logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 01-02 Breaking waves: Ava Rasti, Natasha Pirard 04-02 Tom Helsen (ism Stricto Tempo) 05-02 Oko Yono, we are stardust, we are golden, women of the 60s en 70s @Stadsschouwburg (ism Cultuurcentrum, Brugge) 06-02 Feest V/D…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Happy Mondays
Morrissey
Interviews

Emmy d’Arc

Emmy d'Arc - Er was eerst het live verhaal, de plaat is er op gebaseerd. Dus ik probeer het verhaal zo goed mogelijk te vertellen ‘live’ nu

Geschreven door

Emmy d'Arc - Er was eerst het live verhaal, de plaat is er op gebaseerd. Dus ik probeer het verhaal zo goed mogelijk te vertellen ‘live’ nu

Wij leerden Emmy d’Arc kennen in 2021, toen stond ze aan het prille begin van haar carrière. Lees gerust het interview.
Ondertussen hebben we haar zien uitgroeien tot een volwassen parel, die klaar is om de wereld te veroveren. Emmy bracht haar nieuwste plaat uit ‘Braving Fears’. Ze staat deze zomer o.a. op Rock Werchter.
Op de dag van dit interview kwam het nieuws dat ze volgend jaar in AB mag aantreden als headliner. Het kan dus niet meer stuk.
We hadden een fijne babbel over hoe snel ze aan het evolueren is naar de top. Verder over de nieuwste plaat en/of haar doelen van toen nu zijn bereikt. We polsten naar haar plannen en ambities. Benieuwd? Lees gerust!

Ons laatste interview was in 2021, er is veel gebeurd intussen.
Een overzichtje is welkom. Je bracht toen een EP uit, die breekbaar, weemoedig maar evenzeer positieve energie uitstraalde. Heeft dit deuren geopend voor jou?
Ik heb toen veel live shows mogen spelen, je bent op dat moment niet per se bezig met ‘deuren openen’, maar leert sowieso veel nieuwe mensen kennen. Een heel nieuw publiek dus!

Ik zag je enkele keren live, o.a. in het voorprogramma van Kids With Buns. Je hebt nu je eigen weg afgelegd.
Je zei me toen ‘’
Iedereen die bezig is met muziek wil denk ik ‘gehoord’ worden, tenzij je ’t enkel voor jezelf maakt natuurlijk. Ik zie wel waar ik uitkom wat dat betreft. Ik blijf gewoon verder werken. Het zo goed mogelijk doen, dat is mijn ambitie dus. Ik zie dus wel wat er op mij afkomt.”
Z
ijn je doelen tot nu toe bereikt?
Ik ben gewoonweg heel dankbaar voor het parcours dat ik tot nu toe mocht afleggen. Ik heb de laatste jaren een aantal dingen kunnen afvinken op mijn bucketlist, dat is super.

Toen had je het ook over ‘op Rock Werchter staan’. Momenteel is dat doel bereikt. Ik las op je Facebook dat je volgend jaar ook in de AB staat. Het gaat écht goed vooruit
Ja, het gaat door in AB Box. En inderdaad ook op Rock Werchter , op zondag 6 juli. Het is een mijlpaal.

Ik herinner me je als support van Amy Macdonald, iedereen werd er stil van  … De apotheose was toch die Sinead O’connor cover, emotioneel pakkend!
Wat was jouw ervaring? Voor mij alvast de ultieme ontdekking
Ik kom wel vaker mensen tegen die ook aanwezig waren op dat specifieke optreden, dus ik denk dat dit concert er wel heeft voor gezorgd dat ik nieuwe mensen heb kunnen bereiken.

Het gaat dus goed vooruit …Tevredenheid?
Nee, ik heb het gevoel dat alles heel natuurlijk verloopt. Ik blijf gewoon veel live optreden, mijn albumreleaseshow in het Wintercircus (Gent) uitverkopen was een beetje een mijlpaal. Dat was voorlopig onze grootste live show. De AB, volgend jaar in mei, is nu de volgende stap. Ik ben heel blij met de reacties op de nieuwe plaat en de shows.

De nieuwste plaat ‘Braving Fears’ is er één van weemoed en luchtigheid, die een breed publiek kan aanspreken. Is dit de juiste weg voor je carrière?
Ik weet natuurlijk niet wat de toekomst me brengt. Maar als het over de instrumentale invulling gaat, denk ik dat bij deze plaat de identiteit vooral nog in de stem ligt. De plaat is erg gebaseerd op mijn live performance. Volgende stappen zijn dus ook het muzikale universum verbreden. Eerst de EP, dan het debuutalbum en nu de volgende stappen… maar vooral dicht bij de oorsprong blijven.

In een interview las ik:’’
12 nummers met elk een eigen identiteit, een eigen emotie. 12 delen die teruggrijpen naar een periode in mijn leven. De silhouetten op het albumcover staan in een bepaalde volgorde en die volgorde hangt vast aan Romeinse cijfers.
Persoonlijk ervaar ik dat elke song wel een eigen verhaal heeft …
Het is eigenlijk heel eenvoudig, ik probeer de dingen altijd zo puur mogelijk te doen. Het begint met live spelen, dan wil je een plaat maken en dat wil je ook zo goed mogelijk doen. En de beste manier is dat zo persoonlijk mogelijk houden, het zijn allemaal stukjes uit mijn eigen leven en wat ik heb meegemaakt. Of iets dat ik in mijn omgeving waargenomen heb. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en dat wou ik de mensen laten horen door mijn persoonlijke verhalen te vertellen. Het kunnen evengoed gebeurtenissen van iemand anders zijn, want zonder dat we altijd goed beseffen maken we vaker vrij gelijkaardige dingen mee.

‘De muziek verbindt ons en laat ons zien hoe we één kunnen zijn in deze broze wereld’ denk ik bij jouw materiaal . Wat vind je zelf?
Opvallend veel, en dat heeft me aangenaam verrast. Ik hoopte uiteraard dat het zo zou binnen komen, dus daar kan ik enkel blij om zijn.

Ik heb ook gelezen dat je nogal een perfectionist bent …
(haha) dat kan wel kloppen. het gevoel moet juist zitten, en als dat niet 100% strookt met het resultaat, ben ik niet tevreden. Ik heb elk nummer zodanig geschreven en bewerkt, tot het daadwerkelijk volledig af was. Op momenten dat ik dacht ‘dit is de waarheid’ dan was het voor mij ok. En daarin zoek ik steeds de rand op; het moet voor mij in de eerste plaats eerlijk en oprecht zijn. Anders kan ik het live niet brengen zoals het hoort. 

Wil het zeggen dat er bepaalde nummers zijn die in de koelkast zijn blijven liggen voor een volgende keer omdat ze nog niet 100% zijn?
Ik zal ze zeker boven halen, maar ga ze herwerken tot het verhaaltje weer klopt. Ik zit nu in een strakke planning, het is vrij pittig. Maar er zijn nog nummers die ik verder ga uitwerken, dat is zeker…

Hoe waren de reacties tot nu toe op deze plaat?
Het is fijn om mooie reviews te lezen. Mensen komen na de show vaak een plaatje kopen, en dan is het fijn dat ze met me delen wat hun persoonlijke verhaal is of wat de plaat voor hen betekent.

Je hebt een eigen fanclub op Facebook; hoe belangrijk is sociale media voor jou?
Ik ben reeds 15 jaar bezig. Die fanpage zit vol mensen die me in al die jaren zagen optreden, en gewoon gebleven zijn. Het is ook niet per se dat dit ‘de fanclub’ is, het is eerder een groep mensen die graag volgen wat er allemaal gebeurt. Het is heel fijn om te zien hoe alles wordt gedeeld, samen beleefd, hoe er onderling wordt gecommuniceerd op die pagina... zeker een meerwaarde.

Je hebt onlangs in de Club Wintercircus in Gent gespeeld; hoe verloopt de tour tot nu toe?
Goed. Alles verloopt naar wens, ik ben een tevreden mens. 

Je staat helemaal alleen op het podium, is het– zeker als je in een grotere zaal terecht komt – geen risico? Publiek dat een praatje inslaat? Geroezemoes?
Dat laatste heb ik nog niet meegemaakt. Ik veronderstel, als mensen kaarten kopen in een grote zaal, weten ze waaraan ze zich mogen verwachten. Ik heb er in elk geval tot nu toe geen last van. Ook niet in de wat grotere zalen waar ik voorprogramma’s speelde. In het sportpaleis stond ik ook helemaal alleen, en merk vaker dat het net het ‘solo’ spelen is wat mensen zo tof vinden.. om maar een voorbeeld te geven. Ik maak me daar niet al te veel zorgen om. Ik sta daar ook niet alleen hé, ik heb een hele hoop mee, waaronder mijn ‘loopstation’ en ‘stompbox’.

Wat zijn de verdere plannen?
Er staan eigen shows en festivals op de planning. Rock Werchter, Blues Peer, Rijversfestival, Zeverrock, Thorpark Genk, etc. De zaal concerten in het najaar gaan o.a. door in Brugge, Kortrijk, Het Depot (Leuven), Beernem, Maasmechelen en Hasselt. En daar komt allicht nog wat bij.

De doelen die je voor ogen had in 2021 zijn intussen bereikt; lonkt het buitenland of wat kan het volgende doel zijn?
Blijven doen wat ik nu doe is het voornaamste doel dat ik voor ogen heb. En als dat lukt, ben ik een blij mens. Dat er steeds meer mensen bij komen en dat we samen de liefde voor muziek kunnen delen. En uiteraard streven we naar meer en meer publiek kunnen bereiken.

Nog veel succes in wat je doet!

Komatsu

Komatsu - Het is dus een onderhuidse plaat geworden. Het is een donkere plaat, maar niet in de zin van negatief. Maar het is wel een plaat met een weemoedig kantje, zeker en vast

Geschreven door

Komatsu- Het is dus een onderhuidse plaat geworden. Het is een donkere plaat, maar niet in de zin van negatief. Maar het is wel een plaat met een weemoedig kantje, zeker en vast

De Nederlandse Stoner band Komatsu is al sinds 2010 bezig. Het was een vrij hobbelig parcours, met heel wat line up wissels. Ondertussen bewees Komatsu dat ze niet moeten onderdoen voor de internationale namen binnen de scene; ze bliezen ons reeds in 2016 omver op Desertfest.
We zijn de band op de voet blijven volgen. Nu komt er een gloednieuwe plaat uit genaamd ‘A Breakfast For Champions’. Een plaat waarop je een sterke homogene formatie hoort, goed op elkaar ingespeeld. Als trio trekken ze een ondoordringbare muur op, met heel wat emotie.
We hadden een mooie babbel met de drie bandleden Maurice Truijens, Martijn Mansvelders en Jos Roosen. Uiteraard keken we ook naar de verdere plannen en polsten we of er iets staat te gebeuren rond het 15 jarig bestaan.

Komatsu is ontstaan in 2010. Er is ondertussen wel wat gebeurd. Vertel eens
Komatsu is in 2010 begonnen als vervolg op Repomen. Repomen kende leden van Borehole en Peter Pan Speedrock. Toen Repomen werd opgericht zou het Repomen of Komatsu heten. Het was dus logisch om Komatsu te kiezen voor de band die eigenlijk voortvloeit uit Repomen. Toen Komatsu begon nam Erik van Schenk Brill de zang voor zijn rekening. Na verloop van tijd hield Erik het voor gezien en heeft Mo de zang overgenomen. Daarna hebben we behoorlijk wat bezettingswisseling gekend, enkel op de drums. We hebben ook een Belgische drummer gehad. Jelle Tommeleyn heeft gedrumd tijdens de 6 weken lange Europese tour met John Garcia. Niet lang na deze tour is hij op tragische wijze overleden.We hebben het hier binnen de band nog regelmatig over. Jelle was een zeer getalenteerde en enthousiaste drummer. Een hele aardige en sociale jongen die we enorm missen.
Het intensieve touren bleek de voornaamste reden voor de drummers om te stoppen met de band. Dit bleek moeilijk te combineren met werk en het privéleven. Jos is in 2018 bij Komatsu gekomen en we kende hem van Pendejo!. Hij had eerder met onze toenmalige gitarist Matthijs Bodt in deze stoner band gespeeld. Met hem wisten we dus wat we in huis haalden. 

Ik heb jullie twee keer live gezien, op Desertfest in 2016 en in 2018 in de 4AD Diksmuide. Ik heb van beide optredens enorm genoten, maar in de 4AD was het wel absoluut top door de intiemere locatie?
Toen we op Desertfest speelden waren we op tour met Duel (USA). We kwamen net uit Itali
ë en zijn in één ruk door moeten rijden. We hebben die nacht in de bus moeten ‘slapen’. Toen we aankwamen moesten we direct opbouwen en de linecheck doen. We hadden niet eens een ontbijtje gehad. Snel een banaan in de mond en puur op adrenaline de show gedaan. We waren die dag de opener in de kleine hal. Het was afgeladen vol en buiten de zaal stond iedereen op de gang te dringen om naar binnen te kunnen. We merkten dat we die dag wel iets losgemaakt hadden op Desertfest. Het is altijd lastig te ‘meten’ wat je aan een show hebt overgehouden. Het is niet zo dat we daarna makkelijker of meer geboekt werden voor shows. Wel spraken we veel mensen die onze show gezien hadden en er van genoten hadden of zeiden dat ze het een van de hoogtepunten van het festival vonden. Ook de recensenten schreven positieve dingen over ons optreden, dus we zullen vaker te laat moeten arriveren en weinig moeten slapen voorafgaand aan een show.

De nieuwe plaat nu … Er is ondertussen een tweede single uit “Savage”, het té vroeg verliezen van vrienden en dierbaren, de zoektocht naar het doel en de betekenis in het leven. Het nummer is geïnspireerd door het overlijden van Tom Davies (bassist Nebula/The Freeks); kun je er wat meer over vertellen?
We zijn een paar weken lang door Europa op tour geweest met The Freeks (USA), waarin Tom Davis basgitaar speelde. Ook hebben we diverse malen met Nebula gespeeld (waarin Tom Davies ook actief is). Tijdens de tour hebben we enorm met Tom gelachten en een fijne band opgebouwd. Na de tour zijn we contact blijven houden en zagen we elkaar altijd als hij in de buurt moest optreden. Toen we hoorden dat hij leukemie had sloeg dat in als een bom. Nadat hij is overleden heeft Mo ‘Savage’ geschreven. Deze song is geïnspireerd door de machteloosheid, de triestheid die we toen voelden.

Ondertussen zijn jullie met drie, maar wat een energie. Was ‘A Breakfast For Champions’ een moeilijke bevalling?
We hebben, met twee gitaristen altijd een muur van geluid gebouwd. Met deze plaat zijn we er achter gekomen dat er heel veel achter die muur verstopt zit. Door die muur van geluid hebben we nooit echt gehoord hoe goed en subtiel Joos op drums is. Op deze plaaat komt zijn drumwerk beter tot zijn recht en hoor je deze subtiliteiten.
En dat we met ons drie zoveel energie kunnen voortbrengen?  Is een zeer fijn compliment, we vinden dat trouwens zelf ook eerlijk gezegd. Het is zelfs energieker en bruter dan met vier. Als je met twee of meer speelt, kun je in elkanders weg zitten. Met ons drie zitten we allemaal op diezelfde lijn. Waardoor het nog steeds een muur is, maar een nieuw opgebouwde. De plaat is feitelijk meer een registratie dan een opname. Er is nauwelijks gebruik gemaakt van overdubs en er is weinig geknipt, gedubbeld etc. Het is een vrij ‘naakte’ registratie/opname waarin alle instrumenten naar onze mening goed hoorbaar zijn. Dat is het grootste verschil met onze voorgaande platen. 

Jullie zijn een geoliede machine nu. Ik volg jullie al vanaf het prille begin en dacht dat ik jullie kwijt was (eerlijk gezegd). Dit is duidelijk een nieuwe bladzijde. Voelt deze plaat een beetje aan als ‘het verleden achter jou laten en vooruit kijken’. Hoe moet ik het zien?
Dat klopt wel hoor. Toen Matthijs Bodt de band verliet zijn we met 3en gaan repeteren. Aanvankelijk vonden we het bandgeluid wat kaal en leeg klinken maar dit wende al snel. We besloten om niet op zoek te gaan naar een tweede gitarist. Ook omdat de klik tussen ons drieën zo goed was en de sfeer zo prettig was. We merkten dat we met ons 3en sneller konden musiceren. We zijn nieuwe ideeën gewoon gaan proberen onder het mom van “de vetter de better”. Als het niet werkte dan gingen we gewoon verder. We durfden meer dan voorheen dingen uit te proberen en eerlijk tegen elkaar te zijn als iets niet werkt. Dit zorgde voor veel meer samenhang en interactie. Als band hebben we dus veel meer dan voorheen de nummers samen uitgewerkt en ‘ingekleurd’. Met 3en is het ook totaal anders musiceren door de ruimtes die er ontstaan. Voor ons is het dus wel een nieuwe uitdaging dat ons fris houdt en nieuwe energie geeft.

Jullie bouwen een ondoordringbare geluidsmuur op. Er zit ook een gevoeliger kantje verborgen op deze plaat. Een bewuste keuze? Zit er een persoonlijk verhaal in?
Het gaat niet alleen over persoonlijk frustraties, maar over wat er in de wereld omgaat. Daar gaan de meeste teksten over.  En dat brengt uiteraard heel wat emoties met zijn mee sowieso. En dat keert dus ook terug in onze muziek op deze plaat, maar echt persoonlijk niet direct of niet altijd. Het is dus zeker een onderhuidse plaat geworden. Het is een donkere plaat, maar niet in de zin van negatief. Maar het is wel een plaat met een weemoedig kantje, zeker en vast.
Het is niet allemaal heel positief wat er in de wereld om ons heen gebeurd. Dit zit in deze plaat verstopt zonder het heel expliciet en tekstueel te duiden. 

Wat is het grote verschil tussen deze release en de vorige?
Deze plaat is meer het resultaat van een complete band waarin alle neuzen dezelfde kant op wijzen. Daarnaast hebben we in de loop der jaren ook de nodige ervaring opgedaan in het schrijven van nummers en het opnemen van albums. Op onze vorige platen stonden in onze ogen uitschieters maar ook wat ‘vullers’. Op ‘A Breakfast For Champions’ staan in onze ogen geen ‘vullers’. De plaat is meer in balans en kent 8 sterke nummers die alle kanten van Komatsu belicht, inclusief ook een instrumentaal nummer (die op elke plaat één staat). We hadden 10 nummers opgenomen en 2 nummers zijn afgevallen omdat ze wat sfeer betreft minder bij de rest paste. We gaan ze zeker nog, in welke vorm dan ook, uitbrengen.
Op deze plaat zijn we meer dan voorheen met dynamiek gaan spelen.

Zijn er al reacties op de plaat? Wat zijn de verwachtingen?
Jazeker. De eerste recensies overstijgen onze verwachtingen. Deze zijn zeer positief.
Los van de hoge cijfers of punten die de plaat krijgt (19 /20 in Yam Yeti, 9/10 Musipedia of Metal, 85 punten in Aardschok Magazine en #6 in Doomcharts en #2 in Poolse Charts) zijn we blij dat de recensenten de plaat ‘begrijpen’. Het is fijn om te lezen dat men de energie lekker en de productie goed vindt. We lezen veelvuldig dat men dit ons beste album tot nu toe vindt en dat het een kanshebber is voor album van het jaar.
Als je zo lang met een album bezig bent kun je zelf de waarde van de songs en het album inschatten. Het is altijd fijn om te zien dat het zo positief ontvangen wordt. We hebben er immers lang en hard aan gewerkt. We zijn vooral blij dat de keuzes die we gemaakt hebben zo goed zijn uitgepakt. Door als trio te spelen hoort men nu meer dynamiek, een andere energie en alle instrumenten afzonderlijk. Dit blijkt in de smaak te vallen.

Ik ben fan, maar binnen de stoner kan het soms een beetje teveel van hetzelfde zijn; wat maakt jullie na al die jaren nog steeds uniek?
Als je als fan bent hoef je niet meer te kiezen toch?
Ach, we zijn niet zo bezig met dat stoner water en al wat daar in zwemt. We doen al vanaf 2010 ons eigen ding. In onze ogen spelen we ook niet typissche stoner muziek, al zijn er natuurlijk stoner invloeden. We spelen muziek die in ons opkomt en en eruit moet en dit blijkt lastig te ‘categoriseren’. De ene recensent noemt het ‘keuzestress’, wij noemen het een luxeprobleem. We spelen waar we trek in hebben en wat we leuk vinden en zijn niet zo met genres of hokjes bezig. Ook niet met wat mensen er van zullen vinden. Als mensen het leuk vinden wat we doen dan waarderen we dat enorm. Zo niet, dan even goede vrienden, dan zijn er genoeg andere bands die ze kunnen checken.

Is het een struikelblok om door te breken als Nederlandse band tav Engelse of Amerikaanse?
We weten niet of dit echt een struikelblok is maar het is zeker niet makkelijk om als Nederlandse internationaal band door te breken, zeker niet in het genre waarin wij opereren. Het zou zeker makkelijker zijn wanneer we uit Amerika of Engeland zouden komen maar we veranderen hier nu niets aan. Het is wat het is en we hopen gewoon dat zoveel mogelijk mensen onze nieuwe plaat checken!

Wat zijn de verdere plannen?
Dit jaar willen we veel spelen om de nieuwe plaat te promoten. De plaat gaat in Indonesië uitgebracht worden en we zijn aan het bekijken of we daar twee weken kunnen gaat touren om de plaat te promoten. Daarnaast gaan we in augustus een weekend naar Zweden en in oktober een Europse tour doen, waarbinnen we op drie Heavy Psysch Sounds Festivals in Dresden, Berlijn en London spelen.
Voor komende jaren zijn we momenteel plannen aan het maken. We zouden graag voor een 3e keer naar Brazilië gaan maar willen ons ook oriënteren op een geheel ander avontuur. We kiezen niet altijd voor de gemakkelijkste weg en soms moet je ook buiten de gebaande paden dienen te treden.

Volgend jaar (2026) bestaan jullie 15 jaar; staat er iets speciaal op de planning?
Nee, maar wel een goed plan om daar iets mee te gaan doen!

Na 15 jaar hebben jullie veel zien veranderen binnen de scene, wat is de grootste verandering?
Positief is dat er nog steeds een scene bestaat en dat de mensen naar shows blijven komen. Na de corona pandemie is er wel veel veranderd. Voor een band is het vandaag de dag niet eenvoudig om het hoofd boven water te houden. Optredens kunnen niet meer zo eenvoudig geregeld worden, gages zijn laag en kosten zijn hoog. Een tour plannen is lastig want op een doordeweekse dag spelen lukt voor een band van onze status moeizaam. We hebben daarom vaak lange weekenden gepland in plaats van tours. Dit jaar gaan we voor het eerst na de corona pandemie weer een tour doen zonder lege dagen erin!
Binnen de scene zijn veel venues, booking agencies, labels etc omgevallen. Het wordt steeds lastiger om je ding als band te kunnen blijven doen. Je kunt bijvoorbeeld wel ergens gaan optreden maar om het voor desbetreffende venue rendabel te maken hanteren zij een zeer hoge entreeprijs. Als band wil je voor je bezoekers geen hoge entreeprijs. Soms moet je als band dan besluiten om tóch niet te spelen, hoe graag je ook zou willen spelen. Een entreeprijs van bijvoorbeeld 30 euro is té hoog en spelen voor een slecht gevulde zaal is niet bevredigend. Als band blijf je dus zoeken naar oplossingen of opties en moet je soms creatief zijn of soms risico’s nemen.

Je kan social media niet meer uitschakelen binnen een band; hoe belangrijk is het voor jullie? Hoe ga je ermee om?
Dit wordt steeds belangrijker voor een band. We merken dat we niet zijn opgegroeid met sociale media dus moeten hier aan wennen. Gelukkig krijgen we hulp van mensen op dit vlak en leren we iedere dag bij. We beseffen dat we mee moeten ontwikkelen en dit kost soms best veel tijd en energie. Je moet een homepage bijhouden, Spotify, Bandcamp, X, Facebook, Instagram en hebben onlangs zelfs een Bluesky pagina aangemaakt. We beseffen ons ook dat sociale media enorme mogelijkheden biedt dus dit maakt het wel makkelijker om het te blijven doen. Dus misschien moeten we maar een stoner dansje gaan instuderen en viral gaan op TikTok!  

Wat zijn jullie ambities? Is er een soort ‘doel’ dat je nog voor ogen hebt?
We mogen tevreden zijn als we (financieel) gezond blijven en als trio muziek kunnen blijven maken de komende jaren. We zouden het te gek vinden als we kunnen blijven touren want we houden er van om avonturen te beleven en mensen te ontmoeten on the road. Niets is fijner dan samen dat busje in te stappen en op avontuur te gaan!
We zouden graag wat vaker op (stoner-)festivals spelen in de toekomst. Mensen vragen ons wel eens waarom we bijvoorbeeld nooit op een stonerfestival als Roadburn (niet ver van Eindhoven) gespeeld hebben? Nou, natuurlijk hebben we ons daar in het verleden aangeboden. In 2016/2017 zijn we daar bijvoorbeeld afgewezen met als reden dat er wat meer rondom Komatsu moest gebeuren. In dat desbetreffende jaar deden we 2 Europese tourtjes, een Braziliaanse tour en brachten we een plaat uit met een gastbijdrage van Nick Oliveri.
We zijn niet een band die dan gaat lopen klagen of mopperen, maar kijken verder naar opties of mogelijkheden. Als een programmeur je bandje of muziek niet leuk vind, dan is dat zo, daar doe je verder niets aan.
We zouden komende jaren graag wat meer op festivals (met name in) Duitsland spelen . We merken dat onze muziek daar gewoon goed ontvangen wordt. We zijn gewoon ‘lucky bastards’ dat we dit al bijna 15 jaar mogen doen en hopen dit gewoon nog een tijdje te kunnen doen. Zolang onze gezondheid het toelaat blijven we hier voor gaan. We zijn f*cking trots dat we weer een nieuwe plaat uit hebben kunnen brengen in deze roerige tijden en gaan deze songs graag live spelen, waar dan ook! 

Luister de plaat via Spotify: https://open.spotify.com/album/0r0opNzPsHvPUqomPR6Akl?si=-j7QOF4nQ4uKmxxV_gq29g
Bestel de plaat via Bandcamp
https://komatsu.bandcamp.com/album/a-breakfast-for-champions

Laurence Cousseau & Clément Cerovecki

Laurence Cousseau & Clément Cerovecki - Het is belangrijk om verschillende projecten te doen, onszelf tevreden te houden en ook andere manieren te vinden om muziek te maken. Het draait allemaal om passie

Geschreven door

Laurence Cousseau & Clément Cerovecki - Het is belangrijk om verschillende projecten te doen, onszelf tevreden te houden en ook andere manieren te vinden om muziek te maken. Het draait allemaal om passie

We citeren even uit de bio ‘Fluitiste Laurence Cousseau en pianist Clément Cerovecki vormen een muzikaal duo dat klassieke muziek en jazz organisch in elkaar laten overvloeien. In september 2022 brachten ze het album ‘Crépuscule à bascule’ uit, waarin ze werk van componisten zoals Sergej Prokofjev, Claude Debussy en Olivier Messiaen interpreteren en combineren met eigen composities. Andere liedjes zijn gebaseerd op bestaande gedichten, waarbij ze zich eerder laten inspireren door de textuur van woorden dan door de letterlijke betekenis’.  
De Lokerse Jazzklub was de 'place to be' om het unieke duo te ontdekken. Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/98450-laurence-cousseau-clement-cerovecki-milde-botsing-van-uitersten
We hadden een fijne babbel met het duo, over het optreden, de connectie tussen jazz en klassieke muziek, plannen en ambities.

Stel jezelf even voor, hoe os alles begonnen?
Clément: Ik speel piano sinds mijn tienerjaren. Vroeger begon ik met improviseren in de jazz, en daarna deed ik ook klassieke muziek. Nu speel ik in veel bands en projecten in Brussel, in veel meer stijlen
Laurence: in mijn geval ben ik eigenlijk begonnen met drummen. Ik hield al vroeg van jazz. Na een tijdje wilde ik melodieuzere muziek spelen. Ik begon met fluitspelen toen ik ongeveer 24 was. Ik heb jazz en klassieke muziek gedaan in de academie in Brussel en ik ben nu bezig met een master in jazzfluit aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

Zowel jazz als klassieke muziek bevinden zich nog steeds in een niche ... heb je nooit iets meer popmuziek geprobeerd om een groter publiek te bereiken? Of is dat niet jullie ambitie?
Laurence: popmuziek is nooit echt het soort muziek geweest waar ik naar luister, dus ik voel er geen sterke band mee. Mijn gevoeligheid en nieuwsgierigheid gaan meer uit naar originele muziek, vaak akoestisch en kamermuziekachtig. We zijn niet echt geïnteresseerd in het bereiken van een groot publiek. Voor ons is de lokale gemeenschap heel belangrijk. De jazzscene in Brussel is ongelooflijk divers en creatief en het bijwonen van concerten in kleine zalen is echt een geweldige ervaring.

Wat is volgens jullie het verband tussen jazz en klassieke muziek; vanwaar de passie voor deze stijlen?
Clément: Het gaat niet echt om ‘de stijlen’, ik denk dat het meer om de verschillende soorten muzikanten gaat. Jazzmuzikanten improviseren graag, in klassieke muziek is er ook enige vrijheid in de interpretatie, maar het gaat er meer om de compositie te spelen zoals die is geschreven. Wat betreft verbinding, hum... dat is een heel ingewikkeld onderwerp ?. Ik denk dat een aspect dat ze op de een of andere manier delen het concept van “kamermuziek” is, in de zin van instrumentale en akoestische muziek voor klein ensemble, met een zekere intimiteit, expressiviteit. Hoewel jazz een vrij recent fenomeen is, heeft het een vergelijkbare positie bereikt als klassiek, zoals we kunnen zien dat conservatoria over de hele wereld nu vaak twee hoofdsecties hebben: klassiek en jazz. Er zijn ook veel technische connecties, bijvoorbeeld de harmonische taal van jazz is voornamelijk geërfd van klassieke muziek die vroeg door Europeanen naar Amerika werd gebracht, aan de andere kant werden moderne “klassieke” componisten beïnvloed door een aspect van ragtime, jazz. Maar goed, dit is zeker een zeer gecompliceerd onderwerp omdat het veel afhangt van wat een juiste definitie van jazz is, een andere zeer gecompliceerde vraag ?

Ik las over het album ‘Crépuscule à bascule’ . We lezen ‘het interpreteren van werken van componisten zoals Sergei Prokofiev, Claude Debussy en Olivier Messiaen  en ze combineren met  eigen composities.’ Hoe ben je op dat idee gekomen?
Laurence: We vinden deze componisten erg inspirerend. Het combineren van klassieke componisten en eigen composities is een manier om een dialoog te hebben tussen nu en toen, improvisatie en geschreven muziek, op een manier die zo coherent mogelijk klinkt. Soms spelen we ook stukken van Charles Mingus (een jazz contrabassist die erg geïnspireerd was door klassieke vormen) of andere jazzcomponisten, om nog verder met deze grenzen te spelen.
Clément: In feite is er een historisch verband tussen jazz en klassieke muziek. De geschiedenis van de jazz begint in het begin van de 20e eeuw en is in wezen een Amerikaans verhaal. Er was echter ook een klein direct verband met Europa : de meeste jazz standards, (d.w.z. het repertoire dat door alle jazzmuzikanten werd gespeeld in die tijd maar ook tegenwoordig) waren muziek gecomponeerd voor het theater in de eerste helft van de 20ste eeuw, vooral in New York, broadway... en eigenlijk waren deze tunes vaak gecomponeerd door nieuw aangekomen immigranten (bv. Vernon Duke, Bronisław Kaper, Kurt Weil) die de verschillende problemen ontvluchtten die zich voordeden in Centraal- en Oost-Europa, veel joods natuurlijk... Als gevolg daarvan kan je in de jazz bijvoorbeeld Afro-Amerikaanse muzikanten horen spelen in een nieuwe muzikale taal die het resultaat is van de fusie van verschillende culturen (Afrikaans, lutheriaans) en sommige melodieën lenen die gecomponeerd werden door deze nieuwe Europese migranten... deze ingewikkelde fusie heeft ons altijd gefascineerd... Er zijn zelfs enkele beroemde Europese componisten (Prokofiev, Rachmaninov, Bartok) die naar Amerika verhuisden in dezelfde context maar er ook in slagen hun eigen artistieke carrière voort te zetten zonder echt voor theaters te werken.

Ik ontmoette je in Lokeren Jazz Klub, in mijn geboortestad, samen met Laurence Cousseau. Jullie werken al een tijdje samen en brachten een album uit in 2022; heeft dit deuren geopend?
Laurence: Het heeft niet direct deuren geopend, ook al helpt zo'n project ons te groeien als muzikant. We begonnen dit project in de kamermuziekklas op het conservatorium, onder leiding van Marine Horbaczewski die ons subtiele dingen bijbracht, zoals een bepaalde houding ten opzichte van muziek, en hoe we het geschreven materiaal en improvisatie op een coherente manier in balans konden brengen. Toen dachten we dat het geweldig zou zijn om dit op te nemen, om een spoor van ons werk achter te laten. We dachten er toen niet aan om het op enige manier te promoten, en we hebben gewoon een paar cd's geperst en de muziek op Bandcamp gezet. Natuurlijk doen we soms concerten, zoals in Lokeren, en het is erg leuk om deze muziek weer op te nemen en op het podium te spelen. Maar we kunnen niet zeggen dat we veel feedback hebben gehad over dat album.

Het constant aftasten tussen klassiek en jazz viel me ook op tijdens het concert; waar ligt die grens eigenlijk volgens jullie?
Laurence: Dat is een lastige en zeer subjectieve vraag. Voor mij ligt de grens tussen klassiek en jazz deels in de relatie tussen compositie en uitvoering. In klassieke muziek voert de componist zijn eigen werk meestal niet uit, de partituur is het eindproduct, bedoeld om geïnterpreteerd te worden door uitvoerenden. De muziek wordt overgebracht via de geschreven pagina. In jazz is de uitvoering zelf het eindproduct. Vaak is de componist ook de uitvoerder en is het proces meer collaboratief, met ideeën die in realtime worden uitgewisseld tussen de muzikanten. Dat gezegd hebbende, wordt jazzimprovisatie vaak gezien als een ruimte voor individuele expressie, waar muzikanten om de beurt soleren, bijna alsof ieder in de schijnwerpers staat. Hoewel dit persoonlijke stemmen kan benadrukken, kan het soms aanvoelen als een reeks afzonderlijke optredens, enigszins losgekoppeld van de oorspronkelijke compositie. Wij proberen die grens te vervagen. We proberen het geschreven materiaal te verinnerlijken zodat de improvisatie er organisch uit groeit, waardoor het moeilijker wordt om te onderscheiden wat geschreven is en wat geïmproviseerd, en dat alles met behoud van onze individuele stemmen en vrijheid. In die zin proberen we de traditionele scheidslijn tussen klassieke en jazzvormen te overstijgen.

Er was helaas niet veel publiek, hoe waren de reacties achteraf?
Clément: Dat was prima voor ons, er waren toch nog wat mensen, en we kregen veel enthousiasme achteraf. We apprecieerden het, vooral omdat we een heel persoonlijke muziek zonder concessies voorstelden.  En we hebben wel wat cd's verkocht ?

Het project zal doorgaan hoop ik, wat zijn de verdere plannen? Andere projecten ?
Clément: We hebben het idee om ons duo repertoire om te zetten naar een 4tet met meer “free jazz vibes” (we hebben een keer gespeeld bij Roskam). We zijn allebei actief in verschillende jazzbands. Maar er is in ieder geval één nieuw project dat sterk gerelateerd is aan klassiek/jazz-verbindingen dat ik net heb geïnitieerd: Het gaat over Alexandre Scriabine een Russische componist tijdgenoot van Ravel en Schönberg. Ik heb acht jazzmuzikanten bijeengebracht (zeven blazers met sterk contrasterende klankkleuren en een contrabas) om samen dit repertoire te verkennen via een veelzijdige aanpak: nauwgezet herschrijven, vrije improvisatie, heruitgevonden interpretaties en het opnieuw vormgeven van harmonisch en melodisch materiaal. Door deze muziek, die geworteld is in strikte compositie, opnieuw te bekijken met musici uit een meer orale traditie, die gewend zijn om een individuele toets te geven aan het creatieve proces, kunnen conventionele grenzen, die vaak als tegenstellingen worden gezien, vervagen: populair en klassiek, groove en rubato, harmonie en melodie, compositie en improvisatie, enzovoort. Dit is werk in uitvoering ?

Jullie doen veel projecten, hoe best te combineren?
Ik weet niet hoe we het doen (haha), het is belangrijk om verschillende projecten te doen, om onszelf tevreden te houden bij  muziek maken en ook andere manieren te vinden om muziek te maken. Het draait allemaal om passie.

Als er ooit een nieuw album zou komen als duo, wat zou dan het volgende zijn? Zijn er al ideeën?
Laurence: Op dit moment is er geen concreet plan voor een nieuw album. Zoals Clément al eerder zei, richten we ons nu op het ontwikkelen van het project voor grotere formaties. Maar het klassieke repertoire is enorm en het is spannend om te denken dat dit duo een nieuw hoofdstuk zou kunnen beginnen, met de focus op verschillende componisten. Tijdens het concert in Lokeren speelden we enkele stukken van Scriabin die niet op het album staan.
Clément: Er zijn ook andere componisten waar we van houden maar die we nog niet hebben kunnen ontdekken, zoals Bartók, Schönberg, Jolivet of Milhaud. Dat zouden geweldige inspiratiebronnen kunnen zijn voor een toekomstig album.

Wat zijn de verdere ambities, is er een soort doel?
Laurence: Ik heb mijn eigen project (een jazzkwintet genaamd Les Groseilles de Novembre) dat ik graag verder zou zien ontwikkelen. Gezien mijn achtergrond in ecologisch onderzoek, ben ik geïnteresseerd in het integreren van ideeën uit dat veld in mijn muziekcompositieproces.
Clément: geen specifiek doel, behalve het artistieke proces individueel en collectief voortzetten. Als pianist wil ik vooral mijn eigen harmonische taal ontwikkelen, mijn “eigen kleuren”. Dit kan ik doen door alleen piano te spelen, maar ook door muziek voor anderen te schrijven. Recentelijk heb ik bijvoorbeeld gewerkt aan verschillende orkestraties/arrangementen (muziek van Charles Mingus, Scriabine etc.), dit is super spannend voor mij.

https://laurencecousseau.bandcamp.com/album/cr-puscule-bascule

Bedankt voor de leuke babbel, ik hoop jullie snel terug op het podium te zien
Veel succes

Fat Bastard

Fat Bastard - Jorn (Fat Bastard) - Er is geen mooier compliment om vergeleken te worden. Maar we proberen niet Motorhead of Peter Pan Speedrock te zijn, we zijn Fat Bastard! We maken de muziek die we zelf graag horen

Geschreven door

Fat Bastard - Jorn (Fat Bastard) - Er is geen mooier compliment om vergeleken te worden. Maar we proberen niet Motorhead of Peter Pan Speedrock te zijn, we zijn Fat Bastard! We maken de muziek die we zelf graag horen

Fat Bastard werd opgericht in 2007. We zagen hen pas voor het eerst live aan het werk bij de release van hun EP in 2018. De invloed van Peter Pan Speedrock en Motörhead is onmiskenbaar aanwezig in hun geluid — een link die ook op hun nieuwste plaat, ‘Barely Dressed’, duidelijk hoorbaar is. Maar deze keer verrassen ze ook met frisse, onverwachte wendingen.
We spraken met zanger en frontman Jorn over de nieuwe release, de persoonlijke verhalen achter enkele nummers, de gemiste kansen door COVID, en hun plannen en ambities voor de toekomst. Het werd een boeiend en openhartig gesprek.

Jorn, ik volg jullie al sinds het prille begin in 2007. Ondertussen is er heel wat gebeurd. Kun je kort schetsen hoe het parcours van Fat Bastard eruitzag totnutoe?
Fat Bastard startte met vijf man. Maar onderweg krijg je soms te maken met tegenslagen, en dan haakt er wel eens iemand af. In ons geval zijn er twee bandleden gestopt, en in 2009 lag de band zelfs volledig stil. Kurt en ik zochten versterking… In 2010 kwam onze bassist Geller erbij — en die is gelukkig gebleven. Vanaf dat moment zijn we opnieuw beginnen bouwen. Oorspronkelijk hadden we Wannes Vinck en Sven Stoelen op gitaar, maar zij zijn om uiteenlopende redenen uit de band gestapt. Daarna is Jan (opnieuw) ingestapt, en sinds 2014 hebben we een stabiele line-up, soms met 5, maar de laatste tijd met 4.

Was het door die wissels in de line-up dat het zo lang duurde voor jullie eerste EP er kwam? Er zit behoorlijk wat tijd tussen de oprichting en jullie eerste echte release
Onze eerste officiële release kwam er in 2013 met ‘Feel the Pain’. Toen klonken we trouwens nog een stuk meer “metal” dan nu. Die plaat werd geproduceerd, gemixt en gemastered door Martin Furia (Destruction, Bark, Furia). Maar eigenlijk hadden we in 2009 al wat opnames gemaakt. We waren toen nog behoorlijk groen achter de oren en eigenlijk helemaal niet klaar voor een studiosessie — en dat hoorde je ook. Uiteindelijk hebben we wijselijk beslist om die opnames niet uit te brengen. Dus ja, de personeelswissels én het feit dat we nog moesten groeien als band hebben zeker bijgedragen aan die vertraging.

In 2018 besprak ik jullie EP en was ik onder de indruk van de dosis energie. En toen kwam corona... Heeft dat jullie groei geremd? En heb je ooit overwogen om ermee te stoppen?
Corona heeft voor veel bands een rem gezet op hun groei, en bij ons was dat niet anders. Je brengt een cd uit en weet dat het vaak een jaar duurt voor je daar echt de vruchten van plukt. Net op het moment dat we in een mooie flow zaten en regelmatig geboekt werden, sloeg de pandemie toe. We waren volop bezig met het plannen van een Europese tournee, met optredens in Tsjechië, Frankrijk en Duitsland. Dan is een lockdown natuurlijk een serieuze domper.Maar ondanks alles hebben we nooit overwogen om de handdoek in de ring te gooien. Integendeel, ik heb die periode aangegrepen om iets nieuws te leren: hoe je muziek opneemt. Om dat te oefenen hebben we vier Fat Bastard-nummers volledig herwerkt in een akoestische versie. Die heb ik samen met telkens één bandlid opgenomen in onze repetitieruimte, en daarna zelf gemixt. Een superleerrijk proces! Maar ja, wat doe je dan met die nummers? We hebben ze uiteindelijk op YouTube gezet — maar niet onder de naam Fat Bastard. We hebben een fictieve Poolse band bedacht: Smokin’ Jay & His Rizla’s, en de nummers op hun kanaal gegooid. (lacht) Die vier tracks staan daar nog steeds, en ik denk dat hun Facebookpagina ook nog bestaat!

We zullen het eens opzoeken….Wat me persoonlijk opvalt op de nieuwe plaat, is dat het concept overeind blijft. Maar ook dat er een meer melodieus, zelfs donker kantje verbonden is aan deze plaat. Is dat om de voortdurende vergelijking met Motorhead en Peter Pan Speed Rock een beetje te ontlopen of is dat kort door de bocht?
Die vergelijkingen storen ons niet — we zijn allemaal fan van die bands. Het is een compliment. Maar we proberen niet hen te zijn. We zijn Fat Bastard. We maken muziek die we zelf graag horen. En ja, we worden ook een dagje ouder. Het is nog steeds snel, maar eerder 95 dan 100 km/u. We willen gewoon klinken zoals wij.

We waren al over de nieuwe plaat begonnen. De plaat klinkt gevarieerd, en naast het donkere kantje blijft er die rock-’n-roll spirit, waardoor ik jullie heb leren kennen. Maar er zitten ook persoonlijke verhalen in, oals het eerbetoon aan Jan Kilowatt, de bezieler van Frietrock
Klopt. Het nummer “Hammer” is een ode aan Jan Kilowatt van Frietrock, die drie jaar geleden uit het leven stapte. Ik schreef het nummer eind mei, kort na zijn overlijden. De tekst kwam snel, en we hebben de muziek aangepast aan de emotie van de tekst. Het laatste nummer, “Kill My Soul”, gaat over iemand in de band die in zijn jeugd slachtoffer was van kindermisbruik. Tijdens corona, als gevolg van het gebrek aan veel menselijk contact, kwam dat opnieuw naar boven. We hebben als band hier veel over gepraat en besloten er iets mee te doen. Het is geen donker nummer geworden — bewust niet. De boodschap is er één van hoop: “You couldn’t kill my soul.”

Wat me ook nu weer opvalt is hoe jullie er steeds in slagen die ‘live sfeer’ op plaat weer te geven. Dat lukt niet elke band
Dat is een heel bewuste keuze geweest. We hebben samengewerkt met Ira Black, maar we wilden absoluut geen afgekuiste, gepolijste band zijn. We willen klinken zoals we écht zijn. Daarom hebben we geen studio geboekt, maar gewoon alles opgenomen in ons repetitiekot. Eén van de weinige voordelen van corona was dat ik de tijd had om te leren hoe je zelf muziek kunt opnemen. Die kennis hebben we meteen toegepast: deze plaat is volledig in eigen beheer opgenomen. We hebben de tracks daarna doorgestuurd naar Ira. Samen hebben we enkele nummers besproken, hij gaf ons tips en tricks, en we bekeken hoe we bepaalde zaken eventueel anders konden aanpakken. Maar in elk gesprek benadrukten we hetzelfde: het moet eerlijk klinken. Het moet klinken zoals we live spelen. Je kunt in een studio allerlei trucjes gebruiken om je sound te verbeteren, maar dat is niet wat wij willen. We willen geen illusie verkopen. De titel van de plaat, ‘Barely Dressed’, vat dat perfect samen: geen foefkes, geen franjes — gewoon wij, zoals we zijn.

Ondanks dat jullie ook ‘andere wegen verkennen’, is er nog altijd die heel herkenbare Fat Bastard sound
Ik ben nog altijd zeer trots op die nummers van onze EP ‘Junk Yard Fest’. Dat blijft een belangrijk deel van wie we zijn. De stijl die we spelen is sindsdien gewoon wat geëvolueerd. Op ‘Barely Dressed’ hoor je een iets andere kant van ons, maar het is eerder een natuurlijke groei dan een breuk met het verleden. Onze roots laten we zeker niet los — integendeel. De mensen die ons live zien, appreciëren wat we doen. En zolang dat zo blijft, is er geen reden om daar veel aan te veranderen.

Met de muziek die jullie brengen is het bijzonder moeilijk om grote zalen uit te verkopen, maar dat is wellicht ook niet de ambitie?
We willen natuurlijk altijd blijven groeien — groter en groter gaan. En ja, uiteraard dromen we ervan om ooit op Graspop te staan. Maar die ambitie is niet onze hoofdzaak. Wat voor ons telt, is spelen, ons amuseren en het publiek een goeie tijd bezorgen. Als de mensen die ons willen zien, met een glimlach naar huis gaan, dan is onze avond geslaagd. Zolang we zalen zoals de Barok in Brugge kunnen uitverkopen, zijn we tevreden. Daar hebben we trouwens onze tweede releaseparty gehouden, samen met Speedmobile — dat is de band met leden van Peter Pan Speedrock en Batmobile. Een geweldige avond!

Wat zijn de verdere plannen voor dit jaar, eventueel Alcatraz?
Voor dit jaar staat Alcatraz helaas niet op de planning, maar we hopen er in 2026 bij te zijn. Line-ups voor festivals liggen meestal al lang op voorhand vast, vaak al het jaar ervoor. Als je vroeg in 2025 een plaat uitbrengt, is het doorgaans moeilijk om datzelfde jaar nog op de affiche van zo’n festival te belanden. We hopen volgend jaar zeker een aantal mooie dingen te kunnen doen, zowel in eigen land als daarbuiten.

Als Belgische band is het nog steeds bijzonder moeilijk om op de affiche van Graspop terecht te komen, ook bij jullie?
Graspop zou eigenlijk een voorbeeld kunnen nemen aan Alcatraz, waar ze een volledig podium wijden aan Belgische – of op z’n minst locale - bands. Begrijp me niet verkeerd — ik snap dat een groot festival als GMM bepaalde normen hanteert en dat de bookers zorgvuldig selecteren wie er op de affiche komt. Maar het blijft jammer dat het aantal Belgische bands op zo’n groot, internationaal festival zo beperkt is. Net omdat Graspop zo’n breed en internationaal publiek aantrekt, zou het een enorme duw in de rug kunnen zijn voor de Belgische scene. Meer lokale bands programmeren zou niet alleen een sterk signaal zijn, maar ook een vorm van erkenning. Iets van: support your locals ofzo.

Ligt het ook niet aan de Belgische mentaliteit, de Belg is niet chauvinistisch genoeg , denk je?
Als je diezelfde vraag stelt aan Nederlandse bands over waarom ze zelden op Pinkpop staan, hoor je hetzelfde verhaal. En ook bij Duitse bands die proberen door te breken op Wacken is het niet anders. Het is gewoon erg moeilijk om als band uit eigen land op de affiche van een groot festival te geraken. Dat is dus geen typisch Belgisch probleem, maar een algemeen fenomeen. Lokale bands krijgen vaak minder kansen op de grootste podia in hun eigen land, terwijl net die podia een springplank zouden kunnen zijn.

Je krijgt nog voldoende andere speelkansen, maar toch is er een probleem bij festivals die afhaken door tegenvallende ticket verkoop … meer dan vroeger
Voorverkoop werkt vandaag de dag nauwelijks nog. En festivals die geen financiële buffer hebben, trekken dan vaak de stekker eruit. Volgens mij is daar echt iets fundamenteels aan de hand. Wat speelkansen betreft, is het dubbel. Er zijn zeker genoeg evenementen, maar er zijn ook veel bands die bereid zijn om voor een appel en een ei te spelen. En dat doet de scene pijn. Het ondermijnt de waarde van live muziek en maakt het voor bands die een eerlijke gage vragen veel moeilijker om nog geboekt te worden. Dat vind ik persoonlijk een groot probleem.

We hadden het al even over de nieuwe plaat. Ik las al positieve recensies. Hoe zijn de algemene reacties tot nu toe?
De meeste reacties zijn positief. Natuurlijk zijn er ook wat kritische stemmen — sommigen geven ons een 6 op 10. Er was zelfs een website die ons een “sub-standaard Motörhead” noemde (lacht). Hun insteek is dat we Motörhead proberen te kopiëren, terwijl dat net is wat we níét doen. We maken gewoon muziek die wij zelf graag horen. Gelukkig is zo’n 80% van de reacties wél positief. Rock Tribune gaf ons bijvoorbeeld een mooie 8,5.

Ik merk dat je soms wat afwijkt van de vroegere sound, maar tegelijk trouw blijft aan je roots. Nooit overwogen om, puur commercieel, een compleet andere richting uit te gaan?
Wat die twee persoonlijke nummers betreft: ik zou liever hebben dat er géén vrienden van mij sterven, dan hoef ik ook geen ode te schrijven. En ik hoop ook dat er geen andere pijnlijke verhalen meer naar boven komen binnen de band. Die nummers ontstaan uit pure emotie, niet uit planning. En uit commerciële overwegingen iets anders doen? Nee, dat is niets voor ons. We doen gewoon ons ding. Eigenheid is voor ons veel belangrijker dan iets maken waar je hart niet in zit, alleen maar om er wat meer geld mee te verdienen.

Zijn er plannen om met deze plaat ook in het buitenland op te treden?
Nog geen concrete plannen, maar er beginnen wel deuren open te gaan. We speelden onlangs samen met Speedmobile en dat opent perspectieven. Die speedroc/rockabilly-scene voelt wel wat voor het kantje van onze muziek dat in die richting neigt. We hopen daar een paar deuren open te trappen.

Jullie zouden perfect passen op een festival als Sjock, dat ook punk, hardcore, country en rockabilly programmeert. Maar jullie worden vaak in het metalvakje geduwd. Is dat een probleem?
Als er één festival is waar we thuishoren, is het Sjock. Maar tot nu toe is het, ondanks alles, nog niet gelukt om daar te spelen. En ja, we worden vaak in het vakje “metal” gestopt, terwijl de metalfestivals ons dan weer als een “rockband” zien. We zitten een beetje tussen de stoelen. Toch blijven we trouw aan wie we zijn. We gaan geen andere richting uit, alleen maar om ergens binnen te raken. Commercieel klinken als Regi? Dat zie ik mezelf toch echt niet doen. (lacht)

Jullie hebben een mooi parcours afgelegd. Zijn jullie tevreden met de weg totnutoe? Of zou je, met de kennis van nu, de dingen anders aanpakken?
Wij hopen nog altijd op werelddominantie! (lacht) Al mag dat gerust nog zeventig jaar duren. De weg ernaartoe is eigenlijk veel leuker dan de bestemming zelf. Wat je vraag betreft: iedereen maakt fouten. We zijn begonnen als een groepje vrienden die gewoon muziek wilden maken. We wisten totaal niets van de scene. Nu, zoveel jaren later, weten we een klein beetje meer. We maken nog elke dag fouten, maar dat is niet erg. Ofwel win je, ofwel ben je aan het leren. En wij leren nog altijd heel veel.

Tot slot: wat is jullie meest realistische ambitie nu?
We mikken op een plek op Sjock Festival en op Alcatraz in 2026. En als het even kan, zouden we ook graag eens op een degelijk festival in pakweg Barcelona spelen. Buitenland mag gerust verder gaan dan de Benelux — Portugal bijvoorbeeld, dat zou ook geweldig zijn.

Ik hoop dat je de doelen kan bereiken
bedankt voor dit fijne gesprek…en veel succes in alles wat je doet

Argonaut (Belgium)

Argonaut - Iason Passaris - ‘Je baby tot rust brengen met een nummer dat je zelf schreef, is iets magisch’

Geschreven door

Argonaut - Iason Passaris - ‘Je baby tot rust brengen met een nummer dat je zelf schreef, is iets magisch’

Argonaut is het project rond Iason Passaris. Na zijn laatste metal-avontuur besloot hij in 2021 te beginnen met de pre-productie van een Indiefolk conceptalbum met producer en muzikant Ruben Lefever (Float Fall). Begin 2021 viel Iason echter uit met een burn-out, waardoor het project op de lange baan schoof. De voorbije jaren werd er met mondjesmaat aan verder gewerkt, maar omdat hij tot op heden niet volledig hersteld is – en recent voor het eerst vader werd – moeten de laatste opnames nog worden afgerond.
In de tussentijd was het schrijven van nieuwe nummers voor hem een vorm van therapie. Bovendien leerde Iason een aantal muzikanten kennen via online songwritingcursussen. Hij nam enkele nummers thuis op en werkte de arrangementen uit, terwijl zijn Amerikaanse collega-muzikanten ook hun steentje bijdroegen.
De mix werd uitbesteed aan een Portugese producer die hij tijdens dezelfde cursus leerde kennen. ‘Réveries’ verscheen op 23 mei. Wij spraken met Iason over zijn bijzonder avontuur, de EP, maar ook over de toekomst: de langverwachte conceptplaat én een album waarop hij die verduivelde burn-out van zich af probeert te schrijven.

De voorbereiding van je in 2025 uit te komen conceptplaat is een werk van zeer lange adem. Je had me er al over gemaild, ik hoor het van je graag?
Ik kwam van intense, luide muziek en zocht mijn weg (terug) naar sfeervolle meer akoestisch-getinte nummers. De eerste echte nummers die ik toen schreef, balanceerden ergens tussen de twee: organisch en gelaagd zonder conventionele songstructuren. Ik stond op het punt om met die nummers de studio in te gaan maar net op het moment dat we aan de pre-producties begonnen, viel ik uit met een burn-out. Het project lag stil nog voor het goed en wel begonnen was. Uiteindelijk hebben we er de voorbije jaren met mondjesmaat aan kunnen werken. Dat was niet altijd evident in combinatie met mijn herstel, maar tegen het einde van de zomer zouden de finale opnames eindelijk afgerond moeten zijn. Het wordt een conceptplaat van elf nummers, die  - als alles goed loopt - begin volgend jaar zal uitkomen.

Dat album staat dus los van de ‘Rêveries’ EP die in mei jaar uitkwam, als ik het goed begrijp?
Inderdaad, de EP die in mei uitkomt, staat er volledig los van. Doordat het grotere project zo lang aansleepte, ontstond het idee om alvast een paar nummers volledig af te werken. Na een tijdje verzamel je een resem demo’s – ik schreef ontzettend veel in die periode – maar er gebeurde niets mee. Dat illustreert ook de tweestrijd waar je als muzikant met gezondheidsproblemen in zit: je hebt inspiratie voor de creatieve output, maar niet voldoende energie om het helemaal af te werken en het naar buiten te brengen.

Voor de EP werkte je samen met enkele Amerikaanse muzikanten, en de mix was in handen van een Portugees producer. Hoe is dat juist in zijn werk gegaan?
Ik ontdekte toevallig een Amerikaans platform genaamd ‘The School of Song’, waar je online songwritingcursussen kan volgen. De eerste cursus die ik volgde was een ontzettend fijne ervaring, vooral omdat de lesgever - Robin Pecknold van Fleet Foxes - super enthousiast en inspirerend was. Tijdens de cursus leerde ik enkele gelijkgezinde muzikanten kennen, waaronder Kevin uit Texas (Velocity Of Tears), Andrew uit Pennsylvania (Drew. A. Will) en Diogo uit Portugal (Himalion). Vooral met  multi-instrumentalist Andrew klikte het meteen. Ik ging door mijn bestanden en vroeg hem om mee te werken aan enkele songs. Het feit dat ik van thuis uit een klik kon hebben met een muzikant aan de andere kant van de wereld is opmerkelijk. Ik heb hem nog nooit in levende lijve ontmoet en toch klinken die nummers alsof we daadwerkelijk samen in de kamer zaten toen we die nummers schreven. Dat vind ik toch bijzonder.

Ik hoor veel humor in de songs en ze klinken bij momenten ook dansbaar. ‘Als er niet meer kan gelachen worden, wat dan … humor is de perfecte uitlaatklep om je rugzakje in het leven een plaats te geven’, zei iemand me in een interview; heeft het daar iets mee te maken of niet?
Muziek is voor mij toch vaker een uitlaatklep voor mijn donkerdere emoties. Ik ben dus meer geneigd om die donkere kant in mijn muziek te verstoppen, als een soort catharsis om in het dagelijkse leven gewoon mijn ding te kunnen doen. In de afgelopen jaren heb ik echter geleerd dat het ook wel fijn kan zijn om eens een dansbaar nummer te schrijven. Zo zijn het eerste nummer op de EP, A Last Date With Destiny, en het laatste nummer, My Head Is Your Summer House, eerder van de lichtvoetige variant.  A Last Date With Destiny klinkt trouwens heel luchtig maar heeft toch een surrealistisch tintje. Ik had net een roman gelezen over de derde wereldoorlog, die begon door een conflict tussen Amerika en China. De president drukt op de knop waardoor de raketten worden gelanceerd. Het idee was dat, terwijl de wereld op het punt stond te eindigen, een man in dat halfuur vóór de bom inslaat op weg was naar een date met zijn vriendin. Daarom heet het nummer ook A Last Date With Destiny. Je zou kunnen zeggen dat het gaat over de kleine, dagdagelijkse menselijke handelingen en emoties in een globaal, geopolitiek kader waar we geen vat op hebben. De twee andere nummers op de EP klinken wat zwaarder en melancholischer. Vooral American Dreamer dan, een maatschappijkritische song waarin ook verwezen wordt naar zelfdoding, een onderwerp waar in onze maatschappij nog steeds een taboe op rust.

Wat me ook opvalt, enerzijds klinken de songs heel toegankelijk, anderzijds is het nergens te kitsch of te zeemzoetig, het blijft spannend. Is het de bedoeling een ruim publiek hiermee aan te trekken?
Eigenlijk niet, of toch niet bewust. Mijn oorspronkelijke plan was dus om meteen dat volledig conceptalbum uit te brengen met meer obscure nummers, in de lijn van Steven Wilson en Ben Howard. Maar omdat die opnames zo traag verliepen, wilde ik toch al sneller iets afgewerkt uitbrengen. Toevallig schreef ik in die periode wat meer toegankelijke, soms vrolijk klinkende, nummers en die kwamen dan op deze EP terecht. Rêveries is eigenlijk een samenraapsel van gedachtenspinsels, zonder een duidelijke rode draad erin. Als ik deze EP aan een label zou voorleggen, denk ik dat de reactie zou zijn: ‘Je hoort een muzikant die nog niet weet welke richting hij uit wil.’ En dat is OK voor mij. Deze EP was een zoektocht, een manier om dingen uit te proberen. Voor mij voelt het als een soort collage van ideeën en daar is het artwork ook een knipoog naar. Specifiek in verband met het aanspreken van een breed publiek spiegel ik me graag aan Ben Howard. Die bracht in 2011 een zeer toegankelijke en succesvolle plaat uit waarmee hij de grote stadia vulde terwijl zijn volgende twee platen veel obscuurder en experimenteler waren. Hij koos bewust voor een andere richting, niet doen wat het publiek of de media verwachten, en dat blijft hij met elke nieuwe release doen. Dat moet je durven, en dat wil ik ook doen: niet in herhaling vallen, steeds nieuwe wegen uitstippelen en mijn publiek verrassen of op het verkeerde been zetten.

Naar dat soort muzikanten ben ik steeds bewust op zoek, maar je weet ook dat een bepaald deel van wie je EP goed vond, zal afhaken met de plaat volgend jaar. Dat is een risico dat je bewust neemt?
Ik hoop dat de mensen die nu de EP beluisteren ook mijn volgende releases zullen appreciëren maar als dat niet zo is, is dat ook maar zo. Het is de avonturier onder de muziekliefhebber die ik vooral wil aanspreken. Mijn muzikale netwerk is vrij beperkt, omdat ik altijd in de metalwereld heb gezeten. Toch heb ik destijds enkele kennissen een demo van die conceptplaat doorgestuurd. Ik merk dat het progressieve rockpubliek openstaat voor dit soort muziek, omdat ze appreciëren dat ik iets interessants probeer te schrijven. Nu release ik een toegankelijkere EP, terwijl ik in de aankomende conceptplaat de complexiteit meer opzoek. Die evenwichtsoefening blijft een constante in mijn werk en weerspiegelt mijn diverse invloeden.

Als ik het goed begrijp is de EP een verlengde van wie je nu geworden bent, en met je  debuutplaat keer je terug in de tijd?
Ja, zoiets. De nummers op deze EP zijn ongeveer twee jaar oud, terwijl die van het conceptalbum al zo’n zes jaar teruggaan. In zekere zin weerspiegelen ze inderdaad wie ik was in die periodes. Meskerem Mees zei het ooit treffend: “Ik ben blij dat die plaat uit is, dan kan ik eindelijk aan de volgende beginnen.” En zo voelt het ook—tegen de tijd dat een album uitkomt, ben je vaak al even met iets nieuws bezig en sta je mogelijk al heel anders in het leven. Dat is hoe het sowieso verloopt, maar bij mij heeft alles nog veel langer geduurd. Momenteel broed ik op een plaat met zeer persoonlijke nummers over mijn burn-out. Die zou ik ook heel graag nog afwerken en uitbrengen maar ook dat zal nog wel een tijdje duren.

Wat zijn je ambities nu?
Daar ben ik heel realistisch in. Ik ben een papa van 34 met een kindje van 9 maanden en heb chronische gezondheidsproblemen. Daarom moet ik mijn ambities intomen. Een liveband samenstellen en de EP live promoten is moeilijk. Een label vinden om mijn debuutplaat op uit te brengen lijkt me ook redelijk onrealistisch. Hoewel, Malvin Moskalez (Nico Goethals) bracht pas op zijn 55ste zijn eerste plaat uit via een label (PIAS). Als hij op die leeftijd een label kon overtuigen, dan heb ik zelf nog zo’n 20 jaar de tijd (lacht). In een interview over zijn tweede plaat las ik dat zowel Live Nation als PIAS, geen marge meer zagen om hem verder te promoten. Dat zette me wel aan het denken: een label en een boekingsagentschap klinken misschien als de heilige graal, maar dat werkt niet voor elke muzikant. Toevallig vroeg een kennis me onlangs om in Malvin’s voorprogramma te spelen op een huiskamerconcert. Hij is iemand die graag kleine, intieme huiskamerconcerten speelt en ik heb vanop de eerste rij mogen ondervinden hoe geweldig goed hij daarin is. Er zit amper een verdienmodel in maar hij kiest er bewust voor en dat vind ik wel inspirerend.  Mijn hoop is dat mijn eigen persoonlijk verhaal ook mensen inspireert om, ondanks beperkingen en tegenslagen, toch iets te blijven creëren en ondernemen. Dat is misschien nog mijn grootste ambitie.

Dus als ik het goed begrijp gaan mensen je niet meteen live aan het werk kunnen zien?
Momenteel is veel optreden inderdaad wat moeilijk. Onze dochter brengt elke week wel een nieuw virus mee van de opvang. Het huiskamerconcert dat ik laatst speelde, smaakte wel naar meer ook al eindigde het met een buikgriepvirusje van bovengenoemde dochter (lacht). Het was mijn eerste optreden in twee jaar en ik kreeg er veel fijne reacties van het aandachtige publiek. Er bestaat een heel circuit van huiskamerconcerten en ik zou het fijn vinden als ik vaker voor zo’n publiek zou mogen spelen. Mijn muziek leent er zich in ieder geval wel toe.

Ga je je debuutplaat wel actiever promoten?
Dat kan ik nu nog niet zeggen. We weten niet hoe het leven zal lopen dus probeer ik er nu ook nog geen vaste ambities aan te koppelen. In eerste instantie wil ik gewoon die plaat afwerken. Daarna zie ik wel hoe en waar ik ze ga releasen, en of ik via een label ondersteuning kan krijgen op het vlak van distributie en promotie. Het belangrijkste zal voor mij zijn dat ik, na vijf jaar, deze nummers eindelijk heb kunnen afwerken. De rest laat ik op me afkomen.

Heeft het vaderschap gezorgd voor een andere kijk op het leven en invloed gehad op je schrijfproces?
Ik las een interview met Gertjan Van Hellemont (Douglas Firs) waarin hij zei: “Het vaderschap is de slechtste inspiratiebron voor een songwriter.” En ergens snap ik dat wel. Zeker in die eerste maanden draait alles om routine en is er sowieso weinig tijd een ruimte voor creativiteit. Het enige nummer dat ik tot dusver over het vaderschap schreef, is nogal donker van toon. Het was een manier om een moeilijkere periode van me af te schrijven—iets waar veel ouders in het begin mee te maken krijgen. Het is niet altijd makkelijk, en dat is oké. Wat wel heel bijzonder is: het laatste nummer op de EP, “My Head is Your Summer House”, zongen we wel eens voor mijn dochter toen ze nog in de buik van haar mama zat. We hadden gelezen dat baby’s tijdens de zwangerschap al stemmen herkennen en muziek op een bepaalde manier opslaan. Na de geboorte opende ze voor het eerst voor een langere tijd haar ogen toen we samen dat nummer voor haar zongen. En nu is het ‘het’  liedje geworden dat we zingen als ze moeilijk in slaap valt. Het is magisch: je geeft de fles, merkt dat ze onrustig wordt, en zodra je “My Head Is Your Summer House” begint te zingen, kalmeert ze helemaal. Het is een van mijn weinige echte liefdesnummers en het is best bijzonder dat het ons liedje is geworden om onze dochter tot rust te brengen.

Dat is een mooi verhaal om dit interview in schoonheid mee af te sluiten…

Steven Troch

Steven Troch - Ik zit nog vol ideeën in mijn hoofd, die ik dan opneem en eruit moeten komen. Zolang dat gebeurt, blijf ik gewoon doorgaan, denk ik

Geschreven door

Steven Troch - Ik zit nog vol ideeën in mijn hoofd, die ik dan opneem en eruit moeten komen. Zolang dat gebeurt, blijf ik gewoon doorgaan, denk ik


Steven Troch
is een gevestigde naam, een meester op de mondharmonica, een begenadigd sing/songwriter. Hij heeft zijn sporen verdiend via diverse samenwerkingen met een indrukwekkende lijst van artiesten, waaronder Tiny Legs Tim, Gene Taylor, Ina Forsman, Lon Eldridge, Little Victor, Big Creek Slim, Gerald Clark, Roland Van Campenhout, Guy Verlinde en vele anderen.
 'The Dawning', het vierde album van de Steven Troch Band, presenteert een breed scala aan invloeden, waaronder blues, country, swing en R&B, allemaal verweven in een eigen kenmerkende stijl. Het album toont de evolutie van de band, terwijl ze trouw blijven aan hun geluid. Ze verkennen nieuwe sonische landschappen, wat diepte toevoegt aan de nummers, waarbij de verhalen vaak centraal staan.
De sterke chemie tussen de muzikanten is voelbaar en hun vermogen om genres te mengen is ronduit opmerkelijk.  Check gerust https://steventroch.bandcamp.com/album/the-dawning

Sinds 2015 laat Troch zich omringen door drie uitzonderlijke muzikanten. Gitarist Matti De Rijcke speelt met onmiskenbare flair, altijd op het scherpst van de snee. Powerhouse Liesbeth Sprangers legt de vetste basgrooves neer en drummer Dennis de Gier schudt een variatie aan solide ritmes uit zijn polsen. Samen creëren ze een dynamische en energieke sound, diep geworteld in Amerikaanse rootsmuziek maar met een eigen, originele draai.
De band heeft een breder geluid dan voorheen en de nummers balanceren tussen ruw en gepolijst. Over die plaat, over het evolueren binnen de sound, en over hoe het hem is vergaan gedurende die dertig jaar in de scene.
We hadden een fijne babbel met Steven Troch. We polsten naar de verdere plannen en ambities.

Ik las dat je al dertig jaar in de muziekwereld zit, je hebt die wereld dan ook zien veranderen. wat zijn de positieve en negatieve veranderingen? vind je?
Toen wij begonnen met een bandje was je meteen klaar om optredens te doen, en om iets op te menen. We hadden in het begin cassettes die we opsturen of in cafés gingen afgeven. Om onszelf wat te verkopen. Later is de CD er gekomen, en deden we dat met cd’s, het land doorkruisen om ons product aan te prijzen. Ondertussen is alles digitaal geworden. Alles wordt nu gewoon door gestuurd per mail. Dat is deels een positieve verandering, maar er hangt ook een wat minder positief kantje aan. Het grote voordeel? Je kunt thuis heel veel zelf doen. met een investering van een kleine 1000 euro kun je al een mooie hom studio instaleren, en je muziek zelf opnemen. Vroeger werd dat opgenomen in een repetitie kot met een cassettespeler en dan stond die bijvoorbeeld te dicht bij de drum, waardoor je enkel de cimbalen hoorde (haha) op dat vlak is dat allemaal wel veel verbeterd. Wat ook veranderd is, alles is veel professioneler geworden.   Maar ook dat heeft zijn voor en nadelen, de rock-’n-roll is een beetje verdwenen daardoor. Je merkt dat op festivals, de sfeer backstage was heel anders. Je mocht een pintje teveel ophebben, dat kon allemaal. Dat is allemaal veel strikter en binnen bepaalde regels geworden.

Is het sinds Corona vijf jaar geleden niet wat moeilijker geworden voor artiesten (vooral Belgisch), denk je ?
Als ik twintiger was speelden we gemiddeld een zestigtal optredens per jaar, dat lukte gemakkelijk. Ik heb dat zelfs lang kunnen volhouden met piek en dalen. Sinds corona is dat toch wel veranderd. Neem nu bij voorbeeld nu. voor de release van de plaat had ik in drie maanden geen optredens staan. Dat was de eerste keer in twintig jaar dat dit is gebeurd. Ook nog zoiets, de release shows. We hebben er zes, vroeger waren dat er minstens twaalf. Dus ja, we merken wel dat het sinds corona moeilijker is geworden om podium kansen te krijgen, binnen dat overaanbod dat er nu ook is. Terwijl er minder zalen ter beschikking zijn dan vroeger.

Bij sommige artiesten zorgde die periode voor inspiratie en het schrijven van een nieuwe plaat, bij jou ook?
In het begin, de eerste weken, vond ik die corona tijden zelfs plezant. Ik heb in die periode feel Netflix gekeken. Ik liep vooral verveeld rond, omdat je geen muziek kunt maken. Je kunt wel oefenen, maar dat is niet hetzelfde. Over muziek schrijven thuis is anders dan een concert beleving. Wat je vraag betreft. De vorige plaat ‘The Call’ is opgenomen in februari 2020. Ook al had ik er de tijd voor, ik heb in die coronatijden heel weinig geschreven. En de plaat is uiteindelijk uitgekomen op het einde van de corona periode in 2022.

Dit interview draait vooral rond je nieuwste release ‘The Drawning’, intussen het vierde album. Ik citeer
'The Dawning', het vierde album van de Steven Troch Band, presenteert een veelzijdigheid aan invloeden, waaronder blues, country, swing en R&B, allemaal verweven in een eigen kenmerkende stijl.’
Het toont een zekere evolutie … Klopt dit? Waar blijf je de inspiratie halen?
De inspiratie haal ik uit mijn platencollectie eigenlijk. Daar zit veel Blues in, maar dat is veel breder dan dat alleen. Met Blues zit je in een vakje, en dat is ergens wel fijn. Maar langs de andere kant wil je als muzikant toch ook een beetje evolueren daarin. Ik heb traditionele blues platen gemaakt. Na een tijdje zie je steeds diezelfde riffs terugkomen, en ik wilde eens wat anders proberen. En iets breder gaan. Dat is altijd interessant, maar kan ook gevaarlijk zijn.

In het geval van ‘The Drawning’ verlaat je bewust de comfortzone van blues. ‘The Drawning’ ademt iets warms en zachts uit; het is een soort kampvuurgevoel ; is dat het ‘gevoel’ dat je me wou meegeven?
Eigenlijk was de vorige plaat ‘The Call’ al een aanzet naar die richting toe. We zijn toen die weg ingeslagen, en hebben dat nu gewoon verder gezet op ‘The Drawing’ eigenlijk. Het was toen de vraag of we terug zouden gaan naar onze roots of gaan we de weg die we met ‘The Call’ zijn ingeslagen verder volgen? het is de tweede optie geworden. Maar ondanks dat blijft het toch in die warme Blues sfeer, het is niet dat we plots een techno plaat gaan uitbrengen. (haha).

De vorige plaat werd goed ontvangen … Je gaat dezelfde weg uit met deze plaat? Of niet?
Er zijn altijd wel negatieve reacties, dat is normaal als je risico’s neemt. Maar over het algemeen waren de reacties inderdaad wel positief. Het is natuurlijk zo, dat is bij veel bands, dat er mensen zijn die nog steeds zullen teruggrijpen naar die eerste plaat. Maar we merken dat de meeste fans meegaan in het verhaal.

Sommige bands zijn een weg ingeslagen waardoor ze nu grote podia uitverkopen; zou je zelf een plaat uitbrengen om dat doel te bereiken? Is het kiezen voor een totaal meer commerciëlere weg of niet? En waarom?
Tussen willen en kunnen ligt een grote kloof. Ik heb wel eens proberen analyseren hoe je als muzikant die ene doorbraak single of plaat maken die je lanceert om op die grote podia te geraken? Ik denk dat ik daarvoor gewoon niet in de wieg gelegd ben, om die ene  pop klassieker te maken die me op die grote podia brengt. Dat is bij mij ook nooit de drijfveer geweest om muziek te maken, eerlijk gezegd.  Langs de andere kant. Als dat er toch bij moest zijn door omstandigheden, is dat uiteraard mooi meegenomen.

Het is nu ook niet dat je niets hebt bereikt, je hebt met enorm veel muzikanten samengewerkt;  we kunnen stellen dat de naam Steven Troch en ook Steven Trock Band is uitgegroeid tot een gevestigde waarde binnen de scene …
Dat klopt we hebben op heel veel podia gespeeld en ik ben zeer tevreden over het parcours dat ik tot nu toe heb afgelegd. En dat blijft ook nu nog duren, ook die fijne samenwerkingen. Dus dat is zeker positief.

Na dertig jaar kun je soms op eigen grenzen botsen. Ik heb onlangs nog naar een afscheidsconcert geweest, maar die grens is bij jou nog steeds niet bereikt (gelukkig maar). Maar wanneer stopt het naar jou mening?
Er zijn nog wel plannen. Dingen die ik absoluut nog wil doen. meer gyspsy/swing platen maken bijvoorbeeld. Iets meer instrumentale mondharmonica platen uitbrengen. Los van Steven Troch band dan. Ik zit nog boordevol ideeën in mijn hoofd, die ik dan opneem en die eruit moeten komen. Zolang dat gebeurd, blijf ik gewoon doorgaan denk ik.

‘Ik hou enorm van dat lekker opzwepende als op “Deleted scene”; het klinkt gevoelig dansbaar; is het een bewuste manier van werken of groeit zoiets naturel?
Er zit niet echt een persoonlijk verhaal achter, het is verzonnen. Er zitten wel veel clichés in verwerkt in de muziek.  Het verhaal gaat eigenlijk over een Film noire van. Het gaat over iemand die meewerkt aan zo een film, en gefrustreerd is over bepaalde scenes in die film, en natuurlijk zit er wel een idee achter over de echte wereld om ons heen. Sommige dingen die nu gebeuren zijn ongeloofwaardig, en toch zijn er mensen die het toch geloven. De tijd waar valse informatie over ons heen komt, en als echt wordt aanzien of visa versa. Het internet zit er vol van. Daar gaat die song dus ook over. Het teveel in scene gezette dat dagelijks voorbij komt, en die frustratie daar een beetje rond ‘deleted scene’ dus.

Op “God pulls the string” hoor je de aanstekelijk blues. Prachtig. Maar vooral mooi hoe Blues nog steeds leeft?
Dankzij Missy Sippy Blues & Roots Club is Blues in Gent springlevend. Veel jonge muzikanten, of muzikanten die tien jaar geleden tieners waren. Groeien uit naar straffe muzikanten die enorm veel speelkansen krijgen. In Gent leeft Blues dus zeker, en ook bij jongeren. In de rest van Vlaanderen , en België, is het toch een beetje aan het uitsterven. Het publiek wordt ouder. De gemiddelde leeftijd ligt tussen 65 tot 70. Je voelt toch dat het wat aan het verdwijnen , maar kan altijd terugkomen.

‘De albumcover, een schilderij van Iris Van Der Kerken, vangt de dageraad en is een hint naar de band die nieuwe muzikale paden inslaat’, lees ik. Wil dit zeggen dat er een zekere verhalenlijn in de plaat verscholen zit, of hoe moet ik dat zien?
Ik heb met Iris in de klas gezeten, enkele jaren geleden; ik heb dus kunsthumaniora gedaan, ook schilderen, maar daar nooit echt iets mee gedaan. Ze woont ook in mijn buurt, en zo ben ik op haar schilderijen terecht gekomen. Dit schilderij sprak me enorm aan, en paste perfect in waar ‘The Drawning ‘ voor staat. Die link, die nieuwe dagenraad op de hoes, is inderdaad ook een link naar die nieuwe wegen die we inslaan op deze plaat.

Naast je stem, is die prachtige mondharmonica bepalend; hoe ben je erbij terecht gekomen? En bij een mondharmonica denk ik prompt aan Toots Thielemans… die toch gezorgd heeft dat mondharmonica beter aanvaard is door een groot publiek …En ohja,  waarom mondharmonica en niet gitaar, o.a.?
Omdat ik gitaar geprobeerd heb, en iedereen is beter dan ik op gitaar (haha). En mondharmonica zag me er iets gemakkelijk uit, dat is iets klein dat zal wel lukken. uiteindelijk was het niet zo gemakkelijk. Wat Toots Thielemans betreft, wordt in België onderschat wat voor een grote internationale invloed hij heeft gehad als mondharmonica speler op de complete jazz scene bijvoorbeeld. Ik heb boeken gelezen over mondharmonica spelers en daar is een volledig hoofdstuk gewijd aan enkel Toots Thielemans. Hij is gewoonweg de grondlegger van mondharmonica binnen jazz. Ik heb een enorme bewondering voor Toots Thielemans, maar hij heeft me niet beïnvloed.  Ik heb een heel andere sound, en heb ook bewust niet willen klinken als Toots .

Zijn er na al die jaren ‘on the road’ nog ambities of doelen?
Ik ben wel aan het denken over een paar dingen met de band. Op deze plaat staat één cover, ik zou wel eens iets willen maken met enkel en alleen covers bijvoorbeeld. Daarom niet een volledige plaat, maar toch. Dat is een ambitie.

J
onge muzikanten die mondharmonica of blues/roots wensen te kiezen, wat is je grote advies?
De muziekstijl die je wil spelen, luister daar zoveel mogelijk naar. Je ziet soms ‘leer blues mondharmonica spelen in tien lessen’ zo werkt het niet. Het is belangrijk dat je de stijl die je wil doen, doorleeft en jezelf erin vindt. Laat je ook niet ontmoedigen door iemand uit je buurt die veel sneller doorbreekt, ondanks dat je al zoveel inspanningen hebt geleverd. Als je blijft doorbijten zal je er vroeg of laat wel geraken. Ik ken zelf spelers die , toen ik twintig jaar, veel beter waren dan mij maar op hun 25ste al opgebrand waren. Muziek is geen top sport, gewoon blijven doorbijten en dan komt het wel goed is mijn beste advies.

Pics homepag @Dennis de Gier

Een mooi statement om dit gesprek af te sluiten

Little Kim

Little Kim - ‘Ademhalen’ is een veel persoonlijker album dan ‘Moederland’

Geschreven door

Little Kim - ‘Ademhalen’ is een veel persoonlijker album dan ‘Moederland’

Little Kim heeft met ‘Ademhalen’ haar tweede solo-album uit. Onze bespreking was lovend en ‘Ademhalen’ is dan ook een mooie aanleiding voor ons tweede interview met Kimberly.

‘Moederland’ werd in 2022 enthousiast onthaald door pers en publiek. Hoe ben je dan aan de opvolger begonnen?
Kimberly: Na de release van ‘Moederland’ hebben we die nummers vaak kunnen spelen, een aantal keer met de volledige band en nog vaker in een beperkte bezetting. Daar hadden we telkens een goed gevoel bij en daarom beslisten we dat er een vervolg zou komen. Het opzet was deze keer anders. Bij ‘Moederland’ hebben we een beetje afgetast of het mogelijk en relevant was om een country-album in het Nederlands op te nemen. En daar zijn we in geslaagd. Het tweede album moest persoonlijker zijn, met lyrics die mijn eigen verhaal vertellen.

Je schrijft wel opnieuw zelf geen teksten
Kimberly. Dat klopt, maar ik heb zo’n goed team van testschrijvers dat ik onmogelijk zelf beter zou kunnen doen. Met Bruno Deneckere en Lieven Tavernier heb ik al zo veel gepraat en beleefd, die kennen mij zo goed – mijn leven, mijn gezin, mijn zorgen, mijn dromen - en weten waar ik naartoe wil in de muziek. Het lijkt soms wat op ChatGPT waarbij ik zelfs de trefwoorden niet meer moet ingeven. Het is echt een droom om met zulke getalenteerde songschrijvers te kunnen en te mogen werken.

Er zijn op ‘Ademhalen’ een paar nieuwe tekstschrijvers die er op ‘Moederland’ nog niet bij waren
Kimberly: Lennaert Maes had tijdens corona voor mij al het ‘Lied van de Zorg’ geschreven, een mooi lied dat jammer genoeg nog niet op een album geraakt is. Lennaert heeft voor het nieuwe album “Mijn Huis” en “Bij Jou” geschreven. Wigbert kwam vorig jaar meespelen op A Countrynight To Remember en de muzikale klik tussen ons was er vrijwel meteen. Hij heeft “Vleugels” geschreven voor een animatiefilm, maar dat nummer had nog geen officiële release gekregen. Het past in deze versie perfect op dit album.

Guido Belcanto is er deze keer niet bij
Kimberly: Op ‘Moederland’ was hij producer, tekstschrijver en muzikant. Dat dat toen kon, was enkel omdat we dat album tijdens en kort na corona gemaakt hebben. Niemand kon concerten spelen en had tijd die anders moest ingevuld worden. Sindsdien is Guido opnieuw heel druk bezig met concerten spelen, repeteren, muziek componeren voor zichzelf, promo en interviews, … Maar het is niet omdat hij niet in de credits staat, dat hij geen bijdrage leverde. Hij heeft de totstandkoming van dit tweede album vanaf de zijlijn gevolgd en hij heeft zijn zegen gegeven. Dat laatste is voor mij wel belangrijk. Ik zie hem nog altijd als een soort van gids. In het najaar maak ik opnieuw deel uit van zijn begeledingsband en daar kijk ik alvast naar uit.

Je moest op zoek naar een nieuwe producer
Kimberly: Het plan was om Yves Meersschaert voor die rol te nemen. Omdat mijn team toch eerder uit het Gentse is en we in Gent wilden opnemen. Maar door ziekte en een operatie kon Yves die taak niet op zich nemen. Dan hoorde ik Gianni Marzo van Marble Sounds op een tribute-avond voor ‘Wrecking Ball’, het album van Emmylou Harris. Ik wist direct dat hij de geknipte persoon was om het van Yves over te nemen en ik ben nog die avond op hem afgestapt om hem dat te vragen. De band is niet echt veel veranderd, maar Gianni heeft dat geluid toch een beetje een andere richting gegeven. Hij heeft zelf nog wat ‘exotische’ instrumenten toegevoegd als een omnichord en zo. En hij heeft Pieter Van Dessel van Marble Sounds erbij gehaald voor wat synth-laagjes. Oorspronkelijk zouden er geen synths op het album staan, omdat je dat instrument niet meteen associeert met country en americana, maar nu ben ik blij met die keuze. Gianni is niet een ‘klassieke’ producer. Hij was meer een soort coach in de studio.

Je hebt sinds kort ook een bekende drummer in de band
Kimberly: Bert Huysentruyt was al bekender als acteur dan als drummer en zopas heeft hij nipt de finale verloren van Celebrity Masterchef, waardoor hij uitgebreid op TV en in de media te zien was. Voor dit album en voor de singles deed hij – bovenop geweldig drummen – ook het artwork en de hoesfoto. En hij maakte de video voor “Dansen Doen We Niet”.

Er is ook iemand bijzonder die backings zingt op “Vleugels”
Kimberly: Toen we dat nummer opnamen in de studio, hoorde ik daar in mijn hoofd onmiddellijk een tweede stem bij. Dan vroeg ik aan mijn dochter Emmylou of ze dat eens wou proberen en ze is meegekomen naar de studio voor een opname. En het resultaat klinkt prima. Als ze dat zonder stress kan, mag ze haar stukje komen meezingen op de albumrelease in de Racing in Gavere op 10 mei, maar ik ga haar daar zeker niet in pushen.

Je dochter is pas 10. Stel dat ze binnen een jaar of 5 aan jou komt vertellen dat ze in de muziek wil?
Kimberly: Ze speelt piano en heeft interesse in muziek, maar ik laat haar alles op haar eigen tempo ontdekken. Als ze dat echt wil doen, zal ik haar daar in steunen. Ze is intussen oud genoeg om te zien en te ervaren dat het niet allemaal glamour en glitter is. Een leven in de muziek vraagt veel opofferingen van jezelf en van iedereen in je omgeving. Ik heb altijd kunnen rekenen op mijn partner, mijn gezin en mijn familie om naast mijn job in de zorg nog met en voor muziek te kunnen leven.

Het gaat op ‘Ademhalen’ heel vaak over de liefde in al zijn vormen
Kimberly: Wat is er mooier dan de liefde. Geluk, vertrouwen, oprechtheid, … zo’n zaken komen misschien te weinig aan bod in muziek. We gaan er al te makkelijk van uit dat die er altijd zijn.

Er staat op ‘Ademhalen’ ook een duet
Kimberly: Bruno schrijft en zingt doorgaans in het Engels, of uitzonderlijk een keer in het Gents. Ik denk dat het een eerste keer is dat je hem kan horen zingen in het AN. We zijn allebei blij met het resultaat. Hij zou dat meer moeten doen, zingen in het AN. Bruno is overigens één van de weinige Vlaamse songschrijvers die in zijn Nederlandstalige teksten net zo sterk is als in zijn Engelstalige.

Heb je een favoriet nummer van het nieuwe album?
Kimberly: Mijn favoriet is de titeltrack. “Ademhalen” is een heel herkenbaar en heel menselijk nummer. Het gaat over bezwijken onder zorgen, over liefde die je onvoorwaardelijk moet kunnen geven en een soort van schaamte als dat even niet lukt, over pauzes moeten nemen om de batterijen te kunnen opladen, … Dat zijn momenten die ik vaak tegenkom, als zorgverlener, tijdens corona, met mijn vader, …
Elk nummer op dit album heeft zijn verhaal en zijn belang. “Eenmaal, andermaal… Verkocht” was een nummer dat we ‘over’ hadden van ‘Moederland’ en dat we nu als eerste afgewerkt hebben. Het is een heel eenvoudige en mooie song. Bruno Deneckere heeft daar een heel mooie zin in verwerkt: “Had ik je niet gevonden, dan had ik je gezocht…”. “Niet gezegd” is de vertaling door Lieven Tavernier van “Morning Song for Sally” van Jeff Walker, geïnspireerd op de uitvoering door Nanci Griffith uit 1993 op het sublieme album ‘Other Voices, Other Rooms’. Dit gaat over zachtheid, over afscheid en aanvaarden van wat niet meer is. Ook het walsje “Ik Ging voor Zilver” heeft een speciaal plaatsje in mijn hart. Geschreven door Bruno Deneckere, maar geschreven, uitgevoerd en gezongen als was het een Dolly Parton-song. Dit is pure country met dat balanceren tussen groot geluk en verdriet. Het gaat over geluk dat je overvalt op een onverwacht moment, als je het niet aan het zoeken was.

Dolly Parton blijft één van je idolen?
Kimberly: In de countrymuziek heb je heel wat sterke dames waar je naar kan opkijken: Emmylou Harris, Nanci Griffith, Dolly Parton, … Op ‘Moederland’ stonden al drie covers/vertalingen waarvan Dolly Parton haar versie heeft opgenomen. We gaan die bundelen met andere Nederlandstalige versies van haar songs voor A Dolly Day To Remember, een avondvullend programma op de vooravond van haar 80ste verjaardag, in januari van volgend jaar. Misschien moeten we er Erik Van Neygen bij halen. Die heeft vroeger al mooie vertalingen gemaakt van Dolly Parton-songs. Het wordt voor alle duidelijkheid een viering van Dolly Parton en geen tribute-night.

‘Ademhalen’ is nu al een paar weken uit. Hoe zijn de eerste reacties?
Kimberly: De eerste reacties zijn heel positief. Ik heb er alle vertrouwen in dat we nog meer mensen kunnen bereiken en kunnen raken met dit tweede album. We hebben veel ‘goesting’ om met ‘Ademhalen’ veel concerten te gaan spelen.

Veel succes gewenst

Reviews
2025 Ademhalen
2024 Dansen Doen We Niet -single-
2022 Moederland
LIVE
2024
A christmas to remember van Little Kim, Bruno Deneckere en Berlaen – Gezelligheid als Kwetsbaarheid
2023
Little Kim & Friends - A country night to remember
2022
Little Kim - Koningin van een uitverkochte avond

De albumreleaseshow voor ‘Ademhalen’ is op 10 mei in de Racing in Gavere
Facebook https://www.facebook.com/p/Little-Kim-100076053722531/
iTunes: https://music.apple.com/us/album/ademhalen/1800288396
CD/Vinyl : https://www.cluster-park.com/products/little-kim-ademhalen
Concerten : https://www.littlekim.be/agenda

N.E.L. & J.P

N.E.L. & J.P - De teksten zijn als een soort spiegel bedoeld. Op live optredens staat er dan ook altijd een spiegeltje op het podium, als symbolische verwijzing

Geschreven door

N.E.L. & J.P - De teksten zijn als een soort spiegel bedoeld. Op live optredens staat er dan ook altijd een spiegeltje op het podium, als symbolische verwijzing

NEL & JP - Ze brengen een sound die wat doet terugdenken aan de wave stijl uit de jaren '80, maar klinkt verre van gedateerd. Integendeel zelfs. Hun teksten in het Nederlands maken hen een unieke parel binnen de scene.
De EP 'Honger' (2023) bracht al een tipje van de sluier, poëtisch op zoek naar de juiste insteek. Ook live zondermeer. Met het full album 'Waarom niet? ' bevestigen ze overduidelijk. In Den Trap, Kortrijk, letterlijk een zaaltje in een soort kelder met de trap naar beneden, plaatst het duo - aangesterkt met een strak spelende drummer - de puntjes op de 'i'. Hier hebben we muzikaal een compleet duister plaatje van pure poëzie in de Nederlandse taal.
Naderhand hadden we een toffe babbel met Nel en JP (Jean-Paul) over het concert, de nieuwe plaat en of ze nog in den Aldi binnen mogen. Uiteraard polsten we ook naar de plannen en ambities.
Lees het live verslag intussen van 10 april 2025  N.E.L. & J.P – Poëtisch met een lach en een traan

Jullie zijn al enkele jaren bezig met dit project , ik dacht 2022(?); sinds de EP ‘Honger’ is er veel gebeurd, graag een overzichtje
We zijn met dit project begonnen in november 2022. We hebben op uitnodiging van Fragment al vrij vlug een eerste optreden gespeeld. Ook een paar singles uitgebracht en inderdaad onze EP ‘Honger’ in 2023. Eigenlijk hebben we in dat eerste jaar vrij veel optredens kunnen versieren. We zijn ondertussen nieuwe nummers blijven schrijven en na een jaar hadden we ons full album ‘Waarom niet?’ klaar. Die plaat verscheen dan in november/december vorig jaar. En ondertussen blijven we verder groeien en verder optreden… het stopt niet.

Mijn collega zag jullie kort voor de release van ‘Honger’ live en schreef: Wel is er live geen marge voor zijsprongetjes of improvisatie, door de loops die moeten gevolgd worden.” Ik vond dat jullie nu wel meer konden improviseren, is dit door de opgedane ervaring? Of door inbreng van drums (een meerwaarde!); bewust gekozen?
JP: Die kritiek was terecht, er is een groot verschil als je met of zonder drummer speelt. Wijzelf merken dat ook. Met drummer krijg je veel meer energie op het podium. Dat zorgt voor een heel andere ervaring dan met ons twee staan spelen, sowieso.
Nel: Het feit dat we met twee verschillend drummers werken zorgt voor bij elke ander optreden voor een heel andere insteek en energie. Ik merk ook bij mezelf dat ik daar enorm door gestuurd wordt. Ik kan, dankzij die energie van die drum, in mijn teksten veel meer emoties leggen. De kritiek van Filip is zeker een stukje terecht, we zitten met een backingtrack waarop inderdaad niet veel speling zit. Daar kan onze drummer wel zijn ding mee doen, en ook JP op bas. Maar die backingtrack blijft wel onze leidraad.

Soms spelen jullie ook met vier, (met viool dacht ik), dan weer met twee en nu dus met drie… Ik veronderstel dat het afhangt van de setting? Van wat hangt de beslissing af?
Nel: Welk podium maakt ons weinig uit om dat te doen met al dan niet viool . We hebben in De Loge gespeeld, een mini podium en daar was de violist er ook bij; Het hangt gewoon af van wie vrij is om op dat moment mee te gaan of niet. Uiteraard, hoe groter het podium hoe liever we hebben dat we met vier op het podium staan. Omdat we ook weten dat iedere muzikant die aansluit zijn eigen input heeft, en dat is altijd een voordeel. Op klein podia of poëzie evenement gaan we eerder met ons twee op het podia staan, afhankelijk van wat technisch mogelijk is. Liefst van al spelen we met live drummer én Dirk erbij op Viool. Maar Dirk heeft ook andere projecten waar hij druk mee bezig is. Het hangt van allerlei zaken af, maar dat maakt het ook wel leuk. Omdat elk live optreden daardoor anders gaat klinken.

Los van de muzikale inbreng van natuurlijk JP vond ik jouw stem (Nel) een beetje een wilde combinatie zijn van Siouxie en Anne Clark. En het samenspel klopte hoedanook. Zijn  jullie zoals het nu is ‘een afgewerkt product’ of zijn er nog groeimogelijkheden?
JP: het zal nooit een echt afgewerkt product zijn, er zijn altijd wel groeimogelijkheden. De nieuwe nummers waar we mee bezig zijn, zijn helemaal anders. Ik hou er niet van mezelf telkens te herhalen. Ik hoop alleen dat iedereen een beetje meegaat in dat groeiproces. Wij maken geen standaard new wave, wij maken geen standaard, wij doen gewoon andere dingen. En blijven dus groeien.. dat is belangrijk voor ons. Het moet boeiend blijven, dus er zal altijd wel een nieuwe of andere input zijn binnen dit project.
NEL: We hebben tot op heden nog nooit een voorbeeld gehad van ‘we willen klinken zoals’. We willen vooral klinken als NEL & JP en onze eigen zin blijven doen. We weten heel goed wat we niet willen maken. Wat we wel willen maken weten we niet, bij het schrijven van een nieuw nummer komen er nieuwe ideeën naar boven. Dat is ook het leuke, dat het helemaal anders kan uitdraaien en we willen vooral blijven groeien.

In het Nederlands zingen, altijd wel fijn … Het mooiste voorbeeld van wat jullie doen is toch wel Amora di Amore , maar ik herinner me een periode dat de neus ervoor werd opgehaald. Nu zijn er Nederlandstalige artiesten die Sportpaleizen uitverkopen.
Is er bewust voor het Nederlands gekozen omdat het nu bon ton is; hoe moet ik het zien?

JP: op het moment is er zeker en vast plaats voor Nederlandstalige muziek. Voor mij is het wel iets nieuw, tot twee of drie jaar geleden was ik daar eigenlijk niet mee bezig. Door wat ik doe in co producties en met NEL nu merkte ik wel dat het iets heel leuk is om te doen, en dat er ook een publiek voor is. Het is ook iets heel boeiend in eigen taal nummers brengen.
NEL:  Er is zeker bewust voor gekozen. Maar niet om commerciële redenen. Ik kan communiceren in andere talen, zoals Frans, Engels, Duits… maar ik kan met niet uitdrukken. Dat is een groot verschil. Dat lukt enkel in mijn moedertaal. Ik denk ook dat er wel altijd plaats geweest is om in eigen moedertaal te zingen; maar muzikanten hebben tot op heden het niet altijd aangedurfd om hun ding in het Nederlands te doen. Dat is dan weer wel veranderd in deze tijden. als ik denk aan bands als Maria Iskariot, Kleinpunk, Kaat Van Stralen, Chibi Ichigo… Uiteindelijk is dat in andere landen wel altijd het geval geweest. Ik ben al jaren fan van Kaelan Mikla uit IJsland, die in hun eigen taal zingen. Of het Turkse She Past Away, al die prachtige Scandinavische metal… Ik begrijp er niets van. Dat is vaak ook gewoon het geval bij metal bands die in Engels of Nederlands brullen. En toch raakt het. Er is dus altijd wel ergens een plek voor geweest, maar het Nederlands als taal, ook bij alternatievere muziek, wordt nu meer gehoord.
JP: Om een voorbeeld te geven: moest je 15 jaar geleden gezegd hebben dat een band als AmenRa hun muziek in Nederlands zou brengen, zou niemand je geloven.

Nu het algemeen aanvaard is, zijn er voor jullie ook deuren opengegaan? Grotere podia? Of zit jullie muziek te vaak in de ‘niche’?
JP: Ik werk veel samen met heel jonge mensen en wat me opvalt als mensen je echt leren kennen, dat ze je muziek wel de max vinden. Om een bepaald publiek te bereiken, zitten we wellicht niet op de juiste forums op het moment. Dat er moeilijker deuren naar grote podia open gaan, ligt dus aan het feit dat ze de muziek niet kennen. We worden nog al te vaak in dat hokje ‘wave’ geduwd.
NEL: We hopen dat we niet in die niche belanden of blijven hangen. Gelukkig hebben we af en toe al optredens die buiten die new wave en gothic wereld liggen, en we hopen dat dit zo gaat blijven. We krijgen wel goede respons, ook in Nederland merken we dat we op andere podia onze kansen krijgen. In Venlo spelen we binnenkort op de Zomerparkfeesten. Daar zijn we wellicht de donkerste band op de affiche. Ik hoop dus dat we heel gevarieerde podia kunnen blijven aanspreken.

Het ‘hokjes denken’ is er, zeker bij de jeugd vind ik, wat uit …
NEL: Ja, je merkt dat ook in programmatie op festivals en zo, dat dit inderdaad wel aan het veranderen is en dat hokjes denken er uitgaat.

Waar ik het meest van hou in de muziek is die poëtische ondertoon; de dunne lijn van een lach en een traan, alsook het ironische en het relativerende. Wat denk je zelf?
JP: Het NEL-syndroom (haha).
NEL: (haha) Dat is een heel mooi omschrijving, JP! Het is gewoon typerend aan mijn karakter. Ik heb wel een ironisch kantje aan en ik schrijf al zolang ik leef, bij wijze van spreken. Ik wou al leren schrijven in de kleuterklas. Op mijn zes jaar was ik gedichtjes aan het schrijven. Rijmpjes. Op mijn twaalf jaar vond ik dat stom en ben iets anders beginnen schrijven. Toen mijn eerste poëziebundel uitkwam omschreven ze het als ‘punkpoëzie’  omdat het inderdaad niet gaat over kabbelende beekjes en weidse landschappen en nooit aan de schrijfregels over cadans, ritme, rijm,... voldoen. Mijn teksten gaan over het leven, alle onrecht, alle miserie en wat mis gaat in de maatschappij. Alle liefdesverdriet en ego’s waarmee je geconfronteerd wordt. Maar wel allemaal met een zeker relativerend kantje daaraan verbonden. Omdat het anders al te somber is. Dat is hoe ik het leven sta en dat wil ik ook meegeven. Maar los daarvan vind ik het ook belangrijk om de realiteit te benoemen in de teksten die ik schrijf. Ik wil alleen niet vervallen in die zeemzoete, melancholische somberheid.

Een topper vind ik “Zelfbeeld van DenAldie”, een beetje cynisch maar het raakt. Is het de grondslag van het verhaal ook, cynisme? En mag je nog binnen in de Aldi?
NEL: We mogen nog binnen in den Aldi (haha), ook al hebben we de videoclip in de Carefour opgenomen. Zit er een persoonlijk verhaal achter? Als het over een zelfbeeld gaat, zit er bij iedereen een persoonlijk verhaal achter. ‘Zelfbeeld van DenAldie’ gaat daarover, iedereen heeft wel eens zo momenten. Ik heb er ook enkele zware clichés in verstopt.  Iemand die een laag zelfbeeld heeft en dat probeert te compenseren door overconsumptie. Het is dus niet per se een persoonlijk verhaal van mij, maar tegelijkertijd wel voor iédereen een persoonlijk verhaal. Dat komt eigenlijk in veel van onze nummers voor eigenlijk. Ik heb een nummer geschreven ‘Zebra’ over zelfdoding. Ik ben daar al een paar keer hard mee geconfronteerd geweest. Maar ook dat geldt voor iedereen. Ik denk dat in elk nummer wel iets zit waarin men zichzelf kan herkennen. Op live optredens staat er ook altijd een spiegeltje op het podium, als een symbolische verwijzing daarnaar. De teksten zijn dan ook als spiegel bedoeld.
JP: Veel teksten van Nel zijn fotomomenten, waarin je beseft dat het iets is dat je zelf wel ooit eens hebt meegemaakt. Heel herkenbare situaties. En dat komt dan ook binnen, telkens opnieuw.

Ook het dansbare, lichtjes macabere en de dosis humor vind ik zowel op plaat als live. Zijn jullie met de plaat ‘Waarom Niet?’ wat meer gegroeid in vergelijking met de EP ‘Honger’?
JP: We hadden het er inderdaad al over, het is een continue groeiproces. Maar bij de eerste plaat hebben we op twee maand tijd in elkaar gebokst. We ondervonden dat we heel snel iets heel mooi konden doen, op zo korte tijd. Wat heel leuk is uiteraard. Als je dit kan doen, op twee maand een set in elkaar steken, dan weet je dat je iets in je handen hebt dat goed zit.
NEL: Er was inderdaad, vanaf het begin, een heel goede klik tussen ons. Het is heel gemakkelijk om tegen elkaar te zeggen ‘nee dat vind ik niets, we doen dat niet’. We aanvaarden dat ook van elkaar. We moeten het allebei goed vinden, is dat niet zo dan doen we het gewoon niet. Doordat we elkaar aanvaarden op alle vlakken, maakt het gemakkelijk om samen te werken. Waardoor we gemakkelijk een drive vinden om heel snel iets te realiseren.

Komt het dat jullie uit dezelfde scene komen of heeft het er niets mee te zien?
NEL: Ons enige raakpunt muzikaal is Tool en Nine Inch Nails (NIN) eigenlijk. Oorspronkelijk kom ik niet uit de gothic-/ newwave- scene maar uit de metalscene. Ondertussen is die newwavewereld wel mijn wereld geworden. Ik luister , los daarvan, naar zoveel andere dingen. Ik ben daarjuist nog naar een singer-songwriter gaan kijken, begeleid op piano, sax en klarinet. Ik geniet daar even veel van.
JP: Bij mij is het ook wel eclectisch , maar mijn smaken liggen meer bij soundtrack en cinematografische dingen. Ik hou ook van heel dansbare muziek. NIN, maar o.a. ook drum&bass. Het is leuk dat je al die invloeden kunt samen brengen, waardoor het zweverig én dansbaar kan zijn. Dus wat scene betreft zaten we eerder niet in datzelfde water, maar ergens hebben we elkaar wel gevonden.

Hoe waren de reacties tot nu toe?
JP: De meest opvallend reactie is het grote hoeveelheid winkels die ons aanspreken om onze plaat ook bij hen te koop aan te bieden.
NEL: We merken wel dat sinds de album release show, er vanuit andere onverwachte plekken reacties komen. Ook om op te treden. Waar we ons niet van bewust waren is dat we ook in het buitenland op heel wat Spotify lijsten opduiken. De release van deze plaat heeft dus zeker iets gedaan, waar we nog niet echt zicht op hebben wàt juist. Maar er beweegt iets, zoveel is zeker. Je voelt dat het leeft en bruist en dat is enorm fijn!

‘een vrouw als frontvrouw’, mooi dat we het dikwijls kunnen lezen in interviews; ik krijg de indruk dat de muziek business, buiten de populaire pop muziek wellicht, nog steeds een mannenbastion is? Of zie je een kentering?
JP:
Nee zeker niet, ik zie toch opvallend veel vrouwen opduiken binnen gelijk welke muziekscene.
NEL: Als we optreden zien we even veel femalfronted bands of vrouwen achter de drums, de toetsen, op bas... Ze worden duidelijk meer gezien en gehoord dan vroeger, dat wel. Ook de pers heeft er wat meer aandacht voor dan vroeger. Kijk naar De Nieuwe Lichting, die is gewonnen door drie vrouwen. Dat is nog nooit voorgevallen, denk ik. Ze krijgen meer dan terecht hun plek in de schijnwerper. Er zijn altijd al vrouwen geweest die muziek maakten, maar ik denk dat er nu gewoon meer oog voor is. Dat mannenbastion is dus zeker doorbroken.
JP: Het is zelfs zover gekomen dat je als puur en alleen mannenband er nog moeilijk geraakt. Zover is het zelfs gekomen…

Jullie zijn nu volop bezig met ‘Waarom niet?’ te promoten. Wat zijn de verdere plannen … buiten de wereld veroveren?
NEL: De wereld veroveren is een mooi doel.. haha. We hebben zeker nog plannen. We gaan dit jaar nog een single uitbrengen. Nog een paar remixen. Er staan al enkele leuke optredens gepland deze zomer, o.a. op Gentse Feesten.
JP: Deze zomer, het najaar en volgend jaar.. komen er zeker nog veel mooie dingen aan, absoluut!

Wat is de voornaamste ambitie, is er een soort einddoel dat je voor ogen hebt?
NEL: Een einddoel? We zullen nooit een einddoel hebben. Eens je een einddoel hebt, is de motivatie weg. We willen groeien, meer plezier maken, meer podia, eventueel grote podia. Iedere muzikant droomt van grote festivals of podia. We moeten met beide voetjes op de grond blijven, maar dromen mag natuurlijk. Op het moment hebben we al op kleine podia gestaan waar het zo leuk is en een publiek is dat ons totaal niet kent. Soms is dat zelfs veel leuker dan grote podia, met allemaal mensen die je kent. Onze bedoeling is dat onze muziek verspreid geraakt en dat het mensen met elkaar verbindt. En natuurlijk willen we groeien en naar die grote podia, omdat het leuk is. Maar een einddoel wil ik niet hebben, want dan heb je niets meer om over te dromen. We willen niet stoppen met dromen.

Pics homepag @Herman Vercammen

Een mooie ingesteldheid alvast! Nog veel succes gewenst

Facebook: https://www.facebook.com/NELENJP/
Bandcamp: https://neljp.bandcamp.com/
Instagram: https://www.instagram.com/nelenjp/
TikTok: https://www.tiktok.com/@neljp7
Bluesky: https://bsky.app/profile/nelenjp.bsky.social
VI.BE: https://vi.be/platform/NELJP  

Michaela Turcerová

Michaela Turcerová - Ik heb een object, dat mijn instrument is, en de muziek komt voort uit een visie om dit object vanuit meerdere hoeken en standpunten tegelijk weer te geven, als een soort surrealistische sonische microfotografie

Geschreven door

Michaela Turcerová - Ik heb een object, dat mijn instrument is, en de muziek komt voort uit een visie om dit object vanuit meerdere hoeken en standpunten tegelijk weer te geven, als een soort surrealistische sonische microfotografie

Het geluid van een instrument - of het nu een gitaar, een piano of in dit geval een saxofoon was - roept gevoelens, emoties en herinneringen op. De klank van het instrument wordt vervormd, en brengt de luisteraar in een andere wereld. Dat is wat de in Kopenhagen gevestigde Slovaakse saxofoniste en componiste Michaela Turcerová  op haar album 'Alene Et’ - uitgebracht in november 2024 - doet. En dus ook live op het KRAAK Festival. Vibrerende klanken brachten ons vanaf begin tot eind terug naar de essentie van het bestaan. De indringende geluiden en de donkere walm balanceerde van een sprookjesachtige wereld tot de hel. Michaela Turcerova wist met haar sax grenzen te verleggen. In die sax hoorden we heldere, scherpe toon en ademhaling; alsof de sax zinnen uitsprak of zong. Indrukwekkende set van contrasten. 
We hadden naar aanleiding van dit magisch optreden en de release een mooie babbel met Michaela en polsten ook naar de ambities en toekomst plannen en ambities.

Vertel eens wat meer over jezelf? Hoe is het allemaal begonnen en waarom de saxofoon?
Muziek was een van mijn interesses van jongs af aan. Ik begon met zingen in een kinderkoor en met blokfluit spelen op 6-jarige leeftijd. Na een aantal jaren werd me gevraagd naar welk “verder gevorderd” blaasinstrument ik zou willen overstappen, en de reden om voor de saxofoon te kiezen was, om eerlijk te zijn, helemaal niet gebaseerd op geluidsfascinatie. Ook al had ik de neiging om door te gaan met dwarsfluit of zelfs over te stappen op een heel ander instrument, ik wilde gewoon leerling blijven van mijn leraar Martin, die alleen les gaf in klarinet en saxofoon. Dat is het, pure emotionele binding. Achteraf denk ik ook dat dat de reden is dat het heel lang heeft geduurd voordat ik echt stopte met vechten met het instrument en er iets van mezelf in vond.

Je hebt je debuut uitgebracht, 'Alene Et'; hoe waren de eerste reacties?
Ik ben nog steeds verbaasd hoe warm de reacties waren. Ook al hield ik van het creatieproces en het materiaal zelf, toch was er een kleine twijfel in me, die me vertelde dat deze muziek te abstract of te niche was. Maar het lijkt erop dat er iets verborgen zit waardoor mensen nieuwsgierig luisteren, wat ik als een waardevol resultaat beschouw.

Het album was op KRAAK festival volledig uitverkocht dacht ik, had je dit succes verwacht?
Ik was overweldigd door het publiek van de KRAAK en hun diepe betrokkenheid bij mijn muziek en ook alle andere optredens. Ik kreeg zoveel berichten en had zoveel inspirerende gesprekken na het concert met zowel andere artiesten als het publiek. Prachtig.

Het balanceren tussen intimiteit en harde geluiden, het experimenteren … Is het een bewuste manier van werken? Hoe ben je op dat idee gekomen?

In het lange formaat, zoals bijvoorbeeld live performance is, denk ik veel na over structuur en bepaalde onderliggende (en abstracte) verhaallijnen. Sonisch gezien bestrijk ik graag een breed en contrastrijk scala aan werelden en “de verschuivingen” helpen me om aanwezig en gefocust te blijven op de kleinste microscopische details.

Waar haal je de inspiratie? Ik hoor vaak geluiden uit de natuur.... Of is dit net mijn fantasie?
Mijn muziek is geen directe vertaling van een bepaald geluidsfenomeen of iets dergelijks. De kern ervan ligt in de lichamelijkheid van het instrument en de aanpassingen, dus mijn grootste inspiratie komt van het vinden van onbekende gebieden van het instrument waar ik al zoveel jaren mee verbonden ben. En als die gebieden iemands verbeelding triggeren, is dat een extra waarde waar ik alleen maar blij om kan zijn.

De structuur van de nummers hebben allemaal een duur van maximaal drie minuten, ergens voelt het aan als één lang verhaal in verschillende kleine afleveringen … Wat vind je zelf? Was het een onderliggende bedoeling om een verhaal te vertellen?
Ik heb een object, dat mijn instrument is, en de muziek komt voort uit een visie om dit object vanuit meerdere hoeken en standpunten tegelijk weer te geven, als een soort surrealistische sonische microfotografie. In ieder geval toen ik het album alene et opnam, werd ik geïnspireerd door de reductionistische benadering, terwijl ik niet probeerde om het materiaal in een geconstrueerde lange vorm te gieten, maar eerder om deze afzonderlijke in flux kristallen te creëren. Dus op deze manier kan het worden gezien als een niet-lineair verhaal vertellen, ja.

Ik ben een fervent fan van het instrument saxofoon. Ik zag verschillende muzikanten grenzen verleggen, jij laat je instrument spreken en schreeuwen, ahw een schreeuw van pijn. Is het een manier om ‘pijn’ of ‘frustratie’ uit te beelden in sommige nummers? Emoties komen los … op een gegeven moment hoorde ik live op het KRAAKfestival een soort gefluister vanuit de duisternis … zit hier een persoonlijk verhaal achter?
Deze muziek vertegenwoordigt geen specifieke verhaallijn of expliciete emoties en probeert die ook niet direct over te brengen. Ik vind het fascinerend dat een luisteraar wordt geconfronteerd met puur geluid, zonder specifieke eisen voor interpretatie of begrip. Een van de essentiële informatie die je in alle boeken over het beheersen van een instrument krijgt, is dat elk blaasinstrument een verlengstuk van je lichaam is. Ik ben me daarvan bewust geworden toen ik verschillende onconventionele, niet-saxofonistische technieken in de muziek introduceerde, zoals adem of stem. En ik kan me voorstellen dat die, zacht gespeeld, radicaal versterkt en vervormd door het lichaam van de saxofoon, zeer intieme, “ingezoomde-op-de-performer” relaties kunnen creëren.

Het geluid van de saxofoon kon je moeiteloos vervormen; je nam de luisteraar mee naar een compleet andere ruimte op het KRAAK festival … Een hypnotiserend meditatief moment. Hoe krijg je die geluiden uit de saxofoon? Wat is je geheim?
Wat me bij het creëren houdt is speelsheid, geduld, aandacht voor en waardering van details.

Hoe heb je het festival en je verblijf in België ervaren? Want je trad ook op in Brussel
Het innerlijke leven en de DIY cultuur van nieuwe steden ervaren is altijd zo bevredigend. De muziekscene rond Antwerpen en Brussel leren kennen was echt inspirerend, dankzij heartfelt d'incise & Mona, KRAAK en Q-O2.

Je debuut is een experimenteel pareltje... Is dit het verloop naar de toekomst toe, of hoe zie je het zelf?
Als ik de categorie experimentele muziek opvat als een creatie geleid door nieuwsgierigheid, dan ja. Ik zie mezelf in de toekomst als een constant lerend wezen en ik wil open blijven.

Wat zijn je verdere plannen?
Ik heb dit jaar gewijd aan de ontwikkeling van de live uitvoering van mijn soloset, waarbij ik werk met microfoons, een geluidstechnicus en voortdurend onderzoek doe naar het materiaal. Daarnaast richt ik me op het opnemen van een album met mijn ensemble ŠUMUM - een septet bestaande uit drie blazers, zang, contrabas, twee percussionisten en analoge elektronica (reel-to-reel en tapes). Vroeger werkte ik met dit ensemble op een manier die de fysieke ruimte actief integreerde - door de ruimtelijke plaatsing van musici en luidsprekers, die ook de structurele organisatie van de compositie beïnvloedde - en nu onderzoek ik hoe ik de muziek kan aanpassen aan het opgenomen formaat.

Wat zijn je grote ambities; is er een soort ‘doel’ dat je voor ogen hebt of ben je daar niet mee bezig?
Ik droom ervan om een nieuw blaasinstrument na te bouwen, of zelfs helemaal opnieuw te bouwen, een soort volgend ontwikkelingspunt van wat ik nu aan het doen ben met de body van de saxofoon, dat een veel complexer toetsensysteem zou kunnen hebben, met meer mogelijkheden om microfoons te plaatsen en meer klankkleuren te laten horen. Daarnaast heb ik ook eenvoudigere wensen voor de toekomst, zoals meer oefenen op mijn instrumenten, meer componeren, en bijdragen aan de opbouw van een sterkere lokale scene en klankgemeenschap in de plaats waar ik me ga vestigen.

Links welkom
https://mappa.bandcamp.com/album/alene-et
https://michaelaturcerova.com

Pics homepag @Emilia Jasmin

Bedankt voor dit fijne gesprek

Diederik Nomden

Diederik Nomden - Hoe ouder je wordt, hoe meer verleden je krijgt. Je hebt erdoor een schat aan verhalen om naar terug te grijpen

Geschreven door

Diederik Nomden - Hoe ouder je wordt, hoe meer verleden je krijgt. Je hebt erdoor een schat aan verhalen om naar terug te grijpen

Sinds 2014 maakt Diederik Nomden deel uit van de veelgeprezen tributebands The Analogues en Her Majesty, met wie hij de muziek van The Beatles en Crosby, Stills, Nash and Young levend houdt. Hij besloot om in zijn vrije uren energie, te stoppen in het schrijven van nieuwe muziek met als klinkend resultaat, het debuut ‘Wingman Returns’. Na zijn lovend ontvangen debuut bracht hij in 2021 ‘Parallel Universe’ uit.
Nomden heeft ondertussen niet stil gezeten. The Analogues lijkt een (voorlopig) afgesloten hoofdstuk. En nu is er een nieuwe solo plaat ‘Sooner/Later’.
Naar aanleiding van deze release hadden we een fijne babbel met Diederik. Niet alleen namen we de schijf onder de loep, we praten over de ambities en de toekomst.

Diederik ik heb je leren kennen via je werk bij The Analogues; is dit project nu einde verhaal? Of heb ik dat verkeerd gelezen/gehoord?
Ja, dat is klaar. Ik speelde daar wel in maar was niet de leider of zo. Het einde van de cyclus was een beetje bereikt met dat project. Alle albums die we wilden spelen, hebben we gespeeld. Er viel niets meer of minder meer aan toe te voegen. Mensen hebben het gezien in Nederland, in het buitenland was het ook leuk maar niet rendabel genoeg. Je weet nooit wat er in de toekomst gaat gebeuren, maar voor nu is het goed zo.

Ons vorig interview was in 2019
Lees gerust 

Er is intussen veel gebeurd, graag een klein overzichtje …
Naast het werk met de Analogues, bracht ik twee platen uit en nu is er ‘Sooner/later’, een persoonlijke plaat die gaat over mijn leven, en het bepalen van mijn eigen koers. Het is ook een DIY ding waar mijn platen altijd voor staan. Met deze nieuwe plaat heb ik wel meer met mensen samengewerkt, omdat het zo voelde. Laat ons stellen dat de laatste zes jaar draaide rond een vestigen van mijn eigen artistieke carrière. Ik merk, dat er sinds ik solo speel veel behoefte en er vraag naar is in Nederland. Er zitten steeds tussen de 80 tot 150 man in theaterzalen waar ik optreed. Dat is een mooi parcours, ik ben wel redelijk laat begonnen zeg maar. En kan, met de inspiratie die er nog is, gerust nog een jaar of tien a vijftien door
roeien. Het ziet er goed uit.

De gloednieuwe parel ‘Sooner/Later’ is uit, een erg weemoedige plaat vind ik. Het lijkt ook een persoonlijke weergave van wat je bezighoudt in het leven? Hoe zien we ‘t best?
Weemoedigheid is bij mij altijd wel een rode draad. Werk van bijvoorbeeld Nick Drake spreekt me enorm aan. Behalve de zonnige kant van The Beatles, maar wat de singer-songwriter kant betreft hou ik wel van dat deemoedige. Die weemoed  is  een soort verlangen naar wat voorbij is, vergane dingen uit het verleden waar je op terugkijkt. Met een fijn gevoel terugdenken aan keuzes die je hebt gemaakt, of net niet hebt gemaakt. En ondanks dat dit niet per se droevig is, zit er wel een soort weemoed in. Ik schuw ook niet de pijnlijke onderwerpen. Zo staat er een song op over de moeilijke tijden die mijn zoon heeft doorgemaakt tijdens die, voor jongeren van zijn leeftijd toch wel pijnlijke tijden tijdens covid. Toen werden de klassen gescheiden, de ene helft ging die uren naar school, de andere helft het ander uur. Door puur toeval, want dat gebeurde alfabetisch, werd hij gescheiden van al zijn vrienden.. Voor een jongen van twaalf weegt zoiets best wel een zware last om te dragen. Daaruit is die song ‘Getting Away From It All’ ontstaan

Is die song ook voor hem een troost geweest?
Ik weet niet of hij dat echt door had, hij is ondertussen zestien en aan het puberen en dus met andere dingen bezig dan naar pa zijn plaat te luisteren. (haha). Maar als hij het zal horen zal hij wel weten dat het daarover gaat.

Je kan door je bijzondere stem niet voorbij de invloed van The Beatles; je stem lijkt veel op Paul McCartney … o.a. op “Getting Away From It All” valt het enorm op. Bewust?
Mijn muzikale vorming komt van de muziek uit de jaren ’60 en ‘70. McCartney is  een groot voorbeeld omdat hij een enorm groot bereik heeft met zijn stem. Ik zal nooit een even goede zanger worden als Paul McCartney zelf, maar het is zeker geen toeval dat mijn stemkleur neigt naar zijn stem, zeker niet. En ook in mijn schrijfstijl, ik ben gewoonweg gevormd door die man.

Het is dus niet zo dat je die voortdurende ‘link’ die mensen ernaar leggen probeert weg te duwen door eens iets anders te gaan proberen…
Nee, want dat zou niet eerlijk zijn tegenover mezelf. Het komt er gewoon uit zoals ik het aanvoel, je kunt je gevoel nooit bewust uit de weg gaan. Als je dat doet wordt het minder krachtig. En dan komt het ook minder goed over naar de luisteraar toe. Je moet gewoon omarmen wat je gevormd heeft, en er komt wel een fase in je leven dat je dat uit de weg probeert te gaan. Maar op het einde van de rit, grijp je gewoon terug naar wat je echt heeft gevormd. Dat zal altijd zo blijven.

Met”Little child” en “Return Of The Child” grijp je terug naar je kindertijd? Of hoe moet ik dat zien?
Teruggrijpen naar kindertijd heeft er eigenlijk niets mee te maken. ‘Return Of The Child’ gaat wel over iemand waarmee ik mijn tienerjaren bevriend was. En die was een Kate Bush fan. Een bepaald voorval deed me denken aan die tijd van toen, en dat heb ik dus als ode geschreven aan die tijd. Het is ook een link naar ‘The Man With The Child In His Eyes’ van Kate Bush. ‘Little Child’ is een beetje, in het begin van een lied, klanken die passen. In het begin van dat liedje was het er al. Het verhaal dat zich daar ontwikkeld gaat over een dame die alles op de rails leek te hebben, maar toch zichzelf verloor in een affaire die niet goed voor haar is uitgedraaid.

Iemand vertelde me ‘gooi het kind in jezelf nooit weg’ ; kijk je met weemoed terug naar wat voorbij is, of heeft het er niets mee te maken? Een beetje?
Dat zie je ook een beetje aan de hoes van de plaat met dat jongetje aan de voorkant, en de andere kant die man. Die connectie met je kindertijd blijft er altijd. En ook, hoe ouder je wordt hoe meer verleden je krijgt. Je hebt gewoonweg een schat aan verhalen om naar terug te  grijpen. Je tienertijd is de periode dat je het meest gevormd wordt. Heel veel in je later leven refereert dan ook naar die tijd van toen.

Het is ook opvallend hoe je de te zeemzoetige aanpak weet te omzeilen door een soort weemoedig in te verbergen, die deels de alternatieve muziek fan weet aan te spreken; o.m. “Help Me Stand” is er een mooi voorbeeld van. The Beatles waren grootmeesters om dit te doen; een bewuste aanpak of is het iets dat naturel groeit?
Dat is ook iets wat het voor mij moeilijk maakt om echt ‘door te breken’. Toen ik zestien was, dat was de tijd van de Grunge en gitaarbands, was dat voor mij net iets te heavy. Maar de echt pure pop muziek was me dan weer te glad. Daardoor, ook binnen mijn eigen muziek, terecht op een soort binnenpad. En je weet hoe mensen zijn. Ze willen muziek duiden of er een label op kleven, zeker als je op de radio wil gedraaid worden. Het is gemakkelijker als je ofwel underground bent, ofwel een pop artiest. Daar zit, qua verkoopbaarheid, dus een beetje de moeilijkheid bij mij. Als ik mijn muziek op Spotify zet, om maar een voorbeeld te geven, moet ik ‘genre’ kiezen. Weet ik veel welk genre ik doe (haha). Het is dus best lastig, maar het is geen bewuste  keuze, het is gewoon wie ik ben. Moest iemand me vertellen je verkoopt gegarandeerd één miljoen platen als je zus of zo doet? Dan denk ik dat ik het wel doe. Maar niemand kan me dat garanderen. Om het hard te zeggen, kun je beter met je eigen visie ‘ten onder gaan’ dan het volgen van een slappe visie van iemand anders die er uiteindelijk geen verantwoordelijkheid voor neemt. Maar dat moment komt niet, want niemand heeft helemaal de wijsheid in pacht. Dus blijft ik gewoon doorgaan op deze wijze.

Mocht je die raad opvolgen, loop je toch de kans je eigen identiteit te verliezen? Wat an sich ook niet zo goed is …
Een dikke portemonnee en wat Wereldhits maken zou ook wel leuk zijn. Je moet je eigenheid blijven bewaren daarin, dat is een feit. Maar er zijn voldoende voorbeelden van artiesten die wel toegevingen hebben gedaan, zonder zichzelf compleet te verloochenen. En die in een formule terecht komen die heel goed werkt. En die dan, met die hits onder de arm, heel lang muziek kunnen maken op hun eigen voorwaarde. En dat is een model dat ik wel zou kunnen aanvaarden. Maar dat kan ik dus alleen, als men mij 100% de garantie zou kunnen geven dat dit daadwerkelijk ook gaat lukken.

Je bent een ware verteller, die een gevoelige snaar kan raken, zoals enkel een grootmeester als Paul McCartney dat kan …
Waar blijf je die inspiratie vandaan halen om telkens weer te verrassen?
Mijn eigen leven is best wel stabiel. Ik heb fijne kinderen, en een fijne vrouw. Ik heb weinig stress en trauma’s. Mijn inspiratie komt vaak van situaties met mensen om me heen. Zoals ‘Help Me Stand’ dat is geïnspireerd door wat vrienden doormaakten. ‘Save Me’ gaat dan weer over iemand die ergens in het begin van zijn leven liefde heeft gemist, en daar op ver gevorderde leeftijd nog steeds de gevolgen van draagt en hulp vraagt: ‘red mij, hou van mij’. Ik ben heel gevoelig voor zulke dingen die ik dan hoor, zie of lees. Het gaat dus niet zozeer over mezelf, het gaat meestal over iemand die ik ken. Mensen die het moeilijk hebben om het geluk uit zichzelf te halen. Het kan dus van alles zijn eigenlijk..

Ik zie ietwat dezelfde mooie lijn doorheen al die platen; wat is volgens jou echter het grote verschil tussen deze plaat en de vorige?
Dat is een goede vraag, want eigenlijk omschrijven de drie platen het verhaal over mijn muzikale en mijn echte leven. En vaak over het nadenken van wat ga ik nu doen.  Ik ben, terloops, erover aan het nadenken om een helemaal Nederlandstalige plaat te gaan maken. Om terug te komen op uw vraag. De vorige plaat ‘Parallel Universe’ was een fase uit mijn leven waar ik nadacht over ‘wat als ik op die of deze moment links was gegaan en niet rechts’ om het zo uit te drukken. Ik zou het niet meteen een midlife crisis durven noemen. Maar nadenken over ‘wat als’ staat centraal op die ‘Parallel Universe’. ‘Wigman Reurns’  ging meer over de directe relaties in mijn leven toen. En bij deze ‘Sooner /Later’ haal ik mijn inspiratie minder uit mijn persoonlijke leven en bevindingen. Maar meer over om wat ik om me heen zie. En uiteraard zitten er nog wel wat persoonlijks in. Laat me stellen, er zijn liedjes die niet op de vorige passen, andere dan weer wel. De drie samen vormen een soort verhaal, dat af is.

Als het verhaal af is, wat is dan de volgende stap?
Dat is het mooie eraan, ik heb ooit een lied geschreven – zes jaar geleden – in eigen taal over de streek waar ik ben opgegroeid. Dat is een lied dat blijft hangen, ik speel het ook in mijn theater shows. Vaak vertellen mensen me, ‘’ het was een heel leuke show, maar dat nummer in het Nederlands was toch iets bijzonders’’ dus ik zat te denken, misschien zit daar nog een helemaal nieuw te veroveren gebied? Door in het Nederlands te zingen, merk ik wel dat ik stilistisch meer in de Franse chansontraditie terecht kom. Het is een heel andere weg dan wat ik nu doe. Dat zal de komende jaren een voor mijn te ontdekken gebied zal worden, in mijn eigen Nederlandse taal muziek uitbrengen.

De tijd dat in het Nederlands zingen ‘fout’ was, ligt ook achter ons. Ook nu dankzij Nederlandse voorbeelden Joost klein, Froukje, Merol en Goldband. Er is een publiek voor …
Absoluut. In mijn jonge tijd, meer in Nederland dan in Vlaanderen, was het niet ‘cool’ om in het Nederlands te zingen. We zijn heel gefocust op de Angelsaksische markt, alles wat uit Amerika komt gebeurd hier tien jaar later ook. Vlaanderen heeft meer zijn eigen identiteit. In  Nederland, zeker als ik begon met muziek maken, dacht men veel in ‘’ om de wereld te veroveren moet je in het Engels zingen’’. Het is voor mij gewoon een nieuw te verkennen gebied, en in de huidige tijdsgeest past in Nederlands zingen zeker beter..

Ik heb al lovende recensies gelezen; hoe waren de algemene reacties op deze plaat?
Heel goed. Sommige mensen uit mijn intieme kring, de bassist die op deze plaat heeft gespeeld is mijn zwager, vinden het de beste  van de drie. ‘Je hoeft niets te bewijzen, en dat hoor je heel duidelijk’,  zei hij me. Het is een heel ontspannen plaat, er zit diepgang in. maar ook mensen die mijn muziek kennen zijn euforisch, ik heb nog geen wanklank gehoord dus..

Door al die positieve elementen zou je een ruim publiek kunnen bereiken, zowel in Sportpaleis kunnen staan, maar ook de clubs plat spelen. Optie? Of wat gaat er ‘mis’ dan? Of zie je dat niet zo …
Het begint al met mis gaan bij mezelf waarschijnlijk. Ik heb geen platenmaatschappij of boeker. Ik heb ook geen budget om heel hard te trekken aan die promotie. Muziek heeft vaak te maken met op het juiste moment de juiste mensen tegen komen en kennen. Sportpaleis of Ahoy lijkt me te gek, laat ons beginnen met Paradiso… ik zou heel graag in die grote stadium spelen, maar dan zit je in een andere divisie als het ware. Er gaat veel meer geld om en zo, dat budget is er gewoonweg niet. Wat me langs de andere kant heel goed bevalt is kunnen spelen voor circa 150 mensen die ik recht in de ogen kan kijken. Waarmee ik een rechtstreeks interactie heb.  Wat belangrijk is, om die doorbraak te forceren, is drie dingen. Een platenlabel, een boeker en promotie. Als een van die drie dingen er niet is, dan zeggen die andere twee ‘dat kan niet want die derde is niet in orde’ en dat is bij mij dus bij alle 3 het geval, helaas… Op het moment lukt het niet om iemand te vinden die me wil lanceren… dus doen we gewoon rustig verder.

Iets anders. De sociale media, het voortdurend streamen en andere Tik-Tok elementen  hebben een negatieve invloed op de creativiteit van artiesten, maar toch blijf je fysieke platen uitbrengen, waarom?
Ik ben niet per se een romanticus. Maar ik besef de waarde van een echte fysieke plaat nog steeds. Dat is met weinig te vergelijken en gelukkig zijn er veel mensen die dat  met mij vinden, ook bij de jongere generatie. Streamingdiensten als spotify zijn er gewoon op gericht om grote artiesten en platenmaatschappijen tot dienst te zijn. Het is niet zo dat elke artiest die daarop zit groot kan worden, zo zit dat model niet in elkaar. Eén CD of LP verkopen is zoveel meer waard dan tienduizend streams  op Spotify. Dat vertel ik mijn publiek ook. Dus voor een artiest als ik, en zo zijn er heel veel, is dat nog steeds belangrijker om fysieke platen uit te brengen.

We hadden het in ons vorig interview ook over ambities en waar je jezelf ziet binnen tien jaar, je zei ‘10 Jaar gaat sneller dan we willen, inmiddels... Over 10 jaar ben ik 53, en dan hoop dat ik zelf nog een stuk of 3 à 4 soloplaten zal hebben uitgebracht, met talentvolle mensen nog meer mooie platen, en met The Analogues de wereld rondtouren.’
Zijn die doelen tot nu toe bereikt? Of zijn er andere doelen bij gekomen…

Wat de solo platen betreft, daar zijn we aardig mee bezig. Met The Analogues is het goed gelukt, niet wereldwijd, maar ok. Wat met talentvolle mensen werken betreft? Dat doe ik zeker. Onlangs kwam nog een jonge talentvolle muzikant van een jaar of 17 langs, of hij eens met mij mocht samenwerken voor zijn muziek. Toen ik zo jong was, had ik niemand die me wilde of kon begeleiden. Die jongen heeft ondertussen zijn eerst plaat uitgebracht. Ik zet me dus in voor jonge mensen, en werk zeker samen met enorm talentvolle. Dus we zijn aardig op weg om die doelen te gaan bereiken. Het is een dooddoener. Maar als je gelukkig bent in je gezin en je familie, dan is alles wat niet zo goed lijkt te lukken in je professionele leven, bijzaak. En kun je dat allemaal meer relativeren. Dus wat andere doelen betreft? We zien wel wat het wordt, voorlopig ben ik een tevreden mens.

Wat staat er op de planning verder? Op tournee met deze solo plaat (ook in België?)
Live optredens vinden is nog wat moeilijk, als je een lijst hebt van clubs waar ik zou kunnen spelen.. stuur gerust door. Wat we wel gaan doen in het najaar, is met enkele ex-Analogues leden onder de naam Timebox in Nederlandse theaters een hulde brengen aan de Nederlandse beat- en pop- muziek van tussen 1964 en 1974. Bands zoals Shocking Blue, Golden Earring en Sandy Coast. Volgend jaar ga ik een album uitbrengen met de Nederlandse singer-songwriter Bertolf  en in de lente samen een theatertour doen.

Bedankt voor de fijne babbel

Pagina 3 van 39