logo_musiczine_nl

Talen

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Johnny Marr
Johnny Marr

Main Square Festival 2014 – vrijdag 4 juli 2014

Geschreven door - Elien De Cock en Matthijs Maes -

Main Square Festival 2014 – vrijdag 4 juli 2014
Main Square Festival 2014
Citadelle d’Arras
Arras
2014-07-04
Elien De Cock en Matthijs Maes

De tweede dag van dit magnifieke festival werd ingezet door Desert Pocket Mouse. De band was de winnaar van een soort Rock Rally, gehouden voor de start van het festival. De tweekoppige band kan men in twee woorden samenvatten als jeugdig enthousiasme. Het duo bracht een mengeling van blues, rock en punk wat voor een explosieve mengeling zorgde op het podium. Dit kwam nog meer tot uiting door het podiumgebruik van de zanger, er bleef geen plekje onbezongen/onbesprongen. Een grote schare vrienden en fans stonden alvast voor het podium, de sfeer zat er meteen in. Een waardige opener voor het festival.

We waren alvast opgewarmd voor de komst van de goden in kostuum, Triggerfinger. Dat Ruben Block en consoorten een feestje kunnen bouwen weet ondertussen iedereen wel. Ze hadden dus hoge verwachtingen om in te lossen. De set werd strak geopend met ‘Game’ ook wel het eerste nummer op de nieuwe plaat. Hevig gitaarwerk en snoeiharde drums werden losgelaten op de weide. Het publiek bracht zichzelf moeizaam in beweging en de heupen werden losgeschut. Tussen de nummers door was er genoeg tijd voor improvisatie, vette gitaarsolo’s en uiteraard, het bespelen van het publiek. Het waren niet alleen Belgen die vooraan stonden te springen en te feesten, ook bij onze Franse buren krijgt Triggerfinger steeds meer een naam. Opvallend was het ontbreken van hun populaire covers, gelukkig hadden ze die ook niet nodig om de aandacht van het publiek te  houden.  De show was kort en krachtig. Voor het publiek mocht het feestje alvast wat langer geduurd hebben.

Terwijl de grote massa naar Triggerfinger staat te luisteren, starten de twee jongens van Twenty One Pilots voor een handjevol publiek op het podium van de Green Room. De Amerikanen verschenen gemaskerd op het podium en openden met het MGMT-achtige dansdeuntje van 'Fake you out'. Een jonge groep fans hebben ze duidelijk al en hun toegankelijke en zeer dansbare electro-mix van vlot afgewisselde zang en rap weet al gauw meer volk naar de Green Room te lokken. Het optreden lijkt een voortijdig einde te krijgen wanneer zanger Tyler Joseph op het einde van 'Migraine' eerst zijn drummer en daarna zichzelf door het hoofd schiet met een denkbeeldig geweer en het publiek verweesd achterlaat. Gelukkig herrijzen ze als snel om als skeletten 'Ode to sleep' te brengen. Bij 'House of gold', een lied voor zijn moeder, bokst Joseph met een ukelele op tegen het gedreund dat van het andere podium komt overgewaaid. Het publiek gaat helemaal uit de bol op 'The run and go', zeker wanneer een drumstel op het publiek wordt geplaatst en drummer Josh Dun letterlijk door zijn fans op handen wordt gedragen. Dit zeer geslaagde optreden kent nog een ware apotheose wanneer het hele publiek een buur op de schouders neemt en Tyler Joseph tien meter hoog in de stelling van het podium kruipt. Dit is het soort optreden dat we nog tien keer opnieuw zouden kunnen bekijken.

Dan weer naar de Main Stage voor het meisjesharten brekende Imagine Dragons. Dit viertal uit Las Vegas bracht in 2012 hun eerste album 'Night Visions' uit en brengen indierock/pop die wat doet denken aan The Killers en Bastille. Op een podium vol met trommels in alle vormen en maten opent Imagine Dragons met nummers als 'Fallen', 'Tiptoe' en 'Hear Me'. Het publiek zingt uit volle borst mee met 'It's time', de eerste radiosingle van de band, die ooit in een klein achterkeukentje in Las Vegas werd geschreven. Dat de drums centraal staan tijdens hun optreden mag na de zoveelste drumsolo wel duidelijk wezen, maar dat zorgt daarom niet voor een beter geheel. Met leuk flamenco-geklap wordt 'On top of the world' ingezet, dat wordt gevolg door de meezinger 'Demons'. 'See you next year with album two', besluit zanger Dan Reynolds en met hun grootste hit 'Radioactive' komt een einde aan hun verdienstelijke, maar niet echt memorabele optreden.

Het tot dan voor mij onbekende Bombay Bicycle Club lokte behoorlijk wat volk naar de #greenroom. Het concert was nog maar goed en wel begonnen of de weergoden hadden andere plannen voor dit optreden. De regen kwam met bakken uit de lucht gevallen wat resulteerde in een stroom mensen die drogere oorden zochten. Eenmaal gevonden werd het pijnlijk duidelijk hoe jammer het wel niet was dat we de band niet live konden bezig zien. De rustige indie rock vormde een perfecte soundtrack voor dit regenachtige weer. Doorheen de nummers waren flarden van folk, blues en hinten van elektronische invloeden te horen. Maar ook de perfect evenwichtige samenzang tilden het muzikale geheel naar een hoger niveau en liet ons bijna vergeten dat we met zijn allen onder de bomen schuilden voor de regen. Ik ben alvast naar de winkel gegaan om mij een cd aan te schaffen zodat ik op een regenachtige dag, mij weer tussen die bomen in Arras kan wanen.

Franz Ferdinand kwam op de Main Stage iets doen wat voor Schotten niet zo evident is, de regen doen verdwijnen. In pakken die de kleuren van de hemel weerspiegelen -zwart, wit en grijs- nemen Alex Kapranos en de zijnen meteen een vliegende start met 'Right Action' en 'The dark of the matinée' al is er duidelijk nog ergens een probleem met de klank. De jongens hebben er duidelijk zin in en op de tonen van 'No You Girl', 'Tell her tonight' en 'Do you want to' krijgen onze voeten hun eerste modderbadje. De regen blijft immers nooit lang weg, dus Kapronos besluit om weinig zever te verkopen en gewoon te spelen. Hitjes als 'Walk Away' moeten ons het weer doen vergeten, maar na een dik half uur van hun playlist te hebben afgewerkt, zonder veel contact met het publiek, begint het voor ons toch wat eentonig te worden en ook het plein valt duidelijk stil. 'Can't stop feeling', 'Auf Achse' en 'Michael' brengen nog even wat meer energie, maar het blijft al bij al een vlakke set die gedragen wordt door enkele hitje, zoals 'Take me out', die het plein nog één keer doet ontploffen. Met 'Goodbye lovers & friends' worden we toch wat ontgoocheld uitgezwaaid.

Na Franz Ferdinand snelde ik naar het andere podium om het concert van Anna Calvi bij te wonen. Op het podium stond een krachtige jonge vrouw met vuurrode lippen en wat later zou blijken, een vurige stem. Voor onze ogen ontpopte zich een vocaal sterke zangeres met een krachtige muzikale begeleiding. Doorheen de nummers zocht Calvi verschillende uitersten op. Rustige nummers werden contrastrijk aangevuld met hevige en scheurende gitaarsolo’s. Dit zorgde voor verschillende reacties in het publiek. Zo kon het wel enkelen bekoren maar ook enkelen vonden het niet meteen passen in de nummers. Ook voor mij was het niet echt dat. Het is zeker geen slechte muzikante maar misschien niet echt geschikt voor een festival.

Yoann Lemoine aka Woodkid is in meerdere markten thuis. Hij is grafisch ontwerper, regisseerde videoclips voor onder andere Katy Perry, Taylor Swift en Lana Del Rey, maar vandaag staat hij zelf achter de micro. Met behulp van knap videowerk speelt Woodkid samen met zijn zevenkoppige band in imposante kathedralen of zweeft boven symmetrische bergkammen. De man met volle baard en pet heeft een zangerige warme stem die doet denken aan Antony & the Johnsons en Morrissey. Bij ons nog een onbekende, maar bij onze zuiderburen duidelijk een hit. Woodkid opent met 'Baltimore's fireflies' en speelt daarna onder andere nog 'Ghost lights', 'I love you' dat hij als een les voor alle mannen speelt en besluit zijn goed ontvangen set met 'Iron', de titeltrack van zijn EP en z'n  single 'Run boy run'.

Dan kwam voor de meeste het hoogtepunt van de dag. De Amerikaanse rockgoden betraden het podium. The Black Keys opende sterk met ‘Dead and Gone’ Dan Auerbach en Patrick Carney brachten zoals we nu gewoon zijn sinds hun vorige cd, extra versterking op bas en piano mee. Een mooie lichtshow en hitjes van vorige cd’s zetten de weide in vuur en vlam. Het leek me vreemd dat de band wachtte tot het 9e nummer om een nummer uit de nieuwe cd te spelen. ‘Bullet in the brain’ was gelukkig een schot in de roos voor de fans. De rustige opbouw gemengd met strakke gitaarsolo’s kon weliswaar niet iedereen in het publiek bekoren. Het psychedelische ‘Turn Blue’ behield de rust in de set. Nadien barste het feestje weer los waarbij net voor de bisnummers het publiek nog ‘Fever’ en het alom gekende ‘Lonely Boy’ voorgeschoteld kregen. Het persoonlijke hoogtepunt van de show was toch wel ‘Little Black Submarine’. Het begon zeer ingetogen met Auerbach alleen op gitaar, zelf de pauze voor een gitaarwissel deed niets af aan de explosie die volgde in het nummer. Het was een echt kippenvelmoment! Voor mij was dit DE show van Mainsquare.

Dat Skrillex mijn dada niet is ligt hoofdzakelijk aan het feit dat het geluid dat uit de boxen komt niet altijd overeenstemt met mijn muzieksmaak. Met een klein beetje vooroordelen ging ik dus het concert bijwonen. De show opende alvast spectaculair. Een grote aftelklok en een doek die het podium afschermde moest het publiek alvast opwarmen. Toen de klok op nul sprong had ik op z’n minst ook het vallen van het doek verwacht, helaas begon de muziek en was er bij mij sprake van een kleine anticlimax. Uiteindelijk viel het doek en kregen we Skrillex te zien, ten midden van een straaljager stond zijn draaitafel uitgestald. Het publiek werd wild, en de muziek daverde over ons heen. Oordoppen waren zeker een must, de bassen dreunden in je lijf maar zoals de Fransen zeggen: sur les goûts et les couleurs, on ne discute pas. Objectief gezien was het een goed concert, dit te beoordelen aan het publiek zelf die volledig uit hun dak ging. Persoonlijk mocht er voor mij nog een rock band naast Gesaffelstein gestaan hebben om zo een beter evenwicht in de affiche te creëren.

Op deze tweede dag mocht Gesaffelstein in de Green Room het licht uit doen. Hoewel de naam iets anders doet vermoeden komt deze techno-dj, die eigenlijk Mike Lévy heet, uit Frankrijk. Net zoals Madeon vorig jaar, speelt Lévy van bovenop een witte zuil en laat van daar zijn vernietigende bas een elektronische sounds los op het publiek. De ene keer als een drilhamer die je aan de grond nagelt, de andere keer als een vliegende schotel die je mee de ruimte in trekt. Rokend en keurig in pak staat deze dj epileptisch te keer te gaan achter zijn draaitafel, maar die energie vinden we zeker niet bij de toeschouwers terug. Gesaffelsteins set kent weinig variatie, is eerder soundscape dan dansbaar en het feestje blijft uit. Niet makkelijk als je na Skrillex speelt natuurlijk...

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/main-square-festival-2014/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France     

Aanvullende informatie

  • Datum: 2014-07-04
  • Festivalnaam: Main Square Festival 2014
  • Festivalplaats: Citadelle d’Arras
  • Stad (festival): Arras
  • Beoordeling: 4
Gelezen: 1018 keer