logo_musiczine_nl

Talen

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Dick De Graaf - Die rugzak met ervaringen zeul je altijd met je mee, maar hoe je het uitwerkt, is voor mij de beste manier om te werk te gaan, door risico’s te nemen Aanbevolen

Geschreven door - -

Dick De Graaf - Die rugzak met ervaringen zeul je altijd met je mee, maar hoe je het uitwerkt, is voor mij de beste manier om te werk te gaan, door risico’s te nemen

Dick de Graaf is veertig jaar musicus. In die vier decennia heeft hij ontelbare momenten omarmd en gestapeld … Is het dan niet waard om daar een monument voor op te richten, klank en beeld samengevat? Dat is nu gebeurd met een zogeheten gatefold, waarin een veertig pagina’s dik boek en een elpee zijn opgeborgen: ‘Dick de Graaf - 40 jaar thuis op het jazzpodium - FESTIVE’ .
Naar aanleiding van een concertreek, die hem op 21 mei naar de Lokerse JazzKlub http://www.lokersejazzklub.be/concertagenda/357-2022-05-21-dick-de-graaf-festive brengt, hadden we een fijn gesprek met Dick De Graaf over veertig jaar jazz… en veel meer

Dick, veertig jaar als musicus en vooral in de jazz wereld, mogen we even terugkeren in de tijd, waar is de voorliefde voor jazz ontstaan? Hoe is alles begonnen?
De voorliefde voor jazz is reeds ontstaan  in mijn middelbare schooltijd.  Ik speelde wel gitaar in die periode dat ik 16 tot 17 jaar was, en volgde ook les. Ik had toen wel interesse in instrumentale muziek waarin werd geïmproviseerd. Niet zozeer jazz daarom, maar ook Emerson Lake and Palmer, Focus in Nederland, Frank Zappa tot Eric Clapton. Gaandeweg is die interesse in jazz er gekomen door radio programma, in Nederland had je toen nog verschillende zuilen. En die hadden allemaal wel een jazz programma, je kon toch tot vier a vijf keer per week, vooral in de min of meer late avond, wel ergens een jazz programma oppikken. Jazz & blues van Michiel De Ruyter en Aad Bos, dat waren pioniers op dat gebied. En de festivals die in die tijd werden georganiseerd, zoals het Loosdrecht Jazz Festival dat later verhuisde naar Singer in Laren, die werden ook live uitgezonden, en dat ging gewoon door na twaalf uur middernacht. Zo ben ik er mee in aanraking gekomen. In de radio studio’s in Hilversum waren er ook nog eens concerten. Dat waren best wel hype dingen, zoals bands met Fender Rhodes pianisten zoals Jan Huydts Rob Franken. Rond 1971/1972 ontstond een radio programma Session. Dat waren echt jamsessies met bekende muzikanten binnen jazz. Er was en geweldig swingende huisband met organist Cees Schrama, gitarist Joop Scholten en drummer Louis Debij en dan kwam er een of andere Amerikaanse ster mee jammen. Die kwam er na de pauze dan bij, en dat werd dan live uitgezonden. Dat heeft dertig jaar bestaan of zo, ik heb er later zelf nog in gespeeld. In jazzcafé Niek Vollebregt in Laren in Noord-Holland, daar had je ook een big band op maandagavond. De Skymasters speelden daar. Daarnaast had ik ook een vriend die speelde Saxofoon, ik speelde toen wat dwarsfluit en zo, ik improviseerde zelf maar dan meer op de rockachtige tot bluesachtige manier. Hij had in Amsterdam de geïmproviseerde muziek van Misha Mengelberg, Han Bennink en Willem Breuker ontdekt, dat vond ik zo interessant omdat het tegen alle regels ingaat. Ik vond sommige jazz wat netjes, en die Amsterdammers vonden dat lekker brutaal. Dat heeft geleid tot de mix die ik er zelf van gemaakt heb, met andere stijlen. Tussen de verschillende werelden in. Kortom, het is allemaal in de middelbare school ontstaan, toen ben ik gaan studeren in Utrecht. Daar is ook de rocktempel Trivoli Vredenburg ontstaan, dat toen nog gewoon Muziekcentrum Vredenburg heette. Er waren talloze test concerten waar al die Amerikaanse groepen op afkwamen. Daardoor had je op de meest uiteenlopende momenten in Vredeburg jazz concerten om de akoestiek te testen. Alle grote namen binnen de scene kwamen daar voorbij, en ik woonde om de hoek. Je krijgt daardoor veel informatie binnen die vanuit de live muziek scene op een natuurlijke wijze binnen sijpelt. Echt platen kopen was toen nog niet aan de orde, dat is pas in de jaren ’90 gekomen dat je die cd’s ook kon gaan kopen.

Je hebt jazz dus eigenlijk zien en horen evolueren, als ik het goed begrijp letterlijk zelfs …  maar je zei iets dat me wel triggert. Buiten de regels, maar jazz is toch sowieso buiten de regels?
Ja , maar ik heb toch op een bepaald moment gemerkt in de workshops. Er waren vrij veel improvisatie workshops. Ik ben trouwens op saxofoon overgegaan omdat er in de studententijd in de big band een plek was. Gaandeweg ben ik in het conservatorium terecht gekomen waar een soort jazz pedagogie gegeven werd. Dat waren radio musici die dat onderwijs gaven. Die hadden onder elkaar een manier van jazz lesgeven bedacht, en daaruit is een soort jazz theorie ontstaan eigenlijk. En die werd ook aangeleerd. En het is dus op die manier sterker geworden, dat er een soort regels waren waaraan je zou moeten voldoen. Ik ben daar zelf altijd creatief mee omgegaan, ik heb zelf 30 jaar les gegeven op conservatoria. Er is een theorie, er is een vorm van goed of fout, maar in de woorden van Thelonious Monk: een foute noot is een goede noot!

Ik zou daar verder op willen inpikken. Wat is de betekenis van jazz anno 2022 voor jou, aangezien de grote evolutie naar het meer improviserende karakter daarvan?
Het improviserende karakter , dat is voor mij altijd heel essentieel geweest. Dat begon bij mij zelfs al heel vroeg. Je luistert naar een stuk, dat stuk heeft een melodie, een ritme en een vorm, en eigenlijk wil je daar onmiddellijk iets aan toevoegen. Dat is een jazz muzikant in een notendop. Als jazz musicus ben je een componerende improvisator. En dat idee van ‘componerende improvisator’ dat zie ik heel veel terug in de hedendaagse jazz. Dat is zelfs veel meer geworden door de jaren heen. Ik ben er zelf altijd een voorstander van geweest , maar tegenwoordig is het gewoon schering en inslag en dat daarbij de genres van de muziek met het grootste gemak overschreden worden, zoals Turkse musici die zich toevoegen aan een band met Academische jazz musici bijvoorbeeld; en waar dan pop musici en jongens met Grunge die er dan weer nieuwe ritmes aan toevoegen. Die melange van er is niets, behalve wat wij ervan maken, dat vind ik het sterke punt aan de jazz op dit moment.

Ondertussen heb je heel wat hoogtepunten gekend, ook wel dieptepunten – wie niet – wat waren in die veertig jaar de meest gedenkwaardige momenten (of zijn er dat teveel om op te sommen)
Dat is een lastige vraag, want voor je het weet wordt het ‘Opa vertelt’ (haha). Als ik gewoon naar de laatste tien jaar kijk, en misschien nog effe terug … Tussen 2010 en 2017 heb ik doctoraat onderzoek gedaan naar compositie technieken. Daar heb ik ook muziek mee geschreven, en opgenomen op twee cd’s. En die ene BIRD Buzz, die heb ik gepresenteerd in een concert op de avond die voorafging de verdediging van  mijn proefschrift bij de Universiteit. Dat zelfde repertoire van die cd heb ik zes maand later gespeeld op het North Sea Jazz festival. Het verschil tussen die twee concerten, is een van de belangrijkste events die ik me voor de geest haal. Bij dat eerste concert zat de oppositie van de commissie van de universiteit , ze zaten nog net niet in toga, er zaten ook studenten en ex-studenten. En dan dus die rij streng kijkende mensen. Dat had een soort bedrukte sfeer.
Dat werd een stuk beter bij de tweede set. Het verschil tussen dat ene concert, en het laaiende enthousiaste onthaal op North Sea jazz. De mensen stonden in rijen tot buiten, er kon niemand meer in. Dat contrast, was een enorm hoogtepunt.
Je hebt dan ook iets als ‘na en voor COVID’ want die COVID heeft er ook ingehakt. Ik heb twee concerten midden in COVID gedaan, eentje midden in de periode in een kloosterzaal waar ook concerten werden gegeven. Daar kon ik solo gaan optreden. En dat was een heel emotioneel, voor het eerst weer met een publiek kunnen optreden. En ook een festival in Amersfoort. Het na al die tijd terug in contact komen met publiek, waren zeker en vast hoogtepunten.  En dat gaat nog steeds een beetje door eerlijk gezegd, vorige week nog een klein concertje in de Bibliotheek in Den Haag. En dan hadden de mensen ook zoiets van , wat fijn dat we weer dicht bij elkaar kunnen zitten, en dicht bij de muziek. En dat weer kunnen voelen. Dat is een hoogtepunt op zich, na die periode ja. Nog een hoogtepunt, jarenlang heb ik een septet gehad, en een van de hoogtepunten bij dat project waar we heel klein mee begonnen zijn. Een van de beste concerten was met de muziek van Jimi Hendrix , de songs werden voor die bezetting bewerkt met blazers, steeldrums, viool, trombone, gitaar en basgitaar, een heel kleurrijk ensemble om ervoor te zorgen dat die muziek van Jimi Hendrix echt zou klinken als in een soort jazz setting; in het voorprogramma van de Yellow Jackets en de Mingus Dynasty Bigband met duizenden enthousiaste mensen voor ons, ook dat was een heel leuke herinnering. Dan heb ik het wel over 2001, dat is al dik twintig jaar geleden. 

Middenin de covid-19 lockdown groeide de inspiratie voor nieuwe composities; kunnen we stellen dat deze COVID tijden eerder een zegen dan een vloek waren voor jou? Veel bands/artiesten gaven er de brui aan, anderen zijn er sterker uit gekomen? Hoe zit dat met jou?
Ik heb de tijd kunnen nemen om mijn versie van de eerste cellosuite van Bach, compleet met improvisaties of te nemen in de noodgedwongen lege Hillegondakerk in Rotterdam, en deze op YouTube gezet wat me veel belangstelling en reacties heeft opgeleverd. Daarnaast heb ik een aantal composities geschreven die uiteindelijk op het album FESTIVE terecht gekomen zijn, zoals Passeggiata anno Corona, Wetland en Alla Prima.

Je verkent vaak de grensgebieden van jazz, klassiek en wereldmuziek. Dat kan een risicovolle onderneming zijn; hoe heb je dat aangepakt en hoe gaat het doorgaans als je die grenzen aftast? En waarom doe je het vooral (je zou in je comfortzone kunnen blijven maar doet het niet ,wat me wel aanspreekt)
Zoals ik daarnet al heb verteld, heb ik de jazz leren grijpen en begrijpen , door live concerten te zien. En ik heb mezelf altijd het best kunnen ontwikkelen door in bands te spelen. Door dat te doen, en te experimenteren, heb ik de kans gehad om mezelf te ontwikkelen. Als je in een band speelt, kom je in een soort routine terecht,  en op een bepaald moment heb je de mogelijkheden wat uitgeput. Op dat moment kun je gaan praten, studeren of componeren. Op dat moment vind ik het leuk om een andere setting te kiezen, en daarmee aan de slag te gaan. Uiteraard die rugzak met ervaringen zeul je altijd met je mee, maar hoe je het uitwerkt is voor mij de beste manier om tewerk te gaan, door risico’s te nemen.
Ik heb nu bijvoorbeeld een afspraak gemaakt voor een zij project van North Sea Jazz, het fringe festival North Sea Round Town. Dat zijn heel veel kleine concerten doorheen de stad. En ik heb gedacht , ik ga weer een nieuwe stap wagen. Nu ben ik bezig met een stel jongeren van negentien a twintig jaar  die brengen een soort ‘funk, rap, rock, shoegaze en grunge’ . daar moet ik dus gewoon bij zijn.
Wat ik interessant vind is om te zien of we een muzikaal gesprek kunnen voeren samen. Ik doe ook iets met de organist van de Laurenskerk in Rotterdam, Hayo Berema.  Je moet weten binnen de klassieke muziek is de kerkorganist de enige die echt improviseert. Hayo is daar heel ver in gegaan. We improviseren samen op enorme hoogte, ook dat is een enorme uitdaging. We hebben een aantal improvisaties deze maand uitgebracht op de cd SPLIT LEVEL. Ik hou gewoon van mezelf blijven uitdagen. Jezelf opnieuw uitvinden, dat is wat ik bewust steeds opnieuw probeer te doen. Het houdt me bezig.

Ik vind dat prachtig, want je zit in een positie dat je jezelf niets meer hoeft te bewijzen eigenlijk
Daar gaat het ook niet om uiteindelijk. In de jaren ’90 heb ik korte tijd een kwartet geleid met de avant garde pianist Mischa Mengelberg, bassist Arnold Dooyeweerd en drummer John Engels.  In de Nederlandse jazz wereld dachten ze, dat moeten we gaan bekijken, dat wordt bloed aan de palen. Dat zijn mensen die helemaal niet bij elkaar passen. Maar dat werd een heel goeie, boeiende muzikale conversatie, met hartelijk leuke concerten. Een Nederlandse criticus zei ‘’De Graaf is erin geslaagd, wat veel mensen niet kunnen, examen doen’. Maar zo zie ik dat dus helemaal niet. Het is gewoon een manier om het muzikaal verhaal dat je vertelt, ook voor het publiek interessant te houden.

Je hebt met de grote namen binnen de scene samengewerkt, aan welke samenwerking heb je de mooiste herinneringen?
In 1982. Mijn ontdekking in Utrecht door trompettist Jeff Reynolds die mij vroeg voor zijn Maiden Voyage Big Band in Asterdam, waar ik met veel goede musici in contact kwam en die leidde tot mijn doorbraak in de Nederlandse jazzwereld. Uit de jaren ’90 herinner ik me drummer Billy Hart’s enthousiasme over mijn uitvoering van (afgekeurd want te lang) Peace tijdens de opnamen van de cd New York Straight Ahead. Ook heb ik geweldige herinneringen aan de optredens tijdens mijn reizen in Mali met koraspeler Toumani Diabaté, zanger en gitarist Habib Koité, en gnomi-speler Bassekou Koyaté. Heel bijzonder vond ik ook een optreden in Bursa met de oud-speler en gitarist  Erkan Ogur tijdens. Het was een optreden met popfestivalachtige allure.

Dit interview is natuurlijk naar aanleiding van Boek en Elpee ‘Dick De graaf – 40 jaar thuis op het jazzpodium - FESTIVE’; wat mogen we verwachten? En hoe selecteer je dat toch, ook al is het best een dik boek… Je moet toch keuzes maken?
Met de muziek wilde ik een synthese maken tussen gevoel en verstand eigenlijk. Mijn voorlaatste project, BIRD Buzz waar ik het daarnet over had, was het resultaat van een studie die ik had gedaan. En dat heeft ook goed gewerkt. De critici zeiden ‘gelukkig maar dat je niet kon horen dat het een of andere studie is die je op muziek hebt gezet, het komt natuurlijk over’. Ikzelf werd echter getriggerd door de coronatijd, want toen kreeg ik ook de mogelijkheid een cd te maken, en het idee werd aangereikt door John Weijers, de baas van Zennez Record om,  als de focus zou liggen op 40 jaar in de business, er dan ook een boek bij te doen met illustraties. Bij de selectie van de muziek heb ik dus opgelet dat er wel nog iets inzit uit die compositietjes tijdens dat studie project. Maar dat 80% meer intuïtief zou zijn. Daar wilde ik echt naartoe. En het boek ja, het moesten veertig pagina’s zijn, maar waren er 95 en moest gewoon worden terug gebracht.  Mijn vriend Wiljan van den Akker, emiritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, zei me is dat boek te lang? Ik kan het meer dan de helft korter maken, zonder dat je daar last van hebt. En die heeft dan deze redactie gemaakt. Het was dus allemaal wel de bedoeling dat het persoonlijk was, maar dat het ook een blik wierp op de wedergeboorte van alles door de jaren heen , dat dit dus ook een beetje zichtbaar was.

Je laat je ook omringen door top muzikanten, waar heb je hen allemaal gevonden
Dat had dan weer te maken  met de pianist Barry Green waar ik tegenaan liep. Die komt uit Engeland, maar heeft zich enkele jaren geleden in Nederland gevestigd. Hij sprak me aan, wegens een pianist in het conservatorium waar ie werkt, waarmee ik in de jaren ’80 heb mee gespeeld. Die had hem aangeraden mij aan te spreken. Niets minder waar dan dat, want het was meteen symbiotisch. En toen hadden we een gig in Antwerpen bij mensen thuis,  toen heeft ie me aangespoord om er een bassist bij te nemen.  Ik kende een heel goede bassist, Jos Machel , daar had ik al vaak mee samen gespeeld. Toen heb ik gezegd, we doen het gewoon En toen kreeg ik het idee om gewoon weer een kwartet te maken. En zo ben ik terecht gekomen bij Pascal Vermeer. Het zijn allemaal jongens die dingen doen goed gesteund door de traditie , maar ook jongens met een heel open blik naar nieuwe dingen ontdekken en  de randen daarvan op te zoeken. We konden niet samen komen, dus is alles telefonisch en via zoom verlopen. Om zo ideeën uit te wisselen. Dus, aansluitende bij de vorige vraag, zo een soort repertoire is het. Het is met goede mensen die elkaar al grotendeels kenden, waarmee we voelden dat alles heel goed op zijn plek viel in de studio. Daardoor werd het een kroon op een heel lange loopbaan eigenlijk, deze Elpee.

De songs op de Elpee zijn geïnspireerd op persoonlijke verhalen, er komen veel emoties boven drijven als ik er naar luister, geef je niet wat teveel jezelf bloot als je zoiets doet denk je?
Daar heb ik voor gekozen, en dat is de consequentie van wat ik net gezegd heb eigenlijk. Intuïtief zijn, en minder gedragen door een compositie systeem. Wat ik hoor en voel schrijf ik gewoon op en de herinneringen die komen dan maar boven. Het is zoals het is gewoon eigenlijk.

In mei ga je op tournee hiermee, het brengt je naar Lokerse JazzKlub, ken je de locatie? En de Belgische jazz scene?
Het is lang geleden eigenlijk, een van de mooiste en leukste herinneringen was een optreden op een festival in Gouvy, ergens begin jaren ’90. En ook Jazz onder de Toren, maar weet niet meer precies waar dat was. Ik heb gespeeld in Lion s’envoile in Luik. Ook in Kortrijk. In Jazz Case, van Cees Van de Ven heb ik ook gespeeld. Die mij trouwens op het spoor gezet heeft van de Lokerse JazzKlub.  Er zijn ondertussen veel mogelijkheden bij gekomen, ik hoop dat dit interview ervoor zorgt dat er promotors in België eventueel me boeken.

Dat is ook iets dat me opvalt, ondanks je enorme parcours heb ik je naam hier in ons land nog niet veel tegen gekomen, is het zo moeilijk om als Nederlander voet aan de grond te krijgen in België?
Het is raar, maar er heeft altijd een klein muurtje gestaan tussen Nederland en België toch... Er is gewoon niet zoveel uitwisseling tussen beide landen, of toch te weinig, maar dat is algemeen niet alleen bij jazz. Ik heb Klara meerdere malen gecontacteerd, en geen enkele reactie gehad... heel vreemd. Het hoe en waarom heb ik het raden naar. Het rare, als ik mails of zo krijg uit België, lijkt mijn muziek daar goed te bevallen. Misschien nog wel beter dan in Nederland, maar tot effectieve kansen om daar dan op te treden of op de radio te komen? Dat weer niet, maar ik geef de hoop niet op.

Dick , wat zijn de verdere plannen voor de rest van het jaar?
Ik heb ondertussen al vijf tot zes nieuwe stukken gemaakt voor het kwartet, dus ik vermoed dat we voor het einde van het jaar weer de studio ingaan. Voor een cd , misschien weer vinyl. Ik ga dus ook met die jonge jongens aan de slag, voor dat ‘shoegaze en aanverwant’ project, dat duo met organist Hayo Boerema willen we ook internationaal mee verder gaan. Hij zet in op festivals, en soms hebben die klassiek orgelfestivals wel behoefte aan ‘iets geks’, en daar bedoelt hij dan mij mee (haha). Daar verheug ik me op. Wat ik ook al van tijd doe, gecombineerd met de samenwerking met die organist, bezig blijven met solo optredens. Dat is het zo een beetje.

Zijn er na al die jaren nog ambities en doelstellingen , dingen die je nog absoluut wil doen?
De ambities is, je moet je plek kennen. Er zijn veel jonge talenten die nodig aan de bak moeten komen. En die ga ik niet in de weg zetten. Ik haal de krenten uit de pap, maar ik wil gewoon nog enkele dingen graag doen. Zoals nog eens een keer filmpjes maken waar ik uitleg welke systemen in gebruikt heb voor dat doctoraatonderzoek dat ik gedaan heb , voor jonge mensen. En in begrijpelijke taal. Ik ben ook op zoek naar big bands waar ik als gast muzikant, mijn eigen muziek zou kunnen spelen. Gewoon een selectie uit mijn repertoire laten arengeren voor grote ensembles. En daar als solist optreden, dat is iets wat ik zeer graag zou willen doen. En verder gewoon veel muziek schrijven …

Welk advies zou je jonge jazz muzikanten willen geven, die in je voetsporen willen treden?
Leg de nadruk op het verhaal dat je wilt vertellen. Volg de reis van de held. Het verhaal dat besloten ligt in jouw muziek, maar dat ook verbonden is aan bepaalde emoties, poëzie, literatuur, de dagelijkse werkelijkheid. Probeer daarbij een composing performer te zijn. Het bepalen van jouw grondgebied als improvisator kun je zo op een creatieve manier afbakenen en vervolgens op jouw eigen wijze invullen. Laat je vervolgens niet van de wijs brengen door het succes van anderen, maar breng wel in kaart wat in de huidige ‘markt’ werkt en wat niet. Zonder je daar vervolgens al te veel van aan te trekken (haha) .

Ik vind het prachtig dat je ondanks je ambitie en nog steeds jezelf heruitvinden, je nog steeds de jeugd omarmt en niet ziet als concurrentie, er is geen generatiekloof bij jou wat helaas wel soms het geval is ook binnen de muziek…
Welke jonge jazz ensemble zou je ons aanraden eens te checken en waarom? Geef gerust enkele tips
Het is soms pijnlijk om in COVID voor iedereen er te staan . Er zijn nog zoveel afspraken die telkens zijn uitgesteld. Je moet vriendelijk op de deur blijven kloppen, dat geldt ook voor de Belgische podia. En dankbaar zijn voor wat je gegund wordt, ik heb niet de ambitie daarbij iemand in de weg te gaan staan. In Nederland loopt net als in België veel jong talent rond in de jazz en langs de randen daarvan. Als voorbeeld noem ik een groot ensemble dat bestaat uit (ex)studenten van Codarts in Rotterdam, het conservatorium waar ik zelf ben afgestudeerd en waar ik 32 jaar lang als docent verbonden ben geweest: Coal Harbour heeft als thema jazz meets classic en geeft dat op de podia op een boeiende manier ook audiovisueel) vorm; Dan alt- en sopraan saxofonist Kika Sprangers: mijn ideaal van composing performer geeft zij op een weergaloze manier vorm. Net als Tineke Postma trouwens, die is niet meer zo piepjong en heeft inmiddels haar sporen in de internationale jazz verdiend. Kijk ook uit naar composing performer Marike van Dijk, dit jaar heeft ze de compositieopdracht van het NJF. Beide dames heb ik vele jaren geleden  tot mijn studenten mogen rekenen.

Bedankt voor dit interview

Aanvullende informatie

Gelezen: 677 keer