Benjamin Booker , een eigenwijs jonge twintiger uit New Orleans, debuteerde vorig jaar en verraste aangenaam met een evenwichtig brouwsel van southern rock’n’roll , blues , folk , country en soul . Net als Alabama Shakes en Gary Clark Jr. zijn de nummers rauw, direct , scherp als intens, oprecht, overgoten van een pittig gekruid sausje soul en gospel. Booker graaft diep in de Amerikaanse wortels en doet een Blind Willie Johnson , T-Rex , Gun Club, Danko Jones , oude Black Keys en Jack White opborrelen . Niet voor niks nam White hem mee als support act !
Met z’n drieën klinken ze rechttoe – rechtaan zonder al te veel tralala ; we ervaren een onderhuidse spanning in de nummers . Hij heeft een apart stemgeluid, een schuurpapieren stem , rauw , raspend , hees , maar ook warm en zacht, wat mooi meegenomen is in het totaalpakket.
Vorig jaar was hij al te zien in de Bota Rotonde , vanavond heeft hij nog meer fans bijgewonnen in de Orangerie. De respons is al meteen dik ok als hij een paar intens spannende, gruizige rockers op ons afvuurt , “Always waiting”, “Chippewa” , “Old hearts”, “Happy homes” en “Kids” , die overtuigen door de heerlijk rauw rammelende , slepende opbouw , de variaties en de erupties van gitaar/bas/drums.
Hij hoest letterlijk een paar covers op , een paar stokoude folk’n’blues o.m. “Falling down blues” , “Shout bamalama” en “Little Liza Jane” , waar mandoline en viool worden bovengehaald . De paar tragere nummers middenin de set als “Slow coming” hebben dezelfde intensiteit en behouden de aandacht.
De rem wordt naar het eind terug meer losgelaten , het tempo opgeschroefd op het gekende “Violent shiver” , “Have you seen my son” en “By the evening”. Op z’n Crazy Horse’s gaan ze in de soli er lekker tegen aan; de pedaaleffects worden ingedrukt en er is een beheerste dosis feedbackgeraas .
Bijna anderhalf uur lang doorleefd materiaal dus, dat gretig gespeeld werd . Benjamin Booker is terecht een ontdekking ; jawel deze frontman/muzikant horen we zeerzeker terug . De zomerfestivals lonken …
De support Wild Smiles was ‘wild’ met hun korte , kernachtige , onversneden melodieuze grungy rock . Het kan en mag al veel gehoord zijn , de drie klonken als ‘schapen in wolfskleren’ woest , gedreven, aangenaam en leuk ; natuurlijk waren ze wel op die manier ergens te situeren tussen het breedspectrum van Ramones en Nirvana in .
Organisatie: Botanique, Brussel