logo_musiczine_nl

Talen

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
avatar_ab_12

Hellfest 2017 – Een geslaagde 12e editie – Overzicht van de driedaagse

Geschreven door - Sam Bruynooghe en Yentl Stée -

Hellfest 2017 – Een geslaagde 12e editie – Overzicht van de driedaagse
Hellfest 2017
Festivalterrein
Clisson (Fr)
2017-06-16 t/m 2017-06-18
Sam Bruynooghe en Yentl Stée

15 juni was het terug zover. Het team van Musiczine.net ondernam op een ongoddelijk vroeg uur terug de bedevaart naar Clisson dat blijkbaar in Frankrijk ligt en niet op het oppervlak van de zon zoals ik dacht. Het vroeg vertrek had echter wel zijn (onverwachte) voordelen! In plaats van vroeger ons bandje te kunnen halen zodat we een mooie plaats op de camping konden bemachtigen mochten we het plezier ervaren van uren in de zon te mogen wachten omdat we vergeten waren dat de deuren maar opengingen om 16u. Jammer genoeg werd het ontwikkelen van een zonneslag onderbroken omdat die gemene security de deuren vroeger open deed.

Hetgeen wat het eerst opviel is dat er ietwat veranderingen waren in de opzet van Hellfest en waar we onze bandjes moesten gaan halen, deze nieuwe opzetting was blijkbaar nog wat wennen voor de crew aangezien het wel wat stuntelig verliep om onze bandjes te kunnen halen en we behoorlijk lang hebben mogen wachten vooraleer er wel degelijk iemand ons bandjes kon geven. De overige veranderingen betroffen voornamelijk de locatie en vormgeving van de VIP (er is nu een soort van zwembad) en de uitgang van de VIP komt nu uit tussen de Temple en de Valley ipv aan de mainstages. Dit is wel een aanzienlijke verbetering aangezien het later op de dag op vorige jaren zeer moeilijk werd om langs deze weg binnen te geraken aangezien er meestal enorm veel volk voor stond.

Graag had ik hier ook nog kort een kleine situatie besproken die ik persoonlijk absoluut niet kunnen vond naar bezoekers toe. Dat Engels geen makkelijke taal is voor Franstaligen begrijp ik absoluut dus neem ik het de crew nooit kwalijk dat communicatie voornamelijk in handgebaren moet verlopen aangezien mijn Frans een belediging is voor de Franse taal. Op een gegeven moment vroegen we echter aan één van de aanwezige security-leden voor wat hulp in het Engels, mijn collega zijn zonnebril was aan het afzakken terwijl we zwaar materiaal aan het versleuren waren en we vroegen of hij deze snel eventjes terug kon omhoog duwen. Als reactie kregen we hierop ‘je bent op een Frans festival dus je moet maar Frans leren spreken’… Vrij respectloos naar internationale gasten toe want niet iedereen is even taalvaardig. Ik wil hier wel graag aan toevoegen dat we door de rest van de crew wel correct en vriendelijk behandeld werden. (Yentl)

dag 1 - vrijdag 16 juni 2017

Op de eerste echte festivaldag waren we er als de kippen bij om het optreden van Verdun mee te pikken in The Valley, het Stoner heiligdom van Hellfest. Voor een eigen publiek speelden deze Fransmannen uit Montpellier een halfuur lang snoeiharde, gitzwarte sludgedoom. Aangezien de pre-party op Hellfest niet veel voorstelt, was het publiek nog goed wakker om de intense muziek goed in zich te laten doordringen en intensief mee te bangen. Vooral zanger Paulo Rui liet een goede indruk na: zowel screams als cleane vocalen waren erg sterk. (Sam)

Om me eventjes wakker te kloppen besloot ik om snel eventjes de Altar binnen te wippen om daar wat deathgrind/goregrind van het Franse Putrid Offal op te pikken. Zelfs op dit vroege uur slaagden ze er in om al voor wat leven in het publiek te zorgen en de tent was verbazingwekkend goed gevuld (gelijkaardige optredens in België bestaan meestal uit 15 bezoekers). Muzikaal was het niet echt iets speciaal tot eigenlijk zelfs wat middelmatig, dit werd echter goed gemaakt door het enthousiasme en de ingesteldheid van de band zelf. (Yentl)

Nu iedereen weer goed wakker was geschud, was het tijd voor nog een band van Franse bodem, maar van een heel ander kaliber: de zorgeloze happy folk punk van The Decline!. De Warzone bleek een plek vol punk, sfeer en ambiance te zijn en de Bretoenen kregen het publiek moeiteloos mee met de ene meezinger na de andere. Er werd gemoshed dat het een lieve lust was en het bier vloog in het rond, ondanks het feit dat het amper 11u was. En hoewel zanger Kevin in opnames een beetje klinkt als een Arno op Xanax, bleek hij live toch voor heel wat energie te kunnen zorgen! De Franse punkscene blijkt vol potentieel te zitten, bewijst deze band. Na afloop verliet iedereen de Warzone met een tevreden glimlach van oor tot oor. (Sam)

Hoog tijd dan voor een bezoek aan de Main Stage voor een exotische primeur: hier zou de Tunesische band Myrath voor het eerst het podium van Hellfest onveilig maken. We werden even volledig in een Oosters sfeertje ondergedompeld: een imposant Arabisch decor en, tot groot genoegen van het verrassend massaal opgedaagde publiek, een charmante buikdanseres die onder bombastische opzwepende muziek de show opende. Daarmee was de deur opengetrapt voor een halfuur symfonische oriental heavy power metal. De Oosterse gezangen en violen waren waarlijk verfrissend onder de opkomende verzengende hitte. Myrath speelt heel epische, uplifting muziek die dankzij subtiele maar gesofisticeerde pianotoetsen toch licht en luchtig blijft. Vooral het gepassioneerde discours over liefde, vrede en verdraagzaamheid van zanger Zaher Zorgati blijft ons bij. Alle respect voor deze Tunesiërs om de scene te vertegenwoordigen in een niet zo evident thuisland en te tonen dat metal overal kan gedijen! (Sam)

Na een kleine ramp (ik was alweer mijn cashless kaart kwijt geraakt waarmee je je drank betaalt ipv jetons zoals op andere festivals) waardoor ik helaas Okkultokrati moest missen kwam ik voor de eerste keer aan bij the Warzone voor de oi! van Booze & Glory. Jammer genoeg is the Warzone in de open lucht en de onvergeeflijke warmte maakte het wat moeilijk om het feestje te bouwen die deze band verdiende. Op hun optreden is er eigenlijk weinig aan te merken, ze spelen oi! zoals het hoort wat dus eigenlijk gewoon bier en meezingers betekent. Wat heeft een mens meer nodig? De band nam ook een moment om te bevestigen dat de skinhead-cultuur nogal vaak onterecht met neo-nazisme wordt verbonden door kort en duidelijk tussen de nummers door de boodschap ‘Fuck fascism, fuck sexism and fuck homophobia’ te roepen. Altijd fijn om ook te merken dat deze uitspraak nog steeds met veel gejuich ontvangen wordt. (Yentl)

Volgende band op de Warzone is onmiddellijk ook één van mijn absolute favorieten op het festival, namelijk Leftöver Crack. Voor wie hoopt wat gratis crack te scoren tijdens hun shows heb ik slecht nieuws, hun naam is gebaseerd op ‘there is no such thing as leftover crack’. Deze band is medeoprichter van het genre ‘crack rock steady’ wat een mix tussen ska, crust punk, hardcore en rocksteady is. Openen deden ze met de intro van hun (voor mij) beste album ‘Fuck World Trade’, opvallend genoeg zonder frontman Stza. Deze kwam gelukkig na de intro het podium opgestormd in een nette hemd/das combo (de eerste keer in m’n leven dat ’k een crusty in iets anders zie lopen dan aan elkaar genaaide patches). De show was een pareltje waar veel toppers passeerden zoals “Gang Control” (niets fijner dan met duizend man tegelijk ‘fuck the police’ te roepen). Opvallend was wel dat de band tussen nummers door nog relatief ‘braaf’ was qua politieke uitspraken, hun links-anarchistisch gedachtegoed is nochtans een kenmerkend deel is van hun identiteit. Het enige waar ze het over hadden was de vraag of er joodse mensen aanwezig waren en of ze zich wel veilig voelden door de aanwezigheid van sommige bands met een nogal dubieuze achtergrond en fanbase die op het festival speelden. Oja dat en dat Stza het belangrijk vindt om politie te vermoorden bij het inleiden van het laatste nummer “One Dead Cop”. Jammer genoeg werd er maar één Choking Victim cover gespeeld (één van Stza’s andere bands) en deze was niet Crack Rock Steady wat een immense teleurstelling was. Verder toch een fijne show, maar ik had zo uitgekeken naar dat nummer nog eens live te kunnen horen. (Yentl)

Onderweg terug naar The Valley pikten we nog een paar nummers van Valkyrja mee. De Zweden speelden hun dreigende brutal black metal vol energie en werden duidelijk gesmaakt. De lokroep van het Amerikaanse Subrosa werd echter te sterk. Sludgy post metal waarbij het merendeel van de snaaraframmelingen niet op gitaar maar op twee violen gebracht wordt, dat moet wel goed zijn! Subrosa speelt intense muziek waar je helemaal in wordt meegezogen, zowel bij de trage melancholische vioolpartijen als de beukende stukken. Het overmatig vioolgebruik laat het geheel baden in een ietwat filosofisch Aziatisch sfeertje. Het enige wat een beetje  verveelde was de ietwat zeurderige stem van de zangeres, zeker aangezien de violiste het heel wat zuiverder kon. Desondanks is deze band zeker een verrijking! Zie het als een soort in de kelder opgesloten monsterlijke dikke broer van Russian Circles. (Sam)

Intussen was al een immense menigte aan het samentroepen in The Temple voor de Faeröerse paganveteranen van Týr. Pagan en folk metal bands doen het op Hellfest steeds zeer goed en dat was bij Týr niet anders. Zelfs voor de artiesten hun slagveld betraden in hun uniform van zwarte marcelletjes en leren broeken, stond het publiek al minutenlang wild te scanderen en schreeuwen. Dit enthousiasme hield Týr moeiteloos in leven tot het einde van de show. Wie zegt dat metal niet gezellig kan zijn, heeft het dus bij deze hartgrondig mis! De imposante lichtshow gaf aan dat de lichttechnieker intussen eindelijk ook wakker geworden. Dit kon helaas niet gezegd worden van de Braziliaanse blackened death  metal van Krisiun, dat in Altar een teleurstellend rommelige show uitvoerde. Tijd dus om een plaatsje voor Devin Townsend Project te reserveren aan de Main Stage. (Sam)

Toen ik ze op de line-up zag staan was mijn (en waarschijnlijk die van heel wat anderen) ‘huh, die bestaan nog?’. Ik heb het over niemand anders dan Helmet die in the Valley mocht spelen. Alhoewel deze band in de jaren ’90 zowat de meest populaire band in de alternatieve metal was,  is het lang vrij stil geweest rond deze band na hun split in ’98. Alhoewel ze terug samen spelen sinds 2004 en sinds dan al 4 nieuwe albums hebben uitgebracht. Zelf ben ik niet echt heel erg bekend met deze band hun materiaal behalve hun meest gekende nummers en ik heb al reeds enkele slechte ervaringen gehad met bands die hun vroegere glorie proberen terug te krijgen zoals (vul hier band naar keuze in die afschuwelijk slecht geworden is, er zijn er genoeg). Mijn verwachtingen waren dus niet bijster hoog, maar oh boy, dat was een vergissing. Helmet mag zich tot één van de beste optredens die ik tot nu heb gezien op Hellfest rekenen. Ik had wat m’n twijfels over de locatie, een band als Helmet zou beter passen op de mainstage ipv de Valley tussen de stoner bands. Deze werden echter allemaal netjes naar huis gespeeld. Helmet zit nog vol passie en speelde de gehele tent plat. Ik heb letterlijk geen enkel zwak moment weten te bespeuren en hun nieuwe nummers stonden er fantastisch tussen hun oude toppers. Ik moet eerlijk zijn dat ik de nieuwe nummers zelfs iets beter vind. Het publiek snakte naar meer, maar na 40 minuten zat het er al weer op. Volgend jaar (of op een ander jaar) toch iets hoger op de affiche hoop ik. (Yentl)

De knotsgekke Canadezen onder leiding van – wie anders – Devin Townsend maakten de hoge verwachtingen waar. Townsend flapt er gewoon alles uit wat in zich opkomt en het werkt nog ook (het concept van DTP is dan ook een creatieve uitlaatklep te zijn). Gekke bekken, grappen over Canadese geslachtsorganen, schaamteloze verleidingspogingen naar de dames in het publiek, sneren naar de collega’s van The Dillinger Escape Plan… De ongelofelijk entertainende Devin bezorgde de toeschouwers een onvergetelijke show. Alleen jammer dat op mijn persoonlijke favoriet “March Of The Poozers” het poozerkoor zelf achterwegen werd gelaten… Verder terecht een pareltje van de progressieve metalscene. (Sam)

Eerste echte teleurstelling van de dag was voor mij Red Fang. Twee jaar geleden stonden ze nog op de mainstage (wat een afschuwelijke ervaring was door de brandende zon), maar nu stonden ze iets meer passend in de Valley. Dit had echter wel als gevolg dat de tent afgeladen vol zat en dat er niemand meer bij kon. Achteraf heb ik toch van wat mensen gehoord dat ze de show hebben moeten missen omdat ze echt op geen enkele manier binnen konden geraken. Veel gemist hebben ze niet echt. Red Fang rammelde hun set af en het was eigenlijk behoorlijk saai. Slecht spelen deden ze niet, maar het kwam allemaal nogal ongeïnspireerd over en ik was op geen enkel moment echt geprikkeld door de muziek. Toegegeven, het is best mogelijk dat mijn mening sterk beïnvloed is door de temperatuur en de grote massa volk in de tent die het heel oncomfortabel maakte. Spijtig… (Yentl)

Even later bood zich een vrij zeldzame gelegenheid aan: de kans om de middeleeuwse folk van Corvus Corax live mee te maken. Het publiek was dan ook weer vrij massaal aanwezig en zeer enthousiast, ondanks het feit dat Corvus Corax niks met metal te maken heeft. Het showgehalte van deze band is natuurlijk wel vrij groot, van het tot in detail nagebootste onweer bij de intro tot de synchrone gekke danspasjes van de doedelzakspelers. Alle instrumenten werden met veel gevoel voor drama bespeeld en alle registers werden opengetrokken, tot het niveau waarop de muzikanten zelf niet meer helemaal konden volgen. Niet alleen de instrumenten vielen ten prooi aan de Duitse heksenmeesters: ook het publiek zwaaide, klapte, wiegde en danste als marionetten mee met de bevelen van Castus Rabensang en compagnie. Leuke extra’s waren zeker hun cover van Amon Amarth’s “Twilight Of The Thundergod”, maar vooral die van het ‘Game Of Thrones theme’ song, waarin ze zouden hebben meegespeeld. (Sam)

Normaal zouden we vervolgens de altijd heerlijke show van Behemoth bijwonen, maar een of andere imbeciel had besloten dat het een goed idee was om deze oh zo atmosferische band op klaarlichte dag op de Main Stage te zetten. Om eerdere goede herinneringen niet te verpesten, gingen we dan maar terug naar de Warzone voor nog wat Bretoense folk punk: Les Ramoneurs De Menhirs. In tegenstelling tot The Decline!, is de folk hier echt uitgesproken met doedelzakken en schalmeien. De liefhebbers van deze stijl wachtte trouwens een traktatie, want blijkbaar had de band een voltallig middeleeuws instrumentenkoor uitgenodigd om met hen het podium te delen! De sfeer zat er dus weer goed in en algauw werd de eerste rolstoelcrowdsurfer van het festival gespot. Met een oeuvre van folk rock over punk tot pure folk was er voor elk wel wat wils. Er werd weer naar hartenlust gemoshed en met bier gesmeten. Tegelijk was dit ook het eerste optreden waarop ik begon te merken dat de maximale capaciteit van Hellfest bereikt, en eigenlijk al overschreden was… (Sam)

Ten slotte besloot ik nog een laatste keer af te zakken naar de Valley voor de zwarte kunsten van Electric Wizard. Bij veel bands, hoe goed ze ook zijn, komt er doorgaans een punt dat je ze teveel gehoord hebt en/of live gezien hebt. Op dat punt maakt het eigenlijk niet meer uit hoe goed een band speelt, je hebt alles al gezien/gehoord en het is dus saai. Op één of andere magische manier slaagt Electric Wizard er in om dit niet enkel te voorkomen, maar gewoon doodleuk iedere keer dat ik ze zie wat beter te zijn dan de vorige keer. Op Hellfest gingen ze mooi verder op deze en vanaf de eerste noot tot de laatste hadden ze het publiek vast in een diepe trance. De tent vulde zich met de geur van één of andere brandende plant. Zwakke momenten waren er niet te bespeuren, sterke punten wel. Uitblinker tijdens deze set was toch wel “Black Mass”, wat een fantastisch nummer (en band). (Yentl)

En daarmee naderen we het einde van de eerste dag. In de Temple gaf Marduk zoals altijd heel standvastige extreme black metal ten beste en presteerde goed zoals gewoonlijk. Ze lokken nog steeds veel volk maar de warmte liet zich wat voelen; het publiek genoot eerder passief en halverwege lasten de artiesten ook een ietwat bizarre, korte pauze in.
Rob Zombie lijkt er maar niet in te slagen om uit de impasse te geraken: zijn muziek is goed uitgevoerd, de artiesten geven zich helemaal, maar toch klopt er iets niet. Zijn grapjes werkten niet en af en toe bleef het pijnlijk stil wanneer een publieksreactie gevraagd werd. Nochtans valt de arme Rob niks te verwijten, want de show zelf was zeker in orde. Misschien de volgende keer wel die glitterbroek thuis laten, Robbie. (Sam)


In Flames krijgt de laatste tijd veel kritiek van de oudere fans dat ze veel te veel de hipstercorekaart trekken. Ze hebben blijkbaar geluisterd, want veel nummers van het laatste album werden er op de Main Stage (gelukkig) niet gespeeld. Er was een vrij goede afwisseling van songs uit zowat alle albums vanaf  ‘The Jester Race’ tot ‘Battles’. Natuurlijk geeft de vernieuwde bezetting ook aan de oude nummers een heel nieuwe toets, maar al bij al was het één van de betere shows die we van In Flames sinds lange tijd zagen. Naar goede gewoonte probeerden de Zweden, tot grote frustratie van de security, ook dit jaar het record crowdsurfen te breken, met niet zo’n groot succes op een paar memorabele rolstoelcrowdsurfers na. (Sam)

Op hetzelfde moment meerden de Schotse piraten van Alestorm aan in de Temple. De ideale feestelijke afsluiter van een geslaagde eerste dag! Voor zover het oog reikte zag je piratenvlaggen, vreemde opblaasbare voorwerpen en crowdsurfers (al dan niet op een vreemd opblaasbaar voorwerp). Christopher, conform aan zijn geboorterecht gehuld in Schotse ruit, zorgde voor heel wat leuke interacties met het publiek en riep regelmatig onze versterking in om de lyrics mee te schreeuwen en aan te vullen. Een Alestorm show is niet voor, maar mét het publiek! De sfeer spetste er dan ook van af, mede geholpen door de onderzeese omkadering van lichtshow en rookeffecten. Ik zou een paar klassiekers kunnen opnoemen die de revue passeerden (“Keelhauled”, “Shipwrecked”, “Nancy The Tavern Wench”, “Mexico”, “Drink” …), maar in feite maakt dat geen moer uit want alle nummers van Alestorm zijn evenwaardige feestschijven.
Om onbegrijpelijke redenen werd tijdens de show van Alestorm besloten om alle bars te sluiten, TIJDENS! De show van ALESTORM! Duizenden euro’s gemiste kans. Waarschijnlijk dezelfde idioot die Behemoth op de main stage zette… Toeval of niet, maar op dat moment begon Christopher de heerlijke nieuwe song “Fucked With An Anchor” in te zetten en schreeuwde de hele tent uit volle borst mee: “Fuck you, you’re a fucking wanker”! Het enige wat meer toepasselijk was geweest, was een revolutie waarbij het volk de bar veroverde onder het zingen van “we are here to drink your beer, to steal your rum at the point of a gun”. Aangezien dat helaas niet gebeurde, gingen we moe maar voldaan terug naar de camping om daar nog alcoholische geneugtes te verkennen. (Sam)


dag 2 - zaterdag 17 juni 2017

Omdat een dag beginnen zonder een suïcidale depressie een dag is dat je niet geleefd hebt besloot ik de dag te starten met de loodzware, gitzwarte blackened sludge metal van Primitive Man. Bij aankomst was de soundcheck nog bezig en was ik toch ietwat verward. De band die claimde hun inspiratie te halen uit haat bleken een stel vrolijke kerels te zijn. Was dit een voorteken? Gingen ze nu ineens poppy glamrock beginnen spelen? Gelukkig kwam bij aanvang van de set de haat terug en speelde Primitive Man zwaar genoeg om een nieuw zwart gat te vormen op de plaats waar vroeger de Valley was. Een probleem die je soms hebt met dergelijke donkere bands bij wie de juiste atmosfeer zeer belangrijk is dat ze live, en al zeker op festivals, wat uit de boot vallen tegenover hoe ze op album spelen aangezien ze niet echt in de hand hebben hoe de atmosfeer daar is. Primitive Man leek daar alvast geen last van te hebben, één van de zwaarste en donkerste shows die ik in m’n leven gezien heb. Ik kijk uit naar meer. (Yentl)

Omdat het terug nodig was om weer wat licht in m’n leven te brengen na Primitive Man besloot ik terug de brandende hitte aan de Warzone te trotseren om daar crossover thrash metal van de Zwitserse metalpunks Insanity Alert. Toen ik toekwam was Heavy Kevy al mooi in een dwangbuis over het podium aan het stuiteren en was het publiek al bezig met een stevige pit ook al was het meer dan 30 graden (in de schaduw). Insanity Alert brengt niets dat je nog niet gehoord hebt, maar ze staan altijd garant voor een hoog fun-gehalte. Ook tijdens dit optreden was het gewoon lekker headbangen en moshen zonder veel boe of bah.
Hun parodie op “Run to the Hills” (Run to the Pit) passeerde de revu. Ook kreek ik het donkerbruin vermoeden dat ze grote fans van het roken van weed waren aangezien ze het er tussen elk nummer minstens 3 keer over hadden. (Yentl)

EINDELIJK! Na al die jaren kon ik eindelijk eens de ronduit fantastische Igorrr aan het werk zien! Ik zou graag op voorhand waarschuwen dat mijn review van de show wat vertekend kon zijn omdat ik een beetje een grote fan ben (lees: ik zou met een Igorrr-bedovertrek slapen als het mogelijk was). Jammer genoeg heb ik wel Ultra Vomit moeten overslaan aangezien ik absoluut vooraan wilde staan in de Temple.  Ik kan geen andere beschrijving gebruiken dan ‘perfectie’ en dat het de beste show is die ik ooit op Hellfest heb gezien. Voor de aanvang van de show vreesde ik wat dat de meer experimentele en elektronisch gerichte nummers aan de kant gingen geschoven worden voor z’n meer metal-gerichte nummers aangezien we op een metalfestival waren. Gelukkig had ik mij schromelijk vergist en er was een mooie balans tussen de twee. Wat ook perfect verliep waren de twee vocalisten. De vocale stijlen die toegepast worden in z’n nummers zijn nu niet meteen de makkelijkste (van operazang naar pruttelende beerput), maar live lieten ze allebei geen enkele steek vallen. Afsluiten werd er gedaan met Robert, gewoon pure breakcore zonder ook maar iets van metal erbij en een klein vleugje aan vocals. Perfect. Slechts twee dingen waren eigenlijk minder aan dit optreden, Absolute Psalm werd niet gespeeld en Igorrr was geen headliner waardoor er maar 40 minuten voorzien waren voor het optreden. Dat mocht van mij een pak meer zijn. (Yentl)

Aangezien Hellfest mij blijkbaar graag ziet werd er onmiddellijk na Igorrr één van mijn andere absolute favorieten 5 meter verder geplaatst op de Altar-stage. Deze band was niemand minder dan het almachtige Nails.  Dat ik naar deze band uitkeek is nogal een understatement. Vorig jaar leek het er nog op dat er een kleine ramp gebeurd was en ze er mee gestopt waren. Alle optredens werden afgezegd zonder ook maar iets van uitleg en het bleef maanden stil tot ze weer uit het niets optredens begonnen te bevestigen. Enkele jaren terug had ik ze nog gezien op Graspop, daar was hun toegewezen speeltijd langer dan al hun nummers bij elkaar dus speelden ze alles gewoon trager. Ondertussen is er een album bijgekomen dus met dat probleem zouden we niet meer opgezadeld zitten. Opvallend was wel dat ze bijzonder goed gezind waren, iets dat je nu niet echt verwacht als je de furieuze mix van grindcore, black metal, hardcore,… hoort die ze spelen. Dit had als zij-effect dat er jammer genoeg iets teveel tussen de nummers door werd gepraat en ze dus minder nummers konden spelen. Wat ze speelden was trouwens goed, maar ik moet toch eerlijk toegeven dat er precies iets miste. Mogelijks was het de warmte die het moeilijk maakte om enthousiast aan hun tempo deel te nemen, maar de pure haat die je op album hoorde en voelde was niet aanwezig bij dit optreden. Ook hebben ze “Abandon All Life” niet gespeeld wat een onvergeeflijke misdaad is. (Yentl)

Tijd voor nog een bezoekje aan The Valley. De Amerikaanse doom cultband Bongripper was er klaar voor! Na twee dagen festival kozen heel wat mensen voor de optie om in de tent neer te gaan zitten of liggen en de slepende, langzaam opbouwende nummers over zich heen te laten daveren. De mannen uit Chicago zelf leken er alvast begrip voor te hebben: ze lieten zich niet opjagen en genoten zelf ook van het relax siëstamomentje. Met hun repetitieve stijl brachten ze het publiek langzaamaan in een trance en kon iedereen de batterijen weer opladen voor de komende dag. Deze band bewijst dat je niet altijd op de eerste rij hoeft te staan springen om een intense muziekervaring mee te maken. (Sam)

Op naar The Temple voor Ereb Altor. De Zweden waren tijdens hun Hellfest-debuut het levende bewijs dat eenvoud siert! Geen grootse decors, kostuums of andere tierlantijnen, gewoon een stijlvol gestileerde wolvenbanier en simpele zwarte kledij. Ereb Altor zit in een constant dilemma tussen pagan en oldschool black metal en dat liet zich tijdens dit optreden ook voelen. De show begon met een erg sereen pagan nummer, maar onmiddellijk daarna riep frontman Mats ons op terug te gaan naar de oldschool black metal van weleer. Onvrijwillig schoot het woord poser door mijn hoofd. Er werden inderdaad een aantal oldschool black metal nummers gespeeld, maar steeds meer drongen slepende en meer groovy stukken zich op. Deze band heeft dus meer te bieden dan stoere kopietjes van nineties black metal. Ook de pagan zanglijnen door maar liefst drie muzikanten zijn een sfeerbrenger, zeker live. Ereb Altor verwende het publiek tot slot nog met een primeur van het nieuwste album, dat de veelbelovende breuklijn tussen pagan en black metal alvast verder in de verf zette.  (Sam)

Na dit black metal intermezzo stond ons een oldschool eighties marathon op de Main Stage te wachten. Pretty Maids verbaasde ons met een onverwacht levendige show! De symfonische heavy metal van deze oude knarren onder leiding van Ronnie Atkins verdient zeker ons respect. De man heeft duidelijk al één en ander (en menige flessen alcohol) meegemaakt in zijn lange leven, maar zijn stem is nog steeds loepzuiver. De energie spatte van het podium en Atkins is en blijft een geboren entertainer. Geregeld werd het publiek wakker geschud met een wedstrijdje “om ter luidst meezingen”. Een breed scala aan nummers passeerde de revue, voornamelijk werk uit de eerste albums in de eighties maar ook recentere songs, onder andere uit het laatste album ‘Kingmaker’. Deze heren zijn nog lang niet uitgezongen!

Vervolgens was het de beurt aan Steel Panther. Zij bieden steevast een heus spektakel, dus reeds lang op voorhand werd er stevig samengedrongen aan het podium en de catwalk. Vanaf “Eyes Of A Panther” was het er boenk op en alle klassiekers passeerden de revue! Van wilde extase bij “Death To All But Metal” tot ingetogen ballade op “That’s When You Came In”, De Amerikanen doen het allemaal. Waarschuwing: Michael Starr en de zijnen hebben erg veel tijd gestoken in aangebrande mopjes (zeg maar gerust: roasts) over zichzelf, elkaar en het publiek, in die mate dat comedy bijna sterker aanwezig was dan muziek.
Wat ons betreft mocht  er wat meer gespeeld worden, maar het publiek genoot zichtbaar van de vele beschuldigingen van incest en talentloosheid. Dit is één van die zeldzame momenten waarop je luidkeels juicht en applaudisseert wanneer iemand met een ongelofelijk verwijfde outfit ermee dreigt om je vriendin te neuken waar je moeder bij zit… Interessant was ook dat het aantal gedragen vrouwelijke bovenkledingstukken omgekeerd evenredig was met het aantal gespeelde nummers, iets wat de camera’s en het publiek zeker konden appreciëren. Op “17 Girls In A Row” was het uiteraard tijd voor de obligatoire tietjes op het podium, wanneer het vrouwelijke publiek het podium werd opgevraagd voor iets wat verdacht veel op een orgie begon te lijken. Tegen die tijd werd de overbevolking op de broeierig hete festivalweide, naast de jammerlijke ongemanierdheid van een nieuwe generatie jonge Franse metalheads, echter zo onaangenaam dat we haast gedwongen werden om rustiger oorden op te zoeken. En voor wie zich afvraagt hoe het optreden van Dee Snider verliep: zet thuis eens de videoclip van “We’re Not Gonna Take It” in een loop van een uur lang en je hebt het wel gezien. De man was beter veehouder geworden want uitmelken, dat kan hij wel. (Sam)


Volgende op het lijstje was Mars Red Sky op de Valley-stage. 3 jaar terug heb ik deze band nog moeten missen op Hellfest aangezien er een ongoddelijk lange rij was aan de ingang om binnen te geraken en ik nog niet door had dat je als journalist een andere ingang mocht gebruiken. Tijd om dit goed te maken dus. Mars Red Sky was ook mooi opgeschoven, van opener naar het midden van de affiche. Terecht ook overigens aangezien ze muzikaal een frisse wind brengen in het Stoner-genre. Ze zoeken de meer psychedelische en progressieve kant van het genre op waarbij vocals slechts sporadisch gebruikt worden. Ze slagen er ook in om dit live over te brengen, niet altijd een even makkelijke opdracht. Een stevige en goeie show die bewijst dat ze één van de rijzende sterren binnen het genre zijn. (Yentl)

Na al dat jolijt op de Main Stage konden we wel een bezinning gebruiken, dus installeerden we ons in The Temple voor wat het meest serene optreden van Hellfest moet zijn geweest: Alcest. De legendarische Franse frontman Neige lokt nog steeds heel veel volk; zijn verleden als bezieler van de Franse black metal heeft daar ongetwijfeld iets mee te maken. Vanavond stonden echter geen demonen centraal, maar de elfjes van wie de brave borst werkelijk zou geloven dat ze hem in zijn kindertijd ontvoerden en naar Tir Nan Og brachten. Het door blauwige mist overgoten podium zette de toon helemaal en Alcest begon heel energiek aan de show. Het was heel wat levendiger dan wanneer je hen in een zaalshow aan het werk ziet, maar ook deze formule werkt schitterend! Bij een liveshow van Alcest merk je pas echt hoe één anders gespeelde noot een wereld van verschil kan maken en alles op zijn plaats laat vallen. De nadruk van de show lag logischerwijs op songs uit het nieuwe album ‘Kodama’ en het meer recente werk. In totaal werden er slechts een vijftal nummers gespeeld, afgewisseld met schuchtere dankbetuigingen van de immer bedeesde Neige, maar de artiesten gaven zich er helemaal aan over en het publiek liet het met volle teugen binnenstromen. (Sam)

Maar net toen we dachten dat het niet beter kon worden, was het de beurt aan Wardruna. Hun deelname aan de soundtrack van Vikings heeft hun populariteit ongetwijfeld goed gedaan, op den duur wist je niet meer of het talrijke hoorngeschal nu uit het publiek kwam of bij de intro hoorde. Onder een magische backdrop die met het ene licht een dik gebladerte was, maar met een ander een groot rotsmassief of een oud perkament vol mystieke tekens, betraden Einar Selvik en zijn cultusleden het podium voor een imposante intro met twee massieve Oud-Noorse carnyces. Een woord van bewondering voor de geluidstechnici trouwens, want ze hadden ongetwijfeld hun handen vol met al die bizarre instrumenten in tune te houden. Ook mysterieuze vuurkorven en het fantastische schimmenspel gecreëerd door twee welgemikte volgspots droeg bij aan de magie. De trage, meeslepende tonen, de langzaam opzwellende trommels en het hypnotische gezang brachten ons gestaag in een diepe trance waarbij velen met gesloten ogen stonden mee te wiegen. Dit is meer dan muziek, dit is een performance die voor iedereen openstaat die graag even onze moderne wereld wil verlaten. Dit moet je simpelweg gezien hebben! (Sam)

Tot slot nog even bekomen met het brutale geweld van Kreator. Zoals verwacht werd het een uur lang beenhard beuken. Veel nummers uit het nieuwe album, maar ongeacht welk album hun tour promoot, is er altijd wel plek voor de obligatoire gevestigde waarden die het publiek verwacht: “Hordes of Chaos”, “Phantom Antichrist”, “Enemy Of God”, “Violent Revolution” ... Het grote verschil met Slayer is dat deze Duitse Thrashveteranen werkelijk elke keer zo energiek, moordend agressief en geloofwaardig blijven! Slayer is goed op albums maar stelt live vaak teleur, Kreator is zowel op album als live steevast steengoed. Een indrukwekkende driedimensionale backdrop van de demonenkop van ‘Gods of Violence’ droeg zeker bij aan de koortsachtige sfeer die er heerst op elk Kreator-optreden: en God zag dat het brutal was. (Sam)

Afsluiter in de Temple vandaag was nog één van mijn absolute favorieten. De post-black metal giganten genaamd Deafheaven. Aangezien ik er op één of andere manier altijd in slaag hun optredens te missen was dit dus mijn eerste keer. Als Igorrr niet eerder die dag gespeeld had dan was dit nu het beste optreden die ik ooit op Hellfest heb gezien. Alles klopte, beenharde en agressieve black metal afgewisseld met mierzoete dromerige post-rock dit met een vocalist erbij die ietwat deed denken aan hoe een black metal vocalist zich zou gedragen en er zou uitzien indien deze gedeeltelijk door Tim Burton ontworpen werd. Het was een bloemlezing van hun beste nummers (“Sunbather” en “Dream House” kan je zelfs gerust als enkele van de beste nummers in het genre zien). Een optreden van Deafheaven is een belevenis die nogal moeilijk in woorden uit te drukken valt. De beste manier om het te kunnen beleven zonder geld te moeten betalen is in een donkere kamer op een deftige muziekinstallatie hun volledige discografie afspelen terwijl je een hoge dosis van één of ander dissociatief hallucinogeen middel hebt genomen en dan kom je zelfs nog niet in de buurt. Ik zal alvast dus mijn best doen om iedere show die ze in de toekomst in de buurt spelen mee te pikken. (Yentl)

dag 3 - zondag 18 juni 2017

Aangezien ik niet echt fantastisch geslapen had en koffie me doet voelen alsof ik aan het crashen ben op crystal meth heb ik dus een andere manier nodig om me wakker te maken. Gelukkig kon Hellfest mij een alternatief aanbieden in de vorm van powerviolence gebracht door Harm Done. Echt effectief kan ik het jammer genoeg niet echt noemen. Niet omdat het een slechte show was want het was ronduit fantastisch, gewoon 30 minuten aan pure furie en tuinhandschoenen met kruisen op zodat we zeker konden zien dan dat de frontman SxE was. Nee het was eerder niet echt effectief omdat na afloop m’n gezicht naar de binnenkant geklopt was en ik in een diepe coma gevallen ben waar ik pas binnen twintig jaar zal uit ontwaken. Nog een geluk dat ik niet bij bewustzijn hoef te zijn om reviews te schrijven. (Yentl)

Voor een band die een paar weken terug nog in een Gents zaaltje van veertig man speelde, kwam er toch verrassend veel volk in The Temple opdagen voor Welicoruss. Gelukkig ook niet teveel, want wie had er tenslotte al eerder gehoord van deze obscure Russische folkmetalband die over de vergane glorie van de Russische cultuur zingt? De nieuwkomers op Hellfest lieten meteen hun tanden zien, want toen Emptiness maar bleef spelen in het naburige Altar, zijn de Russen simpelweg aan hun eerste nummer begonnen zonder er zich een fluit van aan te trekken. Onder een verfrissende bries liet Welicoruss hun epische folk black metal los. Dit was ongetwijfeld één van hun grootste shows tot dusver, maar daar was niks van te merken. De nummers werden energiek gespeeld en het publiek brabbelde mee zo goed en kwaad als ze konden. Het bleef tenslotte folk metal en op folk metal brul je luidkeels mee, ongeacht de vraag of je de taal begrijpt of niet! Op albums vind ik deze jongens niet zo speciaal, maar live zeker wel eens de moeite om mee te maken. Het enige jammere is dat deze band, met muziek die volledig is opgebouwd rond keyboards, live geen toetsenist meeneemt. Dat zou het toch nog een pak beter maken. Wel hadden we met de zanger te doen, die ondanks temperaturen van 35°C  de hele dag in zijn beestenvellen bleef rondlopen. Crazy Russians! (Sam)

Om eventjes te bekomen van het feit dat ik net in coma ben geklopt was het tijd om af te zakken naar de Valley om daar The Vintage Caravan aan het werk te zien. The Vintage Caravan is zo’n band waarvan je altijd vergeet wat ze nu net spelen als je hun naam ergens op een affiche ziet staan, maar je weet wel zeker dat je ze goed vond dus je gaat toch gewoon gaan kijken. Het voordeel hieraan is dat ieder optreden altijd een aangename verrassing is. Ze spelen een heerlijke mix tussen old-school jaren ’60 Rock en modernere Stoner Rock. Dit is nu niet echt een weinig voorkomende mix in het genre, maar The Vintage Caravan weet dit op zo’n manier te spelen dat het wel nog steeds origineel is en goed. Ze zijn ook gewoon leuk om live te aanschouwen, er zijn maar weinig bands in het genre die met zoveel energie live spelen. (Yentl)

Geleidelijk stroomde er echter opnieuw steeds meer volk toe in The Temple en was het uit met de rust. De Fransmannen van Regarde Les Hommes Tomber zijn de laatste jaren immers aan een ware opmars bezig in West-Europa en het feit dat de frontman actief is binnen de organisatie van Hellfest en dus iedereen van het wereldje kent, zal ook wel geholpen hebben. We begrepen al snel waar alle heisa om ging: RLHT speelt atmosferische black metal van de bovenste plank, met een paar vleugjes doom en post metal erdoorheen gedraaid. De muziek gaat diep en is intens, maar blijft tegelijk ook lekker groovy. Wie zich ooit afvroeg hoe een optreden van Watain er zou uitzien zonder alle tierlantijntjes en special effect: zo dus! We hielden ook wel van de sympathieke attitude van de frontman, die niet te trve cvlt was om de fans hartelijk te bedanken. (Sam)

Tijd voor Trap Them! Enkele jaren terug zouden ze ook in de Warzone spelen, maar ze hebben toen helaas moeten cancellen. Dit jaar hadden ze de kans om het terug goed te maken. Zelf ben ik een grote fan van de mix van sludge, grindcore en crust punk die ze brengen, maar ik moet eerlijk toegeven dat het optreden me niet echt wist te raken. Muzikaal zat het wel allemaal goed, maar het miste net dat agressieve, duister gevoel dat zo’n optredens fantastisch maakt. Het was overduidelijk dat de locatie hier veel mee te maken had, donkere muziek spelen op een open air stage op de warmste dag die er dat weekend was maakt het nogal moeilijk om energiek te zijn. Dit gold voor zowel publiek als band. Jammer, maar ik ben er vrij zeker van dat het op een meer gepaste locatie een stuk beter zou geweest zijn. (Yentl)

De volgende shows waren weer iets minder. De thrashers van Hirax deden er alles aan om de schaars opgedaagde liefhebbers van eighties thrash metal in de stijl van een vroege Slayer te verwennen en vooral de pure Rock&Roll-attitude van zanger Katon De Pena was memorabel. De beestige Afro-Latino slaagde erin ons het gevoel te geven dat we middenin een oude Amerikaanse film zaten waarin de bad guys steevast vertolkt worden door mannen met zware motoren en een voorliefde voor zware gitaren. Het was dus wel een stevig feestje, maar bass en drums waren veel te overheersend gemixed en het was nu eenmaal leuker geweest met wat meer volk. In elk geval was Hirax pakken beter dan Il Niño. Muzikaal gezien niet veel op aan te merken, maar iemand moet Christian Machado dringend eens zeggen dat hij absoluut niet clean kan zingen. Ofwel had hij gewoon slecht geslapen ofzo, maar in elk geval was zijn kattengejank zodanig abominabel dat we even onze toevlucht tot de VIP-ruimte zochten.  (Sam)

Ghost Bath is een ietwat controversiële band binnen de Black Metal. Niet om de gebruikelijke redenen zoals met een hakenkruis op de borst in Duitsland spelen, 1 van de leden in 45 NSBM-bands speelt of er een demo genaamd Aryan Supremacy op je discografie staat. Ghost Bath krijgt voornamelijk tegenwind vanwege de muziek die ze spelen (een mix tussen DSBM en Post-Rock) niet trve genoeg is (zucht)  en omdat ze in het begin van hun carrière alsof deden dat ze uit China kwamen en dat uiteindelijk een promotie-stunt bleek te zijn (minder zucht). Controverse terzijde, het is een goeie band. Ik was dus uiteraard aanwezig om ze voor een tweede keer te aanschouwen. Op een vorige passage op Ieperfest in 2016 wisten ze me niet echt te bekoren. Of het nu aan de band of aan de geluidskerel lag, het geluid zat absoluut niet goed en ipv een emotionele ervaring was het gewoon een geluidsbrij. Op Hellfest zat het geluid jammer genoeg ook niet echt denderend, maar het was wel al beter. De emotionele stukken waren beter hoorbaar wat de kwaliteit van het optreden de hoogte deed ingaan. Topper van de show was uiteraard ‘Golden Number’ die er in slaagde om een niet nader genoemde reviewer in tranen te doen uitbarsten. (Yentl)

Naast Ufomammut zette ook A Day To Remember een heel sterke prestatie neer. De Amerikanen uit Florida verschroeiden de weide met hun poppy mengeling van zorgeloze tienerpunk en loodzware metalcore. Dat deze band bij de jeugd zeer gesmaakt wordt, was wel duidelijk aan de vloeiende toestroom van jongeren naar het podium en van anciens naar de bar! Zelf is het mijn muziek ook niet, maar je moet toegeven dat Jeremy McKinnon weet hoe hij een feestje moet bouwen! Het begon allemaal met een toespraak van het podium (jawel) over wat er komen zou, dus gewaarschuwd waren we wel. Zodra de artiesten het podium betraden, werden honderden zwarte en witte slingers met grote kanonnen de lucht in geschoten en werd alles en iedereen versierd met wapperende wimpels. Uitkijken ook voor neerstortende T-shirts die door een roadie in een vreemd pakje het volk werden ingeschoten. Er vonden opnieuw een aantal recordpogingen plaats: “slowest song on the festival” (en dat met zo’n sterke doom affiche) en “crowdsurfing on top of a crowdsurfer” (wat na een paar faliekant afgelopen pogingen algauw op een sisser uitliep). Tussendoor regende het ook nog WC-rollen en strandballen. Lichte songs die ons allemaal weer even terugbrachten naar jarenlang opgekropte tienerhormonen zoals “All I Want”, “I’m Made Of Wax”, “Naivity” en “Have Faith In Me” werden vlot afgewisseld met beukers als “Second Sucks” en “Exposed” (wat trouwens een leuk djenty toetsje had, er zit meer diversiteit in ADTR dan hen vaak wordt toegeschreven). Show van dit genre staan bekend om hun zeer goede sfeer en dat was ook deze keer niet anders. We zijn aangenaam verrast! Waarlijk a show to remember… (Sam)

Een band op wie je altijd kan rekenen om een goeie show neer te zetten is wel Pentagram. De vraag nu was echter hoe ze het er gingen vanaf brengen op Hellfest zonder Bobby Liebling. Voor wie niet onmiddellijk weet waar ik het over heb, Bobby Liebling is op 11 mei gearresteerd en zit momenteel in voorhechtenis nadat hij z’n moeder die tegen de 90 aanschurkt ineen heeft geslagen. Dat Bobby wel vaker de vrouwonvriendelijke eikel uithangt is al langer geweten, op een eerdere tour is hij er in geslaagd om de support-bands te doen vertrekken door z’n opmerkingen over vrouwen en ‘grapjes’ over verkrachting. De resterende Pentagram-leden hebben echter besloten om de Europese tour verder te zetten zonder hem. Op Hellfest maakten ze hier niet echt veel woorden aan vuil, ze vermelden dat sommige mensen eindelijk eens moesten leren dat er gevolgen hangen aan daden die je stelt. Ik moet wel toegeven, zonder Bobby Liebling is Pentagram nog steeds een goeie band. Victor Griffin is zeker ook geschikt als frontman en liet geen steken vallen in z’n gitaarspel door deze verandering. Alhoewel zonder Bobby Liebling Pentagram nog steeds goed is kan je het echter nog moeilijk Pentagram noemen. Diens stem is en uitstraling op het podium is zo’n essentieel deel van Pentagram dat zonder hem het gewoon een geheel andere ervaring is. Niettemin was het toch een goeie show en verdienen de overige bandleden zeker een dikke duim omhoog om in zo’n korte tijdsperiode dergelijke intensieve line-up verandering op te vangen. Dat hun instrumenten afgebroken werden na hun optreden kan ik wel begrijpen, het moet best wel een frustrerende situatie zijn. (Yentl)

Met het einde van het festival in zicht, begaven we ons nog één keer naar The Temple voor een laatste folk metal feestje. Showbeesten van het moment waren de Duitsers van Equilibrium. Naar goede gewoonte was zanger Robse weer behoorlijk bezopen: je zag dat het publiek zijn gebrabbelde bevelen wel wou opvolgen, maar ze begrepen hem simpelweg niet (probeer Fransen in nuchtere toestand zelfs maar eens Engels met een Duits accent te laten begrijpen). Gelukkig bood gitarist Dom zich spontaan aan als vertaler, waardoor het toch nog een feest werd. De show bleef erg rommelig met vergeten tekstpassages en vreemde tempo’s, maar gelukkig was het publiek ook al te beschonken om zich daar iets van aan te trekken. Dit resulteerde in één van de grootste walls of death van het festival, enorme circlepits en een massa crowdsurfers, onder andere een memorabel exemplaar gezeten op een witte opblaaseenhoorn die meermaals de dieperik in tuimelde en maar bleef terugkomen. Zolang klassiekers als “Blut Im Auge”, “Born To Be Epic” en “Unbesiegt“ maar gespeeld worden, steekt het allemaal zo nauw niet! Toch zouden we graag ook eens een volwaardige show zien die verloopt zoals het hoor, en nog het liefst mét live toetsenist of op z’n minst goed gemixte samples… (Sam)

Terug naar de dodelijke hitte van de Warzone om daar de Amerikaanse hardcore-jongens van Trapped Under Ice. Het is altijd wat vreemd om dergelijke band te zien met een afstand van 10 meter tussen band en publiek in vorm van een barrière en security. Deze jongens spelen hardcore in de stijl van Terror, niets unieks maar wel goed. De verzengende hitte maakte het echter moeilijk om echt in te gaan op de muziek en alhoewel er stevig gepit werd heb ik het gevoel dat het publiek met hetzelfde probleem zat. De band zelf snapte niet hoe we er nog überhaupt in slaagden om nog te bewegen. De combinatie warmte en het niet kunnen springen van een podium nam toch heel wat plezier uit de show weg. Desondanks speelde de band een stevige set, maar echt memorabel kan je het niet noemen. (Yentl)

Als iemand die begonnen is met zwaardere muziek aan twaalfjarige leeftijd binnen de H8000-hardcore scene zal Integrity altijd een speciaal plaatsje hebben door de grote invloed die hun sound op deze scene heeft gehad. Daarnaast zijn ze ook nog eens de grondleggers van de donkere metalcore gekend als holy terror. Jammer genoeg hadden ze de pech dat ze samen met Prophets of Rage en Scorn moesten spelen wat zich vertaalde in een wel erg magere opkomst in de Warzone. De weinige aanwezigen waren ook zeer moeilijk enthousiast te maken voor wat er op het podium plaats vond alhoewel het muzikaal wel dik in orde was. Met nog meer dan 20 minuten speeltijd op overschot was Integrity al weer weg, alhoewel het er op leek dat dit eerder kwam doordat de drummer het wat moeilijk begon te krijgen vanwege de overdreven hitte. Spijtig… (Yentl)

Naast Pentagram moest ook Every Time I Die het vandaag doen zonder hun frontman. Keith Buckley’s dochter was immers plots opgenomen in het ziekenhuis, dus hij is onmiddellijk terug naar de VS vertrokken wat we hem zeker niet kwalijk kunnen nemen. Every Time I Die heeft gelukkig heel wat vrienden in andere bands die met veel plezier de vocals overnamen. Dit optreden ( en enkele andere optredens in de toekomst) hebben dus zelfs iets speciaals. Dit keer werden de vocals afwisselend gedaan door Ryan McKenney (Trap Them), Jeremy DePoyster (The Devil Wears Prada), Lawrence Taylor (While She Sleeps) en Griffin Dickinson (SHVPES). Dit zorgde voor een zeer diverse en intense set, toegegeven niet iedere vocalist paste even goed bij de muziek, maar dat nam niets weg aan de kwaliteit van het optreden. Wie Every Time I Die al eens eerder aan het werk heeft gezien weet dat dit één van de meest energieke live-bands is die je kan meemaken en Hellfest was hierbij geen uitzondering. Meerdere keren werd er opgeroepen aan het publiek om compleet los te gaan en het podium op te kruipen. Dit is slechts gedeeltelijk gelukt, maar er werd toch serieus gefeest. Tegen het laatste nummer is het uiteindelijk gelukt om toch iedereen het podium op te krijgen. Een optreden om niet snel te vergeten. (Yentl)

Het gebeurt maar zelden dat een optreden van één van je favoriete artiesten een grotendeels deprimerende bedoening is ook al spelen ze uitstekend. Dit was het geval bij The Dillinger Escape Plan. Hoe graag ik ze nog eens wou zien had ik liever niet dat het op deze manier zou gebeuren, dit is immers hun laatste tour. Daarna geen TDEP meer… Om het extra pijnlijk te maken speelden ze dan nog eens een ronduit fantastische show. Was het nu nog slecht geweest kon ik nog verkroppen dat ze ermee gingen stoppen, nu moet ik mezelf de komende weken in slaap huilen. Zoals je kan verwachten van TDEP was het terug 1 grote perfect gecontroleerde chaos zoals enkel zij dit kunnen doen. Met kleppers zoals ‘Prancer’ of ‘Black Bubblegum’ was het ook niet moeilijk om het publiek (inclusief ondergetekende) te doen ontploffen. Ook hier stoorde het me wel gigantisch dat er een barrière tussen het publiek en de band stond. Bij een laatste optreden van zo’n band had ik wel eens van het podium willen springen om vervolgens m’n nek te breken zodat ik niet hoef te leven met de leegte die deze band achterlaat. We zullen je missen TDEP… (Yentl)

Conclusie: in 2017 wist Hellfest terug een fantastische editie neer te zetten. De line-up zat strak en alhoewel er organisatorisch wel nog altijd wat verbeteringen mogelijk zijn was dit toch nog altijd één van de beter georganiseerde festivals. Indien Hellfest eens een regeling kan sluiten met de zon volgend jaar zou het fantastisch zijn alsook speciaal voor mij iets ontwerpen zodat ik die cashless kaart niet meer kwijt raak (terug 50€ armer omdat ik dat kreng kwijt was). Hellfest, ons zie je volgend jaar hoogstwaarschijnlijk terug! (Yentl)

Hellfest – www.hellfest.fr

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hellfest-2017/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Aanvullende informatie

  • Datum: 2017-06-22
  • Festivalnaam: Hellfest 2017
  • Festivalplaats: Festivalterrein
  • Stad (festival): Clisson (Fr)
  • Beoordeling: 4
Gelezen: 1426 keer