Cactusfestival 2017 – van 7 t/m 9 juli 2017 – Een overzicht van het driedaags festival!
Cactusfestival 2017
Minnewaterpark
Brugge
2017-07-07 t/m 2017-07-09
Nick Nyffels
Het was opnieuw Cactustijd, voor de 36ste keer organiseerden ze in Brugge het meest kindvriendelijke festival van het land, met het gekende recept van Belgische publiekskenners en buitenlandse kwaliteit voor de meerwaardezoeker. Op het terrein waren er enige wijzigingen, de infostand was langs de rand van het terrein gezet, zodat er meer plaats was en iedereen vlot na de optredens richting eetstandjes kon vertrekken.
Dit was wellicht de zonnigste editie van het Cactusfestival in jaren, wat enorm tot de feestvreugde bijdroeg. ’s Avonds koelde het nauwelijks af op vrijdagnacht en zondagnacht, zodat je al eens langer aan de Lange Bar bleef plakken.
Een overzicht van drie dagen zon en muziek aan het Minnewaterpark.
dag 1 – vrijdag 7 juli 2017 – ‘Waar zin die skoentjes?’
Het park was al vroeg gevuld voor de opener van Cactus 2017: de Antwerpenaar Amir Fouad, ofte Tamino (*** ½) maakte al een goede beurt op Werchter, en deed dit hier nog eens klassevol over. Live werd deze singer-songwriter bijgestaan door Tom Pintens op keyboard en door Ruben Vanhoutte op drums. Tamino heeft een heel breed stemregister, hij gaat met gemak zowel heel laag als bijzonder hoog. Lang was dit optreden niet, Tamino heeft dan ook maar enkel een EP uit, maar dit was wel topkwaliteit: naast zijn singles “Habibi” en “Cigar”, kleedde hij ook op bijzonder geslaagde wijze “I bet you look good on the dancefloor” van Artic Monkeys uit.
Tom Pintens mocht al direct een dubbele shift draaien, want ook bij Het Zesde Metaal (****) speelde hij op keys. Op de tonen van Ennio Morricone betraden Wannes Capelle en co het podium. “Wantje “ zag er uit als een overjaarse scout en had er bijzonder veel zin in, want dit was natuurlijk wel een thuismatch op West-Vlaamse bodem. “Cactus, zie je’t een beetje zitten” vroeg Capelle, en we waren vertrokken met het passende “Ier bie oes”. Cappelle speelt met het West-Vlaams en zet typische West-Vlaamse zegswijzen in een nieuw daglicht door ze te combineren en te verfrissen. Capelle is behoorlijk maatschappijkritisch, in “Calais” bijvoorbeeld waarin hij het opnam voor de vluchtelingen en zich afzette tegen de linkse Vlaamse aanpak daarop. Het mocht ook luchtiger in “Dag zonder schoenen”, waarin hij het Cactuspubliek overtuigde om met de schoenen te zwaaien.(“Waar zin die skoentjes?”). Climax van de set was een tweeluik: een mash-up van “Where is my mind” van The Pixies met “Boze wolven” van Gorki, gevolgd door een trefzeker “Ploegsteert”. Vandaar was het een homerun voor Het Zesde Metaal, met “Gie, den otto en ik” (zegt alles af voor morgen), “ Nie voor kinders” en “Naar de wuppe”. Cappelle en co wonnen met ruim overschot op vrijdag.
De optredens van Michael Kiwanuka (***) durven nog al eens verzanden, met veel trage nummers die meer geschikt zijn voor een lome zondagmorgen. Kiwanuka heeft dat zelf ook begrepen, dus tapt hij uit verschillende vaatjes. Hij begon verrassend met een instrumentaal nummer met een Pink Floyd-solo waarna het concert veelbelovend verderging met dank aan zijn zeskoppige band die er veel vaart in stak. Het hoogtepunt van deze Londenaar kwam te vroeg in de set, met een van James Brown baslijntjes vergeven, funky ‘Black man in a white world”. Daarna nam hij gas terug, waardoor het mooie “Home again” verzoop in het gebabbel van het publiek.
The Verve was heel kort de grootste band ter wereld, groter dan Oasis, maar ging ten onder aan depressies, drugs en ruzies. Frontman Richard Ashcroft (***1/2) is er sterker uitgekomen, en was voor velen zelf het beste wat er dit jaar op Pinkpop te zien was, al zegt dan misschien evenveel over Pinkpop.
In ieder geval stond Richard nu ook als semi-headliner op Cactus, mager en kortgeschoren, de personificatie van de Engelse mod. Helemaal live was dit niet, de ondersteunende keyboard en violen stonden op tape, wat toch wel wat afbreuk deed aan dit optreden. Ook over de gitarist waren we niet zo te spreken, de man was heel duidelijk een classic rock-adept, en strooide veel cliché-solo’s in het rond, zodat het oorspronkelijk alternatieve karakter van de nummers weg was.
Ashcroft zelf was gelukkig in goeden doen en nog goed bij stem ook: hier stond duidelijk een man die na al de roem enkel nog voor de muziek op het podium stond. Hij blijft ook gewoon doen wat hij bij The Verve deed: zijn solo-nummers verschillen in niks van wat hij vroeger deed en het zijn ook gewoon goede nummers: dus naast “Sonnet”, en “Lucky man” en “Love is noise” was het ook genieten van “Break the night with colour” en het optimistische “Music is power”. Ashcroft fulmineerde nog even tegen het militair-industriële complex” (lang geleden dat we dat nog hoorden), salamanderde onder luid gejuich een pint, en trakteerde dan iedereen op “Bittersweet symphony”.
Mocht het niet aan de mindere band en backing tapes gelegen hebben, dan hadden we vier sterren uitgedeeld.
We zijn fan van Roisin Murphy (***1/2), maar als headliner viel ze toch wat tegen. Het publiek verloor de belangstelling in de poppenkast/verkleedpartij met hoeden, maskers, boa’s en multifunctionele kledingstukken, en het hielp ook al niet dat de eerste veertig minuten gevuld werden met mid-tempo, bizarre, maar te weinig geschifte nummers die wel goed gespeeld waren, maar leden onder de onderkoelde zang van Murphy.
Het laatste halfuur werd het toch nog een dancefeestje met onder meer een geremixed “Sing it back”, hypnotiserende beats, “Forever more “ van Moloko, en vooral “Jealousy”. De laatste 30 minuten waren goed, maar iedere DJ weet dat dit te kort is: tegen dat iedereen begon te dansen was het gedaan.
dag 2 – zaterdag 8 juli 2017 - Oh my God wat was het druk
De zaterdag van Cactus was volledig uitverkocht, en daar zal de passage van Kaiser Chiefs wel veel mee te maken gehad hebben. Veel drukte dus op het terrein en aan de toog, met veel families die de dekentjes spreiden en de kampeerstoeltjes installeerden.
Het was al vroeg drummen voor Coely (***1/2). We hebben weinig affiniteit met R&B en hiphop, maar de Antwerpse stond er, al hadden de bindteksten in het Engels niet gemoeten, in Brugge verstaan ze ook Antwerps. Ze had een uitstekende band meegebracht, wat toch echt nodig is om hiphop-optredens interessant te houden, en ze rapte uit de losse pols. Dutch Norris en een andere gastrapper mochten meedoen op “Don’t care”. Ze kreeg het publiek aan het klappen met een beatbox-oefening, en ze bewees met verve de Belgische Beyoncé te zijn. Mr Marley werd geëerd met een hiphop-interpretatie van “Could you be loved”.
Rhye (***) was de voor Cactus zo typische vreemde eend in bijt die in een intieme, verduisterde zaal zeker goed tot zijn recht zal komen, maar hier in de volle zon aan de onverschilligheid van het publiek ten onder ging, ondanks de dappere pogingen van de band om het publiek aan het klappen te krijgen, waar weinig of geen respons op kwam. Rhye is een Canadees-Deens duo, dat live uitgebreid is tot een zestal, inclusief strijkers. Zanger Michael Milosh zingt met een hoge falset en de band brengt nummers die tussen r&b, jazz en neo-klassiek en electronica schipperen. Bij momenten had het de sexy zwoelheid van Sadé, de single “The fall” was best knap, maar de rest van de set verdampte onder de middagzon.
Het was dus best een brute overgang naar Millionaire (****). Tim Vanhamel had een cactus meegebracht op het podium, en speelde op een rechthoekige gitaar vooral de nummers uit de comeback plaat ‘Sciencing’, die we nog niet gehoord hebben. In ieder geval kraakte en schuimde het langs alle kanten, brute gitaren a volonté met een overstuurde zang van Vanhamel. Live bouwen die nieuwe nummers vooral op riffs en grooves, de geschifte gitaarsolo van “I’m not who you think you are “ zat stevig verscholen in de ruis. “I”m on a high” was nog altijd even scheef als twaalf jaar geleden, en was het hoogtepunt samen met de stonerrock klassieker “Champagne” met zijn scheurende keyboards.
De oude rocker van dienst op Cactus was dit jaar Steve Winwood (***), een levende legende die zijn plaats in de rock’n roll hall of fame verdiende bij The Spencer Davis Group, Traffic, Blind Faith, Jimi Hendrix, Clapton en Ginger Baker, en later in de jaren tachtig ook als solo-artiest hits scoorde. Veel gerockt werd er echter niet, dit was vooral een soul-optreden met veel latin-invloeden. Winwood’s bandleden zouden met hun vestimentaire keuzes een volledig seizoen van Jani ’s ‘Zo man, zo vrouw’ kunnen vullen. Dit was vooral een optreden voor de oudere fans, die de band op veel herkenningsapplaus onthaalden. Winwood’s voornaamste troef was zijn gouden soulstem, en op de meeste nummers speelde hij op zijn Hammond-orgel . De psychedelische rock van Traffic en Blind Faith was ver te zoeken, de nummers van die bands kregen een soul en latin-bewerking. Wij herkenden “Gimme some lovin” ,“I’m a man” en “Higher love”, maar we hadden eerlijk gezegd meer hits verwacht van een man die al 50 jaar bezig is.
Jamie Lidell (****) had zijn hits allemaal vooraan gestoken, maar dat deerde nauwelijks. De Brit begon er aan met “Multiply”, en leverde een top souloptreden af, waarin hij vooral zong, en veel minder op toetsen speelde dan we van hem gewoon zijn. Hij had dan ook een steengoede band meegebracht die Lidell liet excelleren. Stevie Wonder blijft een grote invloed, en de man staat er op “A little bit of feel good” te brengen, positieve festivalvibes alom dus. Lidell was graag in Brugge, de dag ervoor stond hij in de betonnen bunkers van sfeerloze North Sea Jazz festival, en de kleinschaligheid en menselijkheid van Cactus inspireerden hem duidelijk.
Kaiser Chiefs (****) mochten afsluiten op zaterdag. De klad zat er serieus in bij de Chiefs, vooral dan sinds hun drummer Nick Hodgson de band verliet, want hij schreef ook de meeste nummers. KC moet het dus nog altijd hebben van hun eerste twee albums, maar daar staan dan ook een karrevracht hits op. De band heeft zich ondertussen een beetje herpakt, al krijgen ze niet meer de kolkende massa’s op de been, en dat was op Cactus niet anders. Maar kijk, Ricky Wilson en co wisten ons en de rest van het park ruim een uur machtig goed te entertainen: al de hits passeerden de revue: “Everyday i love you less and less”, “Everything is average nowadays”, “Ruffians on parade” (woohoo), waarbij Wilson op de drums ging staan, “Na na na na na””, “Modern way”, “Ruby”, “Ever fallen in love” van The Buzzcocks, “Never miss a beat”, “Angry mob” waarin Wilson het publiek het refrein liet zingen en mijn absolute favoriet “I predict a riot” gevolgd door hun beste nummer van de laatste vijf jaar, “Coming home”.
Als festivalband staan de Chiefs er nog steeds, vraag dat maar aan de duizend kelen die zaterdag “Oh my God” meebrulden.
dag 3 – zondag 9 juli 2017 - Nieuwe Brugse discotheek om één uur ’s nachts stilgelegd door organisatie.
Het bleef een schitterend zomerweekend, ook op zondag, al waren er vandaag minder mensen afgezakt naar het Minnewaterpark, zodat iedereen ruim plaats had voor het podium en aan de toog.
The Temper Trap (***) is een Australische band die vanuit London opereert. Ze brengen heel positief ingestelde indie-rock, zodat de parallellen met Coldplay en U2 snel getrokken zijn, en dan zeker al als de gitarist ook nog eens de tokkelende stijl van The Edge overneemt. Ze hebben maar één hit, “Sweet disposition”, die helemaal aan het einde zat, maar dat deerde niet, want dit was feel good muziek, ideaal voor een zomerse dag.
Local Natives (***1/2 ), de Californische band, is op hun laatste album meer opgeschoven richting R&B en elektronica. Wij verkozen toch nog altijd hun avontuurlijke mix van West Coast pop, close harmony en wilde ritmiek van hun debuut, met nummers als “Wide eyes” en “ Airplanes” die hier ook schitterden. Voor zij die deze band niet kennen, mix Fleet Foxes met Talking Heads en je komt aardig in de buurt. De frontman dook even het publiek in. Toegegeven, de nummers met vooral keyboards waren nog al inwisselbaar met de vele synthpopbands die je tegenwoordig op de radio hoort, maar als ze hun gitaren omgorden, zat het dik snor.
Robin Proper-Sheppard ligt in de bovenste schuif bij Cactus, zo mocht hij ook al op het Moods-festival aantreden met zijn band Sophia. (****) . Het debuut van Sophia is ondertussen ook al meer dan 20 jaar oud, dus besloot Sheppard om op Cactus ‘Fixed Water’ volledig te spelen, aangevuld met een aantal nieuwere nummers. Een uurtje voluit genieten dus van de weemoed van “Is it any wonder” (met noisy uitloper), “So slow”, “Are you happy now”, “When you’re sad”. Sophia voerde naar het einde het tempo op met “Oh my love” en het onvermijdelijke “The river song”, waarop het heerlijk loosgaan was.
Dat Warhaus (***1/2) zo hoog op de affiche stond, was toch vooral omdat Maarten Devoldere frontman van Balthazar is. Want echt radiovriendelijk of hitgevoelig is dit niet. Wel heel zwoel, en groovy. Mix Nick Cave met Serge Gainsbourg en je komt ergens bij Warhaus uit. Zangeres Sylvie Kreusch krulde als een krolse kat, er slopen Afrikaanse ritmes in nummers zoals “Love’s a stranger” en “The Good lie”. “Memory” sloot nog het meest aan bij Balthazar, Devoldere heeft dan ook een heel kenmerkende stem.
We vonden vooral het eerste halfuur sterk, omdat dit ook het meest afweek van de traditionele popsongs die we van Balthazar gewoon zijn. Je had Johny Cash en June Carter, Jon Spencer en Cristina Martinez, Vlaanderen heeft nu ook zijn rock ’n roll-koppel, Devoldere en Kreusch, het bekt misschien minder goed, maar Nicole & Hugo hebben eindelijk hun opvolgers.
Explosions in the sky (***1/2) is wellicht het arché-type van de post-rock band, met alle bijhorende kwaliteiten maar ook met de gebreken van het genre. We zijn persoonlijk meer gesteld op de dreiging van Mogwai of de ongebreidelde klanktapijten van Godspeed You Black Emperor! De Texanen waren vanavond soms episch en majestueus, met gitaren die als piano klonken, heel verhalend. Maar soms was het ook een groot cliché, hoe ze in de hardere stukken tekeer gaan, heeft ook wel iets lachwekkend, vijf nerds die hard te keer gaan. Dit is de band die het minst evolueert in hun post-rock. Niettemin, waren we toch in de wolken met de lang uitgesponnen Duyster-klassieker “The only moment we were alone”.
Soms mag je de recensie die je op voorhand in je hoofd had, in de vuilnisbak kieperen. We wouden schrijven dat we Goose (****) zoveel beter vinden sinds ze rust, ruimte en melodie toelieten op hun uitstekende laatste plaat ‘What you need’. Meer Depeche Mode dan Bonzai, dat was ons leitmotif. Nu dat was er dan dik naast vanavond, want Goose maakten er een ongelooflijk dance-feestje van in beste Bonzai en gabberhousestijl, het Minnewaterpark was van de eerste tot de laatste minuut een openlucht disco met duizenden handjes in de lucht zoals we nog niet dikwijls gezien hebben op het doorgaans gezapige festival. Ok, “ So long” kon je nog een popsong in de beste Depeche Mode-traditie noemen, maar voor de rest was het beuken, schuren en stampen, met flikkerende strobe-lichten op nummers zoals “ Bring it on”, “Cant stop me now” , “British mode” en “Control”.
Zelden zo een feestje gezien om Cactus af te sluiten. Je hoorde mensen dan ook zeggen: “Fuck, die mannen zin goed”. We moeten ze gelijk geven, soms kan een recensie simpel zijn.
Cactusfestival 2017 was een uitstekende editie, zonder een uitschieter zoals Wilco in 2016, maar zoals altijd met kwaliteit op het podium en schitterend weer van vrijdag tot zondag.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/cactusfestival-2017/
Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)