logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Editors
Gary Numan
Interviews

Hunter Omega

Hunter Omega - Een goede band verandert en evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet

Geschreven door

Hunter Omega - Een goede band verandert en evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet

Een naamsverandering luidt wellicht een nieuwe bladzijde in voor een band, maar daarom verandert een band het wapen niet volledig van schouder. Neem nu Hunter Omega die na tien jaar hun naam verandert, van gewoon Hunter naar Hunter Omega dus. Met hun nieuwste EP ‘Lake of Death’ lijkt nog niet volledig nieuwe wegen ingeslagen, maar toch voel je bij sommige songs al een andere ‘vibe’ tevoorschijn komen.
Benieuwd als we zijn stelden we Joost enkele vragen erover, polsten naar de toekomstplannen en of de ambities nog steeds dezelfde zijn als op onze vorige babbel in 2021.

We spraken elkaar al enkele keren en ik heb jullie onder de naam Hunter
ook live gezien. Waarom besloten jullie na tien jaar de naam te veranderen in Hunter Omega? Waar staat die ‘Omega’ precies voor?
Joost:
Daar zijn eigenlijk twee redenen voor. De eerste reden heeft te maken met de nieuwe leden. De klank is onderweg veranderd en we hadden allemaal het gevoel dat het misschien geen volledig nieuwe band is, maar toch wel versie 2.0 van de band. ‘Omega’ komt grotendeels door David. Zijn teksten gingen altijd al over de dood en het einde, maar dat wordt steeds meer uitgesproken. Het wordt steeds meer apocalyptisch en grootser. Omega is de laatste letter van het Griekse alfabet en wordt gebruikt als symbool voor het einde van de dingen. In mijn hoofd staat het ook een beetje voor de ultieme versie van Hunter. Daarnaast is er een praktische reden. ‘Hunter’ is heel moeilijk te googelen en bijna niet terug te vinden op streamingdiensten. Mensen kwamen ons geregeld zeggen: “Ik zoek naar jullie, maar ik vind jullie niet.” Je komt terecht bij allerlei andere artiesten: een rapper, een techno dj of nog iemand anders—iedereen behalve ons. Tien jaar geleden hadden we er niet bij stilgestaan hoe belangrijk het is dat je online gemakkelijk vindbaar bent. Zonder de bezettingswissel hadden we de naam waarschijnlijk niet veranderd. Op dat moment voelden we echter allemaal dat de tijd rijp was: er kwam een nieuwe injectie en daarom hebben we de wijziging doorgevoerd.

Welke impulsen hebben de nieuwe bandleden gegeven? Muzikaal, maar ook op andere vlakken?
Joost:
Dat zijn in ieder geval nieuwe invloeden. Onze drummer is een jonge gast van twintig jaar. Hij luistert naar volledig andere dingen dan wij en brengt een massa ideeën en invloeden mee die wij niet kennen. Ik denk dat je die input op de EP al een beetje hoort. Manu komt meer uit de thrashhoek. Thomas was eerder de hardrocker van de groep; Manu zit veel meer in heavy metal en thrash. Op deze EP is dat allemaal nog niet zo
duidelijk, omdat de nummers al geschreven waren. Het zal duidelijker worden in het nieuwe materiaal waaraan we nu werken.

Ik merk die verandering op deze EP nog niet heel sterk. De plaat ligt nog altijd in het verlengde van het vroegere Hunter, al hoor ik subtiel iets meer thrash. Bij de jongeren die erbij gekomen zijn, voel je wel al dat er iets nieuws in zit
Joost:
Die invloed is er nu al, maar het is nog een beetje vroeg. Het zal een evolutie zijn. Het is niet onze bedoeling om te breken met wat Hunter was. We zijn altijd een heavymetalband geweest en dat zullen we blijven. Er komen gewoon nieuwe kleuren bij op het palet. Het wordt geen drastische ommekeer waarbij we plots een deathmetalband worden. Het zal allemaal wat intenser en wat zwaarder worden. Een goede band verandert en
evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet.

Met Hunter legden jullie al een mooi parcours af. Jullie stonden onder meer op Alcatraz in 2023. Heeft dat optreden werkelijk nieuwe deuren geopend?
Joost:
Daar zijn eigenlijk heel weinig concrete gevolgen uit voortgekomen. We hebben in 2024 wel nog stevig wat optredens gehad, maar we kunnen moeilijk zeggen dat Alcatraz en de promotie eromheen een wereld van verschil hebben gemaakt. Ik ben wel heel blij dat we er gespeeld hebben. Dat op zich is beloning genoeg. Het is een droomoptreden: een perfecte organisatie en een massa publiek. Maar echte contacten of concrete gevolgen zijn er niet uit voortgekomen. Met Hunter Omega hopen we dat het misschien iets beter lukt, maar dat zal de komende tijd moeten blijken. Er komt nog een promotiecampagne aan, dus we zullen zien. Voor mij mag dit alvast nog zeker tien jaar verdergaan, al voel je zoiets soms wel in je hoofd of in je lichaam.

De EP
Lake of Death is de aanleiding voor dit interview. Waarom kozen jullie specifiek voor een EP? Is dat omdat de band nog niet helemaal op punt staat?
Joost:
Het was eigenlijk gewoon een teken van leven. Rebel Angels Rise is ondertussen drie jaar oud en mensen vergeten snel tegenwoordig. We wilden iets op de markt brengen onder de
nieuwe naam, om ons opnieuw te presenteren en te zeggen: “Mensen, vergeet niet dat we er nog zijn.” We hadden vier nummers klaar en hebben die opgenomen. We
wilden er niet snel nog enkele nummers bij schrijven die misschien minder goed zouden zijn. Ik heb liever een EP zonder fillers dan een album waarvan je na een tijdje de helft overslaat.

De herkenbare muzikale basis blijft overeind, maar ik hoor een iets hardere aanpak, soms meer gericht op Amerikaanse heavy metal. Hoe kijken jullie zelf naar die ontwikkeling?
Joost:
De bedoeling was inderdaad dat het wat harder zou worden. Deze keer heb ik een groter deel van de muziek geschreven, uiteraard met de inbreng van de anderen. De reden waarom wij altijd vrij traag nummers schrijven, is dat iedere song het werk van de volledige groep is. Iemand komt met een basisidee, een strofe of een refrein. Daar werken we dan gezamenlijk op verder en iedereen voegt zijn bijdrage toe. Zo wordt het
een Hunter-nummer. We hadden vier nummers klaar en hebben die vier opgenomen. Ik heb bewust geprobeerd meer tempo in de songs te steken en te bekijken hoe het heviger kon en hoe ik betere riffs kon schrijven. Eigenlijk ben ik pas songs beginnen schrijven toen we met Hunter begonnen. Ik ben dus nog altijd volop aan het ontdekken hoe dat werkt, maar het lijkt mij steeds gemakkelijker af te gaan. Ook voor de volgende plaat ligt er al een steviger riffnummer klaar. Vroeger stond ik daar minder voor open. Vijftien jaar geleden was het voor mij bij wijze van spreken: “Heavy metal or get the fuck out.” Dat is breder geworden. Negentig procent van wat ik beluister, is nog altijd metal of daaraan verwant, maar je wordt nieuwsgieriger naar andere dingen. Dat kan bijna niet anders; je groeit als mens en als muziekliefhebber. De hokjesmentaliteit valt stilaan weg. Vroeger was je ofwel rockfan, ofwel hardrocker, ofwel iets anders. Onze drummer en zijn generatie denken niet meer op die manier in genres. Of iets nu populair is of niet, is voor hen niet belangrijk. Dat is een verrijking, want die gasten sluiten niets bij voorbaat uit. Wij deden dat vroeger wel sneller: “Dat is disco, dus daar luister ik niet naar.” Nu luister ik naar alles als ik het goed vind.

“Ghost of Anarchy”
sluit misschien het nauwst aan bij het vroegere Hunter. Was het een bewuste keuze om daarmee te openen en zo een brug tussen  verleden en heden te slaan, of is dat te ver gezocht?
Joost:
We hebben dat niet bewust zo gedaan. Als ik het mij goed herinner, was dit het eerste nummer waarmee ik afkwam. Daardoor is het misschien nog het meest in de geest van het vroegere Hunter geschreven. Ik kwam met een riff, we bouwden daarop verder en iedereen vond het goed. Je moet van ons geen schokkende verrassingen verwachten in de zin dat we ons plots 180 graden keren. Hopelijk blijft er wel een stijgende lijn en een duidelijke evolutie zichtbaar, maar in de kern zal het altijd goede heavy metal blijven. Ik ben dus niet bewust met het idee gekomen: dit moet de link met het verleden worden. We waren het er wel allemaal over eens dat het met die riff de perfecte opener was. Het is fijn als het ook het effect heeft dat jij beschrijft.

De titeltrack
“Lake of Death” lijkt onder zijn donkere heavymetal verpakking over verlies en rouw te gaan. Is dat een heel persoonlijk verhaal? Willen jullie met dat nummer een bepaald hoofdstuk van een rouwproces afsluiten?
Joost:
Het is veel abstracter. De teksten zijn natuurlijk Davids domein. Ik wil niet voor hem spreken, want dat is gevaarlijk. Voor mij is Lake of Death niet de bestemming, maar de weg die je moet passeren om op je bestemming te raken. Je moet over dat meer; aan de overkant wacht iets. Zo interpreteer ik het. David heeft er zijn eigen invulling aan gegeven, maar ik weet zelf niet precies welke.

Mijn ouders zijn op vrij korte tijd overleden. Ik voel me erdoor persoonlijk met het nummer verbonden
Joost:
Dat is geen probleem. Iedereen kan op zijn eigen manier invulling geven aan dat rouwproces. Voor jou betekent het iets anders dan voor David en misschien is zijn betekenis nog persoonlijker. Ik denk dat een van Davids sterke eigenschappen, en ook een evolutie in zijn werk, is dat zijn teksten steeds minder specifiek worden en steeds meer symboliek en diepte krijgen. Het zijn metaforen en parabels. Op het debuut stond bijvoorbeeld No Man’s Land. Dat nummer ging heel concreet over de Eerste Wereldoorlog en de loopgraven. Ondertussen zijn de teksten veel breder. Ze zijn nog altijd verpakt als een verhaal met een thema, maar er zit veel meer achter.

“F.A.F.O.
” behoort tot het snelste en venijnigste materiaal dat jullie hebben uitgebracht. Is dat een richting die Hunter Omega verder wil verkennen?
Joost:
Het lijkt voor iedereen het nummer te zijn dat eruit springt. Het is een knaller en valt met die drumintro meteen met de deur in huis. Het basisidee kwam van onze bassist. Ik begon daarop te spelen en vond snel wat ik met zijn baslijn moest doen. Daarna viel alles op zijn plaats. Het is het krachtigste nummer van de plaat. Ik ben er dan ook voorstander van om de EP ermee af te sluiten. Je moet met een knal eindigen en het niet laten wegzakken. Je moet blijven opbouwen naar een climax. Volgens mij is dat zeker gelukt. Je kunt natuurlijk geen nummers op commando schrijven. Ik ga er dus niet van uit dat er op de volgende plaat automatisch een F.A.F.O. 2 komt. We zullen wel proberen songs te maken die dezelfde reactie bij de mensen losmaken. Die energie willen we behouden; ze moet in onze muziek zitten.

Met
“Knight of the Black Rose Part 3” zetten jullie een verhaal voort dat op het debuut begon. Is dit de afsluiting van de saga?
Joost:
Dit is inderdaad het laatste luik van de trilogie. Met dit nummer is het verhaal verteld. Het is gebaseerd op een personage uit de Dragonlance boeken. Ik wilde het derde deel echt afwerken. Toen David voor Rebel Angels Rise deel twee had geschreven, zei hij dat zijn tekst nog niet afgerond was. Ik antwoordde: “Dan zal er nog een derde deel komen waarin je het verhaal op een goede manier kunt afronden.”
Dat heb ik bewust proberen te doen. Het nummer verschilt qua sfeer van de eerste twee delen. Het past bij het verhaal en sluit aan bij de tekst, maar het klinkt misschien ook wat anders dan mensen van ons verwachten.

Was het volledige verhaal vooraf uitgetekend, of is het drieluik gaandeweg gegroeid?
Joost:
Het is gegroeid. Bij het begin was een drieluik nooit de bedoeling. Toen deel twee er was, merkte ik dat David zijn verhaal nog niet volledig had kunnen vertellen. Ik wilde dat het een duidelijk begin en einde kreeg. Anders bleef het voor mij als een cliffhanger aanvoelen, zonder dat er ooit een einde kwam. Daarom vond ik dat we nog een derde deel moesten maken en het op deze EP moesten zetten. Nu is het verhaal
rond. We hebben nog even gespeeld met het idee om deel één en deel twee opnieuw op te nemen en het volledige drieluik samen uit te brengen. Misschien doen we dat ooit nog, maar nu was het belangrijk om nieuw materiaal te presenteren.

De verhalende aanpak en de samenhang zouden zich uitstekend lenen voor een conceptalbum. Is dat iets wat jullie ooit zouden overwegen?
Joost:
Ik ben niet tegen conceptalbums. Er bestaan goede en slechte conceptalbums. Als het te vergezocht is, werkt het niet; als het goed gedaan is, kan het heel goed zijn. Ik vind Operation: Mindcrime van Queensrÿche bijvoorbeeld een van de beste platen die ooit gemaakt zijn. Een conceptalbum zou mij dus niet storen, maar het is enorm veel werk. Ik zie mezelf dat als songwriter voorlopig nog niet doen. Je moet dan werken met muzikale thema’s die terugkeren en dat lijkt mij nog wat hoog gegrepen. Maar zeg nooit , nooit. Onze songs hebben wel een overkoepelend thema: het einde en de dood, in verschillende vormen. Ze zijn alleen niet bewust als één samenhangend geheel geschreven. In die zin lijkt het misschien een beetje op een concept, maar eigenlijk is het dat niet.

Ook het artwork verbindt verschillende nummers. De ridder, het meer en het kasteel verwijzen elk naar een verhaal op de EP. Hoe nauw waren jullie bij het ontwerp betrokken?
Joost:
We werkten opnieuw met dezelfde artiest die de hoes van Rebel Angels Rise heeft gemaakt, Pedro Sena die onder de naam Lordigan werkt. Hij levert fantastisch werk. David reikte een aantal concepten aan. We geven de artiest enkele richtlijnen, ideeën en informatie over de onderwerpen van de songs. Vervolgens stuurt hij een paar schetsen, wij kiezen de richting en daarna krijgen we een afgewerkt product waar iedereen heel tevreden over is. De elementen uit de nummers zitten inderdaad in de hoes. Het meer uit Lake of Death wilden we er expliciet op, bijvoorbeeld op de achtergrond. De ruïne of het bouwvallige kasteel was een toevoeging van de artiest die er perfect bij paste. Hoe langer je naar de hoes kijkt, hoe meer details je ontdekt. Dat gaat in deze tijd van streaming en digitale muziek soms verloren. Mensen die de vinylversie kopen, kunnen de hoes echt in handen nemen en ernaar blijven kijken, zoals wij vroeger met een nieuwe plaat of cd deden: de teksten volgen en alle details bestuderen.

In ons vorige interview omschreef je de band als een hechte vriendenkring. Is die dynamiek door de bezettingswissel veranderd?
Joost:
Dat is onvermijdelijk. Er komen nieuwe mensen bij die hun eigen persoonlijkheid en ideeën meebrengen. Het belangrijkste was voor mij in beide gevallen—zowel bij de nieuwe drummer als bij de nieuwe gitarist—dat we iemand vonden die als persoon bij de groep paste. Ik wil niet met een vervelende kerel in een band zitten. Ik wil iemand met wie je kunt omgaan en met wie je vrienden kunt worden. Dat is gelukt. De vader van onze drummer ken ik al ongeveer vijfentwintig jaar. Met de nieuwe gitarist heb ik vroeger lange tijd in een andere groep gespeeld. Hij moest toen stoppen omdat hij voor zijn werk naar het buitenland vertrok. Hij is letterlijk teruggekomen in de maand waarin wij een nieuwe gitarist nodig hadden. Dat kon niet beter uitkomen: we kenden hem al, hij is een uitstekende muzikant en een fijne mens. Het was voor ons een evidente keuze. Hij kon meteen in de groep stappen. Iedereen wint daarbij.

In 2021 zei je dat jullie het zo ver mogelijk wilden brengen, maar tegelijk evenveel plezier wilden blijven beleven. Is dat nog altijd zo, of heeft Hunter Omega andere ambities gekregen?
Joost:
Dat is nog altijd hetzelfde. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken, maar niet ten koste van alles. Het is in de eerste plaats voor onszelf: wij moeten tevreden zijn en wij moeten het plezierig vinden. Ons doel is de best mogelijke muziek maken die wij kunnen maken. Als je dan op Alcatraz mag spelen, is dat mooi meegenomen. Dat was een heel mooie ervaring en hopelijk lukt het ons nog eens. We slaan geen optredens
af en willen overal spelen zolang we dat op onze eigen manier kunnen doen.

Hadden jullie iets bijzonders gepland voor het tienjarige bestaan?
Joost:
Het tienjarige jubileum is door de naamsverandering een beetje in het water gevallen. Je kunt moeilijk tien jaar bestaan vieren onder een nieuwe groepsnaam. Eerst bestond het idee om terug te rekenen naar ons eerste optreden en daar later nog iets mee te doen, maar met de overgang naar Hunter Omega voelde dat wat verkeerd aan.

Zijn er beslissingen die je met de kennis van vandaag anders zou nemen?
Joost:
Het enige wat ik achteraf anders zou doen, is meteen een andere groepsnaam kiezen—een naam die gemakkelijk te googelen en te vinden is. Voor de rest niet. We hebben voor niemand een knieval gemaakt en ons nooit aangepast tegen onze principes in. We doen wat we willen  doen en dat zullen we blijven doen. Alleen hadden we beter meteen een gemakkelijker vindbare naam gekozen.

Het is al even geleden dat ik jullie live zag. Komen er nieuwe optredens aan?
Joost:
Dit jaar was het redelijk rustig op het vlak van optredens. We hebben tijd besteed aan het inwerken van de nieuwe mensen en legden de focus vooral op de opnames. Ondertussen zijn er drie optredens geboekt en zijn we volop aan het zoeken en plannen voor volgend jaar.
16 oktober in B52
16 januari in Asgaard
9 april Gullegem Metal Fest

Is er ook ambitie om meer in het buitenland te spelen?
Joost:
Ja, graag. Overal. Je moet daarvoor de juiste contacten hebben en het is aan ons om die te leggen. Een goede promotor kan daarin een belangrijke rol spelen en de juiste deuren openen.

Jullie zeiden vroeger al: “We zijn geen achttien meer.” Hoe zorgen jullie ervoor dat Hunter Omega ambitieus blijft zonder dat de band ten koste gaat van werk, gezin, plezier en gezondheid? Ik geef toe dat ik zelf ook geregeld met mijn gezondheid wordt geconfronteerd.
Joost:
Het gaat altijd om de vraag hoeveel tijd je ervoor wilt vrijmaken. In de jaren negentig speelde ik in een ban waarin we drie keer per week moesten repeteren, anders was het niet goed. Tijdens een van die drie repetities zat iedereen dan toch maar met zijn duimen te draaien. Nu repeteren we één keer per week. Dat volstaat om de set te onderhouden en aan nieuwe nummers te werken. Gezondheid heeft altijd voor een
deel met geluk te maken. In de jaren tachtig dacht ik dat iemand van vijfentwintig te oud was om nog in een groep te spelen. Ondertussen zien we iemand als Biff [Byford] op zijn vijfenzeventigste nog op het podium staan als
een jonge gast. Zolang het fysiek gaat, zie ik mezelf niets anders doen. Ik speel al zesendertig jaar in bands en ik weet niet wat ik anders met mijn vrije
tijd zou moeten aanvangen. Soms speel ik zelfs nog liever gitaar dan vroeger. Ook nu we weer actiever zijn, is er een nieuwe dimensie opengegaan. Zolang ik er niet tegenop begin te zien om mijn materiaal mee te sleuren en naar een optreden te gaan, blijf ik doorgaan. Ik geef wel toe dat ik mijn installatie behoorlijk heb ingekrompen. De tijd van gigantische luidsprekerkasten en zware
versterkers meesleuren, heb ik achter mij gelaten. Tegenwoordig bestaat er zoveel compact materiaal van topkwaliteit. Dat maakt het een stuk gemakkelijker voor mijn rug.

Laat ons hopen dat we hier samen nog minstens tien jaar mee kunnen doorgaan, Joost. Hopelijk komen we elkaar binnenkort opnieuw tegen op een concert. Veel succes met dit nieuwe verhaal.

Carnation

Carnation – Onze doelen worden telkens opnieuw verlegd

Geschreven door

Carnation – Onze doelen worden telkens opnieuw verlegd

We volgen Carnation al sinds hun jonge jaren. In 2016 zagen we hen aan het werk op Antwerp Metal Fest; een jaar later maakten ze ook op Alcatraz indruk. Hun debuut ‘Chapel of Abhorrence’ bevestigde wat we op die podia al vermoedden.
Ondertussen heeft de band zich tot ver buiten België bewezen. Met ‘Symphony in Flesh’, dat nu in oktober verschijnt, klinkt Carnation nog altijd even gedreven.
We hadden een fijne babbel met Jonathan Verstrepen over de nieuwe plaat, blikten terug op het verleden en de evolutie van Carnation, en keken vooruit naar de toekomst en de ambities van de band.

Carnation bestaat inmiddels al meer dan tien jaar. Als je terugkijkt op dat parcours, zijn er zaken die je vandaag anders zou aanpakken?
Ik denk niet dat we fundamenteel andere keuzes zouden maken. We zijn blij met hoe alles gelopen is en hebben van bij het begin veel zelf in handen genomen. Dat heeft ons als band sterk vooruitgeholpen. We brachten drie albums uit via Season of Mist. Als we dat contract vandaag opnieuw zouden onderhandelen, zouden we misschien proberen om er minder albums aan te koppelen. In die periode hadden we soms minder controle over zaken als promotie en online advertenties. Achteraf denk je dan weleens dat je bepaalde dingen zelf beter had kunnen aanpakken. Toch hebben we daar geen spijt van: het was vooral een belangrijk leerproces.

Wanneer jullie in 2013 begonnen, waren de ambities vermoedelijk heel anders. Hoe hebben die doelen zich door de jaren heen ontwikkeld?
In het prille begin leek het ons al geweldig om ooit samen te spelen met bands waarnaar we zelf opkeken en waaruit we inspiratie haalden, zoals Entombed of Obituary. Vrij snel kregen we zulke kansen en merkten we dat er meer mogelijk was. Sindsdien worden de doelen telkens wat verlegd. We proberen ze haalbaar te houden, zodat we niet voortdurend teleurgesteld raken, maar tegelijk blijven we vooruitkijken. We zijn vooral heel blij met en dankbaar voor wat we al hebben kunnen doen.

Death metal is geen vanzelfsprekend genre om een groot publiek mee te bereiken. Waarom is Carnation er volgens jou toch in geslaagd om door te groeien?
Onze muziek is binnen death metal misschien nog vrij muzikaal en herkenbaar. Onze invloeden komen niet uitsluitend uit death metal. We luisteren bijvoorbeeld ook naar Iron Maiden, Motörhead en progressieve muziek. Als een nummer van een andere band sterk in elkaar zit, analyseer ik graag waarom het werkt. Die manier van denken nemen we mee in onze eigen songwriting. We proberen goede deathmetalnummers te schrijven die tegelijk blijven hangen. Iemand omschreef ons ooit als een deathmetalband die hits kan schrijven. Dat vond ik eigenlijk een mooie beschrijving.

Met ‘Symphony in Flesh’ lijken jullie opnieuw dichter bij de kern van Carnation te komen dan op ‘Cursed Mortality’. Was het de bedoeling om terug te grijpen naar de brutaliteit van de eerste platen?
Cursed Mortality was experimenteler, trager en op bepaalde momenten ook zwarter. Voor de nieuwe plaat wilden we opnieuw iets van de rauwheid en brutaliteit van de eerste twee albums naar boven halen. Tegelijk wilden we alles toepassen wat we onderweg geleerd hebben. Het mocht geen herhaling van ons debuut worden: we wilden een nieuw album met een eigen geluid maken. In sommige nummers komt die brutale kant sterker naar voren dan in andere.

Wat is volgens jou het grootste muzikale verschil met de vroegere albums?
We werken nu veel meer met melodie en sfeer. Ook onze manier van nummers schrijven is geëvolueerd. De typische Carnation-sound blijft aanwezig, maar daarnaast durven we andere elementen toe te voegen. Het laatste nummer van de plaat is daarvan waarschijnlijk het duidelijkste voorbeeld.

De afsluiter, ‘Legacy of the Forefathers’, duurt ongeveer elf minuten en voelt bijna als een verhaal op zich. Hoe is dat nummer ontstaan, en toont het mogelijk een richting voor de toekomst?
Dat is voorlopig moeilijk te zeggen, omdat we nog maar aan het begin van het schrijfproces voor de volgende plaat staan. Mijn broer en ik houden wel van lange, progressief opgebouwde nummers waarin echt een verhaal wordt verteld en de muziek een belevenis op zich wordt. Er mogen onverwachte passages in zitten. Uit de eerste recensies blijkt bovendien dat dit nummer bij veel mensen blijft hangen. Ik zou het dus zeker niet erg vinden om in de toekomst vaker zoiets te doen, maar we zullen zien waar het schrijfproces ons brengt.

De muziek en de teksten roepen vaak beelden van psychologische horror en folklore op. Hebben jullie ooit aan een volwaardig conceptalbum gedacht?
Ik heb daar al verschillende keren over nagedacht, omdat het volgens mij goed bij de band zou passen. Het is er tot nu toe nog niet van gekomen, maar misschien is het wel een idee voor een volgende plaat. Het is in ieder geval iets waarover we al gesproken hebben.

Ook op plaat heeft Carnation een sterk livegevoel. Proberen jullie die podiumenergie bewust in de studio te behouden?
In het begin kregen we vaak te horen dat onze livesound erg sterk was. Daardoor zijn we gaan nadenken over hoe we die energie ook in de studio konden vastleggen. We proberen de muziek niet te veel te bewerken en alles zo puur mogelijk te houden. Dat draagt er waarschijnlijk toe bij dat de plaat live en direct klinkt.

Is Carnation volgens jou een band die je echt live moet zien?
Ik denk het wel. Dat horen we ook vaak van mensen. We houden zelf van een theatrale show en vinden het belangrijk dat het publiek niet alleen iets te horen, maar ook iets te zien krijgt. Momenteel werken we aan een volledig nieuw podiumontwerp. Het hele podium zal meer aangekleed worden, zodat de volgende shows een andere sfeer krijgen. We willen live nog sterker en theatraler worden.

De productie werd opnieuw binnen de vertrouwde kring aangepakt. Wat zijn de voordelen daarvan?
Het grootste voordeel is de vrijheid en de tijd die we krijgen. Wanneer je een externe studio voor twee weken boekt, moet alles binnen die periode klaar zijn. Nu kunnen we opnemen, later opnieuw luisteren en terugkeren wanneer we nog ideeën krijgen of iets willen verbeteren. Bovendien kent Yarne  de band en weet hij hoe we live klinken. Daardoor kunnen we samen veel gerichter naar het juiste geluid zoeken.

Hebben de buitenlandse optredens ook nieuwe deuren geopend in België?
Dat helpt zeker. Helemaal in het begin zijn we met onze eerste EP zelfs naar Japan gevlogen, terwijl bijna niemand ons daar kende. Door zulke avonturen kregen we ook in België meer bereik. Hetzelfde geldt voor Europese tournees: tijdens shows ontmoet je organisatoren van andere zalen en festivals, en zo leidt het ene vaak tot het andere.

Jullie speelden inmiddels drie keer op Graspop. Welke komende optredens springen er voor jou uit?
We kijken vooral uit naar onze eigen releaseshow, op 7 november in Kavka.  https://kavka.be/event/carnation-symphony-in-flesh-release-show/ omdat dit de eerste keer wordt dat we de nieuwe nummers live brengen. Daar voelen we wellicht ook de meeste gezonde stress voor, want we willen alles zo goed mogelijk voorbereiden. Daarnaast volgen nog andere optredens en festivals. Zoals Pluto Fest in Deinze op 21 november.  https://www.facebook.com/events/brielpoort-deinze/pluto-fest-2026/2428360317616272/

Is optreden voor een klein publiek moeilijker dan voor een grote festivalmassa?
Een kleine, goed gevulde zaal kan heel aangenaam zijn. Wanneer er echter maar tien mensen staan, zie je ieder gezicht afzonderlijk en voel je hun reactie veel directer. Voor een grote menigte zie je eerder één zee van mensen. In die zin kan een heel klein publiek soms inderdaad moeilijker zijn.

Wat beschouw je persoonlijk als een van de grootste hoogtepunten uit de carrière van Carnation?
De 70,000 Tons of Metal-cruise is zonder twijfel een van de grootste hoogtepunten. We hadden nooit gedacht dat we dat zouden meemaken, en inmiddels hebben we het al twee keer mogen doen. Veel mensen dromen ervan om daar ooit als bezoeker naartoe te gaan. Dat wij er met de band een hele week konden verblijven en optreden, was echt bijzonder.

Welke grote ambitie staat er nog op de lijst?
Een tournee door Amerika. We speelden er al op de cruise, maar dat is niet hetzelfde als echt door het land touren. We krijgen die vraag vaak en weten dat onze platen er goed verkopen. Toch is het tegenwoordig niet eenvoudig. Werkvisa vragen maanden voorbereiding, kosten veel geld en vormen voor veel bands een struikelblok. Ook touren zelf verloopt er anders dan in Europa en je moet veel meer zelf organiseren. Toch blijft het iets wat we graag willen doen.

Waar hoop je dat Carnation over twintig jaar staat?
Daar heb ik nog nooit heel concreet over nagedacht. Ik hoop vooral dat we dan nog altijd kunnen doen wat we nu doen en dat we er evenveel plezier aan beleven. Of de band tegen dan groter of kleiner is, vind ik minder belangrijk, zolang we het nog graag doen.

Kunnen jullie tijdens het schrijven al voorspellen welke nummers erbovenuit zullen steken?
Soms denken we dat te weten. Onze nummers worden eerst instrumentaal geschreven en af en toe voel je in die fase al dat een bepaald nummer bijzonder kan worden. Maar zodra er tekst en zang bij komen, kan je mening volledig omslaan. In het verleden hebben we meermaals gemerkt dat een nummer pas echt zijn identiteit krijgt wanneer de zang erop staat.

Hoe belangrijk is de vriendschap binnen de band?
Heel belangrijk. We maken onderweg ook minder aangename dingen mee: shows waar alles slecht geregeld is, problemen met vervoer en allerlei andere tegenslagen. Omdat we zo’n hechte groep zijn, kunnen we daar achteraf meestal nog mee lachen. Iedereen doet bovendien iets voor de band. De taken achter de schermen worden verdeeld volgens ieders sterke punten. Ik denk dat die dynamiek ons sterker maakt.

Wanneer zou Carnation voor jullie niet langer hoeven door te gaan?
Wanneer we zouden voelen dat het niet meer vooruitgaat, dat de muziek niet meer is wat we willen maken of dat we ons niet langer kunnen verbeteren. Vooral het idee dat we geen beter album meer zouden kunnen schrijven dan het vorige, zou moeilijk zijn. Maar zover zijn we gelukkig nog lang niet.

In de popwereld ligt de nadruk steeds meer op losse singles. Waarom blijft een volledig album voor Carnation belangrijk?
Mensen die naar metal luisteren, kopen en beluisteren volgens mij nog graag volledige albums. In onze wereld wordt het albumformaat nog altijd gewaardeerd en begrepen. We hebben onze strategie wel aangepast: vroeger brachten we misschien twee singles vooraf uit, nu kunnen dat er vijf zijn, verspreid over een langere periode. Zo bereik je via streaming meer mensen. Maar die singles moeten voor ons nog altijd deel uitmaken van een volledig album; we willen niet uitsluitend losse nummers uitbrengen.

Tussen de albums zit doorgaans behoorlijk wat tijd. Willen jullie het tempo in de toekomst verhogen?
Na de release van een plaat willen we er zoveel mogelijk mee optreden. Daardoor blijft er aanvankelijk weinig tijd over om nieuw materiaal te schrijven. Pas later ontstaat opnieuw ruimte voor een volgende plaat. Nu proberen we iets sneller te werken, omdat alles tegenwoordig veel vlugger voorbijgaat en een nieuw album na enkele weken alweer uit de aandacht kan verdwijnen. We zijn daarom al aan het schrijven voor de volgende plaat. Toch mag snelheid nooit belangrijker worden dan kwaliteit. We schrijven graag muziek en willen onszelf niet zo onder druk zetten dat we later spijt krijgen van keuze.

CD review 2026 Symphony In Flesh

Dank voor de fijne babbel. Veel succes met de nieuwe plaat en hopelijk zien we jullie binnenkort opnieuw live aan het werk

Steamroller

Steamroller – Een riff moet vanaf de eerste seconde binnenkomen

Geschreven door

Steamroller – Een riff moet vanaf de eerste seconde binnenkomen

Op een festivaldag die nog maar net op gang is getrokken, krijgt Steamroller de ondankbare taak om vlak na het middaguur de deuren open te beuken. De Belgische band speelt vol overgave, strak en gevarieerd. Zanger Pieter Van Hecke probeert zelfs een eerste moshpit uit te lokken, al blijkt het daarvoor nog wat vroeg. Aan het enthousiasme van de groep ligt het alvast niet. Na die stevige start van Devils Rock For An Angel praten we met Steamroller over het ontstaan van de band, de maatschappijkritische EP ‘Stolen Focus’, onze door technologie gekaapte aandacht en nieuwe muziek. Ook Alcatraz en Graspop blijken nadrukkelijk op de verlanglijst te staan.

Steamroller is voortgekomen uit Kill Corruption. Wanneer voelden jullie dat het niet langer een voortzetting was, maar echt een nieuwe band met een eigen identiteit?
Steamroller is inderdaad voortgevloeid uit Kill Corruption, dat zelf een afsplitsing was van Cuttermess. De bassist en drummer waren daar samen met twee gitaristen vertrokken, maar die gitaristen hielden het vrij snel voor bekeken. Vervolgens gingen de bassist en drummer op zoek naar nieuwe muzikanten. Joni en David kwamen erbij als gitaristen en iets later vervoegde Pieter de band als zanger. Met die bezetting namen we één single op, ‘Steamroller’. De bassist en drummer kregen daarna andere prioriteiten en het werd steeds moeilijker om de band met hun gezinsleven te combineren. Uiteindelijk gingen we uit elkaar, maar wij besloten verder te werken met de muziek die er al lag. We hadden alleen nog een nieuwe naam nodig. De vrouw van David stelde Steamroller voor, naar de titel van de single, en die naam voelde meteen goed. Niet lang daarna kwamen Tom erbij als bassist en Jef als drummer. Zo waren we opnieuw met vijf en kreeg de band zijn huidige vorm.

De naam past natuurlijk uitstekend bij de muziek: die dendert inderdaad als een pletwals over de luisteraar heen. Wat mij eveneens opvalt, is de maatschappijkritische insteek. Welke onderwerpen of frustraties doen jullie naar de pen en de gitaren grijpen?
Pieter schrijft over zaken waarvan hij wakker ligt, waar hij last van heeft of waarover hij kwaad wordt. De muziek is daarbij een uitlaatklep, maar niet zijn enige. Door zijn beroep werkt hij ook rond kwaadheid en agressie. Hij heeft geleerd die woede op de juiste temperatuur te krijgen: hoog genoeg om op het podium te kunnen presteren, maar niet zo hoog dat hij niet meer weet wat hij doet. Op het podium is die kwaadheid dus beheerst. Daarin zijn we misschien geen traditionele thrashband. Veel thrashteksten gaan over grote maatschappelijke problemen, terwijl onze teksten vaak persoonlijker en socialer zijn. Het is zeker geen nonsens: we willen dat iedereen binnen de band zich erin kan vinden. Pieter is verantwoordelijk voor de meeste teksten, maar het blijft belangrijk dat we met zijn allen min of meer in dezelfde richting kijken.

De titel van jullie EP ‘Stolen Focus’ verwijst naar het gelijknamige boek van Johann Hari, over de manier waarop onze aandacht wordt aangetast. Waarom wilden jullie dat thema in een nummer verwerken?
Het boek gaat over de manier waarop onze aandacht massaal wordt weggenomen door technologie en grote technologiebedrijven. Pieter vond het een fantastisch boek en werd tegelijk kwaad van wat erin stond, omdat hij zichzelf erin herkende. Hij is zelf behoorlijk verslaafd aan zijn smartphone en moet die aan het begin van de dag zo ver mogelijk wegleggen om goed aan de dag te kunnen beginnen. Daarom leek het hem een goed idee om er een nummer over te schrijven. Voor een band zijn sociale media en streaming tegelijk bijna onmisbaar geworden. Je kunt er veel meer mensen mee bereiken, maar de vraag is hoe diep dat contact nog gaat. Mensen krijgen zoveel muziek aangeboden dat ze iets even beluisteren en daarna alweer verdergaan. Vroeger kon een luisteraar een sterkere band met een plaat ontwikkelen. Dat dubbele gevoel zit eveneens in het onderwerp: sociale media zijn nuttig, zolang ze je leven niet gaan beheersen.

De vijf nummers op ‘Stolen Focus’ voelen niet allemaal hetzelfde aan, hoewel er wel een duidelijke rode draad doorheen loopt. Is die variatie bewust ontstaan?
Iedereen brengt zijn eigen invloeden mee. Een van ons speelt ook in een punkband, terwijl iemand anders opgroeide met de nu-metal uit de jaren negentig. Al die invloeden sijpelen, vaak onbewust, in Steamroller door. Tijdens de studio-opnames hadden we bovendien veel aan de begeleiding van onze producer Francis. Hij leerde ons anders naar de nummers kijken: kunnen we hier variëren, kan dit anders en zijn we niet voortdurend hetzelfde aan het doen? Ook bij het schrijven van zanglijnen en teksten denken we daar nu bewuster over na. Het onderwerp en de formule mogen herkenbaar blijven, maar binnen die structuur moet voldoende gebeuren om het interessant te houden. Onze muziek moet in de eerste plaats luisterbaar zijn. De nummers zitten doordacht in elkaar, maar het draait niet om muzikaal haantjesgedrag of zoveel mogelijk noten in één compositie stoppen. Een riff moet vanaf de eerste seconde binnenkomen. We maken nummers die we zelf goed vinden. Wanneer het publiek daarin meegaat, is dat uiteraard mooi meegenomen.

In de mix staat de bas opvallend ver naar voren. Was dat een bewuste keuze om Steamroller van andere thrashbands te onderscheiden?
Dat is deels een bewuste keuze en deels gewoon het gevolg van de manier waarop Tom speelt: hij heeft een bijzonder krachtige aanslag. Mogelijk hoor je daarin ook iets van onze hardcore-invloeden. Bij veel thrashbands domineren de scherpe gitaren, terwijl wij willen dat je de bas echt in de buik voelt. Het ontstond niet vanuit een theoretisch plan om anders te klinken, maar het geeft ons geluid wel een eigen karakter.

Jullie openden het festival DRFAA. Zorgt een festival openen ervoor om meteen voluit te gaan, of is het net moeilijker om een spanningsboog op te bouwen?
Openen is nooit de makkelijkste plaats maar we gaan altijd direct voluit . In eerste instantie hadden we 30 min speeltijd . Maar uiteindelijk zijn tot een compromis gekomen en mochten we vroeger  beginnen, en hebben de volle veertig minuten voluit kunnen gaan . We proberen onze set wel zo samen te stellen dat we onmiddellijk met enkele stevige nummers beginnen en het publiek snel meekrijgen. Eigenlijk geven we altijd vol gas, of de zaal nu meteen reageert of niet. Omdat we als band allemaal in dezelfde richting kijken en er samen volledig voor gaan, slaat die energie doorgaans ook over op het publiek.

Denken jullie tijdens het schrijven al na over de manier waarop een nummer op het podium zal werken?
We vertrekken altijd vanuit een goede riff en bouwen vervolgens een nummer dat we zelf sterk vinden. We schrijven dus niet bewust volgens een formule om bepaalde publieksreacties uit te lokken. Bij het zoeken naar zanglijnen denkt Pieter er soms wel over na hoe iets tegelijk catchy en opzwepend kan klinken. Als frontman is het uiteindelijk ook zijn taak om de mensen mee te krijgen.

Ook visueel vormen het logo, de hoes, de shirts, de podiumbanners en het kleurgebruik één duidelijk geheel. Wie bewaakt dat aspect?
We vinden het belangrijk dat mensen die een ticket kopen ook visueel iets terugkrijgen. Het hoeft niet overdreven te zijn, maar het totaalbeeld moet kloppen. Tegelijk willen we de bekende metalclichés vermijden. Niet iedere hoes heeft een doodskop of een monster nodig. Het artwork van onze eerste release werd trouwens door een echte kunstenaar gemaakt, niet met artificiële intelligentie. Ook daarin willen we iets tonen dat werkelijk bij Steamroller past.

De opbrengst van Devils Rock For An Angel gaat naar verschillende goede doelen. Geeft het dit optreden een extra betekenis, zeker omdat ook jullie muziek maatschappelijk betrokken is?
Zeker. Iedereen wordt vroeg of laat geconfronteerd met situaties waarin ondersteuning nodig is. Een van de organisaties die door het festival wordt gesteund, is bovendien vanuit het beroepsleven van Pieter niet onbekend. Het is fijn dat we door hier te spelen iets kunnen bijdragen.

Merken jullie dat Steamroller als liveband snel groeit? Wat leren jullie uit ieder optreden?
Hoe vaker je speelt, hoe beter je op elkaar ingespeeld raakt. Na repetities en optredens geven we elkaar voortdurend feedback, al gebeurt dat niet via een formele evaluatie. We luisteren ook naar wat andere mensen vertellen. Dat betekent niet dat we iedere opmerking zomaar voor waar aannemen, maar we leggen de reacties samen en bekijken wat we ermee kunnen doen. Ook podiumpresence kun je oefenen. In het begin ben je vooral bezig met je noten; later ga je nadenken over hoe je overkomt en beweegt. Dat proberen we al tijdens de repetities mee te nemen, zodat het op het podium natuurlijk aanvoelt. We spelen geen vijftig concerten per jaar en moeten daarom iedere gelegenheid aangrijpen om zoveel mogelijk te leren. Bij elk optreden voelen we de band verder groeien.

In 2027 willen jullie opnieuw de studio in. Kunnen jullie al iets vertellen over het nieuwe materiaal en het nummer “Whispering Train”?
‘Whispering Train’ is een van de nieuwe nummers die we vandaag hebben gespeeld en die we willen opnemen. Daarnaast werken we nog aan andere songs, maar die zijn nog niet allemaal voldoende gerepeteerd om ze live te brengen. Het nieuwe materiaal blijft stilistisch in de lijn van Stolen Focus. Er zullen zelfs nummers op staan die ouder zijn dan bepaalde songs van die EP. Het wordt opnieuw geen volledig album, maar eerder een mini-album of EP. We denken dat het voor een band interessanter is om ieder jaar vier of vijf nummers uit te brengen dan drie of vier jaar te verdwijnen terwijl er aan een volledig album wordt gewerkt. Mensen vergeten een band snel wanneer er lange tijd niets nieuws verschijnt. De nieuwe nummers zitten volgens ons ook beter in elkaar. De eerste composities bestonden soms nog uit verschillende riffs die aan elkaar werden genaaid. Nu voelen ze meer als volledige en volwassen songs. Die evolutie komt voort uit ervaring en uit het advies van onze producer, die met heel wat metalbands werkt.

Wat is de grootste ambitie van Steamroller? De wereld veroveren, of houden jullie het iets bescheidener?
Een van ons heeft zichzelf een duidelijk doel gesteld: vóór zijn zestigste op Alcatraz of Graspop staan. Of dat lukt, weten we uiteraard niet, maar het is een mooie doelstelling. Je bereikt zo’n podium ook niet zonder onderweg veel andere concerten te spelen en verder te groeien. We willen vooral blijven optreden en plezier beleven aan wat we doen. Als Alcatraz ooit lukt, stopt het verhaal daar natuurlijk niet. Dan zoeken we gewoon een volgend doel.

LIVE DRFAA Devils Rock For An Angel 2026 - Duivels geweld warm omhelzend

Pics homepag @Peter Vangelder (Musika.be)

Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen en hopelijk tot binnenkort op een of ander podia.

Abstracted Mind

Abstracted Mind – Je hoeft niet voortdurend oké, gelukkig en dankbaar te zijn

Geschreven door

Abstracted Mind – Je hoeft niet voortdurend oké, gelukkig en dankbaar te zijn

Abstracted Mind werd in 2020 in Buenos Aires opgericht rond zangeres Juli Hope en gitarist Yamil Ladner, waarna de band naar Nederland verhuisde. De groep combineert symfonische metal met progressieve en moderne elementen. Psychologische thema’s en persoonlijke verhalen worden zowel instrumentaal als vocaal op een bombastische, haast sprookjesachtige manier vormgegeven.
Een voortdurende stroom van uiteenlopende emoties borrelt naar de oppervlakte en soms krijgt de muziek zelfs de allure van een rockopera. Ook de wisselwerking tussen de heldere, gevoelige stem van Juli en de rauwere vocalen van Yamil zorgt voor extra variatie en contrast.
Abstracted Mind brengt dan ook veel meer dan een doorsnee metaloptreden: de band creëert een fantasierijk muzikaal spektakel dat voortdurend de verbeelding prikkelt.
We hadden een aangenaam gesprek met Juli en Yamil over hun eerste Belgische concert, het debuutalbum ‘Break Down Your Fears’, de diepere betekenis achter hun muziek en de toekomstplannen van de band.

Abstracted Mind ontstond in 2020 in Buenos Aires en verhuisde later naar Nederland. Kunnen jullie vertellen hoe die overgang is verlopen? Heeft de verhuizing en jullie nieuwe Europese omgeving, de muziek van de band beïnvloed?
Tijdens jullie liveoptreden meende ik nog altijd iets Argentijns te horen, gecombineerd met duidelijke Europese invloeden
We zijn in Argentinië begonnen en een van de grootste veranderingen is dat we oorspronkelijk in het Spaans zongen. Op dat moment wilden we de band daar uitbouwen. Toen we verhuisden, beseften we dat we niet langer in een Spaanstalig land woonden. Overschakelen op het Engels was logisch, omdat mensen in alle verschillende Europese landen ons dan konden begrijpen. We hadden sowieso al veel Europese invloeden, want de meeste bands waarnaar we luisterden, kwamen uit Europa. Groepen als Rhapsody of Fire, Epica, Within Temptation en After Forever zijn ook in Argentinië en elders in Latijns-Amerika heel populair. Die invloeden waren dus al aanwezig. Het Argentijnse element komt misschien het duidelijkst naar voren in onze passie en de manier waarop we een optreden benaderen. We zijn luide en enthousiaste publieken gewend. In Argentinië zingen mensen zelfs de gitaarriffs mee. Die energie draag je met je mee.

Jullie begonnen de band tijdens de coronapandemie. Was dat vooral een moeilijke periode die jullie plannen bedreigde, of ontstond er net ook tijd en ruimte om de muziek verder te ontwikkelen?
Het enige positieve aan 2020 was dat de meeste mensen meer tijd voor zichzelf hadden. Sommige nummers waren al geschreven en stonden gewoon ergens op een computer. We dachten: wat als we die songs eindelijk tot leven brengen? Ook al was het niet het ideale moment, het was nog altijd beter om ze de wereld in te sturen dan ze op een computer te laten staan. We hadden voordien allebei al in andere bands gespeeld. Op dat moment besloten we samen iets te creëren dat we met andere mensen konden delen. Aanvankelijk zat daar geen groots plan achter. We hadden gewoon de tijd en het materiaal, en zo is het begonnen.

Psychologische thema’s, filmische arrangementen en een sterke emotionele spanningsboog spelen een centrale rol in jullie muziek. Waar komt die artistieke richting vandaan? Benaderen jullie de nummers als scènes of hoofdstukken binnen één groter verhaal?
Het was niet onze bedoeling om een conceptalbum te maken. Ieder nummer vertelt zijn eigen verhaal. Sommige songs kunnen met elkaar worden verbonden, omdat verschillende teksten kritiek leveren op de mensheid, de samenleving of de politiek. Andere nummers behandelen dan weer totaal verschillende onderwerpen. Zo is The Messenger From the Stars gebaseerd op een verhaal van H.P. Lovecraft, terwijl Shattered Mirror fictief is en zijn eigen weg volgt. Er loopt dus niet één doorlopend verhaal door het volledige album. De titel Break Down Your Fears brengt de verschillende onderwerpen wel samen. De meeste nummers gaan over het onder ogen zien van je emoties. In plaats van er voortdurend tegen te vechten, kun je ze erkennen en ermee proberen te leven, want ze maken eveneens deel uit van wie je bent. Goed en kwaad kunnen binnen dezelfde persoon naast elkaar bestaan. Je hebt goede en slechte dagen, en een slechte dag maakt je nog niet tot een slecht mens.

Wanneer je persoonlijke verhalen vertelt, kunnen mensen soms onaangenaam of bekrompen reageren, vooral online. Voelt het ooit als een risico om jezelf zo kwetsbaar op te stellen in een nummer?
Ja. Dat hebben we met eerdere projecten meegemaakt. Ik heb zelfs mijn persoonlijke YouTube-kanaal gesloten omdat ik de willekeurige haters zo beu was. Het waren niet eens mensen die ik kende. Soms weet je niet of het echte personen zijn, omdat ze geen profielfoto hebben en zelf nooit iets plaatsen. Vooral YouTube zit vol met zulke figuren. Eternals bevat kritiek op de manier waarop we vandaag leven. Mensen vragen zich voortdurend af welke stap ze moeten zetten en wat anderen daarvan zullen denken. Uiteindelijk zullen mensen toch slecht over je praten, ongeacht wat je doet of hoeveel moeite je ergens voor hebt gedaan. Er zal altijd wel iemand zijn die zegt dat het beter kon. Misschien komt het doordat we ouder worden, maar ondertussen aanvaarden we dat zulke mensen bestaan en dat we daar niets aan kunnen veranderen. Je kunt beter iets doen waarvan je houdt en waaruit je plezier haalt. Wanneer je tevreden bent over een nummer, breng het dan uit. Het is beter om het de wereld in te sturen dan het op een computer te laten staan. Haters zullen toch blijven haten.

Jullie vertellen niet alleen jullie eigen verhaal. Wanneer ik naar de muziek luister, voelt het soms alsof jullie ook mijn verhaal vertellen. Is het belangrijk dat luisteraars zichzelf in de songs kunnen herkennen, zelfs wanneer het onderwerp hen met ongemakkelijke gevoelens confronteert?
Ja. Het doel is altijd om een boodschap over te brengen. Wanneer luisteraars die boodschap zichzelf kunnen toe-eigenen, betekent dit dat we bepaalde gedachten of ervaringen delen. Sommige nummers zijn moeilijk omdat ze kritiek leveren op wat we in ons eigen leven doen. Ze willen onze ogen openen, maar ook die van iedereen die de boodschap begrijpt en denkt: “Ja, dit gebeurt inderdaad en misschien kunnen we er iets aan doen.” We willen communiceren en mensen bewustmaken. We hebben allemaal wel nummers die in zekere zin ons leven hebben gered. Wanneer je iemand een gevoel hoort verwoorden en denkt: “Dat ben ik”, voel je je minder alleen. Je beseft dat je gevoelens bestaansrecht hebben en dat andere mensen hetzelfde meemaken. Sommige luisteraars omschreven het album als bijzonder dramatisch of uitzichtloos, maar dat was niet onze bedoeling. Het vraagt je om je ogen te openen en rondom je te kijken. Er staan ook hoopvollere nummers op, zoals Rise Again. Die song vertelt dat je altijd een uitweg kunt vinden, hoe diep je ook bent gevallen. Er is altijd een weg vooruit.

Voor jullie ‘Break Down Your Fears’ uitbrachten, verschenen er over een periode van enkele jaren verschillende singles. Krijgen sommige van die vroegere nummers een andere betekenis nu het volledige album er is?
Wanneer je teruggaat naar de eerste nummers die we in Buenos Aires uitbrachten, kom je uit bij Una Oportunidad, Ser Quien Soy en Nadie Podrá Cambiar. Die laatste song kreeg op het album een nieuwe Engelstalige versie onder de titel No Light Will Ever Remain. De andere twee klinken heel anders dan wat we vandaag doen. Een van die nummers bestond zelfs al voor Abstracted Mind. Door de jaren heen is er enorm veel veranderd. Toen we begonnen en nog voor de verhuizing hadden we die nummers al, maar dachten we nog niet aan een album. Eenmaal in Nederland besloten we de band hier opnieuw uit te bouwen. We begonnen aan het album en schreven nieuwe songs met een veel duidelijkere focus. We hebben toen absoluut een stap vooruitgezet in onze ontwikkeling.

Toen ik jong was, maakte een band een album en ging ermee op tournee. Tegenwoordig brengen veel artiesten eerst een hele reeks singles uit voor het album verschijnt. Was dit voor jullie een bewuste strategie, gericht op streaming?
Wij luisteren nog altijd naar volledige albums, dus voor ons blijft dat normaal. Voor veel jongere luisteraars is het echter niet langer de gebruikelijke manier om muziek te consumeren. Heel wat bands en soloartiesten brengen alleen nog singles of ep’s uit, omdat er zoveel verschillende vormen van content om de aandacht van mensen strijden. Wanneer je vandaag een volledig album maakt, weet je dat een deel van het publiek wellicht uit oudere luisteraars bestaat die nog altijd graag een plaat van begin tot einde beluisteren. Andere mensen kunnen oprecht van je muziek houden, maar toch alleen naar de singles luisteren. Dat betekent niet dat ze geen behoefte hebben aan meer muziek; het is gewoon hun manier van luisteren: enkele nummers van de ene artiest, gevolgd door een paar songs van iemand anders. Voor ons was het uitbrengen van vier singles uit dit album ook een manier om Abstracted Mind op de kaart te zetten. Wanneer we meteen hadden gezegd: “Hier zijn we en dit is ons album”, hadden er misschien vijf mensen geluisterd. We waren van heel ver naar Nederland verhuisd en kenden hier nauwelijks iemand in de scene. Door één song per keer uit te brengen, konden we zien hoe mensen reageerden, een publiek opbouwen en geleidelijk deel worden van die scene. Het was gedeeltelijk een strategie en gedeeltelijk een erkenning van de manier waarop muziek tegenwoordig wordt geconsumeerd.

Ik zag jullie onlangs in Club Hell in Diest. Voor zover ik begreep, was dit jullie eerste concert op Belgische bodem. Hoe hebben jullie die avond ervaren? Hoe moeilijk is het om zo’n zorgvuldig gelaagd en filmisch album te vertalen naar een spontaan liveoptreden? En minstens even belangrijk: wat vonden jullie van het Belgische bier?
Het was ons eerste optreden in België, al hadden we het land voordien al bezocht. We hielden dus al van België en hebben enorm genoten van het concert. Het publiek was fantastisch: energiek en oprecht betrokken bij de show. Wanneer je dit soort muziek live brengt, moet je met heel veel dingen rekening houden. Het draait niet alleen om wat we zelf spelen. Voor de orkestrale arrangementen, effecten en andere lagen gebruiken we ook backingtracks. De band moet daardoor heel strak spelen. Je moet veel oefenen en repeteren om alles goed te laten klinken. Ondanks al die voorbereiding was het vooral enorm leuk om dit optreden te spelen. En ja, het Belgische bier was eveneens bijzonder lekker.

Juli’s heldere en gevoelige stem contrasteert geregeld met de rauwere vocalen van Yamil.
Is die wisselwerking puur muzikaal, of vertegenwoordigen de twee stemmen verschillende emoties, personages of innerlijke krachten binnen de songs?
De stemmen vertegenwoordigen niet noodzakelijk verschillende personages. We wilden vooral contrast en drama creëren. Door onze invloeden binnen dit genre komen sommige passages nu eenmaal beter tot hun recht met een zwaardere vocale inbreng. Soms vertelt een song zelf wat hij nodig heeft. Toen we aan Despair begonnen en de centrale riff vonden, voelden we meteen dat grunts daar goed zouden werken. We houden er niet van onszelf beperkingen op te leggen. Tijdens het schrijven brengen we allerlei ideeën aan. Wanneer we elkaar aankijken en iedereen vindt dat iets werkt, gebruiken we het zonder ons al te veel zorgen te maken over hokjes of categorieën.

“Rise Again” begint als een kwetsbare pianoballad en barst dan open in een krachtig symfonisch crescendo met orkestratie en koorzang.
Live klonk het nog intenser en bijna droomachtig. Was dat contrast een bewuste keuze? Beschouwen jullie “Rise Again” als een van de nummers die Abstracted Mind vandaag het beste vertegenwoordigen?
Ik zou het niet ons meest representatieve nummer noemen, omdat het de ballad van het album is. Met die song wilden we een kwetsbaardere kant van onszelf tonen. Andere nummers vertegenwoordigen ons algemene geluid en de richting waarin we evolueren beter. We werken ondertussen al aan nieuwe muziek. Songs als Eternals en Shattered Mirror geven waarschijnlijk een duidelijker beeld van waar we naartoe willen en wat er in de toekomst kan volgen.

Ik ervaarde het album als een soort rockopera die de poort opent naar een duistere maar betoverende sprookjeswereld. Het deed me denken aan de verhalen die grootmoeder voor het slapengaan vertelde, waarna we de hele nacht over heksen en vreemde wezens droomden.
Herkennen jullie het album in die interpretatie? Het is in de werkelijkheid geworteld én voelt tegelijk als een donker sprookje
Dat was geen bewust doel, maar die omschrijving past verrassend goed bij wat er achter de verhalen schuilgaat. Wanneer je het op die manier verwoordt, klinkt het volkomen logisch. We hebben niet vooraf besloten dat we een sprookjeswereld wilden creëren. Ze ontstond vanzelf door de manier waarop we de nummers schreven en hun ideeën communiceerden. Het was geen berekende keuze, maar we herkennen het album zeker in jouw interpretatie.

Na verschillende luisterbeurten kreeg ik het gevoel dat een van de centrale ideeën van het album zou kunnen zijn dat het overwinnen van angst niet betekent dat alle duisternis voorgoed verdwijnt. De leegte blijft misschien bestaan, maar verliest een deel van haar verstikkende kracht. Herkennen jullie die interpretatie?
Ja. Het blijft altijd een proces waaraan je moet werken. Je overwint je angsten niet één keer en dan voorgoed; herstel verloopt niet in een rechte lijn. Er zullen goede en slechte dagen zijn. De uitdaging bestaat erin met die gevoelens samen te leven, jezelf te begrijpen en ze niet als excuus te gebruiken om op te geven. Je kunt aanvaarden dat je een bijzonder moeilijke dag hebt en tegelijk blijven geloven dat je sterk genoeg bent om erdoorheen te komen en je reis voort te zetten. Misschien lukt het morgen beter. Wanneer tien procent van je normale vermogen vandaag werkelijk honderd procent is van wat je kunt geven, dan is dat helemaal in orde. Het telt nog altijd. Wanneer je morgen één procent meer kunt geven, is dat prachtig. Heb je alles gedaan wat je kon en lukt er echt niets meer, dan is ook dat aanvaardbaar. De boodschap is: blijf proberen. Wanneer het vandaag niet lukt, probeer het dan morgen opnieuw—maar geef niet op.

Dat is ook wat ik in het album hoorde. Aanvankelijk voelt het misschien heel duister aan, maar de duisternis is niet de eindbestemming; er bestaat ook een mogelijke uitweg. Ik beschouw mezelf als een donkere ziel, maar er is niets mis mee om die kant van jezelf te aanvaarden
Ik ben altijd heel dramatisch geweest. Onlangs vond ik teksten terug die ik op mijn zestiende schreef en die zaten boordevol drama. Dat is gewoon een onderdeel van mijn stijl en de manier waarop ik emoties uitdruk. Er is niets mis mee om dramatisch of emo te zijn, of om het even wat goed voor je voelt. Wanneer het je helpt jezelf uit te drukken, moet je het omarmen.

Wat volgt er voor Abstracted Mind na de release van ‘Break Down Your Fears’? Wat zijn jullie grootste ambities met de band?
Momenteel zijn we heel gelukkig met de release. Het album werd bijzonder goed ontvangen door de luisteraars. Dat maakt ons heel blij, want het heeft veel tijd gekost om de plaat te maken en we hebben tijdens dat proces enorm veel geleerd. We willen het album blijven delen, meer mensen bereiken en de boodschap ervan verspreiden. Een tournee zou fantastisch zijn, net als meer festivals spelen. Tegelijk willen we nu ook genieten van de release van ons debuutalbum. We zijn echter al bezig met de plannen voor een tweede plaat. Onze aandacht is dus verdeeld over het voorstellen van dit album, het boeken van concerten en het werken aan wat hierna komt.

Spelen jullie het liefst in intieme zalen zoals Club Hell, of willen jullie uiteindelijk ook de grotere podia bereiken?
Hopelijk allebei. Optreden op de grote zomerfestivals behoort absoluut tot onze doelstellingen. Zulke dingen vragen tijd, maar we willen blijven groeien en uiteindelijk grotere podia bereiken.

Metal lijkt eindelijk minder door mannen gedomineerd te worden. Merken jullie die evolutie zelf ook? Wordt het voor vrouwen gemakkelijker om metal te spelen en erkenning te krijgen dan enkele jaren geleden?
Absoluut. Het wordt steeds beter. Sommige bands met vrouwen in een prominente rol zijn ondertussen heel succesvol en krijgen belangrijke plaatsen op festivalaffiches. Een band als Spiritbox is vandaag bijvoorbeeld bijzonder populair en Courtney LaPlante krijgt veel erkenning. Er blijft echter nog heel wat ruimte voor verbetering. Mensen moeten ophouden vrouwen volgens andere maatstaven te beoordelen. Ik sprak onlangs met een andere zangeres die zich afvroeg: “Wat als mensen beginnen te zeggen dat ik dik ben?” Helaas bestaat die angst omdat zulke opmerkingen werkelijk worden gemaakt. Je bezoekt geen metalconcert met mannelijke muzikanten om voortdurend te beoordelen of ze dik, dun, harig of wat dan ook zijn. Bij vrouwen wordt hun uiterlijk nog veel te vaak besproken. Op dat vlak is er absoluut nog werk aan de winkel.

Chester Bennington van Linkin Park bleef naar de monsters in zijn hoofd luisteren, tot die monsters hem uiteindelijk vernietigden. Suïcide is geen oplossing. Jullie muziek biedt een andere mogelijkheid: ze moedigt mensen aan om na te denken, die gevoelens onder ogen te zien en een uitweg te zoeken. Dat is wat ik persoonlijk uit jullie muziek haal.
Heel erg bedankt. Dat is precies wat we willen overbrengen: je bent niet alleen, zelfs wanneer dat zo aanvoelt. Je kunt je dagen- of wekenlang volledig terneergeslagen voelen, maar ook dan ben je niet alleen. In onze samenleving leeft bovendien het toxische idee dat je voortdurend oké, gelukkig en dankbaar moet zijn. Zo eenvoudig is het niet altijd. Mensen zouden zich niet schuldig mogen voelen omdat ze het moeilijk hebben.

Ik hoop jullie binnenkort opnieuw in België te zien, misschien bij een volgende albumvoorstelling. Blijf vooral doorgaan. Bedankt voor jullie tijd; het was bijzonder aangenaam om met jullie te praten
Bedankt voor dit fijne gesprek!

Naschrift van de katten
De katten zijn tevreden over het interview. Hun advies: blijf pluizig en luister naar Abstracted Mind! ?

LIVE 2026 Club Hell, Diest Female Fronted Violence Fest 2026 - Een kleurrijke ontdekkingstocht straight to hell!

Underwaves

Underwaves – Wie ons echt wil ontdekken, moet naar een van onze shows komen

Geschreven door

Underwaves – Wie ons echt wil ontdekken, moet naar een van onze shows komen

Tijdens Female Fronted Violence Fest in Club Hell in Diest maakte het Roemeense Underwaves indruk met een energieke combinatie van metalcore, melodie en stevige uitbarstingen. De band ontstond in 2017 in Brașov en is sindsdien ook buiten de eigen landsgrenzen goed bezig.
In een ontspannen gesprek – zelfs de poes kwam even piepen – hadden we het met Laura Ana en Carol over het ontstaan en de evolutie van de band, hun releases, de show in Diest en hun ambities voor de toekomst.

Live Female Fronted Violence Fest 2026 - Een kleurrijke ontdekkingstocht straight to hell!

Underwaves ontstond in november 2017 in Brașov. Hoe is het verhaal van de band begonnen?
Laura Ana:
Het was mijn idee om de band op te richten. Ik wilde zingen, op het podium staan en misschien ooit met mijn idolen het podium delen. Daarom nam ik contact op met iedereen die ik kende binnen de muziekwereld. Zo is alles begonnen. November 2017 beschouwen we als onze officiële startdatum. Toen kwamen we voor het eerst samen om te repeteren. We wisten nog niet precies welke muziek we wilden maken of hoe we wilden klinken. We begonnen gewoon te jammen en besloten samen een band te vormen. Ons eerste optreden volgde een jaar later, in november 2018. Aanvankelijk wilde ik iets doen in de richting van Evanescence en Lacuna Coil, maar uiteindelijk is het anders gelopen. Onze eerste nummers bevatten zelfs nog geen grunts of screams. Die kwamen er later bij, toen onze muziek vanzelf steviger en meer door hardcore beïnvloed werd.

In jullie muziek en uitstraling meen ik ook iets van jullie Roemeense achtergrond te voelen. Speelt jullie afkomst een rol in wat Underwaves doet?
Carol:
Misschien gebeurt dat onbewust. Op het podium willen we ons net zo voelen en gedragen als wanneer we zelf tussen het publiek staan. Als wij plezier beleven aan een band, willen we datzelfde gevoel ook vanaf het podium overbrengen. Dat is niet echt gepland; het komt heel natuurlijk. Roemenië heeft trouwens een grote en sterk ontwikkelde metalscene, met heel wat bands en festivals. Rockstadt Extreme Fest – dat voortaan Rockstadt Fest zal heten – is daar een belangrijk voorbeeld van en vindt plaats in onze thuisstad Brașov. Daarnaast zijn er festivals als Posada Rock en Artmania. Ook het clubcircuit heeft zich de voorbije jaren sterk ontwikkeld. Er zijn meer goede zalen en de omstandigheden om op te treden zijn veel beter dan acht jaar geleden.

Was Rockstadt Extreme Fest een van de redenen waarom jullie Underwaves hebben opgericht?
Laura Ana:
Nee, de band is niet vanwege dat festival ontstaan. Er optreden is natuurlijk wel een droom, zoals voor veel bands. Ik heb Underwaves in de eerste plaats voor mezelf opgericht. Muziek maken en optreden werken voor mij als een vorm van therapie.

Rond jullie eerste release, Hiatus, bestaat enige verwarring. Was dit een EP en waarom zijn er vandaag nog maar twee nummers van terug te vinden?
Carol:
Hiatus was inderdaad onze eerste EP en dus ons eerste echte wapenfeit. Uiteindelijk behielden we alleen “Minding My Own Pain” en “Burn”. Op een bepaald moment vonden we dat de andere nummers ons als band en onze sound niet langer vertegenwoordigden. Sommige speelden we ook niet meer live. We willen dat mensen die ons via Bandcamp, Spotify of een ander streamingplatform ontdekken, een eerlijk beeld krijgen van hoe Underwaves vandaag klinkt. Die vroege nummers maakten vooral deel uit van onze zoektocht naar een muzikale identiteit. We probeerden een genre en richting te vinden, maar beseften later dat die songs niet langer echt bij ons pasten.

Hebben jullie intussen het geluid gevonden waarnaar jullie op zoek waren?
Carol:
Ja, al blijven we ons ontwikkelen. We willen professioneler worden en voortdurend werken aan onze productie en manier van componeren. “Prayers”, dat in 2020 verscheen, vormde een belangrijk keerpunt in de richting van onze huidige kernsound. Vandaag hebben we veel sterker het gevoel: dit is Underwaves.

De titel Hiatus verwees ook naar een moeilijke periode voor de jonge band?
Carol:
Ja. Kort na onze start verhuisde een van de bandleden tijdelijk naar het buitenland, waardoor we ongeveer drie maanden stillagen. Voor een band die nog maar pas bestond, was dat erg moeilijk. We wisten niet of we zouden doorgaan of ermee ophouden. Dat was een van de redenen waarom we de release Hiatus noemden. Daarna kwam ook de coronaperiode. Tijdens die jaren veranderde de bezetting enkele keren. Dat hoort soms gewoon bij het leven: mensen krijgen andere prioriteiten of kunnen zich niet langer volledig voor een band inzetten. Dat is prima, zolang die persoon gelukkig is. We willen niemand dwingen muziek te blijven maken wanneer hij of zij het niet langer voelt.

Jullie brengen voornamelijk afzonderlijke singles uit. Is dat een bewuste keuze?
Carol:
Ja. De manier waarop mensen naar muziek luisteren is veranderd. Veel mensen kopen nog een album als tastbare herinnering aan een optreden, maar luisteren in de praktijk vooral via streamingdiensten. Wanneer je meerdere singles per jaar uitbrengt, kun je regelmatiger iets nieuws laten horen en in de aandacht blijven. Elke nieuwe song biedt een nieuwe kans om playlists te bereiken en belangstelling te wekken. We houden zelf van albums, maar voor Underwaves werkt het momenteel beter om singles uit te brengen. Zo kunnen we telkens met iets nieuws komen en ons aanpassen aan de manier waarop muziek vandaag ontdekt en beluisterd wordt.

Vertel eens wat meer over de EP Chapter II. Waarom kozen jullie voor die titel?
Laura Ana:
Chapter II is onze recentste EP en ontleent zijn titel aan het gelijknamige nummer. Dat is een van onze belangrijkste songs. We hebben hard gewerkt aan een interessante en professionele videoclip, en voor mij is het nummer erg persoonlijk. De titel staat ook symbool voor een nieuw hoofdstuk voor Underwaves.
Carol:
Op de EP staan de nummers die ons vandaag het beste definiëren en duidelijk de identiteit van Underwaves dragen. Wie ons wil leren kennen, raden we aan om naar Chapter II te luisteren.

Ook achter “Ghostweight” lijkt een persoonlijk verhaal te schuilen. Schrijf je vaak vanuit je eigen ervaringen?
Laura Ana:
Al onze nummers bevatten iets persoonlijks. Ik schrijf over mijn leven, mijn ziel, mijn problemen en de gevechten die ik met mezelf lever. Vaak gaat het om dingen die mij bezighouden, maar die ik moeilijk in gewone woorden kan uitdrukken. Via onze songs lukt dat wel. Muziek is voor mij een vorm van therapie en elk nummer onthult iets over mijn persoonlijke strijd. Titels bedenken vind ik trouwens moeilijk. De andere bandleden stelden de titel “Ghostweight” voor. Het nummer stond ook centraal tijdens onze Europese tournee. Wanneer we een nieuwe tour aankondigen, proberen we altijd iets nieuws mee te brengen. We willen niet telkens op dezelfde plek met exact dezelfde setlist terugkeren, want dan dreigt het zowel voor het publiek als voor onszelf voorspelbaar te worden.

Het optreden in Diest was niet jullie eerste Belgische show. Hoe hebben jullie de concerten in België ervaren?
Laura Ana:
Het optreden in Diest voelde intiem aan, maar tegelijk kregen we ontzettend veel energie van het publiek. Dat hadden we niet verwacht. Het was geweldig om als band uit Oost-Europa zo’n sterke reactie te ontvangen. Voor mij was dit optreden zelfs nog beter dan onze eerste Belgische show. Dat eerste bezoek, op 4 april in De Mooie Molen in Roeselare, blijft natuurlijk bijzonder omdat het de eerste keer was dat we hier speelden. We bewaren er heel goede herinneringen aan, ontmoetten fijne mensen en bands en werden uitstekend ontvangen. De organisator maakte zelfs spaghetti bolognese voor ons. In Diest waren er meer bands en hing er meer een festivalsfeer. Ook de zaal en de gastvrijheid waren fantastisch.

Is die wisselwerking met het publiek bijzonder belangrijk voor Underwaves?
Carol:
Absoluut. Je krijgt vaak dezelfde energie terug als je zelf geeft. Onze muziek komt uit de hardcore- en metalcorescene en heeft die energie van het publiek nodig. Het podium en de zaal vormen samen één groot feest: iedereen moet plezier beleven, springen of moshen. Wanneer die interactie ontstaat, voelt het als een spelletje pingpong tussen de band en het publiek. Dan weten we dat we iets goed doen. Underwaves is in de eerste plaats een liveband. Wie ons echt wil ontdekken, raden we aan om naar een van onze shows te komen. We zijn heel actief op het podium en daar komt onze muziek het beste tot haar recht.

Laura Ana, naast het podium kom je eerder rustig en verlegen over, maar tijdens een optreden lijk je volledig te transformeren. Waar komt dat contrast vandaan?
Laura Ana:
Voor een optreden ben ik bijzonder zenuwachtig. Ik trek me meestal wat terug en word heel stil en verlegen. Zodra ik op het podium sta, gebeurt er echter iets en verander ik volledig. Zowel de cleane zang als de grunts maken deel uit van wie ik ben. Als kind had ik nooit gedacht dat ik later extreme vocalen zou gebruiken. Ik heb operazang gestudeerd en zag mezelf eerder iets in de richting van symfonische metal zingen. Vroeger luisterde ik zelfs niet graag naar vrouwen die extreme vocalen gebruikten. Toch wilde ik op een bepaald moment iets nieuws leren en veelzijdiger worden. Ik wilde de extreme zang ontdekken zonder mijn normale stem en melodieuze kant te verliezen. De combinatie van die twee kanten weerspiegelt mijn gevoelens en zorgt misschien ook voor een verrassingseffect.
Carol:
Dat Laura Ana zowel clean als rauw kan zingen, is een grote troef. In hardcore en deathmetal hoor je vaak voornamelijk extreme vocalen, terwijl symfonische metal vooral op cleane zang focust. Wij ontdekten dat zij beide goed kan combineren. Als iets binnen de muziek werkt en goed klinkt, is er geen reden om die mogelijkheid niet te benutten.
De emoties komen uiteraard niet alleen uit de zang. De instrumenten zijn even belangrijk voor het contrast tussen melodie, sfeer en agressie. Het is de volledige band die dat gevoel neerzet.

Jullie traden al op in onder meer Hongarije, Polen, Nederland, België, Italië en Slovenië. Wat is de volgende grote ambitie voor Underwaves?
Laura Ana:
Ik droom ervan om ooit in Azië en vooral in Japan op te treden.
Carol:
Op korte termijn werken we aan een nieuwe song en videoclip. Vanaf volgende maand volgt ook een najaarstournee door Roemenië. Voor volgend jaar staan opnieuw buitenlandse optredens en verschillende Europese festivals gepland, maar daarover mogen we voorlopig nog geen namen bekendmaken. We blijven dus nieuwe muziek uitbrengen en buiten Roemenië optreden.

Waar hopen jullie over twintig jaar te staan?
Carol:
Hopelijk zijn we er dan nog steeds, maar staan we op grotere podia. We willen muziek blijven maken, doen wat we graag doen en nog altijd over het podium springen.

Pics homepag @Peter Vangelder (Musika)

Bedankt voor de fijne babbel. Hopelijk zien we jullie snel opnieuw terug op een Belgisch podium. We wensen Underwaves alle succes toe met alles wat binnenkort en in de toekomst op jullie pad komt

Jah Wobble

Jah Wobble – Van Radio Cairo tot Mystic Liverpool: muziek kent geen grenzen

Geschreven door

Jah Wobble – Van Radio Cairo tot Mystic Liverpool: muziek kent geen grenzen

Op Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook geeft Jah Wobble samen met zijn zonen John en Charlie Wardle, oftewel TIAN QIYI, een nieuwe invulling aan het psychedelische repertoire van The Beatles.
CD review 2026 Mystic Liverpool - The Beatles' Psychedelic Psongbook
Live 2025 Jah Wobble & The Invaders Of The Heart – Een galmende ‘dub’ waas van jammende, bezwerende, dromerige, groovy sounds + Rebuilt van ‘Metal box’
We hadden het over een ‘zengevoel met een groove’, zware bastonen, traditionele Aziatische instrumenten en een muzikale droomwereld die generaties met elkaar verbindt. Het bleek meteen ook de ideale aanleiding voor een gesprek met de voormalige bassist van Public Image Ltd. Een interview met Jah Wobble laat zich echter moeilijk in een strak keurslijf dwingen. Wat begon bij digitalisering en zijn fascinatie voor muziek uit het Midden-Oosten, groeide uit tot een gesprek van ruim een uur over Radio Cairo, wereldmuziek, boeddhisme, George Harrison, zijn familie, havensteden, punk, abstracte schilderkunst en de vraag waar muziek eigenlijk vandaan komt.
Uiteindelijk belandden we zelfs bij vers brood, Franse boter en Belgisch bier. Jah Wobble antwoordt niet in rechte lijnen, maar neemt je mee op reis.
Lees met ons mee het resultaat

Je bent ondertussen al verschillende decennia actief in de muziekwereld. Wat is volgens jou, los van de digitalisering, de grootste verandering geweest in de manier waarop muziek wordt gemaakt en beleefd?
Streaming heeft de grootste invloed gehad. Toen we niet langer duizenden fysieke producten zoals cd’s en vinylplaten konden verkopen, werd het bijzonder moeilijk om financieel te overleven van opgenomen muziek. PledgeMusic verzachtte die klap een tijdje, omdat mensen geld konden toezeggen om een plaat te kopen en het opnameproces te ondersteunen. Uiteindelijk kwam ook dat financiële model in de problemen. Tegelijkertijd is de digitale revolutie fantastisch geweest. Ik kan thuis in mijn eentje goede muziek maken op mijn iPad. Ik hoef niet eens naar mijn kleine muziekkamer te gaan; ik kan gewoon vanuit de zetel werken of zelfs op een bus in Londen muziek opnemen. Digitale technologie — en streaming in het bijzonder — is daarom zowel de duivel als een god geweest. Zelf ontdek ik via streaming ook nieuwe ambientmuziek. Als iemand me plots zou vertellen dat ik voortaan afzonderlijk voor al die platen moet betalen, zou ik daar waarschijnlijk niet gelukkig mee zijn. Je kunt dus niet alles tegelijk hebben. Het is een zegen en een vloek, net zoals ik via mijn iPhone mijn zaken kan regelen terwijl sociale media tegelijkertijd mijn concentratie ondermijnen. Blijkbaar keren nogal wat jongeren zich tegenwoordig van smartphones af. Veel succes ermee.

Doorheen je carrière ontwikkelde je een sterke band met Arabische en Midden-Oosterse muziek. Voor mij is dat nog een vrij onbekende muzikale wereld. Wat trok je aanvankelijk aan in die klanken, en waar zou iemand zoals ik volgens jou het best beginnen luisteren?
Wat wij het Midden-Oosten noemen, omvat een enorme verscheidenheid aan muziek: onder meer Noord-Afrikaanse, Egyptische, Iraanse en Perzische tradities. Trek je verder Afrika in, dan kom je Ethiopische, Somalische en Malinese muziek tegen, naast de hele griottraditie. Zelfs de Chinese provincie Xinjiang alleen al is het bestuderen waard. Door de Zijderoute vind je er Oeigoerse, Tadzjiekse en Perzische invloeden. Mijn zonen hebben een Chinees-Mongoolse achtergrond en beschikken over een grondige kennis van sommige van die toonladders. Mijn eerste kennismaking met muziek uit het Midden-Oosten was vermoedelijk de Egyptische zangeres Umm Kulthum. Ik hoorde haar via de kortegolfradio. Ik luisterde naar die radiogolven om in slaap te vallen; ze klonken dromerig, alsof je de sterren van miljoenen jaren geleden hoorde spreken. Toen mengde Radio Cairo zich plots tussen die geluiden en leek die ongelooflijke muziek uit een ander universum te komen. Umm Kulthum werkte samen met de grote Egyptische componist Mohammed Abdel Wahab. Dat zijn alvast twee namen die het ontdekken waard zijn. Via Radio Teheran hoorde ik ook wat volgens mij soefimuziek was. Ik hield er enorm van. Als ik in een islamitisch land was geboren, was ik vermoedelijk een soefi geworden — en had ik mezelf waarschijnlijk in de problemen gebracht. Ik ben van nature nieuwsgierig. Als iemand mij Armeens brood aanbiedt, wil ik daarvan proeven. Wanneer ik Tottenham ga bekijken — wat altijd een deprimerende ervaring is — eten we misschien Jamaicaans, Turks of Somalisch. Ik hou van fusion in de keuken. Muzikaal voelt het voor mij even natuurlijk om een Midden-Oosterse toonladder te nemen, die een dubgevoel te geven en er iets nieuws mee te creëren.

Toch vind ik het vreemd dat we hier in het Westen zo weinig over Midden-Oosterse muziek weten. Hoe verklaar je dat?
In de jaren negentig bestond er een tijdlang bijzonder veel belangstelling voor wereldmuziek. Ik bracht zelf fusionplaten uit en speelde op festivals zoals WOMAD. Het was een vrij kleine markt, maar de mensen die ermee bezig waren, ondersteunden de muziek echt: ze bezochten festivals, lazen tijdschriften zoals Songlines en Folk Roots en kochten platen. Destijds leek het alsof wereldmuziek en fusion verder zouden blijven groeien, maar volgens mij is die scene uiteindelijk verschrompeld. We hebben nu cultuuroorlogen, alles is versnipperd geraakt en hier in Groot-Brittannië heeft de brexit sommige mensen nationalistischer en meer naar binnen gericht gemaakt. Ze reizen misschien nog naar Spanje om op het strand te liggen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat ze belangstelling hebben voor de cultuur van een ander land. De wereldmuziekscene is nooit verdwenen, maar ontwikkelde zich niet verder zoals we ooit hadden verwacht. ;Vandaag bestaat er ook een compleet andere onlinewereld. Sommige muzikanten zijn bij het grote publiek nauwelijks bij naam bekend, maar halen honderdduizenden views op Instagram of YouTube. Mijn zonen zijn eveneens erg actief op Instagram. De muziek en haar publiek zijn een vormeloze, versnipperde massa geworden. Wanneer ik met mijn zonen speel, voelt het vermengen van culturen volkomen natuurlijk aan. Ze luisteren naar jazzmuzikanten zoals John Coltrane, maar voegen net zo spontaan drones en Mongoolse invloeden toe om die vervolgens een dubgevoel te geven. Het behoort tot onze familiecultuur om dub met Mongoolse en Ierse muziek te combineren. Alles begint als fusion. Iets is aanvankelijk nieuw en opwindend, maar krijgt uiteindelijk een vaste vorm en wordt traditie. Neem nu coq au vin: ooit besloot iemand een oudere kip in wijn te bereiden en ontdekte vervolgens dat sjalotten beter werkten dan uien. Een experiment groeide uit tot de vaste manier waarop het gerecht wordt klaargemaakt. Openstaan voor iets nieuws betekent niet dat ik traditie afwijs. Als iemand een traditionele Franse kok wil zijn, jazzstandards wil spelen of zoals Rembrandt wil schilderen, vind ik dat prima. Fusion windt mij persoonlijk gewoon het meest op. Dat was ook de geest van de vroege punk: alles was mogelijk. Je kon doen wat je zelf wilde en er gewoon voor gaan.

Dat brengt ons bij Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook. Wat trok je aan in de psychedelische kant van The Beatles? Was er ook een spirituele band?
Absoluut. Het voelde natuurlijk aan, omdat zoveel muziek van The Beatles door India werd beïnvloed. George Harrison was oprecht spiritueel. Wanneer hij “My Sweet Lord” zong, meende hij dat werkelijk. Ik werd boeddhist omdat die manier van denken en leven voor mij het meest geschikte pad leek. Tegelijk noem ik mezelf soms een “Atman-smokkelaar”. Het boeddhisme leert anatta, het ontbreken van een permanente ziel, maar toch geloof ik dat er een soort universele goedheid bestaat — en Harrison stond daarmee in verbinding. Op dit familiealbum is de klank niet zozeer Arabisch als wel Mongools. Mijn zonen houden van drones, die je ook in Ierse folkmuziek en Indiase muziek aantreft. Voor mij roept zo’n drone een waarnemende aanwezigheid op: onder al onze individuele identiteiten bevindt zich een universele brom of resonantie. Daardoor wordt de muziek van het persoonlijke naar het onpersoonlijke getild. Ik vergelijk het soms met een golf die de kust nadert. De golf vreest dat hij zal sterven wanneer hij breekt, maar kan niet werkelijk sterven omdat hij deel uitmaakt van de oceaan. Via de drone proberen we iets van dat absolute gevoel te vatten. Cirkelvormige ritmes, baslijnen en soms ook de zang functioneren vervolgens als mantra’s, die de luisteraar hopelijk in een tranceachtige toestand brengen. Er zit eveneens een element van bhakti, of devotie, in. Daardoor nemen we afstand van die egoïstische vraag: “En ik dan?” Wij gaven die oosterse invloed een Mongoolse interpretatie. Charlie bespeelt de erhu, een Chinees strijkinstrument, maar ook de Mongoolse morin khuur. Dat instrument roept de steppen en graslanden op waaruit het afkomstig is.

Wat me tijdens het beluisteren opviel, is dat je nooit louter nummers van The Beatles lijkt te coveren. Songs zoals “Tomorrow Never Knows” en “Strawberry Fields Forever” worden haast composities van Jah Wobble. Hoe belangrijk was het om ze naar jouw hand te zetten zonder de geest van de originelen te verliezen?
Je moet trouw blijven aan de melodie. Soms kwam ik in de verleiding om de baslijnen te veranderen en ze nog meer als mezelf te laten klinken, maar zodra je te slim probeert te zijn, dreig je het nummer kwijt te raken. Ik wilde dat mensen onmiddellijk herkenden dat dit “Strawberry Fields Forever” of “Tomorrow Never Knows” was. De melodieën zijn uitstekend, dus er bestaat geen reden om ze niet te respecteren. We hebben de ritmes opnieuw uitgevonden, zodat ze bij onze Mongoolse benadering en onze dubstijl pasten. Dub was belangrijk omdat The Beatles de psychedelica verkenden en dub zelf eveneens een vorm van psychedelica is. De grootste fout zou zijn geweest om te hard ons best te doen. We moesten ontspannen blijven en zien wat er ontstond.

Het album voelt als een ontmoeting tussen verschillende culturen. Na je verkenningen van dub, postpunk, jazz en muziek uit alle hoeken van de wereld: denk je nog in genres, of is muziek voor jou één enorme taal geworden?
Muziek voelt voor mij grenzeloos aan. We hebben labels en taalkundige omschrijvingen nodig, maar proberen er tegelijk altijd aan voorbij te gaan. Hoeveel ik ook over muziek kan vertellen, de daadwerkelijke scheppingsdaad vindt ongelooflijk snel plaats — misschien zelfs nog vóór het bewuste denken. Dat gevoel heb ik al sinds ik bij Public Image Ltd. begon te spelen. Ik kan bewust beslissen om met de stippen op de hals van mijn basgitaar een bepaalde vorm te maken, maar wanneer de muziek echt ontstaat, kan ze zo uniek aanvoelen dat ik me afvraag: “Waar is dit in godsnaam vandaan gekomen?” Ik beweer niet dat ik een sjamaan of medium ben. Het gaat eenvoudigweg om de verwondering dat je iets aanboort wat al vóór het bewustzijn lijkt te bestaan.

Dit is ook een familieproject, waaraan jezonen John en Charlie en hun moeder Zi Lan Liao meewerken. Is muziek maken met je kinderen anders dan samenwerken met muzikanten met wie je geen familieband hebt?
Het is prachtig en voelt volkomen natuurlijk aan. Ik hou van de muzikale keuzes die ze maken en niets voelt geforceerd. John heeft een eigen stijl, maar zijn benadering doet me denken aan Jaki Liebezeit van Can, die ik altijd bewonderde. Jaki was geen bombastische drummer. Hij kon een droog, ingehouden geluid creëren en speelde met enorm veel nederigheid en concentratie. John bezit diezelfde aandacht. Jaki was als een beoefenaar van krijgskunst: in plaats van honderd slagen te spelen, speelde hij honderd reeksen van telkens één slag. Iedere slag was bewust. John kan soms druk spelen, maar blijft altijd beheerst. Dat maakt het een absoluut plezier om met hem samen te werken. Mijn zonen weten waarvan ik hou, terwijl ze hun eigen smaak en persoonlijkheid behouden. Het generatieverschil vormt nooit een hindernis.

Er schuilt iets moois in verschillende generaties die nummers interpreteren die zelf al meerdere generaties hebben overleefd. Ben je door de samenwerking met je zonen anders naar The Beatles gaan luisteren?
Ze hebben de keuze van de nummers zeker beïnvloed. Songs zoals “Rain” en “Norwegian Wood” waren hun ideeën. John ontdekte zelfs een instrumentaal Beatles-nummer waarvan ik het bestaan niet kende. Ze voelden meteen dat ze die songs in hun eigen stijl konden interpreteren. Iedereen wilde “Tomorrow Never Knows” spelen, terwijl “Within You Without You” zich vanzelf voor de drums leende. De twee nummers die ik er absoluut bij wilde, waren “Strawberry Fields Forever” en “I Am the Walrus”. Gelukkig konden zij zich ook in die keuzes vinden.

Liverpool staat centraal in de albumtitel, hoewel je zelf in Londen bent opgegroeid. Wat betekent Liverpool voor jou, los van het feit dat The Beatles er vandaan kwamen?
Ik kom uit Oost-Londen, dat eveneens een havengebied was. Mijn familie bestond uit watermen en lightermen; mijn grootvader en de generaties vóór hem werkten met binnenvaartschepen en in de dokken. De arbeiders- en havencultuur van Liverpool voelt daardoor vertrouwd aan. Een vergelijkbare sfeer vind je in steden zoals Rotterdam of Oostende. Historisch waren dat ruige plekken vol dokwerkers en dronken zeelui, al werken er door de automatisering tegenwoordig veel minder mensen op schepen en in de havens. Mijn vrouw kwam op dertienjarige leeftijd vanuit China in Liverpool terecht, nadat ze als klein meisje met een rode vlag nog het einde van de Culturele Revolutie had meegemaakt. Stel je voor dat je zonder Engels te spreken op een harde arbeidersschool aankomt en leerlingen hun leerkrachten openlijk ziet tegenspreken. Voor haar betekende dat een enorme cultuuromslag. Liverpool is onderdeel geworden van mijn gezinsleven. Mijn oudste zoon woont er, mijn schoonfamilie is er gevestigd en ik heb er goede vrienden. Wij wonen in de buurt van Manchester, op slechts ongeveer drie kwartier rijden. Het East End waarin ik opgroeide, is grotendeels verdwenen. Mijn uitgebreide familie woonde ooit binnen dezelfde vierkante mijl; vandaag woont niemand van ons daar nog. Londen is, zoals men weleens zegt, binnenstebuiten gekeerd. Veel oorspronkelijke Londenaren verhuisden naar de buitenste zones of nog verder. Steden en bevolkingen veranderen voortdurend, omdat mensen nu eenmaal op zoek gaan naar een beter leven. Het voordeel van ouder worden is dat ik die veranderingen gewoon kan observeren. Wanneer vrienden me vragen wat ik aan een politiek probleem zou doen, antwoord ik: “Ik hoef helemaal niets te doen. Ik ben maar een bassist.”

je komt uit een generatie die met punk en postpunk de muzikale regels verscheurde, maar grijpt nu terug naar muziek van de generatie vlak vóór jou. Heeft het ouder worden je kijk op traditie veranderd — en misschien ook op het idee van rebellie tegen het verleden?
De jaren zeventig vormden een bijzonder hard decennium in Groot-Brittannië, gekenmerkt door armoede en politieke onrust. Ik ben in 1958 geboren, in een periode waarin beter onderwijs en sociale huisvesting arbeiders meer kansen boden. Daardoor ontstond in de jaren zestig een explosie van schrijvers en muzikanten uit de arbeidersklasse. The Beatles kwamen grotendeels uit dat milieu en later gold hetzelfde voor punk. Tegen de jaren zeventig was rock grandioos en pseudovirtuoos geworden. Progressieve rock was technisch complex, maar miste vaak groove. Ik hield meer van zwarte muziek, reggae, bluebeat en ska. Punk vormde een woedende reactie tegen het establishment van de oude rockers. Ironisch genoeg kon de muziek zelf behoorlijk conservatief zijn — vaak niet veel meer dan elementaire rock-’n-roll — maar de houding was kwaad, grappig en oneerbiedig. Malcolm McLaren, John Lydon en de mensen rondom die scene leken soms op de Marx Brothers: ze lachten met het establishment terwijl ze het tegelijkertijd provoceerden. Vóór Public Image Ltd. woonde ik alleen in een kraakpand, met een basgitaar maar zonder versterker. Die had ik verkocht, waarna ik mijn instrument tegen het hoofdeinde van een bed drukte om te kunnen spelen. Zelfs toen dacht ik al aan iets abstracters: baslijnen gecombineerd met synthetische geluiden en geschreeuwde of gesproken vocalen. Nadat ik uit het kraakpand was gezet en tijdelijk opnieuw bij mijn ouders woonde, vroeg John me om bij PiL te komen. Beeldende kunstenaars lijken nieuwe ideeën vaak eerder te bereiken dan muzikanten. Binnen de postpunk stonden wij dichter bij de abstract-expressionisten uit de jaren vijftig. We waren kwaad en nihilistisch, verzetten ons tegen traditie en zochten naar een andere vorm van expressie. Ik kan me perfect voorstellen dat Metal Box bij een schilderij van Rothko wordt afgespeeld: een compromisloze geluidsmassa die zich niet zoals een conventioneel verhaal netjes van links naar rechts ontvouwt. Ze beweegt evenzeer verticaal als horizontaal.

Toen je Metal Box hielp creëren, kon niemand vermoeden dat mensen bijna een halve eeuw later nog altijd over die muziek zouden praten. Vraag je zich soms af welke muziek van vandaag over vijftig jaar nog een vergelijkbare impact zal hebben?
Ik veronderstel dat die muziek er zal zijn, maar ik kan me echt niet voorstellen hoe ze zal klinken. Misschien wordt het iets microtonaals, zoals de muziek van dat Frans-Canadese duo — Angine de Poitrine, geloof ik? Misschien ontstaat er een beweging weg van de diatonische muziek. Ook ritmisch spelen ze bijzonder slim. Hun muziek is gebaseerd op loops in regelmatige maatsoorten, maar door de accenten die ze leggen, suggereren ze allerlei onregelmatige maatsoorten. Ze hebben duidelijk hard en haast obsessief gewerkt aan wat ze doen.

Na meer dan vier decennia vol dub, postpunk, jazz, wereldmuziek en experiment: zoek je nog altijd actief naar klanken die u kunnen verrassen?
Absoluut. Ik wil nog altijd aangenaam verrast worden. Dat kan evengoed met eten als met muziek gebeuren. Onlangs at ik vers brood dat nog een beetje warm was, met heerlijke boter uit Bretagne en enkele goede ansjovissen. Zoiets eenvoudigs kan je doen denken: “Wauw, dit is het beste wat er ooit heeft bestaan.” Muziek kan mij nog altijd op precies dezelfde manier treffen en plots hemels klinken. Ik probeer te bewaren wat zenleraar Shunryu Suzuki de geest van de beginner noemde: “In de geest van de beginner zijn er veel mogelijkheden, maar in die van de expert slechts enkele.” Ik wil de bas benaderen als een beginner, alsof ik het instrument nog nooit eerder heb bespeeld. Dan kan alles opnieuw als nieuw aanvoelen.

Na alles wat je hebt meegemaakt — PiL, Invaders of the Heart, samenwerkingen over culturele grenzen heen en nu muziek maken met je familie — wat kan muziek je nog leren?
Ik beschouw leren niet als het louter opstapelen van intellectuele informatie. Dat kan oppervlakkig en haast materialistisch worden. Muziek brengt ons dichter bij iets wat vóór het bewustzijn bestaat. Net zoals je van die boter proeft en alleen maar “wauw” denkt, kan muziek de denkende geest even stilleggen. Binnen spirituele tradities kan een leerling voortdurend om meer informatie vragen in de hoop de verlichting te bereiken, terwijl precies die zoektocht hem gevangenzet in het gewone denken. Daarom kan een zenmeester een leerling plots met een sandaal slaan: gedurende één ogenblik stopt het denken en blijft alleen het naakte bewustzijn over. We zijn getraind om voortdurend informatie op te nemen en krijgen zelden de tijd om ons te herpakken. Muziek kan die cyclus doorbreken. Ze geeft ons niet noodzakelijk nog een antwoord; soms leert ze ons iets door de vragen en het denken even te laten zwijgen.

Pics homepag @David Guttridge 

Bedankt voor het fijne interview
Jah Wobble is in november 2026 live te zien in de Cactus Club, Brugge (26 november 2026)

She's Green

She’s Green - We zijn eigenlijk al onze toekomstplannen aan het realiseren, en dat is onze muziek over de hele wereld verspreiden, beter worden in wat we doen en het goed doen

Geschreven door

She’s Green - We zijn eigenlijk al onze toekomstplannen aan het realiseren, en dat is onze muziek over de hele wereld verspreiden, beter worden in wat we doen en het goed doen

She’s Green - We zijn eigenlijk al onze toekomstplannen aan het realiseren, en dat is onze muziek over de hele wereld verspreiden, beter worden in wat we doen en het goed doen.
Alsjeblieft, iemand: vraag het hen! Slowdive: mogen we jullie voorprogramma doen?

Als de jonge garde de smaak te pakken heeft en er in slaagt om de jaren 80’ terug tot leven te brengen met daarbovenop een sausje uit 2026 weet je dat ook de jeugd van tegenwoordig interesse krijgt in dit soort van muziek. Het uit Minnesota afkomstige She’s Green brengt indie rock met een sausje van dream wave en ja op vraag van een twaalfjarige meisje kwam er zelfs een interview van, weliswaar bijgestaan door een vijftiger die de jaren 80’ actief meemaakte.

Lees gerust Live 2026 She's Green + Blue Robin - De revival van de dreamwave en de 80’s

Een klassieke startvraag: waar komt de naam van de band vandaan?
She’s Green: We waren aan het nadenken over namen en wilden iets dat een beetje een veganistische insteek had. We wilden iets dat verbonden was met Moeder Natuur, dus een groene dame kwam aardig in de buurt van wat we zochten. We dachten ook aan culturele en historische figuren en uiteindelijk zijn we voor She’s Green gegaan.

Dat brengt me bij “Dear Ivy”, een van jullie nummers. Heeft dat te maken met Poison Ivy, aangezien zij ook een in het groen geklede dame is die de natuur en gif gebruikt als wapen (zie Batman)?
She’s Green: Ja, inderdaad. In dit nummer hebben we het over bitter onkruid, als metafoor voor corruptie, de overheid… Maar het is ook een soort brief aan mijn jongere nichtje, die met beide voeten op de grond moest blijven staan, maar toch van het leven wilde genieten. Het is een diepgaand nummer met verschillende lagen.

We merkten dat jullie in jullie bio naar Tolkien verwijzen als inspiratiebron. Waarom hebben jullie dan niet gekozen voor folk in plaats van indie rock/dream wave?
She’s Green: Wel, we gunnen onszelf een soort vrijheid om te ontdekken en vinden het leuk om verschillende genres te verkennen. Sommige delen zijn eigenlijk al een beetje folk en het zou tof zijn om wat meer die richting uit te gaan. Misschien doen we dat in de toekomst wel.

Nu we het over vrijheid hebben: hoeveel kunnen jullie zelf beslissen? Welke nummers jullie uitbrengen, hoe het zal klinken en andere beslissingen?
She’s Green: Tot nu toe hebben we ons nog niet in een situatie bevonden waarin dat een probleem was. We hebben echt geluk met ons label, omdat we op dezelfde golflengte zitten. Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. Soms twijfelden we of ze akkoord zouden gaan met het uitbrengen van een bepaald nummer, maar we zijn echt gezegend met hen. Soms hebben ze andere ideeën, maar uiteindelijk komen we altijd op dezelfde lijn uit. Ze vertrouwen ons echt. We kunnen zelf de richting kiezen die we willen uitgaan.

Hoe is de band ontstaan? Kenden jullie elkaar al?
She’s Green: Het is allemaal heel langzaam ontstaan. Twee van ons woonden samen in een huis (Zofia Smith en Liam Armstrong). We waren met muziek bezig en Teddy Nordvold kwam bij ons in de kelder drummen. We jamden veel en uiteindelijk hebben we volgens mij aan een paar demo’s gewerkt en geprobeerd die live te spelen. We kenden elkaar uit de muziekscene en dat maakte het gemakkelijk. Alle concertzalen waren ook gewoon op wandelafstand van waar we woonden, dus het was gemakkelijk om elkaar te vinden en naar optredens te gaan. Ik wilde altijd al deel uitmaken van de muziekscene en daar is de vonk eigenlijk ontstaan.

En hoe zit het onderling binnen de band? Heeft iemand ooit bezwaar gemaakt tegen iets?
She’s Green: We zijn daar heel proactief in. We staan heel open tegenover elkaar, dus iedereen krijgt de kans om zijn of haar ideeën te proberen. We proberen het uit en kijken of het werkt of niet. Als iemand ergens echt enthousiast over is, respecteren we dat allemaal.

Wat is voor jullie het leukste aan touren?
She’s Green: Verschillende plaatsen en landen zien, mensen ontmoeten en met hen communiceren. Nieuwe indrukken opdoen…

Hebben jullie al tijd gehad om Brussel te bezoeken?
She’s Green: Helaas helemaal niet. We zijn vandaag zelfs wat laat aangekomen en vanavond vertrekken we alweer naar de volgende halte.

We zijn net terug uit Schotland en zagen Slowdive live op het podium. Het is duidelijk dat zij jullie hebben geïnspireerd. Hebben jullie nooit gedacht om samen iets met hen te doen?
She’s Green: We kennen hen en hebben Rachel in het verleden ontmoet. We hebben gepraat over hoeveel ze voor ons betekenen en hoeveel we van hun concerten genieten. Het was echt een heel tof moment.

Durfden jullie niet te vragen of het mogelijk was om samen iets te maken?
She’s Green: Oh, dat zou geweldig zijn als het ooit zou kunnen gebeuren. Zij staan op een veel hoger niveau dan wij, maar het zou fantastisch zijn.

Of misschien als voorprogramma van hen?
She’s Green: Je leest onze gedachten! Dat zou geweldig zijn. Alsjeblieft, iemand: vraag het hen! Slowdive: mogen we jullie voorprogramma doen?

Hebben jullie zelf de supportact van vanavond (Blue Robin) gekozen omdat ze zo goed bij jullie passen? Kenden jullie hen al?
She’s Green: Onze booker heeft dat geregeld. We zijn niet echt bekend met de bands hier, maar we gaan ze zeker bekijken. Het is leuk om bands te leren kennen en ze tijdens een tour te ontdekken.

Zijn jullie tijdens deze tour al aan nieuwe nummers aan het werken? Of gaan jullie daar pas na de tour aan beginnen?
She’s Green: We kijken ernaar uit. Dat is eigenlijk een van de nadelen van onderweg zijn. Er is momenteel geen tijd voor, maar we hebben al een paar demo’s. Op dit moment zijn die alleen instrumentaal. De teksten worden langzaam geschreven, dus het is nog volop in ontwikkeling. Zodra we thuis zijn, zullen we alles afwerken. We zijn er enthousiast over.

Hoe zouden jullie jullie muziek omschrijven aan mensen die jullie nog moeten ontdekken?
She’s Green: Alsof je door een regenachtig bos loopt, maar met niet té veel regen. Geen miezerregen, gewoon een goede hoeveelheid regen.

Cranes wordt op het internet ook genoemd als een invloed en ik moet zeggen dat het nummer “Bleed” behoorlijk dicht bij hun sound komt. Of heb ik het mis?
She’s Green: Ik denk niet dat Cranes een invloed is, maar ik kan in dit nummer wel horen waarom mensen die link leggen. We zijn eigenlijk wat te jong om hen live gezien te hebben. Misschien moeten we hen wat beter leren kennen.

Wat zijn jullie ervaringen tot nu toe in de muziekwereld? Alleen al een goed label vinden is moeilijk. Hoe is dat bij jullie gegaan?
She’s Green: Het label heeft ons gecontacteerd. Een kerel kwam helemaal uit New York om ons te zien spelen tijdens een optreden in een kelder. Het was leuk en we werden meteen vrienden. We voelen ons goed bij het label en het mooiste is dat ze ons niet onder druk zetten. We hebben onze vrijheid en dat is iets wat we er enorm aan waarderen. We worden omringd door een geweldig team.

Het was een gelukstreffer
She’s Green: Inderdaad. We hadden ook met andere labels contact gezocht en kregen enkele reacties. Op een bepaald moment stonden we zelfs bijna op het punt om een contract te tekenen, maar uiteindelijk verwaterde dat. Andere labels lieten dan weer niets van zich horen. Sommige voelden gewoon niet als een goede match en dat is voor ons heel belangrijk.

Welk nummer op het nieuwe album, of van jullie eerdere nummers, is speciaal voor jullie en waarom?
She’s Green: Het laatste nummer op ons nieuwe album, “Close Your Eyes”, is echt speciaal voor ons. We hebben er behoorlijk lang aan gewerkt. Het nummer ontstond als een droom en het heeft ons drie jaar gekost om het uit te werken tot we er tevreden mee waren. Het nummer was als een droomwereld die we verder hebben uitgewerkt en uiteindelijk in een song hebben omgezet.

Toen ik “Smile” opnieuw beluisterde, deed het me een beetje denken aan Siouxsie and the Banshees. Zou dat een invloed kunnen zijn geweest? Hebben jullie hen ooit live gezien?
She’s Green: Nee, we zijn te jong om hen live gezien te hebben, maar dat zou geweldig zijn geweest. Maar we begrijpen wel waarom je het vraagt.

Waar staat de titel ‘Swallowtail’ voor? Is die afkomstig van de staart van de slang (Midgaard) die door Thor werd bespeeld en zijn eigen staart inslikte? Elders draagt die de naam van Ouroboros (staat symbool voor de eeuwige cirkel)
She’s Green: Nee, eigenlijk is het de naam van een vlinder. Maar we houden van die dubbele laag in de titel en de verwijzing naar dat eeuwenoude verhaal over de slang van de wereld die zijn eigen staart opeet. Dat laatste hebben we ons pas later gerealiseerd en we vinden het heel cool. Het past echt goed bij ons.

Klopt het dat jullie in China hebben gespeeld? Hoe is dat gebeurd en hoe was het?
She’s Green: Ja, inderdaad. Toen we in eerste instantie gecontacteerd werden, dachten we dat het een grap was. Uiteindelijk hebben we daar drie shows gespeeld. Er was tot onze grote verbijstering veel volk (alle drie waren uitverkocht of bijna uitverkocht). Dit was opnieuw een positieve verrassing voor ons. Het was ook een culturele shock. We zijn daar twee weken gebleven en hebben het land echt leren kennen. Het overtrof al onze verwachtingen. Dat was onze eerste tour als hoofdact, eigenlijk waar dan ook. Dus stel je voor wat voor impact dat op ons had.

Nu we het toch over een culturele shock hebben: hebben jullie tijdens jullie tours door de jaren heen nog andere culturele shocks meegemaakt, behalve in China?
She’s Green: Dat is een goede vraag. China was absoluut een culturele shock, maar Frankrijk ook. Het is best moeilijk om te wennen aan hoe de mensen in China zijn en aan de steden daar. Maar ook van het Verenigd Koninkrijk naar Frankrijk komen was voor ons een culturele shock. We zijn niet gewend aan Franstalige mensen.

Ik neem aan dat jullie op school geen Frans hoefden te leren, aangezien dat volgens mij alleen verplicht is in staten dicht bij Canada, terwijl anderen bijvoorbeeld Spaans moeten leren als ze dicht bij Mexico wonen?
She’s Green: Klopt. Helaas kregen we alleen Engels, maar Zofia spreekt Spaans. Je moet wel bepaalde studiepunten behalen door een vreemde taal aan te leren.

Het is een enorme markt voor jullie muziek en ik neem aan dat jullie hopen er op een dag terug te keren?
She’s Green: Natuurlijk, ze kunnen ons altijd opnieuw vragen.

Is er tijdens deze tour een plek geweest die jullie echt heeft verrast?
She’s Green: Parijs. Gisteravond was echt bijzonder. We hadden nog nooit in Parijs gespeeld en wisten niet goed wat we konden verwachten. We dachten dat het publiek misschien wat gereserveerder en verlegener zou zijn. Maar integendeel: het was het luidste publiek tot nu toe.

Hebben jullie een droomcollab?
She’s Green: Alex Scally van Beach House (de Amerikaanse dreampopband), Slowdive en The Cure.

Wat zal de toekomst jullie brengen? Wat zijn jullie toekomstplannen?
She’s Green: Wel, we zijn eigenlijk al onze toekomstplannen aan het realiseren, en dat is onze muziek over de hele wereld verspreiden, beter worden in wat we doen en het goed doen. Misschien gaan we werken aan iets waarmee we onze huidige tour visueel kunnen vastleggen. Na deze tour nemen we een kleine pauze en gaan we daarna aan meer muziek werken. Maar bovenal: ervan genieten.

Pics homepag: She's Green met Melania

Wel, heel erg bedankt. We hopen dat deze tour jullie zal inspireren en voel je vrij om op een dag terug te komen en Brussel eens echt te bezoeken. Bedankt voor jullie tijd en geniet ervan!

Echoes Of A Dying World

Echoes of a Dying World – We moeten opnieuw als een eenheid leren samenleven

Geschreven door

Echoes of a Dying World – We moeten opnieuw als een eenheid leren samenleven

Na de debuut-EP Before the Fall uit 2022 en het album Tribulation uit 2023 rondt Echoes of a Dying World eind augustus de trilogie af met Revelations. De nieuwe EP verschijnt in eigen beheer en vormt allerminst een vrijblijvend sluitstuk. Duisternis en hoop, individuele afzondering en maatschappelijke verbondenheid staan voortdurend tegenover elkaar.
Tijdens Hellbound Fest zagen we hoe die tegenstellingen ook live tot leven komen. De veelzijdige stem en expressieve podiumpresence van Tine Vanmuysen trokken daarbij de aandacht, maar het was vooral de wisselwerking tussen alle muzikanten die het optreden liet uitgroeien tot een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving.
Over Revelations, de hechte band tussen de muzikanten, haar jazzachtergrond en de voortdurende zoektocht naar evenwicht hadden we een fijne babbel met Tine.

Ik zag jullie onlangs op Hellbound Fest en schreef dat jullie live meer brengen dan zomaar een concert. Het wordt bijna een duistere, sprookjesachtige totaalbeleving. Herkennen jullie jezelf in die omschrijving?
“Die omschrijving klopt zeker, al zijn het niet altijd mooie sprookjes die daaruit voortkomen. Elk sprookje heeft vaak een mooie, maar ook een duistere kant. Het is precies die tegenstelling die we in onze muziek proberen te verweven. Onze nummers gaan wel degelijk over de realiteit, maar die wordt telkens in een groter verhaal gegoten. Op dat vlak herken ik ons dus zeker in die omschrijving.”

In mijn verslag schreef ik ook dat jullie voortdurend balanceren tussen pure duisternis en sprankelend licht. Is die tegenstelling bewust in jullie muziek aanwezig?
“Absoluut. Je mag problemen benoemen. Eigenlijk moet je dat zelfs doen, maar tegelijkertijd moet je ook de hoop die er nog is durven zien en tonen. Er hangt altijd een duistere walm over onze muziek en teksten, maar daarbinnen proberen we toch steeds een boodschap van hoop uit te dragen. Die tegenstelling is dus heel bewust aanwezig.”

Jullie muziek wordt vaak omschreven als symfonische death- en doommetal, maar klinkt tegelijk bijzonder filmisch en atmosferisch. Hoe belangrijk is sfeer wanneer jullie aan een nieuw nummer beginnen?
“Wanneer we aan een nieuwe song beginnen, staan we eigenlijk niet bewust stil bij dergelijke omschrijvingen. Het begint vaak heel klein, met één enkele riff waaraan we vervolgens elementen beginnen toe te voegen. We kneden het geheel en geven het geleidelijk vorm. Zodra er een soort structuur ontstaat, begin ik met de teksten te spelen en creëren we verschillende lagen. Elke laag wordt afgetoetst. Soms verdwijnt er opnieuw eentje en soms wordt er nog iets toegevoegd. We geven onze nummers de tijd om te groeien en durven er ook kritisch naar te kijken. Er zullen altijd songs of ideeën zijn die nooit de eindstreep halen. Wat die eindstreep wel haalt, zijn de nummers waarover we voor honderd procent tevreden zijn en waarbij we het gevoel hebben dat het verhaal af is en er niets meer aan hoeft te worden toegevoegd.”

De opkomst op Hellbound Fest was niet enorm, maar jullie speelden alsof er een volle zaal voor jullie stond. Maakt het voor jullie uit hoeveel mensen er voor het podium staan?
“Persoonlijk maakt het mij niet uit of we voor één persoon of voor honderd mensen optreden. Ook die ene persoon heeft voor een bepaalde ervaring gekozen en verdient minstens evenveel aandacht als die honderd. Bovendien beleven we zelf veel plezier aan wat we doen. Of er nu veel of weinig volk staat, dat plezier blijft hetzelfde.”

Toch hoorde ik ooit iemand zeggen dat optreden voor vijfentwintig mensen soms moeilijker is dan voor vijfhonderd. Ervaar jij het eveneens zo?
“Dat klopt zeker. Wanneer er weinig mensen staan, voel je je soms extra bekeken. Dat is een heel vreemd gevoel en in het begin had ik het daar behoorlijk moeilijk mee. Wat me daarbij geholpen heeft, is optreden in cafés, waar je op gelijke hoogte met het publiek staat en de mensen letterlijk in de ogen kijkt. Aanvankelijk vond ik dat heel confronterend, maar uiteindelijk moet je je daaroverheen zetten en die knop omdraaien.”

Ook vocaal zit de tegenstelling tussen licht en duisternis diep in de muziek van Echoes of a Dying World verankerd. Op plaat en podium beweeg je tussen breekbare, bijna feeërieke passages en demonische uitbarstingen. Zoek je die verschillende kanten van je stem bewust op?
“Ik probeer elke emotie de kleur te geven die ze verdient en die haar het beste ondersteunt. Soms is dat rauw of agressief, maar op andere momenten klinkt het juist hoopvol en zacht. Ik probeer daarin altijd een goede balans te bewaren. Bij sommige nummers voel je echter dat er nauwelijks plaats is voor lieflijkheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij ‘Anarchia’, zowel muzikaal als tekstueel. Dan blijf je bewust binnen dat rauwe gevoel.”

Zonder de muzikale wisselwerking met de andere bandleden zou die veelzijdigheid echter nooit hetzelfde effect hebben. Hoe belangrijk is die onderlinge band? Zijn jullie een ‘match made in heaven’ — of misschien eerder in hell?
“Ik heb de eer en het genoegen om met ontzettend goede muzikanten te mogen werken. Zij weten waarover mijn teksten gaan, kennen het bereik van mijn stem en spelen daar perfect op in. Meestal beginnen we met de muzikale omlijsting. Vervolgens puzzelen we aan de tekst en bekijken we samen welke richting we ermee kunnen uitgaan. Ik let daarbij ook op hun reacties. Wanneer ze spontaan met hun hoofd beginnen mee te knikken, weet ik dat het goed zit. Ze bouwen de spanning automatisch mee op. Op de een of andere manier komt alles telkens opnieuw mooi samen. Doorheen die drie releases is het niet zozeer de bezetting, maar vooral onze muziek die veranderd en gegroeid is. Ondertussen kunnen we elkaar zonder woorden aanvullen. Eén blik is soms voldoende. We hebben ook moeten leren dat, wanneer een van ons valt, de rest klaarstaat om alles recht te houden. Het is uiteraard de bedoeling dat het publiek daar niets van merkt.”

Die onderlinge wisselwerking viel me inderdaad op. Ik woon veel jazzoptredens bij en herken iets van dat improviserende karakter ook in jullie muziek.
“Ik ben opgeleid als klarinettiste en heb veel jazz gespeeld. Daarnaast ben ik een enorme fan van Nina Simone en Billie Holiday. Zulke invloeden neem je automatisch mee in je eigen muziek. We luisteren als band bovendien niet uitsluitend naar metal, maar volgen allemaal verschillende genres. Daar komt dat improviserende karakter waarschijnlijk gedeeltelijk vandaan.”

Het hokjesdenken lijkt de laatste jaren stilaan te verdwijnen. Speelt dat in jullie voordeel? Jullie muziek valt tenslotte moeilijk in één hokje te duwen.
“Toen we met Echoes of a Dying World begonnen, probeerden mensen ons wel degelijk in een bepaald hokje te plaatsen. We hebben onszelf toen ook lange tijd afgevraagd wat voor muziek we nu eigenlijk maakten. Op een bepaald moment zijn we gestopt met ons die vraag te stellen. De laatste twee of drie jaar merk ik bovendien een kentering. Er zijn ondertussen zoveel nieuwe hokjes bijgekomen dat niemand er nog een duidelijk overzicht van heeft. Daarom hebben we die hokjes zelf maar overboord gegooid. We merken dat dit een positieve uitwerking heeft op de band. We houden niet van grenzen en willen uiteindelijk gewoon muziek maken waarbij we onszelf goed voelen.”

Jullie nieuwe EP Revelations vormt het laatste deel van een trilogie. Wanneer wisten jullie dat Before the Fall, Tribulation en Revelations samen één groter verhaal zouden vormen?
“Toen we aan Before the Fall begonnen, wilde ik mijn wereldbeeld beschrijven: hoe de wereld op mij overkomt en hoe beangstigend die soms kan zijn. Ik kan heel blij zijn en vervolgens plots heel verdrietig worden. Dat is een eigenschap van mezelf die ook in mijn teksten naar voren komt. Metalmuziek kan bijzonder duister zijn, maar wij wilden daar altijd een boodschap van hoop tegenover plaatsen. Na het uitbrengen van onze eerste EP merkten we dat we veel meer nummers hadden dan oorspronkelijk voorzien. Uiteindelijk is daar een trilogie uit ontstaan. Het eerste deel gaat over hoe alles begonnen is en wat de aanleiding was. Vervolgens zitten we midden in de gebeurtenissen. Op Revelations stellen we de vraag welke zaken in ons leven ons hebben gebracht tot waar we nu staan en hoe we binnen die context toch een boodschap van hoop kunnen uitdragen. Revelations vormt de afrekening van alles. De voornaamste boodschap is dat we opnieuw als een eenheid en als een hechte groep moeten leren samenleven. Wanneer iedereen in zijn eigen cocon blijft zitten, gaat uiteindelijk degene met het meeste geld en het meeste lawaai met alles lopen. Die eenheid moet terugkeren in onze maatschappij. We proberen mensen aan te sporen om te durven benoemen wat er fout gaat en daar vervolgens samen iets aan te doen.”

Had het feit dat Revelations het sluitstuk van de trilogie zou worden invloed op de manier waarop jullie de nummers schreven? Was er een gevoel dat het verhaal nu afgerond moest worden?
“Eigenlijk niet. Je kunt de trilogie vergelijken met een boek dat in drie delen werd uitgegeven. Nu is het gewoon tijd voor een volgend boek, want het verhaal is nog lang niet verteld. Misschien wordt ook dat volgende boek opnieuw een trilogie. Je weet vooraf nooit hoeveel delen je nodig hebt om een bepaald verhaal te vertellen.”

Ik had tijdens het beluisteren inderdaad het gevoel dat Revelations wel het einde van het drieluik vormt, maar niet het einde van het verhaal. In welke richting kan dat volgende hoofdstuk gaan?
“Volgens mij komen we nu uit bij een soort toestand van evenwicht, of beter gezegd: het streven daarnaar. Er is nog altijd zwart en er is nog altijd wit, maar het leven bestaat vooral uit het voortdurende balanceren tussen die twee uitersten.
Ik vermoed dat onze nieuwe nummers verder in die richting zullen gaan. De vraag wordt dan: hoe vinden we dat evenwicht? We weten ondertussen wat er fout is gelopen en we weten dat we moeten blijven hopen, maar de vraag hoe we dat concreet moeten doen en waar dat evenwicht precies ligt, blijft voorlopig onbeantwoord.”

Hoe proberen jullie het evenwicht muzikaal te vinden?
“Door een nummer voortdurend te veranderen. Onze nummers blijven tijdens de repetities groeien. Soms voelen we dat er nog iets ontbreekt en dan blijven we eraan werken tot we gevonden hebben wat het nummer nodig heeft. Zo was er een song die oorspronkelijk op Revelations had moeten staan. We hadden echter het gevoel dat hij nog niet af was en dat er meer in zat. Soms zijn we maanden met één nummer bezig. We moeten onszelf de tijd gunnen om niet te snel tevreden te zijn en een compositie verder te laten groeien, tot ze het punt bereikt waarop alles klinkt zoals wij het echt willen. Die balans vinden is dus een zoektocht. Het is een lang proces van proberen, uitproberen en opnieuw veranderen.”

Ik heb de EP beluisterd en jullie live gezien. Hoewel de muziek ook op plaat overeind blijft, voelt het verhaal pas helemaal compleet wanneer je de band op het podium ziet. Heeft dat eveneens met dat groeiproces te maken?
“Zeker. Toen ik met Echoes of a Dying World begon, had ik nog nooit gegrunt. Ik kwam uit een classic-rockcoverband en had wel nummers van Iron Maiden en AC/DC gezongen, maar dit was toch iets helemaal anders. Tijdens onze eerste optredens was ik zo intensief met de zangtechniek bezig dat ik de interactie met het publiek soms vergat. Naarmate de screams me meer eigen werden, kwam er ruimte vrij om bewuster met het publiek bezig te zijn. Eigenlijk lukt het me pas sinds ongeveer drie jaar om die interactie echt ten volle op te zoeken. Het livegebeuren maakt dus absoluut deel uit van het groeiproces waarover we het hadden.”

Jullie muziek vertelt verhalen die de luisteraar aan het denken zetten en de fantasie prikkelen. Willen jullie dat iedereen de teksten en concepten op dezelfde manier begrijpt, of vinden jullie het interessant wanneer luisteraars er een eigen verhaal in ontdekken?
“Er zit veel beeldspraak in onze muziek. Daardoor kunnen luisteraars bepaalde passages anders interpreteren. Met mijn bindteksten probeer ik tijdens een optreden een korte inleiding te geven en duidelijk te maken in welke richting het nummer gaat. Het mooie aan muziek blijft echter dat iedereen er het zijne kan uithalen. Veel van onze nummers zijn dualistisch opgebouwd. Er kan bijvoorbeeld Bijbelse beeldspraak in voorkomen, zoals in ‘Iskariot’, terwijl daarachter een heel andere boodschap schuilgaat. Verhalen met een boodschap, daar draait het voor ons om. In het verleden lag dat anders. Toen bracht ik bijvoorbeeld verhalen uit de Noorse traditie, maar nu wil ik verhalen vertellen met een boodschap die binnenkomt en mensen doet nadenken. Het is zeker de bedoeling om hun nieuwsgierigheid te prikkelen en ervoor te zorgen dat ze uiteindelijk hun eigen verhaal in onze muziek kunnen ontdekken.”

Iets helemaal anders: de laatste jaren zien we steeds meer vrouwen hun plaats opeisen binnen de metalwereld. Naast jou zijn er bijvoorbeeld zangeressen actief bij Behind the Veil, Painted Scars en Circle Unbroken. Wat is er veranderd? Metal gold vroeger toch vooral als een mannenbastion
“Ik vind de term ‘female fronted’, zoals dat vaak wordt uitgedrukt, eigenlijk complete zever. Men spreekt toch ook niet over ‘male fronted’ wanneer er een man zingt? Los daarvan is de aanwezigheid van vrouwen in de metalwereld doorheen de jaren gewoon gegroeid. Je had onder anderen Doro en Arch Enemy. Zulke vrouwen hebben gaandeweg hun stempel op de metalwereld gedrukt, waardoor anderen eveneens het heft in handen durfden te nemen. Ik herinner me nog dat het bijna als een vorm van heiligschennis werd beschouwd wanneer ik als vrouw covers van AC/DC zong. Ook daarin is de laatste jaren gelukkig een kentering gekomen. Daarnaast bestaat er tegenwoordig gespecialiseerde vocal coaching waar vrouwen terechtkunnen om grunt- en screamtechnieken te leren. Vroeger was die begeleiding voornamelijk op mannenstemmen gericht en was ze voor vrouwen veel minder toegankelijk. Iris Goessens, die bij Spoil Engine zong, helpt bijvoorbeeld heel wat beginnende zangeressen binnen de metal. Ik heb het destijds allemaal zelf moeten uitzoeken. Het is goed dat dergelijke begeleiding nu bestaat voor een volgende generatie. Er is duidelijk een kentering aan de gang om de weegschaal eindelijk meer in evenwicht te krijgen.”

Tot slot: stel dat ik Echoes of a Dying World nog niet ken. Hoe zou je me dan overtuigen om jullie muziek een kans te geven? Wat maakt de band volgens jou bijzonder?
“Wij willen niet zomaar muziek brengen, maar de luisteraar meenemen op reis door verschillende landschappen en hem aanzetten om daarover na te denken. Niet iedereen vindt alle landen even mooi en daar is niets mis mee, maar je moet ze eerst ervaren om dat te kunnen weten. Voor avonturiers die graag op reis gaan, is er Echoes of a Dying World om al die verschillende landschappen mee te ontdekken.”

Welke ambities koesteren jullie nog? Wat is het hoogste doel dat Echoes of a Dying World als band wil bereiken?
“We willen natuurlijk zoveel mogelijk mensen bereiken met onze muziek en misschien een kleine aanzet geven tot een betere wereld. Muzikaal willen we blijven groeien, experimenteren en vooral veel plezier blijven beleven aan wat we doen. Het zou mooi zijn mochten we ooit op een festival als Alcatraz, Graspop Metal Meeting of Dynamo Metalfest kunnen staan. Dat zou de kers op de taart zijn.”

Jullie muziek is niet meteen de meest toegankelijke, maar daar is uiteraard niets mis mee. Willen jullie koste wat het kost naar zulke grote podia doorgroeien, of zouden jullie er vrede mee hebben om binnen de underground een sterke status uit te bouwen?
“We willen vooral altijd onze eigenheid bewaren en de vrijheid behouden om op muzikaal vlak te doen wat we zelf willen. Als we daardoor in de underground blijven, zullen we proberen daar een zekere status te verwerven. Either way, our echo will be heard!”

Bedankt voor de fijne babbel, heel veel succes in alles wat jullie nog doen, we blijven het op de voet volgen…
Revelations
verscheen eind augustus 2026 in eigen beheer

Sandra Kim

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Geschreven door

Sandra Kim - Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Toen Sandra Kim in 1986 als eerste en voorlopig enige Belgische artieste het Eurovisiesongfestival won met “J’aime la vie”, gingen voor haar heel wat deuren open.
Maar die enorme doorbraak had ook een keerzijde. De piepjonge zangeres werd door een dominante producer in een bepaalde richting gestuurd en kreeg nauwelijks de vrijheid om zelf te ontdekken welke artieste ze werkelijk wilde worden.
Dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms beseft, bewees ze onder meer met haar overwinning in The Masked Singer.
Ook tijdens haar recente optreden op de Fonnefeesten liet ze horen hoe moeiteloos ze schakelt tussen chanson, pop en soul. In ons verslag schreven we dan ook dat achter die ene wereldberoemde song een bijzonder veelzijdige zangeres en rasentertainer schuilgaat.
Lees gerust Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Sandra Kim behoort bovendien tot het selecte gezelschap Belgische artiesten dat zowel in Vlaanderen als in Wallonië een breed publiek weet te bereiken. Veertig jaar na haar historische overwinning praat ze openhartig over de schaduw van “J’aime la vie”, haar gebrek aan artistieke vrijheid tijdens haar jonge jaren, haar hernieuwde succes in Vlaanderen en haar liefde voor het podium. Achteromkijken doet ze zonder verbittering, terwijl ook de toekomst haar niet voortdurend bezighoudt: “Ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment!”

Tijdens het optreden op de Fonnefeesten verving je Isabelle A, die haar tournee om gezondheidsredenen moest annuleren. Was het moeilijk om onder die bijzondere omstandigheden het podium op te stappen?
“Nee, dat was niet moeilijk. Wanneer ik het podium opga, voel ik altijd veel adrenaline en zelfvertrouwen. Uiteraard heeft het nieuws over haar gezondheid mij diep geraakt.”

Tijdens het concert sprak je meermaals uw bewondering en steun voor Isabelle A uit. Is die solidariteit tussen artiesten belangrijk voor je?
“Jazeker. Ik moet zeggen dat wij als Belgische zangers elkaar vaak helpen. Enkele maanden geleden had ik bijvoorbeeld problemen met mijn stem. Mijn collega’s en vrienden Garry Hagger en Udo hebben mij toen verschillende keren vervangen.”

Je creëerde meteen een warme en spontane sfeer met het publiek. Voel je na veertig jaar carrière nog altijd dezelfde opwinding wanneer je het podium betreedt?
“Ik sta heel graag samen met mijn muzikanten op het podium. Daar laat ik me volledig gaan. Het is precies die spontaniteit die ik graag met mijn publiek deel.”

Op de Fonnefeesten liet je verschillende kanten van je stem en persoonlijkheid horen. Je  optreden bewoog zich tussen chanson, pop en soul. Heeft die muzikale veelzijdigheid altijd deel uitgemaakt van je artistieke identiteit?
“Ja, ik ben geen zangeres die zich tot één genre beperkt. Mijn muzikale smaak is heel eclectisch. Op het podium geniet ik ervan om mijn eigen nummers te brengen, aangevuld met enkele covers uit uiteenlopende muziekstijlen. Blijkbaar slaat die combinatie goed aan bij het publiek.”

Je staat vooral bekend als popzangeres, maar je stem bezit ook veel kracht en diepgang. Heb je er ooit aan gedacht om soul, blues of andere muziekstijlen verder te verkennen?
“Dat is vriendelijk van u om te zeggen, maar daar heb ik eigenlijk nog nooit over nagedacht. Misschien is het een idee voor de toekomst?”

In mijn concertverslag schreef ik dat je veel meer bent dan ‘de zangeres van J’aime la vie’. Heb je soms het gevoel dat het enorme succes van dat nummer de andere kanten van je carrière heeft overschaduwd?
“Ja, dat zeg ik iedere dag tegen mezelf. Tegelijkertijd kunnen we de media en het publiek dat niet kwalijk nemen. Het Eurovisiesongfestival en die ene overwinning zijn nu eenmaal in het collectieve geheugen gegrift. Toch probeer ik na al die jaren nog steeds te bewijzen dat ik ook iets anders kan zingen dan ‘J’aime la vie’.”

‘J’aime la vie’ heeft enorm veel deuren voor je geopend, maar kan zo’n beroemde song voor een artieste tegelijkertijd een zegen en een last zijn?
“Allebei!”

Welke band heb je na al die jaren met ‘J’aime la vie’? Zing je het nummer nog steeds met hetzelfde plezier en dezelfde emotie?
“Ik heb me met het nummer verzoend. Hoewel het niet de song van mijn hart is, zing ik het voor mijn publiek, voor wie ik bijzonder veel respect heb.”

Je was nog bijzonder jong toen je n 1986 het Eurovisiesongfestival won. Kreeg je destijds voldoende vrijheid om te ontdekken welke artieste je werkelijk wilde worden?
“Nee, ik had geen enkele vrijheid. Dat kwam door een tirannieke producer die alle beslissingen nam. Pas veel later ben ik mezelf die vraag beginnen te stellen.”

Hebt je soms het gevoel gehad dat producers, de media of de muziekindustrie je wilden opsluiten in een imago dat niet volledig bij je persoonlijkheid paste?
“Helaas lijkt dat haast onvermijdelijk te zijn. Gelukkig veranderen de mentaliteiten stilaan.”

Dankzij je deelname aan ‘The Masked Singer’ kon een nieuw publiek de kracht en veelzijdigheid van je stem ontdekken. Heeft die overwinning veranderd hoe het publiek en de muziekwereld naar je kijken?
“Ja, absoluut. Het was een fantastische ervaring en betekende een enorme nieuwe impuls voor mijn carrière in Vlaanderen. Kortom: alleen maar positief!”

Je bent een van de weinige Belgische artiesten die zowel in Wallonië als in Vlaanderen een breed publiek weet te bereiken. Hoe belangrijk is die rol als brug tussen de verschillende gemeenschappen van ons land voor je?
“Het is een enorme kans en een grote eer om zowel in het noorden als in het zuiden van het land bekend te zijn. Hoewel die twee gemeenschappen sterk van elkaar verschillen, passen we ons aan.”

Tijdens het concert zette je je muzikanten geregeld in de schijnwerpers. Hoe belangrijk is de band voor de manier waarop jouw nummers op het podium tot leven komen?
“Ik heb bijzonder veel respect voor hen. Het zijn uitstekende muzikanten en we kunnen het heel goed met elkaar vinden, ondanks het leeftijdsverschil. We vormen een echt team. Hun mening is voor mij dan ook belangrijk wanneer we beslissen welke nummers we op het podium zullen brengen.”

Je optreden combineerde eigen nummers met verschillende covers. Hoe kies je de covers die je wilt brengen? Moet zo’n nummer iets over jezelf vertellen?
“Nee, niet noodzakelijk. De keuze wordt gemaakt door mijn muzikaal directeur en mezelf. Ik wil vooral plezier beleven op het podium en tegelijkertijd mijn publiek een fijne tijd bezorgen.”

Op het podium schakel je moeiteloos tussen emotionele momenten en feestelijke, dansbare passages. Welke kant past het best: de gevoelige zangeres, de krachtige vertolkster of de entertainer die het publiek laat dansen?
“Al die elementen samen vormen de show. Bovendien is geen enkel optreden hetzelfde. Ieder concert is anders.”

Wanneer je terugkijkt op je volledige carrière, is er dan een nummer, album of periode waarop je bijzonder trots bent, maar die volgens u nog te weinig bekend is bij het grote publiek?
“Ja, er is een album waarbij ik heel nauw betrokken was en waarvan de muziekstijl niet meteen door het publiek werd verwacht. Dat is Make Up, een album dat u zeker eens moet beluisteren. Ik had mensen als Ozark Henry, Dani Klein, Adamo en Anthony Sinatra gevraagd om eraan mee te werken.”

Heb je na veertig jaar carrière nog dromen of muzikale projecten die je absoluut zou willen verwezenlijken?
“Ja, die heb ik, maar ik leef vooral volgens het principe ‘carpe diem’. Leve het huidige moment! De toekomst houdt mij minder bezig.”

Als je de echte Sandra Kim vandaag in één zin aan het publiek zou mogen voorstellen, ver weg van alle etiketten en het Eurovisiesongfestival, wat zou je dan zeggen?
“Authentiek!”

Pics homepag @Danny Wagemans Photography

Fijne dank voor de fijne babbel, veel succes in alles wat je doet , we blijven het op de voet volgen

Ænima - A Tool Experience

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Geschreven door

Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee

Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek. Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Voor hun optreden op Fonnefeesten - https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/103583-fonnefeesten-2026-dag-5-wat-een-intensiteit-van-aenima-en-een-afscheid-in-majeur-van-channel-zero  hadden we een fijne babbel met de band over hoe dat in zijn werk gaat? Wat is de drijfveer, de plannen en de ambitie

Ænima bestaat inmiddels al geruime tijd. Hoe is het project oorspronkelijk ontstaan, en wat was de aanleiding om jullie zo intensief op de muziek van Tool te richten?
Mario: Het is heel naturel ontstaan, door enkele mensen die gewoon de muziek van Tool wilden spelen voor mensen die graag live naar de muziek van Tool luisteren. Niets meer en niets minder eigenlijk. In 2015 begonnen Jay en Joris, die net Los Bastardos del Bronco hadden achter zich gelaten, samen te brainstormen over een nieuw project. Dik 10 jaar later ben ik de enige overgebleven van de oorspronkelijke bezetting, door het leven dat nu eenmaal gebeurt.

Tool staat bekend om complexe composities, ongewone maatsoorten en lange, gelaagde nummers. Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen bij het live brengen van die muziek?
Stephan: Zonder afbreuk daaraan te doen, een AC /DC tribute zouden we nooit doen. Wat we doen , doen we gewoonweg uit passie voor de geniale muziek van Tool. Die passie delen we allemaal, en dan gaat dat allemaal een beetje vanzelf.
Timmy: De grootste uitdaging blijft toch om een manier te vinden om het kritische Tool-publiek mee te trekken in de ervaring die we ook voor onszelf creëren op het podium. Aan hen om te oordelen of we daar in slagen.

Ik zag jullie in 2018 live in De Casino en schreef toen dat jullie veel meer brachten dan een gewone tribute-act. Nooit overwegen om dat in nummers te brengen?
Joshua: Dat ligt moeilijk, we hebben allemaal andere projecten waar we ons ei in kwijt kunnen. En in de meeste gevallen zijn dat nummers die moeilijk daarnaast kunnen liggen. Daarom doen we met dit project specifiek Tool nummers.

Het is nu ook niet dat dit een ‘zijproject is dat je er even bij neemt’, jullie nemen dit wel serieus op?

Mario: Zoals daarnet al gezegd weten we voor welk publiek we spelen. We zijn zelf fanatieke Tool fans, en dus zijn we super kritisch als we b.v. een andere Tool tribute bezig zien. De lat ligt heel hoog, we komen er niet mee weg als we maar half werk afleveren.

Hoe bereiden jullie een nieuw Tool-nummer voor? Wordt alles noot voor noot geanalyseerd, of laten jullie ook ruimte voor een eigen interpretatie?
Timmy: De nummers heel goed beluisteren, en keuzes maken, en vooral daarbij elkaar aanvullen en aanvoelen is het belangrijkste. Vroeger was dat een pak moeilijker want toen was er nauwelijks beeldmateriaal waar we op kunnen terugvallen. Nu kunnen we de nummers verbinden aan beelden, dat scheelt in keuzes maken. Soms gebeurt het dat we een nummer instuderen en denken: ‘Hij speelt het zo!’, en dan is het totaal anders (lacht).  En dan moeten we daar weer op in spelen.  Het is een kwestie van voortdurend schakelen en elkaar aanvullen daarin.

Waar ligt voor jullie de grens tussen zo trouw mogelijk blijven aan Tool en toch een eigen identiteit als band ontwikkelen?
Mario: Wij willen de nummers brengen zoals Tool ze brengt. Ons publiek moet de ogen kunnen sluiten en zich op een Tool optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar zo hoog moet de lat liggen. Onze fans en wijzelf zijn niet gek van compromissen hierin (lacht).

Jullie noemen jezelf ‘A Tool Experience’. Wat betekent dat woord ‘experience’ voor jullie, en waarin onderscheiden jullie je van een klassieke tribute- of coverband?
Stephan: Dat is er later bij gekomen, toen we op het podium merkten dat de beleving toch helemaal anders is dan in het repetitiekot. We zitten met een kritisch publiek. In het begin voelden we de energie die we op het podium brachten maar moeilijk terugkomen uit het publiek. Langzaam maar zeker komt dat goed en dat is voor ieder wel iets apart. En dat is dus die ‘experience’.

Wanneer zie je dat zo een experience geslaagd is? Want een Tool publiek zal je niet gauw in een moshpit zien of zo..
Timmy: De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee.

Hoe belangrijk zijn de visuals, belichting en de algemene podiumbeleving? Worden die bewust afgestemd op de muziek en de sfeer van elk nummer?
Mario: We zorgen er eerst en vooral voor dat de nummers klinken zoals het hoort. Geen improvisatie wat dat betreft. Jarenlang werkten we met Nico, een visual artist die zelf beelden maakte gebaseerd op wat Tool zoal brengt in zijn shows. Het is een essentieel deel van de experience, om op die manier ons publiek compleet mee te krijgen.  De mensen kennen de muziek, en als het totaalplaatje klopt, dan ontstaat er altijd iets magisch.

Als ik het goed begrijp, spelen jullie de nummers gewoon zoals ze zijn? bij sommige tribute bands zie je dat ze daar iets mee doen …
Joshua: Dat is ook niet de bedoeling. Er is bij Tool nummers niet zoveel ruimte om te improviseren eigenlijk. De muziek is op een manier ook een beetje heilig, en denken dat je er iets beter van kan maken zou misschien ook een tikje arrogant zijn. Alleen in de visuals, daarin hebben we de kans om mee een universum te scheppen.  Zo voelt het aan als een cinema met een band die vooraan staat te spelen, een filmische beleving.

Tool heeft een bijzonder trouwe en kritische fanbasis. Voelen jullie extra druk wanneer er doorgewinterde Tool-fans in de zaal staan?
Stephan: Dat wisten we toen we eraan begonnen. En dat lukt tot op heden best prima.

Op Fonnefeesten was er nog een extra probleem, hoe doen jullie dat dan met een ‘mainstraim publiek’; doen jullie een soort best of (bewust)? Of hoe zit dat?
Mario: Sowieso. Fonnefeesten wordt een ‘Greatest Hits’, als zoiets bij Tool al bestaat. Ook dan breng je dus de essentie van Tool, alleen gaan er meer mensen nummers herkennen.

Jullie brengen soms een volledig Tool-album integraal. Is zo’n albumshow een andere uitdaging dan een set met nummers uit verschillende periodes van Tool?
Mario: Voor de 30-jarige viering van het legendarische ‘Ænima’ album brengen we dit jaar het album integraal van de eerste tot de laatste noot. Daar zijn natuurlijk nummers bij die we niet spelen voor een publiek zoals op Fonnefeesten. Die kun je alleen maar brengen voor doorwinterde fans. Als je een album integraal brengt ligt de spanning helemaal anders.

Past de muziek van Tool niet beter in een club dan op een festivalpodium of is dat ver gezocht?
Timmy: Mensen hechten soms wat te veel belang aan locatie. Het publiek van sommige bands groeit door de jaren sterk aan, denk aan AmenRa. Bovendien, ooit was iedereen muisstil op festivals. Als je naar Tool gaat in een zaal, nemen ze je smartphone af als je staat te filmen. Om die nummers voor te bereiden was het de max om dat op een festival te kunnen doen, om ons daarop voor te bereiden. Dus .. het hangt wat van situatie tot situatie af, maar is niet concertzaal of festival plein gebonden.

Zijn er Tool-nummers die jullie bewust niet spelen omdat ze technisch, vocaal of productioneel te moeilijk zijn om live te reproduceren?
Mario: Ook dat hangt van situatie tot situatie af. Bij onze eerste passage in zaal Casino kwam de stagemanager, ook een Tool fan, nadat we het nummer H en Jimmy van op Ænima hadden gespeeld, ons zeggen: ‘Zalige nummers, maar ik zou dat niet brengen op een festival’.  En inderdaad, je kunt die niet spelen voor een breed publiek. Dan gaan ze pinten halen .. dus ja we houden daar zeker rekening mee, dat we op festivals bewust nummers niet spelen die in een zaal beter tot hun recht komen.

Hebben jullie zelf een favoriet Tool-nummer om te spelen, en is dat ook het nummer waar het publiek doorgaans het sterkst op reageert?
Timmy: The Grudge! Eén van de beste rocksongs aller tijden. Ik content, en het publiek ook (lacht)

Wat hebben jullie door Ænima geleerd als muzikanten en als groep? Naar jullie andere projecten toe bijvoorbeeld?
Joshua: Vooral die sound en dynamiek van Tool, al dan niet door de studies waarin de muziek van Tool altijd wel aanwezig is geweest. We nemen dat op een of andere wijze zeker mee in onze andere projecten. Dus vooral op dat vlak hebben we door Tool nummers te spelen, daaruit iets geleerd om te gebruiken bij wat we los daarvan doen.
Stephan: Ik ben beginnen luisteren naar Tool ongeveer wanneer ik gestart ben met drummen. Doorheen mijn studies is Danny Carey dus altijd aanwezig geweest. Ik heb zelfs mijn eindexamen gespeeld in teken van Tool-nummers. Omdat ik leerde drummen met Tool in de figuurlijke achtergrond, zit dat gebakken in mijn manier van spelen. Ik zou het zelfs niet uit mijn drumstijl kunnen weg krijgen, als ik zou proberen, dus het is onvermijdelijk dat ik het ook hanteer bij andere groepen waar ik in speel.

Welke ambities of plannen hebben jullie nog met Ænima? Zijn er albums, producties, podia of landen die jullie graag nog willen verkennen? Buitenland?
Mario: Zolang het in één weekend kan is alles mogelijk. Maar stel dat een promotor zegt, ‘Jullie kunnen een maand op toer’; wel dat gaat met ons werk en gezin niet lukken. We moeten daar realistisch in zijn. We hebben al meer shows gedaan in Nederland dan in eigen land. Vooral wat tribute bands betreft loopt men hier precies wat achter.
Joshua: Maar zeg nooit “nooit”…

Nochtans hoor ik veel organisatoren net zeggen dat als ze een affiche maken met tribute bands is die zaal uitverkocht , merken jullie dat dan ook? En het verschil met jullie eigen projecten?
Timmy: Zeker een vast, het is een tendens die al een tijdje bezig is. Maar het publiek kiest, en heel veel mensen kiezen voor ‘veilig’. Voor onze andere projecten is dat vaak jammer. Gelukkig kijken niet alle organisatoren alleen maar naar de portemonnee en krijgen eigen projecten met originele muziek toch ook nog kansen. Maar het zou best wat meer mogen zijn (lacht)

Zouden jullie, dit wetende, niet overwegen om nog enkel die Tool experience te doen, en de andere projecten niet meer?
Joshua: Creatief gezien zou dat wel een jammer zijn. En om even terug te komen op wat we daarnet zeiden; als je een AC/DC tribute doet liggen de kaarten anders. Dan kun je bij wijze van spreken op elk stadsfestivalletje, in elke club en menig café gaan spelen. Dat is met een Tool Experience toch even anders, ook dat zorgt ervoor dat we nooit alleen dit zullen doen.
Timmy: Want als wij de experience willen overbrengen hebben we natuurlijk een goede muziekinstallatie nodig maar ook een degelijk projectiescherm-met-beamer of LED-wall… anders kunnen we dit gewoon niet brengen. En dat kost natuurlijk geld.

Jay is er door zijn werk en andere omstandigheden mee gestopt onlangs, wanneer stopt het voor jullie eigenlijk?
Mario: Aangezien ik de enige ben die een organisch instrument bespeelt zal ik wel als eerste de pijp aan Maarten geven zeker! (lacht). Maar dat zal nog een tijdje duren als ’t God belieft.

Tot slot: stel dat iemand Tool nog niet kent en ook nog nooit van Ænima heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om jullie live te komen ontdekken?
Stephan: hem een pint beloven die hij krijgt na het eerste nummer?
Mario: Als je zegt dat de band zijn nummers baseert op de Fibonacci code, dan ben je toch direct verkocht. Enough said.

Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen

Pagina 1 van 41