logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Epica - 18/01/2...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Fast Forward

Wie zit er nog te wachten op een nieuwe plaat van Joe Jackson ? We weten immers dat de sympathieke halve kaalkop in jaren geen deftig album meer uit zijn kennelijk leeggelopen creatieve brein heeft weten te persen. Op de koop toe werd Joe Jackson dit jaar gevraagd voor Night Of The Proms, het opvangtehuis voor artiesten die hopeloos op retour zijn en hun eigen hits met behulp van de plaatselijke harmonie in een georkestreerde recyclageverpakking terug aan de man proberen te brengen.
Het moet dan ook nog eens lukken dat wij, net nu dat nieuwe schijfje hier voor onze neus ligt, zopas op een tweedehandsmarkt Joe Jackson zijn schitterende debuutplaat ‘Look Sharp’ (1979) op heerlijk zwart vinyl hebben aangeschaft.
Briljante plaat, nog steeds, met onsterfelijke klassiekers als “One More Time”, “Is She Really Going Out With Him”, “Got The Time”, “Fools In Love”, “Sunday Papers”,…. Na al die jaren terug enorm van genoten. Wat moeten we dan met deze ‘Fast Forward’ ? Hier kunnen we echt weinig mee aanvangen. Natuurlijk, Jackson’s heldere en mooie stem klinkt onaangetast en zijn fijne pianosound is uit de duizenden herkenbaar, maar songs van het kaliber van hierboven zijn in geen mijlen te bekennen. Zowat alle tracks zijn lauwe doorslagjes van dingen die hij eerder al veel beter heeft gedaan. De ballads, en dat zijn er nogal wat, probeert hij even aangrijpend als destijds te brengen, maar die komen er wat onbeholpen en vooral slijmerig uit.
De uptempo songs ontberen het venijn van de jonge Jackson en ook de coverkeuze is op zijn minst gezegd nogal misplaatst. Geen idee wat Jackson zijn bedoeling was met Television’s “I See No Evil”, maar het resultaat is een draak waar Tom Verlaine zeker niet zal kunnen mee lachen. En het kan nog erger, op een afschrikwekkend onding als “Good Bye Jonny” zouden we Jackson vroeger nooit betrapt hebben, dit vehikel lijkt te zijn weggelopen uit een geflopte Broadway musical. Pijnlijk.
In volle bewustzijn hebben wij beide platen nog eens naast mekaar gelegd : ‘Look Sharp’ is een pittig en fris debuut dat schittert van begin tot einde, ‘Fast Forward’ is behang met een saai motiefje.
Het is helaas waar, Joe Jackson is klaar voor Night Of The Proms. Om het met Will Tura’s woorden te zeggen : Arme Joe.

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Sun Coming Down

Het Canadese Ougth is samen met Protomartyr één van de fijnste indie-bands van het moment. Vorig jaar kwamen ze de neus aan het venster steken met het scherpzinnige en frisse ‘More Than Any other Day’, een meer dan veelbelovend debuut. De bevestiging is een feit met de al even indringende opvolger ‘Sun Coming Down’. Ook dit jaar lonken de eindejaarlijstjes.
Geen dwarse stijlbreuken, wel het verder uitdiepen van een eigen hoekige sound die zich manifesteert in een stel fijnzinnige en brandende indie- en postpunksongs. Nog een stuk nadrukkelijker dan op het debuut zijn de referenties naar The Fall, en dat heeft veel te maken met de prompte en vaak declamerende vocals van Tim Beeler.
De man spuwt het er uit op de punktonen van een gebeten “The Combo” (Captain Beefheart in overdrive) en hij begeestert in volle Mark E Smith stijl het absolute pareltje “Beautiful Blue Sky”, het gepassioneerde centerpunt van dit album dat hier zowat acht minuten staat te schitteren.
Een stel furieuze en prikkelende gitaren nemen een prominente rol in op deze plaat. Als de distortion knop zijn gang mag gaan hebben ze bovendien een doordringende Sonic Youth geur (“Sun’s Coming Down”) terwijl ze elders hellen naar de subtiliteit van een gedreven Television (“Passionate Turn”).
Amper acht songs staan er op ‘Sun Coming Down’, zoals op een goeie ouwe vinyl LP met vier nummers per kant. Dus van overdaad geen sprake, alle songs zijn even penetrant en krachtig.

donderdag 22 oktober 2015 03:00

Fuzz II

Hoera, weer eentje uit de Ty Segall stal. Voor de tweede keer al zit onze garageheld achter de drumvellen bij Fuzz voor een plaat die alweer grossiert in seventies rock die in een patchouli-bad gemarineerd is. De gitaren doen de groepsnaam alle eer aan en klinken gruizig als het meest zompige van Blue Cheer, de vocals brengen het hele goedje geregeld terug naar de sixties en de drums roffelen alsof Jon Bonham terug tot leven is gewekt. In de garage heeft Fuzz een heet brouwsel van maar liefst 14 driftige songs gesmeed, het gaat van hard-rock langs psychedelica naar stoner-rock en een occasionele streep punk.
Bij wijze van apotheose is de laatste song “II” een 13 minuten durende jam van uitzinnige gitaren, op hol geslagen drums, uitwaaierende echo’s, geschifte riffs, psychedelische weed-wolken en Hendrix-solo’s die in een vat wijn werden ondergedompeld.
Hoewel een bedrijvige Charles Moothart hier onder invloed van een flinke dosis Tony Iommi extracten de gitaar beroert, klinkt dit toch zéér Ty Segall. Benieuwd waar hij hierna zijn tanden zal inzetten.

donderdag 15 oktober 2015 03:00

Radio Static High

Hey Colossus is een Britse band die al een tiental jaar in de gure underground vertoeft. Wij pikten ze op met het barbaarse ‘Cuckoo Live Life Like Cuckoo’, een duivelse plaat waarmee de band rioolpunk, sludge metal en ontwrichte post-hardcore op één lijn zette. De bloedstollende openingssong daaruit “Hot Grave” was onze allereerste kennismaking met deze barse band en wij stonden meteen aan de grond genageld.
Hey Colossus is niet in een hokje te wurmen, ze refereren tegelijkertijd naar Killing Joke, Swans, Ufomammut, Kylesa en Thee Oh Sees. U wil er toch persé een genre op kleven, wat dacht u van garage-metal-psych-post-kraut-rock.
Eerder dit jaar kwamen ze aanzetten met het bezwerende en benevelende ‘In Black And Gold’, een plaat die terug de meest duistere krochten van de achterbuurten opzocht. Nu zijn ze hier al terug met het furieuze en geweldige ‘Radio Static High’, wederom een serial killer van een plaat. Wij zijn zo stilaan zware fan geworden.
Met de ingehouden dreiging van de titelsong komt de band nog schoorvoetend binnen, maar daarna zetten ze de beuk er in. “March Of The Headaches” is een bijtend monster die op vernieling uit is, “Hop The Reilings” is krautrock met geslepen slagtanden,  “Memories Of Wonder” is een staal sluipend gif in een doommetal verpakking, “Hesitation Time”  is loodzware postpunk en “Honey” is nietsontziende sloophamerrock.
Een krachtbom van een plaat.

donderdag 08 oktober 2015 01:00

Another Shit Day In Suck City

Beetje lullige titel misschien, en ook van die hoesfoto zien wij de humor niet in. Laat ons er van uitgaan dat dit waarschijnlijk een inside joke of een soort statement is. De heren komen dan ook uit het West-Vlaamse Tielt, een gemeente die zo rock’n’roll is als een misdienaar met buitensporige acne. Hetgeen ons wel enorm kan bekoren is een bandje die zich niet in alle hoeken wringt om trendy of hip te zijn maar daarentegen wel de stenen uit de muur rockt, en dat is Kentucky Dare Devils. Ontegensprekelijke raakpunten zijn Queens Of The Stone Age, AC/DC, Blue Cheer, White Cowbell Oklahoma en ook wel onze Triggerfinger, maar de kerels beperken zich niet tot het klakkeloos kopiëren van een stel powerriffs. Ze halen immers een pak licht ontvlambare invloeden uit het grote rockgeschiedenisboek en stoken er hun eigen knetterende vuurtje mee. Dit zootje ongeregeld heeft de gitaren volgegoten met gasoline en een flinke geut dirty-ass-bluesrock in de kolkende stoofpot gekwakt, en er komt verdomme gloeiend hete stoom uit.
Het plaatje staat bol van gemene riff-rock met snedig soleerwerk. “Another Shit Day In Suck City” klinkt gortig en smerig als Nashville Pussy, “People Always Talk About…” sluipt zichzelf een verraderlijke weg doorheen een moeras vol sluikse gevaren en “Drop Your Bomb” is vet als een barrel smeerolie in een Harley Davidson garage.
Hadden we bij hun vorige Ep’tje ‘Yes But No’ niet gezegd dat het gerust iets vettiger mocht klinken? Deze driftige West-Vlamingen hebben onze wijze raad opgevolgd, waarvoor dank.

donderdag 08 oktober 2015 01:00

Rattle That Lock

David Gilmour is het soort muzikant die met de precisie van een gerenommeerd hartchirurg steeds de perfectie nastreeft. Om de zoveel jaren maakt de man wel eens een solo plaat die dan in weinig of niets verschilt van de dingen die hij gedaan heeft met Pink Floyd in de post-Waters periode. Met deze ‘Rattle That Lock’ is dat niet anders. Alles is netjes afgelijnd en niets wordt aan het toeval overgelaten. Gilmour is met zijn microscoop en zijn waterpas de studio binnengewandeld en heeft dagen gewerkt aan het opnemen van één noot.
De muziekpurist heeft zijn songs met de nodige vakkennis en virtuositeit op band gezet en heeft die nadien nog een tiental keren door allerhande scans gedraaid om er zich van te vergewissen dat er toch nergens een vuiltje is ingeslopen. De ingehuurde raspaardmuzikanten wijken geen millimeter af van hun op voorhand uitgekiende partituren en de gitaarsolo’s, die onmiskenbaar Gilmour klinken, komen er steeds netjes opgeblonken uit.
Het zou ons geen haar verwonderen mocht de man een volledige kuisploeg in dienst hebben alleen maar om zijn gitaren te ontsmetten.
Doorwinterde Pink Floyd fans zullen met ‘Rattle That Lock’ niet ontgoocheld zijn. Zij krijgen immers de kenmerkende sound en de technische krachttoeren die ze mochten verwachten. Ze zullen, onderuitgezakt in hun designsofa en met de peperdure Bose koptelefoon om de oren, volop kunnen genieten van een resem muzikale hoogstandjes.
Gilmour heeft met name jarenlange ervaring en technisch vernuft in deze plaat gepompt, maar helaas wat te weinig ziel. De plaat werkt bij ons nu ook niet bepaald op de zenuwen, maar ze heeft ons met uitzondering van het nachtelijke jazz uitstapje “The Girl In The Yellow Dress”, niet toevallig de enige song die on- Pink Floyd klinkt, ook nauwelijks aangegrepen.
Het is hoogwaardig muzikaal behang die weliswaar elke seconde getuigt van een uitmuntende competentie, maar die ook een slaapverwekkende impact heeft op een gewone sterveling. Wij hebben het album een tweede keer moeten opzetten omdat we de eerste keer iets voorbij halfweg al lagen te pitten.

donderdag 08 oktober 2015 01:00

Poison Season

Destroyer is het alter ego van Dan Bejar die in een ander leven ook wel plaatjes pleegt te maken met het bandje The New Pornographers. Het zal u waarschijnlijk wel ontgaan zijn, maar de eigenzinnige songwriter heeft in amper 10 jaar tijd al evenveel soloplaten uitgebracht. En deze hier is misschien wel zijn ultieme meesterwerk. De plaat komt binnen via de grote poort, Bejar laat zich met de gloedvolle opener “Times Square, Poison Season I” al meteen van zijn meest orkestrale kant bewonderen.
Destroyer laat de blazers en strijkers royaal aanrukken, hij ontwikkelt met een uitgebreid instrumentarium een wonderlijke dramatiek zonder daarbij in pathos te verzuipen. Alles valt op ‘Poison Season’ wondermooi in zijn plooi, de gaatjes worden rijkelijk opgevuld met muzikale heerlijkheid maar nergens loopt er iets over. Net als ‘Berlin’ en ‘Transformer’ van Lou Reed ademt deze plaat de atmosfeer van de grootstad uit, het is een warme en avontuurlijke tocht waarop enorm veel te ontdekken en te beleven valt, een nachtelijke stadswandeling langsheen filmische klanken (“Bangkok”, “Midnight Meet The Rain”), gedempte jazz (“Archer On The Beach”), subtiele kamerpop (“Sun In The Sky”) en weidse rock (“Dream Lover”). De stuk voor stuk prachtige songs lijden allemaal een kleurrijk leven op zich, maar ze presenteren zich toch als één hecht geheel. Samen vormen ze een bijzonder mooi kleurenpalet dat glorieus is aangekleed met fluwelen gitaren, geraffineerde saxpartijen, levendige strijkers en vaak een wonderlijke piano. De plaat baadt in een seventies gloed maar staat toch met beide benen in het heden en heeft de grandeur van Mercury Rev, de finesse van The The, de melancholie van Bill Callahan en de drijfkracht van David Bowie in zijn meest creatieve periode.
In de categorie van fijnzinnige en hartveroverende plaatjes moet deze ‘Posion Season’ dit jaar enkel ‘Goon’ van Tobias Jesso Jr naast zich dulden en verkeert daarmee in zeer fijn gezelschap.

donderdag 01 oktober 2015 01:00

Crosseyed Heart

‘Crosseyed Heart’ is Keith ten voeten uit, losbandig, ongedwongen, beetje reggae, snuifje country, krakende en snedige rock, oude blues, schaamteloze ballades en vooral een hoop riffs die met verbazend gemak uit die typische losse pols geschud worden. De legende doet hier vooral zijn eigen goesting en vaart in de diverse watertjes waarin hij zich altijd al top heeft gevoeld, hij amuseert zich kostelijk en klinkt nergens berekend of geforceerd. OK, enkele songs vallen wat te lichtvoetig of te clean uit, soms zelf op het melige na, maar fuck it, dit is Keith, en Keith staat boven alles.
Wanneer de riffmeister op dreef is, is ie echt wel goed op dreef, het is smullen geblazen van de roffelige rock en de dirty riffs op “Heartstopper”, “Amnesia”, “Trouble” en “Substantial Damage”. We mogen ook al eens lekker in de sofa onderuitzakken met een whiskey in de hand op “Robbed blind” en “Love overdue” en het doet enorm deugd om met de authentieke titelsong en het vuile “Blues in The Morning” eens gortig in de bluesmodder te mogen ploeteren. Keith staat hier bovendien verdomd scherp te zingen, dat gortige rock’n’roll leven zit samen met ettelijke liters Jack Daniels helemaal in die gure stem vervat. Een stem om zangpuristen de gordijnen in te jagen, maar geen betere ‘slechte’ zanger dan Keith. In de stokoude klassieke ballade “Goodnight Irene” haalt hij ook nog eens een onvervalste Dylan persiflage uit zijn broekzak en zet hij den Bob fijntjes te kakken.
Het is genieten van dit rockicoon in al zijn gedaantes, de dingetjes waarop de stroop een beetje te breed wordt uitgesmeerd (“Suspicious”, “Illusion”, “Just A Gift”, “Lover’s Pea”) zien we dan ook met plezier door de vingers.
Keith is vooral zichzelf op ‘Crosseyed Heart’, en meer zouden we echt niet willen.

donderdag 01 oktober 2015 01:00

Gates Of Gold

Los Lobos is al lang geen grensverleggende band meer, en dat is ook hun bedoeling niet. De klasbakken graven op hun 17e studio album nog steeds in de wortels van de americana, rock, blues en tex-mex en ze wikkelen daarbij regelmatig hun muzikale brouwsels in een pittige tortilla. Hoewel ze in 40 jaar een zeer herkenbare sound hebben aangekweekt, blijven ze ons mateloos boeien en komen ze iedere keer met een stel kwieke songs aanzetten die barsten van het leven. Nadat hun laatste reguliere studio platen al bijzonder sterk uit de hoek kwamen (‘The Town and The City’ uit 2006 en ‘Tin Can Trust’ uit 2010) is ‘Gates Of Gold’ wederom een verbluffend staaltje van veelzijdige muzikale klasse en gevarieerd songschrijverschap. De plaat zet in met een klomp furieuze rock “Made To Break Your Heart” en gaat via de creatieve souljazz van “When We Were Free” richting potige boogie-rock met “Miss Treater Boogie Blues”, een song waar ze bij ZZ TOP een moord voor zouden plegen. Ook “Too Small Heart” is zo een hevige rocker die aantoont dat de heren op respectabele leeftijd zich nog als een stel gretige jonge wolven op hun instrumenten storten.
Uiteraard mogen ook nu weer de sombrero en de fles tequila uit de kast gehaald worden op het latino feestje “Poquito Para Aqui” en het authentieke volksliedje “La Tumba Sera El Final”. Voor de heren is het vandaar trouwens een klein kunstje om zich iets verderop volledig in de blues te gaan onderdompelen, een genre dat ze ook al moeiteloos in de vingers hebben getuige de vunzige bluessleper “I Believe You So”.
Het lijkt allemaal zo makkelijk en vloeiend in elkaar te lopen met deze alweer typische Los Lobos plaat, eentje waarin alle windrichtingen van de Amerikaanse rootsmuziek met een ongeziene passie en dynamiek worden verkend.

donderdag 24 september 2015 01:00

The Book Of Souls -2-

‘The Book Of Souls’ is de ideale plaat voor in de wagen. Start de motor in Gent, scheur de E40 op richting Brussel en neem een willekeurige song uit de plaat. Tussen Gent en Wetteren krijg je een bombastische intro, van Wetteren tot in Erpe Mere zet Bruce Dickinson zijn ellendige schuur open, aan afrit Erpe Mere begint lead gitarist 1 aan zijn solo, in Aalst zet lead gitarist 2 zijn intermezzo in en vanaf Affligem etaleert leadgitarist 3 zijn kunstjes. U bent ondertussen al in Brussel. Maak rechtsomkeer (liefst niet op dezelfde rijbaan, tenzij u uw leven beu bent, wat wij nu ook weer niet zo vreemd zouden vinden met zo een schijf in de cd lader) en herhaal deze handeling. U bent heelhuids terug in Gent geraakt ? Proficiat !

Pagina 38 van 111