logo_musiczine_nl

Talen

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Deadletter-2026...

Main Square Festival 2011: zondag 3 juli 2011

Geschreven door - Frank Luts -

Main Square Festival 2011: zondag 3 juli 2011
Dag drie van Main Square Arras startte alweer onder een stralende zon en een bijhorende loomheid die de meute als een vermoeide en hongerige baby de hele dag rond het tepelhof van de Citadel deed cirkelen. Er zou muzikaal geen opzwepend vervolg aan komen, maar wel eentje waar we naar uit gekeken hadden. Vol verwachtingen die niet altijd even straf ingelost zouden blijken.

Rival Sons
Een grote toekomst wordt hen voorspeld, maar verder dan de opener van dag drie op Main Square geraakten de Rival Sons uit Los Angeles nog niet. In hun achterzak zaten hele stukken soul en blues en pakjes Beatles en Led Zeppelin. Een eye-opener noemt men dit en ze brachten rockende blues met alles wat het moet hebben, niet in het minst gedragen door zanger Ray Buchanan.

Manceau

Naar (goeie?) gewoonte staat er altijd wat Frans talent op de affiche En naar (goeie!!) gewoonte staan die ook heel vroeg. Zoals saai-poppie Manceau op de Greenroom. Voilà, ze zijn vermeld. Dat is al méér dan voldoende.

Charles Bradley

Een oudere zwarte medemens en selfmade man (van schoenenpoetser tot muzikant) midden in de namiddag én op de frontstage. We waren benieuwd. En het was chillen bij het rustige funky geluid van de zeskoppige band, al stond de bass iets te luid. Toch zorgde het nadrukkelijk aanwezige blazersduo voor de zomerse vibe die sowieso al over de Citadelplaats hing. Zelf kwam de 63-jarige zanger maar enkele nummertjes meedoen. We waren er gebleven was er niet….

 Evaline
                     …geweest op de Greenroomwei. Want ook de jonge Californiërs wilden we even ontdekken en ontleden. Amper een week eerder hadden ze hun eerste album-cd  uit (‘Woven Material’), al maken ze wel al vijf jaar naam en faam in de States waar ze naar verluidt een grote aanhang hebben. Een tour in Europa moest hun eersteling dus promoten.
Het duurde even voor we gewend waren aan de stem van leadsinger Richard Perry, maar het groeide naar een niveau dat ons – ook Radiohead en White Lies lovers – behoorlijk bekoorde. Energetisch, een stage credibility (al lijkt het bij de zanger wel erover) en enkele sterke nummers. Hun cover van de folk traditional “God’s gonna cut you down” (zie Moby en Johnny Cash) was behoorlijk af. ‘We like’, maar nog even groeien voor je stante pede van het podium jumpt en gaat handjes schudden na je eerste act in Frankrijk. Of God’s gonna cut you down, son!

Bruno Mars / I Blame Coco

Wij – maar wie zijn wij – hadden voor één keer toch de twee bands van ‘na de vieren’ gewisseld. Hoewel, Bruno Mars hield wel behoorlijk veel geïnteresseerden vast op de stenen wei en dat zal dan met het softe amusementsgehalte te maken hebben. Maar wij verkozen I Blame Coco, met een Zweeds bolletje op de a. En op de graswei, al veerde (en bleef ook) iedereen recht voor de zowel qua stem als gezichtstrekken onmiskenbare dochter van de man wiens naam we niet gaan noemen maar die ooit frontman van The Police was. Nee, we beoordelen haar niet op haar plantenkastinvloeden of haar genen, wel op haar muziek.
En die klonk goed. Eventjes een stemuitschuivertje wel die namiddag – een ongelukje? - maar het vijftal bracht aangename stevige songs, die zelfs een beweginkje meer dan zomaar heupshakers teweeg brachten: pretentieloos en bijna preuts gebracht. Al zit er aan het schaapachtige vachtje wellicht een krolse kat vast. Charmant, maar bijtgraag, vrezen we.
Op de terugweg toch nog even wat tonen van Hawaiiman Bruno Mars opgevangen. ‘Lazy song’, leuk zomers deuntje. En den Bruno heeft iets wat vooral meisjes begeren. Misschien hadden wij daarom dan weer I Blame Coco aangestipt.

Elbow

Frankrijk moest nog overwonnen worden voor Guy Garvey en zijn klasse-orkest. Eigenaardig wel, toch al tien jaar na hun eerste album ‘Asleep in the Black’. Goed, de mannen uit de slums van Manchester werkten gestaag aan hun opgang, maar België viel al een tijd terug aan hun voeten, wij incluis toen we in de AB overrompeld werden door de serene schoonheid van de Britse bard.
Ze stonden er dus in Frankrijk, al was het die zondag in Arras nog meer de vraag hoeveel aanwezigen ‘skild en vriend’ niet konden retourneren. Alsof ze met bussen gedropt waren, de voertaal was (West-)Vlaams. Behalve als je iets wou bestellen. Maar zelfs daar kreeg je een ‘small ?’ als antwoord op de bestelling van een pint. Dus Frankrijk veroveren was een halve illusie, al diepte Guy zijn beste ‘merci beaucoups’ op.
Maar Elbow dus. Indrukwekkende teddybeer die met een woord, een geste, een geluid het hele plein kreeg waar hij ze wou. (Looking back is for the) “The Birds” overvleugelde en verstilde meteen de toehoorders  die even later op “The bones of you” een stevigere elleboog ingepord kregen. Zo intens diepzinnig zijn teksten en doordringend zijn melodieën, zo simpel kreeg hij de handjes mee en orkestreerde hij zelfs meezingmomenten. Het voelde niet eens onnatuurlijk aan. Misschien ook door de warmte die de loomheid onderschreef. Muzikaal was het opnieuw af: de juiste blaasmomenten, de juiste strijkmomenten, de juiste gitaarmomenten. Genieten dus, ook van de paar snaren uit hun nieuwste album ‘Build a rocket’.

Puggy

Het ‘zogezegd Belgische’ Puggy (Een Engelsman, een Fransman en een Zweed residerend in Brussel) probeerde ook de grote massa te bereiken door een tandje hoger te draaien op het podium ernaast. Wat Garvey ertoe aanzette om even mee te geven: ‘Can someone tell them to keep it down next door?’. Dat de Elbowband – zoals Garvey zelf meegaf – niet veel geslapen had want ze kwamen recht van Werchter – viel nergens uit op te maken. Of hij nu ‘bonjour’ of ‘bonsoir’ moest zeggen, zal daar niets mee te maken gehad hebben. En zijn anti-rechts politiek statement is ook geen vermoeide verspreking maar een vaste steek. Al hoeft dat niet echt.

PJ Harvey / Julian Perretta

We gingen niet voor de 21-jarige Londener Perretta, al begon die een kwartiertje eerder dan PJ Harvey. De tegenstroom om onverrichterzake terug te keren en een genietbare plek te zoeken was immers niet te bevaren. Groot was onze verwachting, temeer daar we Polly Jean ooit nog op Torhout aan het werk zagen. Maar even groot onze teleurstelling. Het blijft een speciale madam: verlegen, dat mag, maar de haast arrogante apathie leek ons iets te ver gaand. Tussen de nummers door, die muzikaal uiteraard ok waren maar waar haar stem soms niet echt bovenuit torende, nam ze alle tijd, was allerminst geïnteresseerd in een band met het publiek en ze wisselde om de haverklap van instrument (electroharp en gitaar) wat in het manoeuvreren zelfs voor oponthoud zorgde.
Ze speelde vooral uit haar laatste cd, al vergat ze de hits van toen (“Down by the Water” en “C’mon Billy”) niet er tussenin te schuiven. Ze kreeg wel de handen op elkaar, maar het publiek aapte stilaan haar apathie na. Of was het omdat intussen al de Coldplay-diehards hun symbolische vlag hadden neergeplant op de strategische plaatsen. Wat ook al bij Elbow gebeurd was trouwens.
En o ja, Miss Harvey zag er (nog altijd) stralend uit. Misschien geen babyvelletje meer op haar 41e, maar ze had iets engelachtigs, al suggereerde een aantal toehoorders bij momenten eerder de brandstapel voor de bizarre heks op dat podium. Ze was getooid in een lang wit kleed met een kroontje van pluimen op haar hoofd. Waarvan ze er dus enkele ‘gelaten’ heeft, zoals dat heet. Ach, ze was goed hoor, maar misschien niet voor op Arras op dat moment. Hoewel, tussen Elbow en Portishead, vooraf vonden we die line up best interessant en verleidelijk.

Portishead

En dan kwam de goddelijke stem van Beth Gibbons, de draagmoeder van Portishead. We vreesden voor absolute weerspannigheid op het plein maar de Coldplayclan hield zich gereserveerd respectvol. Vinden we leuk.
Ook visueel zat alles sterk, op de voor de gelegenheid zwartwitte huisvideobeelden die wat achterliepen en storend werkten. Maar verder zorgde de show voor een schitterende compilatie van origineel beeldmateriaal in return, gecombineerd met shoots van hun eigenste set, met kleine strategisch opgestelde camera’s, voorwaar een creepy knappe truc.
La Gibbons houdt niet van concerten en is overdreven onwennig op het podium. Hing ze niet zingend rond haar stander, dan stond ze met haar rug naar de geboeide gezichten in de Citadel. De triphop sloeg aan, ook een pak niet-kenners, die verbaasd zagen hoe de gitaar eerst met een strijkstok en daarna met een metaaltang zoetgevooisde melancholische klanken het donker wordende Arras instuurden.
Gibbons lachte zelfs even, net voor ze al zittend met haar gitarist met “Wandering Star” een subliem kippenvelmoment serveerde. Toen ze nadien grimlachend de meute toesprak en met ‘Thank you. Merci beaucoup. Bonsoir’ zowaar vijf woorden na elkaar murmelde, schrok ze er klaarblijkelijk zelf van. Maar de set bleef beklijven. Tot het einde waarbij ze opgelucht - toch naar haar normen - uitgebreid het publiek bedankte. Wel, Beth, het is wederzijds. Met een knieval erbij voor een legende.
Amper was haar laatste woord uitgesproken of we werden overrompeld. Niet door mensen die even het terrein afwilden, maar door een drummende menigte die iedereen naar het hoofdpodium scheen te willen duwen. Coldplay was in aantocht.

Cold War Kids

Cold War Kids waren intussen al de Greenroom gepasseerd en Magnetic Man maakte zijn daarna opwachting, een duo mixers en een  MC-rastaman die show stal. De dubstep en pop in één. Wij waren er niet bij maar kregen een ok.

Coldplay

De headliner, de afsluiter, het hoogtepunt. Na een dagje zwart mocht wat kleur wel voor de meeste aanwezigen in de Citadel, al kwam Underworld halverwege nog ingeschoven. Het lijkt een evidentie dat wie kwam voor het trio Elbow-PJ Harvey-Portishead zijn zwarte ziel niet zomaar kon openzetten voor de zorgeloze pretentieloosheid (hoewel) van Chris Martin en co. Net zomin als omgekeerd: geen hippe zorgeloze had zin in een  donker doek over de kop bij voornoemd trio. Ieder diertje…
Martin en co zijn goed, brengen wat ze brengen op een stijlvolle manier, steken een show in elkaar die er mag zijn en passeren nog even aan de kassa voor het grote publiek nog maar de poort uit is. Ze hebben de hits, ze hebben het uiterlijk charisma, het werkt. En het danst, al is er niemand die zondagavond beweerde dat ze beter waren, verder stonden, grootser geworden waren dan hun passage op de Grand Place twee jaar eerder. Wel integendeel.
Het kwam nog meer afgeborsteld over, ondanks de paar spatjes vuurwerk en de afgelijnde laserprojectie op de gebouwen van de vroegere kazerne. De technische probleempjes (drummer die door zijn trommelvel slaat) hadden er niets mee te maken, maar symboliseerden wel het ‘collect & go’-principe. Tijd voor herbronning, Chris. En blijf verder feilloos spelen. Schouderklopje. O-o-o-oohhh !

Underworld
Intussen waren de mannen van Underworld aan hun shift begonnen en we hoorden hen van ver – zo rond 1u30 –hun “Born Slippy” inzetten. Een dance-techno-party die stilaan uitdeinde toen we met open ramen de file inschoven en huiswaarts tuften. Moe maar voldaan, na een festival dat danste op een zee van noten, een zee die meestal kabbelde en ons niet op hoge golven voerde. Hoewel, die warme instroom van de Atlantische, niet zo ver van Bristol, vonden we wel een slikmoment.

Merci. Merci beaucoup !

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Aanvullende informatie

  • Datum: 2011-07-03
  • Festivalnaam: Main Square Festival 2011
  • Festivalplaats: Citadelle d’Arras
  • Stad (festival): Arras
  • Beoordeling: 4
Gelezen: 1136 keer