logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Ora Cogan

Hunter Omega - Een goede band verandert en evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet

Geschreven door - -

Hunter Omega - Een goede band verandert en evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet

Een naamsverandering luidt wellicht een nieuwe bladzijde in voor een band, maar daarom verandert een band het wapen niet volledig van schouder. Neem nu Hunter Omega die na tien jaar hun naam verandert, van gewoon Hunter naar Hunter Omega dus. Met hun nieuwste EP ‘Lake of Death’ lijkt nog niet volledig nieuwe wegen ingeslagen, maar toch voel je bij sommige songs al een andere ‘vibe’ tevoorschijn komen.
Benieuwd als we zijn stelden we Joost enkele vragen erover, polsten naar de toekomstplannen en of de ambities nog steeds dezelfde zijn als op onze vorige babbel in 2021.

We spraken elkaar al enkele keren en ik heb jullie onder de naam Hunter
ook live gezien. Waarom besloten jullie na tien jaar de naam te veranderen in Hunter Omega? Waar staat die ‘Omega’ precies voor?
Joost:
Daar zijn eigenlijk twee redenen voor. De eerste reden heeft te maken met de nieuwe leden. De klank is onderweg veranderd en we hadden allemaal het gevoel dat het misschien geen volledig nieuwe band is, maar toch wel versie 2.0 van de band. ‘Omega’ komt grotendeels door David. Zijn teksten gingen altijd al over de dood en het einde, maar dat wordt steeds meer uitgesproken. Het wordt steeds meer apocalyptisch en grootser. Omega is de laatste letter van het Griekse alfabet en wordt gebruikt als symbool voor het einde van de dingen. In mijn hoofd staat het ook een beetje voor de ultieme versie van Hunter. Daarnaast is er een praktische reden. ‘Hunter’ is heel moeilijk te googelen en bijna niet terug te vinden op streamingdiensten. Mensen kwamen ons geregeld zeggen: “Ik zoek naar jullie, maar ik vind jullie niet.” Je komt terecht bij allerlei andere artiesten: een rapper, een techno dj of nog iemand anders—iedereen behalve ons. Tien jaar geleden hadden we er niet bij stilgestaan hoe belangrijk het is dat je online gemakkelijk vindbaar bent. Zonder de bezettingswissel hadden we de naam waarschijnlijk niet veranderd. Op dat moment voelden we echter allemaal dat de tijd rijp was: er kwam een nieuwe injectie en daarom hebben we de wijziging doorgevoerd.

Welke impulsen hebben de nieuwe bandleden gegeven? Muzikaal, maar ook op andere vlakken?
Joost:
Dat zijn in ieder geval nieuwe invloeden. Onze drummer is een jonge gast van twintig jaar. Hij luistert naar volledig andere dingen dan wij en brengt een massa ideeën en invloeden mee die wij niet kennen. Ik denk dat je die input op de EP al een beetje hoort. Manu komt meer uit de thrashhoek. Thomas was eerder de hardrocker van de groep; Manu zit veel meer in heavy metal en thrash. Op deze EP is dat allemaal nog niet zo
duidelijk, omdat de nummers al geschreven waren. Het zal duidelijker worden in het nieuwe materiaal waaraan we nu werken.

Ik merk die verandering op deze EP nog niet heel sterk. De plaat ligt nog altijd in het verlengde van het vroegere Hunter, al hoor ik subtiel iets meer thrash. Bij de jongeren die erbij gekomen zijn, voel je wel al dat er iets nieuws in zit
Joost:
Die invloed is er nu al, maar het is nog een beetje vroeg. Het zal een evolutie zijn. Het is niet onze bedoeling om te breken met wat Hunter was. We zijn altijd een heavymetalband geweest en dat zullen we blijven. Er komen gewoon nieuwe kleuren bij op het palet. Het wordt geen drastische ommekeer waarbij we plots een deathmetalband worden. Het zal allemaal wat intenser en wat zwaarder worden. Een goede band verandert en
evolueert door de jaren heen. Daar is niets mis mee, zolang iedereen gelooft in wat hij doet.

Met Hunter legden jullie al een mooi parcours af. Jullie stonden onder meer op Alcatraz in 2023. Heeft dat optreden werkelijk nieuwe deuren geopend?
Joost:
Daar zijn eigenlijk heel weinig concrete gevolgen uit voortgekomen. We hebben in 2024 wel nog stevig wat optredens gehad, maar we kunnen moeilijk zeggen dat Alcatraz en de promotie eromheen een wereld van verschil hebben gemaakt. Ik ben wel heel blij dat we er gespeeld hebben. Dat op zich is beloning genoeg. Het is een droomoptreden: een perfecte organisatie en een massa publiek. Maar echte contacten of concrete gevolgen zijn er niet uit voortgekomen. Met Hunter Omega hopen we dat het misschien iets beter lukt, maar dat zal de komende tijd moeten blijken. Er komt nog een promotiecampagne aan, dus we zullen zien. Voor mij mag dit alvast nog zeker tien jaar verdergaan, al voel je zoiets soms wel in je hoofd of in je lichaam.

De EP
Lake of Death is de aanleiding voor dit interview. Waarom kozen jullie specifiek voor een EP? Is dat omdat de band nog niet helemaal op punt staat?
Joost:
Het was eigenlijk gewoon een teken van leven. Rebel Angels Rise is ondertussen drie jaar oud en mensen vergeten snel tegenwoordig. We wilden iets op de markt brengen onder de
nieuwe naam, om ons opnieuw te presenteren en te zeggen: “Mensen, vergeet niet dat we er nog zijn.” We hadden vier nummers klaar en hebben die opgenomen. We
wilden er niet snel nog enkele nummers bij schrijven die misschien minder goed zouden zijn. Ik heb liever een EP zonder fillers dan een album waarvan je na een tijdje de helft overslaat.

De herkenbare muzikale basis blijft overeind, maar ik hoor een iets hardere aanpak, soms meer gericht op Amerikaanse heavy metal. Hoe kijken jullie zelf naar die ontwikkeling?
Joost:
De bedoeling was inderdaad dat het wat harder zou worden. Deze keer heb ik een groter deel van de muziek geschreven, uiteraard met de inbreng van de anderen. De reden waarom wij altijd vrij traag nummers schrijven, is dat iedere song het werk van de volledige groep is. Iemand komt met een basisidee, een strofe of een refrein. Daar werken we dan gezamenlijk op verder en iedereen voegt zijn bijdrage toe. Zo wordt het
een Hunter-nummer. We hadden vier nummers klaar en hebben die vier opgenomen. Ik heb bewust geprobeerd meer tempo in de songs te steken en te bekijken hoe het heviger kon en hoe ik betere riffs kon schrijven. Eigenlijk ben ik pas songs beginnen schrijven toen we met Hunter begonnen. Ik ben dus nog altijd volop aan het ontdekken hoe dat werkt, maar het lijkt mij steeds gemakkelijker af te gaan. Ook voor de volgende plaat ligt er al een steviger riffnummer klaar. Vroeger stond ik daar minder voor open. Vijftien jaar geleden was het voor mij bij wijze van spreken: “Heavy metal or get the fuck out.” Dat is breder geworden. Negentig procent van wat ik beluister, is nog altijd metal of daaraan verwant, maar je wordt nieuwsgieriger naar andere dingen. Dat kan bijna niet anders; je groeit als mens en als muziekliefhebber. De hokjesmentaliteit valt stilaan weg. Vroeger was je ofwel rockfan, ofwel hardrocker, ofwel iets anders. Onze drummer en zijn generatie denken niet meer op die manier in genres. Of iets nu populair is of niet, is voor hen niet belangrijk. Dat is een verrijking, want die gasten sluiten niets bij voorbaat uit. Wij deden dat vroeger wel sneller: “Dat is disco, dus daar luister ik niet naar.” Nu luister ik naar alles als ik het goed vind.

“Ghost of Anarchy”
sluit misschien het nauwst aan bij het vroegere Hunter. Was het een bewuste keuze om daarmee te openen en zo een brug tussen  verleden en heden te slaan, of is dat te ver gezocht?
Joost:
We hebben dat niet bewust zo gedaan. Als ik het mij goed herinner, was dit het eerste nummer waarmee ik afkwam. Daardoor is het misschien nog het meest in de geest van het vroegere Hunter geschreven. Ik kwam met een riff, we bouwden daarop verder en iedereen vond het goed. Je moet van ons geen schokkende verrassingen verwachten in de zin dat we ons plots 180 graden keren. Hopelijk blijft er wel een stijgende lijn en een duidelijke evolutie zichtbaar, maar in de kern zal het altijd goede heavy metal blijven. Ik ben dus niet bewust met het idee gekomen: dit moet de link met het verleden worden. We waren het er wel allemaal over eens dat het met die riff de perfecte opener was. Het is fijn als het ook het effect heeft dat jij beschrijft.

De titeltrack
“Lake of Death” lijkt onder zijn donkere heavymetal verpakking over verlies en rouw te gaan. Is dat een heel persoonlijk verhaal? Willen jullie met dat nummer een bepaald hoofdstuk van een rouwproces afsluiten?
Joost:
Het is veel abstracter. De teksten zijn natuurlijk Davids domein. Ik wil niet voor hem spreken, want dat is gevaarlijk. Voor mij is Lake of Death niet de bestemming, maar de weg die je moet passeren om op je bestemming te raken. Je moet over dat meer; aan de overkant wacht iets. Zo interpreteer ik het. David heeft er zijn eigen invulling aan gegeven, maar ik weet zelf niet precies welke.

Mijn ouders zijn op vrij korte tijd overleden. Ik voel me erdoor persoonlijk met het nummer verbonden
Joost:
Dat is geen probleem. Iedereen kan op zijn eigen manier invulling geven aan dat rouwproces. Voor jou betekent het iets anders dan voor David en misschien is zijn betekenis nog persoonlijker. Ik denk dat een van Davids sterke eigenschappen, en ook een evolutie in zijn werk, is dat zijn teksten steeds minder specifiek worden en steeds meer symboliek en diepte krijgen. Het zijn metaforen en parabels. Op het debuut stond bijvoorbeeld No Man’s Land. Dat nummer ging heel concreet over de Eerste Wereldoorlog en de loopgraven. Ondertussen zijn de teksten veel breder. Ze zijn nog altijd verpakt als een verhaal met een thema, maar er zit veel meer achter.

“F.A.F.O.
” behoort tot het snelste en venijnigste materiaal dat jullie hebben uitgebracht. Is dat een richting die Hunter Omega verder wil verkennen?
Joost:
Het lijkt voor iedereen het nummer te zijn dat eruit springt. Het is een knaller en valt met die drumintro meteen met de deur in huis. Het basisidee kwam van onze bassist. Ik begon daarop te spelen en vond snel wat ik met zijn baslijn moest doen. Daarna viel alles op zijn plaats. Het is het krachtigste nummer van de plaat. Ik ben er dan ook voorstander van om de EP ermee af te sluiten. Je moet met een knal eindigen en het niet laten wegzakken. Je moet blijven opbouwen naar een climax. Volgens mij is dat zeker gelukt. Je kunt natuurlijk geen nummers op commando schrijven. Ik ga er dus niet van uit dat er op de volgende plaat automatisch een F.A.F.O. 2 komt. We zullen wel proberen songs te maken die dezelfde reactie bij de mensen losmaken. Die energie willen we behouden; ze moet in onze muziek zitten.

Met
“Knight of the Black Rose Part 3” zetten jullie een verhaal voort dat op het debuut begon. Is dit de afsluiting van de saga?
Joost:
Dit is inderdaad het laatste luik van de trilogie. Met dit nummer is het verhaal verteld. Het is gebaseerd op een personage uit de Dragonlance boeken. Ik wilde het derde deel echt afwerken. Toen David voor Rebel Angels Rise deel twee had geschreven, zei hij dat zijn tekst nog niet afgerond was. Ik antwoordde: “Dan zal er nog een derde deel komen waarin je het verhaal op een goede manier kunt afronden.”
Dat heb ik bewust proberen te doen. Het nummer verschilt qua sfeer van de eerste twee delen. Het past bij het verhaal en sluit aan bij de tekst, maar het klinkt misschien ook wat anders dan mensen van ons verwachten.

Was het volledige verhaal vooraf uitgetekend, of is het drieluik gaandeweg gegroeid?
Joost:
Het is gegroeid. Bij het begin was een drieluik nooit de bedoeling. Toen deel twee er was, merkte ik dat David zijn verhaal nog niet volledig had kunnen vertellen. Ik wilde dat het een duidelijk begin en einde kreeg. Anders bleef het voor mij als een cliffhanger aanvoelen, zonder dat er ooit een einde kwam. Daarom vond ik dat we nog een derde deel moesten maken en het op deze EP moesten zetten. Nu is het verhaal
rond. We hebben nog even gespeeld met het idee om deel één en deel twee opnieuw op te nemen en het volledige drieluik samen uit te brengen. Misschien doen we dat ooit nog, maar nu was het belangrijk om nieuw materiaal te presenteren.

De verhalende aanpak en de samenhang zouden zich uitstekend lenen voor een conceptalbum. Is dat iets wat jullie ooit zouden overwegen?
Joost:
Ik ben niet tegen conceptalbums. Er bestaan goede en slechte conceptalbums. Als het te vergezocht is, werkt het niet; als het goed gedaan is, kan het heel goed zijn. Ik vind Operation: Mindcrime van Queensrÿche bijvoorbeeld een van de beste platen die ooit gemaakt zijn. Een conceptalbum zou mij dus niet storen, maar het is enorm veel werk. Ik zie mezelf dat als songwriter voorlopig nog niet doen. Je moet dan werken met muzikale thema’s die terugkeren en dat lijkt mij nog wat hoog gegrepen. Maar zeg nooit , nooit. Onze songs hebben wel een overkoepelend thema: het einde en de dood, in verschillende vormen. Ze zijn alleen niet bewust als één samenhangend geheel geschreven. In die zin lijkt het misschien een beetje op een concept, maar eigenlijk is het dat niet.

Ook het artwork verbindt verschillende nummers. De ridder, het meer en het kasteel verwijzen elk naar een verhaal op de EP. Hoe nauw waren jullie bij het ontwerp betrokken?
Joost:
We werkten opnieuw met dezelfde artiest die de hoes van Rebel Angels Rise heeft gemaakt, Pedro Sena die onder de naam Lordigan werkt. Hij levert fantastisch werk. David reikte een aantal concepten aan. We geven de artiest enkele richtlijnen, ideeën en informatie over de onderwerpen van de songs. Vervolgens stuurt hij een paar schetsen, wij kiezen de richting en daarna krijgen we een afgewerkt product waar iedereen heel tevreden over is. De elementen uit de nummers zitten inderdaad in de hoes. Het meer uit Lake of Death wilden we er expliciet op, bijvoorbeeld op de achtergrond. De ruïne of het bouwvallige kasteel was een toevoeging van de artiest die er perfect bij paste. Hoe langer je naar de hoes kijkt, hoe meer details je ontdekt. Dat gaat in deze tijd van streaming en digitale muziek soms verloren. Mensen die de vinylversie kopen, kunnen de hoes echt in handen nemen en ernaar blijven kijken, zoals wij vroeger met een nieuwe plaat of cd deden: de teksten volgen en alle details bestuderen.

In ons vorige interview omschreef je de band als een hechte vriendenkring. Is die dynamiek door de bezettingswissel veranderd?
Joost:
Dat is onvermijdelijk. Er komen nieuwe mensen bij die hun eigen persoonlijkheid en ideeën meebrengen. Het belangrijkste was voor mij in beide gevallen—zowel bij de nieuwe drummer als bij de nieuwe gitarist—dat we iemand vonden die als persoon bij de groep paste. Ik wil niet met een vervelende kerel in een band zitten. Ik wil iemand met wie je kunt omgaan en met wie je vrienden kunt worden. Dat is gelukt. De vader van onze drummer ken ik al ongeveer vijfentwintig jaar. Met de nieuwe gitarist heb ik vroeger lange tijd in een andere groep gespeeld. Hij moest toen stoppen omdat hij voor zijn werk naar het buitenland vertrok. Hij is letterlijk teruggekomen in de maand waarin wij een nieuwe gitarist nodig hadden. Dat kon niet beter uitkomen: we kenden hem al, hij is een uitstekende muzikant en een fijne mens. Het was voor ons een evidente keuze. Hij kon meteen in de groep stappen. Iedereen wint daarbij.

In 2021 zei je dat jullie het zo ver mogelijk wilden brengen, maar tegelijk evenveel plezier wilden blijven beleven. Is dat nog altijd zo, of heeft Hunter Omega andere ambities gekregen?
Joost:
Dat is nog altijd hetzelfde. We willen zoveel mogelijk mensen bereiken, maar niet ten koste van alles. Het is in de eerste plaats voor onszelf: wij moeten tevreden zijn en wij moeten het plezierig vinden. Ons doel is de best mogelijke muziek maken die wij kunnen maken. Als je dan op Alcatraz mag spelen, is dat mooi meegenomen. Dat was een heel mooie ervaring en hopelijk lukt het ons nog eens. We slaan geen optredens
af en willen overal spelen zolang we dat op onze eigen manier kunnen doen.

Hadden jullie iets bijzonders gepland voor het tienjarige bestaan?
Joost:
Het tienjarige jubileum is door de naamsverandering een beetje in het water gevallen. Je kunt moeilijk tien jaar bestaan vieren onder een nieuwe groepsnaam. Eerst bestond het idee om terug te rekenen naar ons eerste optreden en daar later nog iets mee te doen, maar met de overgang naar Hunter Omega voelde dat wat verkeerd aan.

Zijn er beslissingen die je met de kennis van vandaag anders zou nemen?
Joost:
Het enige wat ik achteraf anders zou doen, is meteen een andere groepsnaam kiezen—een naam die gemakkelijk te googelen en te vinden is. Voor de rest niet. We hebben voor niemand een knieval gemaakt en ons nooit aangepast tegen onze principes in. We doen wat we willen  doen en dat zullen we blijven doen. Alleen hadden we beter meteen een gemakkelijker vindbare naam gekozen.

Het is al even geleden dat ik jullie live zag. Komen er nieuwe optredens aan?
Joost:
Dit jaar was het redelijk rustig op het vlak van optredens. We hebben tijd besteed aan het inwerken van de nieuwe mensen en legden de focus vooral op de opnames. Ondertussen zijn er drie optredens geboekt en zijn we volop aan het zoeken en plannen voor volgend jaar.
16 oktober in B52
16 januari in Asgaard
9 april Gullegem Metal Fest

Is er ook ambitie om meer in het buitenland te spelen?
Joost:
Ja, graag. Overal. Je moet daarvoor de juiste contacten hebben en het is aan ons om die te leggen. Een goede promotor kan daarin een belangrijke rol spelen en de juiste deuren openen.

Jullie zeiden vroeger al: “We zijn geen achttien meer.” Hoe zorgen jullie ervoor dat Hunter Omega ambitieus blijft zonder dat de band ten koste gaat van werk, gezin, plezier en gezondheid? Ik geef toe dat ik zelf ook geregeld met mijn gezondheid wordt geconfronteerd.
Joost:
Het gaat altijd om de vraag hoeveel tijd je ervoor wilt vrijmaken. In de jaren negentig speelde ik in een ban waarin we drie keer per week moesten repeteren, anders was het niet goed. Tijdens een van die drie repetities zat iedereen dan toch maar met zijn duimen te draaien. Nu repeteren we één keer per week. Dat volstaat om de set te onderhouden en aan nieuwe nummers te werken. Gezondheid heeft altijd voor een
deel met geluk te maken. In de jaren tachtig dacht ik dat iemand van vijfentwintig te oud was om nog in een groep te spelen. Ondertussen zien we iemand als Biff [Byford] op zijn vijfenzeventigste nog op het podium staan als
een jonge gast. Zolang het fysiek gaat, zie ik mezelf niets anders doen. Ik speel al zesendertig jaar in bands en ik weet niet wat ik anders met mijn vrije
tijd zou moeten aanvangen. Soms speel ik zelfs nog liever gitaar dan vroeger. Ook nu we weer actiever zijn, is er een nieuwe dimensie opengegaan. Zolang ik er niet tegenop begin te zien om mijn materiaal mee te sleuren en naar een optreden te gaan, blijf ik doorgaan. Ik geef wel toe dat ik mijn installatie behoorlijk heb ingekrompen. De tijd van gigantische luidsprekerkasten en zware
versterkers meesleuren, heb ik achter mij gelaten. Tegenwoordig bestaat er zoveel compact materiaal van topkwaliteit. Dat maakt het een stuk gemakkelijker voor mijn rug.

Laat ons hopen dat we hier samen nog minstens tien jaar mee kunnen doorgaan, Joost. Hopelijk komen we elkaar binnenkort opnieuw tegen op een concert. Veel succes met dit nieuwe verhaal.

Aanvullende informatie

Gelezen: 132 keer