Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (1 Items)

Ry Cooder

Ry Cooder – Na 50 jaar nog geen gebrek aan zuurstof

Geschreven door

Stipt op tijd startte een klein ‘voorprogramma’ waarbij Joachim Cooder in enkele nummers zijn ding mocht doen. Hij bracht een soort ‘wereldmuziek’ waarbij het moeilijk uit te maken was wat de bron van de klanken was. Dat intrigeerde ons en wat opzoekwerk leverde snel een antwoord: voor de meeste nummers begon Cooder met het creëren van een loop van klanken die hij produceerde met een elektrische mbira (een product van Array Instruments).. Wie zich hiervan een idee wil vormen, vraagt het eens aan Mr. Google. Naast hem tokkelde ene Sam Gendel op de gitaar. Na een drietal nummers (wat voor de meerderheid van het publiek waarschijnlijk volstond) beloofden ze dat ze meteen terug zouden komen…

Enkele minuten later schept Sam Gendel een bevreemdende sfeer met een soundscape op elektronisch versterkte sax. Daar bovenop creëert de slidegitaar ”Nobody's Fault But Mine”, een eerste bluesklassieker van Blind Willie Johnson. Doorheen de avond brengt Ry Cooder op sublieme wijze een mix van eigen werk met parels uit het Great American Songbook. “Everybody Ought to Treat a Stranger Right” stamt ook uit de jaren ‘30 toen de Grote Depressie de VS teisterde. Maar het thema is nog altijd even actueel. Het is fijn voor gitaristen dat hun spel met de jaren alleen maar verbetert zolang ze gespaard blijven van reumatiek. Voor zangers ligt het een stuk moeilijker om hún instrument gaaf te houden want niets is zieliger dan een zanger met stembanden die het aflaten. Ry Cooder prijst zich gelukkig als prille zeventiger met vingers en stem die nog even levenslustig zijn als in de vorige eeuw!
Links op het podium staan de Hamiltones. Met hun donkere brillen lijken het de Blind Boys From Alabama die de backing vocals verzorgen. De hele avond zorgen ze voor een swingende gospelsound die ambiance brengt in het uitverkochte Kursaal dat door Cooder geprezen wordt om zijn akoestiek. En het wordt nog gezelliger als Ry even aan de toog komt zitten met een anekdote over Bob Dylan die hem aanraadde de ‘merch’ te verzorgen want vooral T-shirts doen het goed! “Ik maak alleen muziek, geen kledij”, was het antwoord. En dat doet Ry al meer dan 50 jaar! De Hamiltones waren het geknipte trio voor “Go Home Girl” (Arthur Alexander), één van die klassiekers waarvan je na al die jaren begint te geloven dat die uit de pen van Cooder zelf kwam. De elektronische vervorming van de saxofoon vormden een vreemde combinatie met de klassieke gitaarklanken voor “The Very Thing That Makes You Rich (Makes Me Poor)”. Een applaus van herkenning kwam pas toen het nummer zijn originele ritme vond bij eerste refrein. De solo van de sax leek uit het oeuvre van Ian Dury geplukt. Niet echt ons kopje thee…
We waren reeds halfweg, tijd voor Cooder om -naar eigen zeggen- even aan de zuurstoffles (een cadeau van Emmylou Harris) te gaan liggen en voor de Hamiltones om op het voorplan te treden. Meteen bewijzen ze dat ze heel wat meer aankunnen dan het backingwerk. We krijgen ook het individuele stemgeluid te horen van de drie fantastische zangers met een presence van échte performers! Met “74 Jesus on the Mainline” transformeren ze de Oostendse muziektempel in een kerk uit de Bible Belt. Meteen gaan ze uptempo verder met “Gotta Be Lovin Me” met mister Ry op double neck.
Tot onze spijt ontbrak een instrumental zoals “Paris-Texas” op de setlist. Maar dat werd ruimschoots goedgemaakt met “Vigilante Man” (Woody Guthrie). De slidegitaar doorsneed de stilte van de bomvolle zaal en even scherp waren de nieuwe lyrics in deze oude traditional: “Weak mind in the White House. He is not a clown. He’s controlled by others.” De schietgrage lui van de NRA zijn Cooders vrienden niet: “This song hasn't changed since Woody wrote it in thé 30ies.”
Vervolgens trekt Ry van leer tegen het materialisme in “You must Unload”. “Modegevoelige christenen raken niet in de hemel met hun hoge hakken.” De sax steelt opnieuw de show met alweer een atypische solo waar Ry ten zeerste van geniet. De Hamiltons wiegen mee van de ene voet op de andere. En voor het te prekerig wordt, bedient Cooder de roepers om verzoeknummers in de zaal met een eigen keuze uit zijn oude covers: “How can a poor man stand such times like this?” en “Down in the Boondocks” (Billy Joe Royal). Bij het eerste nummer geeft hij deemoedig de nodige duiding: “Blind Alfred Reed schreef het in de depression. Zoiets zou ik niet kunnen schrijven…. Maar wel spelen. Check dit thuis eens op YouTube voor het origineel.”
Met een bottleneck op de zingende snaren mogen we even mee naar Hawaii. We surfen verder op het aanstekelijke ritme van de titelsong uit de nieuwe plaat ‘The Prodigal Son’ dat ook van John Hiatt kon zijn. The Hamiltones mogen afsluiten met “99 1/2 Won't Do (Dorothy Love Coates)”. Nog een oproep van priester Cooder: “Kijk 's morgen in de spiegel en zeg dat je voor 100 gaat!”
Het trio gaat met een ton charisma James Brown achterna. Een staande ovatie begeleidt de band naar de coulissen en terug.
Als bisnummer wordt nog een verzoekje gegeven: “Little Sister” (Elvis Presley) en The Hamiltones sluiten af met “I Can’t Win”.

Met de nieuwe CD op zak haast ik me naar de auto om mijn oren te verwennen. De onderste trede van een marmeren Kursaaltrap gooit roet in het eten en mijn voet moet het ontgelden. Ik laat me nog vallen als een echte judoka om de voet te mijden, maar ‘s anderendaags is het verdict onverbiddelijk: voetbeentje gebroken. Als Ry Cooder mijn gips nu zou komen signeren...

Organisatie: Greenhouse Talent