Niet alleen in Diksmuide hebben ze wat te vieren, in Leffinge staat gans de maand mei in het teken van ‘10 jaar zaal de Zwerver’. Een bijzonder mooie reeks optredens werd geopend met een avond die men simpelweg ‘The Blues’ gedoopt had, hoewel geen enkele van de drie artiesten zich strikt aan die term hield.
Het was vooral opener Scott H. Biram (Austin, Texas) die me naar Leffinge had gelokt. Dit authentieke fenomeen omschrijft zichzelf als een ‘dirty old one man band’. Voor hij eraan begon liet hij zijn gitaar eens flink piepen en fluiten, nam dan plaats op een stoeltje en ramde zich door een Son House nummer. De toon was meteen gezet en ik besefte dat ik, worstelend met een slechts half verteerde kater, in de perfecte stemming was voor dit soort garageblues. Dat terwijl Scott afwisselend van zijn biertje en een bekertje met iets hartigers nipte. Huilend en grommend, zijn gitaar molesterend en stompend met een elektrisch versterkte linkervoet ploegde hij zich door zijn set terwijl hij tussen de songs door met een moddervet accent voortdurend geestige opmerkingen maakte. Zo excuseerde hij zich voor het feit dat hij exact dezelfde nummers speelde als eerder die dag op het Roots & Rosesfestival in Lessines. Een erg rammelende versie van "I can't be satisfied" van Muddy Waters liet hij mooi uitmonden in "Shake 'em on down" van Mississippi Fred McDowell. Naast de blues kwamen ook country en hillbilly ruim aan bod en wist hij ons zelfs te ontroeren met songs als "Still drunk, still crazy, still blue". Intussen waren de bluespuristen achteraan aan het zeuren dat de man niet eens gitaar kon spelen. Dat zal wel zo zijn, Scott kreeg op het einde zijn gitaar zelfs niet meer gestemd, maar qua punkspirit kon dit tellen en straalt hij een soort bezetenheid uit die bij de zogenaamde echte bluesmuzikanten ver te zoeken is. En misschien is hij wel echt bezeten want toen hij enkele jaren geleden bij een zwaar verkeersongeval zowat alles brak wat maar kon breken stond hij na twee maanden teug op het podium, weliswaar in een rolstoel en met het infuus nog in de arm. Later op de avond zag ik hem in de zaal rondstruinen, nog steeds twee bekertjes drank voor zich houdend.
Roland had zich omringd door twee topmuzikanten : Steven De Bruyn (El Fish, The Rhythm Kings) op mondharmonica en gitaar en Tony Gyselinck (BRT Jazzorkest, Toots Tielemans, Jo Lemaire,...) op drums en elektronica. Ze openden met een lange, bezwerende instrumental die erg oriëntaals klonk. Nadien trok men toch meer de blueskaart en liet Roland zijn gitaar geregeld flink scheuren. Vooral Gyselinck blonk uit als een bijzonder inventief drummer, hoewel niet steeds duidelijk was waar al die vreemde klanken vandaan kwamen. Ook Roland was op tijd en stond druk in de weer met effectpedalen : zo klonk zijn gitaar op een gegeven moment als het orgel van Jon Lord. Het samenspel tussen De Bruyn en Roland zorgde nu en dan voor flink wat gensters. Alleen naar het einde toe verwaterde de set. "Tiny" van Steven De Bruyn was ronduit flauw en in het laatste nummer "King Kong", dat boordevol elektronica zat, haalde de vernieuwingsdrang het van de kwaliteit. Toch was het jaren geleden dat ik Roland nog zo geïnspireerd heb bezig gezien.
Afsluiter was Poppa Chubby, echte naam Ted Horowitz, 50 jaar geleden geboren in de Bronx, New York en zelfverklaard Jimi Hendrix fan. Deze enorme vleeshomp kon me eerst nog matig bekoren met zijn ferm geoliede bluesrock maar toen hij bij het derde nummer al voor "Hey Joe" koos begon ik ferme twijfels te krijgen. Daarna ging hij zitten (terwijl ik dacht dat de overtollige kilo's hem parten speelden vertelde hij doodleuk dat hij een hardwerkende mens was) en serveerde ons enkele ellenlang uitgesponnen trage bluesnummers waarin hij al zijn kunnen demonstreerde.
Tja, deze man kan spelen maar geef mij toch maar Scott H. Biram. En het ging van kwaad naar erger: ook de zo gevreesde drumsolo werd van onder het stof gehaald terwijl ook Poppa zelf een trommel bewerkte. Toch volgde nog een lichtpunt toen AJ Pappas, die ik de hele tijd al goed bezig vond, op de voorgrond mocht treden en kon bewijzen wat voor een geweldige bassist hij is. Er werd afgesloten met "Ace of spades" van Motörhead, dat zelfs Poppa Chubby niet stuk kreeg. Toch moest hij er nog een totaal overbodig slot, waar zelfs een streepje "Kashmir" (Led Zeppelin) in zat verweven, aan breien. Opgelucht dat het over was en ook het publiek vroeg geen bissen meer.
Organisatie: de Zwerver, Leffinge