logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Deadletter-2026...
CD Reviews

Big Red Fire Truck

Trouble in Paradise EP

Geschreven door

Big Red Fire Truck is een relatief nieuwe Australische band die de gloriedagen van Van Halen, Aerosmith en Bon Jovi wil laten herleven in hun songs. Andere inspiratiebronnen die ze vermelden zijn The Darkness en Crazy Lixx. De spandex/hair/glam-metal dus. Op hun EP ‘Trouble in Paradise’ weten ze de juiste snaar te raken en zit de vibe van hun grote voorbeelden al zeker in de tracks.
Deze EP omvat slechts zes tracks en de eerste, “Neon Sunsets”, telt eigenlijk niet mee. Dat is meer een synth intro (zoals Van Halen klonk ten tijde van “Jump”) en niet echt een volwaardig nummer. Het zet wel een heel herkenbare 80’s rock-sfeer neer.
De echte albumopener is titeltrack “Trouble in Paradise” en dat is volbloed hairmetal: macho-romantiek in de lyrics, heel klassieke en degelijke hardrock zoals in de jaren ’80, akkoorden die je enkel wijdbeens kan spelen, catchy en direct meezingbaar, … Hetzelfde geldt in grote lijnen voor “Love Bite” en “Psychotropic Thunder”. Het verschil met songs van Bon Jovi of The Darkness is dat het in de lyrics vaak vaag of onbestemd blijft. Het is bij de eerste luisterbeurten dan wat moeilijk om in te schatten waar de songs nu eigenlijk over gaan. Maar het klinkt wel allemaal cool en spannend, en afgelikt. Alleen bij “Hot Summer Nights” zijn we van bij de eerste luisterbeurt zowat zeker wat het onderwerp van de teksten is. Muzikaal is deze laatste track van de EP helemaal een doorslagje van The Darkness.
Er zit hier en daar een klein beetje humor in, maar dit is niet zo’n parodieband als Steel Panther. De liefde voor het genre en het tijdvak, in al zijn facetten, is hier een stuk oprechter.
Een bijzonder leuke EP heeft Big Red Fire Truck hier afgeleverd. Het enthousiasme en spelplezier spatten ervan af op ‘Trouble in Paradise’. Het is een tijdscapsule die je 40 jaar terugvoert. In Geraardsbergen hebben ze met WildFest een festival waar deze Australiërs perfect in het plaatje zouden passen.

https://www.youtube.com/watch?v=lQE4pI8urJc

Rhoda Dakar

Version Girl

Geschreven door

Rhoda Dakar’s naam zal voor altijd verbonden blijven aan The Bodysnatchers, haar all-female 2-tone ska-band uit begin jaren ’80. Daarna werkte ze nog mee aan een album van The Special AKA (van “Free Nelson Mandela”) en waren er nog samenwerkingen met Madness en the Beat.
In de covid-periode startte Rhoda Dakar met het opnemen van covers van ‘gewone’ popsongs in een reggae/ska/rocksteady-jasje, zoals Madness en UB40 dat eerder al deden. Ze gaat er daarbij van uit dat elke song ook een reggae-versie verdient en met haar album ‘Version Girl’ wil ze alvast enkele bijdrages aan die stelling leveren.
Het moet gezegd: Rhoda Dakar weet op dit cover-album vaak de juiste snaar te raken. Ze speelt met ritmes en woorden. De originelen zijn soms heel duidelijk en soms nog net herkenbaar.
Het album begint met “Version Girl” van Dandy Livingstone. Rhoda’s alleereerste studio-opname was al een cover van Livingstone. Mooi als symboliek, maar UB40 leverde ons eerder al een betere versie.
“Stop Your Sobbing” van The Pretenders en “What A Wonderfull World” van Louis Armstrong krijgen een vrolijk rocksteady-jasje. Armstrong was een persoonlijke vriend van Rhoda’s vader. “Everyday Is Like Sunday” van Morrissey lijkt op papier een onhaalbare kaart om in een ska/reggae-versie te gieten, maar Rhoda Dakar maakt er een prachtige, slepende reggae-shuffle van.
Lou Reed’s “Hangin’ Round” (uit ‘Transformer’) klinkt op dit album een heel stuk zonniger dan het origineel. Hetzelfde geldt voor “Song To The Siren” – origineel van This Mortal Coil: nog steeds een brok terurnis, maar nu met warme tranen en mijmerend als bij een ondergaande zon op een eenzaam strand. “Walking After Midnight” van Patsy Cline krijgt een springerig ska-jasje aangemeten en kan misschien het minst overtuigen van dit album.
Van David Bowie’s “The Man Who Sold The World” zijn al een paar covers gemaakt. Iedereen kent die van Nirvana of Jasper Steverlynck. Wat Rhoda Dakar er allemaal mee doet grenst aan het onmogelijke. Nochtans voegt ze niet veel meer toe dan een zuinig en über-eenvoudig ska-ritme. En dat is genoeg om je als luisteraar op het verkeerde been te zetten. Tussen je oren moet je kiezen tussen heupwiegen op het kabbelende ritme of het volgen van de oorspronkelijke melodie. Hetzelfde geldt voor “As Tears Go By”, de song die Jagger en Richards cadeau deden aan Marianne Faithfull. Het vrolijke ska-ritme biedt een mooi contrast met de gebroken harten in de lyrics. Alleen een beetje jammer van die strijkers. Dat had ook gewoon een zoemende ‘80’s synth mogen zijn. Maar het effect is hetzelfde als bij de Bowie-cover: een nieuwe bitterzoete laag wordt toegevoegd.
“Comme Un Arbre (Dans La Ville) van Maxime Le Forrestier is de vreemde eend in de bijt. Niet alleen vanwege de lyrics in het Frans. Het is ook in het algemeen een veel minder bekend nummer dan de andere covers. Wel mooi gezongen, en bijna accentloos. Rhoda’s vader verblaaf vaak in Parijs en hij sprak vaak Frans met zijn nichtje. Zo heeft ook Rhoda de liefde voor het Frans opgepikt.
Op “Love Hurts” (van Nazareth) maakt Rhoda Dakar er zich misschien wat makkelijk van af. Hier voegt ze maar weinig toe van zichzelf aan deze klassieker.
Dit cover-album sluit af met een klapper. Elvis Costello is een generatiegenoot van Rhoda Dakar en was de producer van het The Special AKA-album waar Rhoda aan meewerkte. Ze brengt Costello’s versie van Nick Lowe’s “Peace, Love And Understanding” terecht nog eens onder onze aandacht met haar herwerking. De boodschap(pen) in de lyrics kunnen we vandaag opnieuw hard gebruiken. En ze maakt er muzikaal ook nog eens een feestje van met heel degelijke, fruitige reggae.

Version Girl | Rhoda Dakar (bandcamp.com)

Tailgunner

Guns For Hire

Geschreven door

Mijn eerste indruk over het debuutalbum van Tailgunner was dat deze Britten het zoveelste metalbandje in de rij vormden die makkelijk probeert te scoren met songteksten over oorlog en stoere gevechten, maar die niet de moeite genomen hebben om een geschiedenisboek open te slaan. Een tailgunner is diegene die vroeger in een gevechtsvliegtuig achter de piloot het machinegeweer bediende. Het is ook een song van Iron Maiden, één van de inspiratiebronnen van de band.
Officieel werd Tailgunner opgericht in 2018, hoewel de band pas echt in 2022 actief werd. De meeste bandleden zaten in de band Midnight Prophecy of hadden daar toch iets mee te maken. Midnight Prophecy werd opgedoekt en Tailgunner heeft z’n zaakjes voor elkaar. Ze rijgen in hun tweejarige bestaan de mooie supports aan elkaar, staan in de UK op leuke festivals en ze staan klaar om het Europese vasteland te veroveren. Ze mochten een platendeal tekenen bij Fireflash Records. Dat is een nieuw sublabel van Atomic Fire Records (Opeth, Epica, God Dethroned, …). Voor de mix van het album konden ze rekenen op Olof Wikstrand van Enforcer en voor de boekingen zitten ze nu ook bij hetzelfde agency als dat van Enforcer. Al die mensen geloven in Tailgunner en willen er zelfs geld in investeren, dan zullen ze toch wel iets goed doen?
Tailgunner geeft nieuwe zuurstof aan een misschien ietwat belegen genre als heavy metal. Ze kruiden hun klassieke heavy metal met speedmetal en thrash, zoals Evil Invaders dat eerder ook al deden. Het tempo van de tracks ligt gemiddeld hoog, de catchy solo’s en andere knappe riffs vliegen je als kogels rond de oren en ook in compositie en refreinen krijgen ze een ruime voldoende. Craig Cairns is bovendien een uitstekende zanger. Hij heeft misschien niet het bereik van een Bruce Dickinson of een Rob Halford, maar wel een aangename stem. En hij weet waar zijn grenzen liggen. Tailgunner is een mooie aanwinst in de vijver waarin ook Martyr, Thorium, Coffin Hunters, Warkings en Lord Vulture zitten. Inspiratie vinden ze vooral bij Iron Maiden, Helloween en Judas Priest, maar waarschijnlijk ook bij Artillery, Demon of Tytan.
Wat moet je onthouden van hun debuutalbum ‘Guns For Hire’, behalve de Eddie-van-de-Aldi in het artwork? Om te beginnen staat het vol met snedige heavy metal. Het album opent met “Shadows Of War”, met een beetje een atypisch, vals-traag ritme. Subliem en tegelijk heel klassiek gitaarwerk. Een deel daarvan komt van Nederlander Patrick van der Völlering. Die is één van de twee gitaristen op het album (en het enige bandlid zonder Midnight Prophecy-connectie), maar hij heeft Tailgunner inmiddels verlaten. De band zoekt nog een vaste vervanger.
De tweede track op het album is titeltrack “Guns For Hire” en die heeft wel een pittig drum-tempo, waardoor ook de riffs een pak sneller gaan. Heel aanstekelijk en meebrulbaar. Hetzelfde geldt in grote lijnen voor de volgende tracks: pittig tempo, catchy, uitmuntend gitaarwerk, degelijke zang, … De nummers zijn ondanks de vele gemene delers in muziek en teksten toch goed van elkaar te onderscheiden. Het klinkt allemaal heel klassiek, en toch is het lang geleden dat een band ons nog zo kon enthousiasmeren met zo’n klassieke aanpak.
De lyrics vormen het zwakste punt. Je kan ze eigenlijk op elke oorlogs- of gevechtssituatie toepassen. Sommigen vinden die universaliteit een troef, voor anderen is het net een gebrek aan authenticiteit en herkenbaarheid.
Er zijn een paar tracks die een stukje boven de andere uitsteken. “Futures Lost” (voor zijn knappe solo’s) en “New Horizons” (voor de knappe intro) en het aanstekelijke “Blood For Blood” (met aangename samenzang). Het lekkerste stukje van deze pie is “Rebirth”. Een epische track van bijna negen minuten met een knappe intro die met veel geduld opgebouwd wordt en van bij de intro grote verwachtingen losmaakt bij de luisteraar. Als de vocalen invallen, zakt de track even wat in, maar dat weet Tailgunner mooi te herstellen, en vanaf daar ontvouwt zich een hoorspel in drie of meer bedrijven. Knap gedaan en het verveelt voor geen seconde.
Tailgunner heeft met ‘Guns For Hire’ een knap album uit. Of ze er ook Vlaanderen en de rest van de wereld mee zullen veroveren, dat valt nog af te wachten. Maar hun enthousiasme werkt alvast aanstekelijk.

https://www.youtube.com/watch?v=j2TkDinQsv4

Fragmentum

The Cougar -single-

Geschreven door

Fragmentum borduurt na het album ‘Masters Of Perplexity’ uit 2021 en single “Quirigua Successors” uit 2022 voort op het thema van de Maya’s voor hun nieuwe single “The Cougar”. Wat een agressieve intro en wat een vette productie. Een lekker pittig tempo en een meebrulbaar refrein. De song wordt in twee gedeeld met een synth/sfeer-stukje waarin de spanning niet verloren gaat. Knap gedaan. Behalve het thema van de lyrics had dit op een album van Amon Amarth kunnen staan.

Met twee prima singles kan een nieuw full album nu niet meer ver af zijn.

The Cougar - YouTube

Oorpool

Catherine -single-

Geschreven door

Het duo achter Oorpool wisselt sinds 2020 eigen nummers in het Nederlands af met Engelstalige covers van bijvoorbeeld Nick Cave of the Waterboys. Deze “Catherine” schaakten ze weg bij PJ Harvey, van haar album ‘Is This Desire?’.
In het intussen herkenbare Oorpool-jasje klinkt deze song eerder als iets van Depeche Mode. Niet zo synthwave-dansbaar als vorige covers, wel met een nerveus ritme en met hetzelfde donkere randje als het origineel. Polly Jean zingt “Catherine” als een breekbare, trieste murderballad, terwijl bij Oorpool de vocalen blaken van (masculien) zelfvertrouwen, waardoor de boodschap een andere invulling krijgt. Knap gedaan.
Je vindt “Catherine” op Spotify.  Catherine - Single by Oorpool | Spotify

Paris Texas

Bird In Hand

Geschreven door

Paris Texas is een akoestisch quintet uit Antwerpen. Sinds 2018 brengt de band eigen werk met invloeden uit americana, countrymuziek en bluegrass. Hun muziek staat bekend om de herkenbaarheid en melodie, met een steady groove, hot picking en verfijnde samenzang.
In 2019 bracht Paris Texas het debuutalbum ‘When You’re Gone' uit en trad de band op in België en daarbuiten, waaronder het Omagh Bluegrass Festival in Noord-Ierland en het Rotterdam Bluegrass Festival. Tijdens de pandemie bleef de band creatief en gebruikte de tijd om nieuwe nummers te schrijven. In het voorjaar van 2022 dook Paris Texas de studio in om het tweede album ‘Bird In Hand' op te nemen.
Het is een verzameling van akoestische originals waarbij thema's van vergankelijkheid en coming of age zich door de nummers weven. De band wordt op het album bijgestaan door Tijl Piryns op drums (You Raskal You, Joni Sheila), Bart Vervaeck op pedalsteel (Compro Oro, Little Kim, Steven Troch Band, Bruno Deneckere, …), Ludo Lieckens (harmonium) en de Amerikaanse Laura Cortese op viool.
“Sometimes It’s Harder Getting Up Than Falling Down” is een heel aangename americana/akoestische countrysong die in een Nederlandstalige versie van goudwaarde zou kunnen zijn voor Guido Belcanto. “Golden Leaf” is een parel van harmonische samenzang. Titelsong “Bird In Hand” is een tearjerker over een gebroken hart. “Train Train” is geen cover van Blackfoot of Shorty Medlocke, wel een heel aangename song die heel Amerikaans klinkt. Dat kan je van dit volledige album zeggen, maar hier is het echt uitgesproken.
“Where Did The Years Go” kabbelt rustig voorbij en ook het licht swingende “Sweet Goodbyes” schildert een glimlach op je gezicht. “Willow Tree” klinkt heel vertrouwd in zijn overdadige melancholie en liefdesverdriet.
‘Bird In Hand’ is een heel aangenaam luisteralbum van internationaal niveau.

https://www.youtube.com/watch?v=2h5w2KTZcf0 

Teri Gender Bender

Outsiders EP

Geschreven door

Teri Gender Bender is de frontvrouw van Le Butcherettes, niet onbekend in het Belgische clubcircuit, en ze zit in nog wel meer muzikale projecten. Als Teri Gender Bender brengt ze sinds 2014 haar solo-materiaal uit. Iggy Pop is fan en zo zijn er wel meer.
Op haar EP ‘Outsiders’ brengt zo aangename, licht-rammelende avantgardepop. Meestal klein in bandbezetting (drum, bas en gitaar) en productie. De leukste song op deze EP is “Sideways”, met veel verwijten in de lyrics en met een vibe die Le Butcherettes verbindt met Iggy Pop. De andere songs zijn best oké, maar net iets minder memorabel.
Een tweede hoogtepunt in deze verzameling van vijf songs is “Walk Into My Everything”. Een beetje Breedes meets PJ Harvey meets This Mortal Coil. Mooi en muzikaal liefelijker dan we van Teresa gewoon zijn.
“You Won The Man” opent als het neefje/nichtje van “Sheela-Na-Gig” van PJ Harvey. “Stupid Love Song” kan maar matig bekoren. Meer een verzameling van een paar half-goede ideetjes dan echt een volwaardige song. “What Do You Want Me To Do” klinkt minder bedreigend dan wat de lyrics laten vermoeden.

‘Outsiders’ is een aangename EP maar de kwaliteit is niet constant genoeg om dit als fantastisch te catalogiseren.

https://terigenderbender.bandcamp.com/album/outsiders

Ina Rose

Look Down On Me -single-

Geschreven door

Ina Rose is één van de coming ladies van de country in Vlaanderen. Haar nieuwe single is ronduit prachtig en betekenisvol. Met lyrics over eigenwijs je eigen weg zoeken, ondanks het oordeel van anderen. Een houding die we zowel in de muziek als daarbuiten kunnen waarderen.
“Look Down On Me” heeft een catchy refrein dat je direct kan meezingen, een nagenoeg perfecte productie en mix, mooi ingezongen, …. What’s not to like? De productie was in de bekwame handen van Nick Jongejan (The Young River, The Martial, Amber Kamminga, Billy Bray Band, The Hillbilly Moonshiners, …). Mart Van BIghelaar van The Martial schreef mee aan deze single.

Blues/Country
Look Down On Me -single-
Ina Rose
 
https://www.youtube.com/watch?v=F68yDa13YIA

Fire Down Below

California -single-

Geschreven door

De Gentse stoner-rockers van Fire Down Below stellen op 9 september hun derde album ‘Low Desert Surf Club’ voor in Trefpunt in hun thuisstad Gent. Wie vol ongeduld zit te wachten op dat nieuwe werk kan op Bandcamp al luisteren naar “California”, de eerste digitale single.
De productie was in handen van Nick DiSalvo van de Amerikaanse band Elder en de opnames gebeurden in Duitsland. “California” is desert-stoner pur sang in de goede traditie van Kyuss, Monster Magnet en Cowboys & Aliens.
Het Gentse viertal zet een massieve wall of sound neer over een stampvoetend tempo en een catchy, meezingbaar refreintje. Een knappe single die ons bijna helemaal omverblaast en die ons doet verlangen naar dat nieuwe album.

https://firedownbelow.bandcamp.com/album/low-desert-surf-club

Sigur Rós

ÁTTA

Geschreven door

Je zou, tussen al dat festival geweld, bijna over het hoofd zien dat Sigur Rós een nieuw album uit heeft. Het eerste album in tien jaar wat niet meteen verwonderlijk is want ze hadden in die lange periode dan ook wel wat katjes te geselen rond vermeend kindermisbruik door de drummer, het vertrek van de toetsenist en vermeend belastingontduiking van de band. De nummers werden opgenomen op verschillende plaatsen: hun eigen studio in IJsland, de Abbey Road Studio in London en op nog enkele locaties in de U.K. en de USA.

Het schrijven van ATTA begon in 2019 toen Jonsi (gitarist/zanger) en Holm (bassist) herenigd werden met toetsenist Sveinsson die de band in 2012 had verlaten. Voor deze plaat werd beroep gedaan op onder andere het London Contemporary Orchestra en de blazerssectie van Brasgat i Bala. Verder wilde men een plaat maken die mooi was en die brak met het eerder agressiever klinkende ‘Kveikur’ uit 2013.
Hen live aan het werk zien met deze plaat zal moeilijk worden want ze doen een selecte toernee waarbij ze telkens samen met een orchestra zullen optreden. De data zijn helaas blijkbaar al allemaal uitverkocht. Hier en daar treden ze ook op zonder orkest zoals laatstleden in Werchter waar ze het publiek in de Barn in vervoering brachten.

De plaat dan zelf: die klinkt heel etherisch, weids, stemmig en eclectisch. En we mogen naast de dosis melancholie en emotie alsook de termen orkestraal en groots in zijn kleinheid niet vergeten te vermelden. De stem van Jonsi klinkt weer engelachtig en haast wereldvreemd. De songs zijn eerder soundscapes ipv nummers.
De instrumentatie is deze keer iets klassieker en minder experimenteel dan we dikwijls van hen gewoon zijn maar het resultaat is daarom niet minder doeltreffend.
De tracks die er voor mij het meest uitspringen zijn “Kettur” met zijn hartslag drum, “Mór met zijn gezang en strijkwerk, de opbouw van “Andrá” en de warmte van “Gold”.
Het album is naar Sigur Rós normen een degelijke en goede plaat geworden. Daarmee is ze kwalitatief en muzikaal een plaat waar nog steeds velen niet aan kunnen tippen. Soms vind ik dat ze de grandeur op sommige momenten ietsje meer hadden mogen temperen. Het had, mijn inziens, soms de song nog beter doen uitkomen., o.m. op “Fall”. Ik spreek nu wel over detail kritiek.
Het is ook een plaat die eigenlijk één uitgesponnen soundscape is geworden. Sigur Rós is terug en dat werd tijd. Dat ze dat dan met deze kwalitatieve langspeler doen is mooi meegenomen.

Pagina 40 van 396