logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic
CD Reviews

La Pegatina

Eureka!

Geschreven door

La Pegatina is een Catalaanse rumbaband. Deze werd opgericht in 2003 en bestaat uit een 7-koppige bezetting. Sterk beïnvloed door Manu Chao en Mano Negra en met invloeden vanuit de rumba, ska en cumbia maken ze bruisende feestmuziek.
Eureka!’ is hun vierde album en bestaat uit een heleboel ultrakorte dynamische nummers. Hier en daar voegen ze wat elektronica toe. Beste nummers zijn “Non E Facile”,” Ara Ve Lo Bo” en ‘Mamma Mia’. Nu en dan nemen ze ook wat gas terug met een paar gevoelige nummers. Maar eigenlijk is dit hun ding niet. Dus feesten maar. Een aanrader voor zonnige dagen.  

Blackmail

II

Geschreven door

In Duitsland is Blackmail binnen rockkringen een zeer grote naam.  De band bestaat twintig jaar, verkocht in die tijd heel wat platen en speelde ondermeer op het prestigieuze Rock Am Ring.   In 2011 wisselde de band van zanger en maakte met de langspeler ‘Anima Now’ een nieuwe start.    Een puike plaat maar echt scoren buiten de landsgrenzen was er niet bij.
‘II’ lijkt een nieuwe poging en is een zeer toegankelijk rockalbum geworden met diverse catchy en melodieuze nummers.  Blackmail weet genres als indierock,  alternatieve rock, grunge en psychedelische rock perfect tot één geheel te versmelten.  ‘II’ is ook een stuk steviger dan voorgaand werk want Blackmail gebruikt regelmatig harde uithalen zoals ook  Queens Of The Stone Age daar een patent heeft.  Een andere naam die ons vaak te binnen schiet bij de muziek van deze Duitsers  is  Placebo. Dan komt ondermeer door de fraaie stem van Mathias Reetz.  
Op ‘II’ staan er trouwens tien songs met als uitschieters het meeslepende, melancholische “Shine” en het snelle “Palms”.  Meer info vind je  op www.blackmail.de .

Snuff

5-4-3-2-1.... Perhaps?

Geschreven door

Het heeft een tijdje geduurd maar de punkrockveteranen van Snuff zijn terug met een nieuwe langspeler.  In 2009 begonnen de legendarische Britten opnieuw met touren wat bij de fans uiteraard de hoop deed ontstaan dat de band met nieuw werk zou komen.  Met ‘5-4-3-2-1... Perhaps?’ is dat er eindelijk en het is het lange wachten zeker meer dan waard geweest.  Veel is er niet veranderd met vroeger: de muziek van Snuff wordt nog steeds gekenmerkt door de combinatie van tomeloze energie en melodie, de typische vocalen van zanger en drummer Duncan Redmonds, de catchy gitaren van Loz Wong en het regelmatige gebruik van trombone en een hamond-orgel.
 Het zijn vooral de songs waarbij Snuff deze laatste twee instrumenten gebruikt zoals opener “In The Stocks”,  “Rat Run”, “All Good Things” en “EFL” die naar voor springen en de klasse van de band onderstrepen.
Snuff is duidelijk op zijn best als het al zijn muzikanten inschakelt.  De snellere hardcoresongs zoals “Mumbo Jumbo” en “I Blame The Parents” zijn iets minder gezien Redmonds dan vervalt in eentonig geschreeuw en het gitaarwerk het vooral van snelheid ipv goede melodieën moet hebben.
Desondanks is dit opnieuw een goede plaat met verschillende catchy en uiterst meezingbare nummers van een band die nog steeds flink kan rocken!

Strawberry Blondes

Nothin’ left to lose EP

Geschreven door

Ook dit jaar trekt het rondreizende punkrockfestival Vans Warped Tour doorheen de VS.  Een opmerkelijke naam die er op de bill staat is die van Strawberry Blondes.  Het gaat hier om misschien wel de grootste punkband in de UK die in het verleden het podium deelde met Rancid, Street Dogs, Bad Brains, Anti-Flag en een rist andere bekende namen.  Het drietal uit het Welsche Newport maakte sinds haar ontstaan in 2003 twee langspelers waarbij op de laatste plaat ‘Fight Back’ fijne  heren als Joey La Roccca en skalegende King Django hun medewerking verleenden.  ‘Nothin’ left to lose’ is de  nieuwe ep van Strawberry Blondes  en bestaat uit vier songs.    Wie het plaatje beluisert,  hoort uitmuntende streetpunk met sterke melodieën en heel wat singalongs.  De drie muzikanten weten  verduiveld goed hoe je een prima punknummer in mekaar knutselt.  Bij veel EP’s is het meestal enkel de titeltrack die de moeite waard is, op ‘Nothin’ left to lose’ is het onmogelijk om één favoriet te kiezen.   Het is allesbehalve toeval dat de organisatoren van de Vans Warped Tour deze heren op het spoor kwamen.  Wat ons betreft is dit plaatje verplicht voer voor fans van Rancid, The Clash en The Specials.

Foals

Holy fire

Geschreven door

We hielden al van de twee vorige cd ’s ‘Antidotes’ en ‘Total life forever’ van de uit Oxford afkomstige Foals van Yannis Philippakis die indie , postpunk en punkfunk tot een mooi homogeen geheel breien. Jawel , we noteerden frisse, aanstekelijke, avontuurlijke songs, die hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie, stuwende baslijnen, een bezwerende, opzwepende percussie, en hoekige en strakke riffs hadden , niet vies van een portie fuzz als toegevoegde waarde.
Die tweede plaat betekende alvast de definitieve doorbraak voor het kwintet , een album dat duidelijk toegankelijker en eenvormiger was door een zalvende, gelaagde opbouw.
De nieuwe cd overtuigt evenzeer, en is zeker niet mis , maar verbaast minder . Foals is en blijft goed bezig en brengt opnieuw een paar stekelige, toegankelijke catchy ‘move’ songs als “Inhaler” (knipoog naar Porno for Pyros), de happy single “My number”, en verder “Everytime” en ”Out of the woods” . Stroomstoten  dienen ze toe in het magnifieke “Providence”, de sterkste song van de plaat , én een Foals op z’n best! Er wordt pas gas teruggenomen op meer etherische materiaal als “Late night”, en de closing songs “Stepson” en “Moon” . Foals behoudt een doeltreffende aanpak , ergens dartelend,  twinkelend , ergens strak en ergens dromerig, pakkend en zacht.

Maya’s Moving Castle

Maya’s Moving Castle

Geschreven door

Een mooi debuut horen we van Maya’s Moving Castle . Terecht stonden ze al in de finale van Humo’s Rock Rally en op de Beloften in Gent . Het kwartet switcht met invloeden van de onvolprezen trippop van Lowpass, en de ijle, koele elektronica van The Knife , Bel Canto  en ons eigen Sx , gedragen door de dromerige, melancholische zang van Ann-Sophie Claeys. Door het elektronisch vernuft dringt en presenteert zich een droomwereld als een grimmige, mysterieuze, koele leefwereld op; de slepende , onrustige, dreigende als zalvende, betoverende synths , beats en percussie, aangevuld met de nerveuze en ingehouden beheerste gierende gitaar van Nele De Gussum, die Ann-Sophie in de zangpartijen bijstaat, zorgen hiervoor.
Bitterzoet materiaal , tussen toegankelijkheid en experiment, dat met “War” en “Next life” al twee sterke singles heeft. “Feed me” rockt, “Peddeas & medisande” laat iets filmisch sprookjesachtig horen , en op “Shower” en het donkere “Alas my love” vullen strijkers aan .
Maya’s Moving Castle houden we dus maar best in het oog!

Devandra Banhart

Mala

Geschreven door

Een freakfolkende goeroe zal hij wel altijd blijven , die Devandra Banhart , die een goede tien jaar terug ontdekt werd door Swans voorman Michael Gira . Het is en blijft de rode draad door heen de freewheelende stijl van z’n materiaal . Altijd wel leuk , gevarieerd , maar daarvoor niet samenhangend en steeds boeiend. Het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in de muziek en denkpiste worden op die manier wel gesteund.
Opnieuw noteren we een veertien tal nummers die de dromerige, psychedelische indiefolk ondersteunen , keurig vermengd met o.m. electrotunes (“Your fine petting duck”),  Zuiders Spaanstalig gitaargetokkel ( daar is zijn jeugd in Venezuela niet vreemd aan!) (“Mi negrita”, “The ballad of Keenan Milton” of “Taurobolium”). Af en toe gaat hij wat meer uptemo en hitsender  naar de retrorock (“Won’t you come over”) .
Voor de rest rustige voortkabbelende broeierige droomfolk pop met een alternatief kleurtje . Banhart houdt zich vast aan een aangename, ontspannende, frisse veelkleurige stijl in een ‘big smile’ concept.

And So I Watch You From Afar

All hail bright futures

Geschreven door

We waren al onder de indruk van deze Noord-Ieren uit Belfast , een trio live met vier , die ons overdonderden op hun gigs en eigenlijk boeiend en gevarieerd plaatmateriaal uithebben . Deze post/math rock band viel op door muzikale krachtpatserij en lieflijke zalving te combineren in hun instrumentale ‘soundtrack’ geluid; een geluid dat fors en krachtig, donker en dreigend, zwaar en loom kan zijn, maar door de variatie en de repetitieve ritmes evenzeer houdt van een intense sfeervolle, broeierige spanning. En hoorden we tussenin niet wat speelse humor door de handclaps en een neurie gehalte . Deze lijn zetten ze alvast verder in het nieuwe werk , dat niet voor niks ‘All hail bright futures’ noemt , want de vrolijke tunes , de mantra’s, de Caribische ritmes en blazers komen nog meer door in hun brede opzet; fris aanstekelijke , soms kernachtige (korte) songs zelfs , die niet vies zijn van wat vocoder, vervormde zangpartijen . “Big things do remarkable” en “The stay golden” trilogie zijn maar een paar voorbeelden . “Like a mouse” laat een krachtige band etaleren en “Mend and make safe” kan zo op een plaat van Battles staan door de groovy vibes .
Spannend, bedreven , groovy, meeslepend en sfeervol materiaal dus , van een band die deze keer een smiley op ons gezicht tovert .

Deep Purple

Now What?!

Geschreven door

De ouwe hardrockers van Deep Purple (of wat er nog van overschiet) hebben 8 jaar na het te verwaarlozen ‘Rapture of the deep’ nog eens een nieuwe studio plaat gemaakt. Geen mens die er zat op te wachten maar iemand vond het blijkbaar toch verantwoord. Laten we niet vergeten dat Purple, samen met Zep en Sabbath, mee de basisstenen legde van een genre dat men vroeger hard rock noemde en dat later geëvolueerd is tot metal, en nog later tot allerlei extreme (en veelal belachelijke) varianten ervan. Begin jaren 70 was Deep Purple van het hardste wat er in muzikale kringen te beleven viel, nu is het in vergelijking met vele huidige metalacts een softrock band.
‘Now What?!’ is een rockplaat geworden die nog net de groepsnaam waardig is, maar die nergens kan tippen aan klassiekers als ‘In Rock’, ‘Machine Head’ en ‘Fireball’. Daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op. Vandaar waarschijnlijk dat Purple zonodig meende het een en ander te moeten opfleuren met overtollig bombast waardoor ze al eens op het terrein van AOR rock komen. Dit is misschien goed voor de Amerikaanse markt, maar wij krijgen er puisten van. In de afsluiter “Vincent Price” komt er zelfs een koor aan te pas, hou uw kotszakje toch maar bij de hand.
Deep Purple is met gerenommeerd producer Bob Ezrin in zee gegaan, maar volgens ons hadden ze beter Rick Rubin gebeld, luister naar de laatste ZZ Top en u zal ons wel verstaan.
Oudgediende Ian Gillan weet nog wel een aardig potje te zingen, maar nergens klinkt hij echt gevaarlijk. De macho gitarist Steve Morse (een indringer, wegens geen lid van de originele bezetting ten tijde van de eerder vermelde klassiekers) doet het ook nog behoorlijk, maar hij is Blackmore niet, hé. Vooral de keyboards van Don Airey  (eigenlijk ook een bastaard, maar zat wel bij Rainbow) klinken bijwijlen vintage Deep Purple (o.m. in de degelijke rocker “Après Vous”), en dat is dan weer goed nieuws. Eén van de opflakkeringen is bijvoorbeeld “Body Line”, een funky beestje dat wel het tweelingbroertje lijkt van “No One Came” uit ‘Fireball’.
Over de ganse plaat zijn er zo nog wel flarden van de vroegere Purple die boven water komen, maar we zouden u toch aanraden om vóór uw bezoekje aan de komende Lokerse Feesten eerst even een drietal keer ‘Machine Head’ pokkenluid door uw boxen te jagen in plaats van deze ‘Now What?!’.
Voor de fans zal dit nieuwe album echter geen tegenvaller zijn, en dat is al heel wat.

Rolo Tomassi

Astraea

Geschreven door

Al een paar platen werden we ondergedompeld in de snelle , dreigende , chaotische aanpak van het uit Sheffield afkomstige Rolo Tomassi , broer James en zus Eva Spence die een unieke mengeling brengen van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend.
Op de nieuwe cd klinkt het vijfkoppig combo wel rauw melodieus , maar zalvender en toegankelijker . De tempowisselingen zijn minder overdreven en ook valt er meer afwisseling te noteren in haar zangpartijen, want onze bevallige dame kan daadwerkelijk zingen , voor wie twijfelde .
Ze hebben duidelijk hun horizont verbreed en brengen in de tien tracks een rits zorgvuldig opgebouwde composities , waarvan de afsluitende track “Illuminaire” elke modale popliefhebber zal kunnen bereiken .
Minder herrie en pletwals systematiek    de opwinding blijft en de popmelodie heeft z’n weg gevonden .

Pagina 261 van 394