logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic

She's Green

She's Green + Blue Robin - De revival van de dreamwave en de 80’s

Geschreven door

She's Green + Blue Robin - De revival van de dreamwave en de 80’s
She’s Green

Als je 12-jarige dochter je meesleept naar concerten van bands die je doen denken aan die van je jeugd uit de jaren ’80 dan weet je dat je goed zit. In dit geval hebben we het over het Amerikaanse She’s Green uit Minneapolis (denk aan Slowdive, Cranes, Siouxsie and the Banshees en Cocteau Twins) net als het Belgische voorprogramma: Blue Robin.
Beide groepen passen overigens goed bij elkaar.
Place to be is de Witloof Bar in de Botanique, Brussel

De cirkelvormige opstelling zorgt ervoor dat iedereen vrij dicht bij de band staan, wat hier wel een pluspunt is. De zaal kan net alle fans aan, net want naarmate de avond zal vorderen krijgen we als maar meer de indruk dat het hier nokvol zit en dat de temperatuur best hoog ligt.

Je zou denken dat Blue Robin de druk zou voelen, maar deze jonge band speelt alsof het een headliner is: correct, met verve en inzet en zonder zenuwen. Dit is alvast een mooi compliment naar Blue Robin toe. De zangeres (Lore) heeft een fenomenale stem, de andere bandleden doen elk hun ding, zonder foutjes en met vuur en passie. De set begin rustig, langzaam aan opbouwend (“Pomegranata Stain”). Een beetje bezwerend, af en toe hard en af en toe fluisterend of ingetogen. Bovenal betoverend mooi. Moeilijk te geloven dat dit maar de openingsband is, we onderstrepen het nog eens.
Met “Persephone” brengen ze iets meer beweging in de set, waarna er ook wat nieuwere nummers passeren: “Wildflowers” is een pareltje. Met “Passerby” en “Rats” gaat het een versnelling hoger en drijft zo de set naar een hoogtepunt. We kunnen hierna hun muziek omschrijven als indie rock, over dreamwave en bluesy rock.
Er zat een mooie balans in de set: zweverige nummers, maar ook plaats voor breekbaarheid, fragiliteit, emoties, vuur en passie.
Lore bewees dat ze het allemaal aankan De nieuwe nummers slaan ook aan (ook al speelde ze deze maar een kéér of drie voorheen). Een dikke aanrader en mogen volgende keer zeker ergens opduiken als headliner!

She’s Green is net aan een tour doorheen Europa bezig en weet vrij snel te overtuigen. Eerst met “Locket” een korte en dromerige soort intro, nadien met “Keeper” waarmee ze uitpakken met hun typische dreamwave sound (als de jonge versie van Slowdive).
Net als bij de vorige groep zit er voldoende variatie in de set, weten ze iedereen te boeien en moeten we zeggen dat het tempo hoger ligt en bij momenten ook steviger klinken dan onze Belgische helden. De gitaristen spelen hier letterlijk de pannen van het dak, terwijl de drummer net doet wat hij moet doen zonder oorverdovend luid te klinken.
Zofia danst veel en tracht goed de hele cirkel aan te doen met haar betoverende blik. Ze slagen er zelfs in om iedereen op en neer te laten springen. Het publiek geniet ervan, met volle teugen. Wij verliezen onszelf in de sfeer, de nummers en keren pas terug bij de realiteit als ze “Mandy” aankondigen met “Fuck Ice”, waarin het gaat over controleren of het goed gaat met iemand omdat je je zorgen maakt, waarmee we nu weten op welk vlak ze zich in dit nummer zorgen maken.
Eindigen doen ze met een nummer die ze tijdens ons interview omschreven als het meest bijzondere nummer op hun album: “Close Your Eyes”. Live bewijzen ze dan ook waarom dit zo bijzonder is. Dit is een dreamwave pareltje welk nog lang zal nazinderen en ons op een wolkje brengt. De fans schreeuwen om meer, maar het zal hierbij blijven (ze moeten overigens vrij snel vertrekken voor hun volgende concert).

Het was haast een openbaring. Twee groepen die op een hoog niveau spelen, de jaren 80’ tot leven brachten, twee vrouwen die kunnen bekoren en betoveren en muzikanten die echt op en top zijn. Wederom zijn we een goede herinnering rijker. De volgende talenvolle golf was hier aan de slag.
Nog even nagenieten aan de hand van hun recent werk en dan afsluiten voor het volgende concert, niet zonder een ferme dank u aan de bands en aan de Botanique.

Setlist: Locket – Keeper – Purple – River – Paper Thin – Smile Again – Graze – Willow – Bleed – Mettle – Mandy – Close Your Eyes

(She’s Green - Indie rock, shoegaze, dream pop)

Organisatie: Botanique, Brussel

Oil City Band

Oil City Band - Dr. Feelgood tribute

Geschreven door

Oil City Band - Dr. Feelgood tribute

Nadat Oil City Band eerder dit jaar een optreden in de Boegie Woegie in laatste instantie had moeten afzeggen, stond de groep dit keer wél op het podium. Plaats van het gebeuren was BARTje Tverzet, een zomerbar op de LandMarck site in Kortrijk. Het was er best gezellig, maar toch vond ik het niet meteen de meest geschikte plek voor de vuige pubrock van Dr. Feelgood. Die associeer ik eerder met donkere, rokerige kroegen die stinken naar zweet en verschaald bier. Maar ik ga niet klagen: de lucht was er gezond, de muziek heerlijk en we kregen er ook nog een gratis koekje bij.

Oil City Band is een Frans Belgische groep uit de omgeving van Kortrijk. De drummer bleek geen onbekende: Rik Masselis, die ooit de vellen roerde bij P.I.G.Z. en Definitivos, twee legendarische namen uit de Belgische punkgeschiedenis. Oil City Band is een pure tributeband, een concept waar ik normaal gezien met een wijde boog omheen loop. Maar wanneer het om een relatief kleine band, zonder echte hits, als Dr. Feelgood gaat maak ik graag een uitzondering.
Ik had bovendien ook heel wat lovende commentaren over ze opgevangen, en daar bleek geen woord van gelogen. De zanger had de juiste gemene snauw in zijn stem en leek bovendien zelfs fysiek op Lee Brilleaux. De gitaar klonk nochtans messcherp maar kwam toch niet in de buurt van de exceptionele stijl van Wilko Johnson. Maar dat is geen verwijt: ook Wilko's opvolgers bij Dr. Feelgood geraakten daar nooit.
De setlist putte uit de eerste zeven jaar van Dr. Feelgood en bevatte zelfs een deep cut: de Fats Domino-cover "My Girl Josephine" die alleen op de boxset  ‘All Through The City’ staat. Het werk van na 1982 liet Oil City Band wijselijk links liggen. Een mooie en gedurfde keuze, waarbij gekendere nummers als "Milk And Alcohol" of "Back In The Night" werden overgeslagen.
Soms moest een nummer twee keer worden ingezet en bij "Drives Me Wild" raakten de zanger en de gitarist het aanvankelijk niet eens over hoe die gitaar nu precies moest klinken. Gebrek aan optredens wellicht, maar het maakte niets uit: de sfeer werd er alleen maar ongedwongener door.
Oil City Band bleef het erg strak houden en had enkele topnummers achter de hand gehouden voor een zinderende finale. Die begon met "She Does It Right", mijn favoriete Dr. Feelgood-song die ze alle eer aan deden met een vlijmende gitaar die door merg en been sneed.
Nog maar nauwelijks bekomen van "She Does It Right", kregen we meteen een nieuwe oplawaai met "Roxette" en "You Shouldn't Call The Doctor (If You Can't Afford The Bills)". Het geroep om een bisnummer bleef eerder beperkt, maar met die magere opkomst - het was nochtans gratis - was dat niet echt verwonderlijk. Toch kwamen ze nog eens terug en trakteerden ons royaal op twee covers die ook op het repertoire van Dr. Feelgood stonden. Eerst was er de Leiber-Stoller-song "I'm A Hog For You", die The Coasters in 1959 als eersten op plaat zetten.
Om vervolgens af te sluiten met het intussen stilaan platgecoverde "Route 66", tot groot jolijt van de kerel in een Route 66-T-shirt.
Achteraf vroeg ik me af of de huidige Dr. Feelgood - de band bestaat nog altijd, zij het zonder originele leden - het even goed zou doen.

Organisatie: BARTje Tverzet, Kortrijk

Wine Lips

The Boojums + Wine Lips - Dubbele Canadese adrenaline-injectie

Geschreven door

The Boojums + Wine Lips - Dubbele Canadese adrenaline-injectie
The Boojums + Wine Lips -

Met twee flitsende Canadese gitaarbandjes trakteert N9 ons op een stuiterend en boeiend avondje no-nonsens rock.

The Boojums hebben nog maar één album uit dat er hier dan ook quasi helemaal wordt doorgejaagd. En dat titelloze debuut is een verdomd sterk plaatje dat in de live versie nog een pak gretiger klinkt.
Het trio vergast ons met een stel rammelende en vlijmscherpe punk-pop songs. Neem nu “Burnin Up”, een bruisende track die al eens aan Bruce Springsteen doet denken, maar dan met een gloeiende staaf dynamiet in zijn kont. Ook “Wings Of Fire” en “Garden of the Sons” tintelen en razen dat het geen naam heeft, maar hebben een onderhuidse pop-touch die hen bijzonder aanstekelijk maakt.
Het frisse “Meet Me in The Middle” neigt wat naar The Vaccines in hun beginperiode, en dat is hun meest opwindende. Frontman Willie Stratton’s vocals contrasteren fijntjes met zijn korte en snedige gitaaruithalen en de bevallige bassiste Sarah Johnston maakt het geheel nog boeiender door wat extra vocals te draperen over haar groovy bastonen.
Achter de schijnbare lo-fi rammelrock van dit gutsende trio schuilt een stel ijzersterke en potente songs, dat is wel duidelijk na een klein uurtje van dit soort puntige gitaarrock.
The Boojums is vast en zeker een bandje om in de gaten te houden.

Om de sound van het flitsende combo Wine Lips te omschrijven, moeten we het niet te ver zoeken. We komen algauw uit bij energieke en stomende bands als Osees en Frankie & The Witch Fingers.
Wine Lips serveert met name super opwindende psych-rock met een snerende punky-edge. Ze doen dit aan een rotvaart waarbij het meermaals naar adem happen is.
Het kersverse album ‘TV Dinner’ is nog maar net van de band gerold en daaruit wordt een flink pak songs in de rollercoaster gedraaid. Daarop hoegenaamd geen koerswijzigingen, vlammende nieuwe tracks als “Cut It” en “Semi Detached Furnished Home” vliegen op ramkoers tussen de al even wilde oudjes als “Stimulation”, “Eyes” en “Get Your Money”.
Frontman Cam Hillborn laat zich vocaal geregeld bijstaan door het hoge stemmetje van drumster Aurora Evans die zo een extra lontje aansteekt aan punkbommetjes als “Projector”, “Thirst Trap” en “Six Pack”.
Heel even mag het tempo een tandje lager, zoals in het fijne “Fingers” waarin een tintelend gitaartje evolueert naar een vunzige riff.
Nog zo een psych-rock feestje is het aan elkaar genaaide combo -en voor hun doen bijzonder lange- “Lemon Party/Suffer the Joy” waarin de stomende riffs, flukse tempowisselingen en hitsige gitaaruithalen lekker tegen elkaar opbotsen, een geweldige dubbelsong en een absoluut hoogtepunt in deze zinderende set.

Organisatie: N9, Eeklo

The Whitest Boy Alive

The Whitest Boy Alive - Twintig jaar later nog raak

Geschreven door

The Whitest Boy Alive - Twintig jaar later nog raak

De Duits-Noorse band rond Erlend Øye bracht sinds hun ontstaan slechts twee albums uit, maar wist met hun uitgeklede mix van indiepop, funk en minimalisme een trouw publiek op te bouwen. Voor de jubileumtour van de twintig jaar oude debuutplaat ‘Dreams’ streek de band neer in de Ancienne Belgique. Zonder voorprogramma, waardoor het publiek meteen de hoofdact afwachtte.

Met een doek met een afbeelding van het heelal op de achtergrond begon de band nog eerder ingetogen aan hun set. Met “Keep a Secret” zat de zang meteen goed en kwam ook het publiek snel op gang. “High on the Heels”, “Timebomb” en het geweldige “Golden Cage” volgden vlot en toonden vooral hoe strak de vier moeiteloos op elkaar zijn ingespeeld. Erlend Øye is naar goede gewoonte een echte sfeermaker en liet daarbij geregeld zijn gitaar even voor wat het was om het publiek aan te porren of zelf wat te dansen. Ook “Fireworks”, met een stevige gitaarsolo, en “Intentions” werden luidkeels onthaald.
De temperatuur in de zaal steeg ondertussen snel en ook op het podium begon het zweet rijkelijk te vloeien.
De band bleef het hoge tempo volhouden. “Above You” kreeg een klein spacey intermezzo van de toetsenist, dat vlot overging in het hoogtepunt “Burning”. Nog op diezelfde climax volgde “1517”. Hun ontmoeting in een club deden ze alle eer aan met een funky versie van “Show Me Love”, waarbij een kartonnen bord uit het publiek plots het sluitstuk van de song werd.
De reguliere set vloog voorbij, maar onder oorverdovend applaus kwamen ze nog terug voor twee nummers, met “All Ears” als rustiger moment en “Courage” als funky afsluiter. Met een kleine dance circle in het publiek werd de avond heerlijk neergelegd.
Een eerder sobere show, maar wel een bijzonder sfeervolle avond waarin muziek en samenspel centraal stonden en die bij momenten bijna een festivalsfeer kreeg.

The Whitest Boy Alive heeft na twintig jaar duidelijk nog niets aan aantrekkingskracht verloren. De combinatie van eenvoudige nummers, sterke grooves en vier muzikanten die perfect op elkaar zijn ingespeeld, bleek meer dan voldoende om de AB in beweging te krijgen. Het was warm, zweterig en bij momenten behoorlijk uitbundig, maar vooral erg gezellig.
Een geslaagd jubileumconcert zonder veel franjes, precies zoals de band zelf.

Setlist: Keep a Secret - High on the Heels - Timebomb - Golden Cage - Fireworks - Intentions - Serious - Figures - Above You - Burning - 1517 - Island - Show Me Love (Robin S cover) — All Ears – Courage

Organisatie: Odessa Maison d’artistes

Gee Tee

Gee Tee + Clamm - Punk in twee gedaantes

Geschreven door

Gee Tee + Clamm - Punk in twee gedaantes

Een verrassend hoge opkomst voor twee groepen, Gee Tee en Clamm, die toch niet bepaald bekendstaan als grote publiekstrekkers. Nu was deze affiche met twee groepen uit de bloeiende Australische punkscene, waarvan de wegen toevallig in Diksmuide kruisten, een mooie double bill.
Maar anderzijds was het ook gewoon een weekdag, met temperaturen die eerder uitnodigden om de voeten onder tafel te schuiven op een zonnig terrasje. Dat er dan toch zoveel volk de weg vond naar een donkere concertzaal sterkt mijn overtuiging dat er nog altijd behoefte is aan echte, levende muziek.

Telkens ik Clamm, een trio uit Naarm/ Melbourne, zie, hebben ze een andere bassist bij. De eerste keer, op Leffingeleuren in 2022, was Maisie Everett de bassiste, die toen al Luke Scott verving. Toen Everett definitief voor de Belair Lip Bombs koos, werd zij op haar beurt vervangen door Stella Rennex.
Maar toen ik de band in 2023 in De Kreun zag, werd haar plaats ingenomen door Alan Jones. Dit keer was Stella Rennex er wel bij en, toeval of niet, raakte ik, na die eerder teleurstellende passage in De Kreun, opnieuw helemaal in de ban van Clamm. Hoewel ik moet toegeven dat het even zijn tijd nodig had.
Clamm is nu niet meteen de feestband die je vanaf de eerste noten omver blaast maar gaandeweg raakte ik toch steeds meer gebiologeerd door hun intrigerende muziek. De set werd aangesneden met het nagelnieuwe "Swept up", een traag en onheilspellend nummer waarin zanger-gitarist Jack Summers de lyrics monotoon opdreunde. Echt punk kon je het niet noemen en dat gold eigenlijk voor de hele set, die voornamelijk putte uit de laatste plaat, ‘Serious acts’ en het voor oktober aangekondigde ‘And in glue’. Wat was het dan wel? Gemakshalve etiketteer ik het dan maar als postpunk, wat nogal grijs klinkt terwijl Clamm dat allerminst was. De eerlijke nummers werden met de nodige boosheid gebracht en pittig gekruid met een gitaar die niet zelden als stoorzender fungeerde. Vooral die dissonante gitaar bleef fascineren, wat het des te onbegrijpelijker maakte dat ze aanvankelijk zo ver in de mix zat.
Af en toe liet Jack Summers de snaren voor wat ze waren en tikte hij met een mij onbekend plastic voorwerp op de reeds flink gehavende body van zijn instrument. Gelukkig bracht de immer heerlijke bas van Stella Rennex wat melodische verlichting in de chaos. Samen met de voortreffelijk roffelende Miles Harding vormde ze een stevig houvast in de overstuurde herrie.
Het was precies die unieke combinatie van rauwe, onvoorspelbare energie en verfijnde melodische kracht die Clamm opnieuw onweerstaanbaar maakte.

Dat we met Gee Tee, een vijftal uit Sydney, ander vlees in de (punk)kuip hadden, werd meteen duidelijk. Waar bij Clamm de danslustigen pas tijdens de laatste nummers uit hun sloffen schoten, barstte de moshpit hier al tijdens de eerste noten van het openingsnummer, "Man to Ape", los.
Gee Tee wist in 2022 hun album ‘Goodnight Neanderthal’ uit te brengen op het Amerikaanse Goner Records, het label uit Memphis dat nog steeds hoog staat aangeschreven in underground kringen. Dat schept verwachtingen.
Dat hun volgende plaat ‘Prehistoric chrome’, een soort compilatie met nummers uit een bijna vergeten verleden én de verre toekomst, bij het veel bescheidener Nailbiter Records verscheen, kon daar niets aan veranderen.
Die verwachtingen werden vorig jaar al ruimschoots ingelost op Leffingeleuren en ook nu stelde het bonte gezelschap niet teleur. Zanger Kel Mason liep er in zijn wollen vestje en met een over zijn hoofd getrokken skimuts bij als een bultenaar uit een of andere fantasyfilm. Erg genuanceerd klonk zijn snauwende zang niet, maar dat kon de pret niet drukken.
Naast hem ontworstelde Ishka Edmeades, ook gekend als Tee Vee Repairmann, de ene na de andere pretentieloze maar daarom niet minder aanstekelijke lick aan zijn gitaar. De derde spilfiguur in de band is zonder twijfel Michael Barker, die we ook kennen van 1-800 Mickey. Zijn altijd gesmaakte gitaarbijdragen wisselde hij af met het wel erg doordringend geluid van een speelgoedorgeltje. Dat laatste klonk zeker goedkoop net als de nummers zelf trouwens, die nooit boven de twee minuten afklokten.
Nee, ingenieuze composities hebben we niet gehoord, maar sinds de Ramones weten we dat dat eigenlijk niet hoeft.
Gee Tee toonden zich meesters in lofi punk - eggpunk, zo je wil - waarin instinct het altijd haalde van perfectie. Nummers als "Pigs in the pit", "Mutate 2 Survive" of "Grease Rot Chemical" klonken steeds ruw en ongepolijst en vormden zo de perfecte brandstof voor een almaar uitzinniger wordende moshpit.
Meer moest dat eigenlijk niet zijn.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Sandra Kim

Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Geschreven door

Sandra Kim bewijst op de Fonnefeesten veel meer te zijn dan een one-hitwonder

Is het scoren van één onvergetelijke hit voor een artiest een vloek of een zegen? Neem nu Sandra Kim (*****). Toen ze in 1986 - tot op heden als enige Belgische artiest - het Eurovisiesongfestival won met “J'aime la vie”, gingen heel wat deuren voor haar open. Maar die enorme doorbraak bleek ergens ook een keerzijde te hebben. Door de jaren heen kregen we vaak de indruk dat Sandra Kim door slimme marketing in een bepaalde richting werd geduwd, waardoor ze zich als artieste misschien niet altijd volledig kon ontplooien. Een indruk uiteraard, want helemaal zeker kunnen we daar niet van zijn.
Wat we wel zeker weten, is dat Sandra Kim veel meer in haar mars heeft dan het grote publiek soms lijkt te beseffen. Dat bewees ze onder meer onlangs nog in 'The Masked Singer', maar vooral ook tijdens haar optreden op de Fonnefeesten.
Persoonlijk beschouwen we haar als een van de weinige Belgische artiesten die over beide landsgrenzen heen een breed publiek wist te bereiken. Met een stem en uitstraling die schakelen tussen chanson, soul en pop, bezit ze een veelzijdigheid die veel meer aandacht verdient dan ze doorheen de jaren vaak heeft gekregen.

Op de Fonnefeesten nam Sandra Kim de plaats in van Isabelle A, die haar tour wegens een borstkankerdiagnose moest annuleren. Geen eenvoudige opdracht, maar Sandra Kim voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Vanaf de eerste noot wist ze haar publiek op een innemende manier te grijpen. Met eigen nummers en enkele knappe covers kreeg ze al snel de handen op elkaar.
De beminnelijke Sandra Kim ontpopte zich bovendien tot een rasechte entertainer die, zonder ook maar één moment diva-allures te tonen, haar publiek met veel warmte, liefde en speelsheid wist te bespelen. Ze sprak vol lof over haar bandleden en liet de aanwezigen lachen, meezingen en dansen. Meermaals zorgde haar krachtige en doorleefde stem voor kippenvel en zelfs een weggepinkte traan, terwijl op andere momenten de dansspieren werden aangesproken.
Ook haar respect voor collega-artiesten viel op. Sandra Kim sprak uitgebreid haar bewondering uit voor Isabelle A en wenste haar een spoedig herstel toe. Die warme steun en dat oprechte respect voor een collega leverden haar van onze kant alvast een extra pluim.
Bij de hoge temperaturen, waarbij een groot deel van het publiek een plekje in de schaduw opzocht, was het niet vanzelfsprekend om iedereen meteen mee te krijgen. Sandra Kim moest het gaspedaal stevig indrukken en had het aanvankelijk wat moeilijk om alle aanwezigen volledig mee te krijgen.
Maar dankzij haar spontane uitstraling en een gevarieerde performance, die zweefde tussen pop, soul en chanson, kreeg ze het plein uiteindelijk helemaal mee. Iedereen was mee met “J’aime la vie”, dat ze met zichtbaar veel liefde en gedrevenheid bracht. Maar net op dat moment werd ook duidelijk dat die wereldhit slechts één hoofdstuk vormt in een veel rijker en veelzijdiger verhaal.
Tijdens een wervelende finale, opnieuw voorzien van een mooie ode aan Isabelle A, liet Sandra Kim het plein dansen in de brandende zon.

Met een optreden dat het leven vierde, bewees Sandra Kim wat we eigenlijk al jaren wisten: ze is veel, veel meer dan de zangeres van “J'aime la vie”. Het is alleen jammer dat een groot deel van het publiek die veelzijdigheid nog altijd te weinig lijkt te zien.
Op de Fonnefeesten toonde Sandra Kim echter met verve dat ze veel meer is dan een 'one-hitwonder'. Wat volgde, was anderhalf uur puur genieten.

Pics homepag @Isabel Van Oosthuyse

Organisatie: Fonnefeesten, Lokeren

Soledad Brothers - Alsof ze nooit zijn weggeweest ...

Geschreven door

Soledad Brothers - Alsof ze nooit zijn weggeweest ...

Soledad Brothers zag in 1998 het levenslicht in Maumee, een stadje vlakbij Toledo in de Amerikaanse staat Ohio. De groepsnaam is ontleend aan de Soledad Brothers: drie veroordeelde leden van de militante Black Panther Party die opgesloten zaten in de Soledad-gevangenis in Californië.
Soledad Brothers bestond uit zanger-gitarist Johnny Walker, drummer Ben Swank (beiden afkomstig uit Henry And June) en saxofonist-gitarist Brian Olive, die eerder deel uitmaakte van The Greenhornes. Hun titelloze debuut uit 2000 werd geproduceerd door Jack White. Ook Meg White, die destijds een relatie had met Brian Olive, werd in de credits vermeld. De samenwerking was wederzijds: Johnny Walker speelde op enkele nummers van het debuutalbum van The White Stripes, terwijl hij Jack White naar verluidt slidegitaar leerde spelen.
Toch bouwden de Soledad Brothers vooral live een stevige reputatie op, waarvan ik talloze keren getuige was. Even leek een doorbraak in de maak. De derde plaat, ‘Voice Of Treason’, verscheen bij majorlabel, Polydor, waarna de band plots mocht aantreden op grote festivals als Cactus, Dour en Pukkelpop. Het sprookje kwam evenwel abrupt ten einde, amper enkele weken na het verschijnen van het vierde album, ‘The Hardest Walk’, in 2006.
Johnny Walker probeerde het nadien nog met Cut In The Hill Gang en All-Seeing Eyes, dat nog steeds actief is, maar geen van beide bands kon tippen aan de Soledad Brothers. Brian Olive bracht in 2009 nog een soloalbum uit, terwijl Ben Swank samen met Jack White en Ben Blackwell, drummer bij The Dirtbombs, Third Man Records oprichtte.

Na een eerdere mislukte poging wist Johnny Walker de Soledad Brothers dit jaar dan toch opnieuw bij elkaar te fluiten. Er volgde een korte tournee door Engeland en Frankrijk met gelukkig ook één Belgisch optreden, dankzij de alerte concertorganisator 4AD.
De Soledad Brothers hadden een loodzware rit achter de rug vanuit het Bretoense Binic, waar ze hadden opgetreden op het befaamde Binic Folks Blues Festival. Maar eenmaal op het podium was van vermoeidheid nauwelijks iets te merken. Een zichtbaar ouder geworden en wat zwaardere Johnny Walker vloog er meteen weer met dezelfde passie als vroeger in. Zijn danspasjes waren misschien wat stroever, maar het vuur was allerminst gedoofd. Ook Brian Olive, op wie de jaren nauwelijks vat leken te hebben gehad, had er duidelijk schik in. Drummer Ben Swank leek van zijn kant soms op de toppen van zijn tenen te moeten lopen en had blijkbaar wat last van die twintig jaar inactiviteit.
Een setlist was er niet maar de meeste nummers herkende ik meteen, hoewel het al vele jaren geleden was dat ik nog een Soledad Brothers-plaat had opgelegd. Het begon meteen straf met "Handle song", een nummer van hun debuutalbum, misschien wel hun beste plaat, die tijdens het optreden ruim aan bod kwam.
Al heel vroeg in de set losten ze "Cage That Tiger", een uiterst catchy nummer dat in een rechtvaardigere wereld altijd een hit zou zijn geworden. De Soledad Brothers slaagden er als geen ander in de blues te laten swingen. Objectief bekeken kun je dit als bluesrock bestempelen. Maar dit stond mijlenver af van wat andere groepen uit dit inmiddels wat beschimmeld genre brengen. Garageblues dekt de lading wellicht beter maar schiet nog altijd tekort om die verbazingwekkende, genre-overstijgende souplesse, die de band altijd heeft gehad, te vatten.
Intussen bleven ze de parels aaneenrijgen: "Teenage heart attack", "Jack on fire", een eerste The Gun Club cover, en lovesong "Rock me slow" waarin Johnny Walker kazoo leek te spelen zonder er een in handen te hebben.
Of wat te denken van de bijzonder aanstekelijke, volledig hertimmerde versie van Big Joe Williams' "Break 'Em On Down", die tegelijk woest en wendbaar klonk.
Voor de laatste drie nummers ruilde Brian Olive zijn gitaar in voor een saxofoon, het startschot voor een zinderende finale die begon met een door furieuze saxstoten opgejaagd "Goin' Back To Memphis". Daarop volgde "Gimmie Back My Wig" van Hound Dog Taylor, een nummer dat ik de laatste tijd opvallend vaak heb gehoord, vooral in de versie van GA-20, die het op elk optreden speelt. Maar deze heerlijke uitvoering, met saxofoon, moest zeker niet onderdoen voor de nijdige gitaarinterpretatie van de band uit Boston.
De Soledad Brothers sloten af met een van hun allereerste nummers: "Gospel according to John" dat ontaardde in een orgie van feedback.
Lang moesten we niet om een bis schreeuwen, want Ben Swank vertikte het om van het podium te stappen en bleef gewoon achter zijn drumstel zitten. Niet getreurd want het toetje bleek weergaloos: een met withete gitaren gelardeerde versie van "Preachin' The Blues (Up Jumped The Devil)" van Robert Johnson, gebracht in de furieuze interpretatie van The Gun Club.
Een spetterend orgelpunt van een magnifieke set waarin de Soledad Brothers bewezen dat ze na een hiatus van twintig jaar niets aan frisheid hadden ingeboet. Ware het niet dat mijn knieën hun beste tijd hebben gehad, ik zou het team van de 4AD ervoor op blote knieën bedanken. 

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Cosmic Psychos

Cosmic Psychos - No-nonsense pubpunkrock

Geschreven door

Cosmic Psychos - No-nonsense pubpunkrock

Het was toch even schrikken toen ik in Kortrijk aankwam want ik kon al van ver de muziek horen bonken. Het festijn was duidelijk al volop aan de gang. Nadat ik me niet zonder enige moeite naar binnen had gewrongen kon ik tot mijn grote opluchting vaststellen dat niet Cosmic Psychos verantwoordelijk was voor de geluidsterreur.
Wat klonk dit ontieglijk luid! Nadat mijn oren zich enigszins aan het volume hadden aangepast, hoorde ik een bijzonder hechte sound met een ongelooflijk strakke drive. Vertwijfeld begon ik me af te vragen wie ik hier eigenlijk voor me had.

Ik had geen weet van een voorprogramma, maar de heren van Cosmic Psychos waren blijkbaar zo galant er zelf eentje mee te brengen. Het bleek te gaan om Lunatic, een kwartet oudere jongeren uit Melbourne met drie platen op het conto.
Centraal vooraan op het podium stond een bijzonder gevaarlijk ogende bassist, iemand die zonder auditie een rol in een horrorfilm zou krijgen. Met zijn staalharde tronie leek hij het lachen al jaren verleerd. Gelukkig zagen de kompanen van Liam Kennealy, - zo bleek de man te heten - er een pak minder angstaanjagend uit. De mannen brachten fuzzgedreven rock met een bulldozergehalte dat niet moest onderdoen voor dat van Cosmic Psychos. Vooral de ineenstrengelende gitaren van zanger Pugs Lyngcoln en Dick Straight sloegen voortdurend gensters waar ik maar geen genoeg van kon krijgen. Dat de zang wat minder uit de verf kwam nam ik er graag bij. Hoewel ze me voldoende murw gebeukt hadden, vond ik het toch jammer dat ik hun entree had gemist.

Hoewel ik Cosmic Psychos eerder dit jaar in een propvolle De Casino in Sint-Niklaas (capaciteit: 650) had gezien, wilde ik ze absoluut nog eens terugzien in The Pit's.
Lees gerust Cosmic Psychos - Compromisloze bulldozerpunk
Als een band met die faam zelf vraagt om nog eens in dat punkhol genaamd The Pit's (capaciteit: 80) te mogen spelen, dan wil ik daar maar al te graag bij zijn. Zevenentwintig jaar geleden stonden ze er voor het eerst op het podium en volgens zanger-bassist Ross Knight was er sindsdien niets veranderd, iets wat hij alleen maar goed vond. Wij ook, trouwens. Sinds drummer Dean Muller na een schouderoperatie de band verliet, is Cosmic Psychos feitelijk een duo. Aanvankelijk nam BC van Dune Rats zijn plaats in maar sinds deze tour wordt die rol vervuld door Dan Peters, een oude vriend van Ross Knight. Peters was heel even drummer bij Nirvana voordat Dave Grohl zijn plaats overnam en drumt al sinds de oprichting bij Mudhoney. Veel verschil in stijl met BC was er niet, al klonk Dan Peters misschien net iets speelser.
Voor de rest bleef alles bij het oude met een setlist die op twee nummers na - "Custom Credit" en "Back In Town" - niet afweek van die in De Casino.
No-nonsense pubpunkrock zonder enige concessies die uiteraard perfect tot zijn recht kwam in The Pit's. Urgent is het misschien niet meer maar het blijft een zorgvuldig te koesteren relikwie. En het blijft altijd even leuk om mee te maken. Hoe gitarist Mad Macka tijdens het traditionele slotnummer "David Lee Roth" zijn Marcelleke uittrekt om zijn indrukwekkende bierpens op en neer te laten deinen, blijft onbetaalbaar.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Pagina 1 van 392