logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Randy Newman

Randy Newman – Een fijne gastheer , croomer en muzikant …

Geschreven door

Zondag won The Artist en meer bepaald Ludovic Bource een Oscar voor de Beste Original Score (met dank aan een resem Belgische muzikanten). Zaterdag konden we een Oscarwinnaar van dezelfde categorie live aanschouwen in de AB. Randy Newman won het felbegeerde gouden kleinood al tweemaal voor de compositie van ‘main themes’ van Pixar kaskrakers, in 2002 voor ‘I didn’t have you’ (Monsters Inc.) en in 2011 voor ‘We belong together’ (Toy Story 3). Voor Randy Newman, die een eerste plaat uitbracht in 1968, is het componeren van filmmuziek sinds de jaren ’80 een bijna fulltime bezigheid. Maar Newman sprokkelde gedurende veertig jaar ook een heel eigen repertoire bij elkaar, te horen in arrangementsloze productie op ‘The Randy Newman Songbook vol. 1 en vol. 2’  uitgebracht in 2003 en 2011. De promotie van deze laatste, brengt hem – één jaar na zijn vorige tournee – opnieuw naar de AB.

Ik ken Newman vooral van zijn single “Short people” en zijn eervolle vermelding in “Amsterdam” van Kris De Bruyne, dus ik ben benieuwd naar wat de avond brengt. Het eerste wat opvalt wanneer de zanger – licht mankend - over het podium naar zijn instrument schrijdt, is dat Newman niet meer van de jongste is. Hij stond ook niet op de eerste rij toen het charisma werd uitgedeeld, met zijn licht overgewicht, fijne mond en grote, ronde bril op de neus doet hij meer denken aan een lokale manager, dan aan een gerenommeerd singer-songwriter.
Maar de opener “Bad News from Home”  laat meteen horen waar het op staat: Newman grijpt je meteen naar de keel met zijn unieke, warme stem en zijn soepele vingerzetting op de grand piano getuigt van een jarenlange ervaring. “Short people” wordt met applaus onthaald en ik heb het gevoel dat er in de zaal nogal wat Amerikanen present zijn die de nummers foutloos kunnen meezingen, zoals “Birmingham”, “Marie” en “It’s money that I love”.
Wat ook opvalt, is dat het de moeite loont om daadwerkelijk naar de teksten te luisteren, wat het publiek ook doet, want deze dienen niet louter als bindmiddel voor de muziek. Randy Newman is een fantastische observator, een verhalenverteller, en hij vertelt zijn verhaal vaak vanuit het perspectief van een derde zoals de ultraconservatieve Amerikaan in “Rednecks”, een slavenhandelaar die Amerika voorstelt als een hemel op aarde in “Sail away”; of hij laat God zelfve aan het woord in het - niet van controverse gespaarde – “God’s song”.
Moeilijk te achterhalen of Randy Newman zich werkelijk amuseert op het podium. Hij is gebekt met dat typische Amerikaanse sarcasme, wat een uitstekende voedingsbodem is voor humoristische bindteksten maar waarachter het gemakkelijk schuilen is. De zaal aan het lachen brengen kan Newman alleszins wel, zo mocht het publiek figureren in een duet in de hilarische “I’m dead (but I don’t know it)”, een knipoog naar zijn eigen leeftijd. Ook veel grappige teksten in “You can leave you’re hat on “ (later gecovered door Joe Cocker en Tom Jones), “Shame “ en “I love L.A.”. In “The World isn’t fair”, brengt hij zelfs Karl Marx in verband met sexy moeders op een oudercontact.
Maar Newman is ook een vlijmscherp maatschappelijke en politiek analist. Zelfs over de situatie in België weet de man af, zo liet hij zich enige tijd geleden ontvallen op zijn blog: “it’s a scrumptious feeling and quite humbling to think that one by his very presence can unite an entire nation as I did in Belgium is a wonderful thing.”
Newman aarzelt niet om zijn mening over politiek of eender andere geschiedkundige gebeurtenis te ventileren in zijn muziek.
In de AB passeren o.a. de revue: “The great nations of Europe”, “Political Science” en “Germany before the war”.
Maar als ik werkelijk hoogtepunten moet kiezen uit het twee uur durende concert, met pauze, dan kies ik voor de ballads zoals “Losing you”, “I miss you” en “Same girl”. Het was op deze momenten dat Newman zich met breekbare stem, ontroerende teksten en easy-listening pianospel als een crooner manifesteert en je in de zaal een speld kon horen vallen.

Het is dan gemakkelijk de bedenking te maken dat Randy Newman, met zijn eigen repertoire en zijn fimscores, absoluut thuishoort in de magische muzikale cirkel van Cole Porter en George Gershwin. Een fijne gastheer voor een voortreffelijke zaterdagavond dus.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Randy Newman

Een avondje geriatrische satire met Randy Newman

Geschreven door

Zijn onafscheidelijke bril laat het niet onmiddellijk vermoeden, maar de Amerikaanse componist, zanger en pianist Randy Newman is wel degelijk een man met vele gezichten. De wereld maakt voor het eerst kennis met het unieke talent Newman in de jaren ’60 als hitleverancier voor o.a. Gene Pitney, Alan Price en Manfred Mann. Bovendien wil de ironie dat ’s mans eigen versies van “Mama Told Me Not To Come” en “You Can Leave Your Hat On” geen potten breken, maar in de handen van respectievelijk Three Dog Night en Joe Cocker prompt in hitparade goud veranderen. De jongste decennia ontpopt Newman zich steeds nadrukkelijker als arrangeur en componist van soundtracks, en stelde hij zijn pensioentje veilig door o.a. songs aan te leveren voor de animatiekaskrakers ‘Toy Story’ en ‘Monsters, Inc.’.
Maar als we zelf mogen kiezen appreciëren we Newman uiteraard het meest als onvolprezen koning van de zelfspot, als genadeloze kritikaster van de American Dream of als satirische en ietwat onbeholpen romanticus die vooral in de 70ies een aantal essentiële albums heeft afgeleverd. Net als generatiegenoot Leonard Cohen ligt de inmiddels 66-jarige Amerikaan nog steeds goed in de markt, getuige de snelheid waarmee de tickets voor zijn Belgische mini-tournee in no-time de deur uitvlogen. Met nog optredens in Brussel en Turnhout in het verschiet kwam Newman zich afgelopen donderdag alvast opwarmen (nu ja, met dit weer...) in de fraaie Schouwburg van cc De Spil in Roeselare.

Het typeert de immer cynische Newman om zijn solo set te openen met “It’s Money That I Love”, een mislukte single uit zijn veruit meest verguisde album ‘Born Again’ (’79). Spijtig genoeg kregen we een behoorlijk slordige versie van dit nummer te horen, en ook op het up-tempo “Mama Told Me Not To Come” verloor de wat zenuwachtig ogende Amerikaan bij momenten de pedalen van zijn zwarte vleugelpiano. Newman is echter de eerste om de spot met zichzelf te drijven en gaf ruiterlijk toe dat hij zijn start had gemist. Hij schakelde prompt een versnelling lager en vanaf het ontroerende “Living Without You” uit zijn titelloze debuut en het tijdloze tweeluik “Birmingham” en “Marie” vanop ‘Good Old Boys’ (‘74) leek alles opeens in de juiste plooi te vallen. Tussen de nummers door ontpopte Newman zich gaandeweg tot volleerd entertainer en gunde het publiek een persoonlijke inkijk in de ontstaansgeschiedenis van sommige van zijn songs. Zo biedt het grappige “The Girls In My Life (part 1)” een mooi chronologisch overzicht van Newman’s romantische escapades, beschrijft het titelnummer uit het meest recente album ‘Harps And Angels’ de eindigheid in het menselijke tranendal en werd 400 jaar beschaving samengevat in het bijzonder actuele “The Great Nations Of Europe”.
Tussendoor plaagde hij het West-Vlaamse publiek met een sneer naar de BHV kwestie, maar keerde al snel terug naar zijn zo geliefkoosde terrein van de zelfspot. Samen met Mick Jagger beschouwt Newman zichzelf als één van de vaandeldragers van de zogenaamde geriatrische rock, een titel die hij zeker verdient op grond van “I’m Dead (But I Don’t Know It)”. Dankzij de enthousiaste publieksparticipatie groeide dit autobiografische nummer zowaar uit tot één van de hoogtepunten van de eerste concerthelft. Newman nam vervolgens wat graag ook zijn eigen regering op de korrel in “Political Science” en verdween daarna een eerste keer achter de gordijnen.
Ook na de pauze bleef het hoogtepunten regenen uit Newman’s indrukwekkende back catalogue die terug gaat tot 1968. Uit dat jaar dateert “Love Story” dat anno 2010 nog steeds uitblinkt in oprechte meligheid. Op latere albums drongen vervolgens ook satire en karikaturale schetsen binnen in Newman’s muzikale universum, en niet zelden zijn deze geïnspireerd door historische feiten en figuren. Het op Hitler’s jonge jaren gebaseerde sarcastische kortverhaal “In Germany Before The War” of de ronduit geestige inleving in de Amerikaanse Southern mentaliteit op “Rednecks” kunnen wat dat betreft wel tellen. Als tegengewicht voor de soms wat moeilijk verteerbare thema’s in zijn nummers houdt Newman muzikaal alles wel luchtig door het integreren van dixie en ragtime elementen. De kranige zestiger was zelfs niet te beroerd om het eerder banale hitje “You’ve Got A Friend In Me” uit de ‘Toy Story’ soundtrack te plukken, of om het publiek zelf verzoeknummers te laten kiezen. Met een knipoog naar het kwakkelende Belgische lenteweer besloot Newman met “I Think It’s Going To Rain Today” zijn set en strompelde voor de tweede keer het podium af.

De eigenzinnige Newman koos als encores niet voor het evidente “Rider In The Rain” of “It’s Money That Matters”, maar wel voor meer obscuur albummateriaal uit de soundtrack van ‘Parenthood’ (“I Love To See You Smile”) en het conceptalbum ‘Randy Newman’s Faust’ (“Feels Like Home”).
Het typeert de Amerikaan ten voeten uit: de zachtaardige chroniqueur met de vitriolen pen die de maatschappij en zichzelf een geweten schopt, en daarmee zonder het zelf te beseffen een stek heeft veroverd in de gallerij van de belangrijkste songwriters uit de jongste halve eeuw.

Organisatie: CC De Spil, Roeselare