logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Hooverphonic
CD Reviews

Arcade Fire

Neon Bible

Geschreven door

Arcade Fire debuteerde sterk met `Funeral', die verwees naar de negen overleden familielieden van de Canadese band in de afgelopen jaren. `Funeral, niet bepaalde een vrolijke noot, kreeg live een andere dimensie: speels- en uitbundigheid en euforie waren de kenmerken, wat de bands onverwachts groots maakte!

Arcade Fire biedt een neo-romantische troubadoursound, net als een The Decemberists en Belle & Sebastian: poprock, psychedelica en folk zijn de smaakmakende muzikale ingrediënten; de `moeilijke tweede Neon Bible' klinkt meer gestroomlijnd en gepolijst, wat het geheel minder doet verrassen.

De groep klinkt als vanouds orkestraal, bombastisch op ?Black mirror?, ?Intervention?, ?Black wave/ bad vibrations? en ?No cars go?, robuust op de EP, voorafgaand op hun debuut, was terug te vinden. ?Keep the car running? en ?The well and the lighthouse? zijn de meest opzwepende poprock songs; ?Ocean of noise? en de titelsong zijn soberder aangepakt.

Een rijkelijk instrumentarium biedt kleur aan de songs, of ze nu orkestraal theatraal, broeierig of sfeervol, intiem zijn. De zang van frontman Win Butler neemt een vooraanstaande rol in! Oorlog, angst en geloof zijn de centrale thema's.

De Canadese band bewijst met deze `moeilijke `tweede dat de kerkdiensten nog steeds interessant kunnen zijn, al is de strategische opzet dezelfde.

My Chemical Romance

Welcome to the Black Parade

Geschreven door
`Three Cheers for the sweet revenge' betekende eind vorig jaar een eerste kennismaking met het vijftal uit New Jersey. Ze brachten door de populariteit van de single ?Welcome to The Black Parade?, titelsong van de huidige cd, de vorige cd opnieuw uit; een cd die we onlangs bespraken in afwachting van `The Black Parade'. My Chemical Romance maakt deel uit van een nieuwe lichting emoglampoprockers. Ze staan garant voor stevige, snedige, mooi uitgekiende poprocksongs, deze maal meer georkestreerd, en dichter dan ooit bij de opera van ?Bohemian Rapsody? van Freddie Mercury en Brian Mays Queen.

Het is een afwisselend plaatje met een pak poppy hits in spé als ?Famous last words?, ?I don't love you?, ?Mama?, ?Sleep?, ?Teenagers? en ?Disenchanted?, die een fijne opbouw hebben. Ze leunen nauw aan het stevige werk van de vorige cd met nummers als ?The end?, ?Dead!?, ?This is how I disappear? en ?The sharpest lives?, die de cd openen, met een paar pittige gitaarsoli, een opzwepende percussie en een helder overtuigende zang. ?Cancer?, op piano, is de meest intieme song.

Dit wordt de grote doorbraak voor het vijftal. De emopoppunk zit in de lift en zo'n band als My Chemical Romance kan er maar baat bij hebben, niet?

Masterplan

MK II

Geschreven door
Masterplan bracht met zanger Jorn Lande twee schitterende albums uit. Toen het bericht de wereld werd ingestuurd dat hij Masterplan zou verlaten, hadden wij gevoel dat dit wel eens het einde zou betekenen voor de band. We vroegen Jorn dan ook om uitleg vorig jaar op de Lokerse Feesten maar konden uit zijn zeer uitgebreid antwoord niet achterhalen wat nu de echte reden was voor het verlaten van Masterplan. Live op de Lokerse Feesten waren we ook niet echt onder de indruk van zijn prestatie, want meerdere malen viel het op dat hij die avond niet steeds toonvast was. Maar het was dan ook een uitgemaakte zaak voor Lande. Masterplan bezieler en gitarist Roland Grapow maakte er een erezaak van om voor de band al vlug een waardige vervanger te zoeken, die men dan ook al vlug vond in Mike DiMeo (ex-Riot zanger).

Ook drummer Uli Kush verliet de band en werd vervangen door Mike Terrana. Beide nieuwe bandleden hebben hun 'roots' in echte metalbands en dat is dan ook op `MK II' duidelijk te horen. Allereerst moet ik bekennen dat Mike DiMeo een zeer waardige vervanger is voor Jorn Lande. Qua stembereik en kleur liggen beiden zangers erg dicht bij elkaar. Al gaf Lande wel een iets warmere klank aan de songs. Deze nieuwe start is dus allesbehalve een valse start en toch maakt dit album minder indruk dan de twee voorgaande platen. Masterplan brengt op 'MK II' nog steeds zeer hoogstaande power-metal, al zijn niet alle composities van een even hoog niveau. Ook het epische karakter in de songs is soms zoek, waarbij de band dan kiest voor onvervalste power-metal à la Helloween. Al zijn de songs soms minder catchy toch blijft dit nog steeds een topper in het genre. Op 'MK II' staan 12 nieuwe songs en 1 videoclip van de single "Lost And Gone". De Limited Edition zit ook in een prachtig metalen doosje (tincase).

Het vertrek van Lande is op zich dus geen reden om deze nieuwe Masterplan schijf links te laten liggen.

Cuban Heels

Gutbucket music

Geschreven door
Deze Nederlandse garage blues rockers hebben niet alleen qua sound van de Black Keys afgekeken, ook het Warhol-achtige hoesontwerp doet sterk denken aan `Thickfreakness', de song ?As I holler? is pure Black Keys, en bovendien hebben ze ook nog eens ?Work me baby? gecoverd, de song van Fat Possum lieveling Junior Kimbrough die ook staat te pronken op `Chulahoma', het eresaluut die The Black Keys hebben gebracht aan de overleden bluesman.

The Black Keys doen het wel maar met zijn tweetjes, terwijl Cuban Heels een vijftal is. Hier dus wel van de partij : een bas en een snerpende mondharmonica (van Richard Koster) die doet denken aan de rauwe rudimentaire bluesrock van de Red Devils. Songs als ?Dig me a hole? en vooral ?So unfair? hebben een Tom Waits inspuiting gekregen. De lekker rollende instrumental ?Gutbucket? is een compositie van de voortreffelijke gitarist Rico Gerfen die de hele plaat sterk op dreef is en de meest smerige riffs uit zijn instrument haalt. De andere eigen songs zijn van de hand van Jan Hidding die een overtuigende en vettige bluesstem weet neer te zetten, denk aan het vuilste van Paul Rogers, of aan Tom Waits (?Unfair?), en ook weer aan de onvermijdelijke Dan Auerbach (van The Black Keys, dat had u wel begrepen).

Naast Junior Kimbrough's ?Work me baby? zijn er ook nog twee covers van Fred Mc Dowell, waaronder nog maar eens ?you've got to move? die hier een beetje een mislukte gospel versie meekrijgt. Klein foutje op een voor de rest best wel aangenaam ronkende bluesplaat.

The Stooges

The weirdness

Geschreven door
Iggy Pop is samen met de broertjes Ron en Scott Asheton als The Stooges verantwoordelijk voor twee van de meest essentiële en invloedrijke platen uit de rockgeschiedenis, zijnde hun debuut `The Stooges' uit 1969 en opvolger `Funhouse' uit 1970. Meer dan 30 jaar later hebben de heren elkaar teruggevonden wat resulteerde in een reeks weergaloze concerten die niets aan energie en intensiteit hebben ingeboet in vergelijking met vroeger. Integendeel, The Stooges kregen nu wel de erkenning die ze verdienen en konden met deze réunie wel rekenen op een massale opkomst van de fans, wat vroeger wel eens anders geweest is. Want vergeet niet, de twee albums die zij uitbrachten flopten destijds omdat ze hun tijd te ver vooruit waren en toen zo wereldvreemd klonken dat geen kat ze kocht. Het is pas jaren later dat deze twee rockmonumenten zijn uitgegroeid tot eeuwige klassiekers.

Onze verwachtingen voor de nieuwe plaat waren dus enorm hoog gespannen, zeker nadat we ze live aan het werk zagen, en we konden het geweten hebben, deze verwachtingen inlossen was gewoon onmogelijk, en zo is het ook.

Nochtans hebben ze Steve Albini binnengehaald als producer, hij die ervoor gekend is om rock'n' roll rauw en onbezonnen te laten klinken. In zekere zin is dat ook zo, The Stooges spelen hier rauw en gedreven, alles is zonder veel poespas op band gegooid, de gitaren klinken ranzig, de drums roffelen aardig rechtdoor. Het is gewoon met de songs zelf dat er iets schort, deze zijn wel rechttoe rechtaan, maar ze vallen te licht uit, klinken te simpel en bij momenten zelfs stompzinnig. Nergens is er een nummer te bespeuren die ook maar in de buurt komt van klassiekers als ?I wanna be your dog?, ?No fun?, ?Loose?, ?Down on the street?, ?Tv eye? of ?Dirt?. Met een beetje goede wil halen we er toch een paar halve krakers uit die de plaat toch nog enigszins de moeite maken (let wel, we zijn The Stooges hier vooral met zichzelf aan het vergelijken, dus deze `The weirdness' is nog altijd veel beter dan hetgeen vele kandidaat imitators op vandaag voortbrengen) : ?Trollin? is een aangename vunzige binnenkomer, ?ATM?, ?Fried? en vooral ?My idea of fun? rocken een flink stuk door en ?Mexican guy? is niet bepaald een slechte song. De overige songs, met als dieptepunt de titelsong waar Iggy zo aan het zwalpen gaat dat het niet meer om aan te horen is, missen ballen en passie en zijn de naam The Stooges onwaardig.

Iggy mist gewoon de inspiratie en de feeling om nog echt goeie en gevaarlijke songs te schrijven. Aan zijn band ligt het niet, want zij produceren nog steeds een energieke sound. Had Iggy wat betere songs geschreven, dan hadden The Stooges er ongetwijfeld dynamiet van gemaakt, want ze hebben er hoorbaar zin en staan hier steeds met een onbegrensde verbetenheid te spelen. Daarom is dit des te jammer.

Deze verzameling songs haalt slechts het niveau van Iggy's soloplaten als `Beat em up' en `Naughty little doggie' die, ook al hebben ze hun momenten, niet bepaald als zijn beste wapenfeiten kunnen worden beschouwd. We kunnen gerust stellen dat Iggy's laatste solo plaat `Skull ring' een heel pak beter en feller is dan deze `The weirdness'.

Laat Iggy misschien nog eens raad gaan vragen aan zijn ouwe gabbers van The New York Dolls, want zij zijn er wel in geslaagd om dertig jaar na hun heetste periode met hun nieuw album een geslaagde come back te maken; Iggy was er trouwens bij want op één song mocht hij zelf meedoen (?Gimme love and turn out the light? heet de song en hij is beter dan zowat alles wat hier op deze nieuwe Stooges staat, we kunnen u trouwens de volledige plaat van The New York Dolls streng aanbevelen, `One day it will please us to remember even this' heet het ding).

Moeten we The Stooges dan nu definitief begraven ? Misschien wel, maar niet vooraleer we ze nog een laatste keer op het podium zullen gezien hebben, want het is pas live dat deze band ten volle ontploft, en dat zal er niet om veranderen omdat ze nu een ietwat mindere plaat hebben gemaakt.

Als Stooges fan valt het ons zwaar om dit verdict te vellen, maar we moeten hard zijn, en vooral eerlijk.

Het is mooi geweest, maar niets blijft voor eeuwig duren.

Blackfield II

Blackfield

Geschreven door
Porcupine Tree's frontman Steve Wilson heeft met zijn hobbyclubje Blackfield misschien wel de plaat van het jaar uitgebracht. Samen met de Israëlische stermuzikant Aviv Geffen maakte hij `Blackfield II' of de opvolger voor het uitstekende `Blackfield' uit 2004.

Terwijl Wilson met Porcupine Tree steeds meer metal-invloeden in hun sound verwerkt, is dit album een oerdegelijke popplaat geworden. Een plaat die zowel popliefhebbers als progressieve rockfans zal aanspreken. Wie ?Lazurus? uit Porcupine Tree's `Deadwing' liefhad moet deze plaat zeker gaan beluisteren want de songs op `Blackfield II' liggen in diezelfde lijn. Geen ingewikkelde, lang uitgesponnen progressieve rocksongs maar wel 10 uitmuntende korte emotievolle poprock liedjes. Opener ?Once? klinkt al vanaf de eerste tonen zeer vertrouwd maar wordt via verrassend stevig gitaarwerk (à la Placebo) toch nog een echte rocksong. Het is één van de weinig momenten dat de elektrische gitaren uitbundig tekeer gaan. In ?1000 People? is hun liefde voor Pink Floyd heel duidelijk hoorbaar. Wat een kanjer van een song! ?Miss You? is de enige song waarin Aviv Geffen de leadvocalen voor zijn rekening mag nemen. Gelukkig maar, want hoewel hij zeker geen slechte zanger is, is het toch aangenamer luisteren naar Wilson's stem. Het is moeilijk om nog meer hoogtepunten op deze plaat aan te duiden omwille van het feit dat op dit album geen enkele zwakke song staat. Het dromerige ?This Killer? is waanzinnig sterk, terwijl ?Epidemic? een zeer aanstekelijk dreigend pianothema heeft. Na een goede 42 minuten loopt met ?End Of The World? de plaat op zijn einde. De productie deed Steve Wilson opnieuw zelf en ook op dit vlak behoort hij tot de allergrootsten. Een subliem, sensibel en modern klinkend meesterwerk. Een absolute aanrader voor elke poprock liefhebber!

Een album dat je steeds opnieuw en opnieuw wil beluisteren.

Grinderman

Grinderman

Geschreven door
Cave wordt vijftig?en we hebben het alvast geweten; hij klinkt als een `stomende dolle' twintiger, wat doet refereren aan The Birthday Party. Rauwe, smerige en zompige rock'roll blues, afgewisseld met enkele bloedmooie linken naar The Bad Seeds. Grinderman doet ons terug jong voelen. Het is het indrukwekkend zijproject van Cave met drie van z'n `Bad Seeds' leden. Ellis speelt, tokkelt en knarst op viool, er is de diep, repeterende bas van Martyn Casey en er is het strakke drumspel van Jim Sclavunas; de sound gaat van ingehouden, spannend bedreven, opzwepende tot felle uitbarstingen!

Cave leerde gitaarspelen, drukte de pedaal stevig in en bood zelfs een noisy partijtje op songs als ?Get it on?, ?No pussy blues? (mensen, in te lijsten dit nummer!), ?Honey bee (let's fly to Mars)? en ?Love bomb?.

Grinderman klinkt broeierig, fijnzinnig en subtiel op songs als ?Depth charge ethel?, ? I don't need you to set me free? en ?When my love comes down?, wat de sound van `the usual Bad Seeds stuff? benadert. ?Go tell the women? is het enige echte rustpunt om op adem te komen.

Hij grijpt naar de begindagen van `The Bad Seeds' remember `From Her to Eternity', `The firstborn is dead' en het recente `Abattoir blues/The lyre of Orpheus'.

Grinderman werkt aanstekelijk, is beklijvend en pint zich vast aan je nekvel! Onderga en voel Grinderman, want dit is een wereldplaat van formaat!

Jet

Shine on

Geschreven door
Met hun debuut `Get born' werden deze Aussie rockers in 2003 alom bejubeld door de Britse pers. Waar hebben we dat nog gehoord ? Maar de Britten hadden voor één keer gelijk, de plaat rockte geweldig. Zo kwam de lat hoog te liggen, te hoog, zeg maar.

`Shine on' is in dat opzicht een zware tegenvaller. Géén idee wat Jet bezield heeft, maar om god weet welke reden willen zij op Oasis lijken, en dit resulteert in stroperige zaagballads als ?Shine on? en ?Bring it on back?, of in de halve rocker ?Come on come on? die ook al ten onder gaat in broertjes Gallagher-achtig geneuzel.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, want bij momenten wordt er evenveel met scherp geschoten als op `Get born', ondermeer op de sterke opener ?Put your money where your mouth is? en vooral op de splijtende vlam ?Rip it up?, een welgemeende kopstoot van een song, eentje zoals we er ook enkele vinden op die veelbelovende Fratellis cd . Ook ?Stand up? en ?Skin and bones? die richting Black Crowes gaan dragen onze goedkeuring weg. Maar daarmee is het vet al van de soep, de rest is lauwe pap. Jet heeft hier ook een totaal misplaatste Beatles fixatie die zich uit in werkelijk tenenkrullende ondingen als ?Shiny magazine? en ?Eleanor?, het al even Beatlesque ?All you have to do? kan er nog net mee door.

Een ontgoochelende tweede album dus van een band die wel degelijk kan rocken als ze er zin in hebben. Als ze hun platen van Oasis en The Beatles door het raam kieperen en vervangen door de voltallige AC/DC catalogus (Bon Scott periode wel te verstaan) dan kan het nog goed komen.

Milburn

Well well well

Geschreven door
Milburn heeft pech, brute pech. En wel hierom : Arctic Monkeys waren eerst. Milburn zit in hetzelfde straatje, het zijn eveneens piepjonge gozers uit Sheffield die aanstekelijke en springerige korte rocksongs maken. Maar, ja, zoals gezegd, Arctic Monkeys waren hen voor en zijn door de Britse pers als the next hot thing binnengehaald. Milburn komt enkele maanden later af met een gelijkaardige sound en een zanger wiens stem akelig dicht ligt bij die van de zanger van Arctic Monkeys. Met andere woorden, het ligt er een beetje te vingerdik op en het groepje zal dus door de wereld genadeloos gedegradeerd worden tot imitators van The Arctic Monkeys. En zeker nu deze laatste binnenkort al met nieuw werk uitkomen zal men Milburn gewoon links laten liggen.

Nochtans is deze cd best te pruimen, het is op en top frisse Britse poprock en verdient echt wel uw aandacht. Al mag het voor ons part wel nog een beetje heviger.

Als Milburn in de toekomst zichzelf een eigen smoel kan toekennen dan zit hier potentieel in. Afwachten maar.

The Hold Steady

Boys and Girls In America

Geschreven door
?Damn You, Hold Steady! How can any band be this good? vroeg recensent Rob Sheffield van het blad Rolling Stone zich af over de vorige cd `Separation Sunday'. The Hold Steady wekt met deze opvolger interesse op in Europa. Het vijftal uit Brooklyn speelt potig, dynamische rocksongs, ergens tussen Soul Asylum, Kings of Leon en Randy Newman. Zijzelf spreken alvast een enorme voorliefde uit voor Bruce Springsteen en Thin Lizzy. Broeierig, bedreven songs, die af en toe sfeervoller en ingetogen zijn. Er is een vleugje psychedelica door piano en toetsen.

De elf songs zijn allen sterk en mooi gearrangeerd: ?Sluck between stations? zet alvast de muzikale toonaard van frisse retrorock, ?First night? heeft een spannende opbouw en ?Citrus? is een sfeervol aangenaam rustpunt.

The Hold Steady heeft een gevarieerde rockplaat uit en onderstreept alvast Sheffields woorden over deze band!

Pagina 393 van 396