logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...
CD Reviews

Metallica

Death Magnetic

Geschreven door

Ik wil deze review niet zo cliché beginnen met bv. woorden als “Na bijna twintig jaar…” en blablabla over ‘St. Anger’. Eigenlijk is een review over het meest besproken album van het jaar wat overbodig, want de meningen over deze plaat zullen ongetwijfeld heel verdeeld zijn. Maar ja, hier is hij toch!
Is Metallica er in geslaagd weer een lekkere Metalplaat op te nemen? Ja!
Is St. Anger vergeven en vergeten na het beluisteren van deze cd? Jazeker!
Is dit een tweede ‘Master Of Puppets’ of ‘Ride The Lightning’? Nee.
Ondanks het feit dat het er soms weer lekker thrashy aan toe gaat en enkele elementen uit de eighties om de hoek komen kijken, is Metallica er in geslaagd iets nieuws te creëren in plaats van een kloon te maken van één van hun oudere werkjes. ‘Death Magnetic’ is een heel gevarieerde plaat geworden met voldoende afwisseling tussen thrashy riffs, ’90 era riffs en zelf soms eens een riff die niet misstaan zou hebben op ‘St. Anger’, wat zeker geen minpunt is natuurlijk.
Deze langverwachte plaat begint strak met het thrashy “That Was Just Your Life”, gewoon een lekker nummer in de stijl van nummers als “Battery” en “Blackened”. Zelf de zang van Hetfield doet terug wat denken aan …And ‘Justice For All’. En we zijn natuurlijk heel blij dat de harmonic passages en old skool solo’s terug zijn, wat toch wel een sterk gemis was op de vorige platen. “The End Of The Line” start met de riff die we al kenden van “The New Song”. Hier komt soms al eens een riff langs die nieuw is voor Metallica. Het enige minpunt aan dit nummer is de cleane passage, dat toch wel onpassend overkomt mijns inziens.
Met “Broken, Beat And Scarred” gaat Metallica dan weer een totaal andere kant op dan we van ze gewend zijn, maar het klinkt allemaal heel leuk en dynamisch. Dit wordt een klassieker.
”The Day That Never Comes” was de eerste single van dit album en dat wat denken aan een moderne versie van “One”. Het begint als een ballad in de stijl van “Fade To Black” en “Welcome Home (Sanitarium)”, maar gaat verder in een chaos van riffs waar je toch wel even aan moet wennen.
”All Nightmare Long” is één van mijn favorieten van het album, dat zeker live veel succes zal kennen. Dit nummer heeft gewoon alles. Lekkere riffs, een bijzonder catchy refrein, de nodige solo’s en een hoog verslavingsgehalte(wat op heel dit album van toepassing is eigenlijk).
”Cyanide” was het eerste nummer dat we te horen kregen van ‘Death Magnetic’, maar dan in een live versie. Toen leek dit nummer een topper, maar nu je het op het album hoort tussen de andere songs klinkt het een beetje als het zwakke broertje. Wel enkele lekkere riffs en een solo om u tegen te zeggen, maar de volmaaktheid van nummers als “All Nightmare Long” ontbreekt.
”The Unforgiven III” is een nummer dat ongetwijfeld voor veel reacties zal zorgen. Na een piano- en trompetintro krijgen we een nummer voorgeschoteld dat niet misstaan zou hebben op ‘Reload’, maar dan als het nummer dat net te goed was om op het album te mogen staan. Want ik vind dit een klassenummer, vooral de overgang naar de solo en de solo zelf zijn zoals ik het graag heb.
Dan is het tijd voor alweer een knaller, getiteld “The Judas Kiss”. Heavy riffs, een killer refrein en de langste solo die op heel dit album te vinden is. Heerlijk!
Met “Suicide And Redemption” hebben we er een instrumentaaltje, maar het lijkt eerder op een opgenomen jamsessie. Zelf na meerdere luisterbeurten weet dit nummer me maar niet te boeien en het kan in de verste verte niet tippen aan een “Call Of The Ktulu” of een “Orion”. Het is duidelijk dat Cliff Burton zorgde voor dat speciale element in de instrumentale nummers van Metallica. Daar kunnen we gewoon niet onderuit. En tenslotte zijn we aangekomen bij “My Apocalypse”, wat het laatste nummer van dit album is. Zelf de grootste Metallica basher moet toegeven dat weer pure klasse is!
Metallica is duidelijk terug Thrash met dit nummer, en James Hetfield klinkt soms zelf als Tom Arraya van Slayer. Kortom, een waardige afsluiter voor een album van topformaat. Metallica heeft de weg naar de Metal terug gevonden, misschien kunnen we over een goeie vijf jaar wel een album verwachten dat nóg beter is en het oude werk nóg dichter benadert. Maar een album met dezelfde kwaliteit als ‘Death Magnetic’ zou ook al heel goed zijn voor mij.

Lambchop

Oh (Ohio)

Geschreven door

Nashville’s most fxx –up country band Lambchop, onder zanger/gitarist en componist Kurt Wagner is al 15 jaar bezig en al toe aan hun tiende plaat. Wagner heeft zich met z’n Lambchop een eigen unieke weg geplaveid binnen de alt.country/americana. Slowmotionmusic en elegante haardvuursongs, die goed zijn, maar een beetje teveel van hetzelfde zijn, en dus niet meer écht verrassen. Een sfeervol, melancholisch, dromerig, somber geluid van rustig voortkabbelend materiaal, waarbij de vroegere soul en jazzy invloeden op het achterplan zijn en  Wagner er lappen tekst tegen aan gooit. In deze muzikale wereld is en blijft Lambchop koning!
Elf songs die soms markante songtitels hebben (o.a “National talk like a pirate day” en “Sharing a gibson with Martin Luther King, Jr”), maar die zich spijtig genoeg niet meer onderscheiden.

O’Death

Broken hymns, limbs and skin

Geschreven door

Het New Yorkse kwintet O’ Death kwam vorig jaar in de belangstelling met hun tweede cd ‘Head home’. Ze geven op hun opvallende crossover van rauw rammelende rock’n’roll, country, punk en folk er nog ne ferme lap bij!
De songs worden in een moordend tempo gespeeld; het lijken we zeemansliederen, waarbij het krachtige gitaargetokkel op de banjo, de zwierige vioolpartijen en de opzwepende strakke drums je huiskamer ombouwen tot een party zaal. Ze staan bol van verrassende wendingen en gaan van een gematigd tot een meer uptempo aanpak. Een paar songs minderen vaart en hebben eerder een broeierige opbouw.
Heerlijke muziek van een band die zich ergens tussen The Pogues en Kaizers Orchestra bevindt. Een verdiende wild card voor de dranktent te Dranouter!

Stereolab

Chemical Cords

Geschreven door

Het Britse Stereolab brengt al 15 jaar lang een vertrouwde psychedelische poptrip, onder de onderkoelde zang van Laetita Sadier. Sadier blijft een productief beestje, want de naast de band is ze nog bezig met een eigen project Monade.
We horen doorsnee dromerig, repetitief opbouwende songs bepaald door elektronica, piano, bleeps en strijkerpartijen, een zweverige zang en “Oohaahs” in de backing vocals, zoals op “Neon beanbag”, “One finger symphony”, “Self portrait with electric brain” en “Daisy click clack”. Een aangenaam tussendoortje is het instrumentaal krachtige “Pop molecule”. En op “Valley hi!” en “Silver sands” heeft een poppy geluid de bovenhand. De elektronica soundscapes en de in het Franse gezongen nummers van Sadier dompelen ons onder in een typisch ‘50’s Franse film sfeertje.
Binnen de indie/popelektronica weet deze band door de jaren nog steeds varianten aan te brengen, waardoor Stereolab z’n aanstekelijk fris karakter behoudt.

Madonna

Hard Candy

Geschreven door

Ze mag dan al 50 zijn , ze slaagt er nog steeds in haar stempel te drukken binnen de hitparade met beminnelijke groovy popdance. De hitpotentie is hoog op het eerste deel van de cd: “My candy shop”, “4 minutes”, “Give it to me” en “Heartbeat”. Op vorige platen deed ze beroep op William Orbit, Mirwais en Stuart Price en kwam het pompend beatje, de discotune en de trance in de spotlight. Ze deed appèl voor deze plaat op The Neptunes, Timbaland en Justin Timberlake, wat ervoor zorgde dat haar eigentijds commerciële popdance (met computerbeats, synthi en basslines) beïnvloed werd door hiphop en r&b. Maar spijtig klinkt het tweede deel van de cd matig, gewoontjes tot zelfs inspiratieloos, waardoor de plaat zich niet kan onderscheiden van het vorige ‘Confessions on a dancefloor’.
’Hard Candy ‘ bevat een handvol sterke singles, waar ze er soms flink tegenaan gaat maar al gauw slaat de verveling toe …

Styrofoam

A thousand words

Geschreven door

Het Antwerpse Styrofoam liet z’n melancholisch indiepop verleden van bands als DCFC en The Notwist grotendeels achterwege. Enkel de titelsong en “Lil white boy” refereert nog aan vroeger. De nieuwe plaat ‘A thousand words’ bevat frisse, aanstekelijke, sprankelende en dromerige popsongs. De factor hitgevoeligheid is groot, want het zijn leuke, prettig in het gehoor liggende songs met een dansbaar beatje en meezingbare, fluitende refreinen. “Microscope”, “The other side of town” en “Bright red helmet” klinken prachtig.
Spil Arne Van Peteghem liet een pak artiesten meezingen op z’n songs: Jim Adkins van Jimmy Eat World ondersteunt “My next mistake”, en de dames Erica Driscol op “No happy endings” en Lili De La Mora op “No deliveries list” zorgen vocaal voor een push binnen de sfeervol ontspannende aanpak!
Enkel het afsluitende “Final offer” valt uit de toon door de ongepaste vocodervocals, maar verder niks dan lof voor deze speelse plaat

Shearwater

Rook

Geschreven door

Een interessante plaatje is afkomstig van Shearwater, rondom zanger/componist Jonathan Meibur en Will Sheff, die vroeger deel uitmaakten van het onvolprezen Okkervil River. Shearwater is een beminnelijke band, die doet denken aan Beirut door gevoelige, breekbare en sfeervolle indiefolk/americana te spelen, onder de hoge vocals van Meiburg. De band is vernoemd naar een zeevogel, want Meiburg houdt zich naast liedjesschrijven graag bezig met vogels bestuderen.
Shearwater biedt kleurrijke songs, “Leviathan, bound” en “The hunter’s star”, die klinken als een Elbow, door de strijkerpartijen, blazers, xylo en piano. Een intieme aanpak horen we op “I was a cloud”, “Home life” en de titelsong. Of je word wakker geschud met “Century eyes, een stevige rocker. Opvallendste nummer is “The snow leopard”, een aan Radiohead gelinkte song door de intens broeierige opbouw en sterke vocals.
’Rook’ is een toegankelijk overtuigend plaatje van een band die het verdient door te breken …

Katra

Beast Within

Geschreven door

Katra heeft een goed jaar achter de rug. Na het succes van hun single “Sahara” volgde hun debuutalbum en een tour door Finland. Daarna kregen ze nog eens een aanbod van platenlabel Napalm Records ook. Met dat label hebben ze een nieuw album opgenomen, getiteld ‘Beast Within’.
De Finse Gothic Metal formatie is trouwens niet genoemd naar de gerechtsdeurwaarder van de Nationale Loterij, Meester Katra, maar naar zangeres Katra Solopuro. Wat wel vaker het geval is bij dit soort bands…
Starten doen we met “Grail Of Sahara”, wat mijns inziens toch een ietwat saai nummer is dat me niet kan boeien. Ook Katra’s stem heeft me nog niet weten vast te grijpen, ondanks het feit dat ze soms wat klinkt als een kruising tussen de huidige en vorige zangeres van Nightwish. Het is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven, elke Gothic Metal zangeres zal worden vergeleken met Tarja Turunen. Daar kunnen we nu éénmaal niet onderuit. “Forgotten Bride” is ook zo’n tamelijk rustig nummer met de typische Gothic Metal sfeer. Na het al even middelmatige “Beast Within” wordt het tijd voor wat zwaarders. “Fade To Gray” begint lekker heavy, maar weet me toch niet bij de strot te grijpen. Had Katra de zanglijnen wat anders aangepakt, dan kon het nummer mij misschien nog overtuigd hebben.
”Swear” begint als het nummer waar ik op zat te wachten, met een tamelijk folky intro. Dit is het beste nummer tot nu toe. Het enige minpuntje is de zang in de strofes, die naar mijn mening toch wat hoger of gevarieerder had mogen zijn. Na een zeikerig “Promise Me Everyting” komt “Mystery”, wat ook tot de betere nummers van dit tot nu toe heel middelmatig album behoort.
Eigenlijk hoef ik niet verder meer te gaan. Ook de rest van het album kan mij maar niet overtuigen. Dit is een heel middelmatig en ongeïnspireerd album dat beslist geen luisterbeurt waard was. Fans van Gothic Metal, ga jullie nog wat gaan amuseren met een plaat van Epica, After Forever of Within Temptation. Dit geval kunnen jullie gerust links laten liggen, tenzij jullie nog een onderlegger nodig hebben natuurlijk.

Endless Boogie

Focus Level

Geschreven door

Kan een groepsnaam ooit beter gekozen zijn ? Deze New Yorkers noemden hun band naar een plaat van wijlen John Lee Hooker en zitten er hier mee patat op. Eindeloze boogie in songs die zonder moeite de 10 minuten grens overschrijden. Lange lellen , prettig gestoorde jams voorzien van geschifte vocals, denk hierbij aan Captain Beefheart of aan een ontspoorde Mick Jagger. Wat dacht u hiervan : 10 songs, 80 minuten !! Moordend  slepende brokken als “Executive Focus” en “The mainley vibe”, hypnotische en bezwerende trips met kronkelende gitaren die steeds dieper in uw aderen sluipen. We hebben het de laatste tijd niet veel bands weten doen, met uitzondering van de geweldige Black Mountain dan, of Brightblack Morning Light misschien, maar dan beschouwen deze laatste toch wel als de light versie van Endless Boogie.
Opener “Smoking figs in the yard” is zowat de strafste dirty rocker die we dit jaar al gehoord hebben, de vuilste Stones die in een samenzwering met Captain Beefheart de duivel oproepen en de meest smerige gitaren die van geen wijken willen weten. Endles Boogie bedient zich verder van een soort desert boogie in “Gimme the awesome”, alsof Kyuss zich aan de blues waagt. Op “Steak rock” is een AC/DC riff in de koffiemolen blijven haperen en is dat uitgegroeid tot een sluimerende motherfucker van een song.
“Coming down the stair” is Status Quo op hun smerigst en in “Jammin’ with top dollar” wordt Canned Heat’s “fried hockey boogie” nog eens overgedaan maar dan onder invloed van een kilo spacecake en liters Jack Daniels. Wat er met ZZ Top zou gebeurd zijn als die samen met Captain Beefheart drie dagen aan een stuk onophoudelijk aan de drank, drugs en slechte wijven hadden gezeten hoort u op de 16 minuten-lange LSD trip “Low life”, waarin de groep klinkt alsof ze iets voorbij halverwege de song in slaap tuimelen en ondertussen de meest fantastische klanken uit hun gitaren blijven rollen.  De zanger  gorgelt, kreunt en gromt meer dan ie zingt, stel u min of meer een gedrogeerde brulkikker voor met een voorliefde voor dirty rock’n’roll en mean ass blues. De plaat eindigt met een vlammend  “Move back”, zowaar een song van minder dan drie minuten die rockt als de beesten (ratelslangen, pitbulls en hondsdolle bizons).
Geweldige plaat is dit, maar als u niet van lange uitgesponnen geschifte seventies rock en ontspoorde bluesjams houdt dan blijft u hier beter af. Wij daarentegen zijn er compleet zot van.

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

Pagina 363 van 394