in gedachten, zonder dat Cahay haar eigen persoonlijkheid verloor.
Ook de wisselwerking met haar medemuzikanten zat erg goed. Ze voelden haar feilloos aan, vulden haar aan en boden ieder vanuit hun instrument een duidelijke meerwaarde. Bossaferatu zette zo een overtuigende kroon op het werk van de Dragon Jazz Contest en bewees andermaal dat de jazz een beloftevolle en sterke generatie klaar heeft staan.

Moeten we Philip Catherine (*****) nog voorstellen? De internationaal gerenommeerde Belgische gitarist weet ondertussen al meer dan zes decennia zowel jazzkenners als gewone muziekliefhebbers te betoveren. Hij was bovendien de enige artiest die het plein tot helemaal achteraan volledig liet vollopen. Opvallend was hoeveel jonge bezoekers vol bewondering naar de 83-jarige grootmeester kwamen luisteren.
Catherine straalde nog steeds de speelsheid van een kind uit. Met pretoogjes en een vleugje deugnieterij begon hij samen met pianist en toetsenist Nicola Andrioli en bassist Federico Pecoraro zelfs iets te vroeg aan zijn set. Lies Steppe kreeg nog net de kans om hem aan te kondigen, tot zichtbaar plezier van haarzelf, Catherine en het publiek.
Diezelfde gemoedelijkheid trok hij door in zijn bindteksten, gitaarspel en kwinkslagen naar zijn medemuzikanten. Andrioli en Pecoraro boden hem daarbij bijzonder mooi weerwerk. Met minimale gebaren en zonder enige bewijsdrang kreeg het trio het overvolle plein muisstil. Iedereen luisterde ingetogen en met een brede glimlach, om de muzikanten na ieder nummer op een daverend applaus te trakteren. Daardoor gingen Catherines ogen alleen maar harder blinken. Met een mooie ode aan Toots Thielemans bracht hij ook hulde aan een andere Belgische grootheid met wie hij heeft samengewerkt. Bovenal liet Philip Catherine horen dat je ook op latere leeftijd kunt blijven schitteren zonder grote woorden of theatrale gebaren. Zijn eenvoud, virtuositeit en warme persoonlijkheid maakten dit tot het mooiste concert van deze editie van FinFactor Jazz Damme. Een klassegitarist en bovenal een bijzonder sympathiek mens. Moge hij ons nog lang met zulke fijne concerten verblijden.

Na de levende legende Philip Catherine keerden we terug naar de Izzy Jazz Club Stage, waar een van de opvallendste jonge muzikanten van het weekend opnieuw aantrad. Ditmaal stond saxofonist Lucas Bakker er met zijn eigen Lucas Bakker Quartet (*****).
Bakker viel al meermaals in de prijzen en stond met verschillende ensembles op festivals en gerenommeerde podia. In 2022 won hij met zijn eerste compositie Polar de compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Binnen de andere projecten waarin we hem dit weekend aan het werk zagen, kon hij zijn talent al etaleren. Met zijn eigen kwartet leek hij echter pas echt zijn muzikale ziel bloot te leggen. Vanaf de eerste saxofoonlijn gingen de haartjes op onze armen overeind en kwam de veelzijdigheid in zijn spel volledig tot z’n recht.
Toch trok Bakker niet alle aandacht naar zich toe. Hij gaf zijn medemuzikanten voldoende ruimte om te schitteren. Het fraaie basspel van Nina Cekov, de inventieve pianopartijen van Samuel Frerichs en het precieze drumwerk van Kobe Bakker sprongen stuk voor stuk in het oog. Met Toots Toast, zijn speelse ode aan Toots Thielemans, liet Lucas op sopraansaxofoon nogmaals horen hoeveel maturiteit er achter zijn jeugdige uitstraling schuilgaat.
Na een grootmeester als Philip Catherine ontpopte hij zich tot een van dé ontdekkingen van FinFactor Jazz Damme.
dHet verleden en de toekomst van de Belgische jazz lagen op deze tweede festivaldag bijzonder dicht bij elkaar.

Met Joe Sanders' Parallels (****) stond een project met een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis op het hoofdpodium. Tijdens een eerder concert improviseerde Sanders als toegift een solo op contrabas. De melodie sloeg zo sterk aan dat het publiek ze na afloop bleef zingen. Dat spontane moment vormde later de kiem voor het titelnummer en het in 2024 verschenen album ‘Parallels’. De vraag was dan ook of Sanders die bijzondere verbondenheid tussen muzikanten en publiek in Damme opnieuw kon oproepen.
De omstandigheden speelden aanvankelijk niet in zijn voordeel. Philip Catherine had als grote publiekstrekker kort voordien het plein volledig gevuld, waarna veel bezoekers naar de Izzy Jazz Club Stage trokken. Net daarna viel ook de eerste en enige stevige bui van de dag, waardoor het publiek opnieuw beschutting zocht. Voor een minder bekende naam als Joe Sanders was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen terug naar het hoofdpodium te lokken. Sanders liet zich daardoor niet uit zijn lood slaan. Met saxofonisten Seamus Blake en Will Vinson en drummer Gregory Hutchinson omringde hij zich met drie absolute topmuzikanten uit de internationale jazzscene.
Zonder in routine te vervallen, bleven ze het publiek met speelse maar kordate improvisaties prikkelen. Via ritmisch handgeklap, muzikale oproepen en herkenbare melodieën groeide de betrokkenheid langzaam maar zeker. Het kwartet moest er door de omstandigheden hard voor werken, maar kreeg de aanwezigen uiteindelijk toch aan het klappen en meezingen. Als kers op de taart verscheen ook Christie Dashiell, die een dag eerder haar eigen concert had gegeven, opnieuw op het podium. Met haar warme, soulvolle stem gaf ze de set een extra vocale dimensie en maakte ze het plaatje compleet.
Na het slotapplaus mocht het gezelschap terugkeren voor een toegift en werd de melodie waarmee het verhaal van Parallels ooit begon opnieuw bovengehaald. Het oorspronkelijke wonder liet zich niet letterlijk kopiëren: daarvoor was de respons in Damme te ingetogen. Toch kwam dat bijzondere moment hier op kleinere en subtielere schaal opnieuw tot leven. Niet minder mooi, alleen intiemer.

Na nog even van de tweede set van Lucas Bakker Quartet te hebben genoten, met een smakelijke Brugse Zot in de hand, was het tijd voor de absolute headliner van FinFactor Jazz Damme. Lady Linn & Her Magnificent Seven (*****) sloten deze boeiende editie op veelzijdige wijze af. We schreven: "Wat als pop en jazz elkaar ontmoeten?" Daarmee zouden we een veelzijdige artieste als Lady Linn echter tekortdoen. Met haar enthousiaste uitstraling en wonderbaarlijk mooie stem maakte ze meteen duidelijk dat ze zich niet in één muzikaal vakje laat opsluiten.
Tijdens de ingetogen passages deed ze ons naar adem happen, maar even later nodigde ze het publiek met hetzelfde gemak uit tot een danspasje. Samen met haar sublieme muzikanten wist Lady Linn te ontroeren.
Tijdens Frank Sinatra's “Strangers in the Night” waagden enkele koppels zich zelfs aan een slow. Alleen begeleid door zachte pianoklanken bracht ze het nummer met de klasse en warme uitstraling van een klassieke crooner. Een magisch en onvergetelijk moment.
Ook Nina Simone was nadrukkelijk aanwezig in “Theme from ‘Middle of the Night’”, dat opnieuw voor kippenvel zorgde.
Daarnaast putte Lady Linn rijkelijk uit ‘Midnight Sun’, haar ode aan de duisternis, het licht en de eindeloze mogelijkheden van de nacht. Ze liet horen dat die nacht niet alleen melancholie en verstilling voortbrengt, maar evengoed feestvreugde, romantiek en sprankelend levensplezier.
Covers en eigen werk vloeiden daarbij moeiteloos in elkaar over. Zelfs haar publieksfavoriet “I Don't Wanna Dance” kreeg iets heerlijk ironisch, want stilzitten was ondertussen vrijwel onmogelijk geworden. De muzikanten gaven de songs alle ruimte om te ademen, te improviseren en telkens een andere richting uit te gaan.
Lady Linn & Her Magnificent Seven vormden zo de perfecte samenvatting van waar FinFactor Jazz Damme een heel weekend om draaide: jazz die intimiteit en uitbundigheid verenigt en muzikanten en luisteraars van verschillende leeftijden samenbrengt.
Van zestienjarige ontdekkingen tot een 83-jarige grootmeester: in Damme bewees jazz twee dagen lang dat ze werkelijk geen leeftijd kent.
Een mooiere afsluiter had deze editie zich nauwelijks kunnen wensen. We noteren alvast zaterdag 28 en zondag 29 augustus 2027 met stip in onze agenda. U toch ook?

Organisatie: FinFactor Jazz Damme + vzw22

Badlands 2026 – Take the trip - Toody Cole overtreft alle verwachtingen

Geschreven door

Badlands 2026 – Take the trip - Toody Cole overtreft alle verwachtingen
Badlands 2026
Lottum
2026-08-21 t-m 2026-08-23
Nederland
Ollie Nollet

Badlands is een driedaags festival in Lottum, een dorpje in Nederlands Limburg, waar muziek en een liefde voor oude motoren hand in hand gaan. Wat meteen opviel, was de piekfijne organisatie. Nergens wachtrijen, veel oog voor de aankleding en randanimatie, onberispelijk en in ruime mate aanwezig sanitair dat er na drie dagen nog smetteloos bij stond.
En dat alles tegen zeer democratische prijzen! En het programma? Mooi, maar niet van die aard om er een verre verplaatsing voor te maken. Maar met Toody Cole hadden de organisatoren onverwacht een vette vis aan de haak waardoor Badlands plots heel interessant werd. Toody Cole stond al op mijn planning voor de Vera in Groningen maar Lottum ligt een pak dichter bij huis, waardoor de keuze snel gemaakt was.

dag 3 - Badlands 2026 – zondag 23 augustus 2026
De eerste band die ik op Badlands zag, was Drum&Beeker, een duo uit het nabijgelegen Venlo. Garageblues met gitaar en drums, gezongen in het plaatselijke dialect, die wel heel sterk lonkte naar The Bonnevilles. Het had zeker wat, maar zelfs op dit piepkleine podium kwamen ze niet helemaal tot hun recht, of misschien speelde het felle daglicht hen wel parten.

Jenny Don't and The Spurs waren tijdens deze Europese tour mee in de slipstream van Toody Cole. De twee leden van Toody's band maken immers ook deel uit van The Spurs. Mooi meegenomen, want Jenny Don't and The Spurs moeten zowat mijn favoriete countryband van de laatste jaren zijn.
Het was nog vroeg op de middag en de grote tent was verre van vol maar één erg geïnteresseerde toeschouwer hadden ze alvast: Toody. Af en toe lastiggevallen door een stel opdringerige bezoekers die zonder veel omhaal met haar op de foto wilden, volgde ze het hele optreden vanaf de eerste rij. En hoewel het ook voor haar zeker niet de eerste keer geweest zal zijn, leek ze net als ik behoorlijk onder de indruk.
The Spurs opende hun set traditiegetrouw met een instrumentale intro, gedistilleerd uit ‘Bones in the sand’, die naadloos overging in "Flying High". Zo werd het meteen genieten van de heerlijk galmende gitaar van Christopher March, waarin ik de geesten van Link Wray en Duane Eddy meende te ontwaren.
Het is precies die bedachtzame rock-'n-rollaanpak van March, in combinatie met de engelachtige countryzang van Jenny Don't, die de groep boven het omvangrijke peloton countrybands doet uitstijgen. Verder gaf bassist Kelly Halliburton, niet vies van een rock-n-rollpose meer of minder, het geheel een vettig garagerandje terwijl de wat onopvallende Buddy Weeks achter de drums voor een onstuitbare drive zorgde. Het duurde misschien even, maar de immer breed glimlachende Jenny Don't wist de sfeer uiteindelijk tot het kookpunt te brengen. Dat was meteen het sein voor enkele Hollandse meiden om onder het goedkeurend oog van Toody hun beste line-dancepasjes te demonstreren.
Intussen volgden de hoogtepunten elkaar in snel tempo op, waaronder het hartverscheurende "Unlucky Love" en het door een Bo Diddley-beat aangedreven "My Baby's Gone".
Dit was de derde keer dat ik deze groep uit Portland, Oregon aan het werk zag en opnieuw werd ik genadeloos overrompeld. Hoewel het - ik durf het bijna niet te schrijven - misschien toch stilaan tijd wordt om de set met enkele nieuwe nummers op te frissen.

Daarna was ik getuige van een uitzonderlijk fenomeen: een voormalige Londense busker die als one-man-band een intussen volgepakte tent moeiteloos uit haar dak liet gaan. Cam Cole verontschuldigde zich omdat hij geen Nederlands sprak, maar zei er meteen bij dat hij een taal sprak die we wél zouden verstaan: die van de blues en rock-'n-roll. En of de meute dat verstond!
Cam Cole, getooid met een kleurrijke hoge hoed en een jasje dat hij bij Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band leek te hebben geleend, werd meteen als een ware held ontvangen. Gezeten op wat wel een troon leek, met een gigantisch 'spinning wheel' als decor, produceerde hij in zijn eentje een verrassend volle sound. Daarvoor maakte hij gebruik van drie gitaren, waaronder een Mule Resonator Guitar, en een footdrumkit. Dat laatste bestond uit een basdrum, snare, cymbaal, tamboerijn, koebel en nog een ondefinieerbaar ding.
Een massieve muur van geluid vormde het karkas van zijn primitieve trashbluesnummers. Telkens hij zo'n nummer inzette, dacht ik: 'wow, dit wordt fantastisch!' maar even snel als ze kwam, verdween de euforie weer. De songs hadden te weinig om het lijf en zelfs die indrukwekkende sound miste het nodige reliëf. Het publiek trok zich daar duidelijk niets van aan en ging uitzinnig te keer.

Dead Moon is zonder twijfel een van de beste groepen die de undergroundrock-'n-roll ooit heeft voortgebracht. De groep was actief tussen 1987 en 2006, maar er volgden nog enkele reünieconcerten vanaf 2014. In 2017 viel het doek definitief toen frontman Fred Cole stierf aan kanker. Een jaar eerder was drummer Andrew Loomis hem al voorgegaan, eveneens ten gevolge van kanker. Bassiste Toody Cole, die op het moment van Fred's overlijden precies vijftig jaar met hem getrouwd was, besloot in 2023 totaal onverwacht met een eigen band de erfenis van Dead Moon nieuw leven in te blazen. Na een eerdere tour vorig jaar door Australië en Nieuw-Zeeland, was dit jaar Europa aan de beurt, met Badlands als een van haar haltes. Mijn verwachtingen waren hooggespannen maar ik had toch ook de nodige reserves. Ten tijde van Dead Moon zong Toody ook steevast een paar nummers waarbij ze telkens liet horen dat zingen niet haar sterkste kant was. Nu zou ze dus alle nummers zingen en ik kan u meteen vertellen dat ze dat tegen alle verwachtingen in bijzonder voortreffelijk deed. 77 is ze ondertussen, maar daar was eigenlijk niets van te merken. Een enkele keer leek ze wat last van haar vingers te hebben, maar dat belette haar geenszins om heftig aan de bassnaren te plukken.
Met opener "Walking on my grave" kwam de set meteen op kruissnelheid. Wat volgde was een gelukzalig makend feest van herkenning dat alle mooie herinneringen weer naar boven bracht. "Dagger Moon", "Going South", "Fire in the Western World", "Johnny's got a gun"... Stuk voor stuk briljanten die ik veel te lang had moeten missen.
Daartussen ontwaarde ik ook twee nummers die niet van Dead Moon waren. Eerst was er "Caroline" van Pierced Arrows, de groep van Fred en Toody na Dead Moon. En even later volgde "You must be a witch", een nummer uit 1968 van The Lollipop Shoppe, een vroegere groep van Fred Cole, dat ook te vinden is op de legendarische Nuggets-verzamelaar die door Lenny Kaye werd samengesteld.
En dan had ik het nog niet eens over 'her band'. Op drums de immer enthousiaste Kelly Halliburton, die uiteraard het klappen van de zweep kent: hij was immers ook drummer bij Pierced Arrows. En dan was er nog Christopher March, die ook hier weer schitterde op gitaar, net als bij Jenny Don't. Hij deed gelukkig geen krampachtige poging om de scheurende gitaar van Fred Cole te imiteren, maar bleef gewoon trouw aan zijn eigen stijl en dat bleek zonder twijfel de beste keuze.
Intussen bereikte de feeststemming haar toppunt toen er gratis bier aan de eerste rijen werd uitgedeeld. Of het daaraan lag weet ik niet, maar even later barstte een moshpit in alle hevigheid los.
Met "Dead Moon Night" kwam er een einde aan een set die veel te vlug voorbijgevlogen was. Een bis kon uiteraard niet uitblijven en met "54/40 or fight" gingen nog eens alle vuisten de lucht in. Wat ben ik blij dat ik dit nog mocht meemaken.
Setlist Toody Cole and Her Band @ Badlands 23-08-2026
1 Walking on my grave 2 Caroline 3 Dagger moon 4 Psychodelic nightmare 5 Going south 6 All sold out 7 You must be a witch 8 Claim to fame 9 Fire in the western world 10 Running out of time 11 I hate the blues 12 Diamonds in the rough 13 Johnny’s got a gun 14 Clouds of dawn 15 It’s O.K. 16 Dead Moon night 17 54/40 or fight


Na dit verpletterende optreden had ik gerust naar huis kunnen gaan - tenslotte was het hiervoor dat ik gekomen was - maar gelukkig deed ik dat niet en ontdekte ik nog twee uitstekende Nederlandse bands.
De eerste was Eyesores, een trio uit Harderwijk dat eerder dit jaar debuteerde met ‘They want to see you fall’. Eyesore betekent zoveel als 'doorn in het oog': iets dat zo lelijk is dat het pijn doet aan de ogen. Maar dat was Eyesores allerminst.
Integendeel, ik kon mijn ogen niet van hen afhouden. De drie jongemannen brachten met veel branie en lef een luide mix van garagepunk, noise en grunge. ‘De Nederlandse SEXTC’, fluisterde iemand me in het oor, en daar had hij zeker een punt. Datzelfde tomeloze en ongegeneerde enthousiasme, diezelfde vette, smerige riffs en zelfs het podium, waarop ze stonden, bracht me terug naar de Busker Stage op Leffingeleuren waar ik voor het eerst SEXTC zag. En net als toen hoorde ik ook hier minstens één nummer dat schatplichtig leek aan Nirvana.
Het plein voor het podium muteerde dan ook snel tot een gigantische moshpit. Bovendien kwam Jochem Lambert af en toe vanachter zijn drumstel tevoorschijn om met wilde gesticulaties nog wat olie op het vuur te gooien. Samen met zanger-gitarist Justin Ruitenschild en bassist Lars van den Bogaard beleefde hij duidelijk de tijd van zijn leven. Dat was voor mij niet veel anders, en het was tegelijk ook een geruststelling dat jongeren zich nog aan dit soort muziek willen vergrijpen.

Mooon, een trio uit Aarle-Rixtel, een dorp in Noord-Brabant, blijkt een gevestigde waarde in de Nederlandse undergroundscene. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. Sinds Badlands is dat definitief verleden tijd want Mooon maakte er behoorlijk wat indruk.
Vanaf de eerste noten had deze groep me bij de lurven. Alles, maar dan ook alles, ademde bij Mooon de sixties. Met een kapsel en kledij waar duidelijk veel tijd aan was besteed leek bassist Tom de Jong zo uit een beatbandje uit het midden de jaren zestig te zijn gestapt. Broer Gijs (drums) en neef Timo van Lierop (zang/gitaar) zagen er op hun beurt uit alsof ze pas Woodstock hadden meegemaakt.
Ook muzikaal lagen de invloeden uit het gouden tijdperk van de muziek er vingerdik op. Die psychedelische gitaar, die infectieuze beat en die wonderlijke samenzang: ik kreeg er maar geen genoeg van. Het deed me voortdurend aan The Byrds denken, altijd al een van mijn favoriete sixtiesgroepen.
Ieder nummer leek wel een cover, maar was het nooit. Riffs en melodieën werden met veel respect gerecycleerd. Soms iets te expliciet: zo leek "She makes me feel" wel heel erg op "Psychotic reaction" van Count Five. Nummers als "Alcohol" en "Mary you wanna" waren zo aanstekelijk dat het leek alsof ze altijd al hadden bestaan.
Uiteindelijk kregen we met de slotsong dan toch een echte cover: "Kick out the jams" van MC5. Een atypische keuze eigenlijk, maar het werd dan ook gezongen door een gastzanger. En zo kom ik bij het heikele punt: waarom Mooon niet de volle vijf sterren binnenhaalde. De band tackelde gewoon zichzelf door bij ieder nummer iets speciaal te willen doen. Het werd voortdurend een komen en gaan van gastmuzikanten, allen nobele onbekenden voor me. Maar zelfs dat vonden ze niet genoeg. Het spektakel begon eigenlijk al voor het optreden, toen de drummer op een motorfiets het podium opreed. Tijdens het tweede nummer liet een roadie (?) zich op een surfplank boven de hoofden van het publiek ronddragen. Even later rolde voor "Too cool for school" een koortje op een podiumkar het podium op. Halverwege de set werd zelfs een heus kanon bovengehaald. Die werd met vier grote fietspompen onder druk gezet, waarna er een lading t-shirts de zaal in werd geschoten. En zo kan ik nog even doorgaan. Het was er gewoon over terwijl hun muziek alleen al ruim voldoende was om er een geweldig feest van te maken.
Toch bleef het een mooi orgelpunt van een op alle vlakken geslaagde festivaldag.

Organisatie: Badlands

Excelsior Rocks! 2026 – Geslaagde eerste editie!

Geschreven door

Excelsior Rocks! 2026 – Geslaagde eerste editie!
Excelsior Rocks! 2026
Place Cardinal Mercier
Jette
2026-08-22
Ollie Nollet

Het zijn barre tijden om een nieuw festival te starten. De lange lijst vergunningen en regels lijkt een onoverkomelijke hindernis. Toch bundelden twee cafés aan het Kardinaal Mercierplein in Jette de krachten om samen een eerste editie van Excelsior Rocks! op poten te zetten. Nu zijn beide cafés niet helemaal onbeslagen in het organiseren van optredens. Vooral het Excelsior Stam Cool Café mocht al heel wat mooie namen verwelkomen, onder wie The Briefs en The Morlocks, terwijl ook het Welkom Café al enkele buitenlandse groepen een podium gaf.
Qua opkomst was Excelsior Rocks! alvast een succes. Nu maar hopen dat ook het financiële plaatje klopt, want het festival was volledig gratis. Het deed me wat denken aan de begindagen van het Binic Folks Blues Festival, waar men ook met een gratis formule kleine groepen uit de garagerock en punk aan een groter publiek presenteerde. In Jette was het toch net iets kleinschaliger: één dag, één podium en zeven groepen waarvan ik er vijf aan het werk zag.

De eerste band die ik zag, was MFC Chicken, een kwartet uit Londen dat al sinds 2010 actief is. Na vijf platen op Dirty Water Records verscheen hun nieuwste worp, ‘Milk Chicken’, op het Spaanse Folc Records. Met hun vieren, allen keurig in het pak en met een strikje, leken ze wel drie generaties te overspannen. Bassist Zig Criscuolo en gitarist Dan Criscuolo, die je ook zou kunnen kennen van The Fuzillis, waren vader en zoon terwijl drummer Ravi Low-Beer met gemak de opa van Dan had kunnen zijn.
De vier brachten bijzonder aanstekelijke no nonsense rock-'n-roll met de heerlijke sax van Spencer Evoy als drijvende kracht. Evoy was een frontman naar mijn hart die naast de sax ook de zang voor zijn rekening nam en tussendoor nog geregeld de tijd vond om zijn haar in de juiste plooi te kammen.
Opvallend veel nummers gingen over kippen waarvan ik er zowaar eentje herkende: "Chicken Shack Boogie" van Amos Milburn. Dit was retro rock-'n-roll, met zoveel panache gebracht zodat het nooit oubollig aanvoelde. Hier ging een onvermoede energie van uit die deed denken aan Barrence Whitfield, met wie ze trouwens hebben samengewerkt. De danspasjes waren wellicht wat keuriger dan bij die laatste, maar de bassist en de saxofonist waren toch niet te beroerd om zich even tussen het publiek te mengen.

De presentator, een lokale komiek die niet onverdienstelijk bleek in het droogworstenwerpen, wist ons te vertellen dat Little Steven (Van Zandt) hen ooit tot nummer één-garagerockband uitriep. Nu vermoed ik toch dat Little Steven er minstens eentje te veel op had toen hij die uitspraak over Muck and The Mires deed.
De acht platen die de band uit Boston, Massachusetts uitbracht, zijn bezwaarlijk meesterwerken te noemen en ook de laatste EP, ‘The Ghost of Roky Erickson’ valt ondanks zijn fraaie titel wat licht uit. Nu zijn dit soort groepen doorgaans beter live dan op vinyl maar aanvankelijk viel ook dat wat tegen. Hun retro powerpop in een garagejasje bleef in het begin wat steken in een troebele brei.
Nu hoeft garagerock voor mij zeker niet perfect te klinken maar hier vielen er nauwelijks nummers te ontwaren die die naam waardig waren. Nochtans ontbrak het de vier, die zich in identieke outfits hadden gehesen, allerminst aan enthousiasme. Maar met "Love Potion No.9", een cover van The Clovers, kwam plots de kentering. Eindelijk werd de juiste balans gevonden en kon ik ten volle genieten van hun ongecompliceerde songs. Ook hun uitstapje naar de Mersey Beat met "It's gonna be alright" van Gerry and The Pacemakers was een voltreffer.
Met het slotoffensief ging ik uiteindelijk helemaal overstag. Eerst was er het vrij stevige "I'm your man" dat leadgitarist Pedro Mire zong en dat geplukt werd uit het repertoire van zijn andere groep, de Ape Hangers. Maar het mooiste werd tot het laatst bewaard: "Commando", een onweerstaanbare Ramones-cover.

Les Rencards was de groep waar ik het meest naar uitkeek en ze maakten die verwachtingen meer dan waar. Les Rencards is een internationale groep uit Barcelona met vier uitgesproken persoonlijkheden. De Barcelonese zangeres Merli Marlowe is zonder twijfel de blikvanger van het gezelschap. Ze leek wel een jonge, en vooral sexyer, versie van Nana Mouskouri. Ze zingt in het Frans omdat ze als cineaste gefascineerd is door de Nouvelle Vague. Dat Frans leerde ze tijdens haar studies in Brussel.
Op het podium ontpopte ze zich meteen tot een onvervalste vamp. Haar hese stem bleek niet altijd even toonvast maar dat maakte haar zang alleen maar zwoeler. Samen met haar drie kompanen bracht ze een intrigerende mix van yé-yé en sixties garagerock. Kronkelend rond haar microfoonstandaard of zich een weg dansend door het publiek zoog ze voortdurend alle aandacht naar zich toe. Maar ook de drie andere muzikanten verdienden minstens evenveel aandacht. Marc Argenter, duidelijk de chouchou van Merli, bleef me verbazen met inventief gitaarwerk. De Braziliaan Gabriel de Camargo was al even imponerend op bas en mocht bovendien twee nummers in het Portugees zingen, die zeker niet van de minste waren. Ten slotte was er nog Ian Kay,de jonge Fransman van Armeense afkomst achter het drumstel. Ook hij bleek behoorlijk creatief: tijdens het prijsnummer "Mon ami" gebruikte hij zowaar een bierflesje als percussie-instrument. Ook hij mocht even iets zingen en deed dat met verve, in een nummer dat heel sterk aan Them deed denken. Dat hoeft niet te verbazen: hij brengt platen uit onder zijn eigen naam en is daarnaast zanger-gitarist bij The Cavemen V en The Missing Souls.
Les Rencards sloten hun indrukwekkende set af met "Ton rencard", waarin Merli nog eens alles uit de kast haalde om het publiek op te hitsen.

Daarna was het tijd voor onze nationale trots, The Kids. Intussen was het plein volledig volgelopen. Kwamen die echt allemaal voor The Kids of waren er velen die dit gratis festival enkel 's avonds wilden meemaken? Veel maakt het niet uit: The Kids speelden gewoon een verpletterende set. Ik zag ze eerder dit jaar al in De Zwerver, in het kader van hun vijftigjarig jubileum. Ook toen was ik behoorlijk onder de indruk, maar wat ik hier meemaakte, lag toch nog enkele niveaus hoger. Nochtans was de setlist nagenoeg identiek en zullen ze in Leffinge ongetwijfeld evenzeer het beste van zichzelf gegeven hebben. Maar hier in Jette hing een magie in de lucht die zich rationeel niet liet verklaren.
Vanaf het eerste nummer "No Work" sloeg de vonk over op het publiek. Wat volgde leek een resem onbetaalbare hits waarop het deinende publiek bijzonder warm reageerde. "On s'amuse!" riep gitarist Luc van de Poel in zijn beste Frans. Met zijn 73 is hij de nestor van de groep, maar toch leek hij veruit de energiekste van het stel. Of Ludo Mariman het besefte, weet ik niet, maar hij zong hier "Fascist Cops" in de schaduw van het plaatselijke politiekantoor.
Het was de aanloop naar een zinderende finale met "Do You Love the Nazis" als apotheose. Uiteraard kon een bisnummer niet uitblijven. "If the Kids Are United" van Sham 69 liet de moshpit ontploffen, waarna een stormloop op het podium volgde. Zo te zien begint het leven pas bij 70.

Opvallend veel mensen droegen een t-shirt van The Molotovs, terwijl de groep mij totaal onbekend was. Wat speurwerk leerde me dat The Molotovs een Londense groep zijn met broer en zus Mathew (zang/gitaar) en Issey (bas) Cartlidge als spilfiguren. Echt wild werd ik niet van hun dit jaar verschenen debuut ‘Wasted on Youth’, maar de groep zou met zo'n 600 optredens achter de kiezen vooral live een openbaring zijn. Samen met drummer Noah Riley wisten broer en zus het publiek vanaf de eerste noten in te palmen. Het oogde ook vrij spectaculair met Issey Cartlidge die als een krolse kat in jarretelles over het podium denderde. Mathew Cartlidge zag er niet alleen uit als een jonge Paul Weller, zo klonk hij ook. Diezelfde mix van mod en new wave, alleen ontbrak het hem aan de sterke songs van Weller.
Visueel bleef het tot de verbeelding spreken maar muzikaal gleed het te ver af richting mainstream-Britpop waardoor ik voortijdig afhaakte.

Toch was deze eerste editie van Excelsior Rocks! een schot in de roos, al waren er nog enkele werkpuntjes. Zo bleek de toog, toch een belangrijke bron van inkomsten voor een gratis festival, veel te klein om alle dorstigen te laven. Maar voor de rest niets dan lof!

Organisatie: Excelsior Stam Cool Café + Welkom Café, Jette ikv Excelsior Rocks!

Edinburgh Summer Sessions 2026 - een Ode aan de New Wave

Geschreven door

Edinburgh Summer Sessions 2026 - een Ode aan de New Wave
Edinburgh Summer Sessions 2026
Royal Highland Showgrounds
Edinburgh
2026-08-23
Filip Van Muylem

Reizen om je lievelingsband te zien, gebeurt nog en in dit geval is het voor The Cure. Vooraf zijn er drie groepen die mogen opwarmen: Just Musterd, Slowdive en Mogwai en dat op een veldje vlakbij de luchthaven van Edingburgh (Schotland).

Het is er mooi weer en lekker aanschuiven nog voor het echt begint en daar is een goede reden voor: wie toegang wil tot de halve cirkel (ze noemen het The Golden Circle) voor het podium moet snel zijn, want er is een badjes systeem: first in: first served. Het is een beetje dubbel: de echte fans komen sowieso vroeg en zijn dan ook zeker dat ze hun plaats niet kwijt zijn, want eens er geen bandjes meer zijn om uit te delen kan niemand anders nog voor het podium gaan staan en ja: daar zijn ze erg strikt in, maar de Schotten hebben respect voor deze regel en houden zich daar dan ook netjes aan zonder te morren.
Dit wil ook zeggen dat je rustig iets kan gaan drinken of iets gaan eten als er een band is die je niet aanstaat, je zal altijd toegang krijgen tot die halve cirkel bij vertoon van je armbandje.
Ander leuk ding: alles loopt af om 22h30, daar waar The Cure op Pinkpop rond die tijd pas op het podium verscheen, wat voor de ouderen of voor de mensen  die nadien nog een bus of een trein moesten nemen best handig is.

Beginnen doen ze met de jonge Ierse band Just Musterd die al van bij de eerste zangnoten van de zangeres hard doet denken aan Cranes en ook op het muzikale vlak zijn er gelijkenissen. Als jonge band merk je wel dat ze nog wat moeten groeien, de zangeres is ietwat schuchter en sommige nummers komen live nog niet helemaal tot hun recht.
Check zeker hun net uitgekomen werk eens (“We Were Just Here”). Gitzwart, betoverend mooi, maar iets te statisch.

Trapje hoger staat het legendarische Slowdive. Deze stond al langer op ons verlanglijstje en hen hier aan het werk zien is echt wel een dankbaar cadeau. Ze brengen hun grootste hits en heersen op vocaal niveau. Aan alles zie je dat dit mensen zijn die al lang bezig zijn en dat ze weten hoe ze de massa moeten betoveren met hun unieke sound. Alles klinkt goed en de sfeer zit goed. Ieder krijgt op vocaal niveau zijn ding: heavenly voices versus mannelijke stijl met wat schuurpapier. De zon schijnt net genoeg om ons op temperatuur te houden en de PA doet schitterend werk. Dit was dik de moeite!

Mogwai: hier kozen velen voor een broodje en een natje zoals dat heet. Vooraf hadden we onze twijfels of dit wel spek voor onze bek zou zijn en helaas kregen we gelijk: lange stukken gitaarsolo’s en als er al vocals waren verstonden we er geen moer van. Toch waren er fans bij wie de armen prijzend de lucht ingingen. Wat deed deze band overigens in dit rijtje? De twee vorige bands sloten perfect aan bij The Cure, maar deze?

The Cure: Dat het geluid super goed zou staan hadden we al gezegd, dat Robert Smith voor hij begon eerst het hele podium afstapte om iedereen te begroeten en het deed hem blijkbaar deugd om een uitverkochte editie te mogen afsluiten.
 Zoals steeds is elke set anders dan de vorige. Zo krijgen we deze keer geen enkel nummer uit het meest recente album en grijpt hij vooral terug naar ‘Disintegration’ en ‘Wish’, maar ook naar een minder vaak gespeeld nummer als “Secrets”. Er zat zelfs een guest muzikant bij: Gabriel Cooper mocht met zijn saxofoon opdraven tijdens “A Night Like This”, wat dit nummer net dat ietsje meer gaf. Als we mogen vergelijken met Pinkpop valt het op dat het tempo merkelijk hoger lag hier en ook dat we een iets blijere set hebben gekregen.
Reeves Gabrels is tevens een meerwaarde en weet zich steeds meer te bewijzen: de rust zelve terwijl hij de muziek op geniale wijze neerzet, zonder de spotlights op te zoeken. Robert Smith was in een goede bui en kon zelfs een grapje de wereld insturen op het moment dat hij even vergeten was wat het volgende nummer zou zijn en wat later een nieuw nummer wou aankondigen tot hij zijn fout inzag en aangaf: vreemd, want ik ben diegene die de setlist vastlegt. Licht entertainment, zo beschreef hij zelf de set van Edingburgh en de fans genoten met volle teugen: ze zongen de gekende nummers uit volle borst mee, klapten waar er van het verwacht werd dat ze zouden klappen, sprongen mee, kirden van plezier toen hun lievelingsnummer aan bod kwam enz. Wat de bisnummers betreft hebben we het gevoel dat er daar geen verandering inzit en die stuwen net de set naar één lang hoogtepunt, waarna de stilte veel te luid weerklinkt, want we zijn sets van drie uur gewoon, maar 22h30 is nu éénmaal 22h30 en in tegenstelling tot bij een solo show buigt hij hier voor de huisregels.

Het was een feest, een blij weerzien en ja we zitten met een vraag: waar blijven die nieuwe nummers? Los van dat: op naar het volgende The Cure optreden en wij kijken uit naar het nieuw album. Het was een topavond!
Voor de fans nog eens de setlist: Plainsong - Pictures Of You – High – Lovesong – Secrets – Burn - Fascination Street - Never Enough – Push - In Between Days - Just Like Heaven – Trust - Three Imaginary Boys - Charlotte Sometimes - A Night Like This - Play For Today - A Forest - From The Edge Of The Deep Green Sea - Prayers For Rain – Disintegration
Encore: Lullaby - The Walk - The Lovecats - Let's Go To Bed - Friday I'm In Love - Close To Me - Why Can't I Be You? - Boys Don't Cry

Even meegeven - Het festival was sold out (30.000 mensen)
Info: https://www.smmrsessions.com/

Organisatie: Edinburgh Summer Sessions

Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026 - Aanstekelijke punkrock én er kan een hoekje af zijn

Geschreven door

Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026 - Aanstekelijke punkrock én er kan een hoekje af zijn
Razernij 2026: Beerdrinkers & Hellraisers 2026
Sleutelhof
Rumst
2026-08-22
Erik Vandamme

In Rumst wordt de hel niet met vuur en zwavel ontketend, maar met schuimende bierglazen, ronkende gitaren en een stevige dosis punk. Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers heeft er  intussen een mooie jaarlijkse traditie van gemaakt. Onder de bomen van het Sleutelhof ontmoeten bierliefhebbers, punkers en toevallige passanten elkaar voor een festival dat zijn charme niet haalt uit grote gebaren, maar uit nabijheid, spontaniteit en vooral veel gezelligheid.
He gezellige karakter betekent echter niet dat het er muzikaal braaf aan toegaat. Met Mechels Laweit, The Scabby Knees, F.O.D., Shandon en The Real McKenzies stond er opnieuw een affiche klaar die het Sleutelhof stevig op zijn grondvesten moest doen daveren. Glazen vullen, gitaren aanslaan en de remmen los: Razernij kon beginnen.

De formatie Mechels Laweit (******) wordt omschreven als 'pretpunk', en die vlag dekt de lading. De band ontstond in 2012 als Zombie Butterfly. Na de nodige omzwervingen en enkele personeelswissels werd de naam veranderd in Mechels Laweit, waarmee de groep haar band met Mechelen nog sterker onderstreept. Aangezien Rumst daar niet zo ver vandaan ligt, mocht dit optreden gerust als een kleine thuismatch worden beschouwd. Met Maeva, die de band in 2025 als nieuwe bassiste vervoegde, knalde het gezelschap al vroeg in de namiddag. De beweeglijke frontman bracht bijna de volledige set vóór het podium en tussen het publiek door. Hij liet omstanders meebrullen in de microfoon en ontpopte zich tot een volksmenner. Tegen het einde liet ook een van de gitaristen het podium achter zich om zich bij hem en het publiek te voegen. De grens tussen band en toeschouwers verdween haast volledig.
Ook de andere muzikanten droegen hun steentje bij en verhieven humor tot kunst.
Er ontstond een aanstekelijk pretpunkfeest!

The Scabby Knees (****) tapte uit een iets melodieuzer, serieuzer vaatje, zonder dat de humor verdween. De band speelde een technisch onderlegde en strak gespeelde set, die als een pletwals over het terrein denderde. Het ging allemaal wat in dezelfde richting. Het was een klein minpunt, binnen een set die verder stevig in elkaar zat.
Alle registers werden opengetrokken. Dit is punk, lekker om zich heen stampen. Vooraan ontstond zelfs een eerste voorzichtige moshpit. Missie geslaagd dus.

F.O.D. (*****) gaf een energieke indruk van hun melodieuze punkrock, zonder de speelsheid uit het oog te verliezen. Het siert hen. Snedige songs met een kwinkslag, grappige anekdotes en muzikaal plezier. Met songs als “Letter to Laura”, “A Thousand Shots”, “Party at Olm Street” en “Welcome to the Show” onderstreepte de band hun muzikale kwaliteit.
Glimlachende gezichten en enkele moshpits waren het gevolg.
F.O.D. bracht zijn enthousiasme moeiteloos op het publiek. Nummers als “Carry On”, “The Soundtrack of My Life”, “Feeling Gay” en “Living in a Mad Mad World' tekenden hun veelzijdigheid.
Er volgde een eigenzinnige versie van Green Days “American Idiot”, waarmee F.O.D. de set op passende wijze afsloot. Snedige punkrock, catchy melodieën en songs die herinneringen oproepen aan grootheden als Descendents, Green Day, The Offspring, Weezer, Bad Religion, Pennywise en Lagwagon, een beetje hun handelsmerk.
Op Razernij toonde F.O.D. hun herkenbaarheid en eigenheid.

Shandon (*****) is een Italiaanse band, in 1994 opgericht, en groeide in eigen land uit tot een vaste waarde binnen de ska-punkscene. Muzikaal was er al eens een lange onderbreking, maar in Rumst zagen we de gretigheid van jonge wolven.
Het combo raasde met een aanstekelijke mix van punkrock, ska en hardcore. Er was vooral de prominente inbreng van sax, trombone en trompet, die Shandon een eigen geluid bezorgde. De saxofonist zocht geregeld de rand van het podium op en maakte met zijn uitbundige présence zichtbaar indruk op het publiek.
Halverwege de set zakte het tempo enigszins weg en dreigde het wat onze aandacht te verslappen. Maar een sterke finale maakte het goed. Het publiek werd volop bij het optreden betrokken en brulde de herkenbare refreinen uit volle borst mee.
Als feestelijk sluitstuk haalde Shandon nog “Proud Mary” boven. Het nummer werd geschreven door John Fogerty en in 1969 uitgebracht door Creedence Clearwater Revival. Het kreeg een energieke uitvoering van de Italianen en leunde duidelijk aan bij de later beroemd geworden versie van Ike & Tina Turner.
Shandon speelde een aanstekelijke ska-punkset in een Italiaans temperament, met precies die treffende combinatie van snedige punkrock en kleurrijke blazers.

The Real McKenzies (*****) worden wel eens vergeleken met Dropkick Murphys. Het is wat kort door de bocht, al bewegen beide bands zich met hun doedelzak en folkpunkinvloed deels in dezelfde richting. The Real McKenzies beschikken duidelijk over een eigen karakter: ze stampen stevig om zich heen en verpakken hun woede en frustraties in een flinke dosis humor en jolijt. Met o.m. “Due West”, “Too Many Fingers”, “Culling the Herd”, “The Night the Lights Went Out in Scotland”, “The Lads Who Fought & Won”, “Kings of Fife”, “Nessie” en “Chip” putte de band rijkelijk uit haar uitgebreide repertoire. Stuk voor stuk songs van aanstekelijke folkpunk en Schotse strijdlust. Ook de bindteksten hebben een boodschap en houden het publiek een spiegel voor, zonder dat de charismatische frontman al te prekerig overkwam. Hij laat de muziek voor zich spreken en maakt ruimte voor de nodige absurditeit.
Op "I know you are sailors" liet hij een groot deel van het publiek op de grond zitten en roeien ze ahw op de woelige golven van de zee. Even later werd een man uit het publiek op het podium geroepen om een 'hot shotje' te nemen. Leuk allemaal.
The Real McKenzies bracht een stevige portie folkpunk tussen bittere ernst en pure pret. Crowdsurfers zeilden over de hoofden heen. Met “The Tempest” en het toepasselijke “Drink Some More” naderde de set haar uitbundige ontknoping. Een puike afsluiter.

We kregen een boeiende dag vol smaakvolle bieren en pittige punkrock.

(dank aan Gigview)

Organisatie: Razernij: Beerdrinkers & Hellraisers

Lippelof - Free Podium – Een oneindige vrijheid in uittekenen van uitgebreide muzikale landschappen

Geschreven door

Lippelof - Free Podium – Een oneindige vrijheid in uittekenen van uitgebreide muzikale landschappen
Lippelof - Free Podium
Sint-Stefanuskerk
Lippelo (Puurs/Sint-Amands)
2026-08-16
Erik Vandamme

Sommige concertlocaties hebben meer te vertellen dan andere. De voormalige Sint-Stefanuskerk van Lippelo is er een mooi voorbeeld van. Waar vroeger kerkgangers samenkwamen voor vieringen en religieuze gezangen, weerklinkt vandaag opnieuw muziek tussen de historische muren. Alleen is de invulling helemaal anders. Na haar ontwijding en grondige renovatie kreeg de kerk een tweede leven als Lippelof, een ontmoetingsplek voor cultuur, muziek en andere activiteiten.
Het verleden is erbij niet uitgewist: de authentieke elementen en bijzondere sfeer van het gebouw bleven behouden. Het zorgt ervoor dat een concert hier automatisch iets meer krijgt dan alleen een podium en een publiek.
Muziek klinkt nu eenmaal anders in een ruimte die decennialang een plaats van bezinning was. We waren aanwezig op zondag 16 augustus voor een namiddag en avond onder de noemer 'Lippelof - Fee Podium'. Vier bands namen er op hun eigen manier de vrijheid om uitgebreide muzikale landschappen uit te tekenen.

"Met wat vrienden musiceren, wat kan dat de buren schelen. De versterker staat op zeven en de buurvrouw zegt: 'Dat mag.” Het is een stukje uit “Ik voel me goed” van Johan Verminnen, maar het had evengoed de ingesteldheid kunnen zijn waarmee het saxofoonkwartet Culmination (****) op het podium staat. Vier doorwinterde jazzmuzikanten die de verschillende klanken van hun instrumenten volledig onder de knie hebben en er zichtbaar veel plezier aan beleven. Buitengewoon is hoe het kwartet de sfeer van een jamsessie weet op te roepen, maar daar tegelijk een flinke dosis improvisatie aan toevoegt. Culmination blaast zo een warme, groovy wind doorheen de kerk. Of het nu alt-, tenor-, bariton- of sopraansaxofoon is, de vier muzikanten spelen speels en ongedwongen, vlak voor het podium. We gaan dan ook prompt overstag in het klankentapijt.

Wij leerden gitarist Bram Van Den Eeckhout (*****) kennen via de formatie Monkey Juice. In Lippelo stond hij echter helemaal alleen op het podium, met enkel een akoestische gitaar. Het werd een vrij korte set, maar in die beperkte tijd liet Bram duidelijk horen wat hij in zijn mars heeft. Intieme, vloeiende en heldere gitaarlijnen die het midden houden tussen een Bob Dylan en de betere western- en countrymuziek. Ondanks het feit dat Bram er helemaal alleen met zijn akoestische gitaar staat, klinkt zijn spel rijk en gelaagd, alsof er een complete band op het podium staat.
Toch blijft alles opvallend helder en beheerst, zonder dat de intimiteit van zijn optreden verloren gaat. Het filmische aspect primeert er nog het meest. We voelen ons haast wegzinken in een of andere cowboyfilm, waar de spanning te snijden is wanneer een cowboy de deuren openzwaait en een saloon binnenstapt. Het onderschrijft de visuele manier waarop Bram gitaar speelt. Hij heeft geen woorden nodig om zich uit te drukken: alleen al met zijn gitaar vertelt hij een heel verhaal. Ingetogen, maar ook verrassend aanstekelijk. Het enige minpuntje was de wat korte set. Dit had gerust nog een uurtje mogen doorgaan.

Hoewel het muzikaal een heel andere richting uitgaat, staat Solo Creek (*****) met diezelfde ingesteldheid op het podium. De band brengt covers uit de jaren '80, aangevuld met tijdloze liedjes en eigen songs. Het gebeurt op zo'n doorleefde en speelse wijze. Opvallend is hoe elke schakel binnen deze band even belangrijk is. Zonder drums, maar met gitaarriedels, piano en een warme stem, weet Solo Creek ons te ontroeren.
Er ontstaat een soort huiskamersfeertje, of het gevoel alsof je rond een kampvuur zit. Afhankelijk van de locatie krijgt dat gevoel telkens een andere dimensie. In deze kerk zorgt het zelfs voor een bijna sacrale beleving.
Naast mooie muziek ontpopt de frontman zich ook tot een ware entertainer. Hij betrekt het publiek voortdurend bij de set en zoekt hen zelfs op tijdens een spontaan sing-alongmoment. Gezelligheid troef dus bij Solo Creek, waarbij speelsheid hand in hand gaat met een perfecte beheersing van de respectievelijke instrumenten. Intieme songs worden afgewisseld met enkele aanstekelijke nummers. Het resulteerde wel in een warme, gevarieerde en gezellige set.

Under-Cover (****) is een energieke zeskoppige band met een passie voor live muziek. Met twee weergaloze zangeressen en een strakke band brengt de formatie een gevarieerd repertoire dat iedereen in beweging krijgt. Binnen een set van meer dan een uur zorgt Under-Cover voor een aanstekelijk slot van deze dag. Het meest opvallende erbij is de tweestemmigheid. De twee zangeressen vullen en voelen elkaar aan. Precies hetzelfde gebeurt binnen de band, elke schakel blijkt even belangrijk.
Under-Cover bracht een warme en catchy uitvoering. Soms zaten we lekker mee te deinen op onze stoel, andere keren zongen we de teksten mee en op intieme momenten pinkten we zelfs een traantje weg. Om maar te zeggen: het is vooral die gevarieerde aanpak die ons, en iedereen om ons heen, over de streep trok. Die negentig minuten vlogen dan ook voorbij.

Under-Cover toonde op uitgekiende wijze waar deze dag uiteindelijk helemaal om draaide: de oneindige vrijheid om muzikale landschappen uit te tekenen en telkens opnieuw andere sferen te creëren. Van de jazzy improvisaties van Culmination, over het filmische gitaarspel van Bram Van Den Eeckhout en de warme intimiteit van Solo Creek, tot het meer uitgesproken en gevarieerde livegevoel van Under-Cover: elke formatie gaf er op hun eigen manier invulling aan. Daar kan een mens alleen maar blij van worden.
Een perfect slot dus van een boeiende muzikale dag, op een al even boeiende locatie die duidelijk tot de verbeelding sprak.

Organisatie: Lippelo (Puurs - Sint-Amands)

Alcatraz Metal Fest 2026 – Allesbehalve stoffige bands!

Geschreven door

Alcatraz Metal Fest 2026 – Allesbehalve stoffige bands!
Alcatraz Metal Fest 2026
Lange Munte
Kortrijk
2026-08-06 t-m 2026-08-09
Frederik Lambrecht

Alle verkeersborden stonden het weekend van 6 tot 9 augustus in de richting van Kortrijk gericht, althans voor de fans van het hardere genre. Wederom een vierdaagse trip die diverse metal stijlen aan bod bracht, en het ging redelijk doenbaar zijn qua temperaturen vergeleken met voorgaande jaren…althans dat was toch de bedoeling. De zon had dan toch een andere agenda, want buiten de eerste twee dagen overschreden we toch weer de grens van 30°. Resultaat: heel droge gronden, waardoor stof het hoofdingrediënt was in de gamel van de inmates (al jaren de benaming van de aanwezigen op Alcatraz).
Ok, het was meestal dus bakken en braden en op het einde van de rit zullen velen last hebben gehad van een stoflong, maar toch zijn we vastberaden blijven doorgaan! Oh ja, misschien moet ik toch ook nog vermelden dat er toch enkele last minute afzeggingen waren, niet altijd duidelijk genoeg gecommuniceerd, maar ja, uiteraard heb je niet altijd alles in de hand… deze editie was trouwens uitverkocht!
Meer dan 120 bands op vier podia: van wereldtop tot verborgen parels; er was dit jaar een ontsnappingsroute via een deathride van 120 meter, en vooral de samenhorigheid van de vele metalheads was meer dan de moeite waard.

By the sweat of your brow
    you will eat your food
until you return to the ground,
    since from it you were taken;
for dust you are
    and to dust you will return

Genesis 3:19

donderdag 6 augustus 2026 - Waar komt al dat volk opeens vandaan?! En Bon Scott zegent mij…
Onmiddellijk viel op dat deze avond toch een speciale was, want er stond heel veel volk aan te schuiven aan zowel de ingang, de eet- en drankstanden en aan de verschillende podia/bar El Presidio. Blijkbaar was gans de gebuurte uitgenodigd, want dit had ik toch nog nooit meegemaakt hier op de kleine gezellige festival.
Of kon het zijn dat al dit volk kwam voor de Belgische band Cyclone?! Neen, dat was het ook niet, althans een heel sterke show van onze landgenoten. Buiten hun laatste twee singles en EP blijven ze toch vooral teren op hun oude platen die sterk blijven klinken ondanks dat deze ongeveer meer dan 35 jaar geleden werden geschreven en geproduceerd. De eerste crowdsurfers zagen hun kans bij “In the Grip of Evil” die nog altijd goed gezongen wordt door boegbeeld Guido Gevels. Beide platen kwamen aan bod en stuwden het feestje lekker voort. Het vijftal was lekker op dreef en losten extra schoten met “Fall Under His Command”, titelnummer “Known Unto God” van hun gelijknamige EP die dus begin 2026 uitkwam en knaller “Fighting the Fatal” me de lekkere schreeuw in het refrein. De kop was eraf!

Ik baande mij een weg door de massa en ging mij strategisch positioneren voor Left to Die. In feite gelijkaardig aan Death to All (waarbij ik dan wel deze beter vind) en dus een band die ode brengt aan de kunstwerken van Chuck Schuldiner. Een portie Death – zowel de band als de stijl – gaan er altijd in bij mezelf. Ook covers van Mantas stonden geprogrammeerd op hun setlijst en dit komt dus doordat ze in juli nog maar het album ‘Initium Mortis’ hebben uitgebracht met deze nummers. We begonnen dus met een portie headbangen bij nummer “Open Casket”, voltreffer “Leprosy”, het snelle “Left to die” (1 keer raden hoe ze aan hun bandnaam komen…) en “Archangel” dewelke als eerste single van de nieuwe plaat in de ether werd gegooid. Maar de meeste vuisten gingen in de lucht bij “Pull the Plug” die het laatste ruwe nummer “Evil Dead” in de La Morgue mocht voorgaan.

Surfen op een stofwolk heb ik nog nooit gedaan, dus voor velen kon een droom in vervulling gaan aangezien Sacred Reich klaarstond in de Swamp stage met hun thrash metal. Deze band gaat zoals gekend ook al heel lang mee, en had een kleine pauze van slechts 6 jaar tussen 2000 en 2006, om dan efkes enkel nog als live band te toeren. In 2019 werd dan opeens het vervolg ingezet met nieuw materiaal onder de noemer “Awakening”, die mijn inziens net onder de middelgrens zat. Neen, laat mij maar dansen op “Surf Nicaragua”, “The American Way” en het aalvlugge “Death Squad”. Een ode aan Black Sabbath zal altijd onderdeel blijven van hun show, dus meebrullen was een must bij de mooie versie van “War Pigs”.

Ik ging gaan kijken hoe rockbar El Presidio dit jaar was ingericht en de immense poster van Bon Scott (die bij enkelen toch niet direct herkend werd – shame on you!!) sprong direct in het oog. Ik moet wel zeggen dat het gans het weekend opviel dat, bij mijn bezoekjes in deze bar, de DJs kozen voor AC/DC nummers met Brian Johnson achter de microfoon. Misschien wisten ze zelf niet welk icoon ze achter zich hadden staan…

vrijdag 7 augustus 2026 - Body Count ‘in da house’, Savatage pure emotie en Udo brengt de jaren 80 terug
Aangezien donderdag ook al laat in de middag begint, moeten we deze vrijdag toch nog altijd als de 1e volledige festival dag aanschouwen. Rond aperitieftijd begon de eerste band aan hun rondje en wij kozen om rustig wakker te worden bij de heavy metal sound van Masterplan afkomstig uit Duitsland. Ik kende enkel het album ‘Masterplan’ van deze band, gewoon omdat deze band Roland Grapow (nog actief geweest in Helloween) in zijn gelederen had toen deze plaat uitkwam in 2003. Deze gitarist is nog altijd actief in deze band want als ik naar de line-up kijk zijn er sinds 2012 toch de nodige wijzigingen doorgevoerd. Zoals gezegd, ik vond het een leuke rustige opener waarbij het uptempo gitaarspel een constante waren tijdens deze show.
Normaliter stond 200 Stab Wounds geprogrammeerd, maar werd verschoven zodat de Belgische stonerpunk band Vurt (machtige naam alleszins) een plekje in de Helldorado tent kreeg toegewezen. Efkes op het gemak aanschouwen, maar voor mij was dit toch niet echt een topper. Weinig volk vooraan het podium, maar ik moet eerlijke bekennen dat ik tot op het laatste niet wist dat deze band was ingeroepen als vervanger.

Vended dan maar, met zanger Griffin Taylor in de gelederen en drummer Simon Crahan achter de kit. Wie zeg je? Wel, zoon van Corey Taylor en zoon van de clown van Slipknot. Jawel, een mini versie dus van Slipknot, want ik moet zeggen dat de stem heel veel gelijkenissen heeft met de vader. Enkel qua sound klinkt het niet zo bombastisch en trekken ze toch meer de kar van duidelijkheid en rechtlijnigheid. De riffs klonken lekker strak, en zorgden dat deze nu-metal stijl toch wat meer old school klonk.

Ik bleef rond de Prison stage hangen want het was tijd voor een portie US Power metal uit de jaren 80. Crimson Glory heeft sinds 2023 wel een nieuwe zanger moeten aanstellen aangezien Todd La Torre er de brui aan gaf en oudgediende zanger Midnight in 2009 het leven liet. En ik moet zeggen dat nieuwbakken zanger Travis Wills misschien klein van gestalte is, maar een strot heeft om U tegen te zeggen! Wat een machtige uithalen zitten er in deze man zijn longen?! In april 2026 nog maar een nieuw album uitgebracht, maar hiervan werd geen enkel nummer gespeeld.
Enkel de 2 eerste albums stonden verspreid over de setlist, dus een tripje naar memory lane voor de vele oudere rockers aanwezig op de eerste rij. Nummer “Valhalla” werd luidkeels mee gekwijld en er werd rustig genoten gedurende de set tot afsluiter “Red Sharks”. Heel goed optreden!

Kleine generaal Dirkschneider was wederom present in Kortrijk om zijn geschiedenis van Accept los te laten. Leuk om de show van het huidige Accept (gezien op Graspop) te vergelijken met de versies van UDO, en de laatste versie heeft toch net dat tikkeltje meer, gewoon omdat zijn stem de perfecte fit is met deze songs. Maar ja, net zoals op Graspop klonken deze nummers mij als nostalgie in de oren.
Aftrappen met het riedeltjes van “Fast as a Shark”, meezinger “Living for Tonite”, meedansen met “Midnight Mover”, het bronstige “Breaker” en kersen op de taart “Metal Heart”, “Princess of the Dawn” (uiteraard werd dit nummer nog wat langer gemaakt) en klassieker “Balls to the Walls” die op veel bijval kon rekenen door de toeschouwers. Wederom prachtig en blij dat ik erbij was!

Ik pikte nog een stukje mee van Nederlands death metal band Graceless in de kleine tent La Morgue (mag toch een beetje uitbreiden aangezien hier toch wel topbands spelen), maar de klank hier is toch eventjes anders zodat het toch wat wennen is om de drums wat doffer te horen klinken dan o.m. in de Swamp. Deze authentieke onverwoestbare death metal klonk lekker lomp, zoals het dus hoort.

Revocation
moest ook annuleren, dus volgende in rij was Merauder dat ik wou zien in de Helldorado tent. Ook actief sinds begin jaren 90 en deze Amerikaanse metalcore band had volgens mijn geheugen 1 goeie plaat met een ninja op - ‘Master Killer’. Deze band begon opnieuw teken van leven te geven in 2018 om nu 8 jaar later opnieuw live te beginnen toeren.
Zanger van het eerste uur Jorge Rosado was 1 brok vol passie en kon zichtbaar niet stilstaan. Vanaf minuut 1 werd er lustig op door gebeukt door de band en het stof schoot omhoog in de tent, de politieke standpunten werden erbij gezwierd en de middenvingers gingen gretig in de lucht. Lekker krachtig optreden!

Er werd mij verteld dat er in La Morgue naakte vrouwen te zien waren, dus kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen…Witch Club Satan is de naam en toen ik aankwam zag ik een vrouw staan in een wit pakje (soort konijnenpakje) waarbij ter hoogte van de borsten het stof was weggeknipt – hoera!!. En daar stopte het bij voor mij persoonlijk, want deze muziek kon ik allerminst smaken. Ik luisterde eerst naar een soort storytelling, om dan efkes te wachten (de band ging even van het podium) om dan te horen dat ze in feite van de hak op de tak springen, de ene keer een lange stilte, dan heb je opeens ruwe black metal met drukke blastbeats, om dan opeens weer om te schakelen naar een soort beeldende kunst.
Ohja, de kleren gingen tenslotte volledig uit, het sein voor mij om mijn oren te gaan spoelen… WTF!? Ik laat dit ritueel volgende keer alvast aan mij passeren.

En toen kwam het beste optreden van de vrijdag aan bod. Body Count is de naam en dat zal iedereen geweten hebben! WAT EEN OPTREDEN! Ice-T had zijn zoon terug meegebracht, om het af en toe toch wat moderner te houden, maar zodra de woorden Body Count in da house uit de boxen schalden was er geen stoppen meer aan!
Aftrappen deden we met een ode aan Slayer onder de noemer “Raining Blood” om de boel wat op te zwepen en de fakkel door te geven aan “There Goes the Neighborhood” die iedereen naar lucht deed happen. Het macho gehalte van de frontman werkte als een rode lap bij een stier en de crowdsurfers vermenigvuldigden zich als ratten in de lucht. Ook mijn benen gingen gretig de lucht in, opnieuw iets dat ik kan afchecken van mijn to-do-list (crowfdsurfen bij deze band). “The Purge” klonk lekker vet en de menigte sprong nog een halve meter hoger bij “Manslaughter”. Zoon Little Ice sprong lekker mee tussen de crowdsurfers bij “Necessary Evil” van de prachtplaat ‘Born Dead’ en na eventjes adem happen begonnen we aan de eindsprint met krakers “Talk Shit, Get Shot” die de ingebeelde .45 colt naar boven haalde en het vlugge “Cop Killer” die de laatste keer het vuur aan de lont stak. Ik zal het nog eens zeggen: wat een optreden! Vuistje!

Ik nam eventjes een high five met Bon Scott in de El Presidio om erna de melodische heavy metal van Savatage te ondergaan. Ok, dat Jon Olivia niet meer mee gesprongen is op de bus weten we al langer dan vandaag, om dan bij nummer “Believe”  een vooraf opgenomen filmpje van de man zelf te zien opduiken is een mooie truc om de oude garde tevreden te stemmen.
In het begin werden spijtig genoeg enkele rustige nummers gespeeld waarin minder gesoleerd werd dan normaliter bij deze band, waardoor ik sommigen al voortijdig zag afdruipen. Maar als je het begin overwon, dan zag je een band die passie uitstraalde, nummers die emoties naar boven brachten en een sterk staaltje vakmanschap. Ik kreeg vochtige ogen bij “Edge of Thorns”, “Jesus Saves” en “Power of the Night”. De achtergronden werden ook gevuld met foto’s van legende Criss Olivia (wat een gitarist was dit toch!) en de symfonische stukken kwamen naar boven bij het prachtige “Sirens”, de leuke rit onder de berg bij “Hall of the Mountain King” en meezinger “Gutter Ballet” die een totaalshow in mijn ogen voltrok. Een show die mij innerlijke euforie gaf!

Waarschijnlijk de zwaarste stem in de moderne deathcore/metalcore scene, uit Rusland afkomstig en soms acterend als een bruine beer om dan weer eventjes de boel kort en klein te slaan in een MMA kooi…jawel, Slaughter to Prevail mocht deze vrijdag afsluiten en frontman Alex Terrible zag en klonk er opnieuw angstaanjagend uit. Een set die boordevol verpletterende breaks en woeste uithalen zit…spijtig genoeg voor mij ook het enigste die mij kan bekoren. Soms begint het allemaal toch een beetje teveel van hetzelfde te zijn. Gevarieerd kan je deze muziek na een eindje toch niet meer noemen.
Gelukkig is er ook veel animo te zien op het podium zelf, de machtige lichteffecten, de vele vuurtjes, een gastmuzikant (Ethan Khan) on stage of een immense wall of death die bijna tot aan de PA reikte. De boel ontplofte bij nummers “Vikings” en “Demolisher” en de oordopjes brachten spijtig genoeg weinig soelaas. Energiek en intense was het alleszins, maar niet enkel de verpakking telt.

zaterdag 8 augustus 2026 - Hatebreed, Terror en Biohazard gehuld in stof en Jungle Rot eert old school death metal
Na een bekertje koffie of twee en een driehoekje La Vache qui rit konden we er weer tegenaan en gingen we voor opener Tailgunner op de mainstage. Furore gemaakt met hun debuutalbum ‘Guns for Hire’, terwijl hun opvolger ‘Midnight Blitz’ wat minder verrassend was. Op de achtergrond de hoes van hun recentste plaat en toen werden de gitaarsolo’s over de weide verspreid. De fijne stem van Graig Cairns klinkt lekker aanstekelijk en bassist Hewson en gitarist Salvini mochten zich uitleven op hun instrumenten.
Deze jonge garde heeft een groot potentieel en deze heavy metal bracht de eerste headbangers op de been. De spandex broekjes en bijhorende sneakers straalden klasse uit…nu nog bevestigen en wie weet waar het eindigt.

Ik stapte richting Swamp om de death metal band Vacuous aan het werk te zien, maar er was enkele een droge mededeling te zien op het scherm: will not perform. Het is raden naar de reden van afzegging alleszins. Dan maar richting de middelgrote tent om te dansen op de tonen van Brutal Sphincter, een lekkere pot gore-grind uit Belgenland. En ik moet zeggen dat er sommige stukken in hun muziek zaten die lekker neigden naar de dansbare stukken die ook Napalm Death in hun stijl hanteert. De blastbeats deden de tentzeilen op en neer wapperen en de springende benen zorgden voor een explosie van stof. Om een gore-grind band te zijn zagen ze er in feite net wat te propertjes uit op stage, maar de twee zangers gorgelden er lekker op los. Enkel voor fans van deze specifieke stijl.

Old school thrash metal was dan weer te bezoeken in La Morgue en met Mortal Scepter uit Noord-Frankrijk hebben ze toch ook een pareltje kunnen strikken. De lederen jackets waren net iets te warm om dragen vandaag, maar de pump van de thrashers vlogen van links naar rechts. 
In feite nog niet zolang actief – sinds 2012 – maar toch al twee bommetjes gedropt qua albums (‘Where Light Suffocates’ en het snedige ‘Ethereal Dominance’).
Een flashback naar de beginjaren van thrash metal, in feite het enigste waaraan je moet denken bij deze band. De vingervlugge en scherpe gitaarsolo’s zijn een lust voor het oor en de ietwat ruwe vocalen die erbij komen maken dit een pareltje in deze stijl. “Blindsight” nam je bij je nekvel en de band liet pas los toen “Where Lights Suffocates” de laatste stuiptrekkingen uit je lichaam had geperst. Ik heb genoten.

Dave Matrise riep de woorden Old School… in de Swamp tent en werd luidkeels aangevuld door de vele aanwezigen met …Death metal. En een portie hiervan mag je zo hard in mijn keel drammen dat zelfs sommige eenden jaloers zouden zijn! Jungle Rot heeft in mei nog maar hun laatste album gereleaset getiteld “Cruel Face of War” en ik moet zeggen dat ze de oorlog meebrachten richting Kortrijk. De langharige zanger zweepte de boel op en gitarist Geoff Bub toonde aan het publiek hoe je headbangt en ondertussen toch de pannen van het dak speelt. In feite niet zo’n grote naam in de metal scene, maar we kunnen na het aanschouwen van dit optreden wel zeggen dat dit een verborgen diamant is. Nummer “A Call to Arms” begint redelijk rustig en bouwt lekker op, en eenmaal de machine aan het werk gaat is er geen stoppen meer aan, ook “Worst Case Scenario” straalt kracht uit, maar het beste nummer van vandaag gaat toch naar “Suffer in Silence” die de massa in overdrive liet gaan. Puik optreden!

Midnight is dan weeral een mooie combinatie van blackened speed metal met een vleugje punk aan toegevoegd. In 2023 stonde ze al eens op de affiche en dit jaar mogen ze dit nog eens herhalen, op identiek dezelfde locatie. En de tent stond dan ook bomvol, dus het moest zijn dat hun vorige passage een voltreffer was. Alle muziek wordt door 1 persoon gecreëerd genaamd Athenar en vandaag had hij nog twee volwaardige individuen meegebracht om zijn muziek aan de man te brengen.
Alle drie gehuld in een zwarte kap trapten ze af met “Unholy and Rotten” van hun demo die in 2003 werd uitgebracht. Jawel, deze band bestaat ook al meer dan 20 jaar en heeft ondertussen toch al een mooi getal van 7 studio albums op hun conto. Een lekkere portie metal op kruissnelheid die ervoor zorgde dat het stof niet bleef liggen op de gedroogde grond. De security vooraan heeft veel werk gehad tijdens dit optreden, ik kan met niet voorstellen hoeveel keer deze mannen zich douchen na een show haha.

Van ver hoorde ik de drumintro van “Ton of Bricks” en wist ik dat Metal Church op de Prison stage had afgetrapt. Het grootste probleem bij deze band blijft toch verdorie de line-up, want bijna jaarlijks zijn daar toch wel enkele verschuivingen merkbaar. Neem nu huidig zanger Brian Allen, nog maar actief sinds 2025 en we kunnen nu al beginnen pronostieken hoelang deze man zijn plek behoudt. En zo is het altijd wel wat, een stabielere koers zou toch uiteindelijk eens mogen genomen worden, want soms zijn er nummers die specifiek voor 1 bepaalde stem zijn geschreven, die dan live niet echt meer top klinken. Instrumentaal klinkt deze variatie van heavy/power/thrash lekker gezellig, dus daaraan zal het meestal niet liggen. Neem nu de intro van “Gods of Wrath” die op deze warme middag rillingen op mijn arm deed verschijnen, of afsluiters “Beyond the Black” met de aanstekelijke riff in verwerkt en “Metal Church” zelf die dit leuke optreden tot een eind bracht. Een band die voor eeuwige twijfel zal blijven zorgen.

Op een pufhete dag luisteren naar black metal met horrorthema’s kan je niet direct verzinnen, maar toch was de Swamp stage goed gevuld om de Nederlanders van Carach Angren te bekijken. De mini versie van Dani Filth zou ik het op een makkelijke manier kunnen stellen, behalve dan de tierende vocalen die hij hanteert. Geschminkt in wit en zwart kwam de band op om er direct in te vliegen met “The Sighting is a Portent of Doom” van hun tweede studioalbum, maar de beste nummers blijven nog altijd terug te vinden op hun sterke debuutplaat ‘Lammendam’ die deze band naar de top hees. Ok, ook album ‘Where the Corpses Sink Forever’ heeft enkele geniale nummers prijs te geven, dus ook meer dan de moeite waard om eens te checken mocht je dit nog niet gedaan hebben.
Deze black metal klinkt lekker gedreven en de synthesizers brengen de nummers naar een hoogtepunt. Op het podium is alles in de puntjes voorzien om de theatrale insteek naar voor te brengen en de orkestrale componenten en dito intense black metal riffs over te brengen naar het publiek. Hopelijk hielden jullie er geen nachtmerries aan over moehahaha.

Ik twijfelde niet lang om de black metal tijdig uit te zwaaien, want Biohazard ging de boel laten knallen op het hoofdpodium, onder een loden hitte! Ere wie ere toekomt, want miljaarde, hoe goed ziet frontman Evan Seinfield er wel niet uit! Een torso vol getatoeëerd en een niet aflatende gedrevenheid maken deze man een waar fenomeen. Ook oudgediende Billy Graziadei zag er heel fruitig uit, maar de boosheid en welgemikte grimassen laten hem veranderen in een pitbull.
Muzikaal gezien een set om van te smullen, aftrappen met “Urban Discipline” die direct de boel op scherp zette, gevolgd door “Shades of Grey” van hetzelfde album die verder ging op zijn elan. Voor één keer mochten de middelvingers zonder twijfel de lucht in bij “Fuck the System” van hun recentste album, om de boel vooraan te openen met “Wrong Side of the Tracks”.
De band nam zijn publiek op sleeptouw en er werd gewillig meegezongen met topper “Five blocks to the Subway”, only five blocks haha. De crowdsurfers kwamen van alle kanten aangevlogen en Billy bleef niet bij de pakken zitten om ook zijn werk in de pit te doen. Overal gezien wederom een strakke set die het publiek in extase bracht, meer van dat graag!

Uit New York afgevlogen en met een nieuwe prachtplaat “Descent” onder de armen mocht Immolation hun nieuw kindje aan de mensen voorstellen. Het viertal kreeg een klein uurtje tijd toegewezen en ze probeerden deze zo goed als mogelijk te benutten. Een mix in de setlijst van hun oudere werk tot dus de promotie van hun nieuwe album. Gitarist Robert Vigna bespeelde zijn instrument wederom met de nodige kunde en daarbij horende armbewegingen om zijn gitaar in gareel te houden, toch fantastisch om dit ADHD-kantje te ervaren live. Een strakke set, helaas ietwat lijkend op automatische piloot (trouwens weinig emotie te lezen op de bandleden meestal), maar de nummers die ze brachten werden met warmte omarmd. “Majesty and Decay” was de eerste voltreffer, en met “Acts of God” en “The Age of No Light” werd geteerd uit hun voorlaatste nageslacht.
Maar ik blijft zoals altijd knielen voor de eerstgeborenen “Into Everlasting Fire”, “Father, you’re not a Father” en nummer “Immolation” zelf die de donkerste kant van deze band laat zien. Ok, interactie met het publiek bleef wat achterwege, maar dit is in mijn ogen niet altijd een vereiste om een meer dan goeie show neer te zetten.

De opzwepende hardcore van Hatebreed was al efkens aan de gang en de weide stond stampvol om Jamey Jasta te aanbidden. Hun tour is al een tijdje bezig genaamd ‘Still a Threat’ en ging er alweer in als zoete koek! Aan meestampers geen gebrek en het stof vooraan het podium was het ultieme bewijs dat deze band een grote fan schare heeft! Ik sprong mee in het verhaal bij “To the Treshold”, slikte een emmer stof in bij “As Diehard as they Come” en “Live For This” die de meute vooraan niet meer in bedwang kon houden. Het was een komen en gaan van armen en benen, één gigantische zandstorm ontsproot uit de Kortrijkse aarde en de pletwals ging lekker verder door op zijn elan. Opgeven staat niet omcirkeld in het woordenboek van Hatebreed en dus knalde de break bij “Everyone Bleeds Now” en meezinger “Destroy Everything” heftig over de weide. Er zat gewoon geen stop op de beleving en ondanks de warmte zorgde Jamey ervoor dat het publiek moest meegaan in het opofferen van hun laatste krachten. “Proven”, “Tear it Down” en “Last Breath” werden gespeeld zonder enige vorm van tussenpauze en toen “Perseverance” bijna de boel aan flarden schoot, kon iedereen na het slotsalvo “Looking Down the Barrel of Today” eindelijk naar adem happen. De aanwezigen zullen akkoord gaan met mijn stelling: bij Hatebreed schakel je jouw verstand uit en stap je blindelings mee in hun verhaal die voor, tijdens en achteraf de nodige adrenalinekick met zich meebrengt! Wat een live band!

Zo lang hadden we niet om onszelf wat op te frissen, want Terror ging gewoonweg het kunstje van Hatebreed achterdoen, gewoon in een kleinere ruimte, lekker gezellig. Frontman Scott Vogel vroeg om zoveel bodies naar voor te brengen en om de security aan het werk te zetten en ze armspieren te laten kweken. Het liet niet lang op zich wachten vooraleer de boodschap werd omgezet door de aanwezigen en de Helldorado gehuld werd in een wolk stofdeeltjes die de band nauwelijks nog zichtbaar maakte.
Aftrappen met knaller “Spit My Rage”, “Stick Tight” die de crowdsurfers achteraan de tent deed ontwaken en eindigen met meezinger “Keepers of the Faith”, zo doe je een Terror show alle eer aan. De oorlogszone begon gigantische vormen aan te nemen en de zanger keek uit over zijn fans en zag dat het goed was. De drum werd aangetikt en de overgave van de band was hoorbaar tijdens “Hard Lessons”, het eerbare “Always the hard way” en “Keep your Mouth Shut” waar Carl Schwartz van Hatebreed mee kwam brullen in de microfoon.
Ik weet nu al dat onze wasmachine maandag overuren zal moeten draaien om al het zand weg te spoelen. Meer dan geslaagd!

Alweer een kleine 10 jaar geleden dat Primus nog te zien was op een Belgisch festival/concertzaal. Deze band kan live ofwel ontploffen, ofwel tegenvallen dat het de moeite niet waard is om twee nummers te blijven staan. Ikzelf was al redelijk murw geslagen door Hatebreed en Terror en hoogstwaarschijnlijke een beetje slaaptekort, en liet het gewoon over mij heen komen. Bassist Les Claypool is de bekendste figuur in deze band en zijn vakmanschap op zijn basgitaar is werelds. Nummer “John The Fisherman” kwam al redelijk vroeg aan bod en “American Life” werd voorafgegaan door het Amerikaanse volkslied. Ik genoot tijdens hitje “Too Many Puppies” en afsluiter “Jerry was a Race Car Driver” die deze show in schoonheid afrondde. Mijn handen gingen de laatste keer in de lucht en toen was mijn pijp uit.

zondag 9 augustus 2026 - Deicide brengt het beest naar buiten, wandelende wc-borstels en Lamb of God mikt hoger
De laatste dag ging ingaan, en ik moet eerlijk bekennen dat het minder warm was dan voorspeld, althans dat was mijn gedacht. De wolken deden de zon ietwat verbleken en er waaide een tof windjes over de gevangenisvelden.
 Openen deed ik met toch een onbekendere naam op de affiche – Blackbraid – maar ik heb al enkele vinylplaten van deze band in mijn bezit.  Sgah'gahsowáh is de naam verantwoordelijk voor alle muziek en zijn albumtitels houdt hij simpel: Blackbraid I, II en III en atmosferische black metal is wat je mag verwachten.
Nog nooit live gezien, dus een primeur voor mij en ik vermoed toch velen die in de Swamp tent stonden. Ok, de stem was niet geheel sterk in de mix, waardoor de instrumenten de boventoon kregen, wat toch een minpuntje was. Er werd gepikt uit de 3 verschillende albums, maar live toch minder dan ik verwacht had. Op plaat wel heel sterk alleszins.

Niks kan tippen aan de naam van de stichter van Blackbraid, maar volgende band is toch ook moeilijk uitspreekbaar als je wat teveel biertjes binnen hebt. Sanguisugabogg komt uit Amerika, en blijkbaar wil dit zeggen toilet of moeras van bloedzuigers. Soit, je moet er maar opkomen. De muziek is pure lompe death metal, met vuile riffs en een diepe grunt die dan nog eens gorigheid en perversie uitstraalt. Enkele nummers om jullie op het goede pad te sturen mocht je benieuwd zijn: “Skin Cushion”, “Face Ripped Off” en “Dragged by a Truck” en je zou moeten weten of dit je gading is.

Anaal Nathrakh dan maar, nog iets heel speciaals. Een mengelmoes van black metal, grindcore en industrial om het dan toch maar een naam te geven. Ik moet wel zeggen dat zanger V.I.T.R.I.O.L. een babbelkous pur sang is, want op het laatste was hij bezig met het vertellen dat hij ofwel nog 1 of 2 nummers kon brengen. En hij bleef hier maar over tetteren dat ik zei: Spelen! Toch een beetje vermoeiend.
Oh ja, blijkbaar een band die niet veel live in onze contreien speelt, dus dit was dan weer een meevaller voor ons. Qua muziek zoekt deze band de extremen op, in het begin nog wat technische issues, maar eenmaal ze op toerental waren was het genieten geblazen. De machtige clips op de achtergrond – o.a. van die Godsdienstige sekteleden die de Duivel kunnen uitroeien met veel handgebaren of de clip van de varkens pasten perfect bij nummers “Hold your Children Close and Pray for Oblivion”, de ware woorden tijdens “Between shit and piss we are Born” en “Submission is for the Weak” die deze 3 kwartier in stijl afsloot. Geen makkelijke muziek, maar dat moet ook niet altijd.

Minder volk dan verwacht bij MisÞryming & Nergal, toch ietwat uitgeroepen tot de act die black metal fanaten moesten aanschouwen. Misschien had de zon er wat mee te maken. Nergal, dus vooral bekend van bij Behemoth, maakte in zijn beginjaren pure rauwe black metal en één van zijn topplaten ging vandaag integraal gespeeld worden – ‘Sventevith (Storming Near the Baltic)’. Je kan je dus direct de vraag stellen: kan Behemoth dit zelf niet integraal spelen? Uiteraard weten wij niet wat de reden hierachter is, maar het blijft toch raar…
Wat ik vandaag dus gehoord heb is de primitieve vorm van Nergal zijn muzikale oerkracht en vond het redelijk meeslepend. De muzikanten hadden leuke corpsepaint aan, en brachten een mooie vorm van brutaliteit naar voren in dit extreme genre met soms ook de nodige rock ’n roll gehalte in verwerkt. Blijkbaar was deze plaat de transformatie van Behemoth’s underground onbekendheid naar internationale erkenning. Niet slecht, maar ik ben ook niet echt van mijn sokken geblazen.

Volgende band gaat al een tijdje mee en is live altijd een zekerheid als het aankomt op ervaring en het verzorgen van een goede show. Death Angel gaat al mee sinds eind jaren 80 toen hun debuutalbum ‘The Ultra-Violence’ met veel applaus werd ontvangen. Gitarist Rob Cavestany en frontman Mark Osegueda zijn nog de originele bandleden en blijven constant presteren.
Er werd uit diverse albums gekozen om een mooie gevarieerde setlijst in elkaar te flansen en ‘The Moth’ dateert ook al van 2016. Trouwens geen nieuwe albums meer gemaakt sinds 2019, dus het zou wel eens tijd mogen worden hé mannekes.
Eerste topper voor ondergetekende: “Seemingly Endless Time” waar de gitaarsnaren lekker aangetrokken worden en de hoofdjes gedwee mee knikten, en het combootje “Evil Priest” en “Mistress of Pain” van hun debuutplaat.
Afsluiten deden ze in stijl met “Thrown to the Wolves” en toen zat het er alweer op. Allé, dit klinkt misschien wat kort door de bocht, maar dit optreden was amusant waardoor de tijd pijlsnel voorbij vliegt. Geen echte verrassingen tijdens deze show, gewoon degelijk zoals altijd. De band bedankte ons voor onze aanwezigheid en dat was allesbehalve een probleem voor ons.

Biff Byford mag dan al 75 jaar geworden zijn, dit NWOBHM-standbeeld ziet er nog altijd redelijk fit uit en zijn stem heeft niks ingeboet, ik ken anderen op deze leeftijd die al na 2 nummers aan de zuurstoffles moeten. Ok, hij gaat uiteraard niet meer hollen op het podium, maar geef het hem maar na samen met zijn band Saxon. De zon stond nog te stralen over de weide toen het titelnummer van hun recentste schijf “Hell, Fire and Damnation”  de eerste vuisten richting de lucht stuwden.
Helaas geen 9 meter hoge metalen adelaar te bewonderen als stage attribuut, maar de videoclips die achter de band verschenen gaven een goeie hint van welk nummer je kon verwachten – neem nu de sloopbal die naar voor en achter bengelde tijdens “Solid Ball of Rock”. Een koker klassiekers werd opengetrokken met “Power and the Glory”, “Motorcycle Man” met de ronkende motoren die dit nummer inzette en het uptempo “Heavy Metal Thunder”. De oude garde genoot alvast, de jongere generatie zal zich waarschijnlijk af en toe eens afgevraagd hebben wanneer er iets verrassends gebeurde. Ze gingen lang mogen wachten, want volgende voorspelbaar triootje zwaaide de band uit: “Denim and Leather”, “Wheels of Steel” en het tijdloze “Princess of the Night”.
Conclusie: sommige nummers werden ietwat langdradig door deze uit te rekken en het is duidelijk dat Bill graag wat langer op het podium had vertoeft). Tja, je kan niet altijd headliner zijn hé.

Gedaan met de gezapige muziek, want Deicide ging de Swamp stage ontdoen van alle Christelijke onzuiverheden. Glen Benton zijn omgekeerd kruisje op zijn voorhoofd lijkt met de jaren meer en meer te vervagen, maar de diepe snelle grom die uit zijn strot komt klinkt nog altijd lekker demonisch. De tent veranderde in een rode gloed en de moshpits ontwaakten uit het vagevuur bij “When Satan Rules his World”. De mensen die bang begonnen te worden dropen stilletjes af, wij schoven een stapje dichterbij tijdens “Bastard of Christ”. Ik vond persoonlijk dat de stem nog wat luider in de mix mocht staan, een euvel die bij mij meer opdook in de Swamp stage dan voorgaande jaren…
Indien je nog niet gekend bent met de intro van “Once Upon the Cross” van het gelijknamige album uit 1995, dan raad ik jou aan om dit onmiddellijk te checken! De drumpartijen voelde je kloppen in je borstkast en een gigantische stofwolk deed een inslag van een atoombom verbleken. De lucht begon wat donkerder te worden bij “Serpents of the Light” en de band duwde nogmaals het gaspedaal in. Weinig woorden werden gesproken, maar de boodschap van deze band uit Florida was duidelijk…
1 vol uur “Hommage for Satan”! De snelheid werd nog wat opgevoerd met “Scars of the Crucifix” en het monsterlijke “Dead By Dawn” die de death metal fanaten met een vol Duivels hart achterlieten. Bam!

Voor ondergetekende de afsluiter op de mainstage, want van wolven met krachten krijg ik jeuk, kortom een serieuze allergie. Lamb of God zit boordevol groove en sinds de oprichting in 1999-2000 een tiental studio albums geschreven, albums die in feite niet altijd voltreffers waren, maar op ieder album waren toch wel enkel stampers terug te vinden.
Nu, live klink hun muziek kolossaal en frontman Randy Blythe is een topper in het pushen van toeschouwers tijdens zijn show.  Ik moet wel eerlijkheidshalve zeggen dat ik ook niet zoveel van deze band ken, buiten de hitjes uiteraard. Achter deze show een werkpuntje dus voor mij om me meer te verdiepen in deze band dedju.
Dus zoals gezegd, een fantastische interactie tussen publiek en band en nummer “Laid to Rest” zorgde voor een eerste groepsknuffel vooraan het podium, de vlammen schoten in de lucht op het podium (eindelijk konden we ons opwarmen) en ze gingen verder op hun elan met hun technische capaciteiten in nummer “Parasocial Christ” en “Omerta” met zijn tegendraadse hoeks en de grommende stem eraan gekoppeld.
Deze dynamische set met een niet aflatende energie kreeg nog een extra boost met “Memento Mori” die heel gestaag en mak begint totdat de drumpartijen de boel laten exploderen en obligatoire afsluiter “Redneck” van het degelijke album “Sacramentum” uit 2006 waarbij iedereen luidkeels meebrulde: ‘This is a MF invitation’ en voor een laatste keer draaikolken van stof over de weide deed vliegen.

Ik pikte nog een stukje van Gutalax mee nadat ik afscheid had genomen van El Presidio, en blijkbaar was deze band wegens omstandigheden pas enkele minuten voor de start van hun show gearriveerd. Hun fans zijn ofwel gekleed met een wc-borstel op hun hoofd of er is zichtbaar een hoek af, maar hoe deze mannen een welbepaalde gorgel uit hun muil doen komen blijft mij een raadsel.
Getooid in witte pakjes om de boel te desinfecteren werd er vooraan lekker gedanst, althans ik zag vele witte en zwarte wc-borstels door elkaar vliegen omhuld door wc-papier. Ik had nooit gedacht dat gore-grind met thema’s pis, seks en ontlastingen zo onthaald zou worden, en de twee blauwe wc-kotjes op het podium daverden mee op hun succes.
Ik moet zeggen: de drum klinkt lekker aanstekelijk, de muziek zelf is lekkere grind, maar de gorgelende klanken zijn toch efkes wennen…
Ik ben nu wel pigsquals gewend, maar dit gaat toch net dat stapje verder haha. Qua nummerkeuze een directe link alvast naar hun muziekstijl met “Diarrhero”, “Poopcorn”, “Dick Dip” en hun bekendste “Shitbusters”.

Zo, het zat er alweer op, vier dagen op Alcatraz vlogen voorbij. Wederom een editie waar de zon toch wel parten speelde – je mag zeggen wat je wil, maar de warmte pikt toch veel energie in van je lichaam, want je slaapt wat minder goed, je krijgt er een stoflong van, … maar achteraf gezien blijft Alcatraz Festival een heel tof en gezellig festival waarbij de muziek het belangrijkste blijft, en niet het geld dat een band zou kunnen opbrengen!
Alles werd in het werk gesteld om er een onvergetelijke 4-daagse van te maken, grote duim voor alle actoren op de weide (vuurspuwers, politie-agentes, monsters, dj’s, …), handen op elkaar voor het gratis drinkwater tijdens deze hitte, de zonnecrème dispensers op de weide en de mooie ode aan Bon Scott in de El Presidio.

Een deeltje van de affiche voor jaargang 2027 werd al onthuld op het festival zelf, met oa Europe, Mercyful Fate, Cavalera, Devildriver, Halestorm, Sylosis, Dethklock, Fulci en Mucky Pup om er maar een deel te noemen. De early bird voorverkoop is blijkbaar al uitverkocht, wees er volgend jaar dus maar tijdig bij! Je bent gewaarschuwd…

Tot volgend jaar!! Meer info op www.alcatraz.be  

Line Up:
Donderdag: Aeveris, Left to Die, Wings of Steel, Cyclone, Funeral Dress, Enthroned, Der Weg Einer Freiheit, Sacred Reich, Heidevolk, Mikkey Dee with Friends, Imminence, Soulfly, Channel Zero, Alestorm
Vrijdag: Dead Serious, Sons of Lioth, A Thousand Sufferings, Modder, Hope Erodes, Insanity Alert, Vurt, Graceless, Witch Club Satan, 200 Stab Wounds, Vended, Monolord, Bleedskin, Cowboys & Aliens, Merauder, Chelsea Grin, Alien Ant Farm, Warrior Soul, Masterplan, Soen, Coven, Crimson Glory, Armored Saint, Chained Saint, Health, Crowbar, Combichrist, Bleed from Within, Dirkschneider, Igorrr, Thy Art is Murder, Amenra, Bodycount, Savatage, Slaughter to Prevail
Zaterdag: Mortal Scepter, Poseydon, Divided, Ronker, Your Highness, Vacuous, Graphic Nature, Brutal Sphincter, The Troops of Doom, Tailgunner, Hate, Jungle Rot, Castle Rat, Ratos de Porao, Midnight, Aura Noir, Coroner, Firewind, Mushroomhead, Kittie, Miracle of Sound, Mantah, Terror, Carach Angren, Immolation, Pscyhonaut, Metal Church, Municipal Waste, Alcast, Orbit Culture, Primus, Biohazard, Hatebreed, Amorphis, Testament, Arch Enemy
Zondag: Breakout, Steengruis, Turpentine Valley, Encounters, Hemelbestormer, Luna Kills, Izegrims, Nefarious, Internal Bleeding, Deceased, Mortal Sin, Firespawn, Sanguisugabogg, Blackbraid, Animals as Leaders, Misbyrming & Nergal, Bloodbound, Anaal Nathrakh, Voivod, Kylesa, Death Angel, Northlane, Gutalax, Rise of the Northstar, Warkings, Fit for an Autopsy, Of Mice & Men, Paleface Swiss, Rose Tattoo, Deicide, Nevermore, Satyricon, the Ghost Inside, Saxon, Lamb of God, Powerwolf

Neem gerust een kijkje naar de pics @Karl Vandewoestijne
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10082-alcatraz-2026?Itemid=0

Organisatie: Alcatraz Music – Rock Tribune

Festival Dranouter 2026 – Vernieuwde, vertrouwde blik tekent voor een totaal beleving van muziek, ontmoeten sfeer, en vakantie

Geschreven door

Festival Dranouter 2026 – Vernieuwde, vertrouwde blik tekent voor een totaal beleving van muziek, ontmoeten, sfeer en vakantie
Festival Dranouter 2026
Festivalterrein
Dranouter
2026-08-07 t-m 2026-08-09
Johan Meurisse

De 52ste editie van Dranouter was terug volledig uitverkocht en kon verspreid over het weekend 55000 bezoekers verwelkomen. Formule: Een gevarieerde line-up, het beleven met talrijke food- (heerlijke gerechten voor elk wat wils) en drinkstops (themabars), animatie en straattheateracts, het verbinden en het ontmoeten in al z’n aspecten enz. Het neemt een unieke positie in , het is één grote muziekvakantie, kortom, en vaste waarde in het festivallandschap, zonder aan eigenheid in te boeten.
En de editie van 2026 was iets bijzonders: een vernieuwd festivalterrein kunnen ontdekken met de verschillende zones, podia en nieuwe plekken op het terrein. Alles een beetje in een nieuwe, aangepaste outfit. O.m. Radio Drannie zijn de hosts in de aankondigingen en in de, indeling van de festivalzones heb je de Brouwerie (de vroegere clubtent), Nouter Park, Den Hof en aan de overkant Park Bazaar en iets verderop het Theater plein , elk met een eigen identiteit, sfeer en kleur, maar tegelijk onmiskenbaar Dranouter, met alles erop en eraan voor iedereen. Wat duidelijk in de smaak viel bij het publiek.
Comfort, beleving, vernieuwing, vertrouwd; creatief, inspiratievol en mooi uitgewerkt. ‘The new traditions’ steeds in evolutie …
Muzikaal steeds de kaart trekken van grote namen tot interessante ontdekkingen, met dit jaar de focus op Ierland. En showcases die folk & roots in de kijker plaatsen.
Er valt naast de podia het hele weekend voldoende te beleven, die de familiale sfeer, ruimte voor de kids en de ontmoetingen bevorderen.
Ook de lokale verankering blijft hierin belangrijk, die de identiteit van het festival van muziek, cultuur, beleven en ontmoeten doen versmelten.

Kortom, Festival Dranouter, een vernieuwde, vertrouwde blik voor een totaal beleving van muziek, ontmoeten, sfeer en vakantie. Een Dranouter-gevoel op z’n best!
Aftellen nu naar de volgende editie, 6 – 8 augustus 2027.

dag 1 – vrijdag 7 augustus 2026 - Mania met Belgische toppers Bart Peeters en Pommelien, die alle generaties met elkaar verbindt
Op de eerste volwaardige dag kreeg Dranouter 16000 festivalgangers, die de première van het vernieuwde festivalterrein konden ontdekken.

Al meteen een beloftevol artiest met Frans Kalf, die z’n Nederlandse roots in het Gentse verloren heeft en zorgt voor een rits aangename luistersongs met een licht zalvende droomgroove, die de brug slaan tussen Boudewijn De Groot, Ramses s-Shaffy, Brel en Spinvis. Hij is één van de nieuwe woordkustenaars, weet innemend als breed te spelen en heeft sterk materiaal uit die ons wist te intrigeren als “terwijl je voor me stond” en “en nou”. Om in het oog te houden.

Monza van Stijn Meuris blikt terug op hun 25 jarige carrière. Dit is net als Noordkaap Nederlandstalige pop op z’n best van een fijne band , even warm onthaald door een fijn publiek. We horen ’t em zo zeggen, ook als Meurissy op radio Willy.
Van de drie platen kwam de focus op het debuut ‘van God los’, met de titelsong die de beeldrijke woordvindingrijkheid van mooie popsongs besloot. “De ogen van Jenny”, “wie danst er nog” waren andere van het betere Nederlandstalige werk die we in de 90s voorgeschoteld kregen, toen van o.m. The Scene , Gorki, De Mens, Tröckener kecks en natuurlijk z’n andere band Noordkaap. Nostalgische emopoprock op z’n best.

De organisatie van Dranouter zet in op muzikale beleving ,ontmoeten en genieten bij een aangenaam zomerzonnetje. Vóór de avond viel, kregen we een spacey chillende wave van Space Quartet van o.a. Nicolas Mortelmans en Stef Kamil . Een klein uurtje instrumentale klankschalen, improviserend, in een mooi evenwichtig samenspel, in golvende beweging, van gitaar, bas, drums en sitar.
We werden gemoedelijk meegesleept in hun verfijnde, rauwe, repeterende en licht exploderend spel en muzikaal verhaal . Psychedelica jazzy pop met een Zuiderse Indiase world touch, die droom en wekelijkheid kruist.

De enthousiasmerende Mentissa introduceert haar Franstalige synthpop in Vlaanderen. De tweetalige jonge, beloftevolle artieste balanceert in haar elektronische luisterpop tussen ingetogenheid en een stevige pompende beat. Al eerder kwam ze in de spotlights via de Voice Kids en Eurosong . Met een “Desolée”, “et bam” en “faix gaffe à toi” weet ze telkens haar publiek te bespelen en ontpopt ze zich tot hun lieveling wat resulteert in een erg warm onthaal . Mooi om op die manier mee te gaan in haar materiaal met een heupwieg en een danspas.
Ze maakt deel uit van een  nieuwe lichting vrouwelijke Brusselse artiesten, die ergens gelinkt zijn aan Khadja Nin, Viktor Lazlo, Angèle, Charlotte Adigéry en ook wel een beetje Rosalia , met haar heldere indringende soulvolle vocals. Blij dat Vlaanderen mij zo warm omarmde, gaf ze mee.

Dranouter houdt van breed programmeren. De focus dit jaar ligt op Ierland en één van de bands die we zagen was Ispini Na Heireann. Geënt op de Ierse traditie, geven ze een zwierige als integere rockende-punky-hiphop draai aan hun songs . Het trio switcht in banjo , akoestische en elektrische gitaar (getokkel/spel) en een (rappende) zangstijl. Met een knipoog naar een punky The Streets.
Ze weten het publiek op te zwepen. Sfeervolle ambiance dus, waarbij zelfs een volksdansje niet kon ontbreken. Leuke sfeermakers.

Over sfeermakers gesproken – Met deze drie-eenheid konden ze alle troeven op tafel gooien . Met Bart Peeters en de Ideale Mannen , Gustave brass band en Pommelien Thijs. Poker op z’n best!

De eerste troef kwam van Bart Peeters & de Ideale Mannen , die meteen op handen werden gedragen en luidkeels onthaald. Een ongelofelijke ambiance en sfeer zonder dat we een noot hoorden. En Bart Peeters himselve, 65 plus, die de veerkracht heeft van nen jonge gast, bespeelt z’n publiek, entertaint en enthousiasmeert. Hij brengt de songs, hoe intiem die bij momenten kunnen zijn (“liefde is alles”, “tot je weer van me houdt”), naar een hoger niveau door een zwierige draai, de handclaps, de meezingrefreinen , de ooh-aahs, het handjeszwaaien, de gsm lichtjes enz .
En de band is ongelofelijk op elkaar en op Bart ingespeeld. Hoe kan het ook anders, met een instrumentatie als accordeon, viool, dubbele percussie, elektronica, gitaar, banjo en bas . Ze zijn één van Dranouters smaakmakers door de jaren van folk tot new traditions heen.
Dit was een uurtje onthaasten met het beste van Bart, die een smiley op je gezicht toverde, je aanzette tot een heupwieg  en de danspieren prikkelde.
En er is ruimte voor al een paar nieuwe singles te droppen, die hier vanavond niet konden ontbreken, o.m. “mannen zijn idioot” (knipoog naar gelijkwaardigheid) en “de bevalligste” (opnieuw opi geworden).
Hij is het publiek onnoemelijk dankbaar en omgekeerd van t zelfde. Iedereen een fijne avond bezorgen, uit zijn dak laten gaan ,met een “lepeletjesgewijs”, “konijneneten”, “aaa”, “Heist aan zee”, “brood voor morgenvroeg”, “zo van die zomerdagen”, verder Radios klassiekers “zwemmen in zee” (“swimming in the pool”) en afsluiter “ik hou meer van folk” (“I’m into folk’). Dit was ‘Dranoeter’, zoals hij kan kan omschrijven, op z’n best. De tent daverde. Dit was een uurtje vollen bak ambiance en sfeer … Respect!

En die ambiance en sfeer kregen we ook in de Brouwerie met de Gustave brass band, die eerder  vroeg in de namiddag in de Chateau stonden . Met een uitgebreide blazerssectie, drums, wat elektronica en wat gedirigeer, maakten ze er een fijne act, performance en brassparty van door die wisselende, frisse en twinkelende melodieën , niet vies van een hiphopinjectie. Beetje tHof en blackwave. op blazers. Het deed even denken aan het Zwitserse collectief Meute. Een chaotische kakafonie die toch z’n structuur vond en het de dansspieren aansprak.

Moet er nog zand zijn tot slot met Pommelien Thijs , werd net als bij Bart Peeters alle generaties aangesproken . Natuurlijk meer jong dan ouder publiek , gezien zij wel de spreekbuis is van een new generation. En toch  iedereen heeft wel een connectie met dit talent. Sterke songs , die rocken of met een (stevige) elektronica beat intrigeren en overtuigen, een sterke uitstraling,  een sterke performance en verder een sterke band die geluid en beeld samenbrengen.
Zij wist de tent bijna te doen openbarsten. Evenveel volk binnen als buiten. Wat een publieksbelangstelling. Pommelien omarmt iedereen. Zij dartelt en huppelt heen en weer met een positieve vibe en onderhuids met een maatschappijkritische blik en view.
Pommelien is de ABBA van onze tijd. Een Pommelien mania eigenlijk wel, en dit nog na geen twee albums. Haar Nederlandstalige poprock ontroert en swingt van “ik moet gaan” , “entertainment”, beiden met een vette groove , de meezing van “erop en eronder” en verder “zilver”, “wat een idee”, “het beste moet nog komen”, “cassandra” en de slotreeks “ben je klaar” en natuurlijk “atlas”, de ideale afsluiter. Confetti, lichtwissels, stroboscoops, je kreeg het er allemaal op de gevoelige, sprankelende songs  
Iedereen was in een ruk meegezogen. Net als bij Bart Peeters een show waar je werd omvergeblazen. Een schot in de roos . 180 in de darts. Het was even nazinderen snachts na dit optreden! Pommelien, popqueen bij uitstek! 
Op naar dag 2

dag 2 - zaterdag 8 augustus 2026 - Opnieuw een dag van Belgisch talent in singalongs en politiek verweer
Het festival verwelkomde net als gisteren 16000 festivalgangers, waarmee ook de tweede festivaldag was uitverkocht. Het terrein vulde zich geleidelijk, waardoor iedereen rustig zijn weg vond en optimaal kon genieten van de acts.

De 50ste verjaardag van Kadril, een van onze smaakmakers binnen het folkrockgenre, bracht een halve eeuw muziek met Patrick Riguelle als zanger en de zangeressen Eva De Roovere en de huidige zangeres Little Kim (Kimberly Claeys). Wijzelf nemen hen persoonlijk mee tijdens hun najaarstournee, maar hun genre en muziek-is en blijft bepalend.

AO weet met het tweede album ‘malandra’ definitief door te breken . Twee jaar geleden stonden ze bescheiden in de theater stage , nu staan ze in de chateau en wat een warm ontvangst op hun even warme Zuiderse klank, die etherische pop en hun latin roots verraadt. Sfeerschepping in al z’n vormen, innemend, dromerig tot uitbundig, opwindend. Een gestadige groei, zeker nu op de festivals door de (licht) exploderende elektronicabeats en percussie. Het materiaal boeit door verrassende, onverwachtse wendingen. Zangeres Brenda maakt allerhande moves, danspasjes en brengt met een danseres de songs naar een hoger niveau, o.m. “orgulho”, “cada vez”, een uitgesponnen “aren’t you tired” en het afsluitende “talvez”, één van die puike singles van de nieuw plaat.
In performance en act is het combo nog geëvolueerd. Een voodooritueel lijkt niet veraf wanneer je volledig meegaat in dit begeesterend, bezwerend klankenspectrum. Een volle tent, een sterk onthaal. AO is groot geworden in ons landje!

Met Berlaen hebben we een Oost-Vlaming die W-Vlaanderen weet in te palmen. In het Zultse dialect geeft hij z’n nummers een leuke, ludieke, komische inslag . ‘Het leven is nie moeilijk, nie makkelijk’ horen we onderhuids, maar telkens in een poprock swing , waarbij je heel wat bekende deuntjes, melodietjes van bekende nummers herkent.
Radio 1 gaf een punch naar een definitieve doorbraak. Spontaan, losweg met z’n drie omarmen ze de Brouwerie , met nummers als “‘tlev’n es keihard”, “oe ver’est nog?”, “t beste van de reste”, “were zat” en “oltijd blijv’n goan”. Ook hier doken Little Kim en Eva De Roovere op en kwam er een fan een beetje meespelen op een koebel. Het tont aan hoe Berlaen alles z’n gang laat gaan, zonder de melodie en structuur van het liedje te verliezen. Overtuigend setje!

Dressed like boys
is de uitlaatklep van Jelle Denturck van DIRK. Hier komt het emo kantje in finesse met sfeervol, gevoelig, straight from the heart materiaal aan bod, waarin hij zijn ziel steekt en met een zekere pathos. Een opkomen voor jezelf, voor wie/wat/hoe je bent (het ganse concept van de LGBTQ+) (vandaag ook op de Antwerp pride) en met enige maatschappijkritiek van wat er om ons heen gebeurt, denk maar aan Berlijn onlangs .
Sfeervol twinkelende piano/keys en de helder indringende vocals zijn de pijlers in de rakende nummers, die een sterke integere opbouw hebben, ergens tussen The Beatles, Sufjan Stevens, Rufus Wainwright en Perfume genius in. De instrumentatie krijgt voldoende ruimte om de songs nog meer zeggingskracht te bieden. Hij heeft wat te vertellen en smijt zich letterlijk in de nummers als “Jaouad”, “lies” en de afsluiters “pinnacle” en de geschiedenisles in “stonewall riots forever”. Een verdiend warm onthaal in een volle tent Puik werk van deze West-Vlaming uit Ingemunster die met Dressed Like Boys een grootse band in spé heeft.

TP Le Green is het alter ego van Tim Beernaert, die na het verlies van zijn zoontje muziek is beginnen schrijven. Hij brengt het ook straight from the heart in sfeervolle, integere , dromerige rootsamericana op piano en z’n doorleefde vocals. Hij wordt hier bijgestaan door Sarah Green van Portland. Een uitgebreid combo ondersteunt het debuut ‘the extraordinary story of …’. Het is er eentje om te koesteren, de songs wisten iedereen in de theater stage te ontroeren. Ze zouden nog beter tot hun recht komen bij ondergaande zon. Doorbraak via Radio 1 met “amen” . Terecht . Voor wie houdt van het godvergeten talent Damien Rice, een must-to-see.

blackwave. van Willem Ardui en Jean Atohoun, nemen na een sabbatjaar terug de draad op, intussen vol politiek verweer. Een kleine tien jaar terug waren ze één van onze talenten binnen de hippop. Nog meer dan vroeger linken ze hun songs met een dosis maatschappijkritiek, zeker nu van wat er om ons heen gebeurt in Gaza , Ukraine, Soedan, Cuba, Congo enz.
‘The injustice in Palestina’ heeft hen enorm geraakt en net als een Rage, Kneecap roepen zij op tot ‘resistance’, zoals o.m. de wekelijkse protestacties in A’pen. ‘It’s always time to do the right thing’ , we werden het letterlijk meegegeven.
Muzikaal een uitgebreid combo van blazerssectie, keys, percussie in mellow, sfeervol, groovende jazzy en funky soulhippop  in de voetsporen van een Buckshot LeFonque.
Spijtig genoeg was er hier maar een goed halfgevulde tent om muzikaal als maatschappijbewust de vibe en warme gloed van blackwave. te ondergaan (werd hun boodschap misschien wat te veel doorgedrukt?!).
Muziek met een opgestoken vuist dus , die enkele nieuwtjes liet horen, én echt maar iedereen meekreeg in een heupwieg en danspas op kleppers “elusive” ,”whatsgood” en “big dreams”.

Focus op Ierland kregen we in de Brouwerie tijdens de avond met The Wran . Het kwartet deed ons wegdromen naar de beeldrijke landschappen die het land rijk is. We werden muzikaal meegesleept in een kenmerkend instrumentarium van banjo, mandoline, accordeon, bas, akoestische gitaar en drums. Heerlijk genietbaar door het getokkel – en samenspel, de zangpartijen , die de traditionele sound/waarde in ere houdt , en het doet passen in een eigentijds jasje.

Een graag gezien gast op Dranouter is natuurlijk Flip Kowlier. Hij was hier al een pak keer, met tHof , met z’n solowerk en als gastzanger bij talrijke projecten als tBeste van tWesten. 25 jaar terug verscheen z’n eerste soloplaat ‘ocharme ik’, wat nu gevierd werd door ze integraal voor te stellen. Aangevuld met enkele ‘best of’ van Flip. Hij is intussen 50 geworden, wat kilo’s er (terug ) bij en een stem, die wat doorleefder is. Het West-Vlaamse dialect blijft goud  van oud. Met z’n band doorheen de jaren op z’n solowerk, werden we eenmalig gedropt in z’n jubileumshow; een klein anderhalf uur lang, in de muzikale leefwereld van Flip, innemend, donker als uitbundig, geestdriftig.
Ook nu werden we in allerlei sferen gebracht van “ik ben moe”, “kwestie van organisatie”, “ocharme ik” naar een “ti woa” ,”verkloat”, “ne welgemeende” en “min moaten”. Die laatste zijn sfeer-ambiance makers die de tent deden daveren, met wat hoempapa, meezingmomenten ‘oohoos’, handjeszwaaien en handclaps .
Kowlier in allerlei muzikale gedaantes en stijlen dus in die 25 jaar, waarbij er nog een mooi toemaatje werd toegevoegd met o.m. “in de fik” , “bjistje in min uoft”, “mo ba nin”, “directeur”, “detox Danny” (zijn favoriet) en een nieuwtje “Mark” , in het najaar te verschijnen, die een nieuw album zal inleiden volgend jaar.
‘25 jaar is super emotioneel’ , haalt hij aan; sterk wat we hoorden, een doorwinterd levenspad van sing/songwriting in allerlei aspecten …

Dranouter weet ieder jaar elektronicabeats en dance te integreren in hun ‘new traditions’. Dit jaar kwam dit van de Aziatische Fransen Makoto San die trance en pompende elektronica mengt met slagwerk en een bamboo-stelsel van percussieve elementen. Zij wisten het publiek op te zwepen in die opbouwende lagen; de muzikale spanning steeg, explodeerde en zette aan tot bewegen en dansen. Een hypnotiserende, extatische beleving, met af en toe wat bevreemding waarbij de vier in een witzwarte tenue waren en de gezichten afgeschermd door maskers van een oogbol of van bij het schermen.
Wat een respons! Zelf waren ze evenzeer onder de indruk hoe hun performance, hun percussieve technorave iedereen raakte en hen een unieke beleving bezorgde. Een ontdekking!

Sylvie Kreusch is die sensuele Vlaamse zangeres, componiste , een dame met pit en op enkele jaren uitgegroeid tot één van de belangvolle vrouwelijke artiesten. Haar stekelige, dromerige, charmante pop klinkt uiterst genietbaar, groovy en dansbaar.
Twee albums uit nu, ‘montbray’ en ‘comic trip’, die een pak goede singles bevat. Al twee jaar is ze op tournee en ze mag het festival op dag 2 besluiten.
Speels, stijlvol klinkt het door een hypnotiserende, bezwerende, gemoedelijke, onderkoelde-warme sound en intense zangpartijen. Beetje Roisin Murphy en Fever Ray (The Knife).
Ze dartelt, maakt danspasjes in haar paarse opblaasjurk, de armen soms wijdopen, wat ervoor zorgt dat de songs naar een hoger niveau worden getild.
Ze heeft een sterke band rond zich, de keys en de backing vocals geven kleur. We worden letterlijk gedropt in haar leefwereld. Een set vol goede nummers, maar nu net niet die meezingkleppers die we in de chateau gewoon zijn , waardoor Kowlier beter hier vanavond de afsluiter kon zijn.
We werden wel meegesleept in  haar sound. “Ding dong” was de eerste herkenning. Oudjes “please to devon” en” just a touch” zijn live killers door de bezwerende world/indiase invloeden en elektronicabeats.
We kwamen terug in de dagdagelijkse realiteit met “comic trip”, “walk walk” en “ride away”, die ruimte boden aan het brede, diverse instrumentarium.
Dit is theatraliteit in melodieus groovende popelektronica., maar als afsluiter werden we live liever anders uitgewuifd ...

We zagen sterke acts van eigen bodem, met enkele fijne ontdekkingen.
Op naar dag 3!

dag 3 – zondag 9 augustus 2026 – Artiesten die zich eeuwig jong voelen en we blijven ontdekkingen aanstippen
Ook vandaag een uitverkocht Dranouter met sterke namen die allemaal wel iets te vieren hadden, Raymond , The Kooks, Zaz en De Dolfijntjes. Samen met een rits ontdekkingen was dit terug een dagje die in ons geheugen gegrift staat. ‘Kere ne keer were’ hebben we onthouden voor de volgende editie …

Eén van Vlaanderens lievelingen is ongetwijfeld Raymond Van Het Groenewoud. Hij is intussen 75 en is opnieuw op tournee getrokken. Met “primitivo” heeft hij zelfs een nieuw nummer uit, dat hier niet ontbrak. Een fijngevoelig poprockend nummer. Hij is goed omringd met Wouter Berlaen, Ward Snauwaert (gisteren te zien, Berlaen) en z’n vertrouwde muzikanten. Het kwintet is op elkaar ingespeeld en de lead gitaren worden afgewisseld. Raymond grossierde gemoedelijk doorheen z’n rijkelijk gevulde oeuvre van 50 jaar met een “maria, maria”, “je veux de l’amour”, “trek het je niet aan”, “liefde voor muziek” en “cha chacha”, die zorgden voor een meezingmoment en handjeszwaaien. Een fijne, leuke, nostalgische set. Z’n sing/songwriterschap wordt benadrukt  in een “hoppah” (eerbetoon aan Josip Weber), “omdat ik van je hou” en “brussels by night”. Intiem , integer op piano en rocken doet hij met z’n band waarin ruimte is voor enkele begeesterende solopartijen .
Hij heeft nu maar een uur de tijd deze namiddag waardoor die bekende (meezing) songs niet zijn uitgesponnen. Tot slot “vlaanderen boven”, “2 meisjes” en “meisjes” zijn alles ineen van de rocker, de crooner en sing/songwriter in Raymond. Het ademt een soort ‘eeuwig jong,  eeuwige jeugd’.

Sadu is een Estse kwartet met twee zangeressen die vocaal enorm elkaar aanvullen en afwisselen. Het vloeit moeiteloos in elkaar over. Een stemmenpracht. De melodieuze nummers klinken zwierig, kleurrijk met doedelzak , viool en verschillende soorten flutes. Ze nestelen zich tussen pop, roc , folk, world.
Een dynamische performance met talrijke danspasjes sieren de uiterst aangename set . Onderhuids voel je in hun materiaal hun afkomst en de vechtlust naar het streven van een vrijheidsgevoel. Een aangename kennismaking.

Leuk dat de Britse The Kooks eens konden langskomen die op tournee zijn om het twintig jaar geleden debuut  ‘inside in inside out’ terug eens voor te stellen. Een debuut die tot op de dag van vandaag de groep achtervolgt met talrijke sterke, overtuigende popsongs, o.a.
“sofa song” , “she moves in her own way” , “seaside”, “oohlala” en naïve” die mooi verdeeld zaten in de set. Songs die een ‘happy sunny feeling’ hebben en nog beter klinken in de vooravond.
Luke Pritchard en co vullen het mooi aan met enkele andere bekende nummers in hun oeuvre als “bad habit”, “junk of the heart”  en de meezinger “do you wanna”. Af en toe krijgen ze een stevige sneert zonder te raken aan de originele melodie. Met “sunny baby” kregen we één van de recente songs , die nog steeds een treffende melodie en ritme bieden, maar net die niet hitgevoeligheid van weleer. Het intieme “see me now”, geleest op het pianospel was gegroeid uit het vroege heengaan van Pritchard’s pa . Qua vocals heeft hij nog niks ingeboet.
Kortom The Kooks blijven een publiekslieveling door hun talrijke pophits van voorheen en hopen stiekem dat na twintig jaar het vuur niet uitgedoofd geraakt.

Ruimte voor ontdekkingen, de Brouwerie nodigt er zich voor uit. Het Schotse Talisk laat ons wegdromen, net als de Ierse artiesten die hier geprogrammeerd staan,  naar de beeldrijke landschappen in hun land. Hun zo goed als instrumentale folky sound  op bandoneon , akoestische gitaar, viool en foottics weten het publiek op te zwepen. Ze bouwen op, geven een zwierige draai, maar laten ruimte voor een dromerig gevoel en ingetogenheid . Sfeerscheppjng en ambiance creëren was uitermate geslaagd. Een gevierde live act.
 
Een graag gezien gaste is ‘grande dame’ uit Frankrijk Zaz. Na haar laatste passage vier jaar terug, heeft ze intussen een nieuwe plaat uit, ‘sains et saufs’, die hier integraal werd voorgesteld. De Franse springintveld wordt net als ons evenveel overvallen van wat er in de wereld gebeurt en vertelt ons een boodschap van geloof, hoop, liefde met gans haar hart.  Hadden we voorheen in haar gypsy jazz, chanson, salsa, latin en pop - die doordrongen was van een cabareske insteek -, een energieke levenslust, dan klinkt deze nu sfeervoller, intiemer, eenduidiger, passioneler.
Tussenin krijgen we haar verhaal vertaald op het grote scherm, werkt ze met camerabeeldjes en probeert ze zelf een woordje Nederlands te spreken, wat enorm warm, respectvol onthaald werd. Op begeesterende wijze brengt ze beeld en klank samen. Altijd met de glimlach en met haar heldere, indringende, krachtige vocals  in ‘een Parisienne touch’; met het hart op de juiste plaats is ze bij en tussen haar publiek. Die positive vibe doet deugd.
Een goed anderhalf uur lang omarmt ze iedereen. Ze heeft een sterke band, die goed op elkaar ingespeeld is. De songs krijgen een extra dimensie. Het nieuwe album staat volop in de aandacht in het eerste deel van de set met o.m. “je pardonne”, “mon sourire”, “mon vrai moi” en “on peut comme ça”, die balanceren tussen aanstekelijkheid en weemoed. Het is een volgend hoofdstuk in haar oeuvre . Met “les passants”, de ‘vive le vélo’-intro « Paris sera toujours Paris » en « éblouie par la nuit » krijgen we enkele sprankelende oudjes tussenin.
Zaz is overal te zien op het podium, ze gaat er totaal voor, en is zelfs middenin het publiek, om iedereen bijna letterlijk warm te omarmen. Een emo moment. Wat een geestdrift .
We krijgen een ongelofelijke finalereeks , die het vroegere ‘Parisienne gevoel’ ademt met reeds veel gedraaide nummers op de radio, “je m’imagine que tu sais”  en titelsong “sains et saufs” zelf. En verder worden we opgezweept door “si j’amais j’oublie”, “on ira” en “je veux” die de definitieve doorbraak betekende naar ons landje.
Zaz wuifde ons letterlijk uit . Wat een response kreeg ze. Dit was ‘une vie d’amour et d’émotion’, kun je zeggen.

Een andere band die we aanstipten dezelfde avond was nog Aysay. Voor wie houdt van Karsu of Altin Gün was dit alvast uiterst interessant. Het multi-culturele kwartet met  een Koerdische zangeres en Deense muzikanten, brengt in hun popelektronisch rockgeluid net een worldmix door traditionele instrumenten als de saz en darbuka, waarbij de zangeres met haar sensueel heldere vocals moeiteloos overstapt naar een krachtige keelzang.
In de songs horen we de repressie, de onderdrukking, de weerstand en het streven naar gelijkwaardigheid, vrijheid, liefde. Het twinkelende, sprankelende , hynotiserende songmateriaal sleepte ons mee in haar verhaal en background. Het was muzikaal kleurrijk en wist zelfs te ontroeren met een heupwieg, danspas en elkaar dicht vastpakken.

Het was gedroomde kans voor de organisatie om als vanouds terug eens kunnen af te sluiten met De Dolfijntjes, al 35 jaar bezig, die elkaar terug vonden na al hun bezigheden, bestaande uit de kern Wim (Opbrouck) & Wim (Willaert). Een stevige portie West-Vlaams vertier in al z’n aspecten. De band, met negen op het podium, staat er met blazerssectie, accordeon,  keys, gitaar, bas, drums. Allemaal virtuozen kun je zeggen die aan alles een creatieve, vindingrijke jam, zwier en zwaai geven. Het leven zoals het is, een volksfeest, ludiek, komisch, ontspannend.  Ze  gaan in op de maatschappelijke en muzikale trends en gooien het in gevoelige, uitbundige folk, polka, hoempapa en pop. Telkens weten ze het publiek erbij te betreken en met ‘de wall of love/death’ ging iedereen loos in de Chateau.
De nummers waren allemaal even mooi uitgewerkt in verrassende, onverwachtse, avontuurlijke, boeiende wendingen … « Monique » , « Annie (eet gezond), « wit konin », « priere mie & gie » , « tous les dimanches » en « verre rie ». Kleppers waren afsluiters “marche-en-famenne” en “kere ne keer were” ; het waren sfeermakers die beklijvend nazinderden. Een ware triomftocht met majoretten tot in het publiek. Alsof Die Verdammte Spielerei erbij stond.
Er iets over horen, lezen of schrijven is iets, maar meemaken, beleven, ondergaan is een must bij De Dolfijntjes. Dit was er één vol West-Vlaamse ambiance, meezing en verbindende momenten… Chaotisch gestructureerd, improviserend, rakend en subtiel doordacht. Heerlijk sentiment en in schoonheid van een weekendje Dranouter.

Neem gerust een kijkje naar de pics via de site www.festivaldranouter.be 

Remember Historiek
Festival Dranouter
is en blijft een gemoedelijk en gezinsvriendelijk muziekfeest in een schitterende omgeving. Als één van de oudste festivals namen ze een unieke positie in binnen het Belgische festivallandschap. Sinds 2015 huist dit duurzame festival in het dorp van Dranouter, letterlijk tussen de huizen, de torende kerk, de uitgestrekte velden en de prachtige Kemmelberg. De mix van straffe live concerten, originele randanimatie, stevige afterparty's, verrassende kinderprogrammatie, -animatie en de verrassend mooi ingerichte drank- (themabars) en de heerlijke foodstands worden fel gesmaakt.
Geruggensteund door de slogan ‘Festival Of New Traditions’ komt de klemtoon op roots en folk, aangevuld door een zorgvuldig gekozen selectie van internationale en Belgische acts, met een rits onbekende parels.


Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Pagina 1 van 147