logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

David Nance

David Nance Group - Hallucinerende gitaren

Geschreven door

Vooraf had ik al mijn overredingskracht moeten aanwenden om mijn wederhelft duidelijk te maken dat ik absoluut niet mee kon naar dat feest waarvoor we uitgenodigd waren want dit wou ik voor geen geld missen. Vorig jaar blies David Nance me live van de sokken, ook al in de 4AD, terwijl zijn laatste plaat ‘Peaced & slightly pulverized’ een erg verslavende schijf is die zijn weg telkens opnieuw naar mijn draaitafel weet te vinden. Mijn honger naar meer diende gestild te worden en niets of niemand kon dat dwarsbomen.

In afwachting doorstond ik lijdzaam het voorprogramma, Nimbus Cart. Nee, dat klinkt toch wat te oneerbiedig. Vooreerst alle respect voor gitarist Steven Govaere die het, na onder meer Gurt Goatbuck en Spit Fox, blijft proberen en met Nimbus Cart misschien wel zijn beste band tot nu toe heeft. Uithangbord was zangeres Janis die heus wat meer te bieden had dan die opvallende decollete. Ik hoorde vooral jaren ‘70 hardrock, wat grunge invloeden (overgang van zacht naar hard) en enkele funkaanzetten. Niet echt mijn ding maar toevallig had ik die namiddag geluisterd naar de nieuwe van Ex Hex, die door sommige gerenommeerde bladen als de nieuwste garagerock sensatie wordt omschreven, en die zoeken het min of meer in dezelfde hoek. Waarom zou ik dan Nimbus Cart geen plaatsje onder de spotlights gunnen. De band sloot af met de allereerste song die ze maakten, een oersimpele maar aanstekelijke pubrock deun, waarna ik me afvroeg waarom ze die weg niet verder bewandeld hadden.

David Nance (Omaha, Nebraska) groeide op met groepen als de Oblivians en The Reatards zodat het misschien wat vreemd lijkt wanneer hij zich een tijdje onledig houdt met het opnemen van complete coverplaten zoals ‘Goat’s head soup’ van de Stones (samen met Simon Joyner), “Doug Sahm and Band”, “Berlin” van Lou Reed en “Beatles for sale”. Op de hoes van die laatste staat trouwens “These guys stink” geschreven bovenop de foto van the fab four en deinst hij er niet voor terug om enkele nummers serieus door de mangel te halen.
Waar er op zijn voorlaatste plaat, ‘Negative boogie’ (uit op ‘Ba Da Bing!’) nog heel wat wringende nummers met eventuele invloeden uit de jaren ‘90 garagerock staan kiest hij op zijn laatste, ‘Peaced & slightly pulverised’, op één nummer na, resoluut voor epische gitaarrock. De plaat werd uitgebracht op het toonaangevende ‘Trouble In Mind Records’ dat wel meer dergelijke groepen (Mountain Movers, Headroom,...) onderdak biedt.
Toen de groep het podium betrad bleek bassist Tom May er niet bij te zijn. Zijn plaats werd ingenomen door Sarah Bohling (Thick Paint, Icky Blossoms) terwijl er ook nog een extra (derde) gitarist mocht opdraven: Londenaar Jack Cooper van Ultimate Painting. Naast hen de vertrouwde gezichten van drummer Kevin Donahue en gitarist Jim Schroeder.
De set werd geopend met het dartele, haast frivole “Give it some time” en meteen wist je dat dit goed zat. Daarna liet David Nance het tempo zakken zodat de gitaren (de zijne en die van Schroeder) zich innig konden verstrengelen terwijl de derde gitaar er wat extra ornamenten aan toevoegde. Het leverde een roesverwekkende sound op (geen drug scoort beter, vermoed ik) die de knap opgebouwde nummers nooit in de weg stond.
Roots, americana en, waarom niet, classic rock op smaak gebracht met een perfecte dosering psychedelica. ‘Een heruitgevonden Neil Young’, ‘Steve Gunn met ballen’ of ‘Steve Wynn na een bad americana’ waren de omschrijvingen die door mijn hoofd flitsten.
Songs als “Amethyst” en “In her kingdom” zijn zinderende epossen die ik nu al als klassiekers ervaar. Bovendien was Nance intelligent genoeg om zich niet op die ene vaardigheid te laten vastpinnen en zorgde hij voor de nodige variatie. Zo was er ook plaats voor de zwalpende country van “Silver wings”, een uitstekende Merle Haggard cover. Blijkbaar heeft hij ook nog eens een neus voor fijne covers want even later dook er een stevige versie van “Down where the drunkards roll” op, een prachtige song van Richard & Linda Thompson die hier uitgroeide tot misschien wel hét hoogtepunt van de avond. Of “Poison”, een homp lillende rock-‘n-roll dat een hit van de Stones uit de jaren ‘70 geweest kon zijn.
Er passeerden ook een rits mij onbekende nummers, zoals “Credit line”, die dan weer het beste beloven voor de toekomst. Vorig jaar vond ik ze al sterk maar dit overtrof gewoon alles! Viel er dan werkelijk niets op aan te merken? Ach, het ging er nogal statisch aan toe. Enkel Nance zelf zakte af en toe door de knieën om wat effecten op zij gitaar te steken of om een bierbekertje over te snaren te laten glijden.

Voor de rest gebeurde er visueel zo goed als niets op het podium en kan ik best begrijpen dat sommigen daarop afknappen. Maar wie zich liet mee glijden in deze hallucinerende trip zal het waarschijnlijk niet eens opgevallen zijn.
En dat David Nance, die zowat de ganse set op vijf snaren speelde(!), het rock-‘n-roll hart op de juiste plaats heeft zitten, laat daar geen twijfel over bestaan. Hopelijk blijft de David Nance Group geen goed bewaard geheim...

Organisatie: 4AD, Diksmuide

David Nance Group - Hallucinerende gitaren
David Nance Group
4AD
Diksmuide

David Nance

David Nance - Pretentieloos en meeslepend

Geschreven door


De eerste band, Topanga (Brugge/Gent) had een hele schare supporters, inclusief gillende meiden (dat was lang geleden!), weten te mobiliseren. En één ding moet je ze nageven, Topanga had een frontman bij die naam waardig. Een wonderbaarlijke kerel, strak in het pak, zo strak zelfs dat een broekspijp volledig openscheurde toen hij zich aan een dansje waagde in het ledige (het publiek had zich weer knus rond de toog teruggetrokken) halfrond voor het podium. Er viel dus wel wat te beleven. De vier brachten dansbare synthpop waarin je met een beetje goede wil krautrockinvloeden of een enkele keer een Sonic Youth gitaartje kon horen. Maar de meeste tijd hoorde ik niets dan opdringerige synths, iets waar de jeugdiger medemens ongetwijfeld vrolijk van wordt maar bij mij dus niet werkte. Toch benieuwd wat de jongens ervan zullen bakken in de Rock Rally.

David Nance maakte, wat mij betreft, met “Negative boogie” één van de beste platen van 2017. Nooit eerder had ik iets van deze kerel uit Omaha, Nebraska gehoord. Toch bleek dat hij reeds jaren aanmodderde met als resultaat een kluwen van cassettes, cd-r’s en enkele vinylplaten. Zo nam hij ook een paar dingen op met Simon Joyner, die in 2016 ook al de 4AD bezocht, waaronder een complete herneming van de Stones LP ‘Goat’s head soup’. Dat opnieuw opnemen van een volledig album blijkt een hobby van hem te zijn. Zo nam hij ook ‘Berlin’ van Lou Reed, ‘Beatles for sale’ en ‘Doug Sahm and Band’ onder handen. Een ander aanknopingspunt is dan weer Brimstone Howl (nog in de Pit’s gezien) met wie hij uitgebreid de hort op ging. Toch is ‘Negative boogie’ zijn eerste ‘serieuze’ plaat, hoewel... Het hele zootje werd in amper één dag opgenomen.
De verwachtingen waren hoog maar vanaf het eerste nummer wist je dat dit goed zat. Die opener “Poison”, een homp bloeddoorlopen rock, klonk me zo bekend in de oren dat het wel een cover moest zijn. Ik heb me suf gepiekerd zonder resultaat en ook op zijn onoverzichtelijke discografie is het nergens terug te vinden. Na die knaller bleef het mooi, zij het wat anders dan verwacht. Zo duurde het ontzettend lang eer hij een nummer uit zijn laatste plaat speelde. Het enige manco van de avond was dan ook dat hij prijsbeesten als “More than enough (reprise)”, “5,2 and 4” en “River with no colour” op stal liet. Jammer maar hetgeen we in de plaats kregen was ook niet mis. Verre van. Weidse songs met heimwee naar de seventies (niet alles was toen slecht) en meestal voorzien van meanderende gitaar outro’s. Wat klonken die gitaren immer warm en beklijvend, nooit opdringerig, eerder achteloos en geen seconde vervelend. Ik heb het over gitaren, want naast David Nance was er ook nog ene Jim Schroeder die het al even goed in de vingers had. De man had blijkbaar vooraf reeds met een deel van het volk verbroederd want zijn naam werd af en toe gescandeerd. Verder bestond de groep uit de wonderlijke drummer, Kevin Donahue, en de al even doeltreffende Tom May op bas. Met de stompende “hit”, “Negative boogie”, werd het tempo plots gevoelig opgetrokken. Meteen de start van een lange spetterende finale met als definitieve uitsmijter “Coming home”, een verschroeiend epos waarin alle remmen werden losgegooid. We waren nog naar adem aan het happen toen David Nance zich verontschuldigde omdat hij verder geen nummers meer kende. Uiteraard moest hij nog eens terugkomen en ze speelden dan maar twee covers. Eerst de ontwrichtende tearjerker, “Silver wings”, van Merle Haggard, nadat een verdwaalde country liefhebber erom geroepen had, gevolgd door ”Don’t cry no tears” van de onvermijdelijke Neil Young. Want als er één naam was die tijdens dit optreden geregeld door mijn hoofd spookte was het wel de zijne.

Een erg bescheiden David Nance, die er met zijn beslijkte broek eerder uitzag als een grondwerker (wat een contrast met die dandy van Topanga), bleek wat conventioneler dan wat op basis van ‘Negative boogie’ verwacht kon worden. Dat was evenwel geen bezwaar om hem stevig in de armen te sluiten.

Organisatie: 4AD, Diksmuide