logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (1 Items)

I Muvrini

I Muvrini - Muzikale rijkdom voor wie overdaad aan gepraat doorstaat

Geschreven door

Het bekendste exportproduct van Corsica tracht dezer dagen ons land te veroveren: maar liefst 16 (zestien!) concerten in evenveel Belgische steden op slechts 18 dagen tijd. En denk maar niet dat ze er zich tijdens die optredens vlug vanaf maken: bijna drie uur lang etaleerden de gebroeders Bernardini en hun muzikanten hun kunnen op de première in de Leuvense stadsschouwburg. Corsicaanse melancholie werd hierbij verweven met zowel Arabische, Afrikaanse als zigeunerinvloeden. Om hun eclecticisme in de verf te zetten werd er zelfs een scheut Schots geïnjecteerd, een dolenthousiaste fluitist mocht op een bepaald moment immers een tiental minuten loos gaan op zijn doedelzak. Niet alleen de muziek zelf maar ook het instrumentarium is bij I Muvrini gevarieerd te noemen. In éénzelfde nummer durft men traditionelere instrumenten bijvoorbeeld combineren met een moderne synthesizer, drum, bas en elektrische gitaar. Knap!

Het puur muzikaal genot werd spijtig genoeg al te vaak verbrod door frontman Jean-François die zich in Leuven iets te vaak in één van de voetbalstadia waande die I Muvrini bij onze zuiderburen vol doet lopen. Het was redelijk belachelijk om hem te pas en vooral te onpas zijn hand achter zijn oor te zien plaatsen alsof hij vanop een gigantisch podium met weidse gebaren aan de ver van hem verwijderde menigte wilde duidelijk maken dat hij hen wilde horen schreeuwen….dit terwijl het merendeel van het schouwburgpubliek op nauwelijks enkele meters van hem vandaan zat (de verst verwijderde toeschouwer bevond zich op het bovenste balkon op hooguit 30 meter van het podium).
Ook het feit dat hij het publiek om de haverklap wilde laten meezingen, kwam al te vaak wat geforceerd over. Daar waar in een stadion elk individu op zich collectief kan oplossen in massaal koorgezang, is het niet evident om onderuitgezakt in de schouwburgfauteuil op commando zijn stem te laten weergalmen. Men is er immers omringd door mensen die niet in staat zijn om letterlijk wat afstand te nemen wanneer iemands vocale kunsten wat te wensen overlaten. Ook het feit dat men urenlang verstokt blijft van vloeistof om de keel te smeren en de gêne weg te spoelen, is niet bevorderlijk voor de sfeer tijdens een schouwburgcantus. Terwijl we hem nog willen vergeven dat hij voor de show geboren lijkt, valt het ons veel moeilijker om zijn eindeloze gepalaver door de vingers te zien.
Tijdens het eerste uur laste hij om de drie nummers een preekpauze in, een frequentie die de daaropvolgende uren werd opgedreven zodat op het einde na bijna elk lied de muziek moest wijken voor het woord. Op die manier verloor de show telkens weer zijn flow. Niet dat Jean-François onsympathiek is of verkeerde ideeën heeft…..maar om die zo vaak en zo uitvoerig te moeten aanhoren? Neen, dank u! Temeer daar alles onmiddellijk herhaald werd door de vertaalster die vanuit de coulissen ten behoeve van de Fransonkundigen alles in het Nederlands declameerde. Best wel attent en politiek correct van onze Corsicaanse vrienden, maar als resultaat hiervan werd de schwung nog meer verbroken dan al het geval was door die langdradige intermezzo’s zelf.  Op den duur begonnen we te vrezen dat Music for Life dit jaar een paar weken te laat zijn apotheose zal kennen om de vele I Muvrini-concertgangers voor een gewisse diarreedood te behoeden. Maar bon, genoeg geklaagd.


Er viel tussen al dat gepreek door wel degelijk te genieten van de muzikale parels die gul uitgestrooid werden. We onthouden bijvoorbeeld de verschillende nummers waarin men zoals vanouds de polyfone toer opging, uitstekende versies van “Una terranova”, “Gaïa” en het nieuwe “Qui sin a l’umanita”, alsook het vocale solo-moment van de goedgemutste bassist (één van de weinige keren dat we wel spontaan begonnen mee te zingen, al zou het kunnen dat we hierbij een paar foutjes tegen het Ivoorkust-taaltje maakten). Ook een fel gewaardeerd “Le Port d’Amsterdam” (Jacques Brel) en een indrukwekkende versie van “No Woman, No Cry” (Bob Marley) illustreerden dat er vakmensen op het podium stonden.
Beide covers bevielen ons alleszins stukken beter dan die spiksplinternieuwe strontcover die enkel bestaansrecht heeft omdat de verkoop ervan het teveel aan shit moet tegengaan. Van ironie gesproken! Maar we wijken af….


I Muvrini heeft de voorbije decennia om verschillende redenen meer dan voldoende bewezen dat het een prominente plaats in de muziekgeschiedenis verdient. In Leuven werden we een tweetal uren muzikaal bevredigd.
Jammerlijk genoeg kampten we de rest van de tijd met het gevoel op een langdradige lezing beland te zijn. Terwijl de introverte Alain als absolute tegenpool van zijn broer de schijnwerpers zoveel mogelijk schuwt, zou iemand Jean-François Bernardini duidelijk moeten maken dat hij zijn eloquentie misschien best opspaart voor de presentaties van de regelmatig van zijn hand verschijnende boeken.
De wondermooie muziek van I Muvrini spreekt immers volledig voor zichzelf. Het was dan ook - althans dat mag ik hopen - voor de muziek dat het Leuvense publiek na afloop een langdurige staande ovatie gaf, één waarvan wij profiteerden om vlug de benen te nemen uit schrik opnieuw bestookt te worden met een zoveelste stichtend verhaal. Gaat dat dus zien en horen! Maar weze gewaarschuwd. (Wie geen risico wil nemen, schaft zich eventueel de dubbele ‘I Muvrine Live Olympia’-cd aan. Een cd-speler bevat immers een handige “next”-knop).