logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Steve Harley

Steve Harley & Cockney Rebel - make you smile ? (smiley aub)

Geschreven door

Steve Harley & Cockney Rebel - make you smile  ? (smiley aub)

Sommige popartiesten boeren goed. Het is hen gegund zolang ze hun talenten benutten en hard werken. Laten we het muziekpad even verlaten en ons in de sfeer van Top Gear begeven. De welstand van rocksterren kan je afleiden uit het soort voertuigen waarmee ze rijden. Neem nu Steve Harley. Zijn eerste wagen was een ordinaire Ford Escort. Begin jaren ‘70 scoort hij hits en prompt schakelt hij over op een statige Bentley. “In de States verwarren ze de Bentley meestal met een Roller (Rolls Royce). Soms ging ik op restaurant met mijn vriend Rod Stewart. Nadien grapte hij: ‘Zullen we de Roller naar huis brengen?’ ” In de jaren ‘80 staat er wat minder op de bankrekening en bestuurt hij een Volkswagen Golf of een Volvo. “Ik vroeg me af: ik ben toch een rockster, wat doe ik in een Volvo?” Gelukkig stromen de auteursrechten verder binnen. Bij zijn vorig concert parkeerde hij een immense BMW 7 achter de zaal. Nu tuft hij als James Bond zowaar met een sportbolide rond: een Aston Martin. Een man met smaak (en geld).
Het zijn niet enkel de platenverkoop en SABAM die een artiest rijk maken. Later kom je te weten welke bijkomende weg je lucratief kan berijden.

Ik interview Steve Harley voor de tweede maal. De vorige keer was 4 jaar geleden. Het artikel genereerde online via Musiczine 2.200 extra lezers. Beeld je in, 40 volle autobussen.

Harley is een veel belezen man, dat merk je aan zijn songteksten. Als jij je eerste single (“Sebastian”) - jouw visitekaartje - laat beginnen met:
“Radiate simply, the candle is burning, so low for me.
Generate me limply, can't seem to place your name, cherie.”

weet je dat er potten zullen gebroken worden.
Ik beloof Steve andere vragen te stellen. “Thanks, mate!” Een goed begin want hij lacht.

Laten we het eens over een andere boeg gooien. Welke auteur is volgens jou de beste?
Ik ga voor Virginia Woolf, een van de grootste Engelse schrijvers. Haar boek The Waves betekende een openbaring voor me. Het bestaat uit monologen van zes personages. Ook haar gedichten zijn van uitzonderlijk hoog niveau. Helaas pleegde Woolf zelfmoord omdat ze stemmen hoorde.
Bij de liedjesteksten staat uiteraard Bob Dylan op kop, gevolgd door - verschiet niet - Chuck Berry. Je mag hem als de belangrijkste songwriter van het rock-'n-rolltijdperk beschouwen. Berry leverde scherpe kritiek op de Amerikaanse maatschappij. Hij had als tekstschrijver en gitarist een grote invloed op The Rolling Stones, The Beatles, Bob Dylan en zelfs Bruce Springsteen.

Sommigen vergelijken je stem met die van Bob Dylan
Daarmee ga ik niet akkoord. Ik hou wel ontzettend veel van zijn frasering. Ik volg hem sinds mijn twaalfde. Soms draag ik een T-shirt met een beeltenis van hem. Het is een foto uit ‘69 vanop het Isle of Wight festival.

Klopt het dat je begon als busker / straatmuzikant?
Begin jaren ‘70, toen we nog jong en mooi waren… Ik groeide op met mijn songs in metrostations en op straat, vooral Portobello Road en Hyde Park Corner. Alleen met mijn gitaar. De meesten speelden er folksongs. Ik probeerde er mijn composities uit. Het busken gaf me een platform om te experimenteren. Ik had eentje dat “Sebastian” noemde en het duurde 6 minuten. Evenzeer “Judy Teen” en “Mr. Soft” kwamen embryonaal aan bod. En, ik had geen nagel om aan mijn gat te krabben.

Aan welk optreden heb je een blijvende herinnering?
Ontelbare, elk concert kan je speciaal noemen. Wat me zeker bijblijft: in juni dit jaar trad ik op nadat mijn vader overleden was. Uiteraard dacht ik aan mijn pa en droeg een song aan hem op. Dit gaf me rillingen.
Staat eveneens in mijn geheugen gegrift: Vorst 1975, een magische nacht. Ik had toen drie goedlopende albums uit en een hit met “Make Me Smile”. Of de shows in de Roma, Antwerpen. Wat een briljante zaal. Ze vertelden me dat dit destijds een bioscoop was en dat vrijwilligers de renovatie op zich namen. Wonderbaarlijk. Bovendien een beschermd monument.

Vertel me over je vriend Marc Bolan van T. Rex
Om een zinspeling op zijn voornaam te maken: “He was remarkable.” Een unieke, zowel letterlijk als figuurlijk knappe man. Hij was diegene die begon met glam rock (make up, glitters, plateauzolen… ). Hij scoorde hits met de seksueel getinte singles “Hot love”, “Get it on”, “20th Century boy” … Zijn populariteit kon je op zijn hoogtepunt vergelijken met de Beatlemania. Ik gebruikte vaak het Latijnse gezegde: “Vanitas vanitum. All is vanity, Marc.” “IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid”. Marc was behoorlijk narcistisch. Hij schreef ook poëzie en was eveneens geïnteresseerd in wagens. We hadden veel plezier en deden enkele tv-shows samen. Tot zijn vrienden behoorden ook David Bowie. Hij is veel te vroeg gestorven. Hij crashte met zijn Mini op amper 30-jarige leeftijd.

Word je bewonderd door collega artiesten?
Jawel en ik kan niet ontkennen dat dit plezier doet. De band Elbow - deze van de hit “One day like this” - noemde aanvankelijk “Mr Soft”. Fascinerend, hé. Ik heb hen verschillende malen ontmoet. Het zijn jongere mensen. Er is verdorie een leeftijdsverschil van 20 jaar.
Ook Johnny Marr, ex-gitarist van The Smiths, is gek op mijn werk. Evenals Noel Gallagher van Oasis.

“Make me smile” schreef je na het vertrek van je eerste groep. Wat is er van hen geworden?
Geen flauw idee. Ik heb geen contact meer met hen. Zo weet ik jammer genoeg ook niet wat George Harrison vond van onze bewerking van “Here comes the sun”.

Waarom ga je akoestisch op tour?
Voor mij is het gemakkelijker want met groep gaat het behoorlijk luid. Ik word vergezeld door de originele Cockney Rebel-leden Barry Wickens (viool, gitaar) en James Lascelles (piano, percussie), twee rasmuzikanten. Ik ben altijd al een notoir tegenstander van de elektrische gitaar geweest. Met deze bezetting voel ik me goed in mijn vel. Het zijn de min of meer naakte songs, zonder veel franjes. Zo merk je of een lied overeind blijft. Tussen de nummers door durf ik al eens een monoloogje op te voeren, met hier en daar een knipoog.
Barry is een violist die meer kan dan wat riedeltjes te voorschijn toveren. Zijn solo’s en begeleiding zijn hemels. Toetsenist James tovert diverse klanken uit zijn keyboards. Op die manier heb je de indruk dat je naar een grote groep zit te luisteren.

Het interview zit er op. Terug naar de inleiding, de Bentley en the money maker. Je kan een centje bijverdienen door je songs te laten gebruiken voor advertenties. Arno, een artiest zonder rijbewijs, maakte reclame voor het automerk Lancia. Bij Steve Harley is het eveneens grappig. “Come up and see me, make me smile” wordt gebruikt in een reclamefilmpje om paarse erectiestimulerende pillen aan te prijzen. Ikzelf neem het aanbod van aspirine in overweging.

Met of zonder pillen, Harley gaat als trio en unplugged de baan op. “Sebastian” bijvoorbeeld staat nog altijd als een huis. Het is in de akoestische versie mooier en breekbaarder, zonder al die trammelant.

Steve Harley & Cockney Rebel
unplugged concert
zaterdag 30 november 2019 - 20 uur
cc Zomerloos Gistel
059 27 98 71 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
€ 20 voorverkoop

www.gistel.be

Steve Harley

Steve Harley & Cockney Rebel - ‘Somebody called me Sebastian …

Geschreven door

Cockney Rebel was zowat de eerste rockgroep met viool en zonder elektrische gitaar. Bij de start begin jaren 70 trekt frontman Steve Harley de aandacht door het nichterige van David Bowie, het zeurderige van Bob Dylan en het artistiekerige van Bryan Ferry in één persoon te verenigingen. Dit levert een aantal wereldhits op met het debuut Sebastian, gevolgd door Judy Teen, Make Me Smile (Come up and see me) en de bewerking van de George Harrison klassieker “Here Comes The Sun”. Harley blijkt een intellectuele literatuurliefhebber te zijn die liever in het theater zit dan op het strand te liggen. Hij leunt meer aan bij Hemingway dan bij pakweg The Stones.

Steve Harley was vroeger bekend om een zekere arrogantie. Hij won in ‘75 de NME (New Musical Express) award voor rotzak van het jaar (sorry, Steve). Met het ouder worden, is hij gemilderd. Het sarcasme maakt plaats voor spitsvondige humor. Toen ik hem de laatste maal aan het werk zag in De Zwerver, deed hij na het derde nummer een fotograaf na. Foto nemen, schermpje kijken, en opnieuw, en opnieuw. Harley vroeg met een brede glimlach om het toestel in de lockers te leggen.

Niettemin, vóór het interview leen ik uit veiligheid een pamper – een verse - van een jonge moeder. Ik probeer onmiddellijk het ijs te breken.

Ik herinner me dat ik als veertienjarige voor het eerst het nummer Sebastian zag en hoorde op tv. Mijn ma was geshockt door de make-up en de extravagante kledij. ‘Ze nemen allemaal drugs,’ wist ze me te vertellen.
(Bingo, want hij lacht hartelijk). The drugs came later, my friend.

Steve Harley is niet je originele naam. Ben je een motorfan?
Nee, ik ben geen motard noch Harley-Davidson dweper. Het is gewoon een pseudoniem dat goed bekt.

Om nog eventjes bij de etymologie te blijven: vanwaar de naam Cockey Rebel?
Ik ben van Londen en kom uit een arbeidersmilieu. Een Cockney is een inwoner van Londen uit de arbeidersklasse. Het is ook de variant van het Engels die door Cockneys gesproken wordt. Op twintigjarige leeftijd bezocht ik folkclubs en schreef ik zelf gedichten. Mijn moeder vond mijn aantekenboekjes met mijn vroege probeersels. Haar oog was gevallen op de titel van een gedicht - weliswaar slechte poëzie - met de titel Cockney Rebel. Aardige naam, vandaar.

Je startte als muziekjournalist. Hoe is je relatie met de pers?
Dat ik muziekjournalist geweest ben, is een cowboyverhaal dat me blijft achtervolgen. Ik werkte als reporter, nieuwsverslaggever. Mijn verstandhouding met de muziekpers was soms gespannen. Dat had bijvoorbeeld te maken met de rivaliteit tussen twee bladen. Melody Maker hield onvoorwaardelijk van mij. NME daarentegen kwelde me opzettelijk.

Hoe dan ook, je was journalist. Welke vraag zou je stellen aan Steve Harley?
Hoe slaagde de jonge Steve erin om songs te schrijven? Met het ouder worden, is dit moeilijker geworden. Nochtans, thuis heb ik twee piano’s en een gitaar staan in drie verschillende kamers. Ik zet me aan het klavier en soms komt er niet veel bijzonders uit. Althans, het is zeer moeilijk om zelf over het resultaat tevreden te zijn. Iedere keer als ik het huis verlaat, heb ik een notitieboekje en balpen op zak. Ideeën zijn makkelijk maar ze omvormen tot een song is andere koek. Het stemt me tot grote tevredenheid dat mijn muziek heel wat impact gehad heeft, ook op collega-muzikanten. Zo vertelde Peter Hook van Joy Division en New Order, toch een heel ander genre, me dat Cockney Rebel van grote invloed geweest is. En Elbow startte met het coveren van Mr Soft.

Je maakte 15 albums. Welke is je persoonlijke favoriet?
Zeg vriend, dat is een moeilijke. Laat ons zeggen dat ik persoonlijk zeer te spreken ben over The Quality of Mercy uit 2005. Ik speel er live nog veel stukken uit.

Over naar je debuutsingle en hit: Sebastian. De betekenis van de naam is ‘de aanbedene’. Autobiografisch?
Sebastian werd bestempeld als een ‘ghotic love song’. Het is een zeer duister en mysterieus nummer. Autobiografisch? Ik verkies dat de mensen er zelf over nadenken bij het aanhoren. Gebruik je eigen verbeelding. Iedere maal als ik het nummer breng, is het iemand anders.
Sebastian sloeg onmiddellijk aan in Nederland en België. We stonden er twee weken op de eerste plaats. Waarvoor dank, folks. En we werden geboekt op Pinkpop.

Alan Parsons was geluidstechnicus bij de opnames van The Beatles en later een invloedrijk producer. Je werkte samen met Parsons voor de cd The Best Years of Our Lives, juist nadat hij Dark Side of The Moon ingeblikt had. Vertel.
Ik heb een immens respect voor Alan. We werkten samen voor de single Judy Teen (the queen of the scene …) en voor mijn tweede plaat The Psychomodo. Ook The Best Years of Our Lives, met de millionseller Make Me Smile, werd door hem geproduceerd. Hij laat me mijn verbeelding gebruiken, laat me mijn ding doen. Bij hem voel ik me artistiek vrij. Trouwens, ik zing op het nummer The Voice uit de I Robot cd van The Alan Parsons project. Een geniale bas-intro, nietwaar?

Klopt het dat je Make Me Smile (Come Up and See me) geschreven hebt nadat zowat de hele band ontslag nam?
Inderdaad, ik heb daaruit inspiratie geput. Een nuance, het gaat niet over hen maar over mij. Zij verlieten mij. Vergeet niet dat de naam Cockney Rebel bestond vooraleer de bezetting er was. Wist je dat Marc Bolan van T. Rex akoestische gitaar speelde op Make Me Smile? En Patricia Paay behoorde tot het achtergrondkoortje. De song sloeg wereldwijd aan. Er bestaan 120 coverversies van waaronder Duran Duran en Suzi Quatro. Het staat bovendien op sommige filmsoundtracks. Het werd zelfs gebruikt in een Carlsberg reclamespot. Het groepsontslag heeft me een aardige duit opgebracht.
Het lied leidt een leven. Ik nam onlangs in Rusland de taxi en Make Me Smile werd op de radio gedraaid. De chauffeur zong in gebrekkig Engels uit volle borst mee terwijl hij op het stuur het ritme aangaf. Hij wist niet dat het mijn compositie was. Héérlijk.

Ben je rijk geworden met de royalty’s van je hits? Er gingen bijvoorbeeld meer dan één miljoen exemplaren van Make Me Smile over de toonbank. Staat er een Maserati voor je deur?
Een Mase.., een Masiwhat… een Miserati? Iets als een Ferrari? (Lacht) Nee, ik rij met een degelijke BMW. Ik kan een goed leven leiden en ik kan doen wat ik wil. Mijn kinderen bezochten een goede school.

Zijn er artiesten waar je jaloers op bent?
Niet echt, ik ben tevreden met mezelf. Ik zou wel graag een groter publiek hebben en nog meer optredens.

Je verzorgde het voorprogramma van The Rolling Stones in 2007. Werden jullie vrienden?
We speelden tweemaal als opener op Palace Square in St.-Petersburg voor een massa volk. Schitterende locatie. Ik heb groot respect voor The Stones, maar ik ben niet zo bevriend met muzikanten. Musici, mezelf inbegrepen, zijn etters (lacht).

Je hebt een carrière van meer dan 40 jaar. Denk je soms om met pensioen te gaan of wil je als een echte op het podium sterven?
Ik raak mensen en besef hoe gelukkig ik daardoor ben. Dus, ik denk er niet aan om met pensioen te gaan. Ik hou ervan om te zingen, het is mijn leven. Luchthavens, tickets, het on the road zijn, soundchecks, het ontdekken … ik hou van deze levensstijl.
Ik verafgood België. We scoorden er het allereerst met onze debuutsingle Sebastian. Belgium has been good to me. Daarnaast hou ik van jullie keuken, de restaurants, noem maar op. Antwerpen heeft het excellente Wijnhuis, Brussel is schitterend om te ontdekken met paard en koets. Bovenal ben ik gek op Brugge. Zo charmant, zo mooi …
Bedank alvast op voorhand het Belgische publiek. They have been good to me, I’ll be good to them … Ik zal in Gistel de lange uitvoering in plaats van de single-versie van Sebastian brengen. Als het moet zelfs tweemaal. Beloofd.
Dat ziet er goed uit. Ik vertel hem nog dat de voorverkoop heel vlot verloopt. Wat een aangename boeiende man, die Steve Harley. Hij stelt voor om na het optreden samen een glas wijn te drinken. Zoiets sla ik nooit af. Hij vraagt wie ik ben en wat ik doe. Ik vertel hem dat ik naast journalist ook de promotor ben van het concert. ‘Dan moet je job vet betaald zijn,’ grinnikt hij.
Na het interview loop ik al fluitend naar het toilet om de droge luier uit te doen.

Steve Harley & Cockney Rebel

exclusief concert voor het vasteland – full band
zaterdag 18 april - 20 uur
cc Zomerloos Gistel
Toegang € 20

Steve Harley

Steve Harley - A Closer Look

Geschreven door

Als voorbereiding van deze bespreking las ik nog eens de biografie van Steve Harley op de website Allmusic. Het lijkt vreemd hoe men daarin “Judy Teen” uit 1974 aanhaalt als eerste hitsingle. Bij ons was hij met zijn groep Cockney Rebel al wereldberoemd geworden in 1973 met “Sebastian”. “Sebastian” is een bombastisch nummer met een orkest en veel stemvervorming. Je bent er gek van of je haat het. Het geeft een indicatie van de grootheidswaanzin waar Harley in die tijd aan leed.
Bij ons (en in Nederland) werd het een monsterhit, in Engeland en de VS deed het helemaal niets. En dat weet Harley maar al te goed. Hij beseft dat zijn carrière hier begon, en dat vermeldt hij telkens weer als hij optreedt in onze contreien.

Ondertussen schijnt hij vrede gevonden te hebben met een rol op de achtergrond, met optredens in kleinere zalen. Dikwijls zijn dat akoestische sets, samen met violist
Barry Wickens en keyboardspeler James Lascelles.
Hij was altijd al een notoir tegenstander van de elektrische gitaar en schijnt zich met deze bezetting heel goed in zijn vel te voelen. Tussen de nummers door durft hij al eens een monoloogje op te voeren, met hier en daar een cynische opmerking. En dat wordt duidelijk gewaardeerd door de trouwe fans, die nog steeds op zijn optredens afkomen. En met reden!
Harley begon als busker in Londen, vóór hij met Cockney Rebel aan een glamrock carrière begon, die uitmondde in een vijftal hits in het midden van de seventies.
Na al zijn omzwervingen is hij teruggekeerd naar zijn oude liefde, weliswaar in een iets comfortabeler omgeving van culturele centra en theaters. Maar daar heeft hij als zestigjarige wel recht op.
Zijn stem klinkt nog steeds als toen, zijn stembereik is nog altijd OK, en hij geeft een doorleefde set, waar je stil bij wordt. Geen geleuter in het publiek, maar totale stilte. Wat een unieke sfeer, bijna een klassiek concert. Het is heerlijk wegdromen op de muziek, luisterend naar de tekst.
Hij kon daar alleen staan met zijn gitaar, maar hij wordt aangevuld door twee rasmuzikanten.
Barry Wickens is een echte violist, die heel wat meer kan dan wat riedeltjes te voorschijn toveren. Zijn solos zijn meeslepend, zijn begeleiding is hemels. Keyboardspeler James Lascelles draagt de meeste songs. Hij tovert de meest diverse klanken uit zijn keyboards en op die manier heb je soms de indruk dat je naar een grote groep zit te luisteren.
Het voert je mee, het doet je dromen. Deze keer niet een concert met veel lawaai en drank, waar je staat te wachten tot die hits nu eindelijk eens gespeeld worden. Who cares? Ieder nummer is groots op zijn manier, alles is virtuoos gespeeld en gezongen, wat wil je nog meer?
Zelf werd ik niet gehinderd door een grote kennis van ’s mans werk. OK, de hits wel, maar zijn LP-werk? Nee. Maar dit was een openbaring, zeker in de intieme sfeer en superbe akoestiek van de Brugse Stadsschouwburg.
De hits kwamen voor mij eerder als een anticlimax tussen de andere, mij onbekende, nummers. Alleen “Sebastian” staat nog altijd als een huis, en is in de live versie nog mooier, nog breekbaarder, zonder al die bombast. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik er aan denk, en dat is toch wat je zoekt als je naar een concert gaat?
Hij kreeg een staande ovatie, in de wereld van de klassieke muziek een teken van hoge waardering.

Dank je wel, Steve Harley, je bent een echte grote, je bent eindelijk jezelf op het podium. En daarvoor houden we van jou!

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge