logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Roger McGuinn

Roger McGuinn – Een halve eeuw verhalen en muziek

Geschreven door

Met Roger McGuinn mocht de Stadsschouwburg in Brugge afgelopen zondag één van de absolute muziekiconen uit de jaren ’60 verwelkomen.

De intussen 72-jarige McGuinn is ruim vijf decennia actief als muzikant, speelde in het begin van zijn carrière folk in diverse Amerikaanse koffiehuizen en trad op in de begeleidingsgroep van o.m. Judy Collins en Bobby Darin. Onder invloed van de zogenaamde Britse invasie halfweg de jaren ‘60, met The Beatles als protagonisten, liet McGuinn meer en meer rock door de folk sijpelen en dat bracht hem niet enkel in contact met Gene Clark en David Crosby maar leidde tevens tot de oprichting van The Byrds. En het is in de eerste plaats via deze groep dat hun frontman McGuinn in het collectieve geheugen van menig muziekliefhebber blijft zitten. Want hoewel de massahysterie - met gillende meisjes incluis - aan hen voorbij ging, hebben The Byrds zich onsterfelijk gemaakt met hits als « Mr. Tambourine Man » en « Turn! Turn! Turn! ». Bovendien stonden ze aan de wieg van wat men ‘folk rock’ en ‘country rock’ (intussen uitgemond in alt-country) zou gaan noemen.      

McGuinn weigert al geruime tijd om The Byrds te reïncarneren en houdt de boot af van een mogelijke reünie. Hij trekt liever sinds enkele jaren solo de wereld rond met een programma dat de titel draagt ‘An Evening With …’. Dit klinkt knus en gemoedelijk en dat bleek in Brugge ook wel degelijk het geval te zijn. Een sobere belichting, McGuinn getooid in zwartgrijze kleren met hoedje op het hoofd en meestal zittend op een bankje tegen de achtergrond van enkele  kamerplanten. Meer had de nog fris ogende levende legende niet nodig om hartverwarmend te zijn. En wanneer hij zijn bekende stem koppelde aan zijn onafscheidelijke medereizigers, zijn akoestische, gepersonaliseerde 7-snarige Martin HD-7 en natuurlijk zijn elektrische 12-snarige Rickenbacker, lag niks in de weg om er mooi avondje muziekgeschiedenisles van te maken en de toeschouwers getuige te laten zijn van zijn muzikale talenten.  
Dit werd nog maar eens onderstreept toen McGuinn achter de coulissen op zijn Rickenbacker de beginakkoorden van « My Back Pages » inzette. Voor wie er nog zou aan twijfelen, met dit instrument trekt hij zich nog steeds als geen ander uit de slag. Bovendien ligt de keuze om zijn optredens steevast met dit nummer aan te vatten eigenlijk voor de hand. Zo vat de titel perfect  het opzet van de concertreeks samen: bladeren doorheen het levensboek van McGuinn en dit extra inkleuren via de verhalen achter de diverse songs.
Telkens kreeg het publiek interessante  weetjes te horen over het ontstaan van de nummers die tijdens de anderhalf uur durende set aan bod kwamen en dit verrijkte de luisterervaring. Want zeg nu zelf, men mag nog zoveel naslagwerken over The Byrds of Roger McGuinn raadplegen, de diverse anekdotes rechtstreeks vernemen van de man die het zelf heeft beleefd, daar kan geen enkel boek of internetsite tegen op. Vooral ook omdat McGuinn dit goedgehumeurd, met een kwinkslag en steeds erg relativerend brengt. Zo liet hij meermaals doorschemeren dat – hiermee voorbijgaand aan eigen kunnen – een groot deel van zijn persoonlijk succes en dat van The Byrds, te danken is aan andere artiesten. Heel wat van zijn grote invloeden passeerden dan ook de revue.
Niet in het minst Bob Dylan natuurlijk. Zo werd het openingsnummer van de set, « My Back Pages » geschreven door Dylan maar bijzondere aandacht was er ook voor « Ballad Of The Easy Rider ». Zo vertelde McGuinn dat producent Peter Fonda polste bij Dylan om de titeltrack van de film ‘Easy Rider’ (1969) te schrijven. Dylan ging op het verzoek niet in maar pende wel enkele verzen neer op een servetje en vroeg om dit aan McGuinn te geven. McGuinn nam deze wat hij zelf de ‘Heilige graal’ noemt, dankbaar in ontvangst. Dylan hoefde zelfs geen auteursrechten. De film met als thematiek een ode aan de vrijheid zou uitgroeien tot een cultklassieker en geldt tot op vandaag voor menige motorrijder nog steeds als referentie in het genre.
McGuinn bracht met « Knockin’ On Heaven’s Door » ook een andere cover van Dylan die speciaal voor een film, meer bepaald ‘Pat Garrett & Billy The Kid’ (1973), geschreven en opgenomen werd.
Verder mocht vanzelfsprekend ook « Mr. Tambourine Man » niet ontbreken. McGuinn legde haarfijn uit hoe The Byrds er toe kwamen om nu net dát nummer van Dylan te gebruiken als eerste single en hoe het zo kenmerkende jingle jangle-geluid wellicht verantwoordelijk was voor hun nummer 1 notering. Hij verklaarde ook hoe een folk rock groep als The Byrds met de medewerking van o.m. Miles Davis onderdak vond bij het voor hen atypische, conservatieve label Columbia Records.
Nóg een nummer van Dylan kwam ook helemaal in het begin van de set aan bod, namelijk « You Ain’t Goin’ Nowhere » uit ‘Sweetheart Of The Rodeo’ (1968), hét country rock album bij uitstek van The Byrds. Uit dezelfde plaat bracht McGuinn tevens een schitterende versie van « Pretty Boyd Floyd » van Woody Guthrie, waarop hij zijn vingervlugheid bij het gitaarspelen volop kon etaleren.  
Met « St. James Infirmary » (oorspronkelijk « Gambler’s Blues ») bracht McGuinn  vervolgens eerbetoon aan Huddie William Ledbetter, beter bekend als Lead Belly, die vele jaren voordien al de 12-snarige gitaar speelde en McGuinn via o.m. Pete Seeger inspireerde om zich dat instrument eigen te maken.
Ook bracht McGuinn zijn vriendschap met Tom Petty onder de aandacht. Zo speelde hij eerst « So You Want To Be A Rock ‘n’ Roll Star » (ooit gecoverd door Petty en zo dicht leunend bij diens stijl dat latere generaties dachten dat het van Petty zelf was) en daarna coverde hij zelf Petty’s « American Girl » dat dan weer zo refereerde naar het geluid van The Byrds dat McGuinn het zelf op zijn soloalbum ‘Thunderbyrd’ (1977) plaatste. Om het rijtje van drie te vervolmaken, bracht McGuinn hierna een bijzonder fraaie akoestische versie van « King Of The Hill ». Een nummer dat werd meegeschreven en –gezongen door Petty na het lezen van John Phillip’s (The Mamas & the Papas) autobiografie en afkomstig is uit ‘Back From Rio’ (1991), het meer dan uitstekende comeback album van McGuinn. 
Vanzelfsprekend mocht ook de link met The Beatles niet achterwege blijven. Hun impact ging zelfs zo ver dat het volledige instrumentarium van The Byrds een kopie was van dit van The Fab Four en ook hun muziekstijl werd zoals reeds aangegeven, snel opgepikt door McGuinn die dit introduceerde in zijn eigen repertorium. Als voorbeeld speelde McGuinn « You Showed Me », zowat het eerste nummer dat Gene Clark en McGuinn in 1964 samen schreven en dat vijf jaar later een top 10 hit zou worden voor The Turtles.
Ook andere genres bleven niet onbenut. Met « Randy Dandy Oh » kwam zelfs een bewerkt oud zeemanslied voorbij terwijl via « Beach Ball » zowaar zelfs wat surfmuziek te horen viel. McGuinn lichtte toe dat nauwelijks enkele maanden nadat hij deel uitmaakte van de begeleidingsgroep van Bobby Darin, deze af te rekenen kreeg met stemproblemen. Darin richtte in afwachting van beterschap een eigen platenmaatschappij, T.M. Music (gehuisvest in het Brill Building te New York), op en McGuinn mocht er op bestelling liedjes schrijven. Met hoop op wat succes luisterde hij daarbij vooral naar wat toen op de radio populair was en dat waren de deuntjes van o.m. The Beach Boys en Jan & Dean. Maar « Beach Ball » uitgevoerd door de City Surfers sloeg echter geen gensters maar een Australische uitvoering van het nummer daarentegen werd down under wel een hit (met de harmonieuze vocalen van de Bee Gees overigens op de achtergrond).
Hoogtepunten in de set waren verder o.m. « Russian Hill » (uit ‘Thunderbyrd’) en eigenlijk elk nummer dat met de Rickenbacker werd gespeeld zoals het psychedelische « Eigh Miles High » (met daarbij een prachtig uitgevoerd klassiek stukje « Asturias (Leyneda) ») en het voor de toegiften gereserveerde « Turn! Turn! Turn! » dat eind de jaren ’50 door Pete Seeger geschreven werd, zich daarbij baserend op het bijbelboek Prediker.
Afsluiter van de avond was het door zijn vrouw Camilla geschreven « May The Road Rise To Meet You ».

Wie McGuinn enkele weken terug aan het werk zag in de Roma (Borgerhout) of er ook bij was op pakweg Blues Peer (2009) of in de Gentse Handelsbeurs (2011), zal ook nu nauwelijks nieuwigheden ontdekt hebben of het zou wat recenter werk moeten zijn als « The Grapes Of Wrath », een nieuwe song die hij schreef met zijn vrouw Camilla en gebaseerd is op de gelijknamige film uit 1951 met Henry Fonda.
Maar voor alle anderen zal het ongetwijfeld een erg aangename kennismaking met McGuinn en diens oeuvre geweest zijn. Hoewel zijn stem soms wat minder toonvast geworden is (zoals bleek tijdens « Mr. Spaceman ») bleek deze na een halve eeuw nauwelijks of geen averij te hebben opgelopen. Dit in combinatie met enkele wereldnummers en het fantastische gitaartalent van McGuinn, kon er teruggeblikt worden op een onderhoudende passage van een grootheid in een al even fraai en nostalgisch decor.

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge

Roger McGuinn

(An evening with) Roger McGuinn en de kunst van de autobiografie

Geschreven door

Laat ons even een lans breken voor de vergrijzing. Iedereen zeikt maar door dat dit fenomeen ons handenvol geld kost, maar geen mens die zich schijnt af te vragen wat we daar voor in de plaats krijgen. Afgelopen week deed Bob Dylan met zijn 70 lentes een verdienstelijke poging om die vraag te beantwoorden in het Antwerps Sportpaleis, maar het meest overtuigende bewijs dat er wel degelijk sprake is van enige ‘return on investment’ moeten we deze week toch op het conto van Roger McGuinn schrijven. Met de knus klinkende aankondiging ‘An evening with ...’ deed dit Amerikaanse icoon de Gentse Handelsbeurs afgelopen zaterdag aardig vollopen voor een niet te missen afspraak met de folk- en countryrock geschiedenis.

De 69-jarige McGuinn mag dan al ruim vijf decennia in het vak zitten, toch blijven vooral zijn jaren als frontman van The Byrds van pakweg 1965 tot 1971 tot de collectieve verbeelding spreken. De Amerikaan speelt dus misschien wat op veilig door het gros van zijn set vol te stoppen met Byrds klassiekers, maar de manier waarop hij omspringt met dit cultureel erfgoed levert hem niettemin nog steeds tonnen respect op. Vanuit de coulissen zette een zichtbaar relaxte McGuinn “My Back Pages” in, zoals gewoonlijk vergezeld van zijn trouwste ‘compagnon de route’: een diep oranje Rickenbacker met het uit duizenden herkenbare jingle jangle geluid. Het is en blijft een fantastisch schouwspel hoe dit 12-snarige wonder van gitaartechniek op z’n eentje bijna een halve band op het podium kan toveren. Ook McGuinn raakte tijdens zijn set maar niet uitverteld over zijn onafscheidelijke sidekick die hij zich trouwens voor het eerst aanschafte na het bekijken van de Beatles film ‘A Hard Day’s Night’. Ook zijn Martin HD-7, een eigen ontwerp van een akoustische folkgitaar waar de eigenzinnige zestiger zowaar een zevende snaar heeft aan toegevoegd, kreeg een hoofdrol toebedeeld op het sober aangeklede Ha’ podium.
McGuinn is echter niet enkel een meesterlijk gitarist, zoals hij ten overvloede demonstreerde tijdens het van Woody Guthrie geleende “Pretty Boy Floyd”, bovendien beheerst hij ook de kunst van het ‘storytelling’. Wie plannen heeft om in een biografie van The Byrds of Roger McGuinn’s te duiken kan zich dus veel beter naar een optreden van de man zelf begeven. De persoonlijke anekdotes en muzikale faits divers vliegen je namelijk om de oren, boeiender dan dit wordt om het even welk boek echter nooit.
Tussen de desbetreffende songs vertelt de kwieke zestiger honderduit over de soms heel banale ontstaansgeschiedenis van Byrds klassiekers als “Mr. Tambourine Man”, “Eight Miles High” en “Ballad Of Easy Rider”, zijn fascinatie voor metafysica en ruimtevaart ter inleiding van respectievelijk “5D (Fifth Dimension)” en “Mr. Spaceman”, of de vele oneliners van Dylan. Op het podium is McGuinn tegenwoordig trouwens in zowat alles de tegenpool van generatiegenoot Dylan: goedlachs, mondig en virtuoos.
Een mens zou bijna vergeten dat er voor McGuinn ook nog een leven was in de post-Byrds jaren. Zo haalde hij na de pauze zijn succesvolste solo album uit de 70ies ‘Cardiff Rose’ (‘76) van onder het stof bij wijze van het folky “Jolly Roger” en “Dreamland”, en eerder citeerde hij ook al een jammerlijk ingekort “King Of The Hill” uit zijn onwaarschijnlijke come-back exploot ‘Back From Rio’ (‘91). Het catchy wegwerpdeuntje “Don’t You Write Her Off” dat McGuinn samen met voormalige Byrds kompanen Gene Clark en Chris Hillman in ’79 zowaar een top 40 hit opleverde hoefde dan weer niet echt. Gelukkig volgde al snel een hemels “Turn, Turn, Turn” dat het grotendeels 50+ publiek op het eind van de set zowaar deed recht veren uit de knusse rode zeteltjes.

McGuinn hield met “So You Want To Be A Rock’N’Roll Star” en “Chimes Of Freedom” nog twee Byrds classics achter de hand voor de bisronde, en sloot definitief af met het profetische “May The Road Rise To Meet You” wat hem voor de tweede keer een staande ovatie opleverde. Vermoedelijk ging de gemoedelijke Amerikaan hierna nog een bescheiden feestje bouwen met vrouwlief Camilla die uitgerekend zaterdag zestig lentes jong werd. Dylan deed ons nog twijfelen, maar McGuinn zette de puntjes op de i: de actieve vergrijzing is niet te stoppen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent