logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors
Guns N Roses
Festivalreviews

Zingem Beeft 2026 - Vol gas naar de volgende editie

Geschreven door

Zingem Beeft 2026 - Vol gas naar de volgende editie
Zingem Beeft 2026
De Mastbloem
Kruisem
2026-09-12
Filip Van der Linden

Op zaterdag 12 september konden we opnieuw naar Zingem Beeft in Kruisem. In De Mastbloem stonden opnieuw zeven Belgische metalbands op de affiche en die kregen naar goede traditie op dit festival een perfect licht en geluid. De opkomst was mooi, maar er kon nog wel wat volk bij.

De Gentse postblackmetalband Aldrig werd opgericht door twee bandleden die eerder in Soul Grip zaten en de vocalist kennen we van Arson. De band bracht in 2023 zijn debuutalbum ‘Yağmur’ uit (mix door Magnus Lindberg van Cult of Luna) en ze zouden een jaar later op dit festival spelen. Maar één van de bandleden geraakte niet op tijd terug in het land door een staking op de luchthaven van Charleroi en dus werd de band toen vervangen door Nocturnal Empire. Nieuwe releases volgden niet meer. De band speelt maar zelden. Recent speelden ze nog in Nederland, met Astodan en Clouds Indoor.
Aldrig opende op Zingem Beeft om 15.30 u de debatten voor een nog maar half gevulde zaal. Geen luchthavenperikelen deze keer, al hadden ze bij Aldrig wel een vervanger mee voor hun drummer. Gert zat met Cobra The Impaler in de UK en dus werd hij vervangen door Vincent van Carnation, na slechts één repetitie met de hele band. Mochten ze het niet verteld hebben, hadden misschien maar weinig aanwezigen het verschil gemerkt.
Aldrig bracht een intense set met een mix van post- en blackmetal. Zoals bij Arson is het vocalist Jeroen die als een bezetene met de meeste aandacht gaat lopen. Hier dan wel niet strak in het pak zoals bij Arson, maar met gewaad dat de sfeer van een ritueel nog accentueert.
Aldrig staat voor veel energie en ze weten die goed te kanaliseren. Zo vroeg een indoorfestival openen is altijd een beetje ondankbaar. De band deed geen toegevingen omdat het publiek niet echt mee wilde werken en leverde een knappe set af met uitsluitend bestaand werk. Nieuw werk zou nu wel interessant zijn, want ik vermoed dat Aldrig nog niet uitverteld is.
Setlist Aldrig: Aldrig, Amarone, Yağmur Gelecek, Hasret, Yağmuru Yağdırırım.

Hedonist is een hard rockin', hard groovin' powertrio uit Limburg, opgericht in 2010 toen Roel Paulussen (K’pow, Hando Yahama, ex-Sardonis, ex-Solenoid, ex-Barabbas) en Frederik Cosemans (Hemelbestormer, Rituals Of The Dead hand, ex-Serpentcult, ex-Death Penalty) samen aan het jammen waren. Frank Homolka (The Killbots, ex-Solenoid) maakte de band compleet.
Hun eerste release was een split met Your Highness. Daarop liet Hedonist een mix horen van Motörhead, High On Fire, Karma To Burn en Monster Magnet. In 2016 was er het full album ‘The Collapse’. Na die release volgden concerten met Crowbar, Karma To Burn, Weedeater, Phill Campell And The Bastard Sons, Tank 86, Your Highness, Tangled Horns en Cowboys And Aliens.
De recentste release van Hedonist is het tweede full album ‘Eat Thus’, dat ze bijna integraal brachten op Zingem Beeft. Dat album bracht hen in 2025 naar Desertfest in Antwerpen.
In de week voor Zingem Beeft kondigde de band plots zijn afscheid aan, maar dit festival wilden ze nog wel spelen. Het allerlaatste concert was dit evenwel niet, laten ze verstaan. Ze hebben het gevoel dat het verhaal van Hedonist verteld is en ze gaan als vrienden uit elkaar.
Op het podium van Zingem Beeft zagen we een band die nog niets aan kracht of intensiteit ingeboet heeft.
Het is jammer dat we zo onverwacht afscheid moeten nemen van een band die misschien niet altijd de erkenning kreeg die ze verdienden. Hoogtepunten in de set waren voor mij opener “Dirtscraper” en “Golden Voodoo Witch”.
Setlist Hedonist: Dirtscraper / Beaumont / Golden Voodoo Witch / Soul / Just Start Kicking / Helvete / Kryszty C / The Urge

Rotzak is een Belgische band die zich moeilijk in één hokje laat stoppen. Hardcore en metal, met nog van alles erin. De inspiratie komt onder meer van Every Time I Die, Converge, The Dillinger Escape Plan en The Chariot. De voorbije zomer stonden ze onder meer op Jera On Air.
Hoewel Rotzak inmiddels al bijna tien jaar bestaat, voelt de band voor veel mensen nog als een relatief nieuwe naam aan, zelfs in eigen land. Door wisselingen in de bezetting en de coronapandemie kwam de ontwikkeling van de band niet altijd mooi uit de verf. De band werkt aan nieuw materiaal, en speelt in het najaar opnieuw een reeks clubshows. België vormt daarbij de basis, maar ook Duitsland, Denemarken en Frankrijk staan opnieuw op de planning.
Net als bij Aldrig is het bij Rotzak vocalist Niel die met de meeste aandacht gaat lopen. Hij klimt overal op, maakt een rondje tussen het publiek en doet zelfs een radslag. Dat sloeg over op de aanwezigen: bij Rotzak kreeg het publiek voor de zin in een moshpit. Van de wervelende Rotzak-set op Zingem Beeft heb ik het meeste genoten van “All Icarus” en het afsluitende duo “Sloom” en “Void”.
Setlist Rotzak: Time Bomb / Decompose / High Praise / Wicked / All Icarus / Blind Eagles / Rather Be Fucking Dead / Big Leap / Sloom / Void

Slaughter The Giant is een deathmetalband met blackmetalinvloeden die werd opgericht in 2018. Ze hebben al twee full albums op hun conto: ‘Depravity’ uit 2022 en ‘Abomination’ uit 2024. Deze zomer zaten ze in de studio voor nieuwe opname. Ze speelden reeds op Alcatraz. De volgende haltes na Zingem Beeft zijn Colossus Deathfest in Aarschot en de Ierse metalfestivals Siege of Limerick en Northern Dissonance.
Op Zingem Beeft openden ze met het oudje “Apocalypse Now” en van daar ging het in de moshpit voor het podium in gestrekte draf naar setafsluiter “Alien Abduction”. Nog een oudje van de EP uit 2019 is “Raging Demons” waarbij frontman Benny iedereen oproept om mensen te helpen als die met hun innerlijke demonen worstelen.
Slaughter The Giant organiseert binnenkort zijn eigen Colossus Death Fest in Aarschot met behalve de band zelf nog onder meer Mordkaul en Man As Plague.
Setlist Slaughter The Giant: Apocalypse Now / Nothingness / Abomination / The Chainsaw Killer / Omens of Evil / Ritual Abuse / Raging Demons / Alien Abduction

Marche Funèbre viel in voor Mordkaul. De zanger van Mordkaul had ergens de aansluiting van het ene vliegtuig op het volgende gemist, of iets van die strekking. Zingem Beeft en bands die afzeggen door luchthavenperikelen, het begint stilaan een running joke te worden. De organisatie heeft er inmiddels zoveel ervaring mee dat hij al makkelijk een vervanger uit de hoed kan toveren. Marche Funebre stond al eens op Zingem Beeft, in 2019, met Bark als headliner toen. Marche Funèbre ging begin deze maand nog op tournee met Counting Hours en Shape of Despair langs Nederland, België en Duitsland, stond daarna nog op het Under The Doom-festival in Lissabon, naast Solstafir en Draconian. De tournee met Counting Hours en Shape of Despair hebben ze voor de Belgische halte uitgebreid tot hun eigen festival (Darken the Moon), met deze keer Candlemass als headliner. Om maar te zeggen dat Marche Funebre momenteel op een goede golf surft.
De set op Zingem Beeft werd afgesloten met een indringende versie van “Einderlicht”, de Nederlandstalige track van hun meest recente EP ‘Echoes from Beyond’. Klasse.
Setlist Marche Funèbre: In A Haze / When All Is Said / Amnesia / The Dark Corner / Einderlicht

Bark brengt groove metal of noem het death’n roll. Deze Belgische band heeft de Argentijn Martin Furia in de rangen, die momenteel behalve bij Bark ook nog bij heel vaak Destruction speelt. Live wordt hij dan als gitarist vervangen door bassist Jorn en komt vaste invaller Stef (van vroeger bij Off The Cross) erbij als bassist. Bark speelde al twee keer op Graspop en vier keer op Alcatraz. Ze waren in 2019 al eens headliner op de toen derde editie van Zingem Beeft, toen met Marche Funèbre en Chalice. Bark bracht vorig jaar het album ‘The Time Has Come’ uit. Op basis van het aantal shirts bij het publiek had Bark misschien ook headliner kunnen zijn.
Bark was goed voor het grootste enthousiasme in het publiek. Bij elke track gingen de vuisten en hoorns de lucht in. Op Zingem Beeft bracht Bark een stevige set met een heel rits klassiekers: “Voice of Dog”, “Mass Lobotomy” en “I Remain Untamed”. Die laatste songtitel vat het concert eigenlijk mooi samen.
Volgens het gezegde bijten blaffende honden niet, maar dat is buiten Bark gerekend.
Setlist Bark: Underworld / Voice of Dog / Roll the Dice / Shaman / Written in Stone / On No Ones Word / Negativist / Hollow Words / Day of the Witch / Wanted Man / I’m A Wreck / Mass Lobotomy / I Remain Untamed

Schizophrenia heeft de afgelopen jaren een onbetwistbare status opgebouwd binnen de internationale death/thrashscene2023 was het jaar van de grote doorbraak voor Schizophrenia, toch als we kijken naar hoe deze Antwerpse band zijn zomervakantie georganiseerd had: ze stonden op het podium van achtereenvolgens Graspop, Hellfest, Wacken, Dortmund Deathfest, Alcatraz en Summer Breeze. In dat jaar stonden ze ook al op Zingem Beeft, maar nog niet als headliner. Die plek op de affiche was toen voor Fleddy Melculy. Vanaf toen is het eigenlijk niet meer gestopt voor deze band. Dit voorjaar speelden ze als support van Hellripper toen die door Europa trok en na Zingem Beeft gaan ze op Europese tournee als support van Coroner.
Op Zingem Beeft toonde Schizophrenia zich een heel degelijke headliner, met veel schwung en allure, en met volop coole poses. Een feest voor de fotografen en voor het publiek.
Setlist Schizophrenia: niet beschikbaar

Deze editie van Zingem Beeft toont dat er in Vlaanderen plaats en zelfs nood is aan dergelijke metalfestivals die breed durven programmeren en die heel hard hun best doen om het publiek telkens opnieuw te verrassen.
Wij kijken alvast uit naar de volgende editie.

Organisatie: vzw Agera Events

Rockfest 28 2026 - Rock & Metalnight - Drie generaties, één verpletterende avond

Geschreven door

Rockfest 28 2026 - Rock & Metalnight - Drie generaties, één verpletterende avond
Rockfest 28 2026
Rockfesthall
Hamme
2026-09-11
Erik Vandamme

In 1983 beleefden we in de Roxy in Hamme met The Kids ons allereerste concert. Meer dan veertig jaar later ontdekken we, nauwelijks enkele kilometers verderop, opnieuw een stukje Hams muziekverleden waarvan we het bestaan niet kenden. Een mens is blijkbaar nooit te oud om in zijn eigen achtertuin nog verborgen parels te vinden.
Achter de deuren van de Rockfesthall houdt Black Hawks MC al ongeveer veertig jaar de vlam van motoren, hardrock en heavy metal brandend. Onder de vlag van Rockfest 28 worden er al minstens sinds 2006 geregeld concertavonden georganiseerd waarop gevestigde waarden en lokaal talent elkaar ontmoeten. Wij zijn aanwezig voor een heuse 'Rock & Metal Night' met Dead Serious, Mantah en Albion Cover Project: drie uiteenlopende bands die in een gemoedelijke sfeer ons een verpletterende avond bezorgen.

Na circa 32 jaar uit zijn as herrijzen, een onvergetelijke try-out spelen in eigen stad en vervolgens in razendsnel tempo clubs en zalen platspelen. Op nationale televisie terechtkomen dankzij het programma Vrede op Aarde, tijdens de festivalzomer de ene affiche na de andere aan flarden spelen en uiteindelijk op het vermaarde Alcatraz ook de tent opblazen. Het lijkt wel een sprookje, maar dat is daadwerkelijk wat het uit Zele afkomstige fenomeen Dead Serious (*****) momenteel meemaakt.
En dat verhaal is nog lang niet afgelopen. Tijdens sommige optredens werden al twee nieuwe nummers voorgesteld. Op een nieuwe plaat is het wellicht wachten tot volgend jaar, maar de toekomst ziet er bijzonder rooskleurig uit. Ondertussen blijft Dead Serious nadrukkelijk zijn stempel drukken op het metallandschap.
Ook in Hamme wint de band opnieuw heel wat zieltjes, al vergt dat deze keer iets meer inspanning. Een deel van het publiek blijft aanvankelijk wat afwachtend achteraan staan. De heren van Dead Serious zijn echter geen groentjes in het vak en drukken op zo'n moment gewoon het gaspedaal wat dieper in. Terwijl de muzikanten muzikale vuurpijlen afschieten en er enkele opblaasbare eendjes door de zaal vliegen, blijft de beweeglijke frontman zijn publiek onvermoeibaar opjutten. Uiteindelijk ontstaat er een voorzichtige moshpit en tegen het einde worden enkele meisjes crowdsurfend op handen gedragen.
Het hek gaat helemaal van de dam wanneer gitarist Jan Schepens, met zijn gitaar in de hand, op sterke schouders door de zaal wordt gedragen. Het is iets wat ondertussen haast een vast onderdeel van een optreden van Dead Serious is geworden. William Lawson duikt vervolgens zelf het publiek in om de moshpit nog wat extra leven in te blazen.

Zelfs wanneer het publiek aanvankelijk de kat wat uit de boom kijkt, slaagt Dead Serious erin een heerlijk oldschool-thrashmetalfeestje te laten losbarsten. Daar kunnen heel wat bands binnen de scene nog iets van leren. Alweer… Ook Mantah (*****) heeft ondertussen een lange weg afgelegd. We ontdekten de band in 2022. Debuutplaat ‘Evoke’ blijkt toen al een uppercut die nog steeds nazindert. Qua sound wordt al snel verwezen naar nu-metal in het algemeen en naar Korn in het bijzonder - nog altijd een van onze favoriete bands binnen die scene.
Onze waardering groeit alleen maar wanneer Mantah ons in 2024, in het voorprogramma van Bizkit Park, een ware mokerslag bezorgt. Sindsdien zien we de band steeds verder groeien. Mantah staat onder meer op Alcatraz en mocht dit jaar, op donderdag 18 juni, de North Stage van Graspop Metal Meeting openen. Ook dat optreden draait uit op een overtuigend succes.
In Hamme lijkt het alsof een groot deel van het publiek speciaal voor hen is gekomen: zodra de band begint, schuift iedereen merkbaar dichter naar het podium. Het sterke aan een band als Mantah - en dat geldt eerder op de avond eveneens voor Dead Serious - is dat de muzikanten voor een beperkt publiek met evenveel energie en vuurkracht spelen als op een grote festivalweide. Dat siert hen.
Het spelplezier loeit uit de boxen, terwijl de verpulverende riffs en het verschroeiende drumwerk al vroeg een kleine moshpit doen ontstaan. Zelfs een technisch mankement kan geen roet in het eten gooien en wordt met de nodige kwinkslag opgelost. Mantah zet anno 2026 de nu-metal in ons land nog nadrukkelijker op de kaart.
In een goedgevulde Rockfesthall bewijst de band dat hij helemaal niet meer hoeft onder te doen voor de gevestigde namen binnen de scene. Wat een lekkere oplawaai is dit toch weer!

Met liefst veertig jaar op de teller hoeft Albion Cover Project (****) niemand meer uit te leggen hoe je een publiek op sleeptouw neemt. De ervaren Belgische coverband grasduint voornamelijk door de hardrock en heavy metal van de jaren tachtig. Persoonlijk zijn we niet zo'n voorstander van het fenomeen coverbands of tributebands. Nothing beats the real thing, weet je wel. We zijn er sceptisch tegenover.
Maar wat Albion Cover Project hier neerzet, is echter van een heel ander kaliber. De rock- en metalsongs worden zo verpletterend gebracht dat we ons prompt veertig jaar jonger voelen. De riffs klieven diep door onze rockziel, terwijl de drumsalvo's en heerlijke keys voor de ultieme adrenalinestoot zorgen. Dat bewijst de band al snel met onder meer “T.N.T.” en “Holy Diver”.
Toch voert Albion Cover Project ons niet alleen terug in de tijd, want deze heren staan met beide voeten stevig in het heden. De ene knaller na de andere doet de aanwezigen headbangen, meebrullen en uit de bol gaan alsof het opnieuw 1987 is.
Klassiekers van onder meer Dio, Helloween, Scorpions en Metallica worden niet zomaar netjes nagespeeld, maar ingezet als “fuel’ voor een uitbundige metalavond.
Een sublieme versie van “I Was Made for Lovin' You” luidt de finale in. Daarna zorgen “Balls to the Wall”, “Rock You Like a Hurricane” en “Fear of the Dark”, met het verpulverende “Ace of Spades” als sluitstuk, voor de ultieme apotheose.
Voor de bis, “Highway to Hell”, “Breaking the Law” en “We're Not Gonna Take It”. Alles wordt met zoveel energie en buikgevoel gebracht dat zelfs de grootste scepticus uiteindelijk overstag moet gaan. Ook wij gooien onze terughoudendheid achterover tegenover coverbands.
Een betere manier om dit onstuimige rock- en metalfeest af te sluiten, konden we ons nauwelijks dromen.

Organisatie: Rockfest 28

Leffingeleuren 2026 – Ontdekkingsfestival bij uitstek, Muzikale odyssee rond de kerktoren

Geschreven door

Leffingeleuren 2026 – Ontdekkingsfestival bij uitstek, Muzikale odyssee rond de kerktoren
Leffingeleuren 2026
Festivaldorp
Leffinge
2026-09-11 t-m 2026-09-13
Ollie Nollet

Dit was de vijftigste editie van Leffingeleuren en dat mocht gevierd worden, maar veel verschil met vorige edities heb ik toch niet gemerkt. Tenzij misschien aan de merchandisestand, waar een dikke turf met de veelzeggende titel ‘Mirakel in Leffinge: vijftig jaar Leffingeleuren’ lag. Een heuse aanrader, trouwens.
Leffingeleuren bleek, zoals we de laatste jaren gewend zijn, een lappendeken van muzikale genres, waarin talloze onbekende en minder bekende groepen hun opwachting maakten. Pendelen tussen maar liefst vier podia: Zaal, Apollo, Café en Busker Stage. Op zaterdag kwam daar zelfs nog een vijfde podium bij in de Kerk. Een odyssee, rond die kerk trouwens, waarbij je van de ene verrassing in de andere viel en voortdurend groepen ontdekte waarvan je het bestaan niet eens kon vermoeden.
Een waar paradijs voor muziekliefhebbers zonder oogkleppen. Zelfs de weergoden durfden geen roet in het eten gooien en lieten de voorspelde regen voor zondagnamiddag al in de voormiddag vallen.
Kortom, het werd een meer dan geslaagde jubileumeditie. Voor de lijstjesfetisjisten: mijn top 3: 1. Glyders 2. Milkweed 3. Golomb

dag 1 – vrijdag 11 september 2026
Mijn parcours begon in de Apollo met Ak' Chamel, The Givers Of Illness, een in lompen gehuld en met indrukwekkende maskers getooid drietal uit Houston, Texas. Het werd meteen de meest geschifte set van het hele festival. Hun motto luidt: 'postkoloniaal cultureel kannibalisme uit de vierde wereld'.
Drie postapocalyptische figuren brachten aanvankelijk sjamanistische gezangen, met enkel tribale drums als begeleiding. De toevoeging van een basgitaar en een vreemde twaalfsnarige gitaar, die op een bouzouki leek, maakte hun lo-fi rituele folk wat toegankelijker. Meteen schoof het geluid wat meer op richting rock, terwijl er ook Oosterse elementen en invloeden uit de desert blues opdoken. Misschien wel het mooiste en zeker het intrigerendste wat ik op vrijdag zag.

Meteen daarna zag ik in het Café opnieuw een vreemde stam aan het werk: Why The Eye?, een drietal uit Brussel. Hun laatste plaat,’Inspirex’ uit 2024, verscheen bij EXAG' Records en dat volstond om mijn nieuwsgierigheid te wekken. De drie verschenen in koksjassen, met schrikbarende maskers op het hoofd en met schreeuwende piepkippen in de hand, ten tonele. Hun instrumentarium bestond uit een arsenaal aan aftandse elektronica, wat cassettespelers en een koebel.
Een berg aan materiaal en een wirwar aan kabels zorgden voor een verrassend primitief geluid dat ik zou omschrijven als prehistorische techno met wat punkinvloeden. De zang bleek het heikele punt, wat misschien verklaarde waarom Damien Magnette geregeld door een telefoon zong. Niet meteen mijn ding, toch vond ik dit een best genietbare set.

Squid was op vrijdag de grootste naam op de affiche. Ik zag het vijftal uit Brighton in 2019 al eens op Leffingeleuren. Toen konden ze me vooral in de eerste helft van hun set, waarin ze behoorlijk snedig en punk klonken, mijn hart verwarmen. Dit keer bleef ik er ijskoud bij. Als dit postpunk moest voorstellen, vraag ik me toch af waar de punk gebleven was. Dit was gesofisticeerde artrock waar misschien wel iets té veel over was nagedacht.
Het leek erop alsof Squid heel graag Radiohead wilde zijn, en daar zat ik echt niet op te wachten. Maar velen dachten daar duidelijk anders over, getuige de goed gevulde volle zaal.

BIG WETT (uit Melbourne) stond niet op mijn planning maar enkele kenners sleurden me mee naar de Apollo waar het podium volledig leeg bleek. Toen verscheen een bijzonder schaars geklede blonde dame met een zonnebril op het podium. Heel even waande ik me in Het Witte Paard in Blankenberge, tot al snel bleek dat het om iets grootsers ging. Vol zelfvertrouwen werkte BIG WETT zich in het zweet tijdens een wervelende show vol sletterige danspasjes en suggestieve bewegingen. Op een gegeven moment verscheen ze zelfs met een voorbinddildo, die ze alle kanten op liet wapperen. Titels als "69", "Eat My Ass" en "Number 1 Pussy" lieten weinig aan de verbeelding over. 'Ass' en 'pussy' waren trouwens de twee meest voorkomende woorden in de steevast provocerende lyrics.
Muzikaal hield BIG WETT het midden tussen belegen seventiesdisco, Eurovisie songfestival-camp en vluchtige electropop. Alles stond op tape en live zingen deed ze nauwelijks maar dat verhinderde niet dat het publiek massaal uit zijn dak ging.
Als muziekliefhebber had ik hier niets aan, dacht ik na afloop, terwijl ik toch maar snel het kwijl uit mijn mondhoeken veegde.£

De laatste band die ik vrijdag zag was The Moonlandingz uit Sheffield. De groep heeft enkele leden van Fat White Family in haar rangen, al had ik, als ik ze zo bezig zag, eerder op Village People gegokt. De irritante zang van Johnny Rocket, gecombineerd met hun veel te bombastische glampop, joeg me al snel de zaal uit. Vrijdag bleek een dag om snel te vergeten. Dat risico loop je nu eenmaal op een ontdekkingsfestival, maar het moois dat we op zaterdag en zondag voorgeschoteld kregen, maakte dat ruimschoots goed.

dag 2 – zaterdag 12 september 2026
Zaterdag kwam ik fris en monter aan in de Apollo en zo klonk DUG eigenlijk ook. DUG is een duo uit Dublin dat bestaat uit de Schot Lorkin O'Reilly (akoestische gitaar/ resonator gitaar) en de Amerikaan Johnny Pickett (banjo). Om hun sound wat voller te laten klinken gebruikten ze een porchboard, zowat het equivalent van een basdrum, en een voettamboerijn, twee attributen uit hun buskerverleden.
Amerikaanse folk werd afgewisseld met Ierse folk die telkens verrassend fris en beklijvend klonk. Pickett bleek over een gezonde dosis humor te beschikken en maakte zich vrolijk over de wat absurde situatie: bier drinken in de basisschool, die als backstage fungeerde, en vervolgens ook nog in de kerk.
Voor alle duidelijkheid: dat laatste was een privilege voor de artiesten die er optraden. Toen hij ook nog het publiek leerde dansen in een grote cirkel sloeg de balans definitief door richting amusement. De dansers hadden wellicht de tijd van hun leven maar de muziek verloor meteen ook een flink deel van haar spanningskracht.

Vervolgens zag ik Ugly in de Zaal, een bont gezelschap uit Cambridge dat zich intussen in Londen heeft genesteld. Met zijn zessen serveerden ze een spitante mix van janglepop en artrock. Vooral de meerstemmigheid, die vaak jazzy aandeed, bleek een bepalende factor. Soms had het de complexe hoekigheid van Dirty Projectors, maar wild werd ik er niet van.

Toen Golomb vorig jaar ‘The Beat Goes O’ uitbracht op het gerenommeerde No Quarter uit Philadelphia ging er bij mij meteen een belletje rinkelen. De verwachtingen waren hoog maar het powertrio uit Columbus, Ohio loste ze volledig in.
Het echtpaar Mickey en Xenia Shuman, respectievelijk op gitaar en bas, produceerden samen met drummer Hawken Holm luide, fysieke rock die toch verrassend teder aanvoelde. De gitaar klonk geen moment minder dan indrukwekkend, maar ook de harmonieën tussen Mickey en Xenia spraken tot de verbeelding.
Ze worden vaak vergeleken met The Velvet Underground en dat bleek volkomen terecht: net zo ingetogen als compromisloos. Ze creëerden een perfect uitgebalanceerde sound, waar ze zich gelukkig niet krampachtig aan vastklampten. Plots dook er zelfs even een dubritme op. Met Golomb kon ik meteen een eerste hoogtepunt noteren.

Renny Conti was opnieuw zo'n naam waarvan je je afvroeg waarom we daar niet eerder van hadden gehoord. Deze singer-songwriter uit Brooklyn leek wel een gevestigde waarde.
Met een uitstekende band aan zijn zijde bracht hij gelaagde indiepop met lichte folkneigingen. Zijn relaxte zang deed me meteen denken aan Elliott Smith, al klonk hij een stuk minder donker. De songs werden veelal gedragen door een slepende gitaar, maar waren net iets te zacht van textuur en te eenvormig om me volledig over de streep te trekken.

Een stevige bak teringherrie was daarna meer dan welkom. En die kreeg ik van Concrete Vehicles, een vijfkoppig monster uit Vancouver. Voorheen gingen ze nog door het leven als Computer, maar om juridische redenen moesten ze die naam laten vallen. Lang zullen ze er wellicht niet om getreurd hebben.
Hun mix van hardcore en noiserock klonk behoorlijk fucked up, zowel letterlijk als met een knipoog naar de band uit Toronto. Opvallend waren de wildeman achter de toetsen en de sax, die voor wat verlichting in de chaos zorgde. De zang van Ben Lock bleef beperkt tot monotoon geschreeuw en daar heb ik het altijd moeilijk mee.

Daarna brak in de Zaal het moment van de waarheid aan. Glyders uit Chicago was zonder twijfel de groep waar ik het meest naar uitkeek. Ik was al helemaal in de ban van hun twee platen, ‘Maria’s Hunt’ en ‘Forever’, maar live bleek de band nu - ik wik mijn woorden - minstens vijf keer straffer.
Nochtans leek er niet veel te gebeuren op dat grote podium. Statischer kon een band nauwelijks zijn. De drummer slaagde er zelfs in om tijdens het hele optreden geen enkele gezichtsspier te laten bewegen. Glyders moest het dus enkel van de muziek hebben en die had duidelijk geen ornamenten nodig.
De band trapte meteen af met hun beste nummer: "Super Glyde", dat kon bogen op enkele onverwachte tempowisselingen. Hun muziek liet zich omschrijven als cosmic rock die bij momenten behoorlijk groovy uit de hoek kwam. Soms meende ik zelfs een psychedelische versie van JJ Cale te horen.
Centraal stond de Spartaanse, strak maar toch ook warm klinkende gitaar van zanger Joshua Condon. Zonder één overbodige noot bleef ze messcherp klinken, terwijl de solo's telkens weer wonderbaarlijke excursies werden. De diep rollende bas van Eliza Weber en de stoïcijns roffelende drums van Joe Seger zorgden voor aanstekelijke ritmes en een gemoedelijke drive. Soms werd het zelfs wat funky, terwijl country op andere momenten als inspiratiebron opdook.
Maar bovenal had Glyders een volstrekt eigen geluid waar ik maar geen genoeg van kreeg. Blijkbaar was dit al hun tweede Europese tour van het jaar. Hopelijk volgt er snel nog eentje.

Het contrast kon nauwelijks groter zijn: na de euforie bij Glyders werd ik meteen ondergedompeld in de mystieke sfeer van Maya Ongaku. Maya Ongaku is een drietal uit het Japanse Fujisawa dat ons kwam verblijden met dromerige, suggestieve soundscapes.
Ambient zou je het zeker kunnen noemen, maar gelukkig bleef de band met beide voeten stevig op de grond. Gitarist Tsutomu Sonoda zorgde af en toe voor wat omfloerste zang, maar het was vooral Shoei Ikeda die aan de synths de toon zette. De elektronica moest geregeld het veld ruimen voor een saxofoon en zelfs een keer voor een dwarsfluit.
Toch leek de bedwelmende sound voortdurend uit een verre uithoek van de kosmos te komen. Het deed me mijmeren over Tangerine Dream, iets wat me al zeer lang niet meer was overkomen.
Erg behapbaar was het niet, maar Maya Ongaku kreeg het resterende deel van het publiek toch aan het deinen.

En dan was er ook nog Duyster Live, een festival in het festival, waarin Ayco Duyster en Eppo Janssen enkele akoestische bands in de Kerk voorstelden.
Grootste naam daar was Scott McCloud ft. Simon Lenski. Scott McCloud zag ik lang geleden verschillende keren aan het werk met bands als Girls Against Boys, Paramount Styles en New Wet Kojak. Intussen heeft deze Amerikaan Wenen als uitvalsbasis en nam hij zijn eerste soloplaat op in Athene. Die kwam hij samen met cellist Simon Lenski (DAAU) voorstellen in Leffinge. Christel Mignolet van de Brusselse groep Sweet Jane, die onaangekondigd opdook, mocht voor de tweede stem zorgen.
Samen brachten ze een reeks minimalistische, ingetogen songs waarin McCloud meermaals terugblikte op zijn verleden. Als slotakkoord haalde hij nog een paar oude nummers boven, waaronder "Amsterdam again" van Girls Against Boys. Wereldschokkend was het geenszins, maar ik was al lang blij Scott McCloud nog eens terug te zien.

Met Allah-Las had Leffingeleuren een groep met een gevaarlijke naam op de affiche staan. In 2017 werd in Rotterdam een optreden van deze band vlak voor aanvang afgelast na een waarschuwing van de Spaanse autoriteiten voor een dodelijke aanslag. In Leffinge was er gelukkig geen vuiltje aan de lucht en kon Allah-Las, versterkt met een extra toetsenist en percussionist, gewoon zijn ding doen.
De groep uit Los Angeles heeft een stevige live-reputatie, waar ik zelf ooit getuige van was, en toch was ik er niet helemaal gerust op. Dat kwam door de pas verschenen nieuwe plaat, ‘Sirenas’, die op zijn zachtst gezegd nogal vreemd klinkt. Op deze volledig instrumentale plaat lijkt Allah-Las terug te grijpen naar de exotica uit de jaren 50 en 60, terwijl de geest van Joe Meek nooit ver weg lijkt. Gelukkig bleef het aantal nummers uit "Sirenas" beperkt tot twee zodat we volop konden genieten van de stemmenpracht, waar Allah-Las toch om bekendstaat.
De erg laidback gebrachte songs dreven op aanstekelijke grooves waar je niet anders dan vrolijk van kon worden. Ook dit bleek een erg statisch optreden. Buiten een gitaarwissel tussen bassist en gitarist halverwege de set viel er op het podium weinig te noteren. Maar de muziek, met nummers als "Busman's holiday", stond als een huis, al was het misschien soms net iets te relaxed.

Honk, dat in het Café mocht optreden, bleek te bestaan uit een stel geschifte individuen uit Manchester. Zanger Chip Smitten had een indrukwekkende knevel onder de neus en leek wel een rebelse Jon Lord. De bijzonder komische drummer leek dan weer op Benny Hill. Het bleek om een invaller te gaan die voor het eerst met Honk optrad. Meteen rekruteren zou ik zeggen...
Ze zagen er niet alleen geschift uit, zo klonken ze ook. Zelf noemen ze hun muziek trashcan country, vrij vertaald: scheve country. De immer heerlijke klinkende lapsteel zorgde voor een onmiskenbaar country-element. Voor de rest klonk het vooral rommelig en chaotisch, maar tegelijkertijd ook bijzonder fascinerend. Hun wankelende country, gekruid met een schotje punk, deed onvermijdelijk aan Country Teasers denken. En nu die laatsten niets meer van zich laten horen, is een band als Honk meer dan welkom.

dag 3 – zondag 13 september 2026
Zondag leek te beginnen met een anachronisme. Shallowater, een trio uit Houston, Texas, katapulteerde ons meedogenloos terug naar de jaren 90. Die minimalistische, traag voortschrijdende nummers die uiteindelijk uitmonden in een orkaan van gitaargeweld waren toen schering en inslag. Een techniek die vooral bij slowcorebands in zwang was. Hier waren die uitbarstingen best pittig, maar de aanloop was toch telkens net iets te langdradig.
Na twee ellenlange nummers gooide Shallowater plots, en totaal onverwacht, het roer om. De twee resterende nummers door woestijnzand getaande rock, waarbij vooral het laatste, "Angels", sterk aan Neil Young & Crazy Horse deed denken, zowel qua zang als gitaar. Het was meteen ook één van de mooiste nummers die ik tijdens deze editie van Leffingeleuren heb gehoord.

Lothario uit Naarm/Melbourne wordt gewoonlijk omschreven als een garagepunk- of DIY-punkband maar dat klopte slechts ten dele. De band opende furieus met zangeres Annaliese Redlich, die krijste als Poly Styrene van X-Ray Specs. Jammer genoeg bleek hun beste kruid meteen verschoten. Af en toe dook er nog een zweem van een doeltreffend punknummer op, maar meestal verzandde Lothario in gewone harde rock, soms op het banale af. Toch bleef ik genieten van het gitaarwerk van Elsa Birrell, hoewel dat weinig uitstaans had met punk.

Het Londense duo Milkweed wordt weleens omschreven als een onzichtbare band. Persfoto's met herkenbare gezichten zijn er niet en hun namen blijven beperkt tot G en R. Het past natuurlijk perfect bij hun muziek die op zijn zachtst gezegd nogal vreemd klinkt. De twee zaten aan een gigantische tafel vol elektronica, en dat is zelden een goed teken. Daarnaast speelde R banjo terwijl G af en toe een gitaar ter hand nam, maar zich vooral bezighield met cassettes en ook de zang voor haar rekening nam.
Het optreden begon met het geluid van krijsende meeuwen en eindigde met mekkerende geiten. Daartussen werden we meegenomen op een hallucinante trip door de donkerste tijden van de geschiedenis. De muziek - als het al muziek was - kon je nog het best omschrijven als horrorfolk. Lo-fi, compromisloos en verwrongen, niets was wat het leek. Korrelige, vage geluiden op tape die niet zelden bleven haperen, monotone, krakende spoken word en een onconventionele banjo waren enkele van de ingrediënten.
Toegankelijk was het allerminst. De Apollo liep dan ook behoorlijk leeg maar wie bleef en er voor openstond maakte een onvergetelijk optreden mee. Wel miste ik hier de mooie zang van hun platen, ‘Remscéla’ en ‘Folklore 1979’; die kwam hier nauwelijks aan bod. Desondanks vond ik Milkweed het absolute hoogtepunt op zondag!

Prewn is het alter ego van Izzy Hagerup, een zangeres die opgroeide in Northampton, Massachusetts maar intussen gesetteld is in Los Angeles. Geruggensteund door een uitstekende band bracht Prewn knap gezongen songs, waar ik het evenwel warm noch koud van kreeg. Ze wordt soms vergeleken met PJ Harvey, maar dat lijkt me toch wat te veel eer. Daarvoor is haar slaapkamerpop wat te vrijblijvend en dat is nu net het laatste wat je van PJ Harvey kunt zeggen. Maar misschien was ik er gewoon niet klaar voor, net na die grensverleggende set van Milkweed.

Het komt maar zelden voor dat ik een groep pas ontdek bij hun zevende plaat. Toch gebeurde het eerder dit jaar, toen ik ‘Singin' to an Empty Chair’ van het vanuit Chicago afkomstige Ratboys te horen kreeg. Een mooie plaat die me nieuwsgierig maakte naar wat de inmiddels vijftien jaar actieve band er live van zou bakken.
Ratboys nam een vliegende start met het okselfrisse "Open Up", tevens de opener van die laatste plaat. Ik viel als een blok voor de hoge, heldere zang van de ontwapenende Julia Steiner, die er met haar geel-zwarte muts schattig uitzag. Maar ook gitarist Dave Sagan, eveneens getooid met een muts, maakte met zijn levendige, twangy gitaarspel minstens evenveel indruk. Wat klonk dit sprankelend, als een pas geopend blikje frisdrank.
Jammer genoeg verdween ook bij Ratboys na een tijdje de bruis. Niet dat hun indierock plots ondermaats klonk, maar het overrompelende effect was er niet meer bij. Met "Look To" en "Alien With a Sleep Mask" vonden ze gelukkig hun tweede adem, twee afsluiters die bewezen dat Ratboys ook vroeger al sterke nummers schreef.
Net iets te weinig variatie om van een echt hoogtepunt te kunnen spreken.

Daarna werd het tijd om de hype van het moment te gaan checken: Man/Woman/Chainsaw, een zeskoppig gezelschap uit Londen met wortels in de befaamde Windmill-scene. Sommige media hadden de lat alvast hoog gelegd: Man/Woman/Chainsaw zou er in Leffingeleuren met kop en schouders bovenuit steken. Maar dat ballonnetje werd al snel doorprikt. Ok, de groep zag er beeldig en kleurrijk uit en het gebruik van een viool zorgde voor een verfrissende toets maar verder was het echt wel zoeken naar wat Man/Woman/Chainsaw nu zo uniek maakt. Dit was doordeweekse indiepop, met nu en dan een poging om wat arty te klinken. Een Flying V met een strijkstok bespelen oogt misschien spectaculair maar de meerwaarde ervan hoorde ik helaas niet. Een ontgoocheling.

Vervolgens overdonderde Cowboyy, een trio uit het Britse Portsmouth, ons met een immense muur van geluid. Aanvankelijk zag ik door de bomen het bos niet meer, dit klonk wel heel eendimensionaal. Bovendien was hun mix van post-hardcore en mathrock niet bepaald iets waar ik op zat te wachten. Maar gaandeweg ontdekte ik in het geraas ongewone groove- en tempowisselingen, die het geheel toch naar een hoger plan tilden. Verder ontpopte Stanley Powell zich plots tot een fantastische gitarist met een spectaculaire stijl. Die ongebruikelijke gitaarlijnen waren niet altijd even raak, maar bleven wel intrigeren.
Het zwakke punt van Cowboyy was de praatzang van Powell, die totaal niet in het plaatje paste.

Op plaat kon Ghostwoman me nog niet volledig overtuigen, maar op het grootste podium van Leffingeleuren lukte dat wél. Het Canadees-Belgische duo, met zanger/gitarist Evan Uschenko en drumster Ille van Dessel, bracht een sobere maar erg gesmaakte set.
Ondanks de beperkte middelen klonk het geluid indrukwekkend, grotendeels dankzij de gitaar van Uschenko. Want de drums van van Dessel waren niet bepaald spectaculair, wel heel adequaat. Ghostwoman bracht franjeloze psychrock met een uitgesproken garagerockaanpak waarbij de gruizige gitaar alle ruimte kreeg. Nadat ik eerder in de aanhef van een nummer al enkele Pink Floyd-noten meende te herkennen, kon Uschenko het niet laten om ons ook de intro en het eerste couplet van "Wish You Were Here" voor de voeten te gooien. Meer dan een onderhoudend tussendoortje was het niet en als Uschenko al zijn mosterd bij Pink Floyd haalde dan toch bij de acht jaar jongere versie.
Ghostwoman bleek onverwacht een van de hoogtepunten op zondag.

In tegenstelling tot vorig jaar viel er tijdens deze jubileumeditie weinig onvervalste punk te beleven. Ook Sex Mask uit Melbourne bracht geen punk maar kreeg het publiek wel aan het kolken. Dat lag niet zozeer aan de muziek, die ik eerder als new wave zou omschrijven, maar aan zanger Wry Gray, die zich ontpopte tot een ware volksmenner. Halverwege de set riep hij om Brad Pitt, waarop een rapper het podium opstormde. Het hek was nu helemaal van de dam. Samen wisten ze het publiek nog verder op te zwepen terwijl de mix van new wave en rap voor een explosieve cocktail zorgde. Zo smolten mijn aanvankelijke reserves helemaal weg. 

Intussen begon de vermoeidheid zijn tol te eisen, waardoor ik maar een beperkt deel van het optreden van Maria Iskariot meepikte. Het viertal uit Gent stond nog steeds garant voor wilde, frisse, Nederlandstalige punk die zijn gelijke niet kent. De volledig vrouwelijke frontlinie blijft opvallen omdat het helaas nog steeds een zeldzaamheid is. En dan was er uiteraard nog de charismatische, ongetemde Helena Cazaerck, een frontvrouw die iedere band zich zou wensen. Ook hier wist ze het publiek bij de show te betrekken door tijdens de Gorki-cover mensen uit te pikken en hen "Dat vind ik lekker" in de micro te laten zingen. Deze keer stond ik gelukkig ver genoeg om de dans te ontspringen.

TVOD uit Brooklyn bleek de ideale afsluiter van de feestelijkheden in de Apollo. Het was de laatste show van hun tour en het zeskoppige gezelschap was dan ook vastberaden er een feestje van te maken. Hoewel ik een sterk vermoeden heb dat ze dat altijd willen. Zanger Tyler Wright slaagde erin om ‘Leffinge’ perfect uit te spreken en maakte er prompt zijn stopwoordje van. Hij vloog er meteen vol in en liet al snel zijn microfoonstandaard, voor hem duidelijk een overbodig attribuut, in het publiek verdwijnen.
TVOD ontketende één grote explosie van energie die meteen oversloeg op het publiek. Hun sound bleek een mix van post- en poppunk die opgejut werd door infectieuze dancebeats. De twee gitaren, synths, bas en drums creëerden een muur van geluid die gelukkig voldoende ademruimte liet. Toch was het Tyler Wright die voortdurend de show stal en al gauw boven de hoofden van het publiek zweefde.
Naast veel werk uit hun debuut liet TVOD ook een vijftal nummers uit hun nieuwe plaat ‘The Farm’, die in oktober verschijnt, op ons los.
"What time is it?" riep Wright waarop massaal "Party Time" werd geschreeuwd. Het gelijknamige nummer vormde samen met "Alien" het slotakkoord van een wervelende set.

Daarna bleef er nog één naam over. Model/Actriz, dat onlangs Boston voor Brooklyn ruilde, mocht definitief een punt zetten achter deze vijftigste editie van Leffingeleuren.
Na Man/Woman/Chaisaw, dat eerder op de dag hopeloos de mist inging, kregen we opnieuw een hype voor de kiezen. Model/Actriz bracht het er beter van af, maar dat was vooral te danken aan één man: zanger Cole Haden. Als een ware diva verscheen hij met een netje over het hoofd op het podium, wat een mooi contrast vormde met zijn pornosnor. Al vlug verdween hij in het publiek, waar hij menig jongeman een aanzoek deed en uiteindelijk zowat de helft van de set zou doorbrengen. De momenten waarop hij wél op het podium stond leverde hij een theatrale performance af waar je je ogen nauwelijks van kon afhouden. En de muziek? Daar had ik op zijn zachtst gezegd toch wat bedenkingen bij. Ik hoorde schurende industrial rock/pop waarbij ik me afvroeg of het publiek zonder de show van Haden even enthousiast zou hebben gedeind.
Haden zelf leek wel te willen croonen, maar deed dat op een verhakkelde manier. Op plaat zou ik hier nooit naar luisteren maar live viel de balans uiteindelijk positief uit. Model/Actriz bleek een waardige afsluiter van een geslaagde jubileumeditie.

Aftermovie LL 2026 Aftermovie LL2026

Volgende editie 10 sept - 12 sept 2027 

Neem gerust een kijkje naar de pics @Kristof Acke
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/10273-leffingeleuren-2026?Itemid=0
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge  

Female Fronted Violence Fest 2026 - Een kleurrijke ontdekkingstocht straight to hell!

Geschreven door

Female Fronted Violence Fest 2026 - Een kleurrijke ontdekkingstocht straight to hell!
Female Fronted Violence Fest 2026
Club Hell
Diest
Erik Vandamme
2026-09-04 t-m 2026-09-06

Sommige organisatoren lijken over een glazen bol te beschikken wanneer het over jong en nieuw talent gaat. We ontdekten al dikwijls op een concert een interessante band, om achterna vast te stellen dat die een jaar eerder al op het podium van Club Hell in Diest stond. Helaas waren we er toen nooit bij.
We proberen in onze muzikale ontdekkingstocht er verandering in te brengen. Van 4 t-m 6 september was Club Hell de verzamelplaats voor liefhebbers van metal, met vrouwen aan het roer. De tijd waarin de metalwereld uitsluitend als een mannenbastion werd beschouwd, ligt gelukkig achter ons. Mooi. Het werd tijdens deze driedaagse overtuigend bevestigd.
Ons verslag.

dag 1 - vrijdag 4 september 2026- De eerste duivels worden ontbonden
De Brusselse symfonische-metalband Skeptical Minds (****) is al actief sinds 2002 en combineert een melodieuze zang met elektro-industrial, gothic en metal. In Club Hell levert dit een energieke en gevarieerde set op, waarin speelsheid en een gezonde dosis humor de rode draad vormen. Zangeres Karolina Pacan heeft een veelzijdige stem, alsook een sterke uitstraling. Het ene moment duister en dreigend, het andere speels en ongedwongen. Haar charisma is bepalend. Clichés als ‘handjes in de lucht’ horen erbij, het werkt; het publiek gaat gretig mee in haar verhaal. Missie geslaagd!

Shatterheart (****1/2) is een symfonische-metalband uit Göteborg, die vorm kreeg in 2023. In het voorjaar nu verscheen via Art Gates Records het debuutalbum ‘Infernal Symphony’. Dat de band nog maar aan het begin van haar verhaal staat, valt op het podium nauwelijks te merken.
Shatterheart gaat tekeer als doorwinterde muzikanten. Met een zelfverzekerde aanpak laat het de Club Hell op zijn grondvesten daveren. Kleurrijk was de  prominente inbreng van de keys.

Kon het nog beter? Jazeker! De volgende formatie Ancient Settlers (*****) werd in 2020 in San Sebastián opgericht door muzikanten met Venezolaanse wortels. De groep verkent de grenzen van de moderne melodieuze deathmetal en bouwde met ‘Our Last Eclipse - The Settlers Saga Pt. 1’ (2022) en ‘Oblivion's Legacy - The Settlers Saga Pt. 2’ (2024) een eigen verhaal op.
Met de komst van de Braziliaans-Italiaanse zangeres Mylena Monaco begon in 2026 een nieuw hoofdstuk. Haar inbreng is een schot in de roos. Muzikaal voelt het optreden aan alsof we voortdurend tegen een geluidsmuur botsen. Mylena's rauwe vocals zorgen voor deugddoende huiver. Haar vocals gaan alle richtingen uit, terwijl het verpulverende drumwerk en de vlijmscherpe riffs de laatste restjes weerstand slopen. Het hoogtepunt van deze openingsdag, zonder twijfel!

Afsluiter Hellcats (****) werd in 2003 in Ljubljana opgericht door de zussen Saša en Sonja Zagorc en schreef geschiedenis als de eerste volledig vrouwelijke metalband uit Slovenië. Een vurige bandnaam die het niet zoekt in hel en duisternis , maar in pure, ongecompliceerde rock-'n-roll. Het wordt onderstreept in covers als “Breaking the Law” van Judas Priest en een eigenzinnige uitvoering van AC/DC's “T.N.T.”. Ook in de Club Hell kiest Hellcats voor rechttoe-rechtaan hardrock en heavy metal, met riffs die aanstekelijk inwerken.
Enkele technische problemen halen tijdelijk de vaart uit de set, maar de dames laten zich erdoor niet uit hun lood slaan.
Met zichtbaar spelplezier en een sterke podiumuitstraling trekken ze het optreden opnieuw op gang.
Ancient Settlers mag dan onze persoonlijke winnaar zijn vandaag, Hellcats zorgt zonder meer voor de perfecte afsluiting.

dag 2 - zaterdag 5 september 2026 - Onbekend is niet onbemind
'Onbekend is niet onbemind' is een uitspraak die perfect bij deze tweede festivaldag past. De affiche staat vol bands die voor ons nog een onontgonnen terrein vormen …

Beginnen doen we met Metaforya (****). Deze formatie uit Istanbul werd opgericht in 2012 en maakt vooral indruk door de veelzijdige stem van Hilal Türker. Heel wat variatie in diepe grunts en heldere, cleane vocals. De muzikanten sluiten vakkundig aan met verpulverend drumwerk en messcherpe riffs.
Opvallend zijn de subtiele folkloristische invloeden uit hun land van herkomst, die het geheel een eigen karakter geven. Het plaatje is ermee compleet. Metaforya blijkt alvast een aangename ontdekking en een band om in het oog te houden.

Abstracted Mind (*****) ontstond in 2020 in Buenos Aires rond zangeres Juli Hope en gitarist Yamil Ladner en verhuisde later naar Nederland. De groep combineert symfonische metal met progressieve en moderne elementen. Psychologische thema's en persoonlijke verhalen worden in de instrumentatie als in de vocals op een bombastische, haast sprookjesachtige manier uitgebeeld. Er borrelen voortdurend uiteenlopende emoties op en het optreden krijgt bij momenten de allure van een rockopera.
Opmerkelijk is ook de vocale wisselwerking tussen Juli Hope en Yamil Ladner. De gitarist neemt enkele zanglijnen voor zijn rekening en zorgt voor extra afwisseling en contrast. Abstracted Mind zet dan ook geen doorsneeconcert neer, maar een fantasierijk muzikaal schouwspel dat de verbeelding voortdurend prikkelt.

De alternatieve-metalformatie Lokead (****) uit de omgeving van Parijs bouwt haar muziek op rond tegenstellingen: organisch tegenover elektronisch, licht tegenover duisternis en melodieuze passages tegenover groove en agressie. Die veelzijdigheid vergt aanvankelijk enige inspanning door het beperkte contact en nog wat op gang komen. Maar eenmaal op dreef, is Lokead echter niet meer te stuiten en rinkelt het muzikaal tussen hemel, vagevuur en hel.
Een ontstaan een voorzichtige moshpit en een gezamenlijke sit-down. De muziek klinkt rauw en toont een melodieus kantje waar nodig. Een intrigerende, boeide afwisseling.

Ontdekkingen kunnen helaas ook op een stevige ontgoocheling uitdraaien. Arluna (**) wordt aangekondigd als een Nederlandse symfonische-metalband die een orkestrale sfeer, een melodieuze zang en stevige riffs samenbrengt. Een omschrijving, die verwachtingen biedt , maar die spijtig genoeg nauwelijks werden ingelost. Aan inzet en gebaren ontbrak het niet, maar achter de bombast schuilt weinig om te beklijven. De nummers klinken pijnlijk voorspelbaar en missen de spanning en emotionele kracht die dit soort muziek nodig heeft. Arluna had het niet (vandaag). Een teleurstelling.

Gelukkig volgt met Lyra's Hell (*****) een ferme kentering. De Spaanse gothic-metalband dompelt de Club Hell onder in een sfeer die angstaanjagend als woest is, gedragen door bezwerende vocals en zware ritmes.
Sinds de oprichting in 2024 gaf de groep met singles als “Silence” al een overtuigend visitekaartje af. Live neemt Lyra's Hell ons mee op een donkere trip die perfect aansluit bij de intieme en vurige omgeving van de club. Toch draait het niet uitsluitend om duisternis en pijn: er blijft voldoende ruimte om het leven uitbundig te vieren.
Lyra's Hell gebruikt de hel niet als een verstikkende poel van eeuwige verdoemenis, maar ook als speeltuin van uitbundige feestjes. Dat enthousiasme dragen de muzikanten na hun optreden ook uit aan de bar, tussen de fans en bij de andere bands.
Muzikaal grijpt de groep geregeld terug naar de oorspronkelijke, onstuimige hardrock waarmee The Runaways en Girlschool ooit hoge ogen gooiden, maar dan verpakt in een eigentijds en donkerder jasje.
Deze Spaanse furies brachten vuurkracht in ontwapenend spelplezier. Het hoogtepunt van de tweede festivaldag, zonder enige twijfel!

Underwaves (*****) is al sinds 2017 bezig en boekte na het verschijnen van debuutalbum ‘Hiatus’ in 2019 een vroege overwinning tijdens Rock'n'Iasi. Daarna volgden optredens op grotere festivals als Rockstadt Extreme Fest.
Van de speelse hel van Lyra's Hell blijft weinig over: donkere wolken pakken zich samen aan de horizon en brengen ons terug naar de harde realiteit. Underwaves raast als een pletwals, gedragen door zware distortion, agressieve riffs en percussieve  mokerslagen.
De frêle verschijning van zangeres Ana Ignis staat in schril contrast met de enorme vocale kracht die ze ontwikkelt. Ze trekt alle registers open met een heldere zang en rauwe uitbarstingen. De instrumentatie doet de rest. Er ontstaat een stevige moshpit en zelfs een heuse wall of death. Kortom: Underwaves klonk verpulverend.

De heavymetalformatie Scarblade (*****) onderstreept de diversiteit van het festival. De spirit van Judas Priest, Warlock, Accept en W.A.S.P. waart voortdurend rond in de klassieke riffs, opzwepende ritmes en de uitgesproken heavymetalattitude. Toch beschikt het combo over een eigen smoel en geeft de vrouwelijke insteek en de vertrouwde stijl extra dimensie. Hier worden de nekspieren aangesproken en er is de denkbeeldige gitaar. Hoewel de groep consequent binnen het klassieke kader blijft, stoort dit geen moment. Integendeel: net die ongecompliceerde oldschoolaanpak en het onvervalste spelplezier vormen de grote kracht van het optreden.
Scarblade bewijst dat klassieke heavy metal nog altijd springlevend is, zolang het genre met voldoende overtuiging en vuur wordt gebracht.

Afsluiter FlowerLeaf (*****) werd in 2017 in Brazilië opgericht door zangeres Vivs Takahashi en bassist Marcelo Kaczorowsky, maar is tegenwoordig gevestigd in Duitsland. De moderne symfonische metal van de band combineert orkestraal arrangement met toegankelijke melodieën en krachtige riffs.
Muzikaal bevindt FlowerLeaf zich in hetzelfde vaarwater als Nightwish en Within Temptation, al ligt de nadruk nog sterker op de operazang. De hoge sopraanstem van Vivs en de bombastische instrumentatie spreken sterk tot de verbeelding.
De groep beschikt voorlopig nog niet over een internationale uitstraling en grandeur van die grote voorbeelden, maar compenseert het ruimschoots met overtuiging, schoonheid en een geheel eigen charme. FlowerLeaf ontpopt zich tot een symfonische parel die ons heerlijk doet wegdromen.
Een brede, kleurrijke ontdekkingstocht was het, die je een warm, blij gevoel gaf.

dag 3- zondag 6 september 2026 - Duistere misvieringen en piratenfeesten
De zondag beginnen we met traditionele heavy metal uit Barcelona, iets anders dan een traditionele misviering. Wicked Leather (*****) werd opgericht in 2023 en combineert de klassieke heavy metal met rauwe kracht, een donkere sfeer in een occulte ondertoon.
Nu verscheen het debuutalbum ‘Season of the Witch’. Ook in de Club Hell sluit de band geen enkel compromis: vuil, vuurkrachtig en liefst zo luid mogelijk worden alle registers opengetrokken. Centraal staat de roodharige frontvrouw Yami, die zich ontpopt tot een demonische verschijning.  Wanneer ze aan het einde in een rode jurk met kap verschijnt, verandert de Spaanse furie in een kruising tussen Roodkapje en een verleidelijke vamp.
Voor een jonge band klinkt Wicked Leather overweldigend en zelfverzekerd. Een indrukwekkende start van de slotdag.

Ook Orchid Sanction (***1/2) staat nog maar aan het begin van zijn verhaal. De vijfkoppige band uit Luik ontstond in 2023 en is in vergelijking met Wicked Leather nog wat krampachtig en zoekend. Aan inzet ontbreekt het niet en de glimlachende frontvrouw heeft een mooie sprookjesachtig stem. Orchid Sanction verkent de gotische en mysterieuze kant van het genre, maar blijft voorlopig wat te braaf om volledig te overtuigen. Meer podiumervaring en een extra punch kan verandering brengen. De subtiele fantasieprikkels laten ons echter niet onberoerd: wie zich openstelt voor hun ingetogen wereld, ontdekt wel degelijk iets moois.

De Nederlandse black- en folkmetalband Vrøde moet op het laatste moment afhaken en wordt vervangen door Entropic Dissonance (****). Deze jonge Nederlandse formatie brengt sferische en progressieve (extreme) metal samen in technische precisie, melodie en gecontroleerde chaos. Zangeres Nina Boele verschijnt gemaskerd op het podium. Wanneer het masker afgaat, beweegt ze zich op hypnotiserende wijze tussen een bosnimf en kwelduivel. Ook muzikaal prikkelen de vele contrasten.
Geprojecteerde beelden hadden deze bevreemdende wereld nog sterker kunnen maken, maar zelfs zonder visuele effecten voert Entropic Dissonance ons mee naar de sprookjes van Grimm: diepe bossen waarin demonen, kwelgeesten en elfen naast elkaar leven. Een bijzonder intrigerende vervanger.

Behind The Veil (*****) volgen we al sinds het prille begin en de band heeft ons nog nooit ontgoocheld. Sinds de komst van zangeressen Sofie Foster en Delphine De Vusser ontstond een kruisbestuiving die zich nauwelijks in woorden laat vatten. ‘A match made in hell’ komt nog het dichtst in de buurt. De kleuren rood en zwart worden niet alleen zichtbaar in hun kledij, maar ook hoorbaar in hun stemmen. Delphines rauwe en demonische vocals staat tegenover de emotioneel geladen en bezwerende vocals van Sofie. Wanneer Delphine het publiek intrekt alsof ze vers bloed zoekt, biedt Sofie het perfecte tegengewicht.
De muzikanten geven een stevig fundament en openen in wisselende intensiteit de deuren tussen hemel en hel.
Behind The Veil neemt ons volledig mee in die prachtige botsing tussen donker en licht. Wat een totaalbeleving opnieuw!

"We sluiten af met een feestje",
lijkt het motto van Pirate Queen (****). De internationale, volledig vrouwelijke formatie combineert symfonische power metal met piratenverhalen, fantasie en kleurrijke kostuums.
Persoonlijk zijn we niet de grootste liefhebber van carnavaleske acts als Alestorm en Electric Callboy, maar het doet niets af aan de kwaliteit van de muziek, de klasse van de muzikanten en het doordachte spektakel.
De dames amuseren zich zichtbaar en krijgen ook het publiek moeiteloos mee. Muzikale diepgang is misschien niet het voornaamste doel; plezier maken des te meer.
De theatrale presentatie en de uitgesproken piratenlook geven Pirate Queen bovendien een eigen gezicht. Dit was ‘feestmetal” die iedereen een brede glimlach bezorgde.
De perfecte feestelijke afsluiter van drie boeiende dagen in de (Club) Hell.

(Met dank aan Musika)

Organisatie: Club Hell, Diest

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent

Geschreven door

FinFactor Jazz Damme 2026 - Waar jazz geen leeftijd kent
FinFactor Jazz Damme 2026
De Zustertuin
Damme
2026-08-29 + 30
Erik Vandamme

Een festival hoeft niet noodzakelijk groter te worden om te groeien. Soms zit vooruitgang net in het verfijnen van een eigen identiteit. FinFactor Jazz Damme is er een mooi voorbeeld van. Wat vijf jaar geleden begon als een poging om jazz ook tijdens de zomer een plek te geven in de Brugse regio, groeide uit tot een vaste afspraak aan het einde van de festivalzomer. Toch blijft de organisatie bewust kiezen voor kwaliteit, intimiteit en muzikale ontdekking.
Vorig jaar maakten we gedurende één festivaldag kennis met die bijzondere formule.
Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/99843-finfactor-jazz-damme-2025-tussen-vernieuwing-en-traditie  
In de historische omgeving van Damme zagen we gevestigde waarden en jonge talenten hetzelfde podium delen, terwijl de geringe afstand tussen muzikanten en publiek voor een ongedwongen huiskamersfeer zorgde. Die eerste kennismaking smaakte naar meer.
Voor deze vijfde editie zakten we daarom het volledige weekend af naar Damme. De affiche vormde opnieuw een ontmoeting tussen verschillende generaties en uiteenlopende gezichten van de jazz. Grote Belgische namen als Philip Catherine, Nathalie Loriers, Brussels Jazz Orchestra en Lady Linn stonden er naast internationale muzikanten, avontuurlijke projecten en laureaten van de Dragon Jazz Contest.
FinFactor Jazz Damme wil geen breed popfestival met een vleugje jazz worden, maar duurzaam bouwen aan een herkenbaar jazzfestival dat nieuwsgierigheid aanwakkert zonder zijn identiteit te verliezen.
Op zaterdag 29 en zondag 30 augustus gingen we na hoe die ambitie zich op en rond de podia vertaalde.

dag 1 – zaterdag 29 augustus 2026 - Improviseren in de regen
De grote vernieuwing binnen het concept is de toevoeging van de Izzy Jazz Club Stage, een tweede en kleiner podium waar jonge Belgische jazzformaties speelkansen krijgen. Die naam is niet toevallig gekozen. Izzy Jazz Club, opgericht door Daniël Dehulster en Kobe Gregoir, organiseert in Huisbrouwerij De Halve Maan in Brugge kleinschalige jazzconcerten en vormde vijf jaar geleden de voedingsbodem voor het festival in Damme.
Op het nieuwe podium speelden twee jonge formaties telkens twee korte sets tijdens de pauzes op het hoofdpodium. Zo keert FinFactor Jazz Damme terug naar zijn oorsprong en investeert het tegelijk in de toekomst.

De eerste band op het kleine podium was Jef Chroneos Quartet (****). Aanvankelijk stonden de jonge muzikanten er nog wat onwennig bij, maar gaandeweg groeide hun zelfvertrouwen en viel alles beter op zijn plaats. Altsaxofonist Jef Chroneos trad muzikaal op de voorgrond zonder alle aandacht naar zich toe te trekken. Ook pianist Charlie Vanhoof, bassist Maxim Poppe en drummer Loes Schillebeeckx droegen nadrukkelijk hun steentje bij. Het hoogtepunt van de eerste set kwam er tijdens een ingetogen passage. Terwijl de regen neerviel, zorgden de warme saxofoonklanken voor een krop in de keel en een oprecht kippenvelmoment. Het leek alsof muziek en omgeving elkaar heel even perfect vonden. Tijdens de tweede set, vlak na het optreden van Margaux Vranken Trio, stond het kwartet zichtbaar zelfverzekerder op het podium. Trompettist Diego Torres Borghs, die later met Quintet 208 nog voor een avontuurlijke muzikale tocht zou zorgen, werd als gast uitgenodigd. Zijn inbreng gaf het geheel extra kleur en schwung.
Er blijft ruimte om verder te groeien, maar met meer podiumervaring kan dit kwartet uitgroeien tot een van de mooie nieuwe stemmen binnen de Belgische jazz.
Een naam om in het oog te houden.

Ondertussen viel de regen met bakken uit de lucht. Het publiek zocht massaal beschutting onder het grote stoffen afdak achteraan, waar gelukkig voldoende zitplaatsen waren. Voor de muzikanten moet het een surrealistisch beeld zijn geweest: de stoelen voor het podium bleven vrijwel volledig leeg, terwijl de toeschouwers zich een eind verderop hadden verzameld. Margaux Vranken Trio (*****) liet het niet aan het hart komen en kon rekenen op een bijzonder enthousiaste respons.
Nadat Lies Steppe het trio op haar bekende bevlogen wijze had aangekondigd, gingen de muzikanten inventief te werk. Margaux Vranken zocht geregeld met een kwinkslag contact met het publiek, maar vooral haar verfijnde pianospel sprak tot de verbeelding. Ingetogen pianoklanken raakten zacht de cimbalen, waarna warme contrabaslijnen ruimte creëerden voor hemelse improvisaties.
Ook de opvallende podiumopstelling droeg bij aan de beleving. De drie muzikanten zaten zij aan zij, alsof ze rechtstreeks met elkaar in gesprek waren. Dat bleek meer dan symbolisch: de grote kracht van het trio lag in de manier waarop ze elkaar aanvoelden, uitdaagden en aanvulden. Alles klonk doordacht en tegelijk bijzonder spontaan.
De muziek kon de regen niet verdrijven, maar zorgde wel voor drie kwartier groovy en intens luisterplezier. Het daverende slotapplaus maakte duidelijk dat wij lang niet de enigen waren die hiervan met volle teugen genoten.

Na de tweede set van Jef Chroneos Quartet was het de beurt aan Elly Brouckmans' MANIA (*****). Lies Steppe benadrukte bij de aankondiging dat dit bovenal een échte band is, iets wat ook Elly Brouckmans zelf meermaals onderstreepte. Dat bleek geen loze bewering. De hemelse saxofoonklanken van Brouckmans vormden een belangrijke leidraad, maar kwamen volledig tot hun recht dankzij haar medemuzikanten. De beweeglijke drums van Umberto Odone, het sprankelende pianospel van Yarno Hoedemaekers en de warme, groovy baslijnen van Toon Rumen vloeiden samen tot één organisch geheel. Zonder afbreuk te doen aan de individuele kwaliteiten - die tijdens de solomomenten duidelijk naar voren kwamen - lag de werkelijke kracht van MANIA in het collectief.
Volgens de biografie ontstond de band in een Brusselse kelder en dat clubgevoel sijpelde door in de muziek. Het kwartet bracht ritmisch prikkelende jazz die stevig aan de ribben bleef kleven, gedragen door improvisatie en zichtbaar spelplezier.
De muzikanten voelden elkaar haast blindelings aan en brachten hun enthousiasme moeiteloos op het publiek over. En zowaar: tijdens de set kwam zelfs de zon even boven de wolken piepen. Alsof ook zij van dichtbij wilde aanschouwen hoe vier muzikanten de grijze namiddag met zoveel spelvreugde van kleur voorzagen.
Mooier kon het plaatje haast niet worden.

Vervolgens was het tijd voor de tweede band op het kleine podium: Quintet 208 (*****). De jonge muzikanten stonden er alsof ze al twintig jaar samen speelden, zonder daarbij hun spontaniteit te verliezen. Vooral de wisselwerking tussen tenorsaxofonist Lucas Bakker en trompettist Diego Torres Borghs sprong in het oog. Hun instrumenten gingen een bezielde dialoog aan: bij momenten een ware match made in heaven, die herinneringen opriep aan legendarische combinaties van saxofoon en trompet uit vervlogen jazztijden. Ook het verfijnde pianospel van Charlie Vanhoof kreeg voldoende ruimte en versmolt prachtig met de warme contrabaslijnen van Floris Vandenbemden. Die kruisbestuiving werd vervolledigd door het veelzijdige drumwerk van Ada Schiettecatte, die het geheel ritmisch inkleurde zonder zich nadrukkelijk op de voorgrond te dringen.
Zo ontstond een haast tijdloze jazzbeleving waarin technische klasse en jeugdige onbevangenheid elkaar vonden. Quintet 208 keek met respect naar het rijke verleden van het genre, maar liet tegelijk horen dat jazz ook vandaag springlevend is.
We besloten alleen de eerste set mee te pikken - een mens moet tijdens zo'n lange festivaldag nu eenmaal ook even pauzeren. Wat we hoorden, volstond ruimschoots om Quintet 208 uit te roepen tot dé ontdekking van de eerste festivaldag.

De invloed van zwarte muziektradities op de hedendaagse jazz valt steeds sterker op. Dat merkten we deze zomer onder meer op Jazz Middelheim, maar ook tijdens verschillende andere concerten en festivals.
Vorig jaar waren we op FinFactor Jazz Damme nog diep onder de indruk van de poëtische set van Tutu Puoane. Ditmaal stond er opnieuw een zangeres op het podium die jazz met soul, r&b en gospel verbond.
De voor een Grammy Award genomineerde Christie Dashiell (****) liet samen met haar band de grenzen tussen die genres vervagen. Met haar warme, soulvolle stem deed ze de temperatuur gevoelsmatig naar het kookpunt stijgen. Het ene moment klonk ze breekbaar en intiem, even later krachtig en uitbundig. Ze schakelde schijnbaar moeiteloos tussen uiteenlopende registers. Toch was dit veel meer dan een vocale demonstratie. Pianist Tony Tixier, bassist Reggie Washington en drummer Yoràn Vroom legden geregeld een adembenemend klankentapijt aan haar voeten. De wisselwerking tussen stem en instrumenten maakte het plaatje compleet.
Ook Dashiell kreeg echter af te rekenen met de weersomstandigheden. Tijdens haar set gingen de hemelsluizen helemaal open, waarna het publiek massaal naar een droge plek vluchtte. Daardoor kwam het optreden helaas niet volledig tot zijn recht, zonder dat de zangeres of haar band daar iets aan kon doen. De muzikale warmte die het viertal uitstraalde, bleef ondanks de kille plensbui overeind.

Met achttien muzikanten op één podium was alleen al de opbouw voor het afsluitende concert een huzarenstuk. Daardoor begon Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers (*****) ruim een halfuur later dan gepland. Het podium stond uiteindelijk zo vol dat er voor Lies Steppe letterlijk geen plaats meer was om haar laatste aankondiging van de festivaldag te verzorgen. Dat gebrek aan ruimte temperde het enthousiasme van Nathalie Loriers allerminst. Vanachter haar piano sprak ze het publiek geregeld aan en maakte ze grapjes over haar wegwaaiende partituren - een van de risico's van spelen in openlucht.
Bovenal genoot ze zichtbaar van de wisselwerking met de muzikanten van het Brussels Jazz Orchestra. Deze internationaal vermaarde bigband is al meer dan dertig jaar actief en bestaat uit doorgewinterde muzikanten. Dat vakmanschap viel in iedere instrumentale bijdrage te horen. Zelfs de afwezigheid van artistiek leider en meestersaxofonist Frank Vaganée werd feilloos opgevangen.
Op de uitvoering en onderlinge afstemming viel werkelijk niets aan te merken. Binnen het project Envols stond de piano van Loriers nadrukkelijk centraal. Haar vaak intimistische klanken vormden geen los ornament, maar wezen het orkest de weg door haar composities en arrangementen. Toch zat de grootste kracht ook hier in het totaalpakket. Zodra alle registers werden opengetrokken, ontvouwde zich ruim een uur lang een rijk en dynamisch klankenuniversum waarin we ogen en oren tekortkwamen. Improvisatie is een kunstvorm en dit uitzonderlijke gezelschap zette dat op meesterlijke wijze in de verf.
Brussels Jazz Orchestra ft. Nathalie Loriers vormde de perfecte afsluiter van een regenachtige, maar bovenal bijzonder boeiende eerste festivaldag.

dag 2 – zondag 30 augustus 2026 – ‘Groovy' jazz verbindt generaties
Het viel ons tijdens de eerste festivaldag al op, maar op zondag werd het nog duidelijker: FinFactor Jazz Damme trekt een bijzonder divers publiek van alle leeftijden aan. Jongeren overtuigen om naar jazzconcerten af te zakken, blijft door het vermeende oubollige imago van het genre vaak een uitdaging. Dit festival lijkt daar opvallend goed in te slagen.
De nieuwe Izzy Jazz Club Stage speelt daarin ongetwijfeld een belangrijke rol. Vrienden en leeftijdsgenoten komen er kijken naar de prestaties van jonge muzikanten en maken ondertussen kennis met de andere artiesten op de affiche. Het kleine podium blijkt zo niet alleen een schot in de roos, maar ook een waardevolle investering in de toekomst van het festival.

Op de Izzy Jazz Club Stage werd de tweede festivaldag geopend door Bess Zuidervaart Quartet (****). De vier piepjonge muzikanten wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren. De amper zestienjarige saxofoniste Bess Zuidervaart bewoog moeiteloos tussen ingetogen, groovy en weerbarstige passages, met de zelfverzekerdheid van een doorgewinterde muzikante. Ook drummer Lowie Pallemaerts sprong in het oog. Met zijn expressieve mimiek en volledige lichamelijke overgave maakte hij het subtiele en doordachte drumwerk ook visueel bijzonder boeiend. Pianist Wannes Vingerhoets en bassist Anton Poncin gingen volop mee in de muzikale dialoog.
Het viertal verbond jeugdige onbevangenheid met een opvallend volwassen groepsgeluid en bewees zo dat de toekomst van de jazz in goede handen is.

Als laureaat van de Dragon Jazz Contest mocht Bossaferatu (*****) het hoofdpodium openen. Enkele gezichten kwamen ons ondertussen bekend voor. Drummer Loes Schillebeeckx zagen we eerder bij Jef Chroneos Quartet, terwijl saxofonist Lucas Bakker al met Quintet 208 indruk had gemaakt en later nog met zijn eigen project op de Izzy Jazz Club Stage zou aantreden.
Bossaferatu draaide echter niet alleen om instrumentale virtuositeit. Zangeres Marie-Emilie Cahay maakte met haar warme en veelzijdige stem indruk. Op sommige momenten waanden we ons in een rokerige jazzclub, waar een soulvolle zangeres het publiek langzaam maar zeker in vervoering brengt. Echo's van grootheden als Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Sarah Vaughan kwamen spontaan in gedachten, zonder dat Cahay haar eigen persoonlijkheid verloor.
Ook de wisselwerking met haar medemuzikanten zat erg goed. Ze voelden haar feilloos aan, vulden haar aan en boden ieder vanuit hun instrument een duidelijke meerwaarde. Bossaferatu zette zo een overtuigende kroon op het werk van de Dragon Jazz Contest en bewees andermaal dat de jazz een beloftevolle en sterke generatie klaar heeft staan.

Moeten we Philip Catherine (*****) nog voorstellen? De internationaal gerenommeerde Belgische gitarist weet ondertussen al meer dan zes decennia zowel jazzkenners als gewone muziekliefhebbers te betoveren. Hij was bovendien de enige artiest die het plein tot helemaal achteraan volledig liet vollopen. Opvallend was hoeveel jonge bezoekers vol bewondering naar de 83-jarige grootmeester kwamen luisteren.
Catherine straalde nog steeds de speelsheid van een kind uit. Met pretoogjes en een vleugje deugnieterij begon hij samen met pianist en toetsenist Nicola Andrioli en bassist Federico Pecoraro zelfs iets te vroeg aan zijn set. Lies Steppe kreeg nog net de kans om hem aan te kondigen, tot zichtbaar plezier van haarzelf, Catherine en het publiek.
Diezelfde gemoedelijkheid trok hij door in zijn bindteksten, gitaarspel en kwinkslagen naar zijn medemuzikanten. Andrioli en Pecoraro boden hem daarbij bijzonder mooi weerwerk. Met minimale gebaren en zonder enige bewijsdrang kreeg het trio het overvolle plein muisstil. Iedereen luisterde ingetogen en met een brede glimlach, om de muzikanten na ieder nummer op een daverend applaus te trakteren. Daardoor gingen Catherines ogen alleen maar harder blinken. Met een mooie ode aan Toots Thielemans bracht hij ook hulde aan een andere Belgische grootheid met wie hij heeft samengewerkt. Bovenal liet Philip Catherine horen dat je ook op latere leeftijd kunt blijven schitteren zonder grote woorden of theatrale gebaren. Zijn eenvoud, virtuositeit en warme persoonlijkheid maakten dit tot het mooiste concert van deze editie van FinFactor Jazz Damme. Een klassegitarist en bovenal een bijzonder sympathiek mens. Moge hij ons nog lang met zulke fijne concerten verblijden.

Na de levende legende Philip Catherine keerden we terug naar de Izzy Jazz Club Stage, waar een van de opvallendste jonge muzikanten van het weekend opnieuw aantrad. Ditmaal stond saxofonist Lucas Bakker er met zijn eigen Lucas Bakker Quartet (*****).
Bakker viel al meermaals in de prijzen en stond met verschillende ensembles op festivals en gerenommeerde podia. In 2022 won hij met zijn eerste compositie Polar de compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble. Binnen de andere projecten waarin we hem dit weekend aan het werk zagen, kon hij zijn talent al etaleren. Met zijn eigen kwartet leek hij echter pas echt zijn muzikale ziel bloot te leggen. Vanaf de eerste saxofoonlijn gingen de haartjes op onze armen overeind en kwam de veelzijdigheid in zijn spel volledig tot z’n recht.
Toch trok Bakker niet alle aandacht naar zich toe. Hij gaf zijn medemuzikanten voldoende ruimte om te schitteren. Het fraaie basspel van Nina Cekov, de inventieve pianopartijen van Samuel Frerichs en het precieze drumwerk van Kobe Bakker sprongen stuk voor stuk in het oog. Met Toots Toast, zijn speelse ode aan Toots Thielemans, liet Lucas op sopraansaxofoon nogmaals horen hoeveel maturiteit er achter zijn jeugdige uitstraling schuilgaat.
Na een grootmeester als Philip Catherine ontpopte hij zich tot een van dé ontdekkingen van FinFactor Jazz Damme.
dHet verleden en de toekomst van de Belgische jazz lagen op deze tweede festivaldag bijzonder dicht bij elkaar.

Met Joe Sanders' Parallels (****) stond een project met een opmerkelijke ontstaansgeschiedenis op het hoofdpodium. Tijdens een eerder concert improviseerde Sanders als toegift een solo op contrabas. De melodie sloeg zo sterk aan dat het publiek ze na afloop bleef zingen. Dat spontane moment vormde later de kiem voor het titelnummer en het in 2024 verschenen album ‘Parallels’. De vraag was dan ook of Sanders die bijzondere verbondenheid tussen muzikanten en publiek in Damme opnieuw kon oproepen.
De omstandigheden speelden aanvankelijk niet in zijn voordeel. Philip Catherine had als grote publiekstrekker kort voordien het plein volledig gevuld, waarna veel bezoekers naar de Izzy Jazz Club Stage trokken. Net daarna viel ook de eerste en enige stevige bui van de dag, waardoor het publiek opnieuw beschutting zocht. Voor een minder bekende naam als Joe Sanders was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen terug naar het hoofdpodium te lokken. Sanders liet zich daardoor niet uit zijn lood slaan. Met saxofonisten Seamus Blake en Will Vinson en drummer Gregory Hutchinson omringde hij zich met drie absolute topmuzikanten uit de internationale jazzscene.
Zonder in routine te vervallen, bleven ze het publiek met speelse maar kordate improvisaties prikkelen. Via ritmisch handgeklap, muzikale oproepen en herkenbare melodieën groeide de betrokkenheid langzaam maar zeker. Het kwartet moest er door de omstandigheden hard voor werken, maar kreeg de aanwezigen uiteindelijk toch aan het klappen en meezingen. Als kers op de taart verscheen ook Christie Dashiell, die een dag eerder haar eigen concert had gegeven, opnieuw op het podium. Met haar warme, soulvolle stem gaf ze de set een extra vocale dimensie en maakte ze het plaatje compleet.
Na het slotapplaus mocht het gezelschap terugkeren voor een toegift en werd de melodie waarmee het verhaal van Parallels ooit begon opnieuw bovengehaald. Het oorspronkelijke wonder liet zich niet letterlijk kopiëren: daarvoor was de respons in Damme te ingetogen. Toch kwam dat bijzondere moment hier op kleinere en subtielere schaal opnieuw tot leven. Niet minder mooi, alleen intiemer.

Na nog even van de tweede set van Lucas Bakker Quartet te hebben genoten, met een smakelijke Brugse Zot in de hand, was het tijd voor de absolute headliner van FinFactor Jazz Damme. Lady Linn & Her Magnificent Seven (*****) sloten deze boeiende editie op veelzijdige wijze af. We schreven: "Wat als pop en jazz elkaar ontmoeten?" Daarmee zouden we een veelzijdige artieste als Lady Linn echter tekortdoen. Met haar enthousiaste uitstraling en wonderbaarlijk mooie stem maakte ze meteen duidelijk dat ze zich niet in één muzikaal vakje laat opsluiten.
Tijdens de ingetogen passages deed ze ons naar adem happen, maar even later nodigde ze het publiek met hetzelfde gemak uit tot een danspasje. Samen met haar sublieme muzikanten wist Lady Linn te ontroeren.
Tijdens Frank Sinatra's “Strangers in the Night” waagden enkele koppels zich zelfs aan een slow. Alleen begeleid door zachte pianoklanken bracht ze het nummer met de klasse en warme uitstraling van een klassieke crooner. Een magisch en onvergetelijk moment.
Ook Nina Simone was nadrukkelijk aanwezig in “Theme from ‘Middle of the Night’”, dat opnieuw voor kippenvel zorgde.
Daarnaast putte Lady Linn rijkelijk uit ‘Midnight Sun’, haar ode aan de duisternis, het licht en de eindeloze mogelijkheden van de nacht. Ze liet horen dat die nacht niet alleen melancholie en verstilling voortbrengt, maar evengoed feestvreugde, romantiek en sprankelend levensplezier.
Covers en eigen werk vloeiden daarbij moeiteloos in elkaar over. Zelfs haar publieksfavoriet “I Don't Wanna Dance” kreeg iets heerlijk ironisch, want stilzitten was ondertussen vrijwel onmogelijk geworden. De muzikanten gaven de songs alle ruimte om te ademen, te improviseren en telkens een andere richting uit te gaan.
Lady Linn & Her Magnificent Seven vormden zo de perfecte samenvatting van waar FinFactor Jazz Damme een heel weekend om draaide: jazz die intimiteit en uitbundigheid verenigt en muzikanten en luisteraars van verschillende leeftijden samenbrengt.
Van zestienjarige ontdekkingen tot een 83-jarige grootmeester: in Damme bewees jazz twee dagen lang dat ze werkelijk geen leeftijd kent.
Een mooiere afsluiter had deze editie zich nauwelijks kunnen wensen. We noteren alvast zaterdag 28 en zondag 29 augustus 2027 met stip in onze agenda. U toch ook?

Organisatie: FinFactor Jazz Damme + vzw22

Badlands 2026 – Take the trip - Toody Cole overtreft alle verwachtingen

Geschreven door

Badlands 2026 – Take the trip - Toody Cole overtreft alle verwachtingen
Badlands 2026
Lottum
2026-08-21 t-m 2026-08-23
Nederland
Ollie Nollet

Badlands is een driedaags festival in Lottum, een dorpje in Nederlands Limburg, waar muziek en een liefde voor oude motoren hand in hand gaan. Wat meteen opviel, was de piekfijne organisatie. Nergens wachtrijen, veel oog voor de aankleding en randanimatie, onberispelijk en in ruime mate aanwezig sanitair dat er na drie dagen nog smetteloos bij stond.
En dat alles tegen zeer democratische prijzen! En het programma? Mooi, maar niet van die aard om er een verre verplaatsing voor te maken. Maar met Toody Cole hadden de organisatoren onverwacht een vette vis aan de haak waardoor Badlands plots heel interessant werd. Toody Cole stond al op mijn planning voor de Vera in Groningen maar Lottum ligt een pak dichter bij huis, waardoor de keuze snel gemaakt was.

dag 3 - Badlands 2026 – zondag 23 augustus 2026
De eerste band die ik op Badlands zag, was Drum&Beeker, een duo uit het nabijgelegen Venlo. Garageblues met gitaar en drums, gezongen in het plaatselijke dialect, die wel heel sterk lonkte naar The Bonnevilles. Het had zeker wat, maar zelfs op dit piepkleine podium kwamen ze niet helemaal tot hun recht, of misschien speelde het felle daglicht hen wel parten.

Jenny Don't and The Spurs waren tijdens deze Europese tour mee in de slipstream van Toody Cole. De twee leden van Toody's band maken immers ook deel uit van The Spurs. Mooi meegenomen, want Jenny Don't and The Spurs moeten zowat mijn favoriete countryband van de laatste jaren zijn.
Het was nog vroeg op de middag en de grote tent was verre van vol maar één erg geïnteresseerde toeschouwer hadden ze alvast: Toody. Af en toe lastiggevallen door een stel opdringerige bezoekers die zonder veel omhaal met haar op de foto wilden, volgde ze het hele optreden vanaf de eerste rij. En hoewel het ook voor haar zeker niet de eerste keer geweest zal zijn, leek ze net als ik behoorlijk onder de indruk.
The Spurs opende hun set traditiegetrouw met een instrumentale intro, gedistilleerd uit ‘Bones in the sand’, die naadloos overging in "Flying High". Zo werd het meteen genieten van de heerlijk galmende gitaar van Christopher March, waarin ik de geesten van Link Wray en Duane Eddy meende te ontwaren.
Het is precies die bedachtzame rock-'n-rollaanpak van March, in combinatie met de engelachtige countryzang van Jenny Don't, die de groep boven het omvangrijke peloton countrybands doet uitstijgen. Verder gaf bassist Kelly Halliburton, niet vies van een rock-n-rollpose meer of minder, het geheel een vettig garagerandje terwijl de wat onopvallende Buddy Weeks achter de drums voor een onstuitbare drive zorgde. Het duurde misschien even, maar de immer breed glimlachende Jenny Don't wist de sfeer uiteindelijk tot het kookpunt te brengen. Dat was meteen het sein voor enkele Hollandse meiden om onder het goedkeurend oog van Toody hun beste line-dancepasjes te demonstreren.
Intussen volgden de hoogtepunten elkaar in snel tempo op, waaronder het hartverscheurende "Unlucky Love" en het door een Bo Diddley-beat aangedreven "My Baby's Gone".
Dit was de derde keer dat ik deze groep uit Portland, Oregon aan het werk zag en opnieuw werd ik genadeloos overrompeld. Hoewel het - ik durf het bijna niet te schrijven - misschien toch stilaan tijd wordt om de set met enkele nieuwe nummers op te frissen.

Daarna was ik getuige van een uitzonderlijk fenomeen: een voormalige Londense busker die als one-man-band een intussen volgepakte tent moeiteloos uit haar dak liet gaan. Cam Cole verontschuldigde zich omdat hij geen Nederlands sprak, maar zei er meteen bij dat hij een taal sprak die we wél zouden verstaan: die van de blues en rock-'n-roll. En of de meute dat verstond!
Cam Cole, getooid met een kleurrijke hoge hoed en een jasje dat hij bij Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band leek te hebben geleend, werd meteen als een ware held ontvangen. Gezeten op wat wel een troon leek, met een gigantisch 'spinning wheel' als decor, produceerde hij in zijn eentje een verrassend volle sound. Daarvoor maakte hij gebruik van drie gitaren, waaronder een Mule Resonator Guitar, en een footdrumkit. Dat laatste bestond uit een basdrum, snare, cymbaal, tamboerijn, koebel en nog een ondefinieerbaar ding.
Een massieve muur van geluid vormde het karkas van zijn primitieve trashbluesnummers. Telkens hij zo'n nummer inzette, dacht ik: 'wow, dit wordt fantastisch!' maar even snel als ze kwam, verdween de euforie weer. De songs hadden te weinig om het lijf en zelfs die indrukwekkende sound miste het nodige reliëf. Het publiek trok zich daar duidelijk niets van aan en ging uitzinnig te keer.

Dead Moon is zonder twijfel een van de beste groepen die de undergroundrock-'n-roll ooit heeft voortgebracht. De groep was actief tussen 1987 en 2006, maar er volgden nog enkele reünieconcerten vanaf 2014. In 2017 viel het doek definitief toen frontman Fred Cole stierf aan kanker. Een jaar eerder was drummer Andrew Loomis hem al voorgegaan, eveneens ten gevolge van kanker. Bassiste Toody Cole, die op het moment van Fred's overlijden precies vijftig jaar met hem getrouwd was, besloot in 2023 totaal onverwacht met een eigen band de erfenis van Dead Moon nieuw leven in te blazen. Na een eerdere tour vorig jaar door Australië en Nieuw-Zeeland, was dit jaar Europa aan de beurt, met Badlands als een van haar haltes. Mijn verwachtingen waren hooggespannen maar ik had toch ook de nodige reserves. Ten tijde van Dead Moon zong Toody ook steevast een paar nummers waarbij ze telkens liet horen dat zingen niet haar sterkste kant was. Nu zou ze dus alle nummers zingen en ik kan u meteen vertellen dat ze dat tegen alle verwachtingen in bijzonder voortreffelijk deed. 77 is ze ondertussen, maar daar was eigenlijk niets van te merken. Een enkele keer leek ze wat last van haar vingers te hebben, maar dat belette haar geenszins om heftig aan de bassnaren te plukken.
Met opener "Walking on my grave" kwam de set meteen op kruissnelheid. Wat volgde was een gelukzalig makend feest van herkenning dat alle mooie herinneringen weer naar boven bracht. "Dagger Moon", "Going South", "Fire in the Western World", "Johnny's got a gun"... Stuk voor stuk briljanten die ik veel te lang had moeten missen.
Daartussen ontwaarde ik ook twee nummers die niet van Dead Moon waren. Eerst was er "Caroline" van Pierced Arrows, de groep van Fred en Toody na Dead Moon. En even later volgde "You must be a witch", een nummer uit 1968 van The Lollipop Shoppe, een vroegere groep van Fred Cole, dat ook te vinden is op de legendarische Nuggets-verzamelaar die door Lenny Kaye werd samengesteld.
En dan had ik het nog niet eens over 'her band'. Op drums de immer enthousiaste Kelly Halliburton, die uiteraard het klappen van de zweep kent: hij was immers ook drummer bij Pierced Arrows. En dan was er nog Christopher March, die ook hier weer schitterde op gitaar, net als bij Jenny Don't. Hij deed gelukkig geen krampachtige poging om de scheurende gitaar van Fred Cole te imiteren, maar bleef gewoon trouw aan zijn eigen stijl en dat bleek zonder twijfel de beste keuze.
Intussen bereikte de feeststemming haar toppunt toen er gratis bier aan de eerste rijen werd uitgedeeld. Of het daaraan lag weet ik niet, maar even later barstte een moshpit in alle hevigheid los.
Met "Dead Moon Night" kwam er een einde aan een set die veel te vlug voorbijgevlogen was. Een bis kon uiteraard niet uitblijven en met "54/40 or fight" gingen nog eens alle vuisten de lucht in. Wat ben ik blij dat ik dit nog mocht meemaken.
Setlist Toody Cole and Her Band @ Badlands 23-08-2026
1 Walking on my grave 2 Caroline 3 Dagger moon 4 Psychodelic nightmare 5 Going south 6 All sold out 7 You must be a witch 8 Claim to fame 9 Fire in the western world 10 Running out of time 11 I hate the blues 12 Diamonds in the rough 13 Johnny’s got a gun 14 Clouds of dawn 15 It’s O.K. 16 Dead Moon night 17 54/40 or fight


Na dit verpletterende optreden had ik gerust naar huis kunnen gaan - tenslotte was het hiervoor dat ik gekomen was - maar gelukkig deed ik dat niet en ontdekte ik nog twee uitstekende Nederlandse bands.
De eerste was Eyesores, een trio uit Harderwijk dat eerder dit jaar debuteerde met ‘They want to see you fall’. Eyesore betekent zoveel als 'doorn in het oog': iets dat zo lelijk is dat het pijn doet aan de ogen. Maar dat was Eyesores allerminst.
Integendeel, ik kon mijn ogen niet van hen afhouden. De drie jongemannen brachten met veel branie en lef een luide mix van garagepunk, noise en grunge. ‘De Nederlandse SEXTC’, fluisterde iemand me in het oor, en daar had hij zeker een punt. Datzelfde tomeloze en ongegeneerde enthousiasme, diezelfde vette, smerige riffs en zelfs het podium, waarop ze stonden, bracht me terug naar de Busker Stage op Leffingeleuren waar ik voor het eerst SEXTC zag. En net als toen hoorde ik ook hier minstens één nummer dat schatplichtig leek aan Nirvana.
Het plein voor het podium muteerde dan ook snel tot een gigantische moshpit. Bovendien kwam Jochem Lambert af en toe vanachter zijn drumstel tevoorschijn om met wilde gesticulaties nog wat olie op het vuur te gooien. Samen met zanger-gitarist Justin Ruitenschild en bassist Lars van den Bogaard beleefde hij duidelijk de tijd van zijn leven. Dat was voor mij niet veel anders, en het was tegelijk ook een geruststelling dat jongeren zich nog aan dit soort muziek willen vergrijpen.

Mooon, een trio uit Aarle-Rixtel, een dorp in Noord-Brabant, blijkt een gevestigde waarde in de Nederlandse undergroundscene. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. Sinds Badlands is dat definitief verleden tijd want Mooon maakte er behoorlijk wat indruk.
Vanaf de eerste noten had deze groep me bij de lurven. Alles, maar dan ook alles, ademde bij Mooon de sixties. Met een kapsel en kledij waar duidelijk veel tijd aan was besteed leek bassist Tom de Jong zo uit een beatbandje uit het midden de jaren zestig te zijn gestapt. Broer Gijs (drums) en neef Timo van Lierop (zang/gitaar) zagen er op hun beurt uit alsof ze pas Woodstock hadden meegemaakt.
Ook muzikaal lagen de invloeden uit het gouden tijdperk van de muziek er vingerdik op. Die psychedelische gitaar, die infectieuze beat en die wonderlijke samenzang: ik kreeg er maar geen genoeg van. Het deed me voortdurend aan The Byrds denken, altijd al een van mijn favoriete sixtiesgroepen.
Ieder nummer leek wel een cover, maar was het nooit. Riffs en melodieën werden met veel respect gerecycleerd. Soms iets te expliciet: zo leek "She makes me feel" wel heel erg op "Psychotic reaction" van Count Five. Nummers als "Alcohol" en "Mary you wanna" waren zo aanstekelijk dat het leek alsof ze altijd al hadden bestaan.
Uiteindelijk kregen we met de slotsong dan toch een echte cover: "Kick out the jams" van MC5. Een atypische keuze eigenlijk, maar het werd dan ook gezongen door een gastzanger. En zo kom ik bij het heikele punt: waarom Mooon niet de volle vijf sterren binnenhaalde. De band tackelde gewoon zichzelf door bij ieder nummer iets speciaal te willen doen. Het werd voortdurend een komen en gaan van gastmuzikanten, allen nobele onbekenden voor me. Maar zelfs dat vonden ze niet genoeg. Het spektakel begon eigenlijk al voor het optreden, toen de drummer op een motorfiets het podium opreed. Tijdens het tweede nummer liet een roadie (?) zich op een surfplank boven de hoofden van het publiek ronddragen. Even later rolde voor "Too cool for school" een koortje op een podiumkar het podium op. Halverwege de set werd zelfs een heus kanon bovengehaald. Die werd met vier grote fietspompen onder druk gezet, waarna er een lading t-shirts de zaal in werd geschoten. En zo kan ik nog even doorgaan. Het was er gewoon over terwijl hun muziek alleen al ruim voldoende was om er een geweldig feest van te maken.
Toch bleef het een mooi orgelpunt van een op alle vlakken geslaagde festivaldag.

Organisatie: Badlands

Excelsior Rocks! 2026 – Geslaagde eerste editie!

Geschreven door

Excelsior Rocks! 2026 – Geslaagde eerste editie!
Excelsior Rocks! 2026
Place Cardinal Mercier
Jette
2026-08-22
Ollie Nollet

Het zijn barre tijden om een nieuw festival te starten. De lange lijst vergunningen en regels lijkt een onoverkomelijke hindernis. Toch bundelden twee cafés aan het Kardinaal Mercierplein in Jette de krachten om samen een eerste editie van Excelsior Rocks! op poten te zetten. Nu zijn beide cafés niet helemaal onbeslagen in het organiseren van optredens. Vooral het Excelsior Stam Cool Café mocht al heel wat mooie namen verwelkomen, onder wie The Briefs en The Morlocks, terwijl ook het Welkom Café al enkele buitenlandse groepen een podium gaf.
Qua opkomst was Excelsior Rocks! alvast een succes. Nu maar hopen dat ook het financiële plaatje klopt, want het festival was volledig gratis. Het deed me wat denken aan de begindagen van het Binic Folks Blues Festival, waar men ook met een gratis formule kleine groepen uit de garagerock en punk aan een groter publiek presenteerde. In Jette was het toch net iets kleinschaliger: één dag, één podium en zeven groepen waarvan ik er vijf aan het werk zag.

De eerste band die ik zag, was MFC Chicken, een kwartet uit Londen dat al sinds 2010 actief is. Na vijf platen op Dirty Water Records verscheen hun nieuwste worp, ‘Milk Chicken’, op het Spaanse Folc Records. Met hun vieren, allen keurig in het pak en met een strikje, leken ze wel drie generaties te overspannen. Bassist Zig Criscuolo en gitarist Dan Criscuolo, die je ook zou kunnen kennen van The Fuzillis, waren vader en zoon terwijl drummer Ravi Low-Beer met gemak de opa van Dan had kunnen zijn.
De vier brachten bijzonder aanstekelijke no nonsense rock-'n-roll met de heerlijke sax van Spencer Evoy als drijvende kracht. Evoy was een frontman naar mijn hart die naast de sax ook de zang voor zijn rekening nam en tussendoor nog geregeld de tijd vond om zijn haar in de juiste plooi te kammen.
Opvallend veel nummers gingen over kippen waarvan ik er zowaar eentje herkende: "Chicken Shack Boogie" van Amos Milburn. Dit was retro rock-'n-roll, met zoveel panache gebracht zodat het nooit oubollig aanvoelde. Hier ging een onvermoede energie van uit die deed denken aan Barrence Whitfield, met wie ze trouwens hebben samengewerkt. De danspasjes waren wellicht wat keuriger dan bij die laatste, maar de bassist en de saxofonist waren toch niet te beroerd om zich even tussen het publiek te mengen.

De presentator, een lokale komiek die niet onverdienstelijk bleek in het droogworstenwerpen, wist ons te vertellen dat Little Steven (Van Zandt) hen ooit tot nummer één-garagerockband uitriep. Nu vermoed ik toch dat Little Steven er minstens eentje te veel op had toen hij die uitspraak over Muck and The Mires deed.
De acht platen die de band uit Boston, Massachusetts uitbracht, zijn bezwaarlijk meesterwerken te noemen en ook de laatste EP, ‘The Ghost of Roky Erickson’ valt ondanks zijn fraaie titel wat licht uit. Nu zijn dit soort groepen doorgaans beter live dan op vinyl maar aanvankelijk viel ook dat wat tegen. Hun retro powerpop in een garagejasje bleef in het begin wat steken in een troebele brei.
Nu hoeft garagerock voor mij zeker niet perfect te klinken maar hier vielen er nauwelijks nummers te ontwaren die die naam waardig waren. Nochtans ontbrak het de vier, die zich in identieke outfits hadden gehesen, allerminst aan enthousiasme. Maar met "Love Potion No.9", een cover van The Clovers, kwam plots de kentering. Eindelijk werd de juiste balans gevonden en kon ik ten volle genieten van hun ongecompliceerde songs. Ook hun uitstapje naar de Mersey Beat met "It's gonna be alright" van Gerry and The Pacemakers was een voltreffer.
Met het slotoffensief ging ik uiteindelijk helemaal overstag. Eerst was er het vrij stevige "I'm your man" dat leadgitarist Pedro Mire zong en dat geplukt werd uit het repertoire van zijn andere groep, de Ape Hangers. Maar het mooiste werd tot het laatst bewaard: "Commando", een onweerstaanbare Ramones-cover.

Les Rencards was de groep waar ik het meest naar uitkeek en ze maakten die verwachtingen meer dan waar. Les Rencards is een internationale groep uit Barcelona met vier uitgesproken persoonlijkheden. De Barcelonese zangeres Merli Marlowe is zonder twijfel de blikvanger van het gezelschap. Ze leek wel een jonge, en vooral sexyer, versie van Nana Mouskouri. Ze zingt in het Frans omdat ze als cineaste gefascineerd is door de Nouvelle Vague. Dat Frans leerde ze tijdens haar studies in Brussel.
Op het podium ontpopte ze zich meteen tot een onvervalste vamp. Haar hese stem bleek niet altijd even toonvast maar dat maakte haar zang alleen maar zwoeler. Samen met haar drie kompanen bracht ze een intrigerende mix van yé-yé en sixties garagerock. Kronkelend rond haar microfoonstandaard of zich een weg dansend door het publiek zoog ze voortdurend alle aandacht naar zich toe. Maar ook de drie andere muzikanten verdienden minstens evenveel aandacht. Marc Argenter, duidelijk de chouchou van Merli, bleef me verbazen met inventief gitaarwerk. De Braziliaan Gabriel de Camargo was al even imponerend op bas en mocht bovendien twee nummers in het Portugees zingen, die zeker niet van de minste waren. Ten slotte was er nog Ian Kay,de jonge Fransman van Armeense afkomst achter het drumstel. Ook hij bleek behoorlijk creatief: tijdens het prijsnummer "Mon ami" gebruikte hij zowaar een bierflesje als percussie-instrument. Ook hij mocht even iets zingen en deed dat met verve, in een nummer dat heel sterk aan Them deed denken. Dat hoeft niet te verbazen: hij brengt platen uit onder zijn eigen naam en is daarnaast zanger-gitarist bij The Cavemen V en The Missing Souls.
Les Rencards sloten hun indrukwekkende set af met "Ton rencard", waarin Merli nog eens alles uit de kast haalde om het publiek op te hitsen.

Daarna was het tijd voor onze nationale trots, The Kids. Intussen was het plein volledig volgelopen. Kwamen die echt allemaal voor The Kids of waren er velen die dit gratis festival enkel 's avonds wilden meemaken? Veel maakt het niet uit: The Kids speelden gewoon een verpletterende set. Ik zag ze eerder dit jaar al in De Zwerver, in het kader van hun vijftigjarig jubileum. Ook toen was ik behoorlijk onder de indruk, maar wat ik hier meemaakte, lag toch nog enkele niveaus hoger. Nochtans was de setlist nagenoeg identiek en zullen ze in Leffinge ongetwijfeld evenzeer het beste van zichzelf gegeven hebben. Maar hier in Jette hing een magie in de lucht die zich rationeel niet liet verklaren.
Vanaf het eerste nummer "No Work" sloeg de vonk over op het publiek. Wat volgde leek een resem onbetaalbare hits waarop het deinende publiek bijzonder warm reageerde. "On s'amuse!" riep gitarist Luc van de Poel in zijn beste Frans. Met zijn 73 is hij de nestor van de groep, maar toch leek hij veruit de energiekste van het stel. Of Ludo Mariman het besefte, weet ik niet, maar hij zong hier "Fascist Cops" in de schaduw van het plaatselijke politiekantoor.
Het was de aanloop naar een zinderende finale met "Do You Love the Nazis" als apotheose. Uiteraard kon een bisnummer niet uitblijven. "If the Kids Are United" van Sham 69 liet de moshpit ontploffen, waarna een stormloop op het podium volgde. Zo te zien begint het leven pas bij 70.

Opvallend veel mensen droegen een t-shirt van The Molotovs, terwijl de groep mij totaal onbekend was. Wat speurwerk leerde me dat The Molotovs een Londense groep zijn met broer en zus Mathew (zang/gitaar) en Issey (bas) Cartlidge als spilfiguren. Echt wild werd ik niet van hun dit jaar verschenen debuut ‘Wasted on Youth’, maar de groep zou met zo'n 600 optredens achter de kiezen vooral live een openbaring zijn. Samen met drummer Noah Riley wisten broer en zus het publiek vanaf de eerste noten in te palmen. Het oogde ook vrij spectaculair met Issey Cartlidge die als een krolse kat in jarretelles over het podium denderde. Mathew Cartlidge zag er niet alleen uit als een jonge Paul Weller, zo klonk hij ook. Diezelfde mix van mod en new wave, alleen ontbrak het hem aan de sterke songs van Weller.
Visueel bleef het tot de verbeelding spreken maar muzikaal gleed het te ver af richting mainstream-Britpop waardoor ik voortijdig afhaakte.

Toch was deze eerste editie van Excelsior Rocks! een schot in de roos, al waren er nog enkele werkpuntjes. Zo bleek de toog, toch een belangrijke bron van inkomsten voor een gratis festival, veel te klein om alle dorstigen te laven. Maar voor de rest niets dan lof!

Organisatie: Excelsior Stam Cool Café + Welkom Café, Jette ikv Excelsior Rocks!

Edinburgh Summer Sessions 2026 - een Ode aan de New Wave

Geschreven door

Edinburgh Summer Sessions 2026 - een Ode aan de New Wave
Edinburgh Summer Sessions 2026
Royal Highland Showgrounds
Edinburgh
2026-08-23
Filip Van Muylem

Reizen om je lievelingsband te zien, gebeurt nog en in dit geval is het voor The Cure. Vooraf zijn er drie groepen die mogen opwarmen: Just Musterd, Slowdive en Mogwai en dat op een veldje vlakbij de luchthaven van Edingburgh (Schotland).

Het is er mooi weer en lekker aanschuiven nog voor het echt begint en daar is een goede reden voor: wie toegang wil tot de halve cirkel (ze noemen het The Golden Circle) voor het podium moet snel zijn, want er is een badjes systeem: first in: first served. Het is een beetje dubbel: de echte fans komen sowieso vroeg en zijn dan ook zeker dat ze hun plaats niet kwijt zijn, want eens er geen bandjes meer zijn om uit te delen kan niemand anders nog voor het podium gaan staan en ja: daar zijn ze erg strikt in, maar de Schotten hebben respect voor deze regel en houden zich daar dan ook netjes aan zonder te morren.
Dit wil ook zeggen dat je rustig iets kan gaan drinken of iets gaan eten als er een band is die je niet aanstaat, je zal altijd toegang krijgen tot die halve cirkel bij vertoon van je armbandje.
Ander leuk ding: alles loopt af om 22h30, daar waar The Cure op Pinkpop rond die tijd pas op het podium verscheen, wat voor de ouderen of voor de mensen  die nadien nog een bus of een trein moesten nemen best handig is.

Beginnen doen ze met de jonge Ierse band Just Musterd die al van bij de eerste zangnoten van de zangeres hard doet denken aan Cranes en ook op het muzikale vlak zijn er gelijkenissen. Als jonge band merk je wel dat ze nog wat moeten groeien, de zangeres is ietwat schuchter en sommige nummers komen live nog niet helemaal tot hun recht.
Check zeker hun net uitgekomen werk eens (“We Were Just Here”). Gitzwart, betoverend mooi, maar iets te statisch.

Trapje hoger staat het legendarische Slowdive. Deze stond al langer op ons verlanglijstje en hen hier aan het werk zien is echt wel een dankbaar cadeau. Ze brengen hun grootste hits en heersen op vocaal niveau. Aan alles zie je dat dit mensen zijn die al lang bezig zijn en dat ze weten hoe ze de massa moeten betoveren met hun unieke sound. Alles klinkt goed en de sfeer zit goed. Ieder krijgt op vocaal niveau zijn ding: heavenly voices versus mannelijke stijl met wat schuurpapier. De zon schijnt net genoeg om ons op temperatuur te houden en de PA doet schitterend werk. Dit was dik de moeite!

Mogwai: hier kozen velen voor een broodje en een natje zoals dat heet. Vooraf hadden we onze twijfels of dit wel spek voor onze bek zou zijn en helaas kregen we gelijk: lange stukken gitaarsolo’s en als er al vocals waren verstonden we er geen moer van. Toch waren er fans bij wie de armen prijzend de lucht ingingen. Wat deed deze band overigens in dit rijtje? De twee vorige bands sloten perfect aan bij The Cure, maar deze?

The Cure: Dat het geluid super goed zou staan hadden we al gezegd, dat Robert Smith voor hij begon eerst het hele podium afstapte om iedereen te begroeten en het deed hem blijkbaar deugd om een uitverkochte editie te mogen afsluiten.
 Zoals steeds is elke set anders dan de vorige. Zo krijgen we deze keer geen enkel nummer uit het meest recente album en grijpt hij vooral terug naar ‘Disintegration’ en ‘Wish’, maar ook naar een minder vaak gespeeld nummer als “Secrets”. Er zat zelfs een guest muzikant bij: Gabriel Cooper mocht met zijn saxofoon opdraven tijdens “A Night Like This”, wat dit nummer net dat ietsje meer gaf. Als we mogen vergelijken met Pinkpop valt het op dat het tempo merkelijk hoger lag hier en ook dat we een iets blijere set hebben gekregen.
Reeves Gabrels is tevens een meerwaarde en weet zich steeds meer te bewijzen: de rust zelve terwijl hij de muziek op geniale wijze neerzet, zonder de spotlights op te zoeken. Robert Smith was in een goede bui en kon zelfs een grapje de wereld insturen op het moment dat hij even vergeten was wat het volgende nummer zou zijn en wat later een nieuw nummer wou aankondigen tot hij zijn fout inzag en aangaf: vreemd, want ik ben diegene die de setlist vastlegt. Licht entertainment, zo beschreef hij zelf de set van Edingburgh en de fans genoten met volle teugen: ze zongen de gekende nummers uit volle borst mee, klapten waar er van het verwacht werd dat ze zouden klappen, sprongen mee, kirden van plezier toen hun lievelingsnummer aan bod kwam enz. Wat de bisnummers betreft hebben we het gevoel dat er daar geen verandering inzit en die stuwen net de set naar één lang hoogtepunt, waarna de stilte veel te luid weerklinkt, want we zijn sets van drie uur gewoon, maar 22h30 is nu éénmaal 22h30 en in tegenstelling tot bij een solo show buigt hij hier voor de huisregels.

Het was een feest, een blij weerzien en ja we zitten met een vraag: waar blijven die nieuwe nummers? Los van dat: op naar het volgende The Cure optreden en wij kijken uit naar het nieuw album. Het was een topavond!
Voor de fans nog eens de setlist: Plainsong - Pictures Of You – High – Lovesong – Secrets – Burn - Fascination Street - Never Enough – Push - In Between Days - Just Like Heaven – Trust - Three Imaginary Boys - Charlotte Sometimes - A Night Like This - Play For Today - A Forest - From The Edge Of The Deep Green Sea - Prayers For Rain – Disintegration
Encore: Lullaby - The Walk - The Lovecats - Let's Go To Bed - Friday I'm In Love - Close To Me - Why Can't I Be You? - Boys Don't Cry

Even meegeven - Het festival was sold out (30.000 mensen)
Info: https://www.smmrsessions.com/

Organisatie: Edinburgh Summer Sessions

Pagina 1 van 147