Cool Soul Festival - Barrence Whitfield & The Savages - Soul... maar dan wel uit de garage
Wie bij het horen van Cool Soul dacht aan Michael Kiwanuka, Lee Fields, Charles Bradley, Eli 'Paperboy' Reed of Sharon Jones, toonaangevende namen die recentelijk het mooie weer maakten in de soul, kwam hier bedrogen uit. De organisatoren van dit festival, dat nog enkele andere steden in Frankrijk aandeed, zochten hun soul in de garage en het hoefde zelfs niet altijd soul te zijn maar de optredens waren er daarom niet minder dampend door.
Eerste vaststelling : de Zwitserse Mama Rosin was zonder dat er daar ook maar ergens melding van werd gemaakt uit de line-up verdwenen en blijkbaar vervangen door DJ J.L., een man uit de streek die zijn sixtiesplaatjes wat meer glans trachtte te geven door theatraal te staan meezingen.
Het festival ging pas echt van start met Wraygunn, een achtkoppig collectief uit Portugal rond de elastische zanger-gitarist Paulo Furtado. Ze brachten smeuïge garagesoul, die me meer dan eens deed denken aan The Make-Up, met veel aandacht voor de percussie (een drummer en een congaspeler). De zang, voorzien van een ferme Jon Spencer-tik, kon niet altijd overtuigen maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door twee uitmuntende zangeressen : Raquel Ralha en vooral de van een echte soulstrot voorziene Selma Uamusse, die trouwens elk moment dreigde te bevallen Die twee gaven het geheel bovendien dikwijls een exotische toets door wat junglegeluiden te produceren en brachten me zo Paulo Furtado's verleden als The Legendary Tigerman voor de geest.
Na deze bruisende show was het reppen naar de Aeronef-Bar voor Lewis Floyd Henry, een geboren busker uit Londen die in het verleden een paar keer gearresteerd werd voor het decoreren van openbare gebouwen. Desondanks bleek dit een zeer minzame mens die met een mini-drumstel aan de voeten wel een kruising tussen Bob Log III en Jimi Hendrix leek. Maar die vergelijking doet eigenlijk wat tekort aan zijn kunnen want zijn rammelende muziek stuiterde letterlijk alle kanten uit. Zo gaf hij zelfs, de Wu-Tang Clan achterna, een heus en bovendien gesmaakt rapnummer ten beste. Onvoorspelbaar, chaotisch en boeiend van begin tot einde, wat kan een mens nog meer wensen?
Van The Dustaphonics had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord maar toen ik drummer Bruce Brand op het podium zag verschijnen wist ik meteen dat dit goed zat. Bij mijn weten heeft deze veteraan uit de Londense garage-scene nooit in een slechte band gespeeld. Zijn c.v. oogt dan ook indrukwekkend :Thee Milkshakes, Len Bright Combo, Thee Headcoats, Link Wray, Hipbone Slim & The Knee Tremblers,... Maar ook de rest van dit internationale gezelschap mocht er zijn : Michael 'Bluesmith' Jablonka (ook uit Londen) op bas, vergeleken met zijn ontplofte kapsel is de haartooi van Marouane Fellaini een lachertje. De bijzonder sensuele, tot onder de oksels getatoeëerde en in hotpants flanerende zangeres Kay Elisabeth uit San Francisco. En ten slotte leider van de groep, de Frans-Spaanse zanger-gitarist Yvan Serrano-Fontova, ook gekend onder de naam Healer Selecta en tevens werkzaam als producer en dj. Dit bonte allegaartje bracht een uitzonderlijk stomende mix van soul, garage, rock-'n-roll en surf. De immer lachende Serrano bleek een excellente gitarist en Kay Elisabeth had alles wat een queen of soul zich maar kan wensen. Een adembenemende dame! Serrano had het ook even over zijn samenwerking met de vorig jaar overleden cultactrice Tura Santana, vooral bekend om haar rol in ‘Faster Pussycat! Kill! Kill!’ van ‘sexploitation’ regisseur Russ Meyer, waar hij duidelijk trots op was. Na een voorbijgevlogen set van maar liefst 19(!) nummers lagen we net niet uitgeteld tegen dek, maar tijd om te recupereren was er niet want in de bar waren Bob & Lisa al bezig. The Dustaphonics waren werkelijk een revelatie.
Het echtpaar Bob (Vennum) en Lisa (Kekaula) uit Riverside, Californië kent u wellicht van The Bellrays maar af en toe trekken ze dus ook met zijn tweeën de wereld rond. En in die intimistische bezetting moeten ze absoluut niet onderdoen voor die Bellrays, die soms last durven te hebben van onverteerbare hardrockneigingen. Hier was daar dus geen spoor van te bekennen. Met die geweldige stem van Lisa (met alle respect voor de anderen toch de beste van de avond) was de gitaar van Bob als begeleiding meer dan voldoende. Tussen de songs door nam Lisa haar man voortdurend op de korrel wat de entertainingsgraad alleen maar verhoogde. Tussen het vele mooie eigen werk ontwaarde ik ook een cover van "Baby what you want me to do" van Jimmy Reed. Bob & Lisa : het leek bescheiden maar was daarom niet minder indrukwekkend.
Het was al een flink eind na twaalven toen Barrence Whitfield & The Savages op het podium verschenen. Deze groep ontstond in 1984 in Boston en maakte met platen als ‘Barrence Whitfield & The Savages’ en ‘Dig yourself’ nogal wat deining in rock-'n-rollmiddens. Helaas bleef de belangstelling hiervoor steeds ondermaats en verdwenen ze rond 1990 van de radar om in 2010 onverwacht opnieuw op te duiken.
Van de oorspronkelijke bezetting bleven naast Barrence zelf (echte naam Barry White, vandaar het pseudoniem uiteraard), Phil Lenker (bas) en Peter Greenberg (gitaar), beiden met een verleden in Lyres en DMZ, over. De gaten in de band werden vakkundig gedicht door twee uitstekende nieuwkomers : op sax Tommy Quartulli die je zou kunnen kennen van The Kings Of Nuthin' en drummer Andy Jody, die vorig jaar nog op tournee was met de geweldige James Leg.
Veel mooi volk op de planken en dat resulteerde in een set knetterende rock-'n-roll. Soul was het niet maar daar maalde niemand om. Ze begonnen meteen met het prijsnummer uit hun vorig verschenen plaat ‘Savage Kings’, "Ramblin' Rose" waarin het gekrijs van Barrence het midden hield tussen Little Richard en Robert Plant.
De toon was meteen gezet voor een verpletterende reeks rock-'n-rollnummers, steeds in een hoge versnelling. "If you want a slow one, do something slow with yourself at home" dixit Barrence, suggestieve beweging incluis. Op zijn 57ste bleek hij nog steeds één brok dynamiet te zijn en die kilootjes overgewicht konden niet beletten dat hij voortdurend als een gek rondtolde over het podium. Een livebeest pur sang!
Alles klonk heerlijk ouderwets, vooral door die voortdurende vette saxstoten (dit hoor je nog zelden) en toch voelde je een energie als was hier een groepje aan het werk dat nog alles moest bewijzen. Hopelijk blijven ze dit keer wat langer de podia teisteren.
Deze tweede editie van het Cool Soul Festival bleek ondanks de wat ondermaatse opkomst een voltreffer waarop geen enkele act ontgoochelde.
PS : Bob & Lisa, Lewis Floyd Henry en Barrence Whitfield & The Savages zijn op 1 mei nog te zien op het Roots & Roses Festival in Lessen!
Organisatie: Aéronef, Lille