AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Olafur Arnalds

Olafur Arnalds - Een zorgeloze zondagavond met de geur van wafels

Geschreven door

Eén vleugelpiano, twee buffetpiano’s en een keyboard of drie. En toch maar één pianist. De podiumbezetting van Ólafur Arnalds blijft keer op keer imposant. De IJslandse componist was gisteren in het Koninklijk Circus in Brussel te horen en trakteerde het aanwezige publiek op een zorgeloze avond.

Het prachtige Koninklijk Circus werd zondagavond gevuld met een zeer divers publiek. Zowel liefhebbers van klassieke muziek als elektronicaliefhebbers kwamen in Brussel hun weekend afsluiten op de tonen van Arnalds’ muziek. De 32-jarige IJslander weet vele mensen te charmeren met zijn enorm uiteenlopende discografie, en dat was gisteren niet anders.
In een losse witte t-shirt komt Ólafur Arnalds perfect op tijd het podium op. Hij begint zijn concert met het prachtige en emotionele “Árbakkinn”, een nummer uit zijn ‘Island Songs’-project. De ontroerende pianomelodie moest het live zonder het gedicht van Einar Georg doen, maar de warme tonen van de strijkers maakten dat meer dan goed. Op kousenvoeten verwelkomde Arnalds zijn publiek, dat vanaf de eerste noot meegenomen werd in zijn hoopvolle, muzikale wereld.
Het concert begint prachtig, maar met wat – onopgemerkte – technische problemen. Terwijl twee van zijn technici in de coulissen discussiëren over mogelijke oplossingen, vult de IJslander de tijd op met verhaaltjes en anekdotes. De zenuwachtige lachjes tussen zijn verhalen door charmeren het publiek en zorgen ervoor dat de sfeer in het Koninklijk Circus warm en gemoedelijk aanvoelt.
Met “Only The Winds” uit ‘For Now I Am Winter’ uit 2013 haalt Arnalds voor het eerst op de avond beats en lichteffecten boven. De strijkers geven het beste van zichzelf en bespelen hun instrumenten vol gevoel. Dat is het best hoorbaar op het imposante “3326”, een geweldige vioolsolo die het publiek noot na noot gefocust houdt.
Tussen de nummers door vertelt de sympathieke componist over zijn nieuwste album ‘re:member’ dat in augustus verscheen. De nieuwe technologie die hij op dat album gebruikte, creëerde een heel nieuwe dimensie in zijn muziek. Een dimensie die voortkwam uit een writers’ block, zo vertelt hij. Daar kwamen mooie dingen uit. Een mooi voorbeeld is het prachtige “nyepi”, dat ontstond uit een dag vol stilte. De opbouw in Arnalds’ nummers is vaak hetzelfde, maar verveelt niet. De hoop die in ieder nummer weerklinkt is nooit bombastisch, maar steeds spontaan en onbevangen.
Het watervaleffect dat de STRATUS-technologie genereert zorgt voor een speelsheid in de muziek. “Doria”, “re:member” en “undir” worden vederlicht gespeeld. De drum klinkt live extra door en zorgt voor een duidelijk en vrolijk ritme. Met “ekki hugsa” geeft Arnalds de essentie van zijn concert mee. De titel, die vertaald ‘niet denken’ betekent, straalt tonnen optimisme uit. De lichtshow maakt het plaatje af en stopt het publiek 90 minuten lang in een collectieve, veilige bubbel.
Arnalds genoot van zijn passage in Brussel, de stad die volgens hem naar wafels ruikt. Zijn bedanking voor het publiek was hartelijk en persoonlijk. Het Koninklijk Circus kreeg een emotioneel verhaal over zijn grootmoeder, Chopin en pannenkoeken, waarna hij de avond afsloot met zijn meest oprechte nummer; “Lag fyrir ömmu”.

Na de laatste noot bleef het nog even stil in de zaal. Die stilte klonk luider dan het gulle applaus dat erop volgde. Ólafur Arnalds bezorgde zijn publiek een prachtige avond met zijn gevarieerde setlist. Het publiek genoot zichtbaar en sloot het weekend op een rustige manier af.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be   

Organisatie: Live Nation

Olafur Arnalds

Ólafur Arnalds: verstilde pracht op de grens tussen klassiek en modern

Geschreven door

Voor Duyster adepten had het Cactus Muziekcentrum het voorbije weekend heel wat in petto. Zo stonden vrijdagavond niet alleen Sleepingdog en Timesbold op de planken maar afgelopen zondag heetten zij in Brugge ook Ólafur Arnalds en support act Gregor Samsa welkom. Om het weekend ontspannen af te sluiten, koos ondergetekende voor laatstgenoemde optie.

Het Amerikaanse Gregor Samsa werd acht jaar geleden in Richmond opgericht door Champ Bennett (zang, gitaar en piano) en Nikki King (zang, rhodes piano en keyboard). Het duo (sinds september vorig jaar ook een echtpaar) is de enige constante binnen de groep want de voorbije jaren vonden er ruim 30 personeelswissels plaats.
Na twee EP’s, een full album en twee split EP’s met respectievelijk The Silent Type en Red Sparrows, brachten zij zopas een nieuw volwaardig album uit, genaamd ‘Rest’. De nummers op dit album, via email geschreven en in een periode van ongeveer 8 maanden opgenomen in New York, vallen onder de globale noemer van postrock en slowcore en kennen steeds een geduldige, verzorgde en gelaagde opbouw. Nog meer dan op plaat werd dit live in de verf gezet en won het songmateriaal aan kracht en intensiteit. Dit werd niet alleen meteen duidelijk via opener “Jeroen Van Aken” (inderdaad een verwijzing naar de geboortenaam van de grootmeester Hieronymus Bosch), maar ook in nummers als “Ain Leuh” en “Abutting, Dismantling” (allemaal afkomstig van het nieuwe album). Het septet musiceerde steeds erg geconcentreerd en behoedzaam. Zo werd er wel eens van instrument (piano, gitaar, viool, klarinet, xylofoon) en plaats gewisseld en de groepsleden gingen daarbij zo voorzichtig te werk alsof ieder extra geluidje de gecreëerde spanning zou breken.
Een vanuit fluisterstand ingezette “Young And Old” uit het album ‘55:12’(2006) sloot crescendogewijs de set af.

Hoe ingetogen maar intens de muziek van Gregor Samsa bij momenten ook klonk, het was totaal niet te vergelijken met de verfijnde en o zo breekbare composities van Ólafur Arnalds.
Deze amper 22-jarige muzikant afkomstig uit het IJslandse Mosfellsbaer, speelt weliswaar mee in een folk/postounkgroepje van een vriend, My Summer As A Salvation Soldier, en is drummer bij hardcorebands als Fighting Shit en Celestine, maar de grootste aandacht momenteel toch naar zijn eigen werk dat wordt gekenmerkt door een combinatie van klassieke muziek, postrock en ambient elektronica.
Vergelijkingen met Max Richter en zijn landgenoten Jóhann Jóhannsson en Hilmar Örn Hilmarsson en liggen daarbij zo voor de hand.

Ólafur Arnalds stond in Brugge al voor de derde maal dit jaar op een Belgisch podium en de set bestond uit nummers van zijn debuutalbum, het bejubelde ‘Eulogy For Evolution’, en van de nieuwe EP ‘Variations Of Static’. Tevens kwamen er enkele nieuwe songs van het later dit jaar te verschijnen tweede album aan bod.
Ook deze keer liet hij zich begeleiden door zijn vaste strijkerkwartet, namelijk drie vrouwelijke violisten en één mannelijke cellist (tevens dezelfde muzikanten die ook meewerkten aan zijn nieuwe EP). ‘Begeleiden’ is echter te zwak uitgedrukt want veelal was net het omgekeerde het geval, namelijk dat de strijkers de bepalende factor waren en dat Ólafur Arnalds voor de omlijsting zorgde via subtiele piano, laptop en af en toe ook wat loops en beats.
Al vanaf de eerste noot liet het publiek zich meevoeren op de ijle klanken. De muziek sprak voor zich. Oogcontact of zelfs interactie met het publiek werd door de groep tot het uiterste minimum herleid en beperkte zich overwegend tot een vriendelijke dankbetuiging voor het applaus van het publiek Enkel toen de erg verkouden Ólafur Arnalds iets voorbij halfweg de set moeite had om niet te hoesten doorheen een nummer, excuseerde hij zich hiervoor uitvoerig en hoopte hij dat dit geen hypotheek zou leggen op het verdere verloop van het Europese luik van zijn tournee, temeer daar zijn concert in de Cactus Club pas het tweede van de nu al dertig geplande concerten was.
Met “Himininn er ad hrynja”, en “Störnurnar fara pér vel” uit de EP ‘Variations Of Static’ werd de eigenlijke set afgerond maar de groep kwam terug voor nog één toegift. Daarbij mocht het publiek kiezen tussen een nieuw dan wel bestaand eigen nummer of een cover. Ook indien het publiek géén nummer meer wenste, kon men hem dat ook gerust laten weten, merkte hij schalks op.
Zelf hadden we graag nog eens zijn vrije interpretatie van het nummer " Marching bands of Manhattan" van Death Cab For Cutie gehoord maar het werd een volstrekt nieuw nummer waar Ólafur Arnalds de werktitel “Postrocksong” aan gaf. Meteen het einde van iets minder dan een uurtje verstilde pracht.

Op basis van wat ons de voorbije jaren ter ore is gekomen, lijkt het muzikale talent in IJsland al even talrijk als het aantal plaatselijke meren en rivieren. Welnu, ook Ólafur Arnalds mag als een revelatie beschouwd worden.

Organisatie: Cactus Club Brugge