logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (8 Items)

Mr Marcaille

No Snare No Headache

Geschreven door

Mr Marcaille is een fenomeen. Als one-man-band is hij niet de enige in het metallandschap. Het gebeurt vaker dat iemand alleen in de studio achtereenvolgens alle instrumenten inspeelt en inzingt. Mr Marcaille is misschien wel de enige die live tegelijk zingt, (distorted) cello speelt en met elke voet een kickdrum bedient. En vermoedelijk heeft hij in die ‘bezetting’ ook het album ‘No Snare No Headache’ opgenomen. Er zitten heel wat knipogen in naar thrash en doom.

Bij de meeste one-man-studio-bands blinken die ‘one men’ uit in één discipline en dat lijkt nog meer op te gaan voor deze eenzame Fransman. Door alles tegelijk te willen doen, kan hij niet uitblinken in één van de drie. Zijn rauwe, vervormde cello-spel klinkt als gitaar, maar je kan het maar moeilijk echt virtuoos noemen. Zijn primitieve drumwerk is veel minder strak dan wat we in hedendaagse metal gewoon zijn. Ook als zanger is Mr Marcaille geen kandidaat om The Voice te winnen, ook niet de metal-editie van The Voice. Tel daar bij op dat de lyrics evenmin tot de verbeelding spreken en dat er inzake songopbouw en productie geen doelpunten gescoord worden.

De goede punten, dan. Dit is een rauw en goudeerlijk album van een koppige Einzelgänger. Iedereen in de business zal hem aanraden om een netjes geproduceerd album op te nemen, om zo zijn aanhang te vergroten en voor meer optredens geboekt te worden. Het klassieke model, zelfs in de metal. Maar Mr Marcaille doet waar hij zin in heeft, trekt zijn shirt uit, gaat eens met zijn hand door zijn baard en geeft je muzikaal een ferme lel rond je oren. Respect.

https://wagonmaniac.bandcamp.com/album/no-snare-no-headache

Arcade Fire

Arcade Fire - Arcade Fire slaat publiek Sportpaleis tegen het canvas

Geschreven door

Arcade Fire - Arcade Fire slaat publiek Sportpaleis tegen het canvas
Arcade Fire
Sportpaleis
Antwerpen
2018-04-19
Gerrit Van De Vijver

Als band behoor je tot de wereldtop van de ‘festivalbands’. Alles gezien en meegemaakt. En nooit ontgoocheld. Met de ‘Infinite Content Tour’ gaat men nu vaak indoor, en moet ook daar de lat hoog gelegd worden. Dat wordt een gevecht, een gevecht in ….een boksring.

Hoe lang kan je als band aan de top staan, en daar ook blijven? Heel lang zo blijkt. Door constant te innoveren, paden te bewandelen die anderen links laten, verder te gaan als de anderen en vooral … massa’s talent. Elk bandlid speelt een legio aan instrumenten, en dat creëert ongeziene mogelijkheden. En daar maken ze in deze tour ook handig gebruik van. Veel bands hebben het al gedaan, een beetje ‘centercourt’ spelen. Maar niet zoals Arcade Fire het doet. Het podium wordt gemetamorfoseerd in … een boksring. Bijna centraal, een evenwichtiger plaats, want als je pech hebt sta je soms meer dan 100 m ver van het podium. En ook de gecreëerde meerwaarde wordt handig benut in de machtige lichtshow.
Je behoort tenslotte tot de ‘heavy weight’ van de indierock-scene, en dan moet je als dusdanig ook aangekondigd worden. En het touren wordt ook letterlijk genomen. Bij elk nummer wisselt men van plaats, zo versterk je de interactie met het publiek. Als je dan nog elk nummer naadloos aan elkaar laat vloeien, zie je pas hoe volleerd deze band is.
De ‘5e van Beethoven’, geeft iedereen de tijd om de smartphone klaar te houden, want de goden banen zich direct een weg door de fans. Van direct contact gesproken. ‘Ready to rumble’!
“Everything Now”, de ‘core’ van deze tour, zet meteen de toon als openingsnummer. Met 9 zijn ze, maar de Obelix van de bende is ongetwijfeld William Butler. Die moet toch bij de geboorte in een vat met energydrank gevallen zijn, kan niet anders, en dat bewijst hij ook bij “Rebellion”. Gelukkig staan de elastieken nog recht van de boksring en kan hij wat op adem komen tijdens “Here comes the night time” en “Peter Pan”. De registers worden een eerste keer open getrokken bij “No cars go”, het Sportpaleis kleurt rood. Wie nu geen oordopjes heeft, is er aan voor de moeite.
Régine Chassagne mag een eerste keer schitteren met “Electric blue”, met een mooi uitgekiende , blauwe sfeer, versterkt door de 2 gigantische discoballen. En interacteert daarna met manlief Win Butler tijdens “Put your money on me”.
Heerlijk wegdromen is het bij “Neon bible”, “Roccoco” en “Suburban war”. Ook in het creëren van sfeer zijn ze heavy weights. Dat LED-verlichting zo warm kan zijn, kan alleen maar aan deze mooie nummers liggen.
We cruisen door de setlist met “Neighborhood #1” ( tunnels ), “The suburbs” en “The suburbs ( continued )” .
Ready to start” maakt van het Sportpaleis ineens een dancing, en iedereen blijft rechtop met “Sprawl II”, waar Régine soms de grenzen van haar stembereik opzoekt, “Reflektor” en “Afterlife”.
Creature comfort“ en “Neighborhood #3” brengen ons in een soort ‘Matrix’. Je waant je in een soort vacuüm, als een bokser die een uppercut krijgt, en zwevend naar het canvas gaat, maar nog niet

neergaat. Je kijkt , maar ziet niks meer, je hoort, maar het wordt schimmig en gevoileerd. Irreël universum qua sfeer.
De encore werd ingezet met het integere “We don’t deserve love”. Versterkt met de Preservation Hall Jazz band ( het zeer originele voorprogramma ), werd nog een verlengstuk gebreid aan “Everything Now” en “Wake Up”.
Geheel in New Orleans style werd afscheid genomen van het Sportpaleis , door het publiek heen.

Wat deze band zo uniek, groots, geweldig, een must-see band maakt is moeilijk in één zin te vatten. Ze cumuleren zo veel stijlen, dat je Arcade Fire niet echt kan labelen. Laat hun volledige playlist spelen , en je denkt op 4 uur tijd 5 verschillende bands te horen passeren.
Maar ook hun passie voor publiek, elkaar en muziek is aanstekelijk.
Ze maken geen muziek, ze ‘beleven’ muziek. Telkens zijn ze de collega’s een stapje voor. Wat een ander doet, werken ze nog dieper uit. Wat een ander krankzinnig vindt, is voor hen de norm. En ze leven NU. Everything now, ALLES NU!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arcade-fire-19-04-2018/
Organisatie: Live Nation

Amber Arcades

Fading lines

Geschreven door

Amber Arcades is het alter ego van Annelotte de Graaf , die in haar eentje naar NewYork  trok en een fijne begeleidingsband rond zich schaarde met gitarist Shane Butler en bassist Kevin Lareau van Quilt en Real Estate drummer  Jackson Pollis . Zij zijn van onmiskenbare invloed op de tracks .
Zij eigent zich een plaatsje toe binnen de dreampop , en  90s referenties als The Sundays  (rond Harriet Wheeler) en The Mazzy Star (Hope Sandoval) borrelen op .
Het zijn uitnodigende  nummers, die langzaam , relaxt zijn , met meer opbouwende tracks in een elektrogroove zelfs. Op die manier valt er voldoende afwisseling te noteren, boeit de plaat, gedragen door haar etherische zang.
“Come with me” , “Apophenia”, “Turning lights” en de titelsong intrigeren door de repetitieve opbouwende ritmiek , de zalvende, zachte aanpak  en de aanstekelijke pulserende beats .
De Nederlandse heeft een ambitieus plaatje uit en verdient uw aandacht!

Arcade Fire

Zinderend Arcade Fire!

Geschreven door

Het Canadese collectief Arcade Fire van Win Butler & Régine Chassagne, is op tien jaar tijd een grootse band geworden ! Het spelenthousiasme van de neofolky/indie band zagen we nog met hun debuut in het Koninklijk Circus tijdens Les Nuits Bota ; intussen is de band gegroeid en hebben allerhande stijlen en stemmingen zich in de sound vermengd en komt de band met grootse projecten.
‘Reflektor’ verscheen een goede drie jaar na ‘The suburbs’ en heeft een  reeks subtiel uitgewerkte, toegankelijke singles uit. De sound klinkt uitermate spannend , broeierig en brengt gevoelsaspecten als euforisch , opgewekt, loos gaan en  introvert, ingetogen,  onheilspellend tesamen.

Arcade Fire heeft gestadig aan z’n carrière gewerkt . Het spontane , speelse en losse  van de beginperiode maakte plaats voor professionaliteit. Nog steeds overtuigen ze met consistent , evenwichtig en standvastig materiaal , die de kunst van het songschrijven hebben.
Ook live hebben ze dezelfde lijn. Waar het succes op een groot podium wel eens kon rommelen en onverschilligheid, gelatenheid en vermoeidheid binnen slopen, is de band deze valkuilen nu voorbij , zijn ze zeer goed uitgerust en is elk optreden er één om tegenaan te gaan. Maar goed ook , als je de status hebt gekregen als één van de meest belangvolle en hipste bands van de laatste tien jaar . Muzikaal hebben ze dan ook een broeierig, dynamisch, dromerig geluid dat indierock, folk aan psychedelica, disco, kitsch en bombast linkt.
Een totaal concept is het geworden , een visueel spektakel van videowalls , schermen , mime, confetti en een extra podium , die de nummers naar een hoger niveau moeten tillen . 
En dié nummers hadden wat om zich , met een pak mensen en hun instrumenten: blazers, violen, troms, accordeon en ga zo maar . De songs werden mooi uitgediept en twee uur lang konden we genieten van Arcade’s Fire muzikale wereld, die hun veelzijdigheid onderstreepte.
Steeds opnieuw weten zij  speelsheid en uitbundigheid te combineren met ingetogenheid en dramatiek, die net een gepast laagje bombast en kitsch kunnen verdragen .

In het begin moest de geluidsafstemming nog wat gebeuren, maar daar zal het Sportpaleis als zaal wel voor iets hebben tussen gezeten . “Normal person” en “Rebellion lies” misten op die manier finesse en gevoeligheid , maar met “Joan of arc” en “Rococo” kwam het allemaal goed. We hoorden wat voor een ruimte de instrumentatie kreeg, de aanzwellende opbouw, de tempowisselingen en de afwisselende en aanvullende zangpartijen. Oog voor elk detail , dat op z’n plaats viel!
De herkenbaarheid van hun materiaal was goed verdeeld en  hield duidelijk het enthousiasmerende  publiek bij de leest , met singles als “The suburbs”, “Ready to start”, “We exist” , “No cars go” en “Afterlife” . Régine Chassagne kwam in de spotlights met het zwierige, groovy “Haiti”, die ergens Talking Heads deed opborrelen; ze kreeg zelfs een second stage toebedeeld op “It’s never over (oh Orpheus)”.
Arcade Fire kon het uitermate boeiend houden. “Sprawl II” refereerde wel ergens aan Blondie  en een stomend furieus “Reflektor” - waarop het uitgebreide ensemble zich nog eens lekker kon laten gaan - sloot het sterke optreden af .
Een pastiche op “ça plane pour moi” volgde . Tja , elke internationale band heeft wel ooit van dit nummer gehoord , zo te zien . Na een stevige “Power out  (the neighborhood)” volgde aanstekelijker werk door de groovy tunes .

De spontane bende is duidelijk een wereldband geworden , die met “Wake up” iedereen nog eens deed recht veren en de “ooh en de aahs” door de zaal lieten galmen.
Arcade Fire gaf een zinderend optreden, blonk uit in kwaliteit  en deed zijn naam alle eer aan!  

Organisatie: Live Nation

Arcade Fire

Reflektor

Geschreven door

Het Canadese collectief Arcade Fire, rond Win Butler & Régine Chassagne, heeft opnieuw een fijn meesterwerk , epos afgeleverd . ‘Reflektor’ verschijnt een drie jaar na ‘The suburbs’ en is verspreid over twee in sfeervolle, intens broeierige , spannende, toegankelijke plaatkanten.
Dertien songs,  in een totaalconcept, waarvan een groot deel mooi uitgediept is , krijgen meer toevoeging van toetsen ,  elektronica en klinken deels euforisch, opgewekt, dansbaar, deels introvert en onheilspellend .
Arcade Fire heeft gestadig aan z’n carrière gewerkt. Ze hebben opnieuw een standvastig, consistent, evenwichtig album uit . Ze hebben de kunst van het songschrijven , wat uitermate boeiend materiaal oplevert . Je kom natuurlijk snel uit op de singles “Afterlife” en “Reflektor” die het uitgangsbord vormen . Maar ook “Here comes the night time” , “Normal person”, “Awful sound” (oh Eurydice)  + “Tt’s never over (oh Orpheus)” intrigeren en overtuigen sterk!
Steeds opnieuw weten zij  speelsheid en uitbundigheid te combineren met ingetogenheid en dramatiek, zonder in bombast te vervallen . Die valkuil ontlopen ze gelukkig . Resultaat dus, een te koesteren klassieker !

Arcade Fire

The Suburbs

Geschreven door

Het uitgebreide Canadese collectief Arcade Fire, rond Win Butler & Régine Chassagne, heeft opnieuw een sterke plaat afgeleverd … de derde in rij trouwens na ‘The funeral’ in 2004, die verwees naar de negen overleden familielieden van de Canadese band in de afgelopen jaren, en ondanks de weinig vrolijke noot, speelsheid en uitbundigheid combineren met ingetogenheid en dramatiek. Die dramatiek kende een bombastische, orkestrale inslag op de in 2007 verschenen ‘Neon Bible’, die net als het debuut klasse songs bevatte. Het rijkelijke instrumentarium gaf kleur aan het theatrale album.
’The Suburbs’ is een meer directe plaat, die als rode draad het leven van een dertigjarige componist reflecteert, die een voorzichtige blik over de schouder werpt naar de weg die je hebt afgelegd en de doelen die je hebt vooropgesteld.
We horen een rijk, divers en uitgebalanceerd geluid die de zwaarmoedigheid en dramatiek van weleer goed heeft opgevangen.
Zestien nummers vinden we terug op het magnus opus van Arcade Fire, die net als op het debuut werkt met deelstukken. Broeierige songs die intrigeren door de puike, spannende opbouw hebben ( o.m. “Ready to start”, “We used to wait”, “Modern man”, “Rococo” en “Half light”), of krachtige rock kunnen bevatten (“Empty room” en “Month of May”). Af en toe gaat het collectief sfeervoller te werk en laten ze de toetsen wat meer doorklinken (“Half light I”, “Wasted hours”, “The Suburbs I & de outtro”).
De plaat is uiterst boeiend om in z’n geheel te beluisteren. Was de band voorheen met hun aparte sound eerder uitnodigend voor de kerkdienst, dan kunnen ze nu concertzalen, festivalweides en pleinen overrompelen met dit standvastig, consistent, evenwichtig poprockend album.

Arcade Fire

Arcade Fire lost schulden af

Geschreven door

Na het onovertroffen ‘Funeral’ uit 2004 en de fraaie opvolger ‘Neon Bible’ werd dit voorjaar door pers en publiek opnieuw halsreikend uitgekeken naar de live doortocht van het zevenkoppige pastorale popgezelschap Arcade Fire. Tot ontgoocheling van menigeen moest een groot deel van de Europese tournee, inclusief het geplande concert in de Hallen van Schaarbeek, echter worden afgelast vanwege problemen met de weerspannige sinussen van frontman Win Butler. De groep zou vervolgens op het afgelopen Pukkelpop festival haar gemiste rentree voor het Belgische publiek goedmaken, maar daar stak de krakkemikkige geluidsweergave op het hoofdpodium vakkundig een stokje voor. Na twee gemiste kansen was het dus erop of eronder voor de Canadezen in een goed gevuld doch niet uitverkocht Vorst Nationaal.

Het publiek werd alvast opgewarmd door een zwarte TV predikante die vanop het projectiescherm alle geboden uit de ‘Neon Bible’ de zaal in schreeuwde en pas de mond werd gesnoerd toen het 10 man sterke Arcade Fire orkest het rode tapijt betrad. Zichtbaar gebrand op een revanche, liet de groep niets aan het toeval over door meteen twee up-tempo radiohits de zaal in te vuren: “Keep The Car Running” en een lang  uitgesponnen versie van de recente single “No Cars Go”. Beiden zijn perfecte orkestrale popnummers waarbij Butler’s stem dit keer wel tot vol ornaat kwam en live extra werden ingekleurd door toevoeging van twee strijkers en twee blazers. Na het furieuze “Neighborhood #2 (Laïka)” uit het memorabele debuut ‘Funeral’ dreigde de delicate geluidsbalans de groep toch eventjes in de steek te laten; het gitzwarte “Black Mirror” werd ontsierd door heen-en-weer gevloek van Win Butler met de geluidsman, terwijl tijdens het tweeledige opus “Black Wave/Bad Vibrations” de vocals van Régine Chassagne nagenoeg verloren gingen in de geluidsbrij. De groep herpakte zich daarna wonderwel tijdens een aantal intimistische nummers waarvan wij vooral “Ocean of Noise” onthouden. De leden van Arcade Fire staan tijdens hun optredens niet bepaald bekend als vlotte praters, maar Butler moest tussendoor toch even zijn sociaal engagement kwijt. De frontman bedankte het publiek voor hun ‘vrijwillige’ donatie van €1 per ticket aan Partners in Health, een ideale inleider trouwens voor het anti-Amerikaans getinte ‘Antichrist Television Blues’.
Het eerste deel van de set werd afgesloten met een stomende versie van het inmiddels klassieke en luidkeels meegezongen “Rebellion (Lies)”, waarna de groep voor één bisronde uit de coulissen terug keerde. Uiteraard mocht “Intervention” hier niet ontbreken, en alsof het klaarwakkere publiek daar nog een boodschap aan had, werd het oudere “Wake up” als laatste encore de zaal ingevuurd.

Slotsom: derde keer, goede keer voor Arcade Fire, een band die is uitgegroeid van een speelse spontane bende ten tijde van hun optreden in het Koninklijk Circus ruim twee jaar terug tot een meer introverte wereldgroep met bijhorende wereldsongs anno 2007.

Organisatie: Live Nation

Arcade Fire

Neon Bible

Geschreven door

Arcade Fire debuteerde sterk met `Funeral', die verwees naar de negen overleden familielieden van de Canadese band in de afgelopen jaren. `Funeral, niet bepaalde een vrolijke noot, kreeg live een andere dimensie: speels- en uitbundigheid en euforie waren de kenmerken, wat de bands onverwachts groots maakte!

Arcade Fire biedt een neo-romantische troubadoursound, net als een The Decemberists en Belle & Sebastian: poprock, psychedelica en folk zijn de smaakmakende muzikale ingrediënten; de `moeilijke tweede Neon Bible' klinkt meer gestroomlijnd en gepolijst, wat het geheel minder doet verrassen.

De groep klinkt als vanouds orkestraal, bombastisch op ?Black mirror?, ?Intervention?, ?Black wave/ bad vibrations? en ?No cars go?, robuust op de EP, voorafgaand op hun debuut, was terug te vinden. ?Keep the car running? en ?The well and the lighthouse? zijn de meest opzwepende poprock songs; ?Ocean of noise? en de titelsong zijn soberder aangepakt.

Een rijkelijk instrumentarium biedt kleur aan de songs, of ze nu orkestraal theatraal, broeierig of sfeervol, intiem zijn. De zang van frontman Win Butler neemt een vooraanstaande rol in! Oorlog, angst en geloof zijn de centrale thema's.

De Canadese band bewijst met deze `moeilijke `tweede dat de kerkdiensten nog steeds interessant kunnen zijn, al is de strategische opzet dezelfde.