logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (4 Items)

Kevin Morby

Kevin Morby - Een avondje folkrock om in te kaderen

Geschreven door

Kevin Morby - Een avondje folkrock om in te kaderen

Wie hedendaagse folk/countryrock zoekt, komt al snel uit bij bij Kevin Morby. In zijn zesde album ‘This is A Photograph’ (2022), dat nog maar twee weken uit is,  beschrijft hij kleine verhalen met diepgaande gevoelens. Dezelfde ingrediënten waarmee hij al meermaals heerlijke muziek wist te maken.
Live heeft hij intussen ook al een degelijke reputatie opgebouwd, die hij met plezier en voor ons plezier nog eens uit de doeken mocht doen op Belgische bodem.

Voor enkele shows in zijn tour koos Kevin Morby de Nederlandse La Loye als support. Lieke Heusinkveld leek niet alleen sterk op Sharon Van Etten, maar klonk ook qua stem zeer gelijkaardig. Ondanks die gelijkenis wist ze heel origineel uit de hoek te komen. Het beklijvende “I Only Hear You In My Song” kreeg ons stil terwijl we in “White Summer” haar gebroken hart in alle eerlijkheid voelden. Tussendoor had ze ook nog een charmante versie gebracht van Nick Drake’s “Place to Be”. Moeiteloos kreeg ze met een handvol nummers het Roma-publiek stil dat op andere dagen wel eens een babbeltje durft te slaan tijdens een voorprogramma. La Loye pakte ons zo in met haar broosbare pareltjes.

Dat deze avond om Kevin Morby’s plaat zou gaan was zo op de achtergrond met ‘This Is A Photograph’ geschreven. Elvis Presley’s “Tell Me Why” diende als opkomstlied waar Kevin Morby, getooid in een cowboy vest met franjes, en zijn zes backing muzikanten elk hun plaats innamen achter met verse rozen gedecoreerde statieven. De eerste noten van het nieuwe swingende “This Is a Photograph” klonken als vintage Kevin Morby: catchy melodieën, eenvoudig te vatten lyrics en een opzwepend passages. Opnieuw hetzelfde patroon in het heerlijke “A Random Act of Kindness” waar de frontman voor het eerst zijn longen uit zijn lijf zong. De backing vocaliste nam even de leiding over in het weemoedige “Bittersweet, TN”. Met de lap steel guitar en de dwarsfluit was het folk Americana-plaatje volledig af. Het speelse “Five Easy Pieces” en het Ramones-achtige “Rock Bottom”, waar de The Morb even een nunchuck-kunstje liet zien, werden ook gesmaakt. “Stop Before I Cry” was een pakkende ode aan zijn vriendin Katie Crutchfield, ook gekend als Waxahatchee, waar na hij voor het eerst enkele rozen het publiek toewierp.
Daarna plukte hij gretig uit zijn vijf oudere platen en brachten de backing band het oeuvre met nog meer intensiteit. “Campfire” maakte indruk door het rondvliegend zweet en opnieuw een straffe passage van de achtergrondzangeres. In “Wander” mocht de tweede gitarist even zijn kunnen tonen en in “Piss River” was het dan aan de saxofonist om als een bezetene tekeer te gaan. Tussenin mocht het publiek tijdens een kletterende “No Halo” even de band aansturen met pulserende handgeklap. “City Music” blijft in Morby’s hele repertoire een sterk nummer en deze keer werd het zeker geen niemendalletje. De opzwepende opbouw klonk in levende lijve dan ook zoveel keren beter. Nu we toch op een hoogtepunt waren, kwam daar “I Have Been to the Mountain” waar we opnieuw beneveld werden door een vurige saxofoonsolo.
Hoewel het volle live arrangement de meeste nummers alle recht aandeden, was dat minder het geval in “Parade” dat eerder fragiel dan stevig klonk. Dit was dan ook het enig minpuntje want na “Dorothy” trakteerde het energetisch publiek de band op een lang uitgesponnen applaus. Nostalgie, een terugkerend thema in Morby’s muziek, kreeg een prominente plaats in het wat tragere “A Coat of Butterflies” en het Bob Dylan-achtige “Goodbye to Good Times”.
In de encore hadden de muzikanten nog te veel energie over om een immens sterke “Beautiful Stanger” te brengen gevolgd door de publieksfavoriet “Harlem River” dat ons overmande met gelukzaligheid.

Kevin Morby staat garant voor boeiende concertavonden, wat deze keer ook meer dan het geval was. Zijn nieuw materiaal past zo tussen zijn lange lijst van steengoede nummers. De bloemen die hij ons nog toewierp bij het verlaten van het podium, kreeg hij van ons figuurlijk in veelvoud terug.

Setlist
This Is a Photograph - A Random Act of Kindness - Bittersweet, Tn - Five Easy Pieces - Rock Bottom - Stop Before I Cry - Campfire - Wander - No Halo - Piss River - City Music - I Have Been to the Mountain - Parade - Dorothy - A Coat of Butterflies - Goodbye to Good Times — Encore: Beautiful Strangers - Harlem River  

Kevin Morby

Kevin Morby - Troubadour van de grootstad

Geschreven door

Onmiskenbaar als songwriter beïnvloed door traditionele muzikale ambachtslui als Leonard Cohen en Bob Dylan, en met die laatste zelfs een weelderige krullenbol als extra   gemeenschappelijke troef. Op zich al meer dan chapeau, zou je kunnen zeggen, maar Kevin Morby sloeg er in de Ancienne Belgique ook nog eens in om met verve de brug te slaan naar eigentijdse ‘freak folk’ artiesten die zich liever in de underground verschuilen zoals Mac Demarco, Ty Segall, of, iets ouder, M. Ward, en dit zonder ook maar ergens geforceerd over te komen.

Om maar meteen te zeggen: ‘Oh My God’, de jongste worp met Kevin Morby, op de platenhoes trouwens licht obsceen poserend met niet al te mediageniek ontbloot bovenlijf - zien we hier een parodie op de narcistische, zelf verheerlijkende social media cultuur? - is alweer een schot in de roos, tenminste voor diegenen die nog naarstig op zoek zijn naar een luie, gezapige soundtrack bij een zomerse BBQ die onverwacht dankzij uitgelaten ritmische wendingen kan ontaarden in een spontaan dansfeestje, en heus niet alleen voor de zatte nonkels.
“This life is a killer, but oh what a ride”, het refrein van opener “Congratulations” kon de toon en opzet van het concert van deze licht excentrieke Amerikaan met 6 koppige band met gospel allures alvast niet beter samenvatten.
Single “No Halo”, eveneens van de nieuwe plaat, klonk als de perfecte soundscape bij een wilde nacht door een kosmopolitische grootstad als Brussel, waarbij kurkdroge mijmeringen in de trant van New Yorker Lou Reed het voorspel bleken voor een warme, sensuele saxofoon climax.  Idem dito voor de ingetogen liefdesverklaring “Savannah”.
Maar ook de oudere nummers werden niet vergeten en zelfs op uitbundig herkenningsapplaus van de fans van het eerste uur onthaald. Neem “City Music” bijvoorbeeld, die avond slechts één van de meerdere hoogtepunten in de live set, dat een gezapige, instrumentele start nam, denk aan de eigentijdse hipster band Kruanghbin bijvoorbeeld, om vervolgens steeds sneller te demareren tot een wilde jazz improvisatie die niemand in de zaal onberoerd liet.
Of “Dorothy” van het veelgeprezen album “Singing Saw”, dat zelfs knipoogde naar de ouderwetse  rock&roll van The Jesus and Mary Chain in zijn gloriedagen.

Slechts één bisnummer kregen we afsluitend te horen, “Harlem River” van de gelijknamige debuutplaat, maar dat klonk wel opwindender dan het ganse oeuvre van een pak minder getalenteerde geestgenoten samen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kevin Morby

Kevin Morby – Less is Morby

Geschreven door
Kevin Morby – Less is Morby

Kevin Morby + Meg Baird + Nap Eyes
Botanique (Rotonde)
Brussel
2016-11-10
Jasper Verfaillie

Een avondje snel, traag en zowat alles daartussen. Zo kon je nog het best het concert van Kevin Morby in de Botanique samenvatten. Tel daar ook de voorprogramma’s bij op en je kreeg een mooie showcase van muziek in al zijn verschillende versnellingen. Van snelle gierende gitaarsolo’s of gemoedelijk fingerpicking gitaar tot slome slackerrock.

Door een speling van het lot (en ook wel een mindere ticketverkoop) werd de Canadese band Nap Eyes nog aan het programma toegevoegd. Oorspronkelijk stonden ze in de Witloof Bar, maar nu mochten ze de halflege/halfvolle Rotonde openen. Eerder dit jaar speelden ze al in het voorprogramma van Julien Baker en ondertussen hebben ze wat spierballen bij gekweekt. Aan hun muziek veranderde even wel niets, ze spelen nog steeds onderuitgezakte rock met een vlieg in hun oog.

Als je Meg Baird hoort en ziet spelen, zou je nooit vermoeden dat ze uit het zonnige San Francisco komt. Met haar lange haren, hoge stem en gitaargetokkel lijkt ze rechtstreeks uit een Ierse pub geplukt. Helemaal alleen en enkel gewapend met haar stem en een gitaar krijgt ze de Rotonde stil. Al valt het wel te betwijfelen of het publiek nu aandachtig luisterde of in slaap dommelde. Niet dat haar muziek slaapverwekkend was, integendeel, maar haar zachte stem en rustgevend gitaarspel werkte zo relaxerend dat het publiek er massaal van ging neerzitten.

Uit voorzorg sprong het publiek recht net voor Kevin Morby het podium betrad, maar hij was niet van plan om ze meteen wakker te schudden. Het rustige “Cut Me Down” was echter een schijnbeweging want meteen daarna schudde de Kev al een eerste keer de benen los op “Dorothy”. Met hun eenvoudige opstelling slaagde de band van Morby er in om moeiteloos van stijl te wisselen. Van laidback rock naar blues over rock’n’roll tot surf en terug. Veel doen met weinig middelen, heet dat dan.
Het was ook meteen duidelijk dat er heel wat fans in de zaal zaten, want “Harlem River” en “All of my Life” werden onthaald op herkenningsapplaus. Helemaal terecht overigens. Die eerste was een hypnotische brok jazzrock die meer dan acht minuten lang bleef begeesteren. Op die tweede toonde Morby voor de eerste keer zijn romantische kant. Strak in het pak leek hij wel een openingsdans te spelen op een trouwfeest. Dat het nummer nu niet meteen een happy end kent, zal het echtpaar worst wezen.
Morby wisselde uptempo nummers af met rustige nummers en deed af en toe eens een rake observatie. Dat er rare dingen gebeuren in Amerika, was daar één van. En dat hij al eens vijf jaar geleden (toen op zijn 23ste) al eens in de Botanique stond en sindsdien altijd graag terug komt. Het applaus dat daarop volgde, betekende dat hij nog wel vaker mag terug keren. Met een furieus “I Have Been To The Mountain” zette hij dat argument kracht bij. Pas toen viel op dat gitariste Meg Duffy haast de evenknie was van Morby op gitaar. Ze legde exact de juiste accenten en spijsde de nummers op tijd en stond bij met een heerlijke gitaarlick of riff. Vooral in het epische “Singing Saw” bewees Duffy haar onmisbare kracht en stuwde ze samen met Morby het nummer naar een hoger niveau.
Net voor het einde van het concert stuurde Morby zijn band vroegtijdig naar de coulissen. De laatste twee nummers nam hij solo en akoestisch voor zijn rekening. Blijkt dat hij met nog minder middelen even begeesterend kan klinken. Twee kleine nummers over een veiligere wapenwetgeving (“Beautiful People”) en een Townes Van Zandt cover zorgden voor en mooie en ingetogen afsluiter. Het publiek hing nog een laatste keer aan zijn lippen en plots was de romantiek helemaal terug.

De bissen gingen verder op dat elan en met de afsluiter “The Ballad of Arlo Jones” kwam zelfs surfrock om de hoek gluren. Een swingend orgelpunt na een lange avond zoeken naar de juiste versnelling. Kevin Morby had die gevonden en zo werd het lekker cruisen langs de snelweg van de Botanique.

Setlist: Cut Me Down/Dorothy/Harlem River/All of My Life/Destroyer/I Have Been to the Mountain/Tiny Fires/Miles, Miles, Miles/Singing Saw/Black Flowers/Beautiful Strangers/No Place to Fall//Parade/The Ballad of Arlo Jones//

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be/2016/11/12/kevin-morby-meg-baird-nap-eyes-botanique-less-is-morby/
Organisatie: Botanique, Brussel

Kevin Morby

Kevin Morby - Dylan fixatie, het mooiste compliment dat er is

Geschreven door

Het zal de man in kwestie ongetwijfeld worst wezen, maar we gunnen Kevin Morby met alle plezier een lidkaart van ‘The Next Bob Dylan Club’. Nochtans, zijn bio laat vermoeden dat deze 27-jarige Amerikaan eerder op weg was om een indie held in de marge te worden. Zo beroerde hij ooit een paar albums lang de bas bij het psychfolk gezelschap Woods, en hield hij samen met Cassie Ramone (ex-Vivian Girls) het garagerock combo The Babies boven de doopvont. Sinds zijn verhuis van Brooklyn naar Los Angeles lijkt de traditionele singer-songwriter in Morby echter de overhand te krijgen, en heeft de jongeling met ‘Harlem River’ (‘13) en ‘Still Life’ (’14) twee uitmuntende liedjesplaten uit die vlotjes hun weg naar diverse eindejaarslijstjes hebben gevonden.

En de knipoog naar Dylan dan? Wel, die zit verscholen in zowat alles: Morby’s lichtjes nasale stem, teksten over De Grote Thema’s liefde, leven en dood, en ja zelfs muzikaal knipoogt de jonge Amerikaan geregeld naar ‘Highway 61 Revisited’ en ‘Blonde On Blonde’. Wie afgelopen zondagavond door een zee van uitgelaten Buffalo supporters toch zijn weg vond richting De Charlatan kan getuigen dat daar geen woord van gelogen is.
Nee, het is geen flauwe woordspeling, maar toen Morby en zijn twee metgezellen Meg Duffy (gitaar/bas) en Justin Sullivan (drums) “The Dead They Don’t Come Back” inzetten moesten we spontaan denken aan een ander trio met Dylan fixatie: Grant Lee Buffalo. Genoeg namedropping nu, want Morby had aan amper een uurtje genoeg om te bewijzen dat hij veel meer is dan een copycat. Het opvallendste bewijs hiervan leverde het jonge talent af met het titelnummer uit zijn solo debuut ‘Harlem River’, een ellenlang stuk alt.country dat dankzij een repetitief gitaarmotiefje de Gentse muziekkeet in no time in een broeierige en trancy atmosfeer wist onder te dompelen.
Ook op Morby’s jongste worp ‘Still Life’ staan een aantal onvervalste oorwormen die in een ideale wereld daily rotation op StuBru en Radio 1 verdienen. “All Of My Life” is niet enkel een even simpel als bloedmooi liefdesliedje, maar tevens één van de beste abstracties ooit van een cleane Pete Doherty. Morby’s indie roots werden dan weer bloot gelegd tijdens het rafelige “Motors Running”, inclusief een knipoog naar The Feelies. Dat Morby ook op zijn dooie eentje kan scoren bewees hij tijdens het indringende “My Name”, een vergeten non-album single die naast Dylan ook Cohen voor de geest brengt. Het publiek was onder de indruk en beperkte zich tot een respectvolle stilte … Helaas hadden de feestvierende Buffalo’s next door dat anders begrepen.

Morby en band kregen genoeg handjes op elkaar voor één encore. “Parade” is een gezapig vertellement in typische Dylan stijl waar de grootmeester zelf tegenwoordig niet meer toe in staat lijkt. Kevin man, vergeet gewoon die lidkaart, en take your chances. Eén telefoontje naar Robbie Robertson of Daniel Lanois, en de weg naar eeuwige roem ligt open.

Organisatie: Democrazy, Gent