Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Nick Waterhouse

Nick Waterhouse - Schatbewaarder van de authentieke R&B

Geschreven door

Het was al een tijdje geleden dat ik in de Grand Mix was geweest en ik had me al klaargemaakt voor een avondje in een wat kouwelijk zaal maar het optreden vond tot mijn verbazing plaats in een gloednieuwe en warme club. De verbouwingswerken daar waren me ontschoten doch het resultaat mag er zijn. Heel wat kleiner en knusser dan de oude zaal die er ook nog steeds is. De meeste optredens in de nieuwe club zijn trouwens uitverkocht (zo ook Nick Waterhouse) wat de sfeer alleen maar ten goede kan komen.

Het is blijkbaar grote liefde tussen Nick Waterhouse en The Roves want het was al de tweede tour op rij dat de groep uit Londen enkele optredens als voorprogramma mocht fungeren. Een terechte keuze want deze groep rond de broertjes Tom en James Wing wist met hun sprankelende jangle pop mijn hart te verwarmen. Ik meende zowel The Kinks, lo-fi Byrds als invloeden uit de Merseybeat te horen terwijl de zang van frontman James Wing een paar keer dicht in de buurt van een vroege Bob Dylan kwam. Niet makkelijk te plaatsen maar gelukkig ver weg van de Britpop. James Wing zag er wat verfomfaaid uit, wat overgewicht en de voering van zijn broekzak die uit zijn broek puilde maakten niet meteen een posterboy van hem. Maar de songs, waarvan er minstens twee een hit zouden geweest zijn waren ze uitgebracht in de jaren ‘60, die hij uit zijn mouw schudde getuigden van grote klasse. Samen met zijn broer zorgde hij geregeld voor hemels mooie harmonieuze zang terwijl de voortdurend jengelende gitaren af en toe in een innige verstrengeling verzeilden. Slechts een paar keer wanneer ze het iets te mooi wilde maken met enkele moeilijk haalbare noten werd het iets minder maar The Roves zijn beslist een groep die ik nog eens terug wil zien.

Nick Waterhouse kan je makkelijk wegzetten als een retro act en dat is hij natuurlijk ook wel. Alleen klinkt dat zo klef en laat dat nu net het laatste zijn wat je van dit fenomeen kan zeggen. Nochtans lijkt het erop alsof hij de grandeur van de Amerikaanse jazzclubs uit lang vervlogen tijden op het podium wil laten herleven. De kapsels, de pakken, de bezetting ook, alles ademt dat roemrijke verleden, alleen de sigarettenrook ontbreekt nog. En toch voelt zijn muziek, die zich zonder schroom nestelt tussen de jaren ‘40, ‘50 en ‘60 rhythm&blues, bijzonder fris aan en laat hij het erop lijken alsof het genre pas recent het levenslicht zag. Daar slaagt hij in dankzij een grootse hedendaagse dynamiek en die schitterende eigen songs. Waterhouse beroept zich relatief weinig op covers en als hij het dan toch doet zijn het meestal heel obscure zoals “I feel an urge coming on “ van Jo Armstead of maakt hij er een totaal ander nummer van zoals “I can only give you everything” van Them, dat we ook al hoorden bij King Mud en Los Explosivos. Had hij het niet aangekondigd als ‘'an old blues standard from Ireland” dan had ik het waarschijnlijk nooit herkend.
Zijn liefde voor dat oudere werk vond hij net als de mannen van The Allah-Las, van wie hij trouwens de eerste twee platen producete, tijdens zijn job in een platenwinkel. Daar ontwikkelde hij zijn passie voor vintage soul en rhythm&blues waar wij nu gelukkig mee zijn. Het zijn niet alleen goeie songs die hij brengt, hij voorziet ze ook nog eens van adembenemende arrangementen. Ook nu weer had hij een succulente groep rond zich verzameld waarvan de leden uit alle windtreken van de States kwamen: van New York, Miami, Memphis tot Californië waar hij zelf nog steeds woont. Gitaar, bas, drums, Hammond, tenorsax, baritonsax en een superbe backingzangeres terwijl hij zelf ook nog eens gitaar speelt. Heel wat volk dus wat zou kunnen leiden tot een eindeloze rits solo’s, hier niet dus. Elk instrument vormde een schakel in een schrander uitgekiende sound.
Uiteraard veel werk uit zijn laatste titelloze LP maar de set was lang genoeg (zo’n anderhalf uur) om ook nog eens uitgebreid te putten uit zijn vorige drie platen.
Hoogtepunten opsommen is onbegonnen werk al leek het er toch op alsof er een climax was ingebouwd. Die begon dan met een verrassende en sublieme cover, “Down in Mexico” van The Coasters waarna hij nog even verder de doowop indook met het eigen “Katchi”. Meteen daarna de instrumental “El viv”, waarbij ik aan “Tequila” van The Champs moest denken gevolgd door afsluiter “(if) you want trouble - This is a game).
Vroeger had hij soms nogal eens moeite om een bisnummer te spelen maar hier gaf hij een laaiend enthousiast publiek vlot zijn zin met twee heerlijke extra’s. Eerst “Say i wanna know” waarin bassiste, drummer, toetsenist en zangeres om beurten de titel zongen (grappig en mooi!) gevolgd door een uitzinnig “ LA turnaround”.

Nick Waterhouse bleek nog niets aan kracht te hebben ingeboet (ik zag hem vijf jaar geleden in de Botanique) en mag stilaan als de schatbewaarder van de authentieke R&B beschouwd worden.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Nick Waterhouse

Nick Waterhouse - Oneindig veel meer dan zwelgen in nostalgie

Geschreven door

De avond werd geopend door Thierry Steady Go!, naar verluidt de ongekroonde koning van de Brusselse soul. De man draaide zeldzame en naar alle waarschijnlijkheid erg kostbare 45-toerenplaatjes uit de jaren ‘50 en ‘60. Ideale stuff om het publiek op temperatuur te laten komen (voor zover dat nodig was) alhoewel ik een dj als voorprogramma een beetje vreemd blijf vinden.

De 27-jarige Nick Waterhouse (uit Los Angeles) kwam zijn nieuwste plaat ‘Holly’ voorstellen. Die klinkt wat gesofisticeerder dan zijn eerste ‘Time’s all gone’ en ik ben er nog niet uit of ik dit beter of slechter moet vinden. Wat ik wel weet is dat zijn concert in een helemaal volgelopen Orangerie een regelrechte voltreffer was.

Waterhouse had een uitgebreide groep (allen keurig in het pak) meegebracht : twee blazers (tenor sax en bariton sax), een congaspeler, een drummer, een bassist, een toetsenist en de schitterende backingzangeres Roberta Freeman. Ondanks dat vele volk bleef de muziek vrij transparant en waren het enkel de tenor saxofonist en de pianospeler die af en toe ruimte kregen voor een solospotje.
Al heel vroeg in de set kregen we twee hoogtepunten met “Time’s all gone” waarbij het kookpunt in de zaal een eerste keer bereikt werd en “Dead room”, dat vooruit gestuwd werd door een soulvolle piano, die me onwillekeurig deed denken aan James Leg. De muziek van Nick Waterhouse zou je kunnen omschrijven als een mix van authentieke rhythm ‘n blues en soul, gekruid met een mespuntje jazz. Retro, dat zeker maar hij is bijvoorbeeld ook niet te beroerd om een recent nummer als “It # 3” van Ty Segall te coveren. Alles werd bijzonder smaakvol gespeeld met veel zin voor details en nuance. Het enige wat men hem zou kunnen verwijten is dat hij het net iets te braaf bracht. Bij de wat steviger gespeelde songs of toen hij plots een oerkreet uit zijn strot ramde waren de reacties van het publiek meteen een stuk uitzinniger. Nu, het volk wat op zijn honger laten zitten kan eigenlijk ook geen kwaad. Tijdens het laatste nummer, een lekker stomend “(If) you want trouble”, gooide de groep dan toch alle remmen los en ging het er een stuk wilder aan toe.
Daarna was het een beetje bang afwachten want wat bisnummers betreft heeft Nick Waterhouse stilaan een wat kwalijke reputatie gekregen. Vorig jaar in Trix kwam hij ondanks lang en luidruchtig aandringen niet terug en onlangs op Motel Mozaïque in Rotterdam presteerde hij het om een bis van welgeteld anderhalve minuut te spelen. En zo zijn er nog verhalen. Ook hier werd er lang en hard geschreeuwd. Dat laatste vooral door het vrouwelijk gedeelte van het publiek dat een regelrechte aanslag op mijn zo al geteisterde trommelvliezen pleegde.

Uiteindelijk verscheen de band opnieuw op het podium, voor één of twee nummers wist Nick ons te vertellen. Het werden er uiteindelijk drie (!) met als laatste een weliswaar hertimmerde maar briljante versie van “Pushin’ too hard” (The Seeds) waarin zijn garagerockroots nog eens opborrelden.

Organisatie: Botanique, Brussel