Festival Dranouter 2011: zaterdag 6 augustus 2011
Dag 3 is alvast in het geheugen gegrift, want een plensbui en een onophoudelijke regenbui zorgden ervoor dat het terrein een groots blubberbad werd en de parkings letterlijk hadden omgeploegd. De fijne muziek en de sfeer enerzijds en anderzijds de landbouwers met traktor hielpen er ons met plezier terug bovenop. Allé hop, als dit niet de juiste ‘krik’ was … “Raindrops keep falling on my head” … eigenlijk nee, dankjewel … De bemoeilijkte toegankelijkheid zorgde ervoor dat de dagjesmensen en de late beslissers voor hun comfort kozen en niet meer afzakten naar het pittoreske Heuvelland …
Het begon nochtans erg zomers met de sympathieke Lady Linn Lien De Greef en haar Magnificent 7. Een nieuwe cd is uit en daar werd gretig uit geput … ze verwerkt jumpin’ jive, ballroom jazz, soul, reggae en bebop in sensuele, broeierige, warme en aanstekelijke trendy jazzysoulpop. Ze bood een boombalswing van lekkere grooves, afgewisseld met enige ingetogenheid. Een gebroken teen en een verstuikte duim brachten haar niet uit haar lood. Zelfs in het coveraanbod hoorden we haar ervaring met Red D, “Katy B’s on a mission ” kreeg een handige alternatieve draai en swing. En Eddy Grants “I don’t wanna dance” vond ze opnieuw uit! Een fris, enthousiast speelkader hadden “Cry cry cry”, “A love affair” en “Here we go again” om de eerste plensbui te vergeten …
Behoorlijk onder de indruk waren we van Mercedes Péon, zangeres, doedelzakspeelster en percussioniste uit Galicië. Ze haalt invloeden aan van de Gallisische volksmuziek en voegt er een instrumentarium van synths, hobo, sampling en een tweede percussionist aan toe. Ze balanceerde tussen toegankelijkheid en experiment. Een trancy sound met repetitief opbouwende ritmes, folk, rock en haar aparte bezwerende soms hoog uithalende vocals.
Balthazar kreeg naast Lady Linn veel volk op de been in de Kayam tent. Het Kortrijkse vijftal heeft met ‘Applause’ een overtuigende plaat uit en is praktisch met die andere rockband Intergalactic Lovers niet meer weg te denken op de zomerfestivals; een intrigerend broeierig werkstuk hebben ze uit, waarin naast de puike samenzang vooral de zweverige, diepgrauwe zegzang van Maarten Devoldere opvalt. Ze stonden vroeger al eens in een kleinere tent.
Ze gaven het volle pond. De bas dreunde sterk door, maar het spelplezier en het enthousiasme deed dit hekelpunt vergeten. We hoorden een gevarieerde set van singles “The boatman”, “I’ll stay here”, “Fifteen floors” en de snedige rocker “Hunger at the door”; huiveringwekkend klonk het afsluitende “Blood like wine”, die eindigde in een kippenvel acapella outtro … Balthazar is een te koesteren belofte!
Het uitgebreide ensemble Sons of Noel and Adrian boeide eveneens. Ze staken heel wat avontuurlijke wendingen in hun traditioneel instrumentarium, aangevuld met accordeon en trompet; de pedaaleffects durfden wel eens sterk ingedrukt te worden. Op die manier hoorde je hoe traditie en een vleugje alternatief elkaar zo makkelijk vonden. Fijn concert van een fijne ontdekking …
Met hun doorwinterde en gevoelige countryrock begin jaren ’90 waren ze een van de vaandeldragers van de huidige americana/rootsrock. The Jayhawks van het songschrijversduo Louris - Olson hadden in de jaren ‘90 drie schitterende platen uit, waarvan het doorbraakalbum ‘Hollywood town hall’ het meest in het oog sprong. Na jaren hun eigen weg te hebben gegaan is het songschrijversduo terug bij elkaar met een nieuwe cd ‘Mockingbird time’ en wat is heerlijk genieten als die harmonieuze samenzang wordt ingezet en ondersteund wordt van het semi-akoestische gitaarspel, de toetsen en de bezwerende percussie; ze laten ruimte voor gepaste gitaarsoli en deden ons lekker wegdromen zoals op “Take me with you”; een g(®)limach verscheen toen ze “Waiting for the sun” speelden onder de zwaarbewolkte hemel. Voortkabbelende droomsongs die we verder hoorden met “Red light” en “I’d run away”. Van het nieuwe materiaal onthouden we vooral “She walks in so many ways”. Fijnzinnige set, maar jonge zieltjes hebben ze er niet bij gewonnen.
En de (plus) veertigers bleven in de Kayam tent om de originele line-up van Grant Lee Buffalo van Grant Lee Phillips aan het werk te zien, nog zo’n 90’s rootsicoon, die er een paar prachtplaten op nahield als ‘Fuzzy’ en ‘Mighty joe moon’. Nostalgie van een pak broeierige juweeltjes die subtiliteit en energiestoten versmolt, als “Shining hour”, “Jupiter & teardrops” “Mighty joe moon”, “Mockingbirds” en de doorbraak single “Fuzzy”. Het trio had er duidelijk zin in en speelde gemotiveerd. Het spelplezier droop er van af om het oude materiaal nog eens boven te halen. En de fans genoten . Phillips is een begenadigd gitarist en liet het hier gevat horen. Bassist/multi-instrumentalist Kimble stak de nodige dramatiek in de songs, en vooral toen hij op toetsen begon, steeg de factor emotionaliteit. En in die variatie vergeten we prachtsongs “Demon called deception” en een stevige “America snorring” niet!
Een reflectie naar de traditionele folk hadden we met Ierse Guidewires, die wat multi culturele invloeden lieten doorsijpelen en ook de ‘Araborock’, een combinatie van Algerijnse raï, afro en rock; van de Algerijn Rachid Taha was leuk, een Arno rockende band, die de eerste rijen in beweging bracht. Ruig, bezwerend, kleurrijk en gevarieerd !
Iedereen was dan wel degelijk present in de Kayam voor de jonge schotse Amy Macdonald. Een paar jaar terug scoorde ze een grootse zomerhit “This is the life”, die we telkens meefloten, -neuriën, en die de basis vormde van haar aanstekelijke, meeslepende, frisse en sfeervolle poprockfolk. Ze is een grootse dame geworden met twee cd’s , was goed bij stem en beschikte over een goed op elkaar ingespeelde band. Ze maakte met de miezerige regen in Dranouter meteen de link met haar thuisland. “My ordinary Life”, “Mr rock’n’roll”, “Run” en haar doorbraaksingle hadden de juiste scherpte en vibe; luchtigheid, friste; maar ook het haardvuur mocht knetteren op “Don’t tell me it’s (not) over” en “Troubled soul”. Amy pakte moeiteloos het publiek in; ze is duidelijk gegroeid op een groot podium en klinkt zelfverzekerd. “Born to run” van The Boss, eerst solo akoestisch ingezet, en een spannende opbouwende “Let’s start a band” besloten overtuigend het optreden .
Een wervelwind van flamenco tot metal vinden we in de eigen recensies als het over het Mexicaanse Rodrigo y Gabriela gaat. De verrassende ritmes en frivole klanken door de vingervlugheid die het duo uit hun gitaren toverde, is gewoonweg meesterlijk. Meteen af aan word je meegesleurd in die gitaarfantasie; de afwisseling van het (ingetogen) gitaargetokkel en de opzwepende melodieën, alsmede de lichtinval, de kleurschakeringen op achtergrondbeelden en de filmcamera aan de gitaar, zorgden ervoor dat de instrumentale set van het duo boeiend bleef. Ze zijn enorm op elkaar ingespeeld, gaan tegen elkaar op en geven elkaar de ruimte. Verveling bleef uit door de muzikale variatie en het verrassende klankenpalet.
Neem gerust een kijkje naar de pics van de bevriende collega’s Indiestyle http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2011 (Pieter V) http://www.musiczine.net/nl/fotos/dranouter-2011/
Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Nederlands
Français 
