Stepmother - Met pieken en dalen
Met dergelijke temperaturen naar The Pit's trekken was vroeger een hachelijke onderneming. Maar intussen bleek mijn favoriete punkhol over de luxe van een functionerende airco te beschikken zodat de hitte er, binnen de perken bleef. Het was er zelfs beter binnen dan buiten. Het is ooit anders geweest.
Toen drummer Kobi door kanker een teelbal verloor, doopten de twee andere groepsleden hem meteen liefkozend om tot Kobi One. De groepsnaam, Kobi One & The Full Sacks, lijkt me dan ook een logisch vervolg. Verder bestond het Gentse trio uit bassist 'Lucky' Lukas en zanger-gitarist Almo Gonzalez, die je zou kunnen kennen van Las Almorranas. Toen ze eraan begonnen, dook er achteraan het podium nog een vierde man op. Keurig in het pak en met zijn gezicht verscholen achter een bivakmuts bleef hij zich de hele set lang aan de meest fascinerende dansjes wagen. Heel lang duurde het niet voor hij helemaal vooraan stond en zich van jas en hemd ontdeed. Onvermoeibaar bleef hij alle aandacht naar zich toe zuigen waardoor je bijna vergat dat er achter hem ook nog een groep stond te spelen. Die brachten een compromisloze mix van garagerock en hardcore waarin weinig plaats was voor nuance. Dit klonk meestal lomp en dreunend als een losgeslagen goederentrein. Toch had de band best wel zijn momenten. Vooral de zang kon me bekoren, hoewel Almo Gonzalez zich tegen het einde wat te vaak verloor in hardcoremaniërismen. Ook zijn gitaarspel, dat een paar keer zelfs psychedelische trekjes vertoonde, maakte behoorlijk indruk. Of hij daar zelf tevreden mee was, blijft maar de vraag, want na de laatste noot sloeg hij zijn gitaar aan gruzelementen.
Vreemd slot van een al even vreemde set waarin een anonieme danser met de pluimen ging lopen.
Stepmother is een powertrio uit Melbourne rond Graham Clise die ook actief was en is in enkele andere bands: Annihilation Time, Rot TV, Lecherous Gaze en Witch. Die laatste band is een nevenproject van J Mascis waarin de gitaargeweldenaar van Dinosaur Jr. achter de drums kruipt. Een Amerikaanse band dus, net als Lecherous Gaze uit Oakland, Californië waarmee hij acht jaar geleden al eens in The Pit's speelde, zo meende Clise zich te herinneren. Of dat klopt weet ik niet, maar een duik in mijn archieven leerde me dat ik Lecherous Gaze, samen met Danava, al in 2011 in The Pit's aan het werk zag. Intussen ruilde hij de States voor Australië waar hij met Stepmother onlangs een tweede plaat, ‘Absurdus Manifestus’, uitbracht.
Graham Clise verscheen op het podium in een Blue Öyster Cult-T-shirt, wat niet meteen het beste deed vermoeden. De muziek van Stepmother wordt nogal eens omschreven als proto-punk maar dat zal de lading slechts gedeeltelijk dekken. Mijn definitie van proto-punk is harde, agressieve, rauwe en primitieve rock ontstaan uit de garagerock van de jaren zestig, waarin de eerste kiemen van de punk al hoorbaar waren. De bakermat bevond zich in Detroit met groepen als MC5, The Stooges en Death. De laatste keer dat ik de term proto-punk nog eens boven haalde was bij een optreden van The Schizophonics, maar die band lijkt toch weinig gemeen te hebben met Stepmother. Als invloeden verwijst Graham Clise graag naar groepen als The Damned, The Pink Fairies, Nervous Eaters of Blue Cheer. Vooral die laatste invloed leek me onmiskenbaar, al maak ik meteen de kanttekening dat Blue Cheer door velen wordt beschouwd als de eerste hardrockband.
Want Stepmother mag zich dan wel als een punkband profileren, de hardrock was nooit ver weg. Gelukkig bleef dat goed gedoseerd terwijl Clise voldoende lef had om af en toe flink buiten de lijntjes te kleuren.
Al vroeg in de set verraste hij met "El Gusano", een onversneden surfinstrumental en wat mij betreft het beste nummer van de avond. Stepmother was op zijn best wanneer het tempo werd opgedreven en het fuzzpedaal werd ingetrapt. Jammer genoeg vond Clise het nodig om de band op zijn t-shirt te eren met een paar tamme nummers, voorzien van wel erg gladde backing vocals. Gelukkig bleef het bij die twee uitschuivers en uiteindelijk bleek Stepmother een best genietbare band waarbij mijn sympathie vooral uitging naar de noest meppende drummer Lee Parker, en dat zeker niet alleen om zijn Dead Moon-T-shirt.
Het werd helemaal mooi met het afsluitende "Journey to the center of the mind", een bijzonder gesmaakte cover van The Amboy Dukes, de eerste band van een toen nog niet ontspoorde Ted Nugent.
Dit orgelpunt versterkte alleen maar het gevoel dat er meer in had gezeten, zeker omdat Stepmother het al na een krap halfuur voor bekeken hield.
Organisatie: Pit’s, Kortrijk