logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (8 Items)

Paul Numi

Wired on Wonder

Geschreven door

Na twee goed ontvangen albums (‘Chimera’ en’ Parallel Lives’) is Paul Numi al terug met ‘Wired on Wonder’, zijn derde album in vijf jaar tijd. Dat hoge tempo betekent niet dat er ingeboet wordt inzake kwaliteit.
Voor ‘Wired on Wonder’ stapt Paul Numi het veld op met een nieuwe ploeg. Eén van de bekendste in het team is drummer Mario Goossens. Dat is inderdaad de Mario van Triggerfinger. De vaste producer van Triggerfinger is de Amerikaan Greg Gordon en die deed de mix van ‘Wired on Wonder’. We vermelden ook Bart Van Huyck, die in het verleden al meespeelde op een album van Lords of Acid. Voorts mag de pianist van Chimera terugkeren in de opstelling en werd een beroep gedaan op een koor uit Nigeria. Ook opvallend: Paul Numi neemt hier voor het eerst meer rollen op dan op de twee vorige albums. Hij zingt (ook de backings) en speelt bas en gitaar en hij is uiteraard ook de songschrijver, waar hij op vorige albums grofweg enkel de zanger en songschrijver was.
Namedropping is een leuk spel, maar niet altijd leveren bekende namen ook een degelijk album op. Hier wel. ‘Wired on Wonder’ is ondanks alle hulp van buitenaf het meest persoonlijke album van Paul Numi. En dan niet omdat hij muzikaal het laken naar zich toe trok. De lyrics zijn persoonlijker, graven dieper en nemen al eens een maatschappelijk standpunt in of tonen meer persoonlijke emoties (er komen twee vrouwennamen langs). Dit is ook het eerste album sinds het overlijden van Paul Numi’s broer, die een belangrijke rol speelde in zijn artistieke bestaan.
De stevige rocker “To What Seems” doet in de intro wat denken aan Echo & The Bunnymen. Verderop schuift het nummer wat op naar de Manic Street Preachers. De zang klinkt misschien net wat heser en dunner dan op de vorige albums, maar tegen de natuurwetten van de ouderdom is niemand opgewassen. “Don’t Let The Old Man In” legt de vinger op de wonde inzake ouder worden en “AI Gets Deal Fever” houdt onze generatie een spiegel voor op een leuke melodie. De lyrics daarentegen graven op dit album merkelijk dieper, voor wie de tijd wil nemen om die te ontdekken.
“What We Believe” start als een pianoballad van Elbow of Smith & Burrows en met dat gospelkoor erbij krijg ik meteen een Kerst-gevoel. “Someone” heeft een Departement S-vibe. “Phoebe My Dear” is in lengte, songtitel en akoestische aanpak een knipoog naar een track van de Stone Roses op hun debuutalbum. Een leuke knipoog, maar als je die context niet kent, is het misschien eerder een wist-je-datje. “Guide Me Towards The Light” moet heel zwaarwichtige lyrics op de schouders dragen, maar blijft wel nog overeind. Liever wat diepzinniger dan al te luchtig. “A Roving Still” is Paul’s antwoord op het gedicht So We No More Go A Roving Still van dichter Lord Byron.

De leukste tracks op ‘Wired on Wonder’ zijn voor mij de vooruitgeschoven singles “Caroll An” en “Love Still Sleeps In Futuropolis” en “To What Seems”.

https://www.youtube.com/watch?v=ZM5Cp-pDc4w

Paul Numi

Carol Ann -single-

Geschreven door

Paul Numi’s nieuwe single “Carol Ann” is een energieke, stuwende track waar poëzie en ironie hand in hand gaan. Met pakkende regels als “What are ashes? A sad reminder of flames that used to burn so bright” en “Don’t hesitate, accept your fate, just like America, we could be great” weet Paul Numi de luisteraar opnieuw mee te nemen in zijn unieke universum. Het is een stevige rocktrack met een zinderende finale.
Door de jaren heen bouwde Paul Numi een opmerkelijke carrière uit. Hij stond in de jaren ’80 met zijn toenmalige band als support act op het podium met beroemde bands als U2 en Echo & The Bunnymen en bracht zijn muziek ook unplugged naar steden als New York, Warschau en Beiroet.
De albums ‘Chimera’ en ‘Parallel Lives’ roepen nog steeds mooie herinneringen op en de nieuwe singles laten het beste verhopen voor dat volgende album.

Je vindt “Carol Ann” op Spotify.
https://musiczine.net/index.php/nl/item/81737-paul-numi-een-keer-hello-werchter-of-hello-wembley-kunnen-roepen-zou-de-max-zijn
https://www.youtube.com/watch?v=ZM5Cp-pDc4w

Paul Numi

Love Still Kills In Futuropolis -single-

Geschreven door

Paul Numi is terug. Hij bracht in respectievelijk 2021 en 2022 de fijne albums ‘Chimera’ en ‘Parallel Lives’ uit. Na enkele jaren stilte is er nu een nieuwe single, met een nieuwe ploeg achter hem.
Voor de vorige albums deed Paul Numi (bas, zang) een beroep op producer Ronald Vanhuffel en sessiemuzikanten als Vincent Pierins en Eric Melaerts. De nieuwe ploeg bestaat uit drummer Mario Goossens (Sloper, Triggerfinger), producer Guus Fluit (Eden, Zornik) en gitarist Bart Van Huyck (Lords of Acid, Eli Jones).
“Love Still Kills In Futuropolis” is de eerste single van Paul Numi’s volgende album. Het is een energieke, song die gegarandeerd luisteraars in beweging zal brengen. De titel van de song is een eerbetoon aan Paul’s overleden broer Rik. Rik’s passie voor strips inspireerde hem om een pagina te maken met deze titel, en Paul draagt zijn herinnering verder in dit nummer. De song gaat over de pijn en leegte van een verstoten geliefde die van zijn voetstuk is gevallen en nu het leven als saai en inspiratieloos ervaart, met een sterke ondertoon van ironie.
Dit is een lekker uptempo single met opnieuw een duidelijk Britse inslag (Editors, Interpol, Customs, White Lies).

https://open.spotify.com/track/7zALbpHUL5UU6GeUpC73LC?si=9476adb6db3f4e18

Paul Numi

Parallel Lives

Geschreven door

We zijn allemaal de som van onze beslissingen uit het verleden, is één van de bedenkingen van Paul Numi op zijn nieuwe album ‘Parallel Lives’. En hij gaat in de negen songs zelf op zoek naar wat er zou kunnen gebeurd zijn in zijn leven als hij op een bepaald punt een andere richting gegaan was, met soms misschien wat spijt en wroeging over dromen en liefdes die niet uitgekomen zijn. Dat zal wel bij iedereen zo zijn, maar Paul Numi weet het mooi en sterk te verwoorden. Misschien verwijst hij voor zichzelf wel naar zijn beslissing om uit de band Angry Voices te stappen na een nochtans mooi traject van supports en concerten. Maar zonder die beslissing hadden we nooit ‘Parallel Lives’ te horen gekregen.
Een tweede stokpaardje op dit album is dat we mensen niet moeten reduceren tot één kenmerk. Je kan tegelijk zakenman en artiest zijn, tegelijk bassist en songschrijver, of tegelijk liefhebben en eenzaam zijn, …  Veel diepgang opnieuw in de lyrics van Paul Numi, net als op voorganger ‘Chimera’.

Hij groeit nog wat in zijn rol van songschrijver en performer. Op “Not Yet” houdt Numi de hand vast van een vriend die niet lang meer te leven heeft. Zo’n gegeven levert soms goedkope tranen op, maar niet in deze song. “Let’s dance, laugh and sing, until the Reaper clips our wing”. Veel mooier kan je dat niet verwoorden.
‘Parallel Lives’ zou volgens de frontman meer Britpop zijn en minder ‘80’s/new wave, maar daar ben ik niet van overtuigd. “So High” heeft inderdaad wel de look & feel van Britpoppers als Pulp of Supergrass. Maar “Multitudes” neigt als geheel en zeker in het refrein wat naar de vroege Kim Wilde en voorts hoor ik op dit album referenties naar The Stranglers (op “Wake Up” en “I’ve Got It Made”), Squeeze (“Wake Up”) en The The (“Something To Hold On To”) en een gepolijste versie van The Gang Of Four (“Never, I Believed” en “Let’s Get Out”). Misschien niet de meest vernoemde bands voor wie naar de jaren ’80 verwijst, maar wel bands die het peper en zout waren in de muziek van die jaren.
Op ‘Parallel Lives’ laat Paul Numi zich begeleiden door dezelfde band als op ‘Chimera’ en dat rendeert. De tracks klinken nog organischer en lijken met nog meer souplesse ingespeeld. De synth krijgt deze keer meer tijd en ruimte en dat is een goede beslissing. Gemiddeld hebben de tracks van dit nieuwe album meer pit en een dansbaarder ritme dan die op het vorige album. “Let’s Get Out” heeft bv. een heel aanstekelijke drive en “I’ve Got It Made” moet een volle dansvloer opleveren op elk vleermuizen-feest. Opnieuw een heel aangenaam album.

https://www.youtube.com/watch?v=EmmgcjeCcZQ
https://www.youtube.com/watch?v=HYBP-lauk-s

 

Paul Numi

So High -single-

Geschreven door

Na “Multitudes” en “Wake up” brengt Paul Numi zijn derde single “So High” uit. Waren de vorige iets meer in de richting van de postpunk, dan gaat deze derde single misschien iets meer in de richting van de 90’s Britpop. Upbeat, aanstekelijk, meteen herkenbaar als Paul Numi en met een sterk refrein. De poëtische tekst beschrijft een onbeantwoorde liefde die alleen in de droom haar werkelijkheid vindt.

Opnieuw een sterke song van Paul Numi en ook de psychedelische clip is zeker de moeite. Laat dat album maar komen.

https://www.youtube.com/watch?v=ixVmhn_r4KM

 

Paul Numi

Multitudes -single-

Geschreven door

De single “Multitudes” is het visitekaartje van het volgende album van Paul Numi. De synthesizer is hier een stuk prominenter aanwezig dan op de tracks van ‘Chimera’ en de Simple Minds-sound die we daar al herkenden komt ook hier terug. Muzikaal dan, want vocaal is Numi niet van hetzelfde kaliber als Jim  Kerr. Maar hij heeft wel ook een kenmerkende, doorleefde eigen zangstijl. Het maakt van “Multitudes” opnieuw een leuke single en de muzikale evolutie doet ons uitkijken naar dat nieuwe album.
https://www.youtube.com/watch?v=HYBP-lauk-s

Paul Numi

Paul Numi - Eén keer Hello Werchter of Hello Wembley kunnen roepen, zou de max zijn

Geschreven door

Paul Numi - Eén keer Hello Werchter of Hello Wembley kunnen roepen, zou de max zijn

Peter Corijn bracht als Paul Numi eind vorig jaar met 'Chimera' een heel leuk album uit dat ons meteen deed terugdenken aan de new wave van de jaren '80. Er waren een aantal zaken die onze aandacht trokken. Zoals de bandbezetting voor de opnames van 'Chimera' en het muzikale verleden van Paul Numi. Genoeg aanleiding voor een interview met de muzikant, waarbij we ook vooruitkijken naar zijn volgende album.

Review hier 

Jouw muzikale carrière begint in de jaren '80 bij de band Angry Voices. Hoe is die band gestart?
PC: Voor zover ik het me nog herinner startte de band in de zomer van 1981. De eerste repetities verliepen in een loods van één van mijn ooms, nonkel Willy, in Wontergem. Dat is een landelijke deelgemeente van Deinze. Het belangrijkste wapenfeit uit dat begin was dat de boer die zijn koeien in de weide naast het repetitielokaal liet grazen de dag na de repetitie kwam klagen. Blijkbaar gaven de koeien geen melk meer na een overdosis van ons lawaai. Eerst had Angry Voices een zangeres maar die werd vervangen door Wim De Schuyter. Die jongen had een prachtige stem en bovendien de looks van een frontman. Als gitarist hadden we de uitzonderlijk getalenteerde Dirk Martens. Dirk was ook een sterke songschrijver. De drumvellen werden beroerd door Koen Marichael. Allemaal kwamen we uit de buurt van Deinze. We kenden elkaar al van aan de toog in de lokale kroegen en wat toen TD's (nu: fuiven) heette.

Jij was de bassist in de band?
PC: Ik was bassist, deed backing vocals en schreef ook songs. We zaten volledig in het new wavegebeuren. We waren verzot op de muziek van The Sound, The Cure, Joy Division, Echo & The Bunnymen en "Night Shift" van de Belgische band The Names.

Is die ene track op een verzamelaar op Colour Records ook de enige opname van Angry Voices?
PC: Dat moet inderdaad de enige opname zijn. Mogelijk komt er nog ergens een cassette boven water met wat demos of concertopnames.

Het steeds opnieuw aangehaalde wapenfeit van Angry Voices was de support voor U2 in de Brielpoort. Daar droomt toch elke band van?
PC: Dat concert was compleet uitverkocht. U2 had toen net het album 'War' uit met daarop de hit "New Year's Day". Deinze had toen de Brielpoort die als rocktempel gold. Daardoor kende de lokale jeugd alle nieuwe bands en hun albums heel snel. Voor de release van 'War' waren in alle Deinse jeugdcafés de eerdere singles als "I Will Follow" en "Gloria" al grijsgedraaid en luidkeels meegezongen.

Hoe heb je die avond beleefd?
PC: Met de stress viel het mee. Ten minste, tot we aan de soundcheck begonnen. Toen kwamen we erachter dat onze versterkers niet konden aangesloten worden omdat de stekkers in Ierland en de UK anders zijn. Mijn vraag aan de roadies of we dan maar op het materiaal van U2 konden spelen werd op hoongelach onthaald. Even leek het alsof we die unieke kans toch zouden missen. De roadies gingen wel meteen aan de slag om de stekkers te vervangen. Dat was een hele opluchting. Onze soundcheck duurde exact vijf minuten. The Edge van U2 had alle tijd opgesoupeerd door eindeloos lang aan zijn sound te sleutelen. De deuren van de zaal moesten open dus bij ons was het echt van: "sla eens een akkoord aan! Jaaa! Klinkt prima. De volgende!". Maar geen slecht woord over hun crew want ze hebben echt hun best gedaan om ons zo goed mogelijk te laten klinken.
Nog een anekdote: we zouden eerst drie concerten met U2 spelen. Onze bandnaam stond al op de affiches gedrukt. Tot bleek dat U2 een eigen voorprogramma meebracht. Dus wij vlogen eraf. Gelukkig kon concertorganizator Kris Verleyen hen overtuigen om in onze thuisstad drie bands op de affiche te zetten. Wij hebben heel veel te danken aan Kris die ons steeds heeft gesteund.
Dus Kris, als je dit leest: dank. Die avond had ik geen contact met U2, tenzij een korte "hello". Ik was veel te verlegen om hen aan te spreken. Nu zie ik dat als een gemiste kans. Andy Warhol hield iedereen voor dat ze recht hebben op 15 seconds of fame. Met dat concert waren mijn 15 seconden opgebruikt. Maar ik beleefde ze wel!

Met Angry Voices speelden jullie wel vaker supports of samen met andere bands?
PC: De lijst is lang: TC Matic, Definitivos, the Scabs, De Kreuners, Marine, Revenge88 en The Gigolos. De drie concerten met Echo & The Bunnymen waren in het Hof ter Loo (nu Trix) in Borgerhout, de Vooruit in Gent en het ter ziele gegane Plan K in Brussel.

Wanneer is het verhaal van Angry Voices voor jou gestopt?
PC: Ik ben er in de zomer van 1983 uitgestapt. Dat was niet zo'n slimme beslissing. Want je krijgt maar zelden een band samen waar het geheel meer is dan de individuele delen. Joe Perry van Aerosmith ging weg om solo te gaan maar kwam snel terug. Hij zei terecht: "You only get one chance to have a great band". Je bent jong en je denkt dat er nog goeie bands zullen komen. Niet dus. Er is nog sporadisch contact met de andere bandleden. Bij mijn weten zijn de anderen na Angry Voices niet meer muzikaal actief geweest.

Na Angry Voices kwam vermoedelijk eerst het gezin en het werk of ben je altijd muzikaal bezig geweest?

PC: De muziek is altijd een constante gebleven. Ik ben nog in een aantal andere bands gaan spelen, maar zonder veel succes. Al had er eentje een geniale naam: James Dean After The Crash. Dan begon het leven als expatriate. Ik was 25 jaar aan de slag in het buitenland. Op zakenreis nam ik soms mijn Martin-gitaar mee. 's Avonds speelde ik dan een unplugged concert. Vaak in Hard Rock Cafés, maar ook op de legendarische Rockwood Musical Stage in New York. Op die manier deed ik een internationale toer van Moskou tot Boston, van Warschau tot Tel Aviv. Ik was daar toch voor mijn job, dan kon ik net zo goed het podium op. In Polen, in 1999, had ik een hit met "Give Children The Sun". Die song gaf ik weg aan Poolse artiesten die een liefdadigheidsactie hadden opgezet. De muziekvideo werd zwaar geplugd op Poolse TV stations. De opbrengst werd gebruikt om een hospitaalafdeling voor de behandeling van verbrande kinderen te bouwen. De muziekmicrobe is altijd blijven broeien.

Een aantal jaar geleden nam je het alter ego Paul Numi aan. Welke betekenis zit er achter de artiestennaam?

PC: De inspiratie voor de naam komt van Jeff Immelt, de ondertussen ex-CEO van General Motors. Hij gaf een presentatie en liet daar de naam van een Toyotafabriek vallen, de Numi-plant. Ik dacht meteen: prima naam. Numi klinkt als 'new me'. Dan was er slecht één optie voor de voornaam: Paul, van Paul van Tharsus, bekend van zijn bekering en spirituele hergeboorte op weg naar Damascus. Ik prefeer een avatar. Bono, Sting, The Edge, Prince deden het me al voor. En David Bowie heet eigenlijk David Jones.

De tekening op het artwork doet wat denken aan het stadssymbool van Venetië, maar het is net iets anders en wordt blijkbaar vaker gebruikt bij ‘Chimera’, zit daar voor jou een extra betekenis achter?
PC: Het symbool is een chimera, een mythisch dier uit de oudheid. Chimera betekent 'een onmogelijke of moeilijk te bereiken doelstelling'. Zo lijkt mijn muzikale come-back soms. Een andere betekenis is 'het DNA van meerdere wezens in éen'. Ik heb me altijd verzet tegen vakjesdenken waar men je catalogeert als 'de artiest', 'de zakenman', 'de professor' of wat dan ook. Waarbij je dan blijkbaar alleen geloofwaardig kan zijn als je voor één van die vakjes kiest. Alsof je niet een 'en'-persoon kan zijn en meerdere rollen aankan. Dat is nu precies het thema van mijn nieuwe single "Multitudes", die net uit is.
Romancier Anthony Trollope werkte voor de Britse post, bedacht de postbus, maar gaf ons ook de uitstekende 'Chronicles of Barsetshire'. Churchill was politicus én een uitstekend schrijver waarvoor hij overigens de Nobelprijs Literatuur kreeg. Of taalgenie, ontdekkingsreiziger en diplomaat Richard Burton. Ik houd net van dat soort profielen en bewonder het ideaal van de Renaissancemens.

In een eerder interview word je de 'white collar Bruce Springsteen' genoemd, de Bruce Springsteen van de managers, zeg maar. Dat beeld bevestig je ook een beetje met de foto's in je artwork
PC: In Newsweek betreurde een journalist dat velen over blue collar pain schreven, maar niemand over white collar pain. Daar wist ik wel iets van. Ik had er ook een paar songs over geschreven zoals "Mister Turncoat" of "Forward Ye Corporate Soldiers". Gezien ik business executive was, was de connectie snel gelegd. Bovendien draag ik als niet zo jonge jongere vaak maatpakken wat het beeld nog wat versterkte.

Met jouw achtergrond als zakenman: beschouw je jouw muziek als een product dat verkocht moet worden, als iets dat moet renderen, winst genereren, …?
PC: Dit muzikale project drijft 100% op passie. Als ik het Paul Numi-avontuur als business executive in termen van winst en verlies zou moeten beoordelen, dan kan ik er maar beter meteen mee stoppen.
Als artiest verdien je niks aan streaming. Een play betaalt 0,0035 dollar. 'Chimera' heeft zo de ronde som van 100 dollar opgebracht. Daar kan ik dus net een paar setjes nieuwe gitaarsnaren van kopen. Ook CD's raak je niet meer kwijt. Je kan ze zelfs nauwelijks nog gratis weggeven. Velen hebben geen CD-speler meer. Een paar vrienden kopen al eens een T-shirt maar omdat het om kleine oplages gaat, zit daar ook geen cent winst op. Ik word voorlopig alleen op regionale en digitale radios gedraaid, dus royalties zijn er ook niet.

Als we het dan toch even over business moeten hebben: het winstmodel van de muziekindustrie is wat we een blockbuster-model noemen, ook wel 'winner takes all' genoemd. Een ster verdient veel, al de rest kan de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen. De Engelsen drukken het mooi uit: "you can make a fortune but you can't make a living"

Je bracht als Paul Numi eerder al twee albums uit: 'Where Am I' en 'Something Sacred'. Kan je over die releases iets meer vertellen?
PC: Die albums ben ik wat ontgroeid. Ik wou een tabula rasa. Vreemd misschien, want de songs van die albums werden door 100 Amerikaanse radiostations op de playlist gezet. Het ging om Triple AAA- en college radiostations. Ik kan daarom zeggen dat ik in de elite-universiteiten van Harvard en Princeton ben binnengeraakt, zij het dan slechts op hun radiostation en niet als student. Ook in Turkije, Pakistan, Saudi-Arabië, Zwitserland, Duitsland en Marokko was er airplay en vaak interviews. De grootste krant ter wereld, The Times of India, gaf me toen een heel mooi artikel.
Beide albums zijn opgenomen met John Woolloff, de ex-gitarist van Balavoine, Bruel en nog een pak andere Franse sterren. Alles is in Genève ingeblikt en gemixt door Chris Duc van OneMusic. De mastering deed Grammy Award-winner Ted Jensen van Sterling Sound in NYC. Ik heb keihard gewerkt aan die albums. Maar ik besloot daarna om maar niets meer op te nemen. Ik had zo'n gevoel van "wie zit er nu in godsnaam te wachten op mijn middelmaat?" In 2019 had ik toch weer zin om een single te maken. Een business lunch met Frank De Mey, die als McMay muziek opneemt, bracht me op het spoor van producer Ronald Vanhuffel. De single werd het album 'Chimera' en ondertussen is het tweede album met hem helemaal klaar.
Ronald is voor mij de perfecte producer. Hij kent en houdt ook van de muziek van de jaren '80. Tevens is hij een uitstekende coach. Ik geef toe heel onzeker te zijn over mijn songs. Raar is dat. Ik heb business' met miljarden dollars omzet in goeie en kwade tijden gerund, zonder slapeloze nachten. Vaak doe ik keynote-speaches voor honderden mensen. Maar als het over mijn songs gaat, komt er een innerlijk stemmetje opzetten dat twijfel zaait. Dan word ik heel kwetsbaar.
"My Day Will Come" is één van mijn populairste songs geworden. Ik wou dat nummer niet eens opnemen. Ronald wees toen naar zijn muur vol gouden platen en beweerde dat hij het beter wist dan ik. Wat ook bleek.
Het nieuwe album dat net klaar is wou ik op een bepaald moment ook de vuilnisbak inkieperen. Gelukkig was Ronald er om dat tegen te houden. Dat tweede album is sterk geworden en een grote stap vooruit ten opzichte van 'Chimera'. De single "Multitudes" geeft alvast een voorsmaakje.

Heb je met die vorige albums ook live gespeeld?
PC: Veel songs van 'Where Am I?' en 'Something Sacred' heb ik live gebracht. Altijd unplugged, zij het dan een paar keer met nog een gitarist. Dat was een harde leerschool want mensen gaan naar een Hard Rock Café om een hamburger te eten en niet om naar mij te luisteren. Bovendien kende niemand mijn songs. Maar ik slaagde er toch in om mensen te doen meezingen. Na afloop kwam er altijd wel iemand naar me toe met de vraag of ze mijn CD konden kopen, of stel je voor, om een handtekening te vragen.

Zijn er plannen of ideeën om de nummers van 'Chimera', of van het volgende album, live te gaan brengen?
PC: Ik wil die songs graag live brengen. De studioband zou natuurlijk perfect zijn op het podium, maar die jongens worden ook veel gevraagd door gevestigde waarden. Zo speelt de ritmesectie ook voor Clouseau. Eric Melaerts is een topgitarist die iedereen wil. Het moet ook financieel een beetje haalbaar zijn. In een band speelt iedereen voor een bak bier, maar met ingehuurde muzikanten ligt dat anders.

Stonden de muzikanten van 'Chimera' al lang op je verzoeklijst?
PC: Niet echt. Ronald heeft die allemaal aangebracht. Eric kende ik natuurlijk wel, dus met die keuze was ik het snel eens.

Je bent zelf bassist. Waarom dan een bassist inhuren?
PC: Ik speel bas en gitaar. Ik schrijf alle basslines. Een klassebak als Vincent Pierins voor studiowerk inhuren is absoluut zinvol. Dan staat het er met zijn geweldige groove in één of twee takes perfect op. Vergeet ook niet dat studiotijd in ICP niet goedkoop is. Time is money en het is mijn geld. Ik kan het zelf inspelen, maar dan moet het in zeven takes voor een slechter resultaat, wat meer tijd kost.
Mijn echte passie ligt bij het songschrijven. Een instrument is daarbij maar een stuk gereedschap, zoals een timmerman de hamer en de zaag hanteert.

Hoe ga je te werk voor lyrics en muziek?
PC: Lyrics zijn voor mij heel belangrijk. Ik hoor wel eens dat dat allemaal niet zoveel uitmaakt. Als men zoals de band Trio wereldwijd kan scoren met "Da Da Da" dan klopt dat mogelijks wel. In mijn jeugd had Cheap Trick een monsterhit te pakken met de kinderlijk eenvoudige tekst "I want you to want me, I need you to need me, I love you to love me". Maar voor mij werkt dat niet.
Ik heb een paar principes bij het schrijven. Eén: het moet duidelijk zijn waarover het gaat. Ik heb het niet zo met diegenen die 'mystiek' schrijven en claimen dat de luisteraar zelf de inhoud moet bepalen. Dat lijkt me soms een excuus omdat men weinig te zeggen heeft. Alle goeie schrijvers zijn concreet: Bruce Springsteen, Nick Cave, Warren Zevon en Tom Waits bijvoorbeeld.
Twee: ik gebruik nooit schuttingtaal. Ook dat is te eenvoudig. Elke achtjarige kan het f- woord roepen. De vraag is: hoe zeg je dat op een andere manier. Morrissey is daar sterk in.
Drie: het moet authentiek zijn. Ik kan bezwaarlijk "Yo yo from the ghetto" gaan rappen. Dat zou compleet belachelijk zijn. Of over ufo's, elfjes en faraos gaan zingen zoals sommige progrock bands zeker wel eens gedaan hebben in de jaren '70. Wat juist bij mijn generatie zo aansloeg in de punk is dat het over ons leven leek te gaan in plaats van dat kleffe hippiegedoe, waar ik alvast geen voeling mee had. Dan Eton Riffles van The Jam! "What can you do against a tie and a crest?" Of beter nog: "To Be Someone".
Soms komt mijn inspiratie uit een boek. Ik ben een echte boekenworm en soms komt daarvan iets dan in een song terecht. Nietzsche-kenners hebben dat gemerkt in "The Sparkle". In "A Square Peg (For A Round Hole") zit een van de kerngedachten van Colin Wilson's studie over The Outsider. De nieuwe single "Multitudes" is onder andere geïnspireerd door een uitspraak van de Amerikaanse dichter Walt Whitman. Streetcredibility heb ik dus voor geen meter. Dan doe ik ook niet alsof ik die wel heb. "You are what you is" wist wijlen Frank Zappa.
De inspiratie kan van overal komen. Iets wat ik opvang of wat iemand zegt. De melodie komt altijd eerst en pas dan de tekst. Heel snel heb ik één of twee regels die uit het niets lijken te komen. Daar borduur ik dan op voort. Om God weet welke reden begin ik: "I am" in een te zingen refrein. Dan vraag ik me af wat ik daarmee kan doen. Dan volgt: "I refuse to be one thing, Settle for "or", When there is "and",
I can swing from role to role, And yet remain whole, Already missed too much of life, By being far too blunt a knife, I am, I am, yes i can
'cause I'm Multitides".
Zo krijgt een verhaal stilaan vorm. Die verhalen moeten ergens universeel zijn, iets uitdrukken wat anderen ook herkennen. Hopelijk vinden ze iets van zichzelf in terug.
Ik bewonder Ray Davies van The Kinks als songschrijver. Die kan zo fantastisch observeren en dat in fiinzinnige, vaak licht ironische regels omzetten. Luister nog maar eens naar een "A Dedicated Follower Of Fashion" of "A Well Respected Man".

'Chimera' is een stijlbreuk met je vorige albums: van de Beatles en Britpop naar de new wave. Is dat dan naar de Angry Voices-roots of slaat dit beter aan bij het publiek?
PC: Met het publiek heb ik geen rekening gehouden om de simpele reden dat ik er geen had. Als artiest evolueer je en songs veranderen.

'Chimera' heeft de sound van de jaren '80. Had je inzake geluid één of meer bands in gedachten bij de opnames?
PC: The usual suspects, zeg maar. Joy Division, Editors en The Cure; soms zelfs een streepje The Cult.

We horen op 'Chimera' nauwelijks synths
PC: Die synths zijn er wel maar meer discreet. Het kan een urban legend zijn, maar Robert Smith wou bij The Cure in het begin alleen synths als die met één vinger gespeeld konden worden. Dat werd meteen ons motto. Alle synths op 'Chimera' kan je dus met één vinger spelen. Op de volgende plaat staan meer synths en invloeden van EDM. Dat hoor je al in "Multitudes". Ronald heeft veel ervaring in trance en zelfs trip hop.

De 160.000 plays van 'Chimera' zullen wel niet allemaal uit België komen. Waar wordt jouw muziek zoal opgepikt?

PC: Ik ben geen sant in eigen land. Die streamingplatforms betalen niks, maar geven je wel veel big data, om een consultingterm te gebruiken. Op basis van de laatste maand zijn de toplanden: USA, Brazilië en de UK. Dat verwondert mij niet want Engelstaligen kicken op mijn teksten. Zo schreef Kevin Roberts, ex-CEO van Saatchi en bestselling auteur van "LoveMarks" een mooie review over "A Square Peg (For A Round Hole)". Net ook voor "Multitides" getiteld: "in praise of the free-thinking ones" met zowaar verwijzing naar Steve Jobs en Jack Kerouac. Daar wordt een mens toch blij van. In de eerste 50 steden zit geen enkele Belgische stad. Aan de top: London, Rome en Santiago de Chili. Ik ben ook populairder in Guatamela City, Concepción in Chili en Guadaljara in Mexico dan hier.
Een Spaanse blogger schreef: "Tiene cierta influencia a Bowie en su voz, por est sabor erótico en cada climax sonoro." Hij heeft invloed van Bowie in de stem, met die erotische kleur in elke sonorische climax. Misschien daarom dat ik meer aansla in Latijns-Amerika? Grapje, het heeft vooral te maken met welke playlists je songs opnemen.

Geen plannen voor een vinyl-release?
PC: Dat wil ik graag. Maar hoeveel van die LP's kan ik als indie artist aan de man brengen? En kleine oplages zijn duur omwille van de vaste kostencomponent. Vinyl heeft pas echt zin als we opnieuw kunnen optreden. Vaak willen mensen een tastbaar souvenir na het concert.

Hoe is de samenwerking tot stand gekomen met Fat Koala Disorder?
PC: Ik ken één van de leden van Fat Koala Disorder. Die belde me vanuit Warschau enthousiast op. "Hey Paul we vinden jouw album geweldig. Wil je meewerken aan onze volgende single?" Ja natuurlijk! Ik componeerde mee aan de muziek, schreef de tekst voor "My Very Own Cain", speel bas en zing. Ronald Vanhuffel speelde gitaar. Voor een vervolg mogen ze mij altijd bellen.

Je hebt een prima band, maar wie staat nog op jouw wish list als muzikant, zanger(es) voor een duet, producer, remixer, …

PC: Never change a winning team. Dus als ik nu aan een derde album zou beginnen neem ik hetzelfde team, verondersteld dat zij het ook zien zitten. Uiteraard heb ik bewondering voor een lange lijst andere artiesten. Songs schrijven met Morrissey, The Edge of Bruce Springsteen lijkt me wel wat.
Ik weet uit goede bron dat Sting naar 'Chimera' geluisterd heeft, maar toen Brits diplomatisch zei: "it's not my cup of tea". Ik weet dat hij goed geluisterd heeft want hij stelde een heel pertinente vraag over de teksten. Maar een duet zit er waarschijnlijk niet in. Jools Holland zag ook niet meteen iets in het album. Maar ik klop aan elke deur. Dat ik die dan soms ook in mijn gezicht krijg, hoort er bij.

Stel dat je een kind of kleinkind van 18 jaar hebt die jou komt melden dat ze van muziek hun beroep willen maken. Steun je hen dan voluit, of is het eerder van 'begin daar toch niet aan'?
PC: Op LinkedIn circuleren nogal wat artikels die afraden om je passie te volgen. Ik denk dat je die wel moet volgen, mits een aantal voorwaarden. Die zou ik ook mijn kleinkind voorleggen:
Je kan heel goed worden in wat je kiest en je wil er de offers voor opbrengen,
Er is een markt voor die competenties,
Je aanvaardt de consequenties van je keuze.
Het is gewoon verkeerd om kinderen te zeggen: maakt niks uit, kies maar wat je wil op basis van wat je leuk vindt. Er hangen namelijk gevolgen aan keuzes vast. Sommige beroepen zijn riskant, zoals muziek. Het is aartsmoeilijk om de top te bereiken en nog moeilijker om er te blijven. Dan moet je aan hedging doen, zoals dat bij een riskante investering gebeurt, en een fall back option creëren. Toch maar dat diploma halen als Plan B?

Hoeveel albums van Paul Numi kunnen we nog verwachten?
PC: Ik heb al veel nieuwe songs geschreven voor een derde album. Dus dat zit er nog wel in.

Tot hoe ver reikt jouw muzikale ambitie?
PC: Ik probeer zo goed mogelijke songs te schrijven. Samen met creatief genie Rik Corijn werk ik ook constant aan het marketingaspect. Dat is misschien niet wat men graag hoort, maar het is show business. "Anders was het show show", om het met Woody Allen te zeggen. Voor wie nog een ontnuchterende statistiek nodig had: elke dag worden 40.000 nieuwe songs op Spotify gezet. Dat is het equivalent van wat in 1984 in de UK uitkwam op één volledig jaar. Je moet dus constant voor engagement zorgen of men is je als indie artist zo vergeten. Ik geniet vooral van het schrijven en hetopnemen. Uiteraard is het leuk als je ook respons krijgt. Ambitie is er zeker. Zo één keer Hellooooo Werchter of Hello Wembleyyyyyy kunnen roepen zou wel de max zijn. Al vrees ik dat het wel eens bij Café Wembley om de hoek zou kunnen blijven.

https://www.youtube.com/watch?v=HYBP-lauk-s

Paul Numi

Chimera

Geschreven door

Paul Numi is het alter ego van Peter Corijn. Die kan je misschien nog kennen van bij Angry Voices, de band die in 1980 het voorprogramma was toen U2 in de Brielpoort in Deinze kwam spelen. Ze deelden begin de jaren ’80 voorts nog het podium met Echo & The Bunnymen, Definitivos, TC Matic, The Scabs en De Kreuners. Het leverde hen o.m. een plaats op op een verzamelaar van Colour Records. Corijn trok daarna het internationale zakenleven in, maar na verloop van tijd begon het toch opnieuw te kriebelen om muziek te maken, nu als Paul Numi.
Een eerder solo-album had John Woolloff als producer (bekend als muzikant bij Patrick Bruel, Balavoine, Jeanne Mas) en zweeft tussen de Beatles en de Britpop. Het nieuwste album zit op een ander spoor en gaat meer naar de alternatieve rock en new wave.
Paul Numi verzamelde voor ‘Chimera’ een mooi team rond zich: producer Roland Vanhuffel (The Rezistance, Alain Tant, William Souffreau, Bløf, …), bassist Vincent Pierins (Elisa Waut), guitarist Eric Melaerts (Schmutz, The Popgun, Won Ton Ton, ..), drummers Herman Cambré (Arno, Clouseau, ..) en Bram Raeymaekers (Renaud) en voor de mix deed hij een beroep op Michel Dierickx (The Cure, OMD, Squeeze, Neon Judgement, TC Matic, Jo Lemaire, Luc Van Acker, Lavvi Ebbel, Pas De Deux, Elisa Waut, Definitivos, …). Mooie namen, maar op zich betekent dat nog niet dat er ook een mooi album gemaakt is.
Op ‘Chimera’ staan een paar heel goede tracks. Vooral de diepgroovende bas- en etherische gitaarpartijen zijn typisch voor de referentieperiode van de jaren ’80. We missen nog de typische synth-sound uit die periode. Paul Numi toont zich hier niet de grootste zanger, maar hij kent zijn beperkingen en weet het maximale te halen uit dat waar hij goed in is. Als tekstschrijver is hij een puike observator van de grote en kleine zaken uit zijn persoonlijke leven en van zijn directe omgeving. Dat hij niet het gewicht van de wereld op zijn schouders torst of door eindeloos verdriet verteerd wordt, maakt dat het album als geheel wat braaf en gepolijst klinkt.
De songs halen allemaal zo een beetje hetzelfde niveau, maar diegene die mij het hardst raken, zijn het heel zweverige “Who I’m Living For” en voorts “To Life!” en “A Time To Forgive”. Paul Numi heeft met ‘Chimera’ een heel aangenaam album uit.

https://www.youtube.com/watch?v=QT57pYYxEvk