Iedere rechtgeaarde muziekliefhebber heeft zijn absolute helden. Voor ondergetekende is Jim Ward er zo eentje.... Deze Amerikaan uit El Paso stichtte begin jaren negentig de formidabele posthardcoreband At The Drive In (geruchten doen de ronde dat deze formatie opnieuw de handschoen zou opnemen) die drie knappe platen zou maken. Na de split startte hij met het eveneens fijne Sparta die in vergelijking met ATDI opteerde voor een iets radiovriendelijker geluid. Nadat ook Sparta er de bui aan gaf, begon Ward met een eigen soloproject dat vergeleken met z’n twee vorige groepen volledig aan de andere kant van het muzikale spectrum bevindt. Jim Ward begon namelijk met het uitgeven van akoestische EP’s: ‘Quiet’ uit 2007, ‘In The Valley On The Shores’ uit 2009 en ‘The End Begins’ uit 2011. Nu heeft hij die drie plaatjes verzameld in zijn eerste full album ‘Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins’.
Het kost aanvankelijk flink wat moeite om deze plaat volledig uit te zitten gezien de twintig songs en de duur van zeventig minuten. Bovendien klinkt alles in het begin vrij monotoon en het is pas na diverse luisterbeurten dat de schoonheid van de nummers zich prijsgeeft. Verder dienen we aan te merken dat dit album eigenlijk uiteenvalt in veertien akoestische en rustige songs waarna nog zes hardere uitvoeringen volgen van nummersdie op dit album staan. De invloeden van Neil Young en Bob Dylan zijn in verschillende tracks onmiskenbaar doch door het talent van Ward is dit toch een bijzonder album geworden. De plaat start aanvankelijk zeer country , getuige prima opener “On My Way Back Home Again”, “Take It Back” en “Mystery Talks”. Op “Coastlines” en op “Easer Said Than Done” hoor je vervolgens duidelijk dat de man een begenadigd singer songwriter is. Op meezinger “All That We Lost” en “Broken Songs”, onze twee favorieten hoor je de pijn en de breekbaarheid van mans stem en op het instrumentale, jazzy “Lake Travis” passeert zowaar een mondharmonica en een trompet. De laatste zes songs op de plaat zijn zoals vermeld elektrische, stevige uitvoeringen en het is alsof Ward hier weer het geluid van Sparta opzoekt. Het kost dus wat tijd om al dit moois te ontdekken maar het is de investering meer dan waard!