logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
avatar_ab_13
CD Reviews

Benjamin Clementine

At least for now

Geschreven door

Een speciaal debuut is afkomstig van de zanger/pianist Benjamin Clementine van Brits/Ghanese afkomst . De songs profileren zich binnen een klassiek patroon , hebben een soul jazzy invloed en schuwen zelfs een operasfeertje niet . Een soort muzikale poëzie , sfeervol als gedreven, die je weet te raken, en geïnjecteerd door zijn vaardig direct stemgeluid en praatzang. Contrabas , viool vullen mooi aan om die unieke artistieke sfeer te beklemtonen. We horen ergens Anthony Hegarty als Nina Simone . Hij heeft met “Cornerstone” , “Quiver a little” twee puike songs uit die het album samenvatten .

Neon Electronics

ne

Geschreven door

We zullen ze missen Neon Judgement van TB Frank en Dirk Da Davo … Dit jaar geven ze hun afscheidstour . Maar volledig opgeborgen is het niet , gezien vanuit dit sfeertje Dirk Da Davo al een pak jaren zijn Neon Electronics als troetelkind heeft, waar natuurlijk elektronica en wave met elkaar verweven  zijn. In de drummachines is de invloed van Neon Judgement onmiskenbaar , maar ook een Front sijpelt hier sterk door in de  ritmische elektronica songs, van synths’n’grooves, en pulserende , doordrammende beats , die donker, bezwerend, repetitief  en aanstekelijk , opzwepend , dansbaar zijn .

De eerste songs huiveren op die manier en vanaf song vijf “Road to freedom” en verder met “Glimp.01” en “Over and over 01” klinkt de pop wat meer door . Die kenmerkende dark  electro heeft een warmer groovier geluid .

De samenwerking met Glenn Keteleer is hier meer dan geslaagd . Deze Neon Electronics doet Neon Judgement niet gauw vergeten …

Info http://www.dancedelicd.com


Zola Jesus

Taiga

Geschreven door

De Amerikaans-Russische Nika Roza Danilova aka Zola Jesus is nog maar zo’n goede 25 jaar oud , maar heeft al een sterke productiviteit van een reeks platen , EP s en samenwerkingen.
Muzikaal intrigeerde ze vooral door  haar bezwerende fusie van gothicpop, industrial  en abstracte elektronica . En tel daar dan maar haar indringende, galmende zang bij, een declamerende voordracht waarbij ze hoog kan uithalen en neigt aan een operastem, die gif kan spuwen. Een hoop elektronica, toetsen en dubbele percussie siert die bezwerende ‘darkwave’ electro.
Op de nieuwe plaat ervaren we wat meer ademruimte en komt het woord pop en dance met een “Dangerous days”, “Hunger”, “Lawless” en “Hollow” wat meer op het voorplan, naast de sfeervolle, kille  tracks die het album sieren .
Zola Jesus durft door die beats wat opgewekter te klinken , die de barok wat onderdrukken , maar algemeen blijft de sfeer donker , grimmig , dramatisch , wat haar nog steeds een ‘dark queen’ maakt …

Damien Rice

My favourite faded fantasy

Geschreven door

Acht jaar liet hij op zich wachten de Ierse sing/songwriter ‘extraordinaire’ . Inmiddels de 40 gepasseerd is hij nog maar toe aan zijn derde langspeelplaat . En oh , wat zijn de acht nummers mooi uitgediept . Emotionaliteit , gevoeligheid , weemoed ervaren we in die reeks ingetogen nummers . Als vanouds kenmerken de nummers zich door het intieme gitaargetokkel , pianodeuntje en gaan zo verder naar een breed rollend en uitwaaierend  arrangement door de zachte keys , bas, drums , blazers en de orkestraties.
De pakkende composities kennen een broeierige opbouw en gaan het  vleugje bombast niet uit te weg . Ze blijven raken en tonen dat dit een derde voltreffer is van deze Ierse troubadour .
“It takes a lot to know a man” en “I don’t want to change you” werden even vooruitgeduwd van het album. In zijn totaliteit is dit meeslepende dramatiek en gevoelige pracht; een immense schoonheid buiten categorie !

Balthazar

Thin Walls

Geschreven door

We hebben zo een beetje de indruk dat Balthazar, na Oscar & The Wolf uiteraard, zowat de meest overroepen band van het Vlaamse land is. Met deze ‘Thin Walls’ hebben we namelijk hetzelfde gevoel als bij ‘Rats’, er staan beste interessante dingetjes op, maar over gans de lijn klinkt het toch wat eenzijdig en behoorlijk saai.
Op te veel songs grijpt de zanger terug naar die irritante aan Bob Dylan ontleende klaagzang van het vorige hitje “Sinking Ship”. Men hoopt er misschien de succesformule wat langer mee uit te melken, maar in onze oren bereikt Balthazar eerder het tegenovergestelde, dat stemmetje begint mettertijd danig op de zenuwen te werken.
Nog zo iets, het hitje “Then What” mag dan al catchy klinken, de song is gebouwd op een riff die schaamteloos gejat werd van “1979” van Smashing Pumpkins.  Als dan moet blijken dat dit nog het sterkste nummer van de plaat is, dan is de spoeling toch wat te mager, me dunkt. Voor de rest zitten er misschien terug wel wat goede ideeën in ‘Thin Walls’ maar helaas ook te weinig vaart.
‘Thin Walls’ is in de nationale pers met bakken lof overladen. Misschien hebben wij het weer eens niet begrepen, maar geloof ons vrij, hoezeer ze alhier ook de loftrompet zwaaien met dit album, we denken niet dat het over de grenzen veel potten zal breken. Als dit qua indie-pop het Belgische uithangbord moet zijn, dan zijn we nog ver van huis.
Als u Balthazar live wil zien, ga dan naar om het even welk zomerfestival, u komt ze daar wel tegen.

Scrappy Tapes

Pickin’ Marmelade

Geschreven door

Het jonge duo Scrappy Tapes is op hun eerste full cd ‘Pickin’ Marmelade’ met de blues aan de slag gegaan en heeft die in een emmer vet ondergedompeld. Ze grasduinen in die onuitputtelijke blueswereld en komen daarbij niet zozeer terecht bij grootheden als pakweg BB King of Buddy Guy, maar eerder bij de rafelige blues van obscure namen als RL Burnside, T-Model Ford of Junior Kimbrough. Stel dat Scrappy Tapes Amerikanen waren, dan hadden ze gegarandeerd onderdak gevonden bij Fat Possum, een label die de blues graag binnenrijft met vette modderkluiven aan de botten.
Scrappy Tapes hebben dat rauwe van prille White Stripes en vroege Black Keys, en ze roeien in het zog van garagebluesrockers als Soledad Brothers en Lef Lane Cruiser. Kortom, er hangt flink wat teer en smerige motorolie aan hun songs, en dat moet er niet persé af gewassen worden. We houden maar al te zeer van de groezelige bluesrockers als “No Direction”, “What I Really Need” en “Turn Your Heat down”. Maar de kerels kunnen ook wat gevoeliger uit de hoek komen met fijnbesnaard materiaal als “Like A Little Boy” (Seasick Steve is in de buurt) en de ingetogen afsluiter “The Unspoken” waarin veel Jack White stuifmeel rondhangt.
Ze kennen dus hun voorbeelden, en aan de intro van het stevig stuiterende “Break Out Like The Measles” te horen hebben ze ook een dikke boon voor Rory Gallagher.
Ook met de stekker uit het contact getrokken, weten ze met het fijne akoestische ‘Pistol Slapper Blues’ de magische Rory op een mooie manier te eren. Het korte maar intense ‘Howl’ trekt dan weer een knipoog naar Black Rebel Motorcycle Club ten tijde van hun rootsplaat die de naam euh… ‘Howl’ draagt, ’t zal wel toeval zijn, zeker.
Nice and dirty flemish bluesrock.

Joe Bonamassa

Muddy Wolf at Red Rocks

Geschreven door

Joe Bonamassa is het soort bluesrock-gitarist die getrouwd is met zijn gitaar, er mee gaat slapen en waarschijnlijk ook gaat kakken. Zo eentje die graag zichzelf hoort spelen en zijn eigen solo’s uitermate fantastisch vindt. Op een Bonamassa optreden kan u tijdens één solo gerust op uw gemak een toiletbezoekje plegen én daarna een pintje gaan pakken in het café ernaast, u bent op tijd terug.
‘Muddy Wolf At Red Rocks’ moet zowat zijn elvendertigste live cd zijn en deze keer is het een eerbetoon aan de al lang overleden bluesgrootheden Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Wat moeten we daar nu mee ? Beide helden waren vermaard omwille van hun authenticiteit, Muddy Waters voor die bruisende combinatie van prachtig doorleefde bluessongs met die typisch wenende gitaar, en Howlin’ Wolf vooral omwille van zijn rauwe songs en die unieke stem waaraan hij zijn naam had te danken (zowel de rasperige kelen van Captain Beefheart, Tom Waits als die van Arno zijn schatplichtig aan de meester).
Qua stem moet Bonamassa sowieso onderdoen voor de twee blueslegendes, hij is een bleekscheet die de blues geleerd heeft op de gitaarschool en niet op de katoenplantages. Bij Waters en Wolf zat de blues onlosmakelijk ingebakken in hun lijf, bij Bonamassa komt die uit de boekjes.
Hij ontbeert dus een hoop talenten als het op de blues aankomt, en als hij die tracht te vervangen door een aan grootheidswaanzin lijdende elektrische gitaar, dan vinden wij dat nogal blasé. Dit live album wordt nog enigszins opgesmukt door een stel soulvolle blazers, maar als Bonamassa het voor de zoveelste keer niet kan laten om uitvoerig zijn gitaar te neuken, dan gaan wij regelmatig een toertje om de blok wandelen. Natuurlijk is het songmateriaal sterk, bijna alle songs zijn klassiekers, echte bluesstandards zeg maar, maar ze zijn al duizenden keren gecoverd.
Bonamassa geeft de songs wat extra bombast maar geen meerwaarde, hij gebruikt ze alleen maar om zijn eigen virtuoze kunstjes te etaleren en uit te vergroten. Of Muddy Waters en Howlin’ Wolf zich hiermee vereerd zouden voelen is maar zeer de vraag.
Maar goed, als u elektrische macho-bluesrock verkiest bovenop authentieke primaire blues, en u kickt bovendien op een overdaad aan narcistische gitaarsolo’s, dan is dit zeker uw ding.

Spectres

Dying

Geschreven door

Het wordt alsmaar moeilijker om zich nog te onderscheiden in het shoegaze genre nu al die nieuwe bandjes er bij komen, maar Spectres (Bristol, UK) steken er onmiddellijk boven uit, dat voel je, dat hoor je, dat ruik je, dat beleef je gewoon op ‘Dying’. De band heeft op hun vlijmscherpe debuut het gruizigste van Sonic Youth en het meest heftige van A Place To Bury Strangers bij mekaar gehaspeld en is daarmee aan de slag gegaan.
De gitaren scheuren geweldig, als Ride en Swervedriver in hun beste dagen, en de bassen dreunen bij wijlen heel angstig en diep door. Er wordt geregeld een noise barrière overschreden, maar net voor de kakafonie onhoudbaar dreigt te worden zetten ze telkens tijdig een handige stap terug.
Na opener “Drag”, anderhalve minuut  gedruis die lijkt te zijn opgenomen in het hartje van een staalfabriek, zet de shoegaze TGV aan met drie razende oplawaaien “Where Flies Sleep”, “The Sky Of All Places” en “Family”, om dan de remmen even dicht te gooien en hartig naast de sporen te rijden op de scheurende tonen van “This Purgatory”.  In het ontregelde “Mirror” gaat het ganse gevaarte terug aan de haal, en met  het verslavende “Blood In The Cups” komt men aan bij het absolute hoogtepunt van dit album, een dreun van een song die ankers vastpint in ons beenderstel, Swans zijn in de buurt.  Na nog wat brandende herrie op “Sink” en “Lump” gaan nog één keer alle registers open op het negen minuten durende “Sea Of Trees”, een rumoerig epos dat met bijtend zuur overgoten is en heel wat Sonic Youth extracten bevat.
Spectres is één van de revelaties van het jaar, dit hemels kabaal willen we wel eens live meemaken. Er zijn vooralsnog geen concerten gepland op het vasteland, maar we houden het nauw in de gaten.

Tiny Legs Tim

Stepping Up

Geschreven door

Mississippi Delta Blues uit Vlaanderen, het kan. Tiny Legs Tim deed het al in zijn eentje op zijn twee vorige platen, en hij doet het nu nog eens losjes over, deze keer omringd met  een stel puike muzikanten.
De sound is wat voller maar klinkt nog steeds behoorlijk authentiek, grote ijkpunten zijn alweer Muddy Waters, Jimmy Reed en Elmore James. Er komt deze keer ook wat grootstadsblues  en een snuifje country de kop opsteken, en dat zorgt voor een aangename wind doorheen de bluesreis die Tiny Legs Tim maakt op ‘Stepping Up’.
Wat authentieke blues betreft moet dit zowat het strafste zijn wat er in de Vlaamse velden te vinden valt, en het komt rechtstreeks vanuit de Gentse katoenplantages.

The Eye Of Time

Anti

Geschreven door

'Anti'  is na 'Acoustic' de tweede plaat van The Eye Of Time, het soloproject van de Franse multi-instrument Marc Euvrie. Slechts vijf (weliswaar zeer lang uitgesponnen) composities passeren de revue maar die laten  een diepe indruk na op de luisteraar. Euvrie zorgt voor een gitzwarte, combinatie van industrial, noise en ambient waarbij wanhoop het overheersende thema is.  De nummers zijn moeilijk toegankelijk,  minimalistisch en klinken vrij
mechanisch.   Cello en piano zijn de basis maar Euvrie maakt daarnaast
regelmatig gebruik van wat  synths, loops en  drums.
 'Anti' is zo een extreme, cinematografische en donkere plaat die aanknopingspunten heeft bij gelijkgestemden als Third Eye Foundation, Neurosis, Björk, DJ Shadow en Godspeed You Black Emperor. Geen spek voor ieders bek dus maar  zeker een aanrader voor de muzikale meerwaardezoeker die fan is  van genoemde bands.

Pagina 221 van 394